Tag: Elia

  • Bel20 Index Start De Dag Lager Met Een Verlies Van 0,86 Procent

    Bel20 Index Start De Dag Lager Met Een Verlies Van 0,86 Procent

    De Brusselse beurs presteerde woensdag ondermaats, nadat de Bel20-index de handelsdag opende met een verlies van bijna een procent. Bedrijven zoals Elia, AB InBev en Aperam zagen hun koers dalen, terwijl de markt wacht op de kwartaalcijfers.

    De Bel20-index heeft woensdag een stap teruggezet op de Brusselse beurs. Na een positieve start eerder deze week, opende de belangrijkste Belgische beursindex met 5.522,48 punten, wat een daling van 0,86 procent betekende ten opzichte van het slotniveau van 5.569,99 punten op dinsdag. Deze terugval volgt een periode waarin de markt zich rustig houdt in aanloop naar de publicatie van de derdekwartaalcijfers van Belgische bedrijven.

    Binnen de Bel20-index kleurde het grootste deel van de borden rood. Bedrijven zoals netbeheerder Elia, drankenreus AB InBev en staalproducent Aperam verloren elk 1,5 procent van hun waarde. Ook de chipfabrikant Melexis zag zijn koers met 1,8 procent dalen. Biotherapeutisch bedrijf Lakefront Biotherapeutics en chemieconcern Tessenderlo leverden eveneens 1,5 procent in. Enkel Azelis, specialist in chemische producten, wist een bescheiden winst van 0,2 procent te boeken. Buiten de hoofdindex presteerden vastgoedfondsen zoals Care Property, VGP en Xior wel positief.

    Waarom de Brusselse beurs afkoelt

    De huidige afwachtende houding op de Brusselse beurs is niet ongewoon. Beleggers wachten de aankomende kwartaalcijfers af, die traditioneel voor meer beweging zorgen. De daling van woensdag kan worden gezien als een correctie na eerdere winsten, temidden van een bredere onzekerheid over de economische vooruitzichten. Wij zien vooral dat de markt de kat uit de boom kijkt en reageert op macro-economische signalen die een impact kunnen hebben op de winstgevendheid van bedrijven. Wanneer die kwartaalcijfers binnenstromen, verwachten wij dan ook meer gerichte koersreacties.

    De marktbreedte, waarbij slechts enkele aandelen stijgen en de meerderheid daalt, toont dat het sentiment niet breed gedragen is. Vergelijkbare dynamieken zien we op de cryptomarkten, waar bijvoorbeeld Bitcoin vandaag 75.068 euro noteert, een daling van 1,3 procent in de afgelopen 24 uur. Over een periode van dertig dagen staat Bitcoin echter nog 5,6 procent in de plus, wat aangeeft dat dergelijke dagelijkse schommelingen vaker voorkomen in volatiele markten. Dit is de stand op 7 oktober om 09:34. Ook de bredere economische context, zoals de dieselprijs in België die met 42,5 procent uit belastingen en accijnzen bestaat, kan de bedrijfskosten beïnvloeden en daarmee de beurskoersen.

    Vergelijking met andere sectoren

    Terwijl de Bel20 een mindere dag kent, blijven andere sectoren wel in beweging. In de automobielsector bijvoorbeeld, zien we verschuivingen door de opkomst van elektrische voertuigen. In september was meer dan de helft van de nieuw ingeschreven auto’s in België elektrisch. Dit toont aan dat bepaalde segmenten van de economie, gedreven door technologische vooruitgang of maatschappelijke trends, los van het algemene beurssentiment hun eigen dynamiek kennen. Het is een herinnering dat beleggers verder kijken dan alleen de index.

    Wij zouden hier niet te veel conclusies trekken uit een enkele handelsdag. De Belgische bedrijven bevinden zich nog in een relatief stille periode voor de resultaten van het derde kwartaal bekend worden. De marktreacties op de cijfers van individuele bedrijven zullen een duidelijker beeld geven van de richting die de Bel20 zal inslaan. Wij houden het erop dat de huidige daling vooral een adempauze is, mogelijk veroorzaakt door winstnemingen na de recente stijgingen en de algemene nervositeit die vaak voorafgaat aan belangrijke financiële rapportages.

