Tag: financiën

  • RPM International Verhoogt Dividend Voor Het 53e Opeenvolgende Jaar

    RPM International Verhoogt Dividend Voor Het 53e Opeenvolgende Jaar

    De Amerikaanse fabrikant van gespecialiseerde coatings en afdichtingsmiddelen, RPM International, heeft zijn kwartaaldividend opgetrokken. Het bedrijf viert daarmee een indrukwekkende mijlpaal van 53 jaar ononderbroken dividendgroei, wat het in een select clubje van beursgenoteerde ondernemingen plaatst.

    Aandeelhouders van RPM International, de specialist in coatings en afdichtingsmiddelen, mogen zich verheugen over een hoger dividend. Het bedrijf heeft besloten het kwartaaldividend te verhogen naar 0,57 dollar per aandeel, een stijging van 5,6 procent ten opzichte van de 0,54 dollar die vorig jaar werd uitgekeerd. Dit is de 53e keer op rij dat RPM zijn aandeelhouders beloont met een hogere uitkering, een consistentie die je niet vaak ziet in de volatiele aandelenmarkt.

    De dividenduitkering van 0,57 dollar per aandeel zal op 30 oktober 2026 worden betaald aan aandeelhouders die op 20 oktober 2026 geregistreerd staan. Frank C. Sullivan, voorzitter en CEO van RPM, benadrukt dat deze prestatie de toewijding van de medewerkers weerspiegelt. Hun focus op klantenservice en discipline in een uitdagende omgeving creëert blijvende waarde voor de aandeelhouders, aldus Sullivan in een mededeling.

    71 jaar ononderbroken groei bij Northwest Natural

    RPM International bevindt zich met deze reeks van 53 opeenvolgende dividendverhogingen in een uiterst exclusieve groep. Minder dan een half procent van alle beursgenoteerde Amerikaanse bedrijven kan een dergelijke prestatie voorleggen. Volgens StockAnalysis.com zijn er slechts 38 andere Amerikaanse bedrijven die een langere ononderbroken reeks van jaarlijkse dividendverhogingen hebben.

    Een van die andere bedrijven is Northwest Natural Holding, een nutsbedrijf dat zijn dividend zelfs al 71 jaar op rij verhoogt. Zij hebben hun kwartaaldividend verhoogd naar 0,50 dollar per aandeel, waardoor het jaarlijkse dividend op 2,00 dollar per aandeel komt. Dit is een toename van 3 cent ten opzichte van het vorige jaarlijkse tarief van 1,97 dollar, en markeert de grootste verhoging sinds 2012.

    Consistente prestaties in een uitdagende markt

    In dezelfde periode kondigden ook andere bedrijven dividendverhogingen aan. Zo keurde de raad van bestuur van spoorwegmaatschappij CSX een kwartaaldividend van 0,14 dollar per aandeel goed. Farmaceutisch bedrijf Zoetis verklaarde een dividend van 0,53 dollar per aandeel voor het vierde kwartaal van 2026. Enterprise Products Partners, een midstream energieleverancier, verhoogde zijn kwartaaluitkering met 2,8 procent naar 0,56 dollar per eenheid.

    Deze reeks dividendverhogingen van verschillende bedrijven, van gespecialiseerde coatings tot nutsbedrijven en transport, toont aan dat consistente prestaties mogelijk blijven, zelfs in economisch onzekere tijden. Waar de cryptomarkt vandaag (10 oktober om 06:04 Brusselse tijd) nog steeds volop in beweging is – Bitcoin noteert 73.660 euro en staat 32 procent onder zijn recordkoers, terwijl Ethereum met 2.222 euro zelfs 47 procent onder zijn piek noteert – bieden deze ‘dividendaristocraten’ een zekere mate van stabiliteit. Dit contrast tussen de volatiliteit van digitale activa en de stabiele uitkeringen van gevestigde bedrijven spreekt boekdelen over de verschillende risicoprofielen die beleggers kunnen kiezen.

    Wat betekent dit nu?

    De dividendverhogingen door bedrijven zoals RPM International en Northwest Natural Holding tonen aan dat een aantal gevestigde ondernemingen in staat is om, ondanks economische schommelingen, hun aandeelhouders consequent te belonen. De lange reeksen van jaarlijkse verhogingen, die bij Northwest Natural Holding zelfs de 71 jaar aantikken, onderstrepen de financiële veerkracht en het stabiele kasstroombeheer van deze bedrijven. Voor beleggers die op zoek zijn naar een passief inkomen of waardebehoud op lange termijn, blijven dergelijke dividenduitkeringen een aantrekkelijk element in hun portfolio. Ze bieden een buffer tegen inflatie en marktdalingen, iets wat de volatiliteit van bijvoorbeeld de cryptomarkt, waar Bitcoin en Ethereum nog ver onder hun recordhoogtes noteren, niet kan garanderen.

  • Nederland Eist Honderden Miljarden Euro’s Minder Voor De Europese Begroting

    Nederland Eist Honderden Miljarden Euro’s Minder Voor De Europese Begroting

    Terwijl zestien lidstaten aandringen op méér geld voor de EU, trekken zes ‘zuinige’ landen de lijn: het voorstel voor een verhoging van 500 miljard euro is onrealistisch en moet drastisch omlaag.

    De strijd om de toekomstige Europese begroting laait hoog op, met Nederland als een van de meest uitgesproken pleitbezorgers voor bezuinigingen. Samen met Denemarken, Duitsland, Oostenrijk, Finland en Zweden heeft ons land een gezamenlijke brief aan EU-voorzitter Ierland gestuurd. Daarin staat de expliciete eis om het voorgestelde meerjarenbudget, dat tot en met 2027 loopt, met honderden miljarden euro’s te verlagen. Zij vinden het huidige voorstel, dat een verhoging van ongeveer 500 miljard euro ten opzichte van de huidige begroting omvat, ‘volstrekt onrealistisch’.

    Deze démarche komt op een moment dat de budgettaire druk in heel Europa voelbaar is. Ook de cryptomarkt, een barometer voor risicobereidheid, toont een afwachtende houding: Bitcoin noteert vandaag, 9 oktober om 08:01, 73.288 euro, wat een daling van 5,0 procent betekent over de afgelopen zeven dagen. Een dergelijke terughoudendheid in de markt, gecombineerd met stijgende rentes, versterkt de roep om voorzichtigheid bij overheidsuitgaven.

    Twee Kampen Staan Lijnrecht Tegenover Elkaar

    De Nederlandse positie staat lijnrecht tegenover die van zestien andere lidstaten, voornamelijk uit Zuid- en Oost-Europa. Deze landen, waaronder Italië, Spanje en Polen, hebben eveneens een brief naar Ierland gestuurd. Zij pleiten juist voor een ongewijzigd, zo niet hoger, budget, om de talrijke uitdagingen waar Europa voor staat – van klimaatverandering tot migratie en digitale transformatie – te kunnen financieren. Ze dringen er zelfs op aan dat rijke landen zoals Nederland geen korting meer zouden krijgen op hun jaarlijkse bijdrage.

    De zes ‘zuinige’ landen, die samen ongeveer 40 procent van alle nationale bijdragen aan de EU ophoesten, noemen de eis van de netto-ontvangers ‘stuitend’ en ‘wereldvreemd’. Wij zien vooral een principiële discussie over solidariteit versus prudentie. De ‘korting’ waar de zestien landen het over hebben, wordt door de netto-betalers eerder gezien als een ‘eerlijkheidscorrectie’ voor hun relatief hoge bijdragen. Het voorstel van de zuinige landen behelst een verlaging op elke begrotingspost, inclusief landbouwsubsidies, om zo ruimte te creëren voor nieuwe prioriteiten als veiligheid en innovatie.

