Tag: pensioen

  • Oudedagsverplichting Omzetten Naar Lijfrente Biedt DGA’s Meer Flexibiliteit

    Oudedagsverplichting Omzetten Naar Lijfrente Biedt DGA’s Meer Flexibiliteit

    Directeur-grootaandeelhouders die hun pensioen in eigen beheer omzetten naar een bancaire lijfrente, krijgen meer zeggenschap over de uitkeringen dan bij een oudedagsverplichting. Dit kan al vijf jaar voor de AOW-leeftijd starten, of juist later en met een kortere looptijd.

    Directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) die nog een oudedagsverplichting (ODV) op de balans van hun vennootschap hebben staan, kunnen meer keuzevrijheid krijgen door deze om te zetten naar een bancaire lijfrente. Waar een ODV relatief strikte regels kent voor het uitkeringsmoment en de looptijd, biedt een lijfrente meer soepelheid. Vooral voor DGA’s die hun uitkeringspatroon willen afstemmen op hun persoonlijke financiële situatie, kan deze stap interessant zijn.

    De mogelijkheid om pensioen in eigen beheer op te bouwen, werd op 1 juli 2017 door de Nederlandse overheid afgeschaft. Veel DGA’s kozen er toen voor om hun opgebouwde pensioen om te zetten in een ODV, die als een schuld op de balans van hun BV komt te staan. Deze ODV moet uiterlijk twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd beginnen met uitkeren, en heeft een vaste looptijd van twintig jaar. Vroeger beginnen mag, maar niet eerder dan vijf jaar voor de AOW-leeftijd, en dan wordt de looptijd verlengd.

    Vaste kaders en flexibele alternatieven

    De ODV-regeling is rigide. Een DGA die niet voldoet aan de eisen voor de ingangsdatum of de looptijd, riskeert dat de fiscus de waarde van de ODV in één keer belast, inclusief 20 procent revisierente. Dit gebrek aan flexibiliteit maakt de ODV minder aantrekkelijk voor veel DGA’s die hun vermogen anders willen inzetten. Evi van Lanschot benadrukt dat een bancaire lijfrente op dat vlak meer ademruimte biedt. Een lijfrente mag bijvoorbeeld al tien jaar voor de AOW-leeftijd uitkeren, en hoeft pas binnen vijf jaar na de AOW-leeftijd te starten. Ook de looptijd is flexibeler; een minimale looptijd van vijf jaar is mogelijk, in plaats van de vaste twintig jaar van de ODV.

    Het omzetten van een ODV naar een lijfrente kan geheel of gedeeltelijk. Zelfs een ODV die al uitkeert, kan nog worden afgestort, al gelden dan strengere voorwaarden. Dan moet de volledige ODV worden afgestort en is voorafgaande goedkeuring van de Belastingdienst vereist. De Belastingdienst staat ook aanpassingen toe als een BV te weinig vermogen heeft om de ODV af te storten, mits dit komt door reële ondernemingsverliezen en de BV daarna wordt geliquideerd. Dit toont aan dat de fiscus wel degelijk oog heeft voor uitzonderlijke omstandigheden, maar de basisregel blijft dat een ODV een langetermijnverplichting is met beperkte speelruimte.

    Meer keuze en minder administratie

    De grotere flexibiliteit van een lijfrente betekent dat DGA’s de uitkeringen beter kunnen afstemmen op hun individuele behoeften. Zo is het mogelijk om meerdere lijfrenten te combineren, bijvoorbeeld om in de eerste jaren na de AOW-leeftijd een hogere uitkering te ontvangen en later een lagere. De jaarlijkse uitkeringen uit een tijdelijke oudedagslijfrente mogen in 2026 niet meer bedragen dan 27.192 euro. Een bijkomend voordeel is de mogelijkheid om na de omzetting de BV op te heffen, wat de administratieve lasten en de fiscale situatie aanzienlijk kan vereenvoudigen. Dit is een niet te onderschatten pluspunt voor ondernemers die na een lange carrière hun financiën willen stroomlijnen.

    Wij zien hierin vooral de wens van DGA’s weerspiegeld om controle te behouden over hun vermogen, zelfs na hun actieve loopbaan. De starre aard van de ODV botst met de realiteit van veranderende levensfases en financiële behoeften. De mogelijkheid om een ODV af te storten in een bancaire lijfrente biedt een welkome ontsnapping aan deze fiscale kaders, en geeft ondernemers de kans om hun pensioeninkomen dynamisch aan te passen. Denk bijvoorbeeld aan de keuze tussen een bancaire lijfrente, waarbij het resterende bedrag bij overlijden naar erfgenamen gaat, of een verzekeringslijfrente, waar het geld bij een verzekeraar kan blijven. Die keuzevrijheid is veel waard.