    Wat betekent dit nu?

    De daling van de Bel20 op woensdag is een teken van de voorzichtigheid die de markt kenmerkt in aanloop naar de kwartaalcijfers. Beleggers wachten op concrete prestatiegegevens om hun posities te bepalen. De komende weken, wanneer de resultaten van Belgische bedrijven worden gepubliceerd, zullen cruciaal zijn voor het bepalen van de volgende beweging van de index. Dan zal duidelijk worden of de huidige daling een tijdelijke terugval is, of het begin van een langere neerwaartse trend.

  • Europese Datacenters Benadrukken Rol In Netstabiliteit En Restwarmtegebruik

    Europese Datacenters Benadrukken Rol In Netstabiliteit En Restwarmtegebruik

    De sector, die in België nu al 3,2 terawattuur per jaar verbruikt, wil het beeld bijsturen dat datacenters enkel energie opslorpen.

    Europese datacenterverenigingen bundelen de krachten om het negatieve imago van datacenters bij te sturen. Ze willen aantonen dat deze faciliteiten niet alleen veel energie verbruiken, maar ook een cruciale rol kunnen spelen in het stabiliseren van elektriciteitsnetten en het efficiënt hergebruiken van restwarmte. Datacenters, die door een deel van het publiek nog als ‘energieverslindende dozen zonder ramen’ worden gezien, dragen volgens de sector op meerdere manieren bij aan een moderne en duurzame samenleving.

    In België verbruiken de 47 grote, commerciële datacenters momenteel 3,2 terawattuur aan elektriciteit per jaar. De Belgische netbeheerder Elia voorspelt dat dit verbruik tegen 2034 zal oplopen tot bijna 8 terawattuur, meer dan een verdubbeling. Dat is ongeveer de jaarlijkse productie van kernreactor Doel 4, wat de schaal van de groei duidelijk maakt. Dit vormt een aanzienlijk deel van de verwachte totale stijging van het Belgische stroomverbruik, dat tegen 2034-2036 kan oplopen tot 127 à 128 terawattuur, een toename van bijna 60 procent.

    Datacenters als netstabilisator

    Een van de centrale argumenten van de sector is dat datacenters een stabiliserende factor kunnen zijn voor het elektriciteitsnet, vooral nu de vraag naar stroom toeneemt en het net steeds vaker onder druk staat. Ronan Kelly, CEO van Digital Infrastructure Ireland, benadrukt dat ‘perceptie duidelijk een probleem’ is, en dat de positieve bijdragen van de sector vaak over het hoofd worden gezien. Datacenters kunnen helpen om de momenten op te vangen waarop de opwekking van hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie, wegvalt. Dit is vooral relevant in landen zoals Nederland, waar netcongestie een groot probleem is en bijna 12.000 bedrijven op een netaansluiting wachten.

    Stijn Grove van de Dutch Data Center Association merkt op dat netbeheerders de datacentersector nu zelfs actief vragen om zich te vestigen op kustlocaties, waar windstroom aan land komt. Op die manier hoeft de netbeheerder de capaciteit niet meer dwars door het land te transporteren, wat een ‘win-winsituatie’ kan opleveren. Dit wijst erop dat de sector zich niet langer enkel als verbruiker positioneert, maar als een flexibele partner die het overbelaste stroomnet kan ondersteunen.

    Restwarmte als nuttig nevenproduct

    Naast netstabiliteit zien datacenters ook een belangrijke rol weggelegd voor het hergebruik van hun restwarmte. Dit nevenproduct, dat voorheen vaak als afval werd beschouwd, kan efficiënt worden ingezet voor lokale verwarmingsoplossingen. In Rotterdam wordt bijvoorbeeld een Unesco-monument verwarmd met restwarmte van een nabijgelegen datacenter, waardoor het volledig van het gas af is. Een groter project in Nederland koppelt een nieuw datacenter aan een cluster kassen die van het gas af moeten, waarbij de warmte van de servers wordt gebruikt voor de kassen en de retourvloeistof voor de koeling van het datacenter. Dit creëert drie voordelen: minder belasting van het elektriciteitsnet, duurzame verwarming en efficiëntere datacenterkoeling.