    Gezamenlijke Schulden En Stijgende Rentes

    Een ander heikel punt in de discussie is de omgang met gezamenlijke Europese schulden. Terwijl de zuidelijke en oostelijke landen pleiten voor soepelere regels, wijzen de ‘zuinige’ landen elke gedachte aan nieuwe gemeenschappelijke leningen resoluut van de hand. Een bron in Brussel omschreef het als een ‘gotspe’ dat de oproep tot hogere uitgaven komt in een week waarin de rentestanden weer keihard stijgen. De financieringskosten voor overheden nemen toe, wat de druk op de nationale begrotingen verder vergroot.

    Deze begrotingsdiscussie is een terugkerend fenomeen binnen de EU, waarbij de verdeling tussen netto-betalers en netto-ontvangers vaak tot spanningen leidt. De inzet is dit keer extra hoog, gezien de geopolitieke onzekerheid en de noodzaak om te investeren in strategische autonomie. België, Frankrijk en Luxemburg nemen in deze briefwisseling een afwachtende houding aan, waarbij vooral de positie van Frankrijk cruciaal is. Parijs wil de landbouwsubsidies behouden, maar is tegelijkertijd geen voorstander van een hogere totale begroting, wat het land in een spagaat plaatst tussen beide kampen.

    Wat Betekent Dit Nu?

    De EU-voorzitter, Ierland, staat voor de complexe taak om een nieuw onderhandelingsvoorstel te formuleren dat de kloof tussen de twee kampen kan overbruggen. Wij verwachten dat dit een moeizaam proces wordt, gezien de fundamenteel verschillende visies op de rol en omvang van de EU-begroting. De beslissing ligt uiteindelijk bij de lidstaten, waarbij de invloed van de netto-betalers traditioneel zwaarder weegt. Een akkoord voor de Europese verkiezingen van volgend jaar, met name in grote landen als Frankrijk en Italië, is wenselijk maar geenszins gegarandeerd. Het blijft een kwestie van lange adem, met veel gezeur, maar de geschiedenis leert dat er uiteindelijk wel een compromis uit de bus komt.

  • Vlaamse Besparing Van 1 Miljard Euro Treft Leuven Voor 22,5 Miljoen Euro

    Vlaamse Besparing Van 1 Miljard Euro Treft Leuven Voor 22,5 Miljoen Euro

    De stad Leuven moet het de komende legislatuur met 22,5 miljoen euro minder doen, een direct gevolg van de besparingen die de Vlaamse regering oplegt aan het Gemeentefonds. Over de hele lijn snoeit de Vlaamse overheid 1 miljard euro in de middelen voor lokale besturen.

    De Vlaamse regering heeft besloten om de middelen uit het Gemeentefonds over de komende jaren met 1 miljard euro te verlagen. Deze ingreep raakt tal van lokale besturen in hun financiële planning, zo ook de stad Leuven. De Vlaams-Brabantse stad ziet hierdoor een bedrag van 22,5 miljoen euro verdampen gedurende de huidige bestuurstermijn.

    Deze besparing komt voor veel gemeenten op een ongunstig moment, amper een jaar na het opstellen van hun eigen meerjarenbegrotingen. De vermindering van het Gemeentefonds, dat een cruciale inkomstenbron vormt, dwingt steden en gemeenten om hun plannen te herzien. De Vlaamse regering schroeft de jaarlijkse indexering van het fonds terug: volgend jaar bedraagt die nog maar 1 procent, in 2028 en 2029 respectievelijk 1,25 en 2 procent.

    Hevige Reacties Uit Lokale Politiek

    Burgemeester Mohamed Ridouani (Vooruit) van Leuven spreekt van een ‘ondoordachte besparing’ en waarschuwt dat de ‘impact groot en voelbaar zal zijn’ voor de inwoners. Hij benadrukt het belang van steden als ‘economische ruggengraat van Vlaanderen’. Ook schepen van Financiën Thomas Van Oppens (Groen) is kritisch en stelt dat Vlaanderen de financiële rekening doorschuift naar het lokale niveau. Hij wijst erop dat de besparing komt nadat tien maanden geleden nog was gezegd dat er niet aan deze middelen getornd zou worden, wat hij ‘ongehoord en geen manier van werken’ noemt.

    De verontwaardiging beperkt zich niet tot Leuven. In Mechelen, een andere Vlaamse stad, bedraagt het verlies zo’n 17 miljoen euro. Ook burgemeesters van onder meer Kortrijk, Lanaken en Blankenberge uiten felle kritiek en spreken van ‘contractbreuk’ en ‘wanbestuur’. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) sluit zich bij de kritiek aan. Zij stellen dat de Vlaamse regering voorbijgaat aan de eerder decretaal vastgelegde groeivoet van 3,5 procent, die juist bedoeld was om meer zekerheid te bieden aan lokale besturen in tijden van inflatie.

    Gevolgen Voor Grootsteden En Kleinere Gemeenten

    De specifieke verdeelsleutel van het Gemeentefonds maakt dat vooral grootsteden de zwaarste klappen krijgen. Gent ziet bijvoorbeeld volgend jaar 12,7 miljoen euro minder en Antwerpen zelfs 26,1 miljoen euro. Over een hele legislatuur kan dit oplopen tot 140,8 miljoen euro voor Gent en 290,7 miljoen euro voor Antwerpen. Kleinere gemeenten ervaren eveneens forse hoofdbrekens; veel beloofde centen zijn al toegewezen aan grote projecten zoals zwembaden of wegenwerken. Deze besparing dwingt hen mogelijk tot het zoeken naar alternatieve inkomsten, zoals extra belastingen, of het afblazen van geplande projecten.

    De plotse ingang van de besparing, al vanaf volgend jaar, geeft gemeenten nauwelijks tijd om hun meerjarenplannen aan te passen. Dit gebrek aan stabiliteit en voorspelbaarheid wordt door de VVSG als een groot nadeel gezien. Wij zien vooral dat deze discussie de spanningen tussen de Vlaamse en lokale bestuursniveaus vergroot, zeker gezien het feit dat partijen die deel uitmaken van de Vlaamse regering, zoals Vooruit en CD&V, via hun lokale mandatarissen openlijk de beslissing van hun eigen partijgenoten op het hogere niveau afkeuren.

    Wat Betekent Dit Nu?

    De aangekondigde besparingen op het Gemeentefonds zullen een directe en voelbare impact hebben op de dienstverlening en investeringsmogelijkheden van Vlaamse steden en gemeenten. De financiële druk, bovenop al bestaande extra taaklasten zoals de organisatie van buitenschoolse kinderopvang, dwingt lokale besturen tot moeilijke keuzes. Of dit leidt tot hogere lokale belastingen of het uitstellen van noodzakelijke projecten, zal de komende maanden duidelijk moeten worden, wanneer de gemeenten hun begrotingen opnieuw tegen het licht houden. Voor de Vlaamse politiek betekent dit besluit een gespannen aanloop naar de komende verkiezingen, waarbij de lokale impact van besparingen ongetwijfeld een belangrijk campagnethema zal worden.

  • First Trust SDVY Verliest Ruim Een Half Miljard Euro Aan Kapitaal

    First Trust SDVY Verliest Ruim Een Half Miljard Euro Aan Kapitaal

    Beleggers trokken recent massaal kapitaal terug uit de First Trust SMID Cap Rising Dividend Achievers ETF (SDVY), een fonds dat zich richt op kleinere en middelgrote bedrijven met groeiende dividenden.

    De First Trust SMID Cap Rising Dividend Achievers ETF (SDVY) heeft op 30 september 2026 een aanzienlijke uitstroom gekend van ongeveer 996,4 miljoen dollar (zo’n 950 miljoen euro). Dit bedrag vertegenwoordigt een daling van 8,4 procent in het aantal uitstaande aandelen van de ETF, dat afnam van 290.400.002 naar 266.050.002.

