Tag: beleggen

  • Bitcoinwinsten Liggen Geconcentreerd Op Enkele Dagen, Zegt Bitwise Europe

    Bitcoinwinsten Liggen Geconcentreerd Op Enkele Dagen, Zegt Bitwise Europe

    Wie Bitcoin verhandelt en probeert de markt te timen, mist al snel de boot. Nieuwe data tonen aan dat de meeste winsten op jaarbasis in een fractie van de dagen worden behaald, een patroon dat beleggers al sinds 2010 zien.

    De jaarlijkse winsten van Bitcoin komen steevast neer op een handvol handelsdagen. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van Bitwise Europe, die de prestaties van de munt tussen 2010 en 2026 onder de loep nam. Volgens hoofdonderzoeker Andre Dragosch van Bitwise Europe is het missen van die cruciale dagen vaak voldoende om een winstjaar om te zetten in een verliesjaar. Wij zien vooral dat dit patroon de strategie van ‘kopen en vasthouden’ (buy and hold) sterker maakt dan het proberen te timen van de markt.

    Zo daalde Bitcoin in 2026 met negen procent, wat op zich een beheersbaar verlies was. Zonder de vijf beste handelsdagen van dat jaar zou de munt echter met 36 procent zijn gedaald. Dit is geen eenmalige gebeurtenis: in elf van de afgelopen achttien jaar veranderde het weglaten van slechts de tien beste dagen – op ongeveer 365 – een winstjaar al in een verliesjaar. Wij zien hier een duidelijke bevestiging van de volatiliteit en onvoorspelbaarheid van de cryptomarkt, ondanks de toenemende volwassenheid.

    Tijd in de markt, niet de markt timen

    Neem 2019 als voorbeeld: het jaar eindigde met een stijging van 94 procent, maar zonder de tien beste dagen was er een verlies van 40 procent. Ook in 2011, toen Bitcoin maar liefst 1.474 procent steeg, bleef er zonder de tien beste dagen slechts 2,2 procent over. Deze cijfers tonen aan hoe moeilijk het is om de markt nauwkeurig te timen en wij denken dat de kans op missen van cruciale momenten daardoor groot is. De enige uitzonderingen op deze regel waren 2013 en 2017, jaren waarin de munt ook na het verwijderen van de twintig beste dagen nog solide winsten liet zien. Dat waren breed gedragen rallies, in plaats van enkele korte, hevige pieken.

    De conclusie die Dragosch hieruit trekt, is duidelijk: tijd in de markt hebben, is belangrijker dan de markt timen. Het is bijna onmogelijk om die explosieve dagen perfect te timen. Langdurig vasthouden van Bitcoin is dan ook vaak gemakkelijker en lonender dan actief handelen. Bovendien blijkt uit historische gegevens dat de kans op verlies aanzienlijk afneemt naarmate de houdperiode langer wordt, tot minder dan één procent na drie jaar.

    Uitdaging voor grote beleggers

    Ook Adam Haeems, hoofd vermogensbeheer bij Tesseract Group, herkent dit patroon. Hij wijst op februari 2026, toen Bitcoin op 5 februari met 14 procent daalde, om de volgende dag met 12 procent te stijgen. “Iedereen die op donderdag zijn positie verkocht, had slechts één dag om weer in te stappen,” merkt Haeems op. Dit onderstreept hoe snel de dynamiek kan omslaan en hoe riskant het is om te proberen dalen te vermijden door te verkopen.

    De dagelijkse volatiliteit van Bitcoin is wel afgenomen naarmate de markt volwassener wordt. Waar de beste dag van 2010 nog een stijging van 294 procent liet zien, schommelde dit de afgelopen vier jaar tussen de negen en twaalf procent. Toch blijven de plotselinge prijsbewegingen een probleem voor institutionele beleggers. Paul Howard, senior directeur bij de OTC-desk van Wincent, merkt op dat de liquiditeit van de markt niet 24/7 is, zelfs al handelt crypto wel continu. Wij zien hier een uitdaging voor ‘walvissen’ en grote instellingen die grote orders willen plaatsen, omdat de liquiditeit snel dun kan worden tijdens die korte, hevige pieken. Dat kan de prijs tegen hen laten bewegen.

  • Britse Investeerder Vindt Verloren Bitcoin Van 4,2 Miljoen Euro Terug, Na Jarenlange Zoektocht

    Britse Investeerder Vindt Verloren Bitcoin Van 4,2 Miljoen Euro Terug, Na Jarenlange Zoektocht

    Een gelukkige Britse investeerder heeft na meer dan een decennium zijn verloren bitcoin teruggevonden, die inmiddels in waarde is geëxplodeerd van een bescheiden 1.850 euro naar miljoenen.

    Een Britse investeerder, die enkel bekend is onder het pseudoniem ‘Chris’, heeft zijn verloren bitcoin teruggevonden. Het gaat om een bedrag dat in 2012 ongeveer 1.850 euro waard was, maar nu een duizelingwekkende 4,2 miljoen euro vertegenwoordigt. De man had de munten al meer dan tien jaar afgeschreven.

    Chris kocht zijn eerste bitcoin in december 2011 via de Britse beurs Britcoin, die later Intersango werd. Toen de beurs eind 2012 de deuren sloot en begin 2014 offline ging, verloor hij de toegang tot zijn investering. Zijn initiële inleg was goed voor bitcoin die toen al in waarde gestegen was naar ongeveer 5.000 euro, een bedrag dat hij zich destijds niet kon veroorloven te verliezen.

    Speurwerk van advocatenkantoor

    Het advocatenkantoor CEL Solicitors heeft via zijn zusterbedrijf The Crypto Tracing Experts een doorbraak geforceerd. Met gespecialiseerde software voor cryptotracering identificeerden zij een wallet die gelinkt zou zijn aan voormalige Intersango-gebruikers. Deze wallet bevat meer dan 5.500 BTC, wat op dit moment een totale waarde vertegenwoordigt van zo’n 390 miljoen euro. Dat is een aanzienlijk deel van de huidige marktwaarde van bitcoin, die rond de 70.000 euro per munt schommelt.

    De speurtocht van CEL Solicitors en hun technologische tools onderstreept hoe de crypto-wereld, ondanks haar decentrale aard, steeds vaker onder de loep wordt genomen door gespecialiseerde diensten. Wij zien dat dit soort diensten aan belang winnen, zeker nu de waarde van oudere, ‘verloren’ investeringen exponentieel is toegenomen.

    Gevolgen voor andere investeerders

    Chris’ verhaal is niet alleen een persoonlijk succes, maar kan ook bredere gevolgen hebben. Ryan Sweetnam, directeur financiële geschillen bij CEL Solicitors, benadrukt dat voor het terugvorderen van de activa gedetailleerde archieven nodig waren, inclusief bankdocumenten die bijna vijftien jaar oud waren. Het bewijzen van eigenaarschap is cruciaal in dergelijke zaken.

