Tag: belgen

  • Betalingen Uitstellen: Vier Op De Tien Belgen Kiezen Ervoor

    Betalingen Uitstellen: Vier Op De Tien Belgen Kiezen Ervoor

    Een recent onderzoek toont aan dat 5% van de Belgen dagelijks gebruikmaakt van de mogelijkheid om hun aankopen op een later tijdstip te betalen. Daarnaast stelt 14% dit enkele keren per week uit, 12% enkele keren per maand en 10% enkele keren per jaar. Dit onderzoek werd uitgevoerd door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) bij 2.000 Belgen.

    Belangrijkste bevindingen

    Vier op de tien Belgen kiezen ervoor hun aankopen later te betalen. Ongeveer de helft van de Belgen stelt een budget op. Vooral jongere gebruikers betalen rente op vertraagde betalingen.

    Het onderzoek keek ook naar hoe Belgen hun geld beheren. Het bleek dat 55% van de vrouwen en 48% van de mannen een budget opstellen. Jongeren onder de 44 jaar doen dit vaker dan degenen die ouder zijn dan 45.

    De redenen voor het opstellen van een budget variëren echter per leeftijdsgroep. Jongeren onder de 45 stellen een budget op om te besparen, terwijl oudere leeftijdsgroepen vooral een overzicht van hun inkomsten en uitgaven willen hebben of op zoek zijn naar gemoedsrust.

    Budgetteringsmethoden

    Van degenen die een budget opstellen, doet 46% dit op papier. 40% gebruikt Excel en 24% een bank-app. De meeste mensen gebruiken apps of de functionaliteiten van hun bankdashboard om hun uitgaven te volgen. De frequentie varieert echter: 38% doet dit een of meerdere keren per week, 17% dagelijks en 16% maandelijks. Bijna een derde (29%) doet dit nooit en vertrouwt op hun intuïtie of ervaring.

    Opvallend is dat bijna de helft van de Belgen geen budget opstelt. Bijna 10% van de jongeren tussen 18 en 24 geeft aan niet te weten hoe ze dit moeten doen, ondanks de vele beschikbare opties.

    Koop nu, betaal later

    Naast budgetteren, beïnvloedt ook de manier van betalen ons koopgedrag. 54% van de ondervraagden geeft aan dat ze een beter overzicht hebben over hun uitgaven wanneer ze met contant geld betalen. 44% geeft echter aan dat contactloze betalingen of betalingen via smartphone minder aanvoelen als geld uitgeven.

    54% geeft toe dat het moeilijker is om impulsaankopen te vermijden bij betalingen via smartphone of met een kaart. Dit gevoel is nog sterker bij jongeren.

    Een van de nieuwere betaalopties zijn de ‘koop nu, betaal later’-apps. Meer dan 40% van de ondervraagden gebruikt deze. Deze betaalmethode stelt je in staat om de betaling van je aankoop uit te stellen tot enkele weken na de levering of om gespreid te betalen. Vrouwen (44%) maken vaker gebruik van deze mogelijkheid dan mannen (37%), en ook onder de 45-jarigen is het gebruik hoger dan onder 45-plussers.

    De impact van ‘koop nu, betaal later’

    De ‘koop nu, betaal later’-betaalmethodes zorgen ervoor dat meer dan 1 op de 5 Belgen meer uitgeeft. 58% van de gebruikers zegt dat ze door deze optie de controle over hun uitgaven zijn kwijtgeraakt. 61% zegt dat de optie tot meer impulsaankopen leidt.

    Dit heeft financiële gevolgen, vooral voor jongere gebruikers. In de afgelopen 12 maanden moest 13% van de gebruikers al rente betalen op vertraagde betalingen. Dit percentage ligt nog hoger bij jongere gebruikers: 20% bij 18-24-jarigen en 19% bij 25-34-jarigen.

  • Financiële Kennis Van Belgen Laat Te Wensen Over

    Financiële Kennis Van Belgen Laat Te Wensen Over

    Het lijkt erop dat de financiële kennis van de Belg te wensen overlaat. Uit onderzoek van de ING Bank blijkt dat een kwart van de Belgen hooguit één van de vijf vragen over geld correct kan beantwoorden. Dit maakt hen kwetsbaarder voor oplichtingspraktijken.