    Deze forse kapitaaluitstroom wijst op een merkbare verschuiving in het beleggerssentiment ten opzichte van small- en midcap-aandelen die dividend uitkeren. Wij zien dit als een teken dat beleggers mogelijk op zoek zijn naar meer liquiditeit of hun risicoblootstelling in deze specifieke marktsegmenten willen verminderen. Historisch gezien kunnen dergelijke uitstromen wijzen op een voorzichtiger marktklimaat, waarbij beleggers de voorkeur geven aan grotere, meer gevestigde waarden of cash.

    De onderliggende componenten van de ETF lieten intussen gemengde resultaten zien. National Healthcare Corp. (NHC) daalde lichtjes met 0,7 procent, terwijl First Bancorp (FBP) en OFG Bancorp (OFG) een bescheiden stijging van respectievelijk 0,3 en 0,4 procent noteerden. De koers van de SDVY-ETF schommelde het afgelopen jaar tussen een dieptepunt van 36,41 dollar en een hoogtepunt van 45,11 dollar, met een recente slotkoers van 40,80 dollar.

    Technische analyse

    De SDVY-ETF kende recent een koers van 40,80 dollar, wat lager is dan het 200-daags voortschrijdend gemiddelde. Dit duidt op een zwakkere trend op de middellange termijn. De koers beweegt zich nog steeds boven het 52-weeks dieptepunt van 36,41 dollar, maar ligt ver onder het 52-weeks hoogtepunt van 45,11 dollar. Een doorbraak onder de 40 dollar zou verdere neerwaartse druk kunnen veroorzaken, terwijl herstel boven de 42 dollar zou kunnen wijzen op een stabilisatie van het sentiment.

    Marktsentiment

    De aanzienlijke uitstroom van 996,4 miljoen dollar uit de SDVY-ETF in één week duidt op een verhoogde voorzichtigheid bij beleggers. Dit is een contra-intuïtieve beweging gezien de brede cryptomarkt die op 1 oktober om 06:32 (Brusselse tijd) nog steeds in een ‘Greed’-fase verkeert, met een angst-en-hebzuchtmeter die op 74 van de 100 staat. De uitstroom uit deze specifieke dividend-ETF suggereert echter dat er binnen het aandelenlandschap een selectieve kapitaalverschuiving plaatsvindt, weg van kleinere dividendgroeiers.

    Fundamentele analyse

    De uitstroom bij SDVY, een fonds dat investeert in small- en midcap bedrijven met groeiende dividenden, kan een reactie zijn op een veranderende macro-economische omgeving. In tijden van economische onzekerheid of hogere rentes zoeken beleggers vaak hun toevlucht in grotere, stabielere bedrijven of in activa die minder gevoelig zijn voor marktschommelingen. Hoewel de onderliggende aandelen van SDVY gericht zijn op dividendgroei, wijst de uitstroom erop dat de markt de risico-rendementsverhouding momenteel anders inschat voor dit segment.

    Bull- vs bear-scenario

    • Bull-scenario: Een verbetering van het economische sentiment, gekoppeld aan aanhoudende dividendgroei bij de onderliggende bedrijven, zou de ETF kunnen doen herstellen richting de 43 dollar.
    • Bear-scenario: Aanhoudende onzekerheid of een verdere renteverhoging kan leiden tot nieuwe uitstromen, waarbij de koers richting het 52-weeks dieptepunt van 36,41 dollar kan zakken.

    Wat betekent dit nu?

    De aanzienlijke uitstroom uit de SDVY-ETF weerspiegelt een groeiende voorzichtigheid onder beleggers ten aanzien van small- en midcap dividendgroeiers, ondanks een algemeen positief sentiment op de bredere cryptomarkt. Het is een signaal dat een deel van het kapitaal zich heroriënteert, mogelijk op zoek naar veiligere havens of andere beleggingscategorieën. Wij zullen deze verschuivingen in kapitaalstromen nauwlettend in de gaten houden, vooral met het oog op de komende kwartaalcijfers van de onderliggende bedrijven die meer inzicht kunnen geven in hun veerkracht.

  • Het IMF Krijgt Isabel Schnabel Binnen Zijn Gelederen Vanaf Begin Januari 2027

    Het IMF Krijgt Isabel Schnabel Binnen Zijn Gelederen Vanaf Begin Januari 2027

    Christine Lagarde bedankt Isabel Schnabel na zeven jaar dienst bij de Europese Centrale Bank, die nu de overstap maakt naar het Internationaal Monetair Fonds. Haar vertrek opent de deur voor een nieuwe benoeming, terwijl ook de mandaten van Lagarde en hoofdeconoom Philip Lane volgend jaar aflopen.

    De Europese Centrale Bank (ECB) heeft het vertrek bevestigd van directielid Isabel Schnabel. Zij zal per 3 januari 2027 haar functie bij de ECB neerleggen om een dag later, op 4 januari, aan de slag te gaan bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Daar zal ze de rol van financieel adviseur en directeur van de afdeling voor monetaire zaken en kapitaalmarkten op zich nemen.

    ECB-voorzitter Christine Lagarde bedankte Schnabel uitdrukkelijk voor haar zeven jaar lange inzet. Haar ambtstermijn bij de ECB, die normaal gezien tot eind 2027 zou lopen, wordt hiermee voortijdig beëindigd. De overstap van Schnabel was al langer een onderwerp van geruchten, die eerder deze week door ingewijden aan onder meer Reuters werden gemeld.

    Het vertrek van Schnabel creëert een belangrijke vacature binnen de ECB-directie. De Europese Raad is verantwoordelijk voor de benoeming van haar opvolger, wat een invloedrijke positie betreft gezien de monetaire beleidsvorming in de eurozone. Wij zien vooral dat dit vertrek de komende tijd voor extra dynamiek zal zorgen rondom belangrijke personeelswissels binnen de ECB.

    Bovendien lopen de mandaten van zowel voorzitter Christine Lagarde als hoofdeconoom Philip Lane volgend jaar af. Rondom Lagarde circuleren al geruime tijd speculaties over een mogelijk vervroegd vertrek, waarbij Klaas Knot, de voorzitter van De Nederlandsche Bank, vaak als potentiële opvolger wordt genoemd. Wij denken dat deze opeenstapeling van personele veranderingen de discussie over de toekomstige koers van de ECB zal aanwakkeren.

    De financiële markten reageren doorgaans gevoelig op dergelijke verschuivingen in leidende posities, vooral bij instellingen die zo’n grote invloed hebben op de economie. Hoewel er geen onmiddellijke grote koersbewegingen zijn gemeld als direct gevolg van dit nieuws, draagt het bij aan de algemene onzekerheid. Ter vergelijking: de Bitcoin koerste op 25 september om 11:01 nog op 74.093 euro, een stijging van 8,6 procent over de afgelopen zeven dagen, wat aantoont dat de cryptomarkt momenteel in een opwaartse trend zit, onafhankelijk van dit soort macro-economische verschuivingen.

    Wat betekent dit nu?

    Het vertrek van Isabel Schnabel naar het IMF voegt een extra laag complexiteit toe aan de reeds verwachte personele wisselingen binnen de ECB. Haar expertise in monetaire zaken zal gemist worden. De komende periode zal de focus liggen op de zoektocht naar haar opvolger en de verdere geruchten over de toekomst van Lagarde en Lane, wat van invloed kan zijn op de stabiliteit en de communicatie van de ECB over het monetaire beleid.