    Het advocatenkantoor stelt dat andere voormalige Intersango-gebruikers mogelijk ook hun fondsen kunnen terugvorderen, mits zij hun eigendom kunnen aantonen. Dit opent een deur voor vele vroege adoptanten die net als Chris dachten dat hun bitcoin definitief verloren was. Wij twijfelen er niet aan dat dit precedent andere gedupeerden zal aanmoedigen om ook hun oude transacties en bewijzen op te zoeken. Het kan leiden tot een golf van vergelijkbare claims, waarbij jarenlang vergeten vermogen plots weer boven water komt.

  • Performance Food Group Duikt Met RSI Naar 29,6, Southern Company Volgt Kort Daarop

    Performance Food Group Duikt Met RSI Naar 29,6, Southern Company Volgt Kort Daarop

    De aandelen van zowel Performance Food Group als Southern Company zijn vrijdag in ‘oversold’ gebied beland, volgens de Relative Strength Index. Dit betekent dat de recente verkoopgolf een dieptepunt kan hebben bereikt.

    Waar beleggers vaak de neiging hebben om in te stappen wanneer koersen stijgen, en te verkopen wanneer ze dalen, wijst de Relative Strength Index (RSI) soms op het omgekeerde. Beide aandelen, Performance Food Group (PFGC) en Southern Company (SO), daalden op vrijdag 4 september 2026 tot een punt waarop ze als ‘oversold’ werden beschouwd, met een RSI-waarde onder de dertig.

    Concreet bereikte het aandeel van Performance Food Group een RSI van 29,6 na een daling tot 97,81 dollar per aandeel. Southern Company volgde kort daarop met een RSI van 29,7, nadat de koers de 87,76 dollar per aandeel aantikte. Ter vergelijking: de bredere S&P 500 ETF (SPY) noteert momenteel een RSI van 56,3, wat duidt op een neutrale tot licht positieve dynamiek. De lage RSI-waarden voor PFGC en SO signaleren dat de recente, zware verkoopdruk mogelijk zijn hoogtepunt heeft bereikt en dat er een potentiële omkeer in het sentiment op til kan zijn.

    RSI als kompas voor beleggers

    De Relative Strength Index is een technisch analyse-instrument dat de snelheid en de verandering van koersbewegingen meet. De indicator varieert tussen nul en honderd, waarbij een waarde onder de dertig doorgaans wijst op een ‘oversold’ conditie. In de beleggingswereld wordt dit vaak geïnterpreteerd als een teken dat een aandeel ondergewaardeerd is geraakt en dat een opwaartse correctie mogelijk is. Een waarde boven de zeventig duidt dan weer op een ‘overbought’ situatie, wat kan wijzen op een naderende correctie naar beneden.

    Voor Performance Food Group, een voedseldistributeur, lag het dieptepunt van de afgelopen 52 weken op 80,82 dollar, terwijl de piek op 117,475 dollar lag. Het aandeel sloot af op 98,63 dollar. Southern Company, een energiebedrijf, kende een 52-week laagtepunt van 83,80 dollar en een hoogtepunt van 100,835 dollar, met een laatste koers van 88,11 dollar. Wij zien vooral dat de recente daling van beide aandelen hen dicht bij hun jaarlaagtes brengt, wat de ‘oversold’ status verklaart.

    Wat volgt na een ‘oversold’ status?

    Historisch gezien hebben aandelen die in ‘oversold’ gebied terechtkomen de neiging om te herstellen. Dit betekent echter geen garantie voor de toekomst. De quote van Warren Buffett, die adviseert om ‘bang te zijn wanneer anderen hebzuchtig zijn, en hebzuchtig wanneer anderen bang zijn’, resoneert vaak in dergelijke situaties. Een lage RSI kan een aanleiding zijn voor ‘bullish’ investeerders om te zoeken naar instapmomenten, in de verwachting dat de verkoopgolf uitgeput raakt. Wij zouden hier niet te snel conclusies trekken, maar houden het erop dat dit voor de oplettende belegger een signaal kan zijn om dieper in de fundamentele waarde van deze bedrijven te duiken.

  • Montea Ziet De Winst Per Aandeel Dalen Na Een Verhoging Van Het Dividend

    Montea Ziet De Winst Per Aandeel Dalen Na Een Verhoging Van Het Dividend

    De Belgische vastgoedinvesteerder Montea verraste beleggers met een winstdaling per aandeel in 2023, terwijl de analisten juist een stevige groei verwachtten. Toch verhoogt de vastgoedgroep het dividend verder, wat vragen oproept over de waardering.

    Montea, een gevestigde speler in het logistieke vastgoed, publiceerde recent zijn jaarcijfers. Hoewel de markt een groei van de winst per aandeel van 4,85 euro had ingeschat, daalde deze voor het boekjaar 2023 met 10 procent naar 4,37 euro. Dat is een opmerkelijke afwijking, gezien de stabiele prestaties die van vastgoedvennootschappen doorgaans verwacht worden. De operationele winst per aandeel, een belangrijke graadmeter, daalde zelfs met 10 procent.

    De vastgoedinvesteerder, die gespecialiseerd is in logistiek vastgoed met een focus op België, Nederland, Frankrijk en Duitsland, kondigde tegelijkertijd een verhoging van het bruto dividend aan. Dit stijgt van 3,14 euro naar 3,25 euro per aandeel, wat een stijging van 3,5 procent betekent. Op papier klinkt dat mooi, maar wij merken op dat het logistiek vastgoed in de nasleep van de pandemie een stevige waardevermindering heeft gekend, terwijl de rentekosten juist zijn toegenomen. Deze combinatie drukt de winstgevendheid, wat zich vertaalt in de lagere winst per aandeel.

    Waardering Van Het Aandeel

    Wij lezen de cijfers zo dat Montea te maken krijgt met een dubbele uitdaging. Enerzijds is er de inflatie die de operationele kosten opdrijft, anderzijds zien we de impact van gestegen rentevoeten op de financiering van nieuwe projecten en de herfinanciering van bestaande leningen. De daling van de winst per aandeel, gecombineerd met een hogere dividenduitkering, leidt tot een hogere uitkeringsgraad. Dat kan op termijn de financiële flexibiliteit van het bedrijf onder druk zetten.

    Ondanks de tegenvallende winst, verwachten analisten van KBC Securities dat het aandeel, met een koers van 60,60 euro per begin mei, ondergewaardeerd blijft. Zij hanteren een koersdoel van 75 euro per aandeel, wat een potentieel van bijna 24 procent zou inhouden. Wij zien echter een zekere voorzichtigheid geboden bij dergelijke voorspellingen. De marktomstandigheden voor logistiek vastgoed zijn complexer geworden dan enkele jaren geleden, toen e-commerce een enorme boost gaf aan de vraag.

