Tag: Agoria

  • Agoria Ziet Belgische Bedrijven Verward Over Nieuwe Cyberregels, Kosten Kunnen Oplopen Tot 14 Miljard

    Agoria Ziet Belgische Bedrijven Verward Over Nieuwe Cyberregels, Kosten Kunnen Oplopen Tot 14 Miljard

    De Belgische technologiefederatie Agoria waarschuwt dat veel bedrijven niet weten welke cyberveiligheidsverplichtingen op hen van toepassing zijn, wat een significante financiële impact kan hebben op de industrie.

    De Belgische industrie kampt met onzekerheid over de nieuwe cyberbeveiligingsregels. Volgens een bevraging van technologiefederatie Agoria weten veel bedrijven niet goed welke verplichtingen rond cyberveiligheid op hen van toepassing zijn. Deze verwarring kan de Belgische economie de komende twee jaar maar liefst 14 miljard euro kosten, een bedrag dat de hele sector zwaar zal wegen als er geen duidelijkheid komt.

    Deze onduidelijkheid komt op een moment dat de digitale dreigingen alleen maar toenemen. Bedrijven moeten zich wapenen tegen cyberaanvallen, maar zonder heldere richtlijnen is dat een haast onmogelijke taak. De oproep van Agoria is dan ook een signaal dat er dringend actie nodig is om de Belgische bedrijven te ondersteunen bij het implementeren van de nodige maatregelen.

    Nieuwe wetgeving en de financiële impact

    De nieuwe cyberregels zijn voornamelijk het gevolg van de NIS2-richtlijn van de Europese Unie, die als doel heeft de cyberweerbaarheid binnen de lidstaten te versterken. Deze richtlijn breidt het aantal sectoren uit dat onderworpen is aan striktere beveiligingseisen. Denk hierbij aan energie, transport, bankwezen en digitale infrastructuur, maar ook aan sectoren die voorheen minder in de schijnwerpers stonden, zoals de voedingsmiddelenindustrie en de gezondheidszorg.

    De geschatte kosten van 14 miljard euro over twee jaar omvatten investeringen in nieuwe technologieën, opleidingen voor personeel en de aanpassing van interne processen. Deze som is aanzienlijk, zeker als we die vergelijken met de totale marktwaarde van bijvoorbeeld Bitcoin, die op 22 september om 05:33 nog 1,50 biljoen euro bedroeg. Hoewel de aard van de investeringen compleet anders is, illustreert dit wel de schaal van de uitdaging waar de Belgische industrie voor staat.

    Waarom er verwarring heerst

    De complexiteit van de NIS2-richtlijn en de implementatie ervan in nationale wetgeving dragen bij aan de verwarring. Veel Belgische bedrijven, vooral kmo’s, beschikken niet over de interne expertise of middelen om de nieuwe eisen correct te interpreteren en toe te passen. Daarnaast zijn de gevolgen van non-compliance – hoge boetes en reputatieschade – niet mals, wat de druk nog verder opvoert.

    Agoria, als spreekbuis van de Belgische technologische industrie, probeert hierin een bemiddelende rol te spelen. Zij benadrukken het belang van duidelijke communicatie vanuit de overheid en de beschikbaarheid van praktische gidsen en ondersteunende programma’s. Zonder deze hulp dreigen veel bedrijven achterop te raken, wat de concurrentiepositie van België in Europa kan schaden.

    Onzekerheid is een risico

    De huidige situatie, waarin bedrijven twee jaar in het ongewisse blijven over specifieke groene belastingkortingen, toont aan hoe beleidsonzekerheid de bedrijfsvoering kan beïnvloeden. Dit patroon zien wij ook terug bij de cyberregels: een gebrek aan helderheid ontneemt bedrijven de mogelijkheid om tijdig en efficiënt te investeren. Dat is een gemiste kans, want een robuuste cyberbeveiliging is geen luxe, maar een noodzaak voor de continuïteit van elke onderneming.