    Volgens een raming van de Europese Commissie zou het hergebruik van de helft van alle datacenter-restwarmte in Europa volstaan om vier miljoen huishoudens te verwarmen. Dit toont het enorme potentieel van deze benadering. Het succes van dergelijke projecten hangt echter af van goede planning en samenwerking tussen gemeenten en exploitanten, al voordat een datacenter wordt gebouwd. Carole Santens van de Belgian Digital Infrastructure Association (BDIA) merkt op dat België nog veel kan leren van de ‘best practices’ in omringende landen.

    Explosieve datagroei, stabiel energieverbruik

    Ondanks de exponentiële groei van datavolumes, benadrukt de sector dat het totale elektriciteitsverbruik vaak stabiel blijft. Isabelle Kemlin van de Swedish Data Centre Industry Association legt uit dat slechts 10 tot 20 procent van de elektriciteit naar het eigenlijke datacenter gaat; de rest gaat naar de servers. De energiefactuur is voor operatoren de grootste kostenpost, wat een directe financiële prikkel vormt om zuiniger te werken. Deze constante focus op efficiëntie, gedreven door economische factoren, zorgt ervoor dat datacenters voortdurend op zoek zijn naar manieren om hun energieverbruik te optimaliseren.

    Voor ons bij Block #9 is het duidelijk dat de sector zijn verhaal moet veranderen: van een verbruiker naar een enabler. De rol van datacenters in de huidige digitale economie is onmiskenbaar, en hun bijdrage aan de stabiliteit van het energienetwerk en het hergebruik van warmte kan hun plaats in de samenleving verstevigen. Het is een cruciaal gesprek, zeker nu de angst-en-hebzuchtmeter, die op 24 september om 12:04 een stand van 71 van 100 (Greed) aangaf, de snelle digitale ontwikkelingen en daarmee de groei van datacenters weerspiegelt.

    Wat betekent dit nu?

    De pogingen van de datacentersector om zijn imago te verbeteren, komen op een moment dat de druk op energienetten in Europa toeneemt. Door de nadruk te leggen op hun rol in netstabiliteit en restwarmtebenutting, proberen datacenters een proactieve houding aan te nemen. Dit kan leiden tot een betere integratie van datacenters in de lokale energie-infrastructuur en mogelijk tot een soepelere vergunningsprocedure voor nieuwe projecten. Het succes hiervan zal echter sterk afhangen van de samenwerking tussen de sector, overheden en netbeheerders, en de daadwerkelijke implementatie van de voorgestelde oplossingen.

  • Belgische Beleggers Zien BEL 20 Index Voor Tweede Dag Dalen Met 0,91 Procent

    Belgische Beleggers Zien BEL 20 Index Voor Tweede Dag Dalen Met 0,91 Procent

    De Brusselse beurs toont opnieuw een negatief beeld, waarbij de inflatie in de eurozone de koersen onder druk zet. Vooral vastgoedfondsen en energiebedrijven kregen klappen.

    Beleggers op de Brusselse beurs werden woensdag opnieuw geconfronteerd met rode cijfers. De BEL 20, de toonaangevende index voor de Belgische aandelenmarkt, sloot de dag af met een verlies van 0,91 procent, wat de index op 3.905,94 punten bracht. Dit is de tweede opeenvolgende dag dat de index een daling optekent, en het weerspiegelt de groeiende onrust op de bredere Europese markten.

    De daling komt in de nasleep van recente inflatiecijfers in de eurozone, die de vrees aanwakkeren dat de Europese Centrale Bank (ECB) langer dan verwacht een restrictief monetair beleid zal aanhouden. Wij zien vooral dat de aanhoudende discussie over renteverhogingen en de impact daarvan op de bedrijfswinsten de algemene stemming bepalen. Dit effect is niet uniek voor Brussel; ook in Frankfurt en Parijs sloten de beurzen in mineur, met verliezen van respectievelijk 1,1 procent en 1,3 procent voor de DAX en de CAC 40.

