Tag: Mark Hulbert

  • Oktober Is Historisch De Meest Volatiele Beursmaand, Maar Analisten Zien Geen Logische Verklaring

    Oktober Is Historisch De Meest Volatiele Beursmaand, Maar Analisten Zien Geen Logische Verklaring

    De maand oktober staat bekend om zijn wilde koersschommelingen op de beurs, maar een diepere analyse toont aan dat de reputatie vooral rust op een handvol uitzonderlijke jaren, zonder een duidelijke onderliggende oorzaak.

    De aandelenmarkten kennen historisch gezien de meeste onrust in oktober. De maand heeft een reputatie opgebouwd als een periode van verhoogde volatiliteit, maar die perceptie wordt vooral gedreven door een drietal uitzonderlijke jaren, zo blijkt uit een analyse van MarketWatch. Zonder de beurscrashes van 1929, 1987 en 2008 is oktober niet significant volatieler dan andere maanden.

    De standaardafwijking van dagelijkse koerswijzigingen voor de Dow Jones Industrial Average (DJIA) bedraagt in oktober gemiddeld 1,41 procent, wat hoger is dan het algemene maandgemiddelde van 1,10 procent. Haal je echter de drie crashjaren uit de berekening, dan zakt de volatiliteit van oktober naar 1,18 procent. Dat is nauwelijks hoger dan het algemene gemiddelde en vrijwel identiek aan de 1,18 procent die in maart wordt waargenomen.

    Geen Theorie Houdt Stand

    Statistici, zoals aangehaald door MarketWatch-analist Mark Hulbert, benadrukken dat het hoogstwaarschijnlijk toeval is dat de drie meest dramatische beursvalpartijen in de Amerikaanse geschiedenis in oktober plaatsvonden. Zij stellen dat, als beleggers enkel keken naar de overige 127 van de laatste 130 jaar, de volatiliteit van oktober niet opmerkelijk zou zijn. Wij zien daarin vooral een relativering van de ‘oktobervloek’ waar beleggers vaak bang voor zijn.

    Verschillende populaire theorieën die de verhoogde volatiliteit in oktober proberen te verklaren, blijken de historische en statistische toets niet te kunnen doorstaan:

    • Verkiezingen: De theorie dat verkiezingen, vooral tussentijdse en presidentsverkiezingen, voor onzekerheid en dus volatiliteit zorgen, wordt ontkracht. De volatiliteit in oktober blijkt in niet-verkiezingsjaren zelfs hoger te liggen dan in verkiezingsjaren.
    • Einde van boekjaar beleggingsfondsen: Sommigen wijzen naar het einde van het boekjaar van veel beleggingsfondsen op 31 oktober, wat zou leiden tot verkoopgedrag. Deze verklaring wankelt echter, aangezien oktober ook vóór 1986, toen de verplichte einddatum van 31 oktober voor alle fondsen werd ingevoerd, al als volatiel gold.
    • Kwartaalcijfers: De start van het kwartaalcijferseizoen in oktober wordt ook vaak als oorzaak genoemd. Maar als dit zo was, zou de volatiliteit ook in januari, april en juli (de startmaanden van de andere kwartalen) verhoogd moeten zijn. Dat is niet het geval; in die maanden ligt de volatiliteit juist onder het gemiddelde.
    • Economische onzekerheid: Hoewel economische onzekerheid inderdaad tot volatiliteit kan leiden, is er geen bewijs dat deze onzekerheid in oktober structureel hoger is. De Economic Policy Uncertainty-index in de VS ligt in oktober gemiddeld zelfs lager dan in andere maanden.

    Wat Betekent Dit Nu?

    Hoewel de historische cijfers aantonen dat oktober statistisch gezien de meest volatiele maand is, ontbreekt een plausibele theorie die deze volatiliteit kan verklaren. Dit suggereert dat de reputatie van oktober vooral berust op een toevallige samenloop van omstandigheden rondom enkele grote marktgebeurtenissen. Voor de cryptomarkt, die van nature al een hoge volatiliteit kent, betekent dit dat de extra angst voor oktober waarschijnlijk onterecht is. Op 29 september om 03:03 noteerde de Fear & Greed Index nog op 73 van 100, wat duidt op een ‘Greed’-sentiment in de cryptomarkt, ondanks de licht dalende koersen van Bitcoin en Ethereum over de afgelopen week. Bitcoin noteerde toen 73.205 euro, een daling van 3,9 procent over de afgelopen zeven dagen, terwijl Ethereum 2.357 euro noteerde, een daling van 3,5 procent in dezelfde periode.