    Toekomstperspectieven En Marktontwikkeling

    De vastgoedportefeuille van Montea omvat momenteel 1,9 miljoen vierkante meter, verdeeld over 111 locaties. De bezettingsgraad blijft met 99,8 procent uitzonderlijk hoog, wat duidt op een sterke vraag naar hun vastgoed. Dit zorgt voor een stabiele huurstroom en dat is een belangrijke pijler voor de financiële gezondheid van de onderneming. De huurinkomsten stegen in 2023 met 9,3 procent, mede dankzij indexeringen en nieuwe verhuringen.

    De netto schuldgraad van Montea bedroeg eind 2023 44,5 procent, met een gemiddelde looptijd van de schulden van 4,4 jaar. De gemiddelde rentevoet op de schuldportefeuille steeg naar 2,6 procent, een stijging die de winst per aandeel onvermijdelijk beïnvloedt. Wij volgen op de voet of Montea erin slaagt om deze kosten onder controle te houden en tegelijkertijd de groei van de portefeuille te bestendigen in een uitdagende marktomgeving. De sector van logistiek vastgoed is momenteel een stuk volatieler dan we gewoon waren, wat zowel kansen als risico’s met zich meebrengt.

  • Na Een Lange Opmars Ziet De Bel20 Zijn Jaarwinst Terugvallen Tot 7,5 Procent

    Na Een Lange Opmars Ziet De Bel20 Zijn Jaarwinst Terugvallen Tot 7,5 Procent

    De Brusselse sterindex sluit de week af met een lichte daling, wat de sterke prestaties van de afgelopen maanden iets nuanceert. Een handvol zwaargewichten trok de index naar beneden, terwijl de aandacht verschuift naar de komende rentebesluiten.

    Na een periode van aanzienlijke groei heeft de Bel20-index een kleine terugval gekend. De Brusselse sterindex sloot de afgelopen week af met een daling van 0,7 procent. Hierdoor krimpt de totale winst sinds de start van het jaar, die eerder nog boven de 8 procent lag, nu tot 7,5 procent. Het was een week waarin beleggers de kat uit de boom keken en grote bewegingen uitbleven, wat resulteerde in een nagenoeg vlakke koers op weekbasis.

    Deze lichte daling komt na een periode waarin de Bel20, net als andere Europese beurzen, sterk presteerde. De index wist de afgelopen maanden consistent te klimmen, gedragen door een combinatie van optimisme over renteverlagingen en sterke bedrijfscijfers. Dat de index nu even pas op de plaats maakt, kan gezien worden als een adempauze na een pittige klim. We zien dit als een teken dat de markt de recente winsten even wil consolideren, in afwachting van nieuwe impulsen.

    Zwaargewichten trekken de kar niet langer

    De neerwaartse beweging van de Bel20 deze week was vooral te wijten aan enkele zwaargewichten die het lieten afweten. Vooral AB InBev en KBC kenden een moeilijke week, wat hun impact heeft op de brede index. Andere aandelen, zoals de chemiegroep Solvay, konden dan weer wel een mooie week afsluiten, wat de daling voor de index enigszins temperde.

    De prestaties van de Bel20 staan in schril contrast met bijvoorbeeld de Amerikaanse S&P 500, die dit jaar al meer dan 10 procent gestegen is. De Belgische markt is traditioneel meer gevoelig voor rentebewegingen en de prestaties van enkele grote multinationals. Dat het jaartotaal nu wat afvlakt, toont aan dat de Belgische beurs kwetsbaarder blijft voor de prestaties van een handvol ondernemingen, die niet altijd in de pas lopen met de bredere internationale trend.

    Wat de rentebesluiten kunnen betekenen

    De relatieve rust op de beursvloer is te verklaren door de afwachtende houding van beleggers. De aandacht verschuift langzaam naar de komende rentebesluiten van de centrale banken. De Amerikaanse Federal Reserve en de Europese Centrale Bank (ECB) staan op het punt om hun monetaire beleid te herzien, en de markt hoopt op concrete signalen voor renteverlagingen. De verwachting is dat deze besluiten de komende weken de richting van de beurzen, inclusief de Bel20, opnieuw zullen bepalen.

    Het is nog onzeker wanneer en hoe groot die renteverlagingen zullen zijn. Sommige analisten verwachten dat de ECB eerder zal bewegen dan de Fed, wat een positieve impuls zou kunnen geven aan Europese aandelen. Wij twijfelen of dit al voldoende is om de Bel20 opnieuw op stoom te krijgen, gezien de economische onzekerheid die nog steeds in de lucht hangt. Het blijft afwachten of de rentebesluiten de nodige wind in de zeilen zullen blazen voor een verdere opmars, of dat de index even op dit niveau zal blijven hangen.

  • Bond-ETF MINN Zakt Naar Oververkocht Gebied Met RSI Van 29,2

    Bond-ETF MINN Zakt Naar Oververkocht Gebied Met RSI Van 29,2

    De Mairs & Power Minnesota Municipal Bond ETF (MINN) heeft vrijdag een opmerkelijke daling gekend, wat de aandacht trekt van analisten die zoeken naar mogelijke instapmomenten.

    De Mairs & Power Minnesota Municipal Bond ETF, kortweg MINN, is vrijdag 4 september 2026 in ‘oververkocht gebied’ beland. De aandelen van deze ETF, die investeert in gemeentelijke obligaties van Minnesota, handelden zo laag als 21,56 dollar per stuk. Dit blijkt uit een analyse van de Relative Strength Index (RSI), een technische indicator die het momentum van een aandeel meet op een schaal van nul tot honderd.

    De RSI van MINN bereikte 29,2, wat significant lager is dan de grens van 30 die doorgaans duidt op een oververkochte situatie. Ter vergelijking: de S&P 500 had op hetzelfde moment een RSI van 56,1. Een lage RSI suggereert dat de recente verkoopgolf mogelijk zijn hoogtepunt heeft bereikt en dat een ommekeer op til kan zijn. Het dieptepunt van 21,56 dollar per aandeel is ook het laagste punt in de afgelopen 52 weken voor de ETF, die eerder een piek van 23,14 dollar kende in diezelfde periode.

    Wat Een Lage RSI Betekent

    Wanneer een aandeel een RSI van onder de 30 heeft, zien veel analisten dit als een signaal dat de markt overdreven negatief is geweest. Dit wil niet zeggen dat de koers meteen zal stijgen, maar eerder dat de verkoopdruk op termijn kan afnemen. Voor beleggers die geloven in de onderliggende waarde van de obligaties waarin MINN investeert, kan dit een moment zijn om de ETF nader te bekijken.

