Tag: CBAM

  • Europa Verhoogt Indiaas Staalimportquotum Met 10 Procent, CO2-Heffing Blijft Van Kracht

    Europa Verhoogt Indiaas Staalimportquotum Met 10 Procent, CO2-Heffing Blijft Van Kracht

    India en de Europese Unie hebben een akkoord bereikt over hogere staalimportquota voor 2024, wat de beschikbaarheid van staal op de Europese markt vergroot, hoewel importeurs nog steeds rekening moeten houden met de nieuwe CO2-grensheffing.

    Wat betekent het voor Europese bedrijven die staal importeren dat India meer staal mag leveren aan de Europese Unie? Concreet kunnen importeurs in 2024 meer staal uit India importeren dan de eerder overeengekomen hoeveelheid. Dit akkoord komt er ondanks de introductie van een CO2-heffing aan de grens, de zogenaamde Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), die vanaf volgend jaar definitief van kracht wordt in de EU.

    De Europese Commissie heeft de importquota voor Indiaas staal voor het lopende jaar verhoogd. Dit betekent dat er minder importtarieven betaald hoeven te worden voor de extra volumes. De Indiase staalsector is hier al langer voor aan het lobbyen. Voor 2024 mag India bijna 1 miljoen ton staal meer exporteren naar Europa dan de eerdere beperking van 4,6 miljoen ton. Deze verhoging reageert op de vraag van Indiase staalproducenten, die de Europese markt als cruciaal zien voor hun export.

    De verhoging van de importquota valt samen met de geleidelijke invoering van de CBAM, die als doel heeft om ‘koolstoflekkage’ tegen te gaan. Dit mechanisme dwingt importeurs om certificaten te kopen die de CO2-uitstoot van hun ingevoerde goederen dekken, vergelijkbaar met wat Europese producenten al betalen via het emissiehandelssysteem. Voor de Europese staalindustrie betekent dit een extra laag van complexiteit, aangezien ze enerzijds meer buitenlands staal zien binnenkomen, maar anderzijds ook te maken krijgen met de milieu-eisen die gelden voor alle import.

    Wat betekent dit voor de staalmarkt?

    De afspraken betekenen een dubbelzinnige situatie voor de Europese staalmarkt. Enerzijds zorgt de verhoging van de quota voor meer aanbod en mogelijk lagere prijzen, wat gunstig kan zijn voor afnemers. Anderzijds moeten importeurs zich voorbereiden op de financiële gevolgen van de CBAM. Wij zien vooral dat dit de druk op Europese staalproducenten vergroot. Zij moeten concurreren met een grotere importstroom, terwijl ze zelf ook investeren in schonere productiemethoden om aan de strenge Europese milieunormen te voldoen.

    De CBAM-heffing, die in 2026 volledig van kracht wordt, zal naar verwachting een significante invloed hebben op de kostenstructuur van staalimport. Hoewel de quota nu verhoogd zijn, blijft het principe staan dat de CO2-uitstoot van geïmporteerd staal in rekening wordt gebracht. Dit kan op termijn leiden tot een verschuiving in de globale staalhandel, waarbij landen met lagere CO2-uitstootvoetafdrukken een concurrentievoordeel krijgen. Het is een delicate evenwichtsoefening voor de EU, die zowel haar klimaatdoelen wil bereiken als de markt stabiel wil houden.

    Indiase sector onder druk

    De Indiase staalindustrie, die voor een belangrijk deel afhankelijk is van export naar Europa, staat hiermee voor een uitdaging. Hoewel ze meer mogen leveren, zullen ze op termijn hun productieprocessen moeten verduurzamen om de extra kosten van de CO2-heffing te beperken. Analisten van Block #9 verwachten dat dit akkoord een voorbode is van verdere onderhandelingen. India stelt immers dat de CBAM oneerlijk is en mogelijk zelfs in strijd met de regels van de Wereldhandelsorganisatie. Wij volgen dit verder op, want de druk op de Indiase sector is groot om te investeren in groenere technologieën.

  • EU Versoepelt Klimaatregels, Maar Industriële Uitstoot Stijgt Onverwacht Fors

    EU Versoepelt Klimaatregels, Maar Industriële Uitstoot Stijgt Onverwacht Fors

    De Europese Unie heeft een van haar belangrijkste klimaatmaatregelen versoepeld, in de hoop de industrie beter te wapenen tegen internationale concurrentie. Het tegendeel lijkt echter te gebeuren. Nieuwe cijfers tonen aan dat de uitstoot door zware industrieën in 2023 met 7 procent is gestegen, ondanks de versoepeling die net de druk moest verlichten. Dat betekent concreet dat de industrie meer broeikasgassen de lucht in stuurde.

    Deze stijging, die het Europees Milieuagentschap (EEA) deze week publiceerde, staat haaks op de verwachtingen. De versoepeling van het emissiehandelssysteem (ETS) moest de kosten voor bedrijven drukken en zo hun concurrentiekracht vergroten. In plaats daarvan zien we dat de uitstoot in sectoren zoals cement, staal en chemie significant toenam. Dat werpt toch vragen op over de effectiviteit van de beleidsaanpassing.

    Vrije rechten blijken dure rekening

    De versoepeling van het ETS-systeem houdt in dat bedrijven minder hoeven te betalen voor de uitstoot van broeikasgassen. Ze krijgen hiervoor gratis emissierechten toegekend. Het idee is dat dit een financieel voordeel oplevert voor bedrijven die gevoelig zijn voor ‘carbon leakage’, het risico dat productie naar landen buiten de EU verhuist met minder strenge klimaatregels. Denk dan aan de cement-, staal- en kunstmestsector. In 2023 kregen deze sectoren 70 procent van de emissierechten gratis, terwijl andere sectoren een groot deel moesten aankopen. Dit had de concurrentiepositie moeten verbeteren, maar de uitstoot stijgt. Wij zien hier vooral een signaal dat het systeem, althans op korte termijn, niet de gewenste prikkel geeft om te verduurzamen, maar eerder de ruimte creëert voor meer uitstoot.

    Concreet steeg de uitstoot in de cementindustrie met 11 procent, in de chemische sector met 8 procent en in de staalproductie met 6 procent. Zelfs in de luchtvaart, die ook onder het ETS valt, nam de uitstoot toe met 8 procent. Dit staat in schril contrast met de energiesector, waar de uitstoot vorig jaar met 15 procent daalde. Die daling komt deels door een toegenomen gebruik van hernieuwbare energiebronnen en minder steenkool.

    Duurzame transitie in gevaar?

    De toegenomen uitstoot in de zware industrie baart zorgen, zeker gezien de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de EU. De Unie wil tegen 2030 de uitstoot met 55 procent verminderen ten opzichte van 1990. Als de industrie, die een aanzienlijk deel van de totale uitstoot voor haar rekening neemt, haar uitstoot blijft verhogen, wordt het bijzonder lastig om die doelstellingen te halen. Dit wijst erop dat de balans tussen economische concurrentiekracht en klimaatambities nog moeilijk te vinden is.

    De Europese Commissie werkt intussen aan een herziening van het ETS-systeem, met als doel de gratis emissierechten geleidelijk af te bouwen en te vervangen door een koolstofgrensheffing (CBAM). Die heffing moet ervoor zorgen dat importproducten uit landen met minder strenge klimaatregels niet goedkoper zijn. Het is afwachten of deze aanpassing de industrie wel de juiste richting op stuurt, en of de uitstoot dan eindelijk zal dalen.