De gemiddelde prijs voor een liter Euro95 is in Duitsland gestegen tot boven 1,97 euro, wat de druk op de Europese Centrale Bank verder opvoert.
De benzineprijs in Duitsland heeft op dinsdag 23 april een nieuw historisch hoogtepunt bereikt. Een liter Euro95 kostte gemiddeld 1,972 euro, zo blijkt uit cijfers van de Duitse automobielclub ADAC. Dit is de hoogste prijs die ooit is gemeten, nog net iets meer dan de vorige piek van maart 2022, toen de prijs 1,967 euro bedroeg. Dieselprijzen liggen met een gemiddelde van 1,733 euro per liter nog wel onder hun record van 2,326 euro uit de lente van 2022.
Deze stijging is voornamelijk te wijten aan de hogere olieprijs op de wereldmarkt. De prijs van een vat Brentolie schommelt al weken rond de 90 dollar. De oliemarkt reageert momenteel sterk op de aanhoudende spanningen in het Midden-Oosten, vooral na de recente escalatie tussen Iran en Israƫl. Wij zien dat elke geopolitieke verstoring direct doorwerkt in de energieprijzen, wat consumenten en bedrijven rechtstreeks in de portemonnee raakt.
Olieprijs en btw als drijfveren
De hogere olieprijs is de voornaamste factor die de benzineprijzen opdrijft. Ongeveer de helft van de benzineprijs bestaat uit belastingen, waaronder btw. In Duitsland ligt de btw op brandstof op 19 procent, wat een aanzienlijk deel van de totale prijs vormt. Wij zouden hier niet uitsluiten dat deze hoge belastingdruk de recordprijzen nog extra versterkt, vooral omdat de eerdere prijsdalingen in 2022 deels werden veroorzaakt door tijdelijke belastingverlagingen.
In maart 2022 had de Duitse overheid nog een tijdelijke accijnsverlaging ingevoerd om de consument te ontlasten, wat de prijzen toen enigszins temperde. Nu deze maatregelen zijn uitgefaseerd, voelen consumenten de volle impact van de gestegen grondstofkosten en belastingen. Dit betekent dat de Duitse automobilist momenteel meer betaalt voor brandstof dan ooit tevoren, een trend die we ook in andere Europese landen zien, zij het in mindere mate.
Impact op de inflatie
De aanhoudende stijging van de brandstofprijzen wakkert de inflatiezorgen in de eurozone opnieuw aan. Brandstof is een belangrijke component in de berekening van de consumentenprijsindex en hogere prijzen aan de pomp vertalen zich vaak in hogere transportkosten voor goederen en diensten. Dit kan de verwachte rentedalingen door de Europese Centrale Bank (ECB) bemoeilijken of vertragen. Wij houden het erop dat de ECB de inflatie nauwlettend in de gaten zal houden, zeker nu de energiemarkt zo volatiel blijft.
De situatie in Duitsland is representatief voor de bredere Europese markt, waar de afhankelijkheid van importolie en geopolitieke factoren de prijzen bepalen. Wat dit betekent voor de gemiddelde Europese consument, is dat de koopkracht verder onder druk kan komen te staan als deze trend zich voortzet. De vraag blijft of de olieprijzen zich stabiliseren of dat we verder moeten rekenen op een stijgende lijn in de komende maanden.

