Tag: Dienstensector

  • Belgische Beurs Sluit Lager Terwijl Europese Rentestanden Onrust Zaaien

    Belgische Beurs Sluit Lager Terwijl Europese Rentestanden Onrust Zaaien

    De Bel20-index zakte maandag licht naar 5.498,96 punten. De financiële markten keken vooral naar de oplopende rentes in Frankrijk en de politieke onzekerheid in Spanje, die de Europese Centrale Bank in een lastig parket brengen.

    De Brusselse beurs heeft maandag een rustige handelssessie afgesloten met een lichte daling. De Bel20-index sloot 0,1 procent lager op 5.498,96 punten. Beleggers hielden de adem in, vooral door de ontwikkelingen rondom de Europese rentestanden en de aanhoudende politieke instabiliteit binnen de eurozone.

    De aandacht van de markt ging voornamelijk uit naar de oplopende rentes op Franse staatsobligaties. De Duitse bank wijst erop dat de kloof tussen de Franse en Duitse tienjaarsrente vorige week met 32 basispunten steeg tot 141 basispunten, wat de financiële markten onder druk zet. Deze stijgende Franse rentes leiden tot een aanscherping van de financiële voorwaarden. ING ziet hierdoor een moeilijke taak voor de Europese Centrale Bank (ECB) weggelegd: enerzijds moet ze de inflatie bestrijden, anderzijds wordt verwacht dat ze ingrijpt als de verkoopgolf van Franse schulden uit de hand loopt. Econoom Jim Reid heeft zijn verwachting voor de uiteindelijke beleidsrente van de ECB zelfs neerwaarts bijgesteld, van 3,5 procent naar een bandbreedte van 2,75 procent tot 3,00 procent.

    De rente op Franse tienjarige staatsobligaties schommelde maandag tussen 4,81 en 4,93 procent. Ook in Spanje nam de onrust toe: premier Pedro Sánchez heeft vervroegde verkiezingen aangekondigd, na protesten tegen de hoge woonkosten. Dit voedde de politieke onzekerheid in Europa, en de Spaanse tienjarige rente klom die dag naar 4,13 procent. Wij zien vooral dat deze ontwikkelingen de euro onder druk zetten; de euro/dollar-koers daalde 0,4 procent naar 1,1210.

    Beleggers verwerkten tegelijkertijd een reeks macro-economische cijfers uit Europa. De dienstensector in de eurozone liet in september een sterkere groei zien dan de maand ervoor. Chris Williamson van S&P Global benadrukt dat Spanje hierin het beste presteerde, met een ‘razendsnelle groei’ die het beste kwartaal in vijf jaar markeerde. Ook Duitsland, Frankrijk en Italië toonden bemoedigende groei in hun dienstensectoren. Toch blijft de inflatiedruk hoog: de producentenprijzen in de eurozone stegen in augustus met 1,9 procent op maandbasis en zelfs 8,2 procent op jaarbasis, wat sneller was dan verwacht. De inflatie schurkt nu tegen de 4 procent aan, nog steeds ver boven de 2 procent-doelstelling van de ECB.

    Hoofdeconoom Philip Lane van de Europese Centrale Bank merkte op dat de recente stijging van de energieprijzen de vraag in de eurozone via verschillende kanalen kan afkoelen. Dit zou de noodzaak om de inflatie te beteugelen met verdere renteverhogingen kunnen verminderen. Wij denken dat dit een belangrijke afweging zal zijn voor de ECB in de komende maanden, balancerend tussen prijsstabiliteit en economische groei, te midden van toenemende staatsschuldendruk in lidstaten.

    Olieprijzen daalden maandag licht, met een vat Brent-olie dat 0,5 procent goedkoper werd en sloot op 101,79 dollar. Dit kwam onder meer door een toename van de export van ruwe olie uit het Midden-Oosten en de vrijgave van olievoorraden door G7-landen. Deze daling van de olieprijs kan op termijn ook een verzachtend effect hebben op de energiecomponent van de inflatie in de eurozone.

    De bredere markt bleef intussen relatief rustig. Terwijl de Bel20 licht daalde, zagen we aan het slot van de Brusselse beurs een verdeeld beeld op Wall Street. De S&P 500 en de Nasdaq stegen met respectievelijk 0,4 en 0,7 procent, terwijl de Dow Jones 0,1 procent verloor. Dit wijst erop dat de Europese markten op dit moment gevoeliger zijn voor de interne economische en politieke ontwikkelingen dan hun Amerikaanse tegenhangers. Ter vergelijking: de Bitcoin-koers, die vaak als risicovolle asset reageert op macro-economische verschuivingen, noteert op 6 oktober om 04:04 nog steeds 76.315 euro, een stijging van 7,2 procent over de afgelopen dertig dagen, wat de aanhoudende trek naar alternatieve beleggingen in een volatielere markt onderstreept.

    Wat betekent dit nu?

    De lichte daling van de Bel20 weerspiegelt de voorzichtigheid op de Europese markten. De combinatie van oplopende staatsschuldrentes in Frankrijk en Spanje, gekoppeld aan aanhoudende inflatiedruk ondanks groeicijfers in de dienstensector, creëert een complexe situatie voor de ECB. De komende maanden zullen cruciaal zijn om te zien hoe de centrale bank deze tegengestelde krachten balanceert, wat een directe impact zal hebben op de leenkosten en daarmee op de investeringsbeslissingen van bedrijven en gezinnen in de eurozone.