    Binnen de BEL 20 waren het vooral vastgoedfondsen en energiebedrijven die de grootste klappen kregen. Vastgoedinvesteerder Cofinimmo zakte met 2,9 procent, terwijl Aedifica 2,7 procent verloor. Ook de energiegroep Elia (-2,6 procent) en de materialengroep Umicore (-2,5 procent) presteerden zwak. Deze sectoren zijn vaak gevoelig voor veranderingen in de rentestanden, wat de huidige neerwaartse druk verklaart. Ter vergelijking: de technologiesector, die vaak als risicovoller wordt beschouwd, hield relatief stand met enkele kleine stijgingen, wat aantoont dat beleggers momenteel vooral kijken naar rentegevoeligheid en de impact op de operationele kosten.

    Inflatiecijfers blijven zorgen baren

    De inflatie in de eurozone steeg in april met 0,6 procent op maandbasis en 2,4 procent op jaarbasis. Hoewel dit een lichte daling is ten opzichte van de 2,6 procent in maart, blijft het boven de doelstelling van de ECB. Dit geeft de centrale bank weinig ruimte om snel de rente te verlagen, wat de kostprijs van kapitaal voor bedrijven hoog houdt en consumentenbestedingen onder druk zet. Beleggers anticiperen hierop door risicovollere activa af te stoten.

    De brede Europese Stoxx Europe 600-index daalde woensdag met 1,3 procent, wat aangeeft dat de onzekerheid over de economische vooruitzichten en het monetaire beleid zich over het hele continent verspreidt. Een dergelijke brede daling zien we zelden zonder een duidelijke externe schok, wat de ernst van de huidige inflatiezorgen onderstreept. De markt wacht nu met spanning op verdere signalen van de ECB tijdens de komende beleidsvergaderingen.

    Wat dit betekent voor de komende dagen

    Voor de korte termijn verwachten wij dat de focus van beleggers zal blijven liggen op macro-economische data en uitspraken van centrale bankiers. Een aanhoudend hoge inflatie kan de druk op de aandelenmarkten verder verhogen, terwijl positieve verrassingen de koersen een duwtje in de rug kunnen geven. Of de BEL 20 snel zal herstellen, hangt dan ook sterk af van hoe de inflatie zich de komende maanden ontwikkelt en welke koers de ECB zal varen.

  • Elia Verkrijgt 500 Miljoen Euro Krediet Van EIB, Het Aandeel Stijgt Nauwelijks

    Elia Verkrijgt 500 Miljoen Euro Krediet Van EIB, Het Aandeel Stijgt Nauwelijks

    Terwijl de uitbreiding van het hoogspanningsnet essentieel is voor de energietransitie, reageert de beurs met een beperkte stijging van het aandeel van de Belgische netbeheerder.

    De Europese Investeringsbank (EIB) heeft Elia, de Belgische hoogspanningsnetbeheerder, opnieuw een aanzienlijke kredietfaciliteit van 500 miljoen euro toegekend. Deze financiering is bestemd voor de uitbreiding en modernisering van het hoogspanningsnet in zowel België als Duitsland. Het nieuws, dat de cruciale rol van Elia in de Europese energietransitie onderstreept, kon het aandeel echter slechts een bescheiden stijging van 0,47 procent opleveren op de Brusselse beurs.

    De kredietlijn van de EIB, die een looptijd heeft van twintig jaar, volgt op een eerdere lening van 400 miljoen euro in 2021. De middelen zijn broodnodig om de toenemende vraag naar elektriciteit, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de elektrificatie van industrie en transport te faciliteren. De investeringen moeten de betrouwbaarheid van het net vergroten en de capaciteit voor grensoverschrijdend transport verbeteren, wat essentieel is voor een veerkrachtige en duurzame energievoorziening in Europa.

    Wij zien vooral dat deze reactie van de markt, ondanks de omvang van de financiering en het strategische belang ervan, suggereert dat beleggers al rekening hielden met dergelijke investeringen en ondersteuning. Elia is immers een gereguleerd bedrijf met stabiele inkomsten, maar ook met aanzienlijke investeringsbehoeften. De afgelopen twaalf maanden heeft het aandeel Elia een volatiele periode gekend, met een daling van ongeveer 20 procent. Dit onderstreept de uitdagingen waar nutsbedrijven voor staan, ondanks de voorspelbare aard van hun activiteiten. Analisten verwachten dat Elia, als beursgenoteerd bedrijf, jaarlijks ongeveer 2 miljard euro zal moeten investeren in zijn netwerken.

