Tag: inkomen

  • Aandeel Amerikanen Dat Achterloopt Op Leningen Stijgt Naar 20 Procent

    Aandeel Amerikanen Dat Achterloopt Op Leningen Stijgt Naar 20 Procent

    Uit cijfers van de Federal Reserve blijkt dat bijna een op de vijf Amerikaanse huishoudens moeite heeft om aan financiële verplichtingen te voldoen. Tegelijkertijd groeide het vermogen van de welgestelde Amerikanen aanzienlijk.

    De financiële druk op Amerikaanse huishoudens neemt toe. Bijna één op de vijf gezinnen, zo’n 20 procent, loopt inmiddels achter op hun leningbetalingen. Dat is een aanzienlijke stijging ten opzichte van de ongeveer 12 procent die eerder werd gemeten, en het hoogste niveau sinds de nasleep van de kredietcrisis in 2010. Dat blijkt uit de jongste driejaarlijkse Survey of Consumer Finances, een onderzoek van de Federal Reserve.

    Vooral opvallend is dat het aandeel gezinnen dat twee maanden of langer in gebreke blijft, is gestegen van 5 naar ruim 8 procent. Bovendien heeft 8,6 procent van de gezinnen te maken met schuldaflossingen die meer dan 40 procent van hun inkomen opslokken. In 2022 was dat nog 6,5 procent, wat de huidige situatie het hoogste peil maakt sinds 2013.

    Waar de financiële stress bij veel gezinnen toeneemt, ziet een ander deel van de bevolking het vermogen net fors groeien. Het mediane vermogen van de hoogste inkomensgroep nam met maar liefst 31 procent toe. Over alle gezinnen heen steeg het reële gemiddelde vermogen met 7 procent naar omgerekend ongeveer 1,17 miljoen euro (1,24 miljoen dollar). Het mediane vermogen steeg veel minder hard, met slechts 2 procent naar 203.200 euro (215.900 dollar). Dit verschil laat zien hoe de vermogensgroei zich vooral concentreert bij een kleine groep zeer rijke huishoudens, waardoor de gemiddelde cijfers een vertekend beeld geven van de financiële werkelijkheid van de doorsnee Amerikaan.

    De Federal Reserve merkt in haar rapport op dat gezinnen vaker achterlopen op hun financiële verplichtingen dan op enig moment sinds het onderzoek van 2010. De stijgende rentetarieven van de afgelopen tijd, ingegeven door de strijd tegen inflatie, dragen ongetwijfeld bij aan deze situatie. Hogere rentes maken het duurder om geld te lenen en bestaande schulden af te betalen, wat vooral gezinnen met variabele leningen of kortere afbetalingstermijnen treft.

    Wij zien vooral dat deze cijfers een schril contrast vormen met de algemene economische indicatoren die vaak een robuuste Amerikaanse economie schetsen. Hoewel het reële mediane gezinsinkomen met 7 procent steeg, en het gemiddelde inkomen met 6 procent daalde – wat volgens het rapport wijst op een lichte afname van de inkomensongelijkheid – blijft de onderliggende kwetsbaarheid van een aanzienlijk deel van de bevolking zorgwekkend. Het toont aan dat de economische groei niet evenredig verdeeld is en dat de onderste lagen van de maatschappij de lasten van economische schokken het hardst voelen. Deze kloof kan op termijn de binnenlandse consumptie en daarmee de gehele economie onder druk zetten.

    De algemene financiële markten lijken vooralsnog weinig hinder te ondervinden van deze binnenlandse kwetsbaarheden. Zo noteert Bitcoin (BTC) op 10 oktober om 02:06 nog altijd een koers van 73.688 euro, wat een stijging van 5,9 procent over de afgelopen dertig dagen betekent, ondanks de dalende trend van de afgelopen week. Dit toont aan dat macro-economische ontwikkelingen niet altijd direct vertaald worden naar de prestaties van digitale activa, die vaak reageren op een eigen dynamiek van adoptie en regelgeving.

    Wat betekent dit nu?

