Na een periode van jarenlange desinvesteringen is de stroom van buitenlands kapitaal naar Nederland weer toegenomen, wat wijst op een hernieuwde interesse, al gaat een deel van het geld via Nederland weer naar elders.
De Nederlandse economie heeft in de eerste zes maanden van 2026 een aanzienlijke impuls gekregen door buitenlandse directe investeringen. Buitenlandse bedrijven investeerden 72 miljard euro in het land, zo meldt De Nederlandsche Bank (DNB). Dit markeert een significante ommekeer na een periode van 2018 tot 2025, waarin de desinvesteringen het wonnen van de nieuwe kapitaalinstroom.
De jarenlange daling van inkomende investeringen werd grotendeels toegeschreven aan nieuwe belastingmaatregelen. Deze maakten het voor internationale bedrijven minder aantrekkelijk om hun geldstromen via Nederland te laten lopen. Vooral Luxemburg en de Verenigde Staten, die samen goed waren voor meer dan 1.000 miljard euro aan teruggetrokken investeringen sinds 2018, werden genoemd als landen die hun kapitaal weghaalden. Daarmee vertegenwoordigden zij ruim 77 procent van de totale kapitaalonttrekkingen in deze periode.
De huidige stijging van 72 miljard euro is echter geen garantie dat de Nederlandse economie er netto evenveel op vooruitgaat. DNB benadrukt dat een groot deel van deze investeringen ‘doorstroomkapitaal’ betreft. Dit betekent dat het geld via Nederlandse entiteiten naar andere landen wordt geleid, wat de internationale financiële verwevenheid van Nederland aantoont, maar niet per se directe economische groei voor het land genereert. Wij zien vooral dat Nederland zijn rol als kruispunt in de internationale financiële infrastructuur behoudt, ondanks pogingen om dit te reguleren.
De Verenigde Staten en Duitsland zijn de belangrijkste bronnen van de recente kapitaalinstroom. Toch blijven Luxemburg en de VS, met een gezamenlijke investeringspositie van 990 miljard euro, de grootste investeerders in Nederland, naast het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Singapore. Het is een herinnering dat, hoewel de stroom in beweging is, de diepgewortelde financiële banden blijven bestaan.
De wereldwijde directe investeringsstromen namen de afgelopen jaren toe, zo blijkt uit cijfers van UNCTAD. Maar Nederland zag de inkomende en uitgaande investeringen stagneren of dalen. Dit patroon wijst erop dat de fiscale prikkels en de positie van Special Purpose Entities (SPE’s), in de volksmond vaak ‘brievenbusfirma’s’ genoemd, een cruciale rol speelden in de aantrekkelijkheid van Nederland als investeringshub. De afname van investeringen in SPE’s is een direct gevolg van de gewijzigde fiscale wetgeving, die belastingontwijking moet tegengaan.
De koers van Bitcoin, een belangrijke graadmeter voor het bredere financiële sentiment, staat vandaag op 73.105 euro, een daling van 3,6 procent over de laatste zeven dagen. Dit toont aan dat er ondanks de opleving van investeringen in Nederland nog steeds een zekere voorzichtigheid heerst op de globale markten, die zich manifesteert in de volatiliteit van digitale activa.
Wat betekent dit nu?
De hernieuwde instroom van buitenlandse investeringen in Nederland is een dubbelzijdig verhaal. Enerzijds bevestigt het de positie van Nederland als een cruciale internationale financiële hub, een rol die het land blijft spelen ondanks de eerdere terugtrekking van kapitaal. Anderzijds herinnert het aan de aard van veel van deze investeringen: doorstroomkapitaal dat de Nederlandse economie niet direct stimuleert. De DNB zal de ontwikkeling van deze geldstromen nauwlettend blijven volgen, zeker met het oog op eventuele verdere fiscale aanpassingen en de impact daarvan op de internationale bedrijvigheid.