  • Amerikaanse Kapitaalmarkten Trekken 126 Miljard Euro Aan Met 208 Beursgangen

    Amerikaanse Kapitaalmarkten Trekken 126 Miljard Euro Aan Met 208 Beursgangen

    Het aantal beursintroducties en daaropvolgende aanbiedingen nam gevoelig toe, zo blijkt uit de nieuwe cijfers van de Amerikaanse toezichthouder. Vooral het opgehaalde kapitaal kende een forse stijging.

    De Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) heeft vandaag nieuwe statistieken gepubliceerd die wijzen op een aanzienlijke groei in de kapitaalmarkten van de Verenigde Staten tijdens de eerste helft van 2026. Het rapport van de Division of Economic and Risk Analysis (DERA) van de SEC toont een duidelijke toename in zowel het aantal beursintroducties (IPO’s) als daaropvolgende aanbiedingen (follow-on offerings), met name in de totale bedragen die hiermee zijn opgehaald. Dit staat in contrast met de recentere beweeglijkheid op de cryptomarkt, waar bijvoorbeeld Bitcoin, hoewel het de afgelopen zeven dagen met 11,3 procent steeg, op 23 september om 20:30 nog altijd 31 procent onder zijn recordkoers noteerde.

    Aantal Beursintroducties En Kapitaal Stijgen Forseer

    De cijfers van de SEC zijn opmerkelijk. In de eerste zes maanden van 2026 vonden er 208 IPO’s plaats, die samen meer dan 137 miljard dollar (ongeveer 126 miljard euro) ophaalden. Dit is een stijging van ongeveer 16 procent in het aantal beursintroducties vergeleken met de eerste helft van 2025, toen er 180 IPO’s waren. Het opgehaalde kapitaal schoot daarbij met bijna 400 procent omhoog, van 27 miljard dollar (ongeveer 25 miljard euro) in de eerste helft van 2025 naar de huidige 137 miljard dollar.

    Naast de IPO’s waren er ook 557 “follow-on registered offerings” die gezamenlijk meer dan 111 miljard dollar (ongeveer 102 miljard euro) in het laatje brachten. Dit vertegenwoordigt een toename van ongeveer 10 procent in het aantal aanbiedingen en een stijging van 33 procent in de opbrengsten ten opzichte van de eerste helft van 2025, toen 505 aanbiedingen bijna 84 miljard dollar (ongeveer 77 miljard euro) ophaalden.

    Groei In Breedte Van De Markt

    Dr. Joshua T. White, hoofdeconoom en directeur van de DERA-afdeling van de SEC, benadrukt dat de recente data de “voortdurende versterking van de Amerikaanse kapitaalvorming” onder voorzitter Atkins aantonen. Volgens hem is de groei zowel in IPO’s als in follow-on offerings opmerkelijk. Wij zien hierin vooral een teken van hernieuwd vertrouwen bij zowel bedrijven als beleggers, die bereid zijn om aanzienlijke bedragen in de markt te pompen. Dit staat in schril contrast met de voorzichtigheid die we de voorbije jaren vaak zagen op de obligatiemarkten, die door hogere rentes onder druk stonden.

    De NYSE, een belangrijke speler in de Amerikaanse kapitaalmarkten, toont ook een actieve markt voor recente beursintroducties, met bedrijven zoals Orion180 Insurance Group Inc. en Electra Therapeutics, Inc. die in september 2026 de stap naar de beurs waagden. Deze activiteit onderstreept de brede beweging die de SEC in haar rapport beschrijft.

    Wat Betekent Dit Nu?

    De sterke toename in IPO’s en kapitaal dat via de Amerikaanse markten wordt opgehaald, suggereert een robuuste economische activiteit en een gunstig klimaat voor bedrijfsgroei. Voor de bredere financiële markten kan dit betekenen dat er meer liquiditeit beschikbaar is, wat gunstig kan zijn voor investeringen en innovatie. Het is echter belangrijk te onthouden dat deze cijfers specifiek zijn voor de Amerikaanse kapitaalmarkten en niet noodzakelijk een direct effect hebben op de Europese economie, al kunnen ze wel een positief mondiaal sentiment voeden. We zullen de komende kwartalen nauwlettend in de gaten houden of deze trend zich doorzet en welke impact dit heeft op de mondiale economie.

  • Consumentenvertrouwen Eurozone Daalt Naar Min 16,5, Economen Hadden Minder Slecht Verwacht

    Consumentenvertrouwen Eurozone Daalt Naar Min 16,5, Economen Hadden Minder Slecht Verwacht

    Het consumentenvertrouwen in de eurozone is in september verder verslechterd, zo blijkt uit voorlopige cijfers van de Europese Commissie. De index daalde meer dan verwacht en blijft ruim onder het langetermijngemiddelde.

    De Europese Commissie maakt bekend dat het consumentenvertrouwen in de eurozone in september verder is gedaald. Waar de index in augustus nog op -15,5 stond, zakte deze in september naar -16,5. Economen hadden vooraf een minder sterke daling voorzien, naar -16,0.

    Deze verdere afname van het vertrouwen wijst erop dat Europese huishoudens hun financiële situatie en de algemene economische vooruitzichten somberder inschatten. Het cijfer blijft significant onder het langetermijngemiddelde, wat een aanhoudende terughoudendheid onder consumenten bevestigt. Wij zien vooral dat de aanhoudende inflatie en de gestegen rentetarieven hun tol eisen, waardoor huishoudens voorzichtiger worden met grote uitgaven.

    Wat Betekent Dit Voor De Economie?

    Een laag consumentenvertrouwen is een belangrijke indicator voor de toekomstige economische activiteit. Wanneer consumenten minder vertrouwen hebben in de economie, zijn ze geneigd minder uit te geven en meer te sparen. Dit kan leiden tot een afname van de vraag naar goederen en diensten, wat op zijn beurt de economische groei kan afremmen. De huidige daling, die sterker uitvalt dan verwacht, is een teken dat de economische tegenwind mogelijk harder waait dan beleidsmakers en analisten hoopten.

    Ter vergelijking, de Bitcoin-koers staat vandaag, 23 september om 06:02, op 75.868 euro, een stijging van 14,3 procent over de afgelopen zeven dagen. Hoewel dit een teken van hernieuwd optimisme in de cryptomarkt kan zijn, staat het in schril contrast met het pessimisme onder de brede groep consumenten in de eurozone. Het laat zien dat er een duidelijke tweedeling is in het sentiment op financiële markten versus dat van de gemiddelde burger.

    Voortdurende Druk Op Huishoudens

    De verslechtering van het consumentenvertrouwen is geen nieuw fenomeen; het is al geruime tijd een aandachtspunt. De stijgende kosten voor levensonderhoud, energieprijzen en de inflatiedruk hebben de koopkracht van veel gezinnen aangetast. Hoewel centrale banken proberen de inflatie te beteugelen met renteverhogingen, lijkt dit de onzekerheid bij consumenten vooralsnog niet weg te nemen. Integendeel, de hogere rente maakt lenen duurder, wat bijvoorbeeld de huizenmarkt en de aankoop van duurzame consumptiegoederen raakt.

    Wij twijfelen of een snelle ommekeer in het sentiment op korte termijn mogelijk is, gezien de aanhoudende geopolitieke spanningen en de nog altijd hoge inflatiecijfers in veel eurolanden. Een duurzame verbetering zal afhangen van concrete maatregelen die de koopkracht van de consument direct voelbaar versterken.

    Vooruitblik

    De Europese Centrale Bank (ECB) zal deze cijfers met argusogen volgen bij het bepalen van haar monetaire beleid. Een aanhoudend laag consumentenvertrouwen kan de druk op de ECB vergroten om voorzichtiger te zijn met verdere renteverhogingen, uit angst de economie in een recessie te duwen. De volgende cijfers over het consumentenvertrouwen, die later dit jaar verschijnen, zullen meer duidelijkheid moeten geven over de langetermijntrend en de impact op de algemene economische stabiliteit in de eurozone.