    Wij zien vooral dat de overheid hier een cruciale rol heeft te vervullen. Een proactieve aanpak met heldere communicatie en concrete ondersteuning kan veel van de huidige onzekerheid wegnemen en de bedrijven helpen om de nodige stappen te zetten. Het gaat hier niet alleen om het naleven van regels, maar om het beschermen van de economische stabiliteit en de digitale soevereiniteit van het land.

    Wat nu?

    De komende maanden zullen cruciaal zijn voor de Belgische industrie. De NIS2-richtlijn moet uiterlijk in oktober 2024 volledig zijn omgezet in nationale wetgeving en bedrijven moeten tegen die tijd operationeel voldoen. Dit betekent dat er snel concrete stappen gezet moeten worden om de kloof tussen wetgeving en praktijk te dichten. De vraag is of de Belgische overheid erin slaagt de hand te reiken aan de bedrijven, of dat de industrie op eigen houtje de weg moet vinden in dit complexe kluwen van regels en risico’s.

  • UGent Mislopen 45 Studenten Door Visaproblemen, Sectorfederatie Agoria Steunt Oproep

    UGent Mislopen 45 Studenten Door Visaproblemen, Sectorfederatie Agoria Steunt Oproep

    De Universiteit Gent ziet 45 buitenlandse studenten niet opdagen door vertragingen bij visumaanvragen, een situatie die de universiteit breed betreurt en die de steun krijgt van technologiekoepel Agoria, die waarschuwt voor verlies van talent.

    De Universiteit Gent (UGent) kampt met een aanzienlijk probleem: 45 buitenlandse studenten kunnen hun academische jaar niet starten door onopgeloste visaproblemen. De universiteit, bij monde van Wim Hoste van de faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen, spreekt van een breder issue dat de komst van academisch toptalent naar België belemmert. De sectorfederatie Agoria sluit zich aan bij de oproep van de UGent aan de federale regering om dit snel aan te pakken.

    De problemen concentreren zich bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), waar aanvragen van studenten en onderzoekers uit landen als Bangladesh, India, Marokko en diverse Afrikaanse landen vastlopen. Hoewel deze kandidaten de strenge selectieprocedures van de UGent hebben doorlopen en aan alle wettelijke voorwaarden voldoen, ondervinden ze vertragingen bij de visumuitreiking. Wim Hoste benadrukt dat de studenten soms maanden bezig zijn met het voorbereiden van hun dossier, inclusief het blokkeren van 12.000 euro op een rekening en het betalen van steeds hogere aanvraagkosten, om vervolgens te stranden in de administratieve molen.

    Academisch Toptalent Onder Druk

    De UGent waarschuwt dat deze situatie België waardevol academisch talent kost. Wim Hoste stelt dat het niet alleen gaat om de recente discussie over 13 studenten uit Gaza, maar om een structureel probleem dat al langer speelt. Volgens de DVZ-woordvoerder Paulien Blondeel ontvangt de dienst een grote hoeveelheid aanvragen, vaak in dezelfde periode, waardoor de verwerkingstermijnen niet altijd gehaald worden. Ambassades en consulaten sturen de meeste dossiers, behalve de ‘heel sterke’, door naar DVZ voor beoordeling, wat bijdraagt aan de opstopping.

    De roep om een snelle oplossing is groot. Hoste wijst erop dat de voorwaarden om na hun studie in België te blijven de laatste jaren strenger zijn geworden, wat de aantrekkelijkheid van België als kenniscentrum verder ondermijnt. In heel Vlaanderen zijn naar schatting 10.000 buitenlandse studenten en onderzoekers actief. Dit aantal staat in schril contrast met landen als Canada, waar juist extra budget wordt vrijgemaakt om deze topprofielen aan te trekken. Wij zien hierin een gemiste kans voor België om zijn positie in de internationale concurrentiestrijd om talent te versterken.