    Wij zien dit vooral als een technische observatie. De beweging van de MINN-aandelen weerspiegelt de dynamiek van de onderliggende obligatiemarkt, die in de Verenigde Staten al langer onder druk staat door onder meer de rentestand. Het huidige dieptepunt van 21,56 dollar per aandeel toont aan dat de ETF dit jaar al een stevige correctie heeft doorgemaakt, aangezien de 52-weekse piek op 23,14 dollar lag.

    Kansen Voor De Lange Termijn?

    Een oververkochte status kan voor optimistische beleggers een aanleiding zijn om potentiële instapmomenten te overwegen. Zij hopen dat de recente zware verkoopgolf zichzelf uitput en de koers weer kan aantrekken. Wij zouden hier echter niet spreken van een garantie: de markt voor obligaties blijft gevoelig voor macro-economische ontwikkelingen en rentewijzigingen. De dagelijkse daling van ongeveer 0,3 procent op vrijdag, ondanks de oververkochte status, toont aan dat er nog geen sprake is van een onmiddellijke koersomslag.

    Het is belangrijk om te onthouden dat de RSI een momentumindicator is en geen voorspeller van toekomstige prestaties. Wij volgen de ontwikkelingen op de obligatiemarkt en de prestaties van dergelijke ETF’s nauwlettend op, gezien hun belangrijke rol in de portefeuilles van veel beleggers.

  • België Haalt Sinds Mei Al 1,3 Miljard Euro Op Via Nieuwe Staatsbons

    België Haalt Sinds Mei Al 1,3 Miljard Euro Op Via Nieuwe Staatsbons

    De nieuwe staatsbons, die sinds 20 mei op de markt zijn, blijken een schot in de roos bij particuliere beleggers, met een opvallend hoog bedrag dat al is opgehaald.

    Particuliere beleggers tonen opnieuw een grote interesse in de staatsbons. Sinds de start van de nieuwe uitgifte op 20 mei haalde België al bijna 1,3 miljard euro op. Dat blijkt uit cijfers van het Agentschap van de Schuld. De populariteit van de staatsobligaties, die vorige week startten, onderstreept de aanhoudende zoektocht van spaarders naar alternatieven voor de traditionele spaarrekening, zeker nu de rente op de staatsbons hoger ligt dan die van veel klassieke spaarproducten.

    De uitgifte van de staatsbons loopt nog tot en met 31 mei, zowel via inschrijvingen bij banken als rechtstreeks via het Grootboek. De rentevoet voor de staatsbon op één jaar bedraagt 3,00 procent bruto, wat neerkomt op 2,10 procent netto na aftrek van de roerende voorheffing van 30 procent. Voor de staatsbon op drie jaar is de bruto rente 2,80 procent, of 1,96 procent netto. Vooral de éénjarige staatsbon lijkt opvallend veel beleggers aan te trekken, gezien het bedrag dat al op de teller staat.

    Groter Succes Dan Verwacht

    De snelle instroom van bijna 1,3 miljard euro in minder dan een week tijd wijst op een groter succes dan aanvankelijk verwacht. Het Agentschap van de Schuld hoopte met deze nieuwe uitgifte vooral de grote banken onder druk te zetten om de spaarrentes te verhogen. Vorig jaar, bij de lancering van de staatsbon ‘Van Peteghem’, haalde de overheid in een recordtempo meer dan 21 miljard euro op. Dat was een duidelijk signaal van spaarders dat ze meer rendement willen zien.

    Deze keer mikte de federale overheid niet op een gelijkaardig bedrag, maar het huidige resultaat toont wel aan dat er nog steeds een stevige honger is naar relatief veilige beleggingen met een aantrekkelijk rendement. Wij zien vooral dat de markt blijft reageren op concrete alternatieven wanneer die aangeboden worden, iets wat de banken waarschijnlijk niet ontgaat.

    Wat Na 31 Mei?

    Het is nu afwachten wat de definitieve opbrengst zal zijn na 31 mei. Zal de totale som nog significant stijgen, en hoe zullen de banken hierop reageren? De Nationale Bank van België (NBB) heeft zich in het verleden kritisch uitgelaten over de lage spaarrentes bij commerciële banken en moedigt meer concurrentie aan. Een nieuwe succesvolle staatsboncampagne kan de druk op de banken verder opvoeren om hun spaaraanbod te herzien. De vraag blijft of deze druk voldoende is om een structurele verhoging van de spaarrentes te realiseren, of dat de staatsbons een tijdelijke oplossing blijven voor spaarders die op zoek zijn naar iets meer.

  • Sofina-Beleggers Zien Aandelenwaardering Stijgen Door Een Nieuw Inkoopprogramma Van 100 Miljoen Euro

    Sofina-Beleggers Zien Aandelenwaardering Stijgen Door Een Nieuw Inkoopprogramma Van 100 Miljoen Euro

    Het Belgische investeringsbedrijf Sofina lanceert een ambitieus aandeleninkoopprogramma. Dat nieuws wordt door de markt positief onthaald, want het bedrijf wil voor 100 miljoen euro eigen aandelen inkopen. Deze zet toont het vertrouwen van het management in de intrinsieke waarde van de onderneming.

    Beleggers in het Belgische investeringsbedrijf Sofina kunnen hun waardering voor de aandelen zien toenemen. De holding heeft namelijk aangekondigd dat het een nieuw aandeleninkoopprogramma opstart. Daarbij is een bedrag van 100 miljoen euro voorzien om eigen aandelen op de open markt terug te kopen. Dit programma, dat van start gaat op 17 juni 2024 en loopt tot 16 juni 2025, volgt op een gelijkaardig initiatief dat in mei van vorig jaar werd afgerond.

    Met zo’n inkoopprogramma vermindert het aantal uitstaande aandelen, wat de winst per aandeel kan opdrijven en zo de koers kan ondersteunen. Sofina lijkt hiermee een duidelijk signaal naar de markt te sturen: het management gelooft dat de huidige beurswaardering van het bedrijf de werkelijke waarde niet volledig weerspiegelt. Wij lezen dit als een strategische zet om de intrinsieke waarde voor de overblijvende aandeelhouders te verhogen en het vertrouwen in de onderneming te versterken.

    Een Vaste Strategie Voor Kapitaalbeheer

    Het is niet de eerste keer dat Sofina kiest voor een aandeleninkoop. Het voorgaande programma, dat liep van mei 2023 tot mei 2024, kende een omvang van 75 miljoen euro. Dat betekent dat het huidige programma een aanzienlijke opschaling is van 25 miljoen euro. De uitvoering van de inkoop zal plaatsvinden via de beurs, wat een transparant proces garandeert en de markt liquiditeit biedt. De directie van Sofina zal de transacties coördineren, binnen de grenzen die de Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft vastgesteld.

