Tag: Digital Infrastructure Ireland

  • Europese Datacenters Benadrukken Rol In Netstabiliteit En Restwarmtegebruik

    Europese Datacenters Benadrukken Rol In Netstabiliteit En Restwarmtegebruik

    De sector, die in België nu al 3,2 terawattuur per jaar verbruikt, wil het beeld bijsturen dat datacenters enkel energie opslorpen.

    Europese datacenterverenigingen bundelen de krachten om het negatieve imago van datacenters bij te sturen. Ze willen aantonen dat deze faciliteiten niet alleen veel energie verbruiken, maar ook een cruciale rol kunnen spelen in het stabiliseren van elektriciteitsnetten en het efficiënt hergebruiken van restwarmte. Datacenters, die door een deel van het publiek nog als ‘energieverslindende dozen zonder ramen’ worden gezien, dragen volgens de sector op meerdere manieren bij aan een moderne en duurzame samenleving.

    In België verbruiken de 47 grote, commerciële datacenters momenteel 3,2 terawattuur aan elektriciteit per jaar. De Belgische netbeheerder Elia voorspelt dat dit verbruik tegen 2034 zal oplopen tot bijna 8 terawattuur, meer dan een verdubbeling. Dat is ongeveer de jaarlijkse productie van kernreactor Doel 4, wat de schaal van de groei duidelijk maakt. Dit vormt een aanzienlijk deel van de verwachte totale stijging van het Belgische stroomverbruik, dat tegen 2034-2036 kan oplopen tot 127 à 128 terawattuur, een toename van bijna 60 procent.

    Datacenters als netstabilisator

    Een van de centrale argumenten van de sector is dat datacenters een stabiliserende factor kunnen zijn voor het elektriciteitsnet, vooral nu de vraag naar stroom toeneemt en het net steeds vaker onder druk staat. Ronan Kelly, CEO van Digital Infrastructure Ireland, benadrukt dat ‘perceptie duidelijk een probleem’ is, en dat de positieve bijdragen van de sector vaak over het hoofd worden gezien. Datacenters kunnen helpen om de momenten op te vangen waarop de opwekking van hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie, wegvalt. Dit is vooral relevant in landen zoals Nederland, waar netcongestie een groot probleem is en bijna 12.000 bedrijven op een netaansluiting wachten.

    Stijn Grove van de Dutch Data Center Association merkt op dat netbeheerders de datacentersector nu zelfs actief vragen om zich te vestigen op kustlocaties, waar windstroom aan land komt. Op die manier hoeft de netbeheerder de capaciteit niet meer dwars door het land te transporteren, wat een ‘win-winsituatie’ kan opleveren. Dit wijst erop dat de sector zich niet langer enkel als verbruiker positioneert, maar als een flexibele partner die het overbelaste stroomnet kan ondersteunen.

    Restwarmte als nuttig nevenproduct

    Naast netstabiliteit zien datacenters ook een belangrijke rol weggelegd voor het hergebruik van hun restwarmte. Dit nevenproduct, dat voorheen vaak als afval werd beschouwd, kan efficiënt worden ingezet voor lokale verwarmingsoplossingen. In Rotterdam wordt bijvoorbeeld een Unesco-monument verwarmd met restwarmte van een nabijgelegen datacenter, waardoor het volledig van het gas af is. Een groter project in Nederland koppelt een nieuw datacenter aan een cluster kassen die van het gas af moeten, waarbij de warmte van de servers wordt gebruikt voor de kassen en de retourvloeistof voor de koeling van het datacenter. Dit creëert drie voordelen: minder belasting van het elektriciteitsnet, duurzame verwarming en efficiëntere datacenterkoeling.

    Volgens een raming van de Europese Commissie zou het hergebruik van de helft van alle datacenter-restwarmte in Europa volstaan om vier miljoen huishoudens te verwarmen. Dit toont het enorme potentieel van deze benadering. Het succes van dergelijke projecten hangt echter af van goede planning en samenwerking tussen gemeenten en exploitanten, al voordat een datacenter wordt gebouwd. Carole Santens van de Belgian Digital Infrastructure Association (BDIA) merkt op dat België nog veel kan leren van de ‘best practices’ in omringende landen.

    Explosieve datagroei, stabiel energieverbruik

    Ondanks de exponentiële groei van datavolumes, benadrukt de sector dat het totale elektriciteitsverbruik vaak stabiel blijft. Isabelle Kemlin van de Swedish Data Centre Industry Association legt uit dat slechts 10 tot 20 procent van de elektriciteit naar het eigenlijke datacenter gaat; de rest gaat naar de servers. De energiefactuur is voor operatoren de grootste kostenpost, wat een directe financiële prikkel vormt om zuiniger te werken. Deze constante focus op efficiëntie, gedreven door economische factoren, zorgt ervoor dat datacenters voortdurend op zoek zijn naar manieren om hun energieverbruik te optimaliseren.

    Voor ons bij Block #9 is het duidelijk dat de sector zijn verhaal moet veranderen: van een verbruiker naar een enabler. De rol van datacenters in de huidige digitale economie is onmiskenbaar, en hun bijdrage aan de stabiliteit van het energienetwerk en het hergebruik van warmte kan hun plaats in de samenleving verstevigen. Het is een cruciaal gesprek, zeker nu de angst-en-hebzuchtmeter, die op 24 september om 12:04 een stand van 71 van 100 (Greed) aangaf, de snelle digitale ontwikkelingen en daarmee de groei van datacenters weerspiegelt.

    Wat betekent dit nu?

    De pogingen van de datacentersector om zijn imago te verbeteren, komen op een moment dat de druk op energienetten in Europa toeneemt. Door de nadruk te leggen op hun rol in netstabiliteit en restwarmtebenutting, proberen datacenters een proactieve houding aan te nemen. Dit kan leiden tot een betere integratie van datacenters in de lokale energie-infrastructuur en mogelijk tot een soepelere vergunningsprocedure voor nieuwe projecten. Het succes hiervan zal echter sterk afhangen van de samenwerking tussen de sector, overheden en netbeheerders, en de daadwerkelijke implementatie van de voorgestelde oplossingen.