  • Société Générale Wil Met AI 21 Miljard Euro Teruggeven Aan Aandeelhouders Tegen 2030

    Société Générale Wil Met AI 21 Miljard Euro Teruggeven Aan Aandeelhouders Tegen 2030

    De Franse bank Société Générale heeft ambitieuze plannen ontvouwd om de komende jaren de kosten te drukken en de winstgevendheid te verhogen, wat moet leiden tot een aanzienlijke kapitaalteruggave aan aandeelhouders. Artificiële intelligentie speelt hierbij een cruciale rol.

    De Franse bankgigant Société Générale heeft aangekondigd dat het tegen 2030 maar liefst 21 miljard euro wil teruggeven aan zijn aandeelhouders. Deze aanzienlijke kapitaalteruggave, die deels via dividenden en deels via aandeleninkoopprogramma’s zal gebeuren, is een direct gevolg van een strategische focus op kostenreductie en het versnellen van winstgevende groei. Een belangrijk onderdeel van die strategie is de doorgedreven inzet van artificiële intelligentie (AI).

    Volgens topman Slawomir Krupa is de ambitie helder: de winstgevende groei versnellen en tegelijkertijd een strikte discipline hanteren op het gebied van risico’s en kosten. De bank streeft ernaar om de bedrijfskosten tegen 2029 met 2 procent te verlagen ten opzichte van de doelstellingen voor dit jaar. Deze besparingen, die in totaal 1,9 miljard euro moeten bedragen, komen onder meer voort uit lagere inkoopkosten, een efficiëntere IT-infrastructuur en een vermindering van het personeelsbestand, zonder daarbij gedwongen ontslagen door te voeren.

    AI Moet Honderden Miljoenen Opleveren

    De rol van artificiële intelligentie in deze plannen is niet te onderschatten. Société Générale verwacht dat de implementatie van diverse AI-initiatieven uiteindelijk zal leiden tot besparingen van 500 miljoen tot 600 miljoen euro. Hoewel de bank benadrukt dat deze versnelling van AI-toepassingen ‘geleidelijk en verantwoord’ zal gebeuren, toont het wel aan hoe diep de technologie doordringt in de financiële sector.

    Deze ontwikkeling bij een traditionele bank als Société Générale onderstreept een bredere trend: AI is niet langer een futuristisch concept, maar een concreet instrument voor efficiëntie en winstgevendheid. Bill Gates merkte hierover al op dat de keuzes die we nu maken over AI cruciaal zijn, omdat de technologie zowel de grootste gelijkmaker als de ergste bron van onrechtvaardigheid kan worden. Voor financiële instellingen lijkt het nu vooral een krachtig middel voor optimalisatie te zijn.

    Rendement En Kapitaalverdeling

    De gestelde doelen moeten resulteren in een rendement op tastbaar eigen vermogen (ROTE) van 13 tot 14 procent in 2029, om vervolgens vanaf 2030 zelfs boven de 15 procent uit te komen. Dit is een ambitieuze doelstelling, zeker gezien de huidige economische onzekerheden en de noodzaak om te investeren in nieuwe technologieën.

    De dividenduitkering zal standaard de helft van de nettowinst bedragen, gelijkmatig verdeeld tussen contanten en aandeleninkopen, aangevuld met een jaarlijks tussentijds dividend in het vierde kwartaal. Dit komt naar verwachting neer op meer dan 13 miljard euro aan reguliere uitkering, met een jaarlijkse groei van het dividend van ruim 10 procent tot circa 15 procent. Daarnaast voorziet de bank een uitkering tot 8 miljard euro aan overtollig kapitaal, boven de kapitaalratio van 13 procent die de bank aanhoudt.

    Breed Inzetbare Efficiëntieslag

    De focus op AI voor kostenbesparing is een strategie die we bij Block #9 vaker zien terugkomen. Bedrijven in verschillende sectoren, van technologie tot financiën, zetten in op artificiële intelligentie om processen te automatiseren, analyses te verbeteren en operationele kosten te verlagen. De marktwaarde van Ethereum, bijvoorbeeld, bedraagt op 21 september om 08:01 283,4 miljard euro, wat aangeeft hoeveel kapitaal er in de bredere digitale economie omgaat, mede gestuwd door technologische innovatie. De efficiëntieslagen die bedrijven zoals Société Générale nastreven, dragen bij aan de financiële gezondheid en veerkracht van de bredere economie.

    Deze plannen van Société Générale tonen aan dat zelfs gevestigde financiële instellingen de noodzaak zien om disruptieve technologieën te omarmen om competitief te blijven en waarde voor aandeelhouders te creëren. De komende jaren zullen uitwijzen of de bank de beloofde besparingen en rendementen daadwerkelijk kan realiseren, en hoe de integratie van AI verdere impact zal hebben op de sector.

  • Onchain Platform Theo Lanceert ThSLVR, Getokeniseerd Zilver Ter Waarde Van 37 Miljoen Euro

    Onchain Platform Theo Lanceert ThSLVR, Getokeniseerd Zilver Ter Waarde Van 37 Miljoen Euro

    Het nieuwe getokeniseerde zilverproduct van Theo wordt gedekt door actieve zilverleases en is bedoeld om beleggers blootstelling aan zilver te geven, terwijl ze ook inkomsten genereren uit de verhuur van het edelmetaal aan institutionele partijen.

    Het financiële platform Theo heeft thSLVR, een nieuw getokeniseerd zilverproduct, in de markt gezet. Dit product wordt gedekt door meer dan 37 miljoen euro (40 miljoen dollar) aan actieve leases. Het is een uitbreiding van Theo’s grondstoffenfinancieringsactiviteiten, die tot nu toe vooral op goud gericht waren.

    Met thSLVR kunnen houders profiteren van zowel de zilverprijs als de inkomsten die worden gegenereerd door het verhuren van het onderliggende metaal aan institutionele partijen. Raffinaderijen, munthuizen en industriële fabrikanten lenen routinematig zilver voor hun productiebehoeften zonder prijsrisico te lopen. De vergoedingen die zij hiervoor betalen, gingen traditioneel naar bullionbanken en dealers, niet naar beleggers die zilver via ETF’s of andere producten bezitten. Theo brengt dit leasemodel nu op de blockchain.

    De zilvermarkt kende dit jaar heel wat volatiliteit. De prijs steeg in januari naar een record van 121,79 dollar per ounce, om vervolgens in drie dagen tijd 41 procent te kelderen. In juli zakte de prijs tot 54,74 dollar en ligt nu rond de 60 euro, ongeveer de helft van de piek in januari. Deze schommelingen werden toegeschreven aan veranderende renteverwachtingen, speculatieve handel en onzekerheid over de industriële vraag. De lancering van thSLVR komt op een moment dat de zilvermarkt een zesde opeenvolgend jaar van aanbodtekorten tegemoet gaat, met een geschat tekort van 46,3 miljoen ounces in 2026.

    Rendement uit zilverleningen

    Het zilver dat thSLVR dekt, wordt verhuurd aan erkende institutionele tegenpartijen onder standaardmarktvoorwaarden, met kredietdekking via een moedermaatschappijgarantie. Dit zorgt ervoor dat tokenhouders zowel blootstelling aan de zilverprijs behouden als de bijbehorende lease-inkomsten ontvangen. Initieel is thSLVR beschikbaar in een bètaversie voor instituten en goedgekeurde beleggers; bredere toegang volgt later.