  • Grote Bedrijven Presteren Beter In Het Vierde Kwartaal, Stelt Mark Hulbert Van MarketWatch

    Grote Bedrijven Presteren Beter In Het Vierde Kwartaal, Stelt Mark Hulbert Van MarketWatch

    Beleggingsnieuwsbriefuitgever Mark Hulbert stelt dat er een duidelijke seizoensgebonden trend is waarbij large-cap aandelen beter presteren dan small-cap aandelen in het laatste kwartaal van het jaar.

    Vanaf oktober laten grote beursgenoteerde bedrijven een consistente seizoensgebonden trend zien waarin ze beter presteren dan hun kleinere tegenhangers. Dat stelt Mark Hulbert van MarketWatch, die verwijst naar een studie die deze trend al decennia bevestigt.

    Deze tendens is niet nieuw en wordt al jaren waargenomen. Zelfs los van bekende factoren zoals stijgende rentes en toenemende economische onzekerheid, die doorgaans ongunstig zijn voor kleinere bedrijven, blijft dit patroon zichtbaar. De kleinere aandelen presteren het best in januari, waarna hun voorsprong gedurende het jaar afneemt en in het vierde kwartaal negatief wordt.

    De reden hiervoor is te vinden in de compensatiemodellen van fondsbeheerders, zo blijkt uit onderzoek van Lucy Ackert en George Athanassakos. Zij ontdekten dat beheerders, gedreven door hun jaarlijkse bonussen, in januari meer risico nemen met small-cap aandelen. Naarmate het jaareinde nadert, verschuiven ze hun focus echter steeds meer naar large-cap aandelen om hun prestaties ten opzichte van de S&P 500-index veilig te stellen.

    Fondsbeheerders Sturen De Markt

    Dit ‘window dressing’-effect betekent dat als een beheerder in het vierde kwartaal voorligt op de S&P 500, diegene een sterke stimulans heeft om de portefeuille te verschuiven van small caps naar de grotere bedrijven die de index domineren. Zo wordt de relatieve overprestatie vastgezet. Professor Ackert verwacht dat deze trend, ondanks de huidige economische onzekerheid, dit jaar even sterk zal zijn en de waarderingen van large caps tot het einde van het jaar zal opstuwen.

    Voor beleggers die willen inspelen op dit patroon, zijn er verschillende opties. Het eenvoudigst is beleggen via een beursgenoteerd fonds (ETF) dat zich richt op de grootste aandelen. Een voorbeeld hiervan is de iShares Russell Top 200 ETF, die investeert in de 200 grootste Amerikaanse bedrijven. De grootste is de State Street SPDR S&P 500 ETF Trust, die de hele S&P 500 volgt. Wij zien hier een duidelijke kans voor beleggers die hun portefeuille willen afstemmen op de historische trends, al blijft elke belegging een risico.

    Welke Aandelen Vallen Op?

    Volgens Hulbert zijn er een aantal large-cap aandelen met een beurswaarde van minstens 100 miljard dollar die door minstens twee beleggingsnieuwsbrieven worden aanbevolen. Deze bedrijven zijn tevens opgenomen in de S&P 500.

    • Technologie: Nvidia (5,3 biljoen euro), Apple (4,3 biljoen euro), Alphabet (3,7 biljoen euro), Microsoft (3,3 biljoen euro), Amazon.com (2,5 biljoen euro), Broadcom (1,6 biljoen euro), Meta Platforms (1,5 biljoen euro) en Adobe (93 miljard euro).
    • Financiële sector: JPMorgan Chase (870 miljard euro), Bank of America (400 miljard euro), Morgan Stanley (310 miljard euro), Goldman Sachs (275 miljard euro), Charles Schwab (170 miljard euro) en Capital One Financial (118 miljard euro).
    • Andere sectoren: Lam Research (345 miljard euro), Thermo Fisher Scientific (205 miljard euro), Abbott Laboratories (167 miljard euro), Walt Disney (165 miljard euro), ConocoPhillips (150 miljard euro), Pfizer (145 miljard euro), Bristol Myers Squibb (121 miljard euro), CVS Health (112 miljard euro), Lockheed Martin (110 miljard euro), Medtronic (108 miljard euro), Lowe’s (102 miljard euro), Bank of New York Mellon (101 miljard euro) en Constellation Energy (94 miljard euro).

    Of deze trend zich exact dit jaar herhaalt, blijft natuurlijk de vraag, aangezien de markten altijd onvoorspelbaar zijn. Toch biedt het inzicht in de drijfveren van fondsbeheerders een interessante blik op de mogelijke dynamiek in de komende maanden.