  • Amerikaanse Dienstensector Ziet Groei Vertragen Door Minder Nieuwe Orders

    Amerikaanse Dienstensector Ziet Groei Vertragen Door Minder Nieuwe Orders

    De dienstensector in de Verenigde Staten heeft in september een minder sterke groei gekend, zo blijkt uit de meest recente cijfers van het Institute for Supply Management. De inkoopmanagersindex daalde tot 54,9 punten, iets onder de prognoses van analisten.

    De Amerikaanse dienstensector heeft in september een duidelijk tragere groei laten zien dan de maand ervoor. De inkoopmanagersindex van het Institute for Supply Management (ISM) zakte van 55,4 in augustus naar 54,9 punten in september. Daarmee bleef de groei weliswaar overeind, want een score boven de 50 duidt op expansie, maar de daling was iets groter dan de 55,0 die analisten verwachtten.

    De vertraging is vooral te wijten aan een afname van nieuwe orders en een lagere bedrijvigheid. De index voor nieuwe orders daalde van 60,9 naar 59,8, terwijl de algemene bedrijvigheidsindex terugviel van 61,7 naar 56,6 punten. Opmerkelijk is wel dat de werkgelegenheidsindex binnen de dienstensector nog een lichte groei liet optekenen, wat suggereert dat bedrijven nog steeds personeel aanwerven, zij het in een lager tempo.

    Deze ontwikkeling in de dienstensector volgt op een eerdere melding van het ISM over de Amerikaanse industrie. Daar bleef de activiteit in september vrijwel stabiel, met een index van 54,5, een minimale daling ten opzichte van de 54,6 in augustus. Dit patroon van afvlakkende groei in beide sectoren wijst op een geleidelijke vertraging van de algehele Amerikaanse economie na een periode van sterke expansie.

    Wij zien in deze cijfers een teken dat de renteverhogingen van de Federal Reserve hun werk doen. Een afkoelende economie kan de inflatiedruk verminderen, wat op termijn positief zou kunnen zijn voor de stabiliteit. Tegelijkertijd zorgt een tragere groei voor onzekerheid op de financiële markten. Het is een delicate evenwichtsoefening voor centrale bankiers om de economie voldoende af te koelen zonder een recessie te veroorzaken.

    De markt reageert doorgaans gevoelig op dit soort macro-economische indicatoren. Hoewel een directe correlatie met individuele cryptomunten minder evident is, beïnvloedt het bredere economische klimaat wel het risicosentiment. Zo staat Bitcoin, ondanks een groei van 7,2 procent over de afgelopen dertig dagen, momenteel op 76.353 euro, wat een lichte daling van 1,0 procent is in de voorbije 24 uur (stand van 6 oktober om 04:35). Dit toont aan dat zelfs in de cryptomarkt, die bekend staat om zijn volatiliteit, de algemene marktomstandigheden een rol spelen in de dagelijkse bewegingen.

    Wat betekent dit nu?

    De afkoeling van de Amerikaanse dienstensector, hoewel nog steeds in groeimodus, kan de Federal Reserve enige ademruimte geven in haar monetaire beleid. Een tragere groei in de grootste economie ter wereld kan de inflatiedruk temperen en de noodzaak voor verdere agressieve renteverhogingen verminderen. Voor beleggers betekent dit een periode van verhoogde waakzaamheid, waarbij de balans tussen inflatiebestrijding en het vermijden van een recessie nauwlettend in de gaten moet worden gehouden. De koersontwikkelingen op de cryptomarkt, zoals de recente daling van Bitcoin, reflecteren deze bredere onzekerheid, al blijft het sentiment, gezien de angst-en-hebzuchtmeter op 73 (Greed), nog steeds overwegend positief.

  • Amerikaanse Dienstensector Groeit Fors Naar Hoogste Punt In Meer Dan Vijf Jaar

    Amerikaanse Dienstensector Groeit Fors Naar Hoogste Punt In Meer Dan Vijf Jaar

    De dienstensector in de Verenigde Staten heeft in september een opmerkelijke versnelling van de groei doorgemaakt, aangedreven door een toename van nieuwe orders en een snellere banengroei. Vooral de techsector presteerde uitzonderlijk goed.

    De Amerikaanse dienstensector heeft in september een sterke groeiversnelling laten zien, zo blijkt uit de meest recente cijfers van S&P Global. De inkoopmanagersindex (PMI) voor de dienstensector klom naar 58,8 punten, een aanzienlijke stijging ten opzichte van de 56,5 punten in augustus. Dit is het hoogste niveau dat de index in meer dan vijf jaar heeft bereikt, wat wijst op een robuuste economische activiteit.

    Chris Williamson, hoofdeconoom bij S&P Global Market Intelligence, merkt op dat de krachtige groei in de dienstensector, gecombineerd met een sterke inkoopmanagersindex voor de industrie, duidt op een economische groei van ongeveer 4 procent in het derde kwartaal. Voor september alleen schat Williamson de groei zelfs op 5 procent, wat een versnelling van het groeimomentum richting het vierde kwartaal suggereert. Vooral de snelheid waarmee bedrijven nieuw personeel aanwierf, was opvallend.