    De tokenisatie van activa uit de reële economie breidt zich snel uit, van Amerikaanse staatsobligaties en private kredieten tot aandelen, fondsen en grondstoffen. Getokeniseerde grondstoffen vertegenwoordigen momenteel ongeveer 4,5 miljard euro (4,9 miljard dollar) aan waarde, verdeeld over 130 producten. Goud-gedekte tokens, onder andere van Tether en Paxos, leiden deze markt. Het aantal houders van grondstoffentokens steeg de afgelopen maand met 13 procent tot bijna 339.000, zo blijkt uit gegevens van RWA.xyz.

    Zilvermarkt in beweging

    De leasetarieven voor zilver kunnen sterk stijgen tijdens periodes van beperkte fysieke beschikbaarheid. Ongeveer 83 procent van het zilver in Londense kluizen is vastgelegd in fysiek gedekte beleggingsproducten. Daardoor blijft er slechts ongeveer 136 miljoen ounces beschikbaar voor handel en verhuur. De éénmaands zilverlease rente in Londen klom in oktober 2025 kortstondig naar ongeveer 39 procent, terwijl de historische norm onder de 1 procent ligt. Die tarieven zijn intussen genormaliseerd, maar de structurele krapte blijft.

    Iggy Ioppe, chief investment officer van Theo, merkt op dat het leasetarief in deze context het echte signaal is, niet de spotprijs, en dat het tarief al fors schommelt. ThSLVR brengt de economie van zilverleningen naar de blockchain, waardoor de waarde van dat inkomen duidelijker wordt wanneer de markt krapper wordt. Theo, opgericht door voormalige handelaren van Optiver en IMC, biedt ook al getokeniseerd goud en Amerikaanse staatsobligaties aan. Deze zilverleases verbreden ook de activa die de thUSD stablecoin van Theo ondersteunen, een stabiele munt die rendement genereert via een afgedekte metaalverhuurstrategie, onafhankelijk van de richting van de grondstofprijzen.

  • Sinds 2008 Bouwde België 200 Miljard Euro Aan Verborgen Schuld Op

    Sinds 2008 Bouwde België 200 Miljard Euro Aan Verborgen Schuld Op

    De Belgische overheid heeft naast de reguliere staatsschuld een gigantisch bedrag aan verplichtingen opgebouwd die niet direct zichtbaar zijn op de balans. Deze zogeheten ‘verborgen schulden’ zijn voornamelijk het gevolg van de vergrijzing en onbetaalde belastingen.

    De Belgische overheid heeft sinds 2008 een bijkomende schuld van meer dan 200 miljard euro gecreëerd die niet officieel in de boeken staat. Dit blijkt uit een analyse die in Trends Knack verscheen. Dit bedrag komt overeen met de volledige staatsschuld die België in de voorbije vijftien jaar heeft opgebouwd. Het gaat om verplichtingen die de komende jaren zware druk zullen leggen op de overheidsfinanciën, maar die momenteel niet als schuld worden geboekt.

    De grootste brok van deze verborgen schuld, 145 miljard euro, is gerelateerd aan de vergrijzing. Pensioenverplichtingen en de stijgende kosten voor de gezondheidszorg, die door de overheid worden gedragen, zijn hier de belangrijkste oorzaak van. Daarnaast gaat het om 57 miljard euro aan niet-geïnde belastingen. Dit zijn belastingvorderingen die de fiscus wel heeft uitgeschreven, maar die door verschillende omstandigheden — zoals faillissementen of betwistingen — nog niet zijn ontvangen.

    Vergrijzing weegt zwaar op de balans

    Wij zien vooral dat de vergrijzing een sluimerend probleem is dat nu langzaam aan de oppervlakte komt. De pensioenen en de gezondheidszorg zijn systemen die decennialang werden opgebouwd, maar de demografische realiteit – meer ouderen, minder werkenden – maakt dat de financiële houdbaarheid onder druk staat. De 145 miljard euro aan vergrijzingskosten is geen nieuw fenomeen, maar de schaal waarop het zich manifesteert, toont de urgentie.

    Deze onzichtbare schuld maakt de Belgische financiële situatie complexer dan de officiële cijfers doen vermoeden. Waar de reguliere staatsschuld doorgaans veel aandacht krijgt, blijven deze verborgen verplichtingen vaak buiten beeld, hoewel ze een even grote impact hebben op de toekomstige budgettaire ruimte. Het is dan ook cruciaal om deze cijfers mee te nemen in elke discussie over de Belgische begroting. De totale schuld, inclusief deze verborgen posten, ligt dan ook aanzienlijk hoger dan de vaak geciteerde 105 procent van het bruto binnenlands product.

    Een structureel probleem

    Het is duidelijk dat de Belgische begroting voor een structurele uitdaging staat. De discussie over de overheidsfinanciën wordt vaak versimpeld tot het tekort van een bepaald jaar, maar deze analyse van de verborgen schulden toont aan dat er dieperliggende problemen zijn. De combinatie van onbetaalde belastingen en de vergrijzingsfactuur vereist een doordachte aanpak die verder gaat dan louter jaarlijkse besparingen. Wij denken dat dit thema de komende jaren steeds prominenter op de politieke agenda zal komen te staan.

    Deze verborgen schuld is bovendien een risico voor de lange termijn. De kosten van vergrijzing zullen de komende decennia alleen maar toenemen, tenzij er ingrijpende hervormingen plaatsvinden. Dit betekent dat toekomstige generaties een zware last zullen dragen als er nu geen actie wordt ondernomen. De vraag is nu hoe lang deze verborgen schulden nog verborgen kunnen blijven, en wanneer ze volledig deel zullen uitmaken van het publieke debat.

  • Softwaregiganten Adobe En Oracle Overtreffen Verwachtingen Met Sterke AI-Vraag

    Softwaregiganten Adobe En Oracle Overtreffen Verwachtingen Met Sterke AI-Vraag

    De toenemende vraag naar producten met artificiële intelligentie stuwt de omzet van softwarebedrijven Adobe en Oracle voorbij de analistenramingen.

    De resultaten van techgiganten Adobe en Oracle tonen aan dat de vraag naar artificiële intelligentie (AI) en clouddiensten de sector vleugels geeft. Beide softwarebedrijven overtroffen de analistenverwachtingen voor hun meest recente kwartalen, zo blijkt uit de gepubliceerde cijfers op donderdag.

    Adobe rapporteerde een omzet van 6,76 miljard dollar (ongeveer 6,34 miljard euro) voor het derde kwartaal. Dit ligt boven de gemiddelde schatting van analisten, die op 6,70 miljard dollar (ongeveer 6,28 miljard euro) uitkwam. De groei wordt toegeschreven aan de toenemende adoptie van AI-geïntegreerde producten en tools van het bedrijf. Oracle, dat zijn eerste fiscale kwartaal afsloot, zag zijn totale omzet met 30 procent stijgen tot 19,3 miljard dollar (ongeveer 18,09 miljard euro), waar analisten 19,14 miljard dollar (ongeveer 17,94 miljard euro) hadden voorspeld. Ook Oracle profiteerde van een sterke vraag naar zijn clouddiensten, eveneens gedreven door AI-uitgaven van bedrijven.

    Oracle’s investeringen lonen

    Vooral Oracle’s cijfers vallen op, aangezien het bedrijf dit jaar al meer dan 20 procent van zijn beurswaarde zag verdampen door zorgen van beleggers over de hoge kapitaaluitgaven. Wij zien dit als een teken dat de zware investeringen in datacenters, die nodig zijn om de clouddiensten te ondersteunen, nu vruchten beginnen af te werpen. Het bedrijf meldde in het juni-augustuskwartaal 850 megawatt aan datacentervermogen online te hebben gebracht, wat cruciaal is voor het binnenhalen van grote bedrijfscontracten.