    Waarom deze investeringen cruciaal zijn

    De toekenning van de kredietfaciliteit door de EIB is een directe erkenning van de noodzaak om te investeren in robuuste energie-infrastructuur. De energietransitie vraagt om een exponentiële toename van de capaciteit om groene stroom te transporteren, van offshore windparken tot zonnepanelen op daken. Zonder deze netuitbreidingen dreigen knelpunten te ontstaan die de hele transitie kunnen vertragen.

    De projecten die Elia met deze financiering wil realiseren, omvatten onder meer de versterking van onderzeese kabels en de aanleg van nieuwe hoogspanningslijnen. Dit draagt bij aan het verminderen van congestie en het optimaliseren van de energie-uitwisseling tussen landen, wat de stabiliteit van het Europese elektriciteitsnet ten goede komt. Een efficiënt en betrouwbaar netwerk is niet alleen van belang voor de industrie, maar ook voor de consument, die zo verzekerd is van een constante stroomvoorziening.

    De rol van de EIB in de energietransitie

    De Europese Investeringsbank profileert zich steeds meer als een belangrijke financier van groene projecten binnen de Europese Unie. Haar strategie is gericht op het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan de klimaatdoelstellingen van de EU, waaronder de ontwikkeling van hernieuwbare energie en de verbetering van energie-efficiëntie. Dit krediet aan Elia past perfect binnen die visie, gezien de netbeheerder een sleutelrol speelt in de infrastructuur die deze energietransitie mogelijk maakt.

    De EIB werkt vaak samen met nationale overheden en financiële instellingen om de investeringen te versnellen. De looptijd van twintig jaar biedt Elia de nodige financiële ademruimte om langetermijnprojecten te plannen en uit te voeren, zonder direct onder druk te staan van kortere financieringscycli. Het is een duidelijk signaal dat Europa klaarstaat om de nodige middelen in te zetten voor een duurzame toekomst, ook al vertaalt dit zich niet altijd onmiddellijk in een spectaculaire koersstijging voor de betrokken bedrijven.

  • Elia Krijgt Extra 1 Miljard Euro Van EIB Voor Het Prinses Elisabeth-Eiland

    Elia Krijgt Extra 1 Miljard Euro Van EIB Voor Het Prinses Elisabeth-Eiland

    De Europese Investeringsbank trekt de portemonnee voor het Belgische energie-eiland, wat de kostprijs voor de consument moet drukken en de discussie over de financiering hernieuwt.

    De Belgische hoogspanningsnetbeheerder Elia kan rekenen op een nieuwe kredietlijn van 1 miljard euro van de Europese Investeringsbank (EIB). Dit bedrag is bedoeld om de bouw van het Prinses Elisabeth-eiland te financieren, een kunstmatig energie-eiland in de Noordzee. De EIB spreekt van de grootste lening ooit voor een individueel energiedossier, wat de reikwijdte van het project onderstreept.

    Met deze kapitaalinjectie wil Elia de kosten voor het project drukken, wat volgens CEO Frederic Dunon uiteindelijk gunstig moet zijn voor de factuur van gezinnen en bedrijven. Het is immers de eindgebruiker die de investeringen in het netwerk betaalt. Eerder ontving Elia al een lening van 650 miljoen euro van de EIB voor hetzelfde project. De totale kosten voor de eerste fase van het eiland worden door Elia geraamd op 3,6 miljard euro.

    Cruciale Schakel

    Het Prinses Elisabeth-eiland is ontworpen om de elektriciteit van windmolenparken op zee te bundelen en naar het vasteland te transporteren. Het zal specifiek het hoogspanningsstation op het eiland, de transformatoren en de wisselstroomverbindingen met de kust financieren. Minister van Klimaat Jean-Luc Crucke benadrukt de noodzaak van het project, door het een ‘essentiële schakel in onze energietoekomst’ te noemen. Niet investeren zou volgens hem leiden tot een grotere afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en meer overbelasting van het stroomnet.