    Wij zien vooral in de breedte van de groei een positief signaal. Hoewel technologiebedrijven de sterkste groei vertonen, is de opgaande lijn nu zichtbaar in alle belangrijke sectoren, waaronder consumentgerichte bedrijven, de industrie, de gezondheidszorg en de financiële dienstverlening. Dit geeft aan dat het herstel niet beperkt is tot enkele niches, maar een brede basis heeft.

    De nieuwe orders en de werkvoorraad namen eveneens in versneld tempo toe. Een indexstand boven de 50 duidt op groei, terwijl een stand onder de 50 krimp betekent. De samengestelde index, die zowel de dienstensector als de industrie omvat, steeg van 56,0 in augustus naar 58,4 in september.

    Ter vergelijking: in Spanje versnelde de groei van de dienstensector in september ook, met een PMI die steeg van 57,8 in augustus naar 58,3. Hoewel de groei van nieuwe bedrijvigheid daar vertraagde, bleven de trends in de orderportefeuille positief. Dit toont aan dat de dienstensector in de eurozone, ondanks regionale verschillen, veerkracht toont tegenover stijgende bedrijfskosten.

    De sterke Amerikaanse cijfers staan in contrast met de recente bezorgdheid over de arbeidsmarkt, waar het banenrapport van vrijdag een zwakkere groei liet zien. De werkgelegenheid groeide in september met slechts 29.000 banen, wat spanning creëert met de nog altijd hoge inflatie. Dit maakt de beslissingen van de Federal Reserve des te belangrijker. Beleggers zijn in afwachting van de notulen van het rentebesluit van september, die woensdag verschijnen en aanwijzingen kunnen geven over toekomstige rentestappen. De Bitcoin-koers, die op 5 oktober om 16:31 77.105 euro noteert, steeg de afgelopen 30 dagen met 8,4 procent, wat suggereert dat risicovolle activa mogelijk veerkracht tonen ondanks de macro-economische onzekerheid.

    Technische analyse

    De PMI-data van S&P Global geeft geen directe technische analyse van een verhandelbaar activum. We kunnen wel stellen dat een dergelijke robuuste groei in de Amerikaanse dienstensector historisch gezien een positief onderliggend signaal is voor de bredere economie. Het is echter geen indicator voor specifieke support- of resistance-niveaus, noch voor voortschrijdende gemiddelden of RSI-statussen van beursgenoteerde activa.

    Marktsentiment

    Het sterke groeicijfer draagt bij aan een overwegend positief marktsentiment, hoewel het ook de discussie over toekomstige renteverhogingen door de Federal Reserve aanwakkert. De Angst-en-hebzuchtmeter (Fear & Greed Index) voor crypto staat momenteel op 70 van de 100 punten, wat duidt op ‘Greed’. Dit reflecteert deels het optimisme dat door sterke macro-economische cijfers zoals deze wordt gevoed, maar ook de hogere inflatie die daaruit kan voortvloeien.

    Fundamentele analyse

    De versnelde groei van de dienstensector in de VS, met name de sterke prestaties van technologiebedrijven, wijst op een veerkrachtige economie. Dit kan de winstgevendheid van bedrijven ten goede komen, maar kan tegelijkertijd de inflatiedruk verhogen. Hogere inflatie kan de Federal Reserve dwingen tot een restrictiever monetair beleid, wat op zijn beurt weer een impact kan hebben op de waardering van groeiaandelen en risicovolle activa zoals cryptomunten.

    Bull- vs bear-scenario

    • Bull-scenario: Als de sterke economische groei aanhoudt zonder dat de inflatie de pan uit rijst, wat de Federal Reserve toelaat de rente op termijn te stabiliseren, dan blijft de brede markt, inclusief risicovolle activa, op koers voor verdere groei.
    • Bear-scenario: Wanneer de aanhoudende groei leidt tot onverwacht hoge inflatie en de Fed gedwongen wordt tot agressievere renteverhogingen dan verwacht, dan kan dit de economische groei afremmen en een negatieve impact hebben op de aandelen- en cryptomarkt.

    Wat betekent dit nu?

    De recente sterke groeicijfers voor de Amerikaanse dienstensector tonen een economie in goede conditie, wat op korte termijn positief is voor de bedrijfswinsten. Tegelijkertijd wakkert dit het debat aan over de reactie van de Federal Reserve op een potentieel oplopende inflatie. Wij verwachten dat de centrale bank de komende tijd de balans zal zoeken tussen het ondersteunen van de economische groei en het beheersen van de inflatie, waarbij de Fed-notulen en toekomstige consumentenvertrouwenscijfers de volgende belangrijke triggers zullen zijn.

  • Britse Dienstensector Remt Af In September, Maar Minder Dan Verwacht

    Britse Dienstensector Remt Af In September, Maar Minder Dan Verwacht

    De groei van de Britse dienstensector is in september vertraagd, zo blijkt uit definitieve cijfers van S&P Global. Hoewel de inkoopmanagersindex daalde, was de afname minder uitgesproken dan eerder gemeld, wat enige opluchting teweegbracht.