    Resultaten van de financiële test

    Bij een test met vijf financiële vragen, kon 11% van de deelnemers geen enkele vraag correct beantwoorden. 14% beantwoordde slechts één vraag goed, terwijl 42% een score van 2 of 3 op 5 behaalde. 24% van de deelnemers scoorde 4 op 5, en slechts 9% beantwoordde alle vragen correct. De gemiddelde score was 2,6 op 5. Mannen, ouderen en hoogopgeleiden presteerden beter dan respectievelijk vrouwen, jongeren en laag- of gemiddeld opgeleiden.

    Het onderzoek toonde ook het Dunning-Krugereffect aan: deelnemers met weinig kennis overschatten hun vaardigheden, terwijl deelnemers met veel kennis zichzelf juist onderschatten. 63% van de deelnemers die slecht scoorden, dachten dat ze het beter hadden gedaan. Aan de andere kant onderschatte 66% van de deelnemers die goed presteerden, hun prestaties. Jongeren tussen de 18 en 34 jaar overschatten hun financiële kennis vaker, terwijl ze in werkelijkheid minder goed scoorden dan oudere deelnemers.

    Vergelijking met andere landen

    Het valt op dat in Nederland en Duitsland aanzienlijk meer inwoners zijn met hoge financiële kennis (50% en 42% respectievelijk), vergeleken met slechts 33% in België die 4 of 5 op 5 scoren.

    Financiële kennis heeft een aanzienlijke invloed op het dagelijkse leven en welzijn van de Belgen. Ondanks dat 65% van de respondenten aangeeft goed met geld om te kunnen gaan, blijven financiële zorgen een veelvoorkomend probleem. Bijna één op de vijf Belgen heeft het afgelopen jaar een financiële beslissing genomen waar hij of zij later spijt van heeft gehad. 22% werd slachtoffer van financiële fraude, een percentage dat oploopt tot een kwart onder mensen met weinig financiële kennis.

    Er is ook een verband tussen financiële kennis en de hoeveelheid spaargeld. 57% van de Belgische gezinnen heeft een spaarbuffer van meer dan drie maanden netto gezinsinkomen. Bij gezinnen met lage of gemiddelde financiële kennis daalt dit percentage tot minder dan de helft, terwijl bijna driekwart van de gezinnen met hoge financiële kennis zo’n buffer heeft.

  • Flexi-Jobs Vullen Uitkeringen Aan Voor Duizenden Belgen

    Flexi-Jobs Vullen Uitkeringen Aan Voor Duizenden Belgen

    Duizenden Belgen vullen hun uitkering aan met een flexi-job, waarvan de inkomsten belastingvrij zijn. Dit zijn voornamelijk mensen in een verlofregeling zoals tijdskrediet, maar er zijn ook 1.318 mensen die flexwerk combineren met een werkloosheids- of ziekte-uitkering.

    Belgen combineren uitkering met flexi-job

    Aan het einde van vorig jaar combineerden 8.137 Belgen een soort uitkering met een deeltijdse flexi-job. Dit is een stijging van 157 procent in vergelijking met 2017, volgens cijfers opgevraagd door Het Laatste Nieuws bij de overheidsinstellingen en ziektekostenverzekeraars. Het merendeel van deze mensen zijn Vlamingen, omdat flexwerk in Brussel en Wallonië nog niet wijdverspreid is.

    Fiscaal aantrekkelijke flexi-jobs

    De meeste mensen combineren een vorm van verlof met een flexi-job, zoals ouderschapsverlof of tijdskrediet. Ze vullen hun tijd buiten het verlof aan met een flexi-job. Door de fiscale voordelen van flexi-jobs, verdienen ze soms meer dan wanneer ze fulltime zouden werken.

    Werklozen en langdurig zieken nemen flexi-jobs

    Er zijn echter ook steeds meer werklozen of langdurig zieken die een flexi-job aannemen naast hun uitkering. Dit aantal is gestegen naar 1.318 mensen. Hiervan is ongeveer duizend werkloos en enkele honderden zijn (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt, volgens de ziektekostenverzekeraars en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

    Combinatie van uitkering en flexi-job is wettelijk toegestaan

    Hoewel deze combinatie wettelijk is toegestaan, zijn er strikte voorwaarden verbonden aan het combineren van een werkloosheidsuitkering met een flexi-job. Zo moet je negen maanden voor je aanvraag minstens vier vijfde hebben gewerkt bij een andere werkgever.