    De omzetachterstand van Oracle, de zogenoemde backlog, bedroeg aan het einde van het kwartaal 664 miljard dollar (ongeveer 622 miljard euro). Dit is een stijging ten opzichte van 638 miljard dollar (ongeveer 598 miljard euro) in de voorgaande drie maanden, en ruim boven de analistenraming van 639,89 miljard dollar (ongeveer 599 miljard euro). De softwaregigant verhoogde ook zijn jaarlijkse winstverwachting voor fiscaal 2027 naar 8,10 dollar per aandeel, waar eerder 8,05 dollar per aandeel werd verwacht. De omzet voor fiscaal 2027 zou minstens 90 miljard dollar (ongeveer 84,3 miljard euro) moeten bedragen.

    De AI-wind in de zeilen

    De sterke prestaties van zowel Adobe als Oracle onderstrepen de brede impact van AI op de technologiesector. Bedrijven investeren fors in AI-capaciteiten, wat direct leidt tot een hogere vraag naar gespecialiseerde software en infrastructuur. Wij houden het erop dat deze trend zich de komende kwartalen zal voortzetten, zolang de investeringscyclus in AI op volle toeren blijft draaien. Het blijft interessant om te zien hoe deze technologie de winstgevendheid van softwarebedrijven verder zal beïnvloeden en welke nieuwe innovaties ze teweeg zal brengen.

  • Preferente Aandelen KeyCorp Passeren 7 Procent Rendement, Pebblebrook Hotel Trust Stijgt Naar 8 Procent

    Preferente Aandelen KeyCorp Passeren 7 Procent Rendement, Pebblebrook Hotel Trust Stijgt Naar 8 Procent

    Op dinsdag zagen beleggers in de preferente aandelen van KeyCorp en Pebblebrook Hotel Trust hun rendementen fors oplopen, door de dalende koersen op de markt.

    Op de financiële markten van dinsdag zagen beleggers in preferente aandelen van twee grote Amerikaanse bedrijven hun rendementen significant stijgen. De preferente aandelen van de Amerikaanse bankgigant KeyCorp, specifiek de Series F met symbool KEY.PRJ, boden een rendement van meer dan 7 procent. Dit gebeurde toen de koers van het aandeel daalde tot een laagtepunt van 20,10 dollar (ongeveer 18,50 euro) per stuk.

    Hetzelfde patroon was zichtbaar bij Pebblebrook Hotel Trust, een vastgoedinvesteerder gespecialiseerd in hotels. Hun preferente aandelen Series J (PEB.PRF) passeerden zelfs de grens van 8 procent rendement, eveneens op dinsdag. Beide stijgingen in rendement zijn een direct gevolg van dalende aandelenkoersen, waarbij het vaste dividend in verhouding meer waard wordt voor wie op dat moment instapt.

    Waarom het rendement nu stijgt

    Wij zien vooral dat dit soort bewegingen vaak samenvallen met een bredere onzekerheid op de markt. Preferente aandelen, die een vaste dividenduitkering beloven, worden aantrekkelijker naarmate de aandelenkoers daalt, omdat het rendement dan omhoogschiet. Voor wie nu instapt, betekent dit een hoger percentage aan uitkering op de investering. De Series F van KeyCorp heeft een jaarlijks dividend van 1,4125 dollar per aandeel (ongeveer 1,30 euro), terwijl de Series J van Pebblebrook Hotel Trust 1,575 dollar per jaar (ongeveer 1,45 euro) uitkeert.

    Deze ontwikkeling bij KeyCorp en Pebblebrook Hotel Trust is niet uniek. In een markt met stijgende rentes en economische onzekerheid zoeken beleggers naar stabiele inkomstenstromen. Preferente aandelen bieden die stabiliteit vaak, zij het met een lager groeipotentieel dan gewone aandelen. Beleggers accepteren daardoor meer koersvolatiliteit in ruil voor die hogere, vaste uitkering.

    Een blik op de grotere markt

    Wanneer we de bredere markt voor preferente aandelen bekijken, zien we dat een rendement van 7 tot 8 procent in het huidige klimaat voor veel beleggers interessant is. Het toont aan dat er vraag blijft naar inkomensgenererende activa, zelfs als dit gepaard gaat met een daling van de nominale koers van het aandeel. Wij zouden hierin eerder een signaal zien van beleggers die risico mijden en de voorkeur geven aan voorspelbare cashflows boven snelle koerswinst.

    Deze preferente aandelen zijn weliswaar minder bekend dan de reguliere aandelen, maar vervullen een belangrijke functie in een beleggingsportefeuille. Ze bieden een soort middenweg tussen obligaties en gewone aandelen, met een prioritaire claim op dividenden boven gewone aandelen. De vraag is of deze trend zich zal voortzetten naarmate de renteverwachtingen verder evolueren.

  • Na Wekelijkse Aankoop Nadert Bitmine Doel Van 5 Procent Van Het Ethereum-Aanbod

    Na Wekelijkse Aankoop Nadert Bitmine Doel Van 5 Procent Van Het Ethereum-Aanbod

    De ether-treasury van Bitmine groeide vorige week met 28.086 tokens, wat het bedrijf dichter bij zijn ambitieuze accumulatiedoel brengt.

    Bitmine Immersion Technologies, de grootste Ethereum-gerichte cryptotreasure-firma, heeft vorige week opnieuw flink ingekocht. Het bedrijf verwierf 28.086 ether (ETH), een aankoop ter waarde van ongeveer 64,5 miljoen euro. Hiermee komt Bitmine steeds dichter bij zijn zelfopgelegde doel om 5 procent van het totale Ethereum-aanbod in handen te krijgen.

    De meest recente aankoop, die dinsdag werd bekendgemaakt, brengt Bitmine’s totale bezit aan ether op 5.929.198 ETH. Dit betekent dat het bedrijf nog ongeveer 171.000 ETH nodig heeft om de gestelde mijlpaal te bereiken. Bitmine is sinds juni 2025 wekelijks ether aan het aankopen, als onderdeel van zijn strategie om een aanzienlijke positie in de cryptomunt op te bouwen.

    De aankoop van vorige week was iets lager dan die van de week ervoor, toen er 53.501 ETH werd gekocht. Toch wijst de firma erop dat, mocht het tempo van de laatste weken aanhouden, het doel van 5 procent binnen minder dan zeven weken bereikt kan worden. Dit agressieve accumulatiebeleid heeft de blik op Bitmine gericht, zeker omdat het bedrijf sinds de start van zijn treasurystrategie consequent blijft inzetten op ether, ongeacht de schommelingen in de markt.

    Analist Ziet Nieuwe Koersstijging Voor Ether

    De recente aankoop valt samen met een periode waarin ether zijwaarts beweegde, rond de 2.400 à 2.500 dollar (ongeveer 2.230 à 2.320 euro), na een rally van 35 procent in augustus. Tom DeMark, oprichter van DeMark Analytics en kapitaalmarktadviseur van Bitmine, is echter positief over de nabije toekomst van ether.

    DeMark stelt dat zijn technische indicatoren wijzen op een mogelijke hervatting van de opwaartse trend in de komende weken. Hij merkt op dat ether zijwaarts is bewogen zonder een neerwaartse doorbraak en dat een 12-daagse metriek is verlopen, wat volgens hem een vernieuwing van de opwaartse beweging impliceert. Dit zou de voortzetting van de eerdere trend verder ondersteunen, zo klinkt het bij DeMark.