    De Britse dienstensector heeft in september een groeivertraging gekend, waarbij de inkoopmanagersindex (PMI) uitkwam op 52,1. Dit cijfer, gepubliceerd door S&P Global, is een daling ten opzichte van de 52,5 die in augustus werd genoteerd. Opvallend is echter dat deze definitieve stand de markt positief verraste, aangezien een eerder voorlopig cijfer de PMI op een nog lagere 51,7 had ingeschat. Een score boven de 50 duidt op groei, dus de sector blijft uitbreiden, zij het in een trager tempo.

    Deze ontwikkeling staat in contrast met de industriële sector in het Verenigd Koninkrijk, die vorige week een lichte toename in groei liet zien. De industriële PMI steeg van 51,7 in augustus naar 51,9 in september. De samengestelde index, die zowel de diensten- als de industriesector omvat, daalde echter wel naar 52,0, wat het laagste niveau in de afgelopen drie maanden markeert. Deze daling van de samengestelde index, van 52,5 in augustus, wijst op een algemene afkoeling van de Britse economische activiteit.

    Gematigde Productiegroei En Inflatoire Druk

    Tim Moore, econoom bij S&P Global, merkte op dat de productiegroei in de Britse dienstensector in september gematigd bleef. Hoewel er nog steeds sprake was van groei, nam het tempo ervan af ten opzichte van de maand augustus. Een belangrijke factor die meespeelt, is de toenemende inflatoire druk, die samen met gematigde vraagomstandigheden bijdraagt aan zwakkere verwachtingen voor de bedrijfsactiviteit in het komende jaar. Deze combinatie van factoren zorgt voor een voorzichtig sentiment onder bedrijven, wat zich weerspiegelt in de afgezwakte groeicijfers.

    De bezorgdheid over inflatie en vraag is niet nieuw en speelt al langer een rol in de economische vooruitzichten. Wij zien vooral dat deze cijfers de complexiteit van de huidige economische situatie in het VK onderstrepen. Enerzijds is er de veerkracht van de dienstensector, die ondanks eerdere pessimistische voorspellingen toch iets beter presteert. Anderzijds blijft de algemene economische groei onder druk staan, wat vragen oproept over de toekomstige beleidskeuzes van de Bank of England.

    Verwachtingen Voor De Toekomst

    De afname van de samengestelde PMI naar het laagste punt in drie maanden is een signaal dat de Britse economie haar groeitempo verliest. Dit kan invloed hebben op de rentebesluiten van de centrale bank, die een evenwicht moet vinden tussen het bestrijden van inflatie en het ondersteunen van economische groei. Wij houden het erop dat de Bank of England de komende maanden nauwgezet zal kijken naar deze indicatoren, zeker nu de vooruitzichten voor de bedrijfsactiviteit minder rooskleurig zijn dan voorheen.

    De veerkracht van de dienstensector, al dan niet tijdelijk, biedt mogelijk wat ademruimte, maar de onderliggende uitdagingen blijven bestaan. Dit kan ook implicaties hebben voor de brede financiële markten. Zo zien we op 5 oktober om 11:02 dat de Bitcoin koers, hoewel nog steeds sterk op de langere termijn met een stijging van 8,1 procent over 30 dagen, vandaag met 1,8 procent stijgt naar 76.893 euro. Een dergelijke beweging kan wijzen op een vlucht naar activa die als waardevast worden beschouwd in tijden van economische onzekerheid, al is een directe correlatie met de Britse PMI moeilijk te leggen. Het algemene marktsentiment, dat momenteel op ‘Greed’ staat met een score van 70 op de Fear & Greed Index, suggereert dat beleggers nog steeds optimistisch zijn, ondanks de tekenen van economische vertraging.

    Regionale Vergelijking En Impact Op Europa

    De Britse economie is nauw verweven met die van Europa, en veranderingen in de ene regio kunnen de andere beïnvloeden. Hoewel de directe impact van deze specifieke PMI-cijfers op de Europese markten niet onmiddellijk duidelijk is, draagt het bij aan het bredere beeld van een vertragende wereldeconomie. Voor Europese beleggers betekent dit dat de focus op stabiele en veerkrachtige sectoren binnen de eurozone mogelijk zal toenemen, terwijl de aandacht voor de Britse economische gezondheid blijft.

    De context van de Britse economie is ook van belang voor de bredere financiële stabiliteit. De nauwe banden tussen de financiële centra van Londen en het vasteland van Europa zorgen ervoor dat economische schommelingen aan de overkant van het Kanaal niet onopgemerkt blijven. Hoewel we geen directe gevolgen voor de spaarder of belegger in Europa zien op basis van deze specifieke PMI-cijfers, dragen ze wel bij aan het algemene sentiment en de afwegingen van centrale banken in de bredere regio.

    Wat betekent dit nu?

    De definitieve PMI-cijfers voor de Britse dienstensector tonen een lichte vertraging in groei, maar zijn minder somber dan eerder gedacht. Dit biedt een sprankje hoop, al blijft de samengestelde index een teken van een bredere economische afkoeling. Beleggers en economen zullen de komende maanden nauwlettend in de gaten houden hoe de inflatoire druk en de vraag zich ontwikkelen, en welke impact dit heeft op het monetaire beleid van de Bank of England. De onderliggende kwetsbaarheden blijven een aandachtspunt voor de Britse economie.