    Deze herhaalde inkoop van eigen aandelen past in een bredere trend bij Belgische holdings. Denk aan andere grote spelers zoals GBL of Ackermans & van Haaren, die eveneens regelmatig teruggrijpen naar dit instrument om hun aandeelhouderswaarde te optimaliseren. De strategie van Sofina, met een focus op langetermijninvesteringen in zowel private als beursgenoteerde bedrijven, wordt zo verder ondersteund door een actief kapitaalbeheer dat de aandeelhoudersbelangen vooropstelt.

    Impact Op De Beursprestatie

    Historisch gezien hebben dergelijke aankondigingen vaak een positieve impact op de aandelenkoers, al is dat geen garantie voor de toekomst. De netto-actiefwaarde (NAV) van Sofina is een belangrijke graadmeter voor analisten, en een succesvol inkoopprogramma kan de korting waartegen de aandelen soms verhandeld worden ten opzichte van die NAV, verkleinen. We zien vooral dat dit soort acties een signaal van stabiliteit en financiële daadkracht afgeven in een soms volatiele markt. Het is afwachten hoe de beurs de komende maanden reageert op de uitvoering van dit nieuwe programma.

  • Aperam-Beleggers Zien Hun Aandeel Met 8,1 Procent Stijgen Na Positieve Cijfers

    Aperam-Beleggers Zien Hun Aandeel Met 8,1 Procent Stijgen Na Positieve Cijfers

    De roestvrijstaalproducent verraste de markt met een beter dan verwacht brutobedrijfsresultaat en een voorzichtige optimistische toon over het herstel van de vraag.

    De aandeelhouders van Aperam, de Luxemburgse producent van roestvrij staal, hebben vandaag een opmerkelijke dag achter de rug. Hun aandelenprijs is op de beurs met maar liefst 8,1 procent gestegen. Dit gebeurde nadat het bedrijf zijn kwartaalresultaten bekendmaakte, die de verwachtingen van analisten ruimschoots overtroffen.

    Aperam rapporteerde voor het eerste kwartaal van dit jaar een brutobedrijfsresultaat (EBITDA) van 153 miljoen euro. Dat is een flinke verbetering ten opzichte van de 123 miljoen euro die het in het vorige kwartaal boekte, en duidelijk meer dan de 136 miljoen euro die de markt gemiddeld had ingeschat. Voor het huidige tweede kwartaal verwacht de directie een vergelijkbaar brutobedrijfsresultaat, wat een teken is van stabilisatie na een periode van prijsdruk.

    Vraag Herstelt Zich Traag

    De roestvrijstaalproducent ziet een voorzichtig herstel van de vraag in Europa, na een zwakke periode. Hoewel de vraag uit de distributiesector nog bescheiden blijft, merkt Aperam dat de orders uit de industrie toenemen. Vooral de automobielsector en de sectoren die investeringsgoederen produceren, tonen weer meer interesse. De Braziliaanse markt blijft echter een uitdaging, met aanhoudende importdruk en een zwakke binnenlandse vraag.

    Deze signalen van herstel zijn cruciaal, want de Europese roestvrijstaalmarkt kampt al langer met een overaanbod en hevige concurrentie, vooral van goedkopere import uit Azië. Het vermogen van Aperam om in deze omstandigheden toch een sterker resultaat neer te zetten, wijst op een efficiënte bedrijfsvoering en een zekere veerkracht. Wij zien vooral dat de markt positief reageert op de stabilisatie van de winstgevendheid, wat een belangrijke eerste stap is na een lastige periode voor de sector.

    Voorzichtig Optimisme Over Toekomst

    De directie van Aperam toonde zich voorzichtig optimistisch over de verdere evolutie. Het bedrijf verwacht dat de vraag naar roestvrij staal in Europa langzaam zal blijven aantrekken, hoewel de onzekerheid over de wereldwijde economische groei blijft bestaan. Een van de grootste onzekerheden blijft de impact van verdere geopolitieke spanningen en de prijzen van grondstoffen zoals nikkel en chroom, die de productiekosten direct beïnvloeden. We twijfelen of dit herstel al robuust genoeg is om de groei van voorgaande jaren te evenaren, gezien de aanhoudende internationale concurrentie.

    De beursreactie vandaag toont aan dat beleggers dit nieuws met open armen ontvangen. Het aandeel is nu weer op weg naar niveaus die we in de tweede helft van vorig jaar zagen, wat een welkome opsteker is voor de sector. De komende kwartalen zullen moeten uitwijzen of Aperam deze positieve lijn kan doortrekken en de voorzichtige verwachtingen kan waarmaken in een nog steeds volatiele markt.

  • Cleveland-Cliffs Sluit De Rij Op Analistenlijst, Dat Biedt Mogelijk Kansen

    Cleveland-Cliffs Sluit De Rij Op Analistenlijst, Dat Biedt Mogelijk Kansen

    Het Amerikaanse staalbedrijf Cleveland-Cliffs, beursgenoteerd in New York, bevindt zich helemaal onderaan de lijst van vijftig toonaangevende metaal- en mijnbouwbedrijven, zo blijkt uit een nieuwe rangschikking.

    Uit een studie van Metals Channel blijkt dat Cleveland-Cliffs Inc. (CLF) de vijftigste positie inneemt op de lijst van vijftig bedrijven die deel uitmaken van de Metals Channel Global Mining Titans Index. Deze index omvat de vijftig grootste wereldleiders in de metaal- en mijnbouwsector. De rangschikking is gebaseerd op een gemiddelde van analistenadviezen van de grote makelaarshuizen.

    De positie van Cleveland-Cliffs, dat zich toespitst op de non-precious metals en non-metallic mining sector, is opvallend. Hoewel een lage positie bij analisten vaak als negatief wordt gezien, wijzen analisten van BNK Invest erop dat dit ook een tegengestelde interpretatie toelaat. Een dergelijke lage notering kan immers betekenen dat er veel ruimte is voor opwaartse beweging, aangezien het aandeel momenteel ‘uit de gratie’ is bij veel analisten. Voor contrarian beleggers, die graag tegen de stroom ingaan, kan dit een signaal zijn om nader onderzoek te doen.

    Index Is Dynamisch

    De Metals Channel Global Mining Titans Index is geen statische lijst. De samenstelling wordt continu bijgewerkt om de veranderende marktomgeving te weerspiegelen. Factoren zoals grondstofprijzen, overheidsbeleid en marktvolatiliteit spelen een rol bij de selectie en rangschikking van de bedrijven. Dit betekent dat de positie van Cleveland-Cliffs in de toekomst kan verschuiven, afhankelijk van zowel de prestaties van het bedrijf als de bredere sector. Wij volgen die dynamiek van nabij.