    Voordelen en nadelen van het systeem

    Het systeem lijkt voordeel te bieden aan degenen die profiteren van de combinatie van uitkering en belastingvrije flexi-job. Echter, sommigen, zoals de professor sociaal-economisch beleid Ive Marx (UAntwerpen), menen dat het systeem zijn doel voorbij schiet en de overheidsinkomsten ondermijnt.

  • Toename In Het Gebruik Van Overheids Spaarrekeningen Onder Belgen

    Toename In Het Gebruik Van Overheids Spaarrekeningen Onder Belgen

    De e-Depo-rekening is een vorm van een spaarrekening die individuen of bedrijven kunnen openen bij de Belgische overheid. De rente op deze rekening is direct verbonden aan de evolutie van de Belgische kortetermijnrente over een periode van twaalf maanden. Toen deze rente in mei 2025 begon te stijgen, leidde dat in september van datzelfde jaar tot een verhoging van de rente op de e-Depo-rekening van 1,9% naar 2% bruto (1,4% netto).

    Stijgende interesse in de e-Depo-rekening

    Sinds september vorig jaar is er een toename te zien in het aantal nieuwe depositorekeningen. Tegelijkertijd is er een daling in het aantal opnames. Deze minimale renteverhoging was genoeg om de interesse in de rekening te hernieuwen. Daarbij kwam ook dat banken de rente op spaarboekjes in de zomer van vorig jaar nog verder verlaagden. Eind vorig jaar waren er 12.040 e-Depo-rekeningen actief, dat is 3% meer dan eind 2024. Deze rekeningen bestonden uit 10.554 particuliere rekeningen en 1.486 zakelijke rekeningen, die samen een totaalbedrag van 1,1 miljard euro vertegenwoordigen.

    Maandelijkse rente op de e-Depo-rekening

    De rente op de e-Depo-rekening kan maandelijks veranderen en wordt ook maandelijks uitgekeerd. Echter, je hebt alleen recht op deze rente als het geld minimaal twaalf maanden op de rekening heeft gestaan. De rente kan jaarlijks worden opgevraagd, op 1 januari. De rekening kan op elk gewenst moment worden afgesloten.

    De e-Depo-rekening kreeg bekendheid in 2022 en 2023, toen de kortetermijnrente in slechts 15 maanden van -0,6% naar 3,7% sprong. Terwijl banken nauwelijks reageerden op deze stijging en de rentes op hun spaarboekjes ver onder 1% hielden, steeg de rente op de e-Depo-rekening in april 2023 naar 3,1% bruto (2,17% netto).

  • Nooit Eerder Stelden Zoveel Belgen Een Testament Op, En Ze Doen Het Steeds Vroeger

    Nooit Eerder Stelden Zoveel Belgen Een Testament Op, En Ze Doen Het Steeds Vroeger

    Vorig jaar stelden Belgen een ongekend aantal van 82.215 testamenten op, dat is een vijfde meer dan in 2021. De gemiddelde leeftijd van degenen die een testament opstellen is aanzienlijk gedaald, met twee jaar, vergeleken met 2024. Tegelijkertijd adviseren notarissen om voorzichtig te zijn met het gebruik van kunstmatige intelligentie bij het opstellen van testamenten.

    Het toenemende belang van testamenten

    Een testament stelt u in staat om af te wijken van de wettelijke erfrechten en zelf te bepalen wie wat van uw nalatenschap ontvangt. Vooral Vlamingen maken graag gebruik van deze mogelijkheid: ongeveer 70% van de testamenten wordt in Vlaanderen ondertekend. Dat blijkt uit cijfers van de Federatie van het Notariaat (Fednot).

    Het aantal nieuwe testamenten in ons land is in vergelijking met 2021 met een vijfde gestegen, van 68.586 in 2021 naar 82.215 in 2025. “Mensen houden zich meer bezig met erfenisregelingen, omdat de gezinssituaties complexer worden. Dit vereist meer maatwerk”, zegt Bohyn.

    De veranderende samenlevingsvormen

    “In het traditionele gezin van getrouwde ouders met alleen gezamenlijke kinderen, is er vaak geen noodzaak voor een testament”, zegt Bohyn. Wettelijk samenwoners hebben maar een beperkt erfrecht en feitelijke samenwoners helemaal geen. Wie zijn partner iets (meer) wil nalaten, moet een testament opstellen.