  • Toeristen Spendeerden 117,6 Miljard Euro In Nederland, Buitenlanders Leiden Groei

    Toeristen Spendeerden 117,6 Miljard Euro In Nederland, Buitenlanders Leiden Groei

    De toeristische sector in Nederland zag een significante toename in uitgaven in 2025, voornamelijk gedreven door buitenlandse bezoekers. De totale toegevoegde waarde van toerisme aan de Nederlandse economie steeg met bijna 4 procent.

    Toeristen hebben in 2025 een totaalbedrag van 117,6 miljard euro in Nederland uitgegeven. Dat is een stijging van 5,6 miljard euro vergeleken met 2024, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken. Vooral buitenlandse bezoekers waren verantwoordelijk voor meer dan de helft van deze groei.

    De totale toegevoegde waarde van de toeristische sector aan de Nederlandse economie bereikte vorig jaar ruim 42,3 miljard euro, wat neerkomt op een toename van 3,9 procent ten opzichte van 2024. Sinds de coronapandemie groeit deze toegevoegde waarde sneller dan de economie als geheel. Opmerkelijk is dat de werkgelegenheid in de sector weliswaar licht toenam, maar nog steeds onder het pre-pandemische niveau van 2019 blijft. In 2025 was de toerismesector goed voor 5,4 procent van de totale werkgelegenheid, terwijl dit op het dieptepunt van de pandemie in 2021 nog 4,6 procent was.

    De uitgaven van Nederlandse toeristen stegen in 2025 met 0,8 procent tot 70,0 miljard euro. Zij blijven goed voor meer dan de helft van de totale toeristische bestedingen. De groei van de binnenlandse uitgaven blijft echter aanzienlijk achter bij die van buitenlandse bezoekers, die bijna 42 miljard euro spendeerden, een toename van ongeveer 3 miljard euro. Dit toont aan dat de aantrekkingskracht van Nederland voor internationale reizigers sterk is, wat wij als een belangrijke factor zien voor de verdere ontwikkeling van de sector. De stijging in uitgaven van buitenlandse toeristen, gecorrigeerd voor inflatie, bedroeg zelfs ruim 7 procent.

    De toename van toeristische uitgaven weerspiegelt een breder Europees herstel van de reissector. Hoewel Block #9 zich richt op financiële markten, zien wij dat een bloeiende toerismesector een positieve impact kan hebben op gerelateerde sectoren, zoals vastgoed voor hotels en horeca, en de bredere diensteneconomie. Dit kan indirect ook de stabiliteit van de lokale economieën in Europa ten goede komen, wat op zijn beurt weer een gunstig klimaat schept voor investeringen. Met de angst-en-hebzuchtmeter op 71 van 100 (‘Greed’) op 25 september om 07:32, wijst het algemene marktsentiment op een positieve stemming, wat de consumentenbereidheid tot uitgeven – ook aan toerisme – kan beïnvloeden.

    Luchtvaart en Reisbureaus Trekken de Kar

    Binnen het toerisme groeide de toegevoegde waarde in alle bedrijfstakken. De luchtvaart, reisbureaus en reisbemiddeling lieten de sterkste stijging zien. Ook de sectoren kunst, cultuur en hobbyclubs droegen significant bij aan de groei. Dit suggereert een breed herstel en een verschuiving in bestedingspatronen na de pandemie, waarbij mensen weer investeren in ervaringen en reizen.

    De definitie van toeristische bestedingen omvat alle uitgaven van toeristen, zowel voor, tijdens als na hun reis en verblijf. Zelfs uitgaven van buitenlandse toeristen die niet fysiek naar Nederland komen, maar bijvoorbeeld online een vlucht of hotel boeken bij een Nederlands bedrijf, worden meegerekend. Dit brede perspectief benadrukt de complexiteit en de reikwijdte van de toeristische economie, die veel verder gaat dan de directe fysieke aanwezigheid van bezoekers.

    Wat Betekent Dit Nu?

    De aanhoudende groei van de toeristische uitgaven, gedreven door buitenlandse bezoekers, duidt op een robuust herstel van de sector in Nederland. Dit heeft positieve gevolgen voor de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde, vooral in de luchtvaart en reisbemiddeling. Wij verwachten dat deze trend zich voortzet, mits er geen onvoorziene macro-economische schokken optreden, wat de bredere economie van de Benelux kan ondersteunen.

  • Dienstensector Eurozone Groeit Het Snelst In Tien Maanden Tegen Hoge Industriële Basis

    Dienstensector Eurozone Groeit Het Snelst In Tien Maanden Tegen Hoge Industriële Basis

    De inkoopmanagersindex voor de dienstensector in de eurozone toont in september een opvallende groei, terwijl de industrie haar sterke momentum vasthoudt. Dit duidt op een breder herstel van de economie.

    De inkoopmanagersindex (PMI) voor de dienstensector in de eurozone is in september gestegen naar 53,0, wat de hoogste stand in tien maanden betekent. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van S&P Global, die woensdag werden gepubliceerd. Deze stijging volgt op een index van 51,6 in augustus, wat de veerkracht van de sector onderstreept.