    Agoria: Nood Aan Innovatieve Profielen

    Sectorfederatie Agoria, die de belangen van de technologische industrie behartigt, deelt de bezorgdheid van de UGent. Woordvoerder Jan Gatz benadrukt dat technologiebedrijven, kennisinstellingen en onderzoekscentra deze hoogopgeleide profielen broodnodig hebben om innovatief en competitief te blijven. Met recente PISA-resultaten die een afname van sterke eigen profielen laten zien, kan België het zich volgens Agoria niet veroorloven om internationaal talent te verliezen.

    Deze talenten dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe technieken en procedures, wat de economie ten goede komt. Het feit dat de Belgische overheid deze instroom van talent lijkt te bemoeilijken, terwijl andere landen er actief in investeren, baart de sector zorgen. Het is dan ook een open vraag hoe lang België zich deze terughoudendheid nog kan veroorloven zonder de eigen innovatiekracht te schaden.

  • Europese IT-Managers Juichen Digitale Onafhankelijkheid Toe, Maar Vrezen Versnippering

    Europese IT-Managers Juichen Digitale Onafhankelijkheid Toe, Maar Vrezen Versnippering

    De Europese Unie werkt aan wetgeving om de afhankelijkheid van grote buitenlandse technologiebedrijven te verminderen. Belgische IT-managers staan achter het initiatief, maar waarschuwen voor de gevaren van een inconsistente implementatie door de lidstaten.

    De Europese Unie zet stappen om haar digitale soevereiniteit te versterken. Nieuwe wetgeving moet de afhankelijkheid van buitenlandse technologiereuzen, vaak uit de Verenigde Staten of China, verkleinen. Een recente rondvraag van de Belgische IT-federatie Agoria en het consultancybureau EY bij 100 Belgische IT-managers toont aan dat er brede steun is voor dit streven naar meer digitale onafhankelijkheid.

    Maar die steun komt met een belangrijke kanttekening. De managers vrezen dat de Europese inspanningen hun doel voorbijschieten als de 27 lidstaten de nieuwe regels elk op hun eigen manier interpreteren en toepassen. Een gefragmenteerd digitaal landschap binnen Europa zou de concurrentiekracht van Europese bedrijven kunnen schaden, zo klinkt het.

    Afhankelijkheid Van Grote Spelers Blijft Groot

    De cijfers uit de rondvraag spreken voor zich: maar liefst 95 procent van de Belgische IT-managers is van mening dat de afhankelijkheid van niet-Europese technologiebedrijven te groot is. Deze bedrijven domineren cruciale sectoren zoals cloudinfrastructuur, software en hardware. Een meerderheid van 60 procent van de respondenten geeft aan dat hun organisatie op dit moment sterk afhankelijk is van minstens één niet-Europese technologieleverancier.

    Deze afhankelijkheid brengt risico’s met zich mee, zoals potentiële verstoringen van de dienstverlening, datalekken of zelfs geopolitieke spanningen die de toegang tot technologie kunnen beïnvloeden. De Europese Commissie wil hier met initiatieven zoals de Data Act en de Cyber Resilience Act een mouw aan passen. Deze wetten moeten de controle over data en de cyberveiligheid binnen de EU vergroten.

    Vrees Voor Een Digitale Muur Tussen Lidstaten

    Hoewel de intentie van de EU wordt toegejuicht, is de bezorgdheid over de uitvoering groot. De IT-managers waarschuwen dat een gebrek aan harmonisatie tussen de lidstaten kan leiden tot een ‘digitale muur’ binnen Europa. Als elk land eigen interpretaties en implementaties van de wetgeving hanteert, wordt het voor bedrijven die in meerdere EU-landen actief zijn, complex en duur om aan alle regels te voldoen.

    Dit zou de interne markt kunnen verstoren en de schaalvoordelen die Europa als één blok kan bieden, tenietdoen. Wij zien vooral het risico dat Europese bedrijven hierdoor minder competitief worden ten opzichte van hun Amerikaanse of Aziatische tegenhangers, die vaak opereren in een meer uniforme thuismarkt. Een eenduidige aanpak is dus cruciaal om de digitale onafhankelijkheid daadwerkelijk te versterken zonder de interne markt te verzwakken.