    Singles die een erfenis voor een vriend hebben opgesteld, waarmee ze tot €15.000 voordelig konden nalaten, moeten een nieuw testament opstellen om te profiteren van de uitgebreidere singlekorting.

    Notarieel versus handgeschreven testamenten

    De cijfers hebben betrekking op testamenten die zijn geregistreerd in het Centraal Register voor Testamenten (CRT), dat wordt beheerd door Fednot. Een notarieel opgesteld testament wordt altijd geregistreerd.

    Daarnaast zijn er de handgeschreven testamenten die niet geregistreerd worden. Notarissen raden ten stelligste af om met kunstmatige intelligentie een testament op te stellen. “Zelfs een testament dat op het eerste gezicht geldig lijkt, garandeert niet automatisch dat de zaken bij het overlijden vlekkeloos verlopen”, zegt Bohyn.

  • Pensioensparen: Fiscale Valstrik Treft 2.300 Belgen In Het Afgelopen Jaar

    Pensioensparen: Fiscale Valstrik Treft 2.300 Belgen In Het Afgelopen Jaar

    De derde pensioenpijler heeft opnieuw geleid tot fiscale verliezen voor een aantal belastingbetalers. Volgens cijfers die De Tijd heeft verkregen van de Federale Overheidsdienst Financiën, hebben vorig jaar 2.339 mensen een bedrag tussen 1.020 euro en 1.224 euro gestort in hun pensioenspaarfonds of verzekering. Hierdoor ontvangen zij nu minder belastingvermindering dan wanneer ze minder hadden ingelegd.

    De complexiteit van de fiscale plafonds

    Dit verlies is te wijten aan de twee fiscale plafonds van het pensioensparen. In 2024 gaf een storting van maximaal 1.020 euro recht op 30 procent belastingvermindering van het gestorte bedrag. Voor stortingen boven de 1.020 euro, tot een maximum van 1.310 euro, was het fiscale voordeel slechts 25 procent. Pensioenspaarders die meer dan 1.020 euro en minder dan 1.224 euro hebben gestort, ontvangen dus minder fiscale korting dan degenen die niet meer dan 1.020 euro hebben bijgedragen.

    Dit tweesporenstelsel brengt risico’s met zich mee. Een bijdrage van meer dan 1.020 euro en minder dan 1.224 euro leidt tot een kleinere fiscale korting dan wanneer men zich had beperkt tot een storting van 1.020 euro. Bijvoorbeeld, een storting van 1.100 euro in 2024 resulteert in een belastingvermindering van 275 euro (25% van 1.100 euro), terwijl een storting van 1.020 euro een fiscaal voordeel van 306 euro (30% van 1.020 euro) oplevert.

    Geïndexeerde drempels in 2025

    Dit jaar zijn beide drempels verhoogd door indexering om ze aan te passen aan de inflatie. Hoewel de overheid heeft besloten om verschillende fiscale bedragen tot 2029 te bevriezen op het niveau van 2024, is de derde pensioenpijler hier nog niet aan onderworpen. Vanaf volgend jaar zullen de plafonds echter voor een aantal jaren worden vastgesteld. Deze respijtperiode is te danken aan het feit dat veel mensen al aan het begin van het jaar geld storten, waardoor het onmogelijk was om midden in het jaar terug te keren naar de plafonds van vorig jaar.

    Dit jaar kunnen particulieren tot 1.050 euro storten om van de 30 procent belastingvermindering te profiteren, en tot 1.350 euro als ze meer willen bijdragen, maar dan is het fiscale voordeel beperkt tot 25 procent. Wie dit jaar meer dan 1.050 euro en minder dan 1.260 euro stort, kan in de fiscale val trappen.

    De Federale Overheidsdienst Financiën waarschuwt hiervoor op zijn website: ‘Het fiscale voordeel van 25 procent is alleen voordelig als u meer dan 1.260 euro spaart in 2025.’ Ondanks deze waarschuwing storten elk jaar meer dan 2.000 Belgen te weinig om optimaal gebruik te maken van het systeem.

    Ten slotte tonen de cijfers aan dat het hogere plafond jaar na jaar minder populair wordt. Minder dan 91.500 belastingbetalers kozen ervoor in 2024, vergeleken met meer dan 92.500 in 2023, bijna 99.000 in 2022 en meer dan 100.000 in 2021.