    Huidige Marktbewegingen

    Op de beurs van New York noteert het aandeel Cleveland-Cliffs vandaag, vrijdag, omstreeks het middaguur ongeveer 0,7 procent hoger. Ter vergelijking: sectorgenoten zoals Southern Copper Corp (SCCO) stijgen met ongeveer 0,6 procent, terwijl Ternium S.A. (TX) licht daalt met ongeveer 0,1 procent. Dit toont aan dat er binnen de sector kleine verschuivingen zijn, maar dat Cleveland-Cliffs vooralsnog geen uitzonderlijk herstel laat zien dat de lage analistenranking tegenspreekt. Wij zouden hier geen verregaande conclusies uit trekken op basis van één dag.

  • Snowflake Verwacht Productomzet Met 36 Procent Te Laten Groeien Na Sterk Kwartaal

    Snowflake Verwacht Productomzet Met 36 Procent Te Laten Groeien Na Sterk Kwartaal

    Cloud-dataleverancier Snowflake (SNOW) zag zijn aandelenkoers recent met 16 procent stijgen. Het bedrijf overtrof de verwachtingen voor het tweede kwartaal en verhoogde zijn prognoses voor het hele boekjaar, aangewakkerd door de groeiende vraag naar AI-toepassingen.

    Tot voor kort keek de markt met argusogen naar de waardering van Snowflake, zelfs na sterke kwartaalresultaten. Donderdag zagen aandeelhouders de koers echter met 16 procent omhoogschieten nadat het bedrijf zijn prognoses voor het volledige boekjaar naar boven bijstelde. De cloud-dataleverancier, genoteerd als SNOW, boekte in het tweede kwartaal een omzet van 1,54 miljard dollar (ongeveer 1,42 miljard euro), een groei van 35 procent ten opzichte van een jaar eerder. Deze omzet overtrof de analistenverwachtingen van 1,47 miljard dollar ruimschoots. Wij lezen dit als een duidelijk signaal dat de markt de langetermijngroei van Snowflake nu sterker begint in te prijzen.

    Vooral de productomzet, de belangrijkste graadmeter voor de groei van Snowflake, steeg met 37 procent tot 1,49 miljard dollar. Dit is al het derde opeenvolgende kwartaal waarin deze groeiversnelling optrad. Het bedrijf verwacht voor het derde kwartaal een productomzet tussen de 1,588 en 1,593 miljard dollar, wat neerkomt op een toename van 37 tot 38 procent. De operationele winstmarge (non-GAAP) voor het hele jaar wordt nu voorzien op 14,5 procent, hoger dan de eerder voorspelde 13,5 procent, wat aantoont dat de versnelde groei samengaat met een verbeterde rendabiliteit.

    AI Drijft Groei En Nieuwe Partnerschappen

    De groei van Snowflake wordt voor de helft gedreven door de toenemende adoptie van artificiële intelligentie (AI). Producten zoals de AI-codeerassistent CoCo, die in het afgelopen kwartaal meer dan 2.000 nieuwe accounts toevoegde en nu 9.100 gebruikers telt, en het ‘agentic workplace’-aanbod CoWork met 5.800 accounts, tonen aan hoe AI een steeds grotere rol speelt in de bedrijfsvoering. Snowflake heeft in het kwartaal ook 692 nieuwe klanten verwelkomd. Deze cijfers bevestigen wat wij al langer vermoeden: AI is niet langer een toekomstige belofte, maar een concrete motor voor zakelijke groei.

    De prognose voor de productomzet voor het hele boekjaar is verhoogd van 5,84 miljard dollar (31 procent groei) naar 6,07 miljard dollar (36 procent groei). De resterende contractuele verplichtingen (RPO), een indicator voor toekomstige inkomsten, stegen met 30 procent op jaarbasis naar 9 miljard dollar. Het aantal klanten dat jaarlijks meer dan 1 miljoen dollar aan productomzet genereert, nam met 27 procent toe tot 828. Ter vergelijking: Dell Technologies, een andere speler in de AI-infrastructuur, zag zijn omzet uit AI-geoptimaliseerde servers met 100 procent stijgen naar 16,4 miljard dollar in zijn meest recente kwartaal, wat de enorme omvang van de AI-markt benadrukt.

    Waardering Blijft Een Discussiepunt

    Hoewel de resultaten de beleggers enthousiast maken, blijft de waardering van Snowflake hoog. Het aandeel handelde vóór de recente koersstijging al tegen meer dan 15 keer de verwachte omzet en een koers-winstverhouding van boven de 150. Deze cijfers liggen aanzienlijk boven het sectorgemiddelde, dat rond de 4 keer de verwachte omzet en 20 keer de verwachte winst schommelt. De sprong van 16 procent heeft deze kloof alleen maar vergroot, al zullen de hogere omzet- en winstprognoses deels helpen om de waardering te rechtvaardigen.

    Wij twijfelen of deze premium waardering op korte termijn veel ruimte laat voor verdere snelle koersstijgingen. Voor beleggers met een langere termijnvisie zou de sterke fundamentele groei, aangedreven door AI, echter een reden kunnen zijn om toch positief te blijven. De toenemende bedrijfsreuzen zoals Capital One, Thomson Reuters en Booking.com die de data- en AI-workloads op het platform van Snowflake uitvoeren, ondersteunen de langetermijnvisie. De vraag blijft of de versnelde groei kan blijven opboksen tegen de torenhoge verwachtingen van de markt.

  • Dell Technologies Ziet Omzet Naar 47 Miljard Euro Stijgen Door Grote Vraag Naar AI-Servers

    Dell Technologies Ziet Omzet Naar 47 Miljard Euro Stijgen Door Grote Vraag Naar AI-Servers

    De verwachtingen voor Dell Technologies zijn de voorbije maanden fors gestegen, en het bedrijf bewijst nu dat die groei concreet vorm krijgt. Dell, dat lang vooral bekend stond om zijn pc’s en hardware voor bedrijven, heeft zich ontpopt tot een belangrijke speler in de bouw van AI-infrastructuur. Dit vertaalt zich nu in indrukwekkende kwartaalcijfers die de aandacht van beleggers trekken.

    Dell Technologies rapporteerde onlangs een ongekende kwartaalomzet van 47 miljard dollar (ongeveer 43,2 miljard euro), een stijging van maar liefst 58 procent op jaarbasis. De winst per aandeel schoot met 203 procent omhoog tot 7,04 dollar. De voornaamste motor achter deze groei is de Infrastructure Solutions Group, de divisie die servers, opslag en netwerkproducten levert. Deze groep zag zijn omzet met 89 procent toenemen tot 31,8 miljard dollar en het bedrijfsresultaat verdrievoudigen tot 4,8 miljard dollar. Wij zien vooral dat de enorme vraag naar gespecialiseerde servers voor kunstmatige intelligentie hier een sleutelrol speelt: Dell genereerde 16,4 miljard dollar aan AI-geoptimaliseerde serveromzet en heeft een orderboek van 95 miljard dollar aan AI-servers, wat het bedrijf tot ver in de toekomst werkzekerheid geeft.