    Wat betekent dit nu?

    De optie om een oudedagsverplichting om te zetten naar een bancaire lijfrente biedt DGA’s een aanzienlijke verhoging van de flexibiliteit in hun pensioenplanning. Door de vaste kaders van de ODV te verlaten, kunnen zij de start en duur van hun uitkeringen beter afstemmen op persoonlijke omstandigheden, wat meer maatwerk mogelijk maakt. Dit kan leiden tot een efficiënter beheer van het pensioenvermogen en de BV-structuur, en een aanzienlijke vereenvoudiging van de administratie.

  • Hogere Rentetarieven, Goedkoper Pensioen: Minder Kapitaal Nodig Voor Levenslang Inkomen

    Hogere Rentetarieven, Goedkoper Pensioen: Minder Kapitaal Nodig Voor Levenslang Inkomen

    Terwijl stijgende rentes vaak als negatief worden gezien voor beleggingsportefeuilles, bieden ze een onverwacht voordeel voor wie een gegarandeerd pensioeninkomen wil veiligstellen.

    Wie vandaag een gegarandeerd levenslang pensioeninkomen wil aankopen, heeft daar minder kapitaal voor nodig dan in periodes met lagere rentetarieven. Dit onverwachte voordeel van de huidige hoge rentes wordt belicht door columnist Mark Hulbert van MarketWatch. Het betekent dat individuen potentieel minder geld opzij moeten zetten om hun gewenste levensstandaard tijdens hun pensioen te behouden.

    Hulbert stelt dat er een ruw evenwicht bestaat tussen de aandelenmarkt, rentetarieven en de kosten voor het verwerven van een gegarandeerd levenslang inkomen. Hoewel hogere rentes doorgaans een negatieve impact hebben op aandelen- en obligatieportefeuilles, verlagen ze tegelijkertijd de prijs van annuïteiten en andere instrumenten voor een vast pensioeninkomen. Dit maakt het dus goedkoper om eenzelfde maandelijks bedrag te verzekeren, zelfs wanneer de waarde van beleggingen daalt.

    De uitbetalingstarieven van annuïteiten zijn nauw verbonden met de rentestanden. Toen de rentes laag waren, waren ook de uitbetalingen uit annuïteiten beperkt. Nu de rentes gestegen zijn, is het maandelijkse inkomen dat met eenzelfde inleg kan worden gekocht aanzienlijk hoger. Wij zien vooral dat dit een verschuiving teweegbrengt in de pensioenplanning, waarbij traditionele spaarders die zekerheid zoeken, nu meer waar voor hun geld krijgen.

    Mark Hulbert illustreert dit met een voorbeeld: een belegger met een portefeuille van 100.000 dollar (ongeveer 93.700 euro) in aandelen van de Dow Jones Industrial Average zag zijn kapitaal in twee maanden tijd dalen tot 93.700 dollar (ongeveer 87.800 euro) door een daling van 6,3 procent. Ondanks dit verlies kon deze belegger met het resterende bedrag eenzelfde maandelijks gegarandeerd inkomen uit een annuïteit verwerven als voordien, dankzij de gestegen uitbetalingstarieven. Dit wijst erop dat de negatieve impact op de portefeuille gecompenseerd kan worden door gunstigere voorwaarden voor het omzetten van kapitaal in inkomen.

    Een soortgelijk effect is te zien bij TIPS-ladders (Treasury Inflation-Protected Securities). Volgens het platform TIPSLadder.com kon men twee maanden geleden met 100.000 dollar een inflatiegecorrigeerd pensioeninkomen van 408 dollar per maand vastzetten. Vandaag, met hogere rentes, levert dezelfde investering 433 dollar per maand op. Zelfs als de initiële beleggingsportefeuille is gekrompen, kan het uiteindelijke gegarandeerde inkomen dus stabiel blijven of zelfs toenemen, wat de koopkracht op lange termijn ten goede komt. Ter vergelijking: Bitcoin noteert vandaag, 2 oktober om 03:30, 75.271 euro, wat een stijging van 9,5 procent over de afgelopen dertig dagen vertegenwoordigt. Deze volatiliteit staat in schril contrast met de stabiliteit die hogere rentes nu bieden voor een gegarandeerd pensioeninkomen.

    Dit fenomeen betekent dat spaarders en toekomstige gepensioneerden die voorheen worstelden met extreem lage rentes en moeite hadden om voldoende inkomen te genereren uit veilige beleggingen, nu een aantrekkelijker alternatief hebben. De stijging van de rentetarieven heeft de dynamiek voor pensioenplanