Tag: FREMM EVO

  • Belgische Marine Dreigt Samenwerking Met Nederland Te Verbreken Voor Italiaanse Fregatten

    Belgische Marine Dreigt Samenwerking Met Nederland Te Verbreken Voor Italiaanse Fregatten

    De Belgische marine heeft een interne evaluatie afgerond die het Italiaanse FREMM EVO-fregat aanwijst als de meest geschikte kandidaat voor de broodnodige vervanging van haar verouderde gevechtsschepen. Deze beslissing brengt de jarenlange samenwerking met Nederland over de aankoop van nieuwe fregatten ernstig in gevaar, een project dat sinds 2018 wordt geplaagd door aanzienlijke vertragingen en sterk oplopende kosten.

    Tot voor kort was de afspraak dat België en Nederland gezamenlijk vier, later zes, fregatten zouden aankopen, met Nederland als voortrekker. De levering was oorspronkelijk voorzien tegen 2027, maar een definitief ontwerp ontbreekt nog steeds. De kosten per schip zijn intussen bijna verdubbeld, van 600 miljoen euro naar 1 miljard euro, wat het totale budget van 3,2 miljard euro dat België heeft voorzien, flink onder druk zet.

    Wij zien vooral de urgentie voor België als drijvende kracht achter deze koerswijziging. De Belgische vloot is dringend aan vernieuwing toe, met schepen die binnen enkele jaren onbruikbaar worden. De onzekerheid over de Nederlandse leveringstermijnen en de stijgende prijzen maken dat de Italiaanse optie, met een belofte van levering tegen 2030, aanzienlijk aantrekkelijker wordt. Dat Portugal eveneens de FREMM EVO bestelde, zorgt bovendien voor schaalvoordelen die de kostprijs kunnen drukken.

    Waarom Italië de voorkeur geniet

    Minister van Defensie Theo Francken startte midden juli 2026 een nieuwe marktbevraging op om alternatieven te onderzoeken. Uit de vijf antwoorden op deze bevraging, waaronder voorstellen uit Frankrijk en Spanje, springt het Italiaanse FREMM EVO-fregat eruit. De Italiaanse scheepsbouwer Fincantieri zou tegen 2030 al drie performante fregatten kunnen leveren. Dit is cruciaal, aangezien het stopzetten van de marineactiviteiten door verouderde schepen de opleiding van jonge rekruten in gevaar brengt.

    De FREMM EVO, met een tonnage van circa 6.700 ton, is het grootste van de drie weerhouden kandidaten en biedt als enige twee hangars, wat zorgt voor aanzienlijk groeipotentieel. Het schip legt de focus op onderzeebootbestrijding, een belangrijke voorwaarde gezien de dreiging van Russische onderzeeërs in de Noordzee. Ook de goede politieke banden tussen de Belgische premier De Wever en de Italiaanse premier Meloni, die de aankoop al bespraken, lijken het Italiaanse dossier te begunstigen.

    De alternatieven en de Nederlandse impasse

    De Franse FDI-fregat (Frégate de Défense et d’Intervention) van NAVAL Group is met 4.500 ton kleiner, maar scoort goed op capaciteiten. Echter, de levertermijn voor de FDI is onzeker door een reeds volle orderboek voor Frankrijk, Griekenland en Zweden. Bovendien is de samenwerking met de Franse defensie-industrie niet altijd even vlot, wat in het verleden al tot frictie leidde.

    Het Spaanse F110-fregat van Navantia, met 6.100 ton, richt zich sterk op luchtafweer maar presteert zwakker in onderzeebootbestrijding. Een groot nadeel is ook dat er nog geen enkel nieuw F110-schip volledig operationeel is, waardoor er geen ‘proven track record’ is.

    De samenwerking met Nederland, waarvoor België al meer dan 100 miljoen euro investeerde in sensoren die nu in opslag liggen, staat op losse schroeven. Een hoge regeringsbron stelt de vraag hoe België ‘beleefd van het miljardencontract afraakt’. Nederland riskeert ‘de drama-queen uit te hangen’, aldus een marinebron, en zal mogelijk proberen een ander type fregat, de Sigma-klasse, aan te bieden. Dit zou echter resulteren in een vloot met twee verschillende scheepstypes, wat als een wanhoopspoging wordt gezien.

    Wat betekent dit nu?

    De Belgische marine staat voor een cruciale keuze die de defensiecapaciteit voor de komende decennia zal bepalen. De voorkeur voor de Italiaanse FREMM EVO-fregatten weerspiegelt een pragmatische aanpak, gedreven door de noodzaak om snel te handelen en binnen budget te blijven, na jaren van stagnatie in het Nederlandse project. Het succes van deze switch hangt af van de politieke afwikkeling met Nederland en de uiteindelijke contractonderhandelingen met Fincantieri.