  • Financiële Bescherming Bij Overlijden: Waarom 70% Van De Belgen Niet Voorbereid Is

    Financiële Bescherming Bij Overlijden: Waarom 70% Van De Belgen Niet Voorbereid Is

    Bijna zeventig procent van de Belgische bevolking is financieel niet voorbereid op het overlijden. Een aanzienlijk deel van de bevolking, meer dan drie op de vijf, geeft aan dat ze geen enkele vorm van overlijdensverzekering hebben. Deze bevindingen zijn afkomstig uit een enquête uitgevoerd in opdracht van verzekeraar AG.

    Overzicht van de Overlijdensverzekeringen in België

    Uit het onderzoek bleek dat slechts 12% van de Belgen een schuldsaldoverzekering heeft, 11% een uitvaartverzekering, 9% een individuele overlijdensverzekering en 7% een overlijdensverzekering via de werkgever.

    Ongeveer 36% van de Belgen heeft nooit nagedacht over de financiële gevolgen van hun overlijden voor hun nabestaanden. Dit percentage stijgt tot 47% onder personen jonger dan 45 jaar. Aan de andere kant heeft 33% er wel over nagedacht, maar nog geen concrete acties ondernomen. Dit percentage loopt op tot 39% onder de 45-plussers.

    Redenen voor het Gebrek aan Voorbereiding

    Er zijn verschillende redenen waarom Belgen niet voorbereid zijn op de financiële gevolgen van overlijden. Een daarvan is dat 45% van de Belgen niet over dit onderwerp praat met hun familie, vaak omdat het als taboe wordt beschouwd. Daarnaast voelt 28% van de Belgen zich te jong om een overlijdensverzekering af te sluiten. Dit percentage stijgt tot 57% onder de -45-jarigen. Toch zijn het juist deze personen die zich vaak in een risicovolle levensfase bevinden met hoge kosten, zoals een lopende hypotheek, jonge kinderen en hoge studiekosten.

    De kosten van een individuele overlijdensverzekering zijn relatief beperkt. Voor een 32-jarige in goede gezondheid, die niet rookt, bedraagt de premie ongeveer 200 euro per jaar of 17 euro per maand, voor een uitbetaling van een vast bedrag van 300.000 euro in geval van overlijden.

    Een kwart van de Belgen gelooft dat hun nabestaanden het zonder overlijdensverzekering ook wel redden. Deze overtuiging kan samenhangen met het feit dat veel Belgen vastgoed bezitten.

  • Verhoogde Hypotheekleningen Door Belgen

    Verhoogde Hypotheekleningen Door Belgen

    In het derde kwartaal van 2025 sloten Belgen ongeveer 53.100 hypothecaire kredieten af, wat neerkomt op een totaalbedrag van ongeveer 10,1 miljard euro. Dit markeert een stijging van bijna 12% in vergelijking met dezelfde periode in 2024. Daar komt nog bij dat het toegekende bedrag zelfs met 23% is gestegen, zo blijkt uit gegevens van de Belgische federatie van financiële instellingen, Febelfin.

    Gemiddelde toename van geleende bedragen

    Het gemiddeld geleende bedrag is dus toegenomen. In het derde kwartaal van 2025 kwam het gemiddelde geleende bedrag voor de aankoop van een woning uit op 214.662 euro, ten opzichte van 201.882 euro een jaar eerder.
    Het gemiddelde bedrag voor een bouwkrediet steeg naar 258.927 euro, waar het in hetzelfde kwartaal van 2024 nog 230.176 euro was. Ook het gemiddelde kredietbedrag voor aankoop met renovatie zag een toename, van 218.367 euro in 2024 naar 242.282 euro.

    Voortgezette trend naar hogere bedragen

    De trend naar hogere bedragen zet zich door. In het derde kwartaal van 2025 steeg het aantal nieuwe kredietaanvragen met ongeveer 6,7%, en het gevraagde bedrag lag 13,5% hoger. Er werden iets minder dan 73.000 kredietaanvragen ingediend, voor een totaalbedrag van iets meer dan 15 miljard euro.
    De toename van de vraag naar krediet is verbonden met het toegenomen aantal vastgoedtransacties, aangemoedigd door diverse fiscale stimuli. Zo daalden bijvoorbeeld de registratierechten voor de eigen woning in Wallonië van 12,5% naar 3%, en in Vlaanderen van 3% naar 2%.

