Terwijl de beurzen in Londen en Amsterdam de dag met verlies afsloten, wist de Portugese PSI-index op dinsdag 15 september 2026 toch een mooie winst van 0,71 procent te boeken. Spanje hield de schade beperkt met een minieme daling.
Op dinsdag 15 september 2026 sloot de Portugese PSI-index de handelsdag af met een winst van 0,71 procent, wat schril afsteekt tegen de rest van de Europese markten. De Britse FTSE 100, een van de belangrijkste graadmeters van Europa, moest een verlies van 0,46 procent incasseren. Ook de Nederlandse AEX-index leverde 0,23 procent in, terwijl de Spaanse IBEX 35 de schade wist te beperken met een daling van slechts 0,05 procent.
De prestaties van de Portugese markt vallen op, zeker gezien de bredere tendens in West-Europa. In Lissabon waren het vooral de sectoren industrie, basismaterialen en technologie die de index omhoog trokken. Aandelen zoals Mota Engil SGPS en Galp Energia Nom stegen respectievelijk 2,00 procent en 1,95 procent. Dit contrasteert met Londen, waar vooral de telecommunicatie, software en drankenbedrijven de koersen naar beneden haalden. De London Stock Exchange Group zag zijn aandeel 3,23 procent dalen.
Olieprijzen Stuwen Enkele Energieaandelen
Opvallend is dat, ondanks de algemene dalingen, enkele grote energieaandelen het goed deden. Shell PLC, genoteerd in zowel Londen als Amsterdam, zag zijn aandeel in de Britse hoofdstad 1,97 procent stijgen en in Nederland 1,89 procent. Het concern bereikte daarmee zelfs nieuwe recordhoogtes. In Spanje steeg Repsol met 3,09 procent en bereikte eveneens een all-time high. Deze stijgingen komen niet los van de ontwikkelingen op de oliemarkt: Brentolie voor november levering steeg met 2,53 procent naar 108,35 dollar per vat, terwijl ruwe olie voor oktober met 3,77 procent omhoog ging naar 105,21 dollar per vat. Wij zien vooral dat de aanhoudend hoge olieprijzen de winstgevendheid van deze giganten een boost geven, wat beleggers niet onopgemerkt laten.
Sectorale Verschillen Tekenen Marktbeeld
De verschillen tussen de landen zijn te herleiden tot de dominante sectoren in de respectievelijke indices. Terwijl de Portugese markt relatief zwaar leunt op industriële en grondstoffenbedrijven die profiteerden van de positieve sentimenten, werd de Britse markt getekend door zwakke prestaties in de technologiesector en de financiële dienstverlening. In Spanje waren vooral consumentengoederen en financiële dienstverleners de verliezers van de dag, al was de impact op de totale index beperkt. Het is een herinnering dat de ‘Europese markt’ zelden een monolithisch geheel is; de onderliggende economische structuren en sectorale samenstellingen zorgen voor uiteenlopende resultaten.