    De groei in de dienstensector komt bovenop een reeds sterke prestatie van de industrie. De inkoopmanagersindex voor de industrie bleef met 52,7 stabiel en behoudt daarmee de hoogste stand in 51 maanden. De samengestelde index, die beide sectoren combineert, bereikte hierdoor 53,1, het hoogste punt in 41 maanden. Een indexwaarde boven de 50 duidt op groei, terwijl een waarde eronder krimp aangeeft.

    Volgens econoom Joe Hayes van S&P Global spreekt deze ontwikkeling van een “veerkrachtige economische groei” in de eurozone. Wij zien hierin vooral de bevestiging dat de economie breder aantrekt dan enkel de industriële sector. De industrie, met Duitsland als voorloper, profiteert van toenemende uitgaven aan artificiële intelligentie (AI) en defensie, maar de opleving in diensten suggereert dat de consumptie en bedrijfsinvesteringen ook weer aantrekken buiten deze specifieke groeisectoren.

    Hayes rekent dan ook op een bruto binnenlands product (bbp) groei van 0,4 procent voor het derde kwartaal. Dit cijfer, hoewel bescheiden, wijst op een gestage vooruitgang die, als het aanhoudt, de algemene economische vooruitzichten kan verbeteren. Het is een teken dat de economie zich langzaam losmaakt van de recente turbulentie en een nieuw evenwicht vindt, ondanks aanhoudende inflatiedruk en geopolitieke spanningen.

    De toename van de activiteit in de eurozone contrasteert met de recentere volatiliteit op de cryptomarkten. Zo noteert Bitcoin (BTC) op 24 september om 06:32 nog 73.722 euro, na een daling van 3,2 procent in 24 uur, wat de gevoeligheid voor mondiale factoren nog maar eens toont.

    Wat betekent dit nu?

    De stevige groei in zowel de dienstensector als de industrie in de eurozone is een welkome ontwikkeling. Het wijst erop dat de economie een breed gedragen herstel doormaakt, wat de kans op een recessie verkleint. Hoewel er nog onzekerheden zijn, zoals de aanhoudende inflatie en de energieprijzen, suggereren deze cijfers dat de fundamenten voor verdere groei aanwezig zijn. Europese bedrijven en consumenten lijken voorzichtiger optimisme te koesteren, wat zich vertaalt in hogere activiteit en potentieel stabielere arbeidsmarkten.

  • 3,3 Procent Vacaturegraad: België Blijft De Op Een Na Krapste Arbeidsmarkt Van Europa

    3,3 Procent Vacaturegraad: België Blijft De Op Een Na Krapste Arbeidsmarkt Van Europa

    De Belgische arbeidsmarkt koelt af, maar blijft met een vacaturegraad van 3,3 procent nog steeds een van de krapste van de Europese Unie. Enkel Nederland doet het slechter, met een nog hogere spanning.

    Uit recente cijfers van Eurostat blijkt dat de Belgische vacaturegraad is gezakt van 3,9 naar 3,3 procent. Hoewel dit een van de sterkste dalingen binnen de EU is, blijft de spanning op de arbeidsmarkt in België aanzienlijk. Ons land bekleedt nog steeds de tweede plaats op de Europese ranglijst van krapte, enkel voorbijgestreefd door Nederland.

    De afkoeling van de Belgische arbeidsmarkt, waarbij de vacaturegraad met 0,6 procentpunt daalde, was bijna even sterk als in Cyprus, waar de daling 0,7 procentpunt bedroeg. In de meeste andere EU-lidstaten was er eveneens een daling of bleven de cijfers stabiel, met uitzondering van Slovenië, Griekenland en Zweden waar de vacaturegraad licht toenam. Desondanks ligt de Belgische vacaturegraad van 3,3 procent nog ruim boven het Europese gemiddelde van 2 procent.

    Vraag Naar Gekwalificeerd Personeel Blijft

    Wim Van der Linden, arbeidsmarktanalist bij Randstad, wijst erop dat de afkoeling van de markt niet overal even sterk is. Vooral de dienstensector in België kent met 4,4 procent de hoogste vacaturegraad van de hele Europese Unie, aanzienlijk hoger dan het Europese gemiddelde van 2,1 procent voor deze sector. Hierdoor blijft de vraag naar gekwalificeerd personeel, vooral in de IT-sector en zakelijke en ondersteunende diensten, onverminderd groot.

    Anders is de situatie in de industrie en de bouw, waar de vacaturegraad is teruggevallen van 3,7 procent vorig jaar naar 3 procent dit kwartaal. Deze sectorale verschillen tonen aan dat, hoewel de algemene spanning afneemt, er nog steeds een duidelijke mismatch is tussen vraag en aanbod op specifieke delen van de arbeidsmarkt.

    Werkgevers Kiezen Voor Gerichte Werving

    Na een periode van ‘oververhitting’ ziet Van der Linden de arbeidsmarkt normaliseren. Dit leidt tot een verandering in de strategie van werkgevers. Waar er na de covidpandemie nog sprake was van ‘labour hoarding’ – het koste wat het kost vasthouden van personeel – schakelen bedrijven nu over naar gerichte aanwervingen voor sleutelposities. Wij zien dit als een teken dat bedrijven voorzichtiger worden, maar tegelijkertijd strategischer omgaan met hun personeelsbehoeften.