    De bouw van het eiland verloopt volgens plan. De enorme betonnen caissons die de structuur vormen, liggen inmiddels op hun plaats. Tegen eind oktober zou het eiland met zand moeten zijn opgespoten, waarmee een belangrijke fase wordt afgerond. De verdere aanleg van gelijkstroominfrastructuur, die een derde windpark en een nieuwe hoogspanningskabel met het Verenigd Koninkrijk moet aansluiten, is echter uitgesteld wegens oplopende kosten. Wij zien in deze discussie een constante spanning tussen de ambitieuze energietransitie en de financiële haalbaarheid op de korte termijn.

    Financiële Druk

    Hoewel de kredietlijn van de EIB de financiële druk enigszins verlicht, blijft de discussie over de kostprijs van het eiland logisch, zeker gezien de huidige economische omstandigheden waarin huishoudens op hun geld moeten letten. De gunstige voorwaarden van de EIB-lening helpen de financieringslast te verlagen, wat indirect de druk op de consumentenfactuur moet verminderen. Wij vragen ons af in hoeverre deze financiële injecties de totale kostprijs voor de Belgische burger uiteindelijk zullen beïnvloeden, gezien de enorme investeringen die nog nodig zijn voor een volledige energie-autonomie.

  • 1 Miljard Euro Europese Lening Voor Energie-Eiland Elia In Noordzee

    1 Miljard Euro Europese Lening Voor Energie-Eiland Elia In Noordzee

    Het project, dat de capaciteit voor offshore windenergie moet vergroten, krijgt een aanzienlijke financiële impuls van de Europese Investeringsbank.

    De Europese Investeringsbank (EIB) heeft hoogspanningsnetbeheerder Elia een lening van één miljard euro toegekend. Dit bedrag is bestemd voor de bouw van een elektriciteitsknooppunt in de Noordzee, een zogenaamd energie-eiland. Deze financiering is onderdeel van een grotere lening van 2,5 miljard euro die de EIB eerder aan Elia toezegde voor verschillende projecten, maar dit specifieke deel van 1 miljard euro is nu concreet gemaakt voor het energie-eiland.

    Het energie-eiland moet de toekomstige capaciteit voor offshore windenergie aanzienlijk vergroten. Het zal dienen als een centrale hub voor de verbinding van windmolenparken op zee met het vasteland en de verschillende Europese elektriciteitsnetten. Wij zien vooral dat de EIB hiermee een duidelijk signaal afgeeft over het belang van de energietransitie en de rol van grootschalige infrastructuurprojecten daarin. Het gaat immers om een project dat niet alleen België, maar de hele Noordwest-Europese regio ten goede moet komen.

    Strategisch Knooppunt Voor Windenergie

    De realisatie van dit energie-eiland is strategisch van groot belang voor de Europese energievoorziening en het behalen van de klimaatdoelstellingen. Tegen 2030 moet de capaciteit voor offshore windenergie in de Belgische Noordzee verdubbelen, en het eiland is een cruciale schakel in die expansie. Het zal de mogelijkheid bieden om grote hoeveelheden hernieuwbare energie efficiënt te transporteren en te integreren in het Europese netwerk, wat de betrouwbaarheid en stabiliteit ervan moet verbeteren.

    De totale kostprijs van het energie-eiland wordt geraamd op ongeveer 4 miljard euro, wat aangeeft dat de EIB-lening een substantieel deel van de benodigde investering dekt. Dit soort projecten vereist een enorme kapitaalinjectie en langetermijnfinanciering, en de betrokkenheid van de EIB onderstreept het pan-Europese belang van dit initiatief.

    Belang Voor De Regio

    Voor België betekent dit dat het land zijn positie als voortrekker in de ontwikkeling van offshore windenergie verder verstevigt. Het energie-eiland zal niet alleen de Belgische energieonafhankelijkheid vergroten, maar ook een exportmogelijkheid bieden voor groene stroom naar buurlanden. De infrastructuur die Elia hiermee bouwt, is essentieel om de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de Europese Unie te kunnen waarmaken.

