Om een begrotingstekort van 10 miljard euro te dichten, liggen bij de Belgische regering voorstellen op tafel om de btw op te trekken en de vennootschapsbelasting voor de non-profitsector te hervormen. Deze maatregelen stuiten op weerstand binnen de coalitie.
De Belgische regering is gestart met de begrotingsonderhandelingen en zoekt naar manieren om een gat van 10 miljard euro te dichten. Een van de opvallendste voorstellen is een hervorming van de vennootschapsbelasting voor de non-profitsector. Dit betekent dat organisaties zoals vakbonden, vzw’s, sportclubs en ziekenfondsen mogelijk op een gelijkaardige manier belast zullen worden als commerciële bedrijven. Momenteel genieten veel van deze entiteiten een fiscaal gunstig regime.
Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) zou dit idee voorstellen, waarbij er wel een drempel van 25.000 euro zou gelden alvorens belastingen verschuldigd zijn. Een alternatief is om enkel winsten te belasten die non-profitorganisaties boeken in directe concurrentie met de markt, zoals de verzekeringen die ziekenfondsen aanbieden. Wij zien vooral dat dit voorstel een fundamentele verschuiving zou betekenen in hoe de overheid naar de non-profitsector kijkt, van een primair maatschappelijke rol naar een meer bedrijfseconomische benadering waar winstgevendheid een rol speelt.
Btw-Verhoging En Kosten Zorg
Een andere, potentieel snelle manier om miljarden euro’s op te halen, is een verhoging van de btw. Denk hierbij aan het optrekken van het hoogste tarief van 21 procent naar 22 procent, of het gelijktrekken van de lagere tarieven van 6 en 12 procent naar een nieuw tussentarief van 9 procent. N-VA Europarlementslid Johan Van Overtveldt verklaarde in VRT NWS dat dit de ‘minst schadelijke’ manier is om inkomsten te genereren, al is de N-VA zelf geen voorstander van belastingverhogingen.
De Franstalige liberalen van MR, met voorzitter Georges-Louis Bouchez voorop, verzetten zich hier fel tegen en noemen extra belastingen ‘het stomste wat je kunt doen’ voor economische groei. Wij twijfelen of een brede btw-verhoging politiek haalbaar is, gezien eerdere pogingen in de cultuursector en bij afhaalmaaltijden door de Raad van State als ‘juridisch onhoudbaar’ werden bestempeld. Dit toont aan hoe gevoelig fiscale aanpassingen liggen, zelfs wanneer ze economisch onderbouwd zijn.
Ook de gezondheidszorg ligt onder de loep. Voorstellen om de groeinorm van het zorgbudget te beperken, of het remgeld bij de huisarts te verdubbelen, zijn onderdeel van de discussie. Dit zou betekenen dat patiënten, en zeker degenen met een verhoogde tegemoetkoming, een aanzienlijk groter deel van de kosten zelf moeten dragen. Tevens wordt er gekeken naar het activeren van langdurig zieken en het strenger controleren van de inkomensdrempels voor sociale tegemoetkomingen. Al deze maatregelen, hoewel gericht op besparing, raken direct aan de financiële situatie van miljoenen Belgen.
Vermogensbelasting En Besparing Overheid
Aan de linkerzijde van het politieke spectrum dringen Les Engagés en Vooruit aan op een belasting op vermogen. Les Engagés wil 0,3 procent heffen op het roerend vermogen van de ‘5 procent rijkste Belgen’, waarbij ze beginnen vanaf 500.000 euro, woningen niet meegerekend. Vooruit mikt op mensen met een financieel vermogen van meer dan een miljoen euro. Bij CD&V is men hier minder enthousiast over en geeft men de voorkeur aan een versterking van de bestaande effectentaks. De N-VA en MR zijn de grootste tegenstanders van dergelijke vermogensbelastingen.
Daarnaast is er sprake van een strengere aanpak van managementvennootschappen, om te voorkomen dat hoge inkomens via deze constructies aan de personenbelasting ontsnappen. De MR pleit dan weer voor besparingen op de overheid zelf, door te snijden in ambtenarij en politieke functies, en pleit zelfs voor het stopzetten van ontwikkelingshulp. Deze veelheid aan voorstellen en de tegenstellingen daartussen maken dat de onderhandelingen over het sluitstuk van de begroting nog een lange weg te gaan hebben.