    De toenemende schuldenlast bij Amerikaanse gezinnen vormt een structureel risico. Terwijl de Federal Reserve de rentes mogelijk langer hoog houdt om de inflatie te beteugelen, blijft de druk op huishoudens met lage inkomens toenemen. Deze situatie kan leiden tot een vertraging van de economische groei en een grotere instabiliteit op de lange termijn, wat ook gevolgen kan hebben voor de mondiale markten. Het is een delicate evenwichtsoefening voor beleidsmakers.

  • Amerikaanse Woning Is Vijf Keer Duurder Dan Het Inkomen, Historisch Lag Die Op Drie Keer

    Amerikaanse Woning Is Vijf Keer Duurder Dan Het Inkomen, Historisch Lag Die Op Drie Keer

    Woningbezit was traditioneel een belangrijke weg naar vermogensopbouw in de Verenigde Staten, maar met de huidige huizenprijzen en rentes is dat voor veel jongeren niet langer haalbaar. Dit dwingt hen tot een nieuwe kijk op hun financiële toekomst.

    De vraag die veel jonge Amerikanen zich stellen, is of woningbezit nog wel een realistisch doel is. De mediane huizenprijs in de Verenigde Staten is momenteel ongeveer vijf keer het mediane inkomen, een aanzienlijke stijging vergeleken met het historische gemiddelde van drie keer. Deze ontwikkeling heeft een diepgaande impact op hoe twintigers en dertigers hun financiële toekomst plannen, aangezien traditionele adviezen over vermogensopbouw via vastgoed onder druk komen te staan.

    Deze kloof tussen inkomen en huizenprijzen is niet nieuw, maar de huidige cijfers zijn opvallend. Acht jaar geleden was Tanisha Saunders nog optimistisch over het kopen van een huis, maar nu heeft ze zich ‘bevrijd’ van dit idee. De combinatie van hoge aankoopkosten, stijgende verzekeringspremies, onvoorspelbare onderhoudskosten en de risico’s van klimaatverandering maken woningbezit in plaatsen zoals Los Angeles, waar Saunders woont, een onzekere investering. Zij en haar vrienden merken op dat het voor hun generatie aanzienlijk moeilijker is geworden dan voor hun ouders of oudere broers en zussen.

    De Uitdaging Van Vermogensopbouw Zonder Woningbezit

    Voor veel Amerikanen, en zeker voor jongere generaties, is woningbezit van oudsher de meest toegankelijke manier om vermogen op te bouwen. De realiteit van vandaag is anders. Het aandeel dertigers met een eigen huis is de afgelopen twintig jaar met meer dan 5 procentpunten gedaald. Dit dwingt hen om te zoeken naar alternatieve manieren om financiële zekerheid op te bouwen.

    De problemen zijn complex en hebben wortels in het verleden. Na de huizencrisis en de recessie van 2007-2009 trokken ontwikkelaars zich terug, wat leidde tot een tekort aan woningen. Tegelijkertijd werden de kredietnormen strenger, waardoor het voor jongere kopers moeilijker werd om een hypotheek te krijgen. Toen de pandemie toesloeg, schoten de huizenprijzen omhoog en sindsdien zijn de rentetarieven gestegen. Normaal gesproken zouden hogere rentes de prijzen drukken, maar dat effect blijft vooralsnog uit. Dit samenspel van factoren maakt dat slechts 29 procent van de 18- tot 34-jarigen van plan is om de komende vijf jaar een huis te kopen, een scherpe daling ten opzichte van 57 procent in 2015.

    Onzekerheid En Alternatieven

    Wij zien vooral dat deze situatie een generatie dwingt tot heroverweging van langetermijnplannen. Naomi Mortensen, een dertiger, en haar partner sparen voor een aanbetaling, maar door hoge huurprijzen, studieleningen en andere kosten is dit een enorme uitdaging. Zij maakt zich zorgen over de volatiliteit van de huizenmarkt en de risico’s van een langetermijninvestering in vastgoed. Het idee van ‘altijd huren’ geeft haar, net als vele anderen, geen vertrouwen in de financiële toekomst.

    Woningbezit is geen gegarandeerde weg naar rijkdom. Onderzoek van economen aan de Tufts University toont aan dat het moment van aankoop cruciaal is. Huishoudens die in 1984 een huis kochten, zagen hun vermogen toenemen, terwijl huishoudens die in 1999 kochten en de recessie van 2007-2009 meemaakten, juist vermogen verloren. Dit toont aan dat de markt onzeker blijft en dat een huis niet altijd een veilige haven is.