    Dit project is een concreet voorbeeld van hoe Europa investeert in duurzame energieoplossingen en de nodige infrastructuur creëert om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Wij twijfelen niet aan het potentieel van dergelijke grootschalige projecten, al vraagt de uitvoering ervan wel om een nauwe samenwerking tussen de verschillende landen en belanghebbenden.

  • Bel20 Zet Recordkoers Van 5.834,53 Punten Neer, Gesteund Door Melexis

    Bel20 Zet Recordkoers Van 5.834,53 Punten Neer, Gesteund Door Melexis

    De Brusselse beursindex verbreekt zijn eigen record al na één dag, met chipontwerper Melexis als grootste stijger dankzij een Chinese deal.

    De Bel20-index heeft op 25 augustus 2026 een nieuw record gevestigd. De graadmeter van de twintig belangrijkste aandelen op de Brusselse beurs sloot de handelsdag af op 5.834,53 punten. Dat is een verdere verbetering van het record dat amper een dag eerder werd neergezet. Tijdens de daghandel piekte de index zelfs even op 5.837,52 punten.

    Tien van de twintig aandelen in de index gingen vooruit, terwijl zeven daalden en drie onveranderd bleven. Deze beweging toont aan dat de bredere markt in Brussel een sterke dag kende, waarbij specifieke bedrijven de kar trokken.

    Melexis En Elia Trekken De Kar

    De grootste stijger binnen de Bel20 was de Belgische chipontwerper Melexis. Het aandeel klom met 1,96 procent en sloot op 65,05 euro. Deze stijging kwam er nadat het bedrijf aankondigde dat het sensoren en aandrijfelektronica zal leveren aan de Chinese autobouwer BYD. Het gaat om onderdelen voor onder meer de aandrijflijn, koeling, verlichting, remmen, besturing en batterijen.

    Ook Elia, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet, droeg bij aan de positieve stemming. Het aandeel van Elia steeg met 0,63 procent naar 127 euro. Het bedrijf start op 14 september met de werken voor Ventilus, een nieuwe hoogspanningsverbinding die cruciaal is voor de doorvoer van stroom van geplande windparken op zee naar het binnenland. Wij zien hierin een teken dat investeringen in infrastructuurprojecten de beurskoersen positief kunnen beïnvloeden, zeker wanneer ze strategisch belangrijk zijn voor de energietransitie.

    Beweging Buiten De Hoofdindex

    Buiten de Bel20 waren er ook opvallende bewegingen. Fluxys Belgium, actief op de bredere markt, steeg met 7,46 procent tot 21,60 euro. Vastgoedbedrijf Accentis won 3,92 procent, ondanks een daling van de huurinkomsten in de eerste jaarhelft van 2,9 naar 2,2 miljoen euro. De winst van Accentis steeg in diezelfde periode wel van 980.000 naar 1,2 miljoen euro, en het bedrijf verwacht voor het volledige jaar 4,28 miljoen euro aan huurinkomsten.

    Lakefront BioSciences zag zijn aandeel met 2,75 procent stijgen tot 25,44 euro. De Amerikaanse geneesmiddelenwaakhond FDA kende het kandidaat-medicijn gamgertamig het statuut van weesgeneesmiddel toe. Dit middel is bedoeld voor de behandeling van pemphigus, een zeldzame auto-immuunziekte. Als het medicijn wordt goedgekeurd, mag het voormalige Galapagos het zeven jaar lang exclusief in de VS verkopen en ontvangt het bedrijf financiële voordelen voor verder onderzoek. Dit toont aan hoe belangrijk dergelijke goedkeuringen kunnen zijn voor biotechbedrijven.

    Aan de andere kant van het spectrum daalde Syensqo, een chemiebedrijf, met 2,22 procent tot 79,45 euro. Analistenhuis Kepler Cheuvreux verhoogde weliswaar zijn koersdoel voor Syensqo van 58 naar 66 euro, wat suggereert dat de verwachte daling minder scherp zal zijn dan eerder gedacht. Bij de kleinere aandelen kreeg Banqup een klap van 8,21 procent, tot 1,90 euro, ondanks een stijging van de omzet en een krimp van het nettoverlies in de eerste zes maanden van 2026.