    Gigantisch Orderboek en Opwaartse Projeksjes

    Het orderboek van 95 miljard dollar (ongeveer 87,3 miljard euro) biedt Dell Technologies een uitstekende zichtbaarheid op toekomstige inkomsten. De directie van Dell heeft haar omzetprognose voor fiscaal 2027 dan ook fors verhoogd naar 192 miljard dollar, wat een groei van ongeveer 69 procent op jaarbasis zou betekenen. Ook de verwachte aangepaste winst per aandeel werd opgetrokken naar 25,50 dollar, een toename van 148 procent.

    Deze cijfers vallen op in de technologiewereld en we zien dat analisten hun schattingen voor Dell continu opwaarts bijstellen. Het aandeel handelt momenteel tegen ongeveer 25,6 keer de verwachte winst, terwijl analisten een jaarlijkse groei van de winst per aandeel van 30,5 procent op lange termijn voorspellen. Dat lijkt ons een aantrekkelijke waardering voor een bedrijf met dergelijke groeiperspectieven, zeker als je bedenkt dat de AI-infrastructuurcyclus nog volop aan de gang is.

    HPE Bevestigt Sterke Vraag In De Sector

    De sterke prestaties van Dell worden niet alleen intern gedreven. Ook concurrent Hewlett Packard Enterprise (HPE), dat op veel van dezelfde markten actief is, rapporteert een vergelijkbare positieve trend. HPE zag de omzet in het derde kwartaal met 33,7 procent stijgen naar 12,2 miljard dollar, waarbij de omzet uit cloud- en AI-diensten met 25 procent toenam tot 9 miljard dollar. De serveromzet klom met meer dan 35 procent.

    HPE meldde orders voor AI-systemen van 2,4 miljard dollar, en ook hun orderboek bereikte een recordhoogte. Wij lezen dit als een bevestiging dat de enorme investeringen in AI-infrastructuur de hele technologiesector stuwen. Het is duidelijk dat de transformatie van bedrijven die essentieel zijn voor de AI-revolutie, zoals Dell en HPE, nog lang niet voorbij is. Hoewel Dell nog niet de marktwaarde van de ‘Magnificent Seven’ bereikt, met een beurswaarde van ongeveer 334 miljard dollar tegenover de biljoenen van bijvoorbeeld Nvidia of Microsoft, zien wij dat de groeicijfers van Dell die van de topbedrijven evenaren of zelfs overtreffen. Het is een signaal dat de AI-boom diep doordringt in de toeleveringsketen.

  • Sinds Mei Stijgt De Bel20 Naar Hoogste Slotkoers In 23 Jaar

    Sinds Mei Stijgt De Bel20 Naar Hoogste Slotkoers In 23 Jaar

    De Belgische beursindex Bel20 sloot woensdag 15 mei op 3.990,09 punten, een niveau dat de index in de afgelopen 23 jaar niet meer bereikte. De slotkoers, die nipt onder de magische grens van 4.000 punten bleef, is een belangrijke mijlpaal. Analisten en beleggers kijken nu hoopvol naar de mogelijkheid om het absolute record van 4.757 punten uit het jaar 2000 te doorbreken.

    De recente opmars wordt gedragen door een combinatie van factoren. Vooral de sterke prestaties van enkele zwaargewichten in de index, zoals AB InBev en KBC, spelen een cruciale rol. Wij zien vooral dat deze aandelen de motor zijn achter de huidige stijging, wat de veerkracht van de Belgische economie en de bedrijven daarin onderstreept. Een opvallende uitschieter is de koers van biotechnologiebedrijf Argenx, die de afgelopen jaren spectaculair steeg, en nu met een gewicht van bijna 18 procent het belangrijkste aandeel in de Bel20 is. Dat is significant, want tien jaar geleden was Argenx nog geen lid van de index.

    AB InBev En KBC Trekken De Kar

    De prestaties van bierbrouwer AB InBev zijn de afgelopen periode opmerkelijk. Het aandeel veerde de afgelopen maanden al sterk op, maar in de week van 13 mei kwamen er nog eens ruim 5 procent bij. Wij merken op dat de terugkeer van de Chinese consument en de recente gunstige wisselkoerseffecten de resultaten van de brouwer ten goede komen. Ook bankverzekeraar KBC draagt flink bij aan de winsten van de index, met een stijging van meer dan 3 procent in dezelfde week.

    De stabiliteit van de Belgische economie en de relatief lage waarderingen van veel Bel20-bedrijven dragen bij aan de aantrekkingskracht voor beleggers. De Bel20 blijft historisch gezien minder duur dan de meeste andere Europese indexen, wat voor velen een reden is om te investeren. Dat schept ruimte voor verdere groei, als de economische omstandigheden gunstig blijven.

    Een Nieuw Record Binnen Handbereik?

    Hoewel de absolute recordstand van 4.757 punten uit 2000 nog een eind verwijderd lijkt, heerst er optimisme. Sommige analisten, zoals Frank Vranken van Bank Degroof Petercam, achten het zeker en vast mogelijk dat de Bel20 dit jaar een nieuw record neerzet, mits de inflatie verder daalt en de rentes niet opnieuw de pan uit swingen. Wij houden het erop dat de huidige marktdynamiek, met een dalende inflatie en vooruitzicht op renteverlagingen, een vruchtbare bodem legt voor verdere koersstijgingen.

    Een eventuele doorbraak van het record zou niet alleen symbolisch zijn, maar ook de aandacht vestigen op de Belgische aandelenmarkt. Of de index de komende maanden daadwerkelijk die historische piek overschrijdt, hangt af van diverse factoren, waaronder de macro-economische ontwikkelingen en de prestaties van de individuele bedrijven.

  • First Horizon Preferente Aandelen Halen Zeven Procent Rendement, HPE.PRC Klimt Boven De Drie Procent

    First Horizon Preferente Aandelen Halen Zeven Procent Rendement, HPE.PRC Klimt Boven De Drie Procent

    Op de beursvloer is een interessante dynamiek zichtbaar bij de preferente aandelen van twee Amerikaanse giganten. De preferente aandelen van First Horizon, specifiek de Series E (FHN.PRE), doorbraken donderdag de grens van zeven procent rendement. Dit gebeurde op basis van een geannualiseerd kwartaaldividend van 1,625 dollar per aandeel, wat neerkomt op ongeveer 1,50 euro.

    Tegelijkertijd zagen we ook de 7,625 procent Series C Mandatory Convertible Preferred Stock (HPE.PRC) van Hewlett Packard Enterprise een rendement boven de drie procent noteren. De koers van deze aandelen daalde die dag tot 118,62 dollar (circa 109,50 euro), wat het jaarlijkse dividend van 3,8125 dollar (ongeveer 3,50 euro) een aanzienlijke impuls gaf. Dit soort bewegingen toont aan dat preferente aandelen, met hun vaste dividenduitkeringen, een stabiele optie kunnen zijn voor beleggers die op zoek zijn naar inkomsten.