    Tenslotte stabiliseerde de hypotheekrente. Volgens de Nationale Bank varieerden ze in augustus gemiddeld tussen 4,11% voor leningen met jaarlijks variabele rente en 3,16% voor leningen met een vaste renteperiode van minstens 10 jaar.

  • Belgen Maken Minder Vaak De Overstap Naar Een Andere Bank

    Belgen Maken Minder Vaak De Overstap Naar Een Andere Bank

    In de eerste helft van 2025 noteerde de bankoverstapdienst 58.882 verzoeken voor het sluiten en/of overzetten van zicht- of spaarrekeningen. Dit betekent een afname van 23 procent. In vergelijking, in de eerste helft van 2024 werden er 76.133 overschakelingen geregistreerd. Dit uitzonderlijk hoge aantal was te wijten aan de intense concurrentie tussen de banken in dat jaar.

    Het effect van de Van Peteghem-staatsbon op bankwissels

    Een belangrijke factor in deze ontwikkeling was de Van Peteghem-staatsbon, geïntroduceerd door de toenmalige minister van Financiën in september 2023. Dit geld werd vorig jaar vrijgegeven, waardoor banken al vroeg in het jaar aan het strijden waren om klanten. Klanten maakten op hun beurt van de kans gebruik om over te stappen naar concurrerende banken.

    De impact van de overname van AXA Bank door Crelan

    De afronding van de overname van AXA Bank door Crelan had eveneens invloed. Deze overname resulteerde vorig jaar in een groot aantal rekeningoverdrachten tussen de twee merken.

    In vergelijking met het eerste semester van 2023 is er een lichte stijging in het aantal bankwissels. Gedurende de eerste zes maanden van 2023 vonden er 57.239 bankwissels plaats.

    De bankoverstapdienst, ook wel Bankswitching genoemd, is sinds 2009 actief. Deze gratis dienst maakt het gemakkelijker om van bank te veranderen, zonder het risico dat betalingen en domiciliëringen worden onderbroken.

    Vraag en Antwoord

    Wat was het totaal aantal bankwissels in de eerste helft van 2025?
    In de eerste helft van 2025 werden er 58.882 bankwissels geregistreerd.

    Wat was de invloed van de Van Peteghem-staatsbon op bankwissels?
    De Van Peteghem-staatsbon, geïntroduceerd in 2023, werd in 2024 vrijgegeven. Dit leidde tot een toename in competitie tussen banken en een uitzonderlijk hoog aantal bankwissels in dat jaar.

    Wat is de bankoverstapdienst en wanneer werd deze opgericht?
    De bankoverstapdienst, ook bekend als Bankswitching, werd opgericht in 2009. Deze gratis dienst maakt het voor klanten eenvoudiger om van bank te veranderen, zonder dat betalingen en domiciliëringen worden onderbroken.

  • Belastingvalstrik: 2.300 Belgen Stortten Teveel In Hun Pensioenspaarfonds Vorig Jaar

    Belastingvalstrik: 2.300 Belgen Stortten Teveel In Hun Pensioenspaarfonds Vorig Jaar

    Uit recente gegevens van de Federale Overheidsdienst Financiën, blijkt dat 2.339 mensen in 2024 tussen de 1.020 euro en 1.224 euro in hun pensioenspaarrekening of -verzekering hebben gestort. Hierdoor hebben ze een kleinere belastingvermindering ontvangen dan als ze minder hadden bijgedragen. Dit is te wijten aan de twee bestaande plafonds binnen het systeem van pensioensparen.

    In 2024 gaf een storting van maximaal 1.020 euro recht op een belastingvermindering van 30 procent van het totaal gestorte bedrag. Voor stortingen boven dit bedrag, tot een maximum van 1.310 euro, was het fiscale voordeel slechts 25 procent.

    De risico’s van het tweesporensysteem

    Pensioenspaarders die meer dan 1.020 euro, maar minder dan 1.224 euro storten, ontvangen een kleinere fiscale korting dan spaarders die hun bijdrage beperken tot 1.020 euro. Dit tweesporensysteem houdt dus risico’s in. Bij een storting van bijvoorbeeld 1.100 euro in 2024, ontvangt de spaarder een belastingvermindering van 275 euro (25% van 1.100 euro), terwijl een storting van 1.020 euro een fiscaal voordeel van 306 euro (30% van 1.020 euro) oplevert.