    De aanhoudende krapte op de Belgische arbeidsmarkt, ondanks de recente afkoeling, blijft een uitdaging voor zowel werkgevers als werknemers. De mismatch tussen de gevraagde vaardigheden en het beschikbare talent zorgt ervoor dat de druk op bepaalde sectoren hoog blijft. Hoe deze dynamiek zich verder zal ontwikkelen in een onzekere economische omgeving, valt nog af te wachten.

  • Na Maanden Van Krimp Groeit Chinese Dienstensector Weer Met 52,5 Punten In April

    Na Maanden Van Krimp Groeit Chinese Dienstensector Weer Met 52,5 Punten In April

    De Chinese dienstensector heeft in april een opmerkelijke opleving gekend, na een periode van lichte krimp. De Caixin/S&P Global Purchasing Managers’ Index (PMI) voor de dienstensector steeg naar 52,5 punten, een duidelijke verbetering ten opzichte van de 52,2 punten die in maart werden genoteerd. Een score boven de 50 punten duidt op groei, wat betekent dat de sector na een dip in de voorgaande maanden nu weer een positieve ontwikkeling doormaakt.

    Deze groei is voornamelijk te danken aan een sterke toename van nieuwe orders. Binnenlandse klanten speelden hierin een cruciale rol. De export van diensten liet eveneens een lichte stijging zien, wat bijdraagt aan het algehele positieve sentiment. We zien dat dit cijfer een belangrijk signaal is voor de veerkracht van de Chinese economie, die al langer worstelt met de naweeën van de pandemie en een kwakkelende vastgoedmarkt. De Chinese dienstensector, die een aanzienlijk deel van het bruto binnenlands product (BBP) vertegenwoordigt en veel banen creëert, staat centraal in de herstelinspanningen van het land.

    Werkgelegenheid En Kosten Stijgen

    De groei van de dienstensector vertaalt zich ook naar de arbeidsmarkt. De werkgelegenheid in de sector nam voor de derde opeenvolgende maand toe, zij het in een iets trager tempo dan in maart. Dit wijst op een voorzichtige maar gestage toename van het vertrouwen bij bedrijven om nieuw personeel aan te werven. Tegelijkertijd zagen we dat de gemiddelde bedrijfskosten in april verder stegen, zij het in het traagste tempo van dit jaar. Die stijging kwam vooral door hogere kosten voor personeel en grondstoffen. Bedrijven probeerden deze hogere kosten deels door te berekenen aan hun klanten, wat resulteerde in een lichte stijging van de verkoopprijzen.

    De algemene bedrijfsoptimisme in de dienstensector nam in april toe tot het hoogste niveau in de afgelopen drie maanden. Dit suggereert dat bedrijven positiever zijn over hun vooruitzichten voor het komende jaar, ondanks aanhoudende uitdagingen. Wij houden het erop dat deze verbetering een welkome stimulans is voor de Chinese economie, die we in het eerste kwartaal van dit jaar al zagen groeien met 5,3 procent, wat boven de verwachtingen lag. Het is echter nog te vroeg om te zeggen of dit een duurzaam herstel inluidt of dat het een tijdelijke opleving betreft.

    Gemengd Beeld Met Industrie

    De goede prestaties van de dienstensector staan in contrast met de industrie. De Caixin/S&P Global PMI voor de industrie daalde in april naar 51,4 punten, van 51,1 punten in maart. Hoewel dit nog steeds wijst op groei, is de vertraging merkbaar. Gecombineerd weerspiegelt de samengestelde PMI (die zowel de industrie als de diensten omvat) nog steeds een robuuste groei van de Chinese bedrijfsgroei, met een index van 52,8 punten in april, tegenover 52,7 punten in maart. Dit samengestelde cijfer is het hoogste in bijna een jaar tijd, wat toch een positief beeld schetst voor de totale economische activiteit in China.

    De vraag blijft hoe lang deze groei kan aanhouden, zeker gezien de geopolitieke spanningen en de aanhoudende problemen in de vastgoedsector. Wij zien vooral dat de veerkracht van de Chinese consument en de binnenlandse vraag op dit moment de belangrijkste drijfveren zijn voor de economische groei. De overheid zal waarschijnlijk doorgaan met beleid dat de binnenlandse consumptie stimuleert om dit momentum vast te houden.

  • Belgische Economie Groeit Met 0,3 Procent, Stagnatie In Tweede Kwartaal

    Belgische Economie Groeit Met 0,3 Procent, Stagnatie In Tweede Kwartaal

    De Belgische economie kende een bescheiden groei van 0,3 procent in het tweede kwartaal van dit jaar, een vertraging ten opzichte van de voorgaande periode. Vooral de binnenlandse vraag en investeringen hielden de groei overeind, terwijl de export afzwakte.

    De Belgische economie heeft in het tweede kwartaal van 2024 een groei van 0,3 procent laten optekenen. Dat is een lichte vertraging ten opzichte van het eerste kwartaal, toen de groei nog 0,4 procent bedroeg. Deze cijfers, gepubliceerd door Trends-Knack, wijzen op een stagnatie van de economische activiteit in ons land.