    Vergelijking Met Andere Spelers

    Hoewel Bitmine zich focust op ether, is de strategie van het opbouwen van een aanzienlijke crypto-treasury niet uniek. Bedrijven zoals MicroStrategy hebben bijvoorbeeld enorme hoeveelheden bitcoin vergaard. Bitmine’s aanpak is echter opmerkelijk vanwege de focus op ether en de ambitie om een zo groot percentage van het totale aanbod te bezitten. De totale marktwaarde van Ethereum ligt op dit moment rond de 295 miljard euro, wat aangeeft dat de 64,5 miljoen euro van Bitmine een significante investering is, zij het nog een relatief klein deel van het geheel.

    De aanhoudende aankopen van Bitmine, gecombineerd met de optimistische technische analyse, scheppen een interessant beeld voor de komende maanden. De vraag is of het bedrijf zijn doel van 5 procent van het Ethereum-aanbod tijdig zal bereiken en welke invloed dit op de bredere cryptomarkt zal hebben.

  • Montea Ziet De Winst Per Aandeel Dalen Na Een Verhoging Van Het Dividend

    Montea Ziet De Winst Per Aandeel Dalen Na Een Verhoging Van Het Dividend

    De Belgische vastgoedinvesteerder Montea verraste beleggers met een winstdaling per aandeel in 2023, terwijl de analisten juist een stevige groei verwachtten. Toch verhoogt de vastgoedgroep het dividend verder, wat vragen oproept over de waardering.

    Montea, een gevestigde speler in het logistieke vastgoed, publiceerde recent zijn jaarcijfers. Hoewel de markt een groei van de winst per aandeel van 4,85 euro had ingeschat, daalde deze voor het boekjaar 2023 met 10 procent naar 4,37 euro. Dat is een opmerkelijke afwijking, gezien de stabiele prestaties die van vastgoedvennootschappen doorgaans verwacht worden. De operationele winst per aandeel, een belangrijke graadmeter, daalde zelfs met 10 procent.

    De vastgoedinvesteerder, die gespecialiseerd is in logistiek vastgoed met een focus op België, Nederland, Frankrijk en Duitsland, kondigde tegelijkertijd een verhoging van het bruto dividend aan. Dit stijgt van 3,14 euro naar 3,25 euro per aandeel, wat een stijging van 3,5 procent betekent. Op papier klinkt dat mooi, maar wij merken op dat het logistiek vastgoed in de nasleep van de pandemie een stevige waardevermindering heeft gekend, terwijl de rentekosten juist zijn toegenomen. Deze combinatie drukt de winstgevendheid, wat zich vertaalt in de lagere winst per aandeel.

    Waardering Van Het Aandeel

    Wij lezen de cijfers zo dat Montea te maken krijgt met een dubbele uitdaging. Enerzijds is er de inflatie die de operationele kosten opdrijft, anderzijds zien we de impact van gestegen rentevoeten op de financiering van nieuwe projecten en de herfinanciering van bestaande leningen. De daling van de winst per aandeel, gecombineerd met een hogere dividenduitkering, leidt tot een hogere uitkeringsgraad. Dat kan op termijn de financiële flexibiliteit van het bedrijf onder druk zetten.

    Ondanks de tegenvallende winst, verwachten analisten van KBC Securities dat het aandeel, met een koers van 60,60 euro per begin mei, ondergewaardeerd blijft. Zij hanteren een koersdoel van 75 euro per aandeel, wat een potentieel van bijna 24 procent zou inhouden. Wij zien echter een zekere voorzichtigheid geboden bij dergelijke voorspellingen. De marktomstandigheden voor logistiek vastgoed zijn complexer geworden dan enkele jaren geleden, toen e-commerce een enorme boost gaf aan de vraag.

    Toekomstperspectieven En Marktontwikkeling

    De vastgoedportefeuille van Montea omvat momenteel 1,9 miljoen vierkante meter, verdeeld over 111 locaties. De bezettingsgraad blijft met 99,8 procent uitzonderlijk hoog, wat duidt op een sterke vraag naar hun vastgoed. Dit zorgt voor een stabiele huurstroom en dat is een belangrijke pijler voor de financiële gezondheid van de onderneming. De huurinkomsten stegen in 2023 met 9,3 procent, mede dankzij indexeringen en nieuwe verhuringen.

    De netto schuldgraad van Montea bedroeg eind 2023 44,5 procent, met een gemiddelde looptijd van de schulden van 4,4 jaar. De gemiddelde rentevoet op de schuldportefeuille steeg naar 2,6 procent, een stijging die de winst per aandeel onvermijdelijk beïnvloedt. Wij volgen op de voet of Montea erin slaagt om deze kosten onder controle te houden en tegelijkertijd de groei van de portefeuille te bestendigen in een uitdagende marktomgeving. De sector van logistiek vastgoed is momenteel een stuk volatieler dan we gewoon waren, wat zowel kansen als risico’s met zich meebrengt.

  • België Haalt Sinds Mei Al 1,3 Miljard Euro Op Via Nieuwe Staatsbons

    België Haalt Sinds Mei Al 1,3 Miljard Euro Op Via Nieuwe Staatsbons

    De nieuwe staatsbons, die sinds 20 mei op de markt zijn, blijken een schot in de roos bij particuliere beleggers, met een opvallend hoog bedrag dat al is opgehaald.

    Particuliere beleggers tonen opnieuw een grote interesse in de staatsbons. Sinds de start van de nieuwe uitgifte op 20 mei haalde België al bijna 1,3 miljard euro op. Dat blijkt uit cijfers van het Agentschap van de Schuld. De populariteit van de staatsobligaties, die vorige week startten, onderstreept de aanhoudende zoektocht van spaarders naar alternatieven voor de traditionele spaarrekening, zeker nu de rente op de staatsbons hoger ligt dan die van veel klassieke spaarproducten.

    De uitgifte van de staatsbons loopt nog tot en met 31 mei, zowel via inschrijvingen bij banken als rechtstreeks via het Grootboek. De rentevoet voor de staatsbon op één jaar bedraagt 3,00 procent bruto, wat neerkomt op 2,10 procent netto na aftrek van de roerende voorheffing van 30 procent. Voor de staatsbon op drie jaar is de bruto rente 2,80 procent, of 1,96 procent netto. Vooral de éénjarige staatsbon lijkt opvallend veel beleggers aan te trekken, gezien het bedrag dat al op de teller staat.

    Groter Succes Dan Verwacht

    De snelle instroom van bijna 1,3 miljard euro in minder dan een week tijd wijst op een groter succes dan aanvankelijk verwacht. Het Agentschap van de Schuld hoopte met deze nieuwe uitgifte vooral de grote banken onder druk te zetten om de spaarrentes te verhogen. Vorig jaar, bij de lancering van de staatsbon ‘Van Peteghem’, haalde de overheid in een recordtempo meer dan 21 miljard euro op. Dat was een duidelijk signaal van spaarders dat ze meer rendement willen zien.

    Deze keer mikte de federale overheid niet op een gelijkaardig bedrag, maar het huidige resultaat toont wel aan dat er nog steeds een stevige honger is naar relatief veilige beleggingen met een aantrekkelijk rendement. Wij zien vooral dat de markt blijft reageren op concrete alternatieven wanneer die aangeboden worden, iets wat de banken waarschijnlijk niet ontgaat.

    Wat Na 31 Mei?

    Het is nu afwachten wat de definitieve opbrengst zal zijn na 31 mei. Zal de totale som nog significant stijgen, en hoe zullen de banken hierop reageren? De Nationale Bank van België (NBB) heeft zich in het verleden kritisch uitgelaten over de lage spaarrentes bij commerciële banken en moedigt meer concurrentie aan. Een nieuwe succesvolle staatsboncampagne kan de druk op de banken verder opvoeren om hun spaaraanbod te herzien. De vraag blijft of deze druk voldoende is om een structurele verhoging van de spaarrentes te realiseren, of dat de staatsbons een tijdelijke oplossing blijven voor spaarders die op zoek zijn naar iets meer.