    Geïndexeerde drempels en toekomstige bevriezing

    In 2025 liggen de drempels hoger dankzij een indexering om ze aan te passen aan de inflatie. Ondanks de beslissing van de regering om diverse fiscale bedragen tot 2029 te bevriezen op het niveau van 2024, is de derde pensioenpijler hier nog niet aan onderworpen. Echter, vanaf volgend jaar zullen de plafonds voor enkele jaren worden vastgezet.

    Dit jaar kunnen particulieren tot 1.050 euro storten om te genieten van de belastingvermindering van 30 procent, en tot 1.350 euro als ze meer willen bijdragen, maar dan met een fiscaal voordeel beperkt tot 25 procent. Wie dit jaar meer dan 1.050 euro en minder dan 1.260 euro stort, kan in de fiscale valstrik lopen.

    De Federale Overheidsdienst Financiën waarschuwt op zijn website dat het fiscale voordeel van 25 procent alleen gunstig is als er meer dan 1.260 euro wordt gespaard in 2025. Ondanks deze waarschuwing vallen jaarlijks meer dan 2.000 Belgen in de val door te weinig te storten om optimaal van het systeem te profiteren.

    Tenslotte tonen de cijfers aan dat het hogere plafond steeds minder populair wordt. Minder dan 91.500 belastingplichtigen kozen hiervoor in 2024, tegenover meer dan 92.500 in 2023, bijna 99.000 in 2022 en meer dan 100.000 in 2021.

    Vraag & Antwoord

    Hoeveel mensen vielen vorig jaar in de fiscale valstrik van de derde pensioenpijler?
    Uit de gegevens blijkt dat 2.339 mensen vorig jaar teveel geld stortten in hun pensioenspaarfonds, waardoor ze een kleinere belastingvermindering ontvingen.

    Wat zijn de risico’s van het tweesporensysteem?
    Het tweesporensysteem houdt in dat pensioenspaarders die meer dan 1.020 euro, maar minder dan 1.224 euro storten, een kleinere fiscale korting ontvangen dan spaarders die hun bijdrage beperken tot 1.020 euro.

    Wat is het advies van de Federale Overheidsdienst Financiën voor 2025?
    De Federale Overheidsdienst Financiën adviseert dat het fiscale voordeel van 25 procent alleen gunstig is als er meer dan 1.260 euro wordt gespaard in 2025.

  • Recordaantal Belgische Beleggers Kiezen Voor ETF’s: Analyse Eerste Kwartaal 2025

    Recordaantal Belgische Beleggers Kiezen Voor ETF’s: Analyse Eerste Kwartaal 2025

    In het eerste kwartaal van 2025 nam een recordhoeveelheid van 94.000 Belgische retailbeleggers de stap om te investeren in een ETF of tracker. Uit een overzicht van de FSMA, de Belgische financiële markttoezichthouder, blijkt dat voor 22.000 van deze beleggers het hun eerste investering was in dit soort product.

    Een ETF of tracker is een type beleggingsfonds dat op de beurs genoteerd staat en een specifieke beursindex nastreeft. Dit maakt het mogelijk om het beheer te automatiseren en de kosten laag te houden.

    Positieve start van het tweede kwartaal

    Het tweede kwartaal begon ook veelbelovend. In de dagen na de aankondiging van de Amerikaanse importtarieven op 2 april, was er een duidelijke toename in het aantal aandelen en ETF’s dat verhandeld werd door Belgische retailbeleggers. De meerderheid van deze transacties waren aankopen.

    Vraag & Antwoord

    Hoeveel Belgische retailbeleggers investeerden in trackers het eerste kwartaal van 2025?
    Er was een recordaantal van 94.000 Belgische retailbeleggers die in het eerste kwartaal van 2025 investeerden in een ETF of tracker.

    Wat is een ETF of tracker?
    Een ETF of tracker is een op de beurs genoteerd beleggingsfonds dat een specifieke beursindex nastreeft. Dit maakt het mogelijk om het beheer te automatiseren en de kosten laag te houden.

    Wat was de impact van de Amerikaanse importtarieven op de handel in aandelen en ETF’s?
    Na de aankondiging van de Amerikaanse importtarieven op 2 april was er een duidelijke toename in het aantal aandelen en ETF’s dat verhandeld werd door Belgische retailbeleggers.