    De motor achter deze groei was voornamelijk de binnenlandse vraag, die een toename van 0,4 procent liet zien. Ook de bedrijfsinvesteringen droegen positief bij, met een stijging van 0,6 procent. Dit suggereert dat bedrijven nog steeds bereid zijn om te investeren, ondanks de bredere economische onzekerheid. De overheidsconsumptie kende eveneens een lichte stijging van 0,1 procent.

    Export Zakt Weg

    Wat opvalt in de cijfers is de zwakkere prestatie van de export. De Belgische uitvoer daalde met 0,2 procent in het tweede kwartaal, terwijl de invoer met 0,1 procent toenam. Dit resulteerde in een negatieve bijdrage van de netto-export aan de totale economische groei. De afzwakkende internationale handel kan een teken zijn van een bredere economische vertraging in Europa en daarbuiten, wat ook de Belgische open economie raakt.

    De industrie kende een moeilijke periode, met een krimp van 0,5 procent. De bouwsector bleef stabiel met een groei van 0,1 procent. De dienstensector, die een groot deel van de Belgische economie uitmaakt, bleef de belangrijkste groeimotor met een toename van 0,5 procent. Dit toont aan dat de Belgische economie veerkracht toont in de dienstverlening, maar dat de productie en handel onder druk staan.

    Vooruitzichten Blijven Onzeker

    Hoewel de Belgische economie nog steeds groeit, wijst de stagnatie in het tweede kwartaal op een afnemend momentum. Wij zien vooral dat de internationale context een steeds grotere rol speelt in de prestaties van onze economie. De inflatie, de hoge energieprijzen en de geopolitieke spanningen blijven factoren die de vooruitzichten onzeker maken.

    De Nationale Bank van België had eerder al een groeiprognose van 1,2 procent voor heel 2024 afgegeven. Of deze prognose haalbaar blijft, zal afhangen van de verdere ontwikkeling van de binnenlandse vraag en de evolutie van de internationale handel. Wij volgen dit verder op, want een aanhoudende stagnatie kan de arbeidsmarkt en de overheidsfinanciën onder druk zetten.

  • Britse Inflatie Stijgt Onverwacht Naar 2,0% In Mei

    Britse Inflatie Stijgt Onverwacht Naar 2,0% In Mei

    De inflatie in het Verenigd Koninkrijk heeft in mei de doelstelling van de Bank of England bereikt, maar de stijging was onverwacht en kan gevolgen hebben voor de rentebesluiten.

    De inflatie in het Verenigd Koninkrijk is in mei onverwacht gestegen naar 2,0% op jaarbasis. Dit cijfer, dat door het Office for National Statistics (ONS) werd bekendgemaakt, betekent dat de inflatie nu precies de doelstelling van de Bank of England heeft bereikt. Economen hadden echter een lichte daling verwacht, wat de situatie complexer maakt voor de centrale bank.

    De stijging, die volgt op een inflatie van 2,3% in april, wordt voornamelijk toegeschreven aan hogere brandstofprijzen. Ook de kosten voor recreatie en cultuur droegen bij aan de toename. Aan de andere kant zagen we een daling in de prijzen van voedsel en alcoholvrije dranken, wat de totale stijging enigszins temperde.

    Kerninflatie Blijft Hardnekkig

    Wanneer we naar de kerninflatie kijken, die volatiele elementen zoals energie en voedsel uitsluit, zien we een hardnekkiger beeld. De kerninflatie daalde weliswaar van 3,9% in april naar 3,5% in mei, maar dit was minder dan de verwachte 3,4%. Dit suggereert dat de onderliggende prijsdruk in de Britse economie nog steeds aanwezig is, wat de Bank of England zorgen baart.

    Een ander belangrijk cijfer is de inflatie in de dienstensector, die van 5,9% naar 5,7% zakte. Ook hier hadden analisten een grotere daling voorspeld, namelijk naar 5,5%. De aanhoudend hoge inflatie in de dienstensector wordt vaak gezien als een indicator van de loongroei en de binnenlandse vraag, en is daarom cruciaal voor het monetaire beleid.

    Wat Betekent Dit Voor De Rente?

    De onverwachte inflatiecijfers zetten de Bank of England onder druk. De centrale bank heeft eerder aangegeven dat ze de rente zou kunnen verlagen als de inflatie duurzaam richting de 2% beweegt en de onderliggende prijsdruk afneemt. Met deze nieuwe cijfers, en vooral de hogere kerninflatie en dienstensectorinflatie dan verwacht, lijkt een renteverlaging in juni of zelfs augustus minder waarschijnlijk te worden.

    De financiële markten hadden al ingeprijsd dat de Bank of England de rente donderdag ongewijzigd zou laten. Nu de inflatie de doelstelling weliswaar heeft bereikt, maar de details minder rooskleurig zijn, zal de centrale bank waarschijnlijk meer bewijs willen zien van een structurele afname van de prijsdruk voordat ze overgaat tot een renteverlaging. We volgen dit verder op, want de beslissing van de Bank of England heeft grote gevolgen voor Britse huishoudens en bedrijven.