    De traditionele droom van een eigen woning staat onder druk. Wat dit betekent voor de langetermijnfinanciën van deze generatie, is nog afwachten. Zal dit leiden tot nieuwe spaarstrategieën, of zullen we een verschuiving zien naar andere vormen van vermogensopbouw?

  • Inkomensongelijkheid In België: Dieper Dan We Dachten

    Inkomensongelijkheid In België: Dieper Dan We Dachten

    De inkomensongelijkheid in België blijkt groter dan eerder aangenomen. Dit resultaat komt voort uit een studie van de Nationale Bank, die aantoont dat topinkomens vaak voortkomen uit kapitaalinkomsten, die lager belast zijn. Interessant is dat meerwaarden – een punt van discussie in het belastingdebat – niet zijn meegenomen in deze berekening.

    Ondanks de toegenomen urgentie van onderzoek naar inkomens- en vermogensongelijkheid sinds de financiële crisis, brengt elke nieuwe publicatie een zekere mate van voorzichtigheid met zich mee. Deze voorzichtigheid is des te groter wanneer de conclusie luidt dat de ongelijkheid groter is dan eerder gedacht, wat in België een groeiende trend is.

    De Gini-coëfficiënt: een maatstaf voor ongelijkheid

    Na academisch onderzoek dat in het najaar van 2024 al wees op een grotere en stijgende inkomensongelijkheid in België, heeft de Nationale Bank van België (NBB) dezelfde conclusie getrokken. Volgens nieuwe berekeningen is de Gini-coëfficiënt – een maatstaf voor de ongelijkheid van een land – niet 0,25, maar 0,3. Dit cijfer betreft het beschikbare inkomen na belastingen en sociale uitkeringen.

    Vooral bij de 1% hoogste inkomens is een duidelijke scheefgroei zichtbaar. In deze groep domineren de kapitaalinkomsten (dividenden, rente), die doorgaans lager belast zijn dan inkomsten uit arbeid. Dit betekent ook dat het effectieve belastingtarief voor de top 1% – ongeveer 29% – lager is dan dat van veel Belgische gezinnen.

    België: pionier in inkomensongelijkheidsonderzoek

    België loopt voorop in het gebruik van een nieuwe methode om inkomensongelijkheid gedetailleerder in kaart te brengen. Deze methode, gebaseerd op ‘distributieve nationale rekeningen’ (DNA), wordt steeds meer de norm. Hoewel andere Europese landen hier nog mee bezig zijn, heeft België zijn “huiswerk” al af en mag het zichzelf een ‘pionier’ noemen.

    Inkomensongelijkheid en meerwaarden

    Opmerkelijk is dat meerwaarden op financiële activa, zoals aandelen, ontbreken in de berekening, zelfs als ze daadwerkelijk zijn gerealiseerd door bijvoorbeeld een bedrijf te verkopen. Dit komt door internationale statische afspraken, waarbij dergelijke meerwaarden niet als terugkerend inkomen worden beschouwd. Het inbegrip van meerwaarden zou naar verwachting de inkomensongelijkheid verder vergroten, aangezien vermogen – de bron van meerwaarden – geconcentreerd is bij de topinkomens.

    Vraag & Antwoord

    Vraag: Waarom is de inkomensongelijkheid in België groter dan gedacht?
    Antwoord: Volgens de Nationale Bank komt dit omdat topinkomens vaak voortkomen uit kapitaalinkomsten, die lager belast zijn dan inkomsten uit arbeid.

    Vraag: Wat is de Gini-coëfficiënt en hoe heeft deze invloed op de inkomensongelijkheid?
    Antwoord: De Gini-coëfficiënt is een maatstaf voor de ongelijkheid van een land. Volgens recente berekeningen van de Nationale Bank is deze coëfficiënt in België niet 0,25, maar 0,3.

    Vraag: Hoe zou de inclusie van meerwaarden de inkomensongelijkheid beïnvloeden?
    Antwoord: Het opnemen van meerwaarden in de berekening zou naar verwachting de inkomensongelijkheid verder vergroten, aangezien deze vaak geconcentreerd zijn bij de topinkomens.