    Hogere Opbrengsten Dan Gemiddeld

    De prestaties van First Horizon’s preferente aandelen zijn opvallend, zeker in vergelijking met het sectorgemiddelde. Het rendement van zeven procent ligt merkbaar boven de 6,86 procent die gangbaar is in de ‘Financial’ preferente aandelen categorie. Bovendien handelde FHN.PRE tegen een korting van 6,80 procent ten opzichte van de liquidatievoorkeur, terwijl het gemiddelde in de sector een korting van 14,01 procent laat zien. Dit duidt erop dat beleggers First Horizon’s preferente aandelen als relatief waardevast beschouwen, zelfs met de nu al hogere opbrengst. Wij zien vooral dat dit aandeel een aantrekkelijke optie kan zijn voor inkomensgerichte beleggers, gezien de combinatie van een hoog rendement en een relatief kleine korting.

    Voor Hewlett Packard Enterprise (HPE.PRC) ligt het verhaal anders. Hoewel het rendement van 3 procent voor deze preferente aandelen de aandacht trekt, blijft het onder het gemiddelde van 4,96 procent voor preferente aandelen in de technologiesector. De preferente aandelen van HPE handelden bovendien met een aanzienlijke premie van 166,48 procent ten opzichte van de liquidatievoorkeur, wat veel hoger is dan de gemiddelde premie van 79,20 procent in de technologiesector. Dit is een verschil dat je niet kan negeren en waarschijnlijk te maken heeft met het ‘mandatory convertible’ karakter, wat betekent dat deze aandelen op termijn omgezet moeten worden in gewone aandelen.

    Wat Betekent Dit Voor Beleggers?

    Voor beleggers is het essentieel om het onderscheid tussen ‘cumulatieve’ en ‘niet-cumulatieve’ preferente aandelen te begrijpen. De preferente aandelen van First Horizon zijn bijvoorbeeld niet-cumulatief. Dat betekent dat, mocht het bedrijf een dividendbetaling missen, het niet verplicht is om deze achterstallige dividenden later alsnog uit te keren voordat de gewone aandeelhouders dividend ontvangen. Dit brengt een extra risico met zich mee, al is de kans op een gemiste betaling bij een stabiel bedrijf als First Horizon doorgaans klein.

    De preferente aandelen van Hewlett Packard Enterprise zijn dan weer ‘mandatory convertible’. Dit houdt in dat ze op een vooraf bepaalde datum of onder bepaalde voorwaarden verplicht worden omgezet in gewone aandelen. Wij denken dat dit een belangrijke overweging is voor beleggers die op zoek zijn naar inkomsten, aangezien de toekomstige opbrengst dan afhankelijk wordt van de koers van het gewone aandeel. Het is een aspect dat de hogere premie deels kan verklaren, omdat het de investeerder blootstelt aan de groeipotentie van het onderliggende gewone aandeel, maar ook aan de volatiliteit ervan.

  • JMUB ETF Daalt Onder 30 Op De RSI-Indicator, Wat Duiding Geeft Voor Handelaars

    JMUB ETF Daalt Onder 30 Op De RSI-Indicator, Wat Duiding Geeft Voor Handelaars

    Het JMUB ETF-fonds, dat belegt in Amerikaanse mid-cap bedrijven, is woensdag 26 maart 2025 in ‘oververkocht’ gebied terechtgekomen. De Relative Strength Index (RSI) van het fonds zakte naar 29,7, een signaal dat een herstel in de koers mogelijk op til is.

    Wanneer de markt woensdag sloot, daalde de koers van het JMUB ETF-fonds tot een niveau van 49,82 dollar per aandeel. Dit bracht de Relative Strength Index (RSI), een technische indicator die het momentum meet, naar 29,7. Een RSI-waarde onder de 30 wordt traditioneel beschouwd als een teken dat een aandeel of fonds ‘oververkocht’ is, wat vaak een voorbode kan zijn van een koersherstel. Ter vergelijking: de RSI van de brede S&P 500-index stond op dat moment op 45,2.

    De lage RSI-stand van JMUB suggereert dat de recente sterke verkoopdruk mogelijk aan het uitputten is. Voor sommige ‘bullish’ beleggers kan dit een interessant instapmoment vormen, omdat historisch gezien een dergelijke daling gevolgd wordt door een opwaartse correctie. Toch is het belangrijk te onthouden dat een lage RSI geen garantie biedt voor een onmiddellijk herstel, het is een van de vele signalen die technische analisten gebruiken.

    Wat Betekent Dit Voor JMUB?

    De koers van JMUB lag woensdag rond de 49,84 dollar, een daling van ongeveer 0,4 procent op die dag. Het dieptepunt van het fonds in de afgelopen 52 weken lag op 49,76 dollar, terwijl het hoogtepunt 51,31 dollar bedroeg. Deze cijfers tonen aan dat het fonds dicht bij zijn laagste punt van het jaar beweegt. Wij zien hierin vooral de aanhoudende druk op dit specifieke fonds.

    De Relative Strength Index is een oscillatie-indicator die schommelt tussen nul en honderd. Een waarde boven de zeventig duidt op een ‘overgekochte’ situatie, wat kan wijzen op een mogelijke neerwaartse correctie, terwijl een waarde onder de dertig duidt op ‘oververkocht’. Deze indicator is nuttig om de snelheid en de verandering van koersbewegingen te meten en kan zo helpen om keerpunten in de markt te identificeren. Het is echter een momentopname; hoe de koers zich de komende dagen zal gedragen, is nog afwachten. Wij zouden hier niet blindelings op varen.

    Breder Kijkend: De Context Van ETF’s

    JMUB is een Exchange Traded Fund (ETF) dat de prestaties van Amerikaanse mid-cap aandelen volgt. Mid-cap bedrijven zijn doorgaans minder volatiel dan small-caps, maar bieden meer groeipotentieel dan large-caps. Dit maakt hen interessant voor beleggers die op zoek zijn naar een balans tussen risico en rendement.

    De sector van ETF’s blijft groeien en trekt steeds meer kapitaal aan. De populariteit van ETF’s, zoals JMUB, is deels te danken aan hun diversificatievoordelen en lagere kosten in vergelijking met actief beheerde fondsen. Het is dan ook geen verrassing dat technische indicatoren zoals de RSI nauwlettend worden gevolgd door een breed scala aan beleggers, van institutionele partijen tot individuele handelaars. Wij twijfelen er niet aan dat de recente daling van JMUB de aandacht zal trekken van degenen die op zoek zijn naar potentiële koopjes, al blijft elke belegging een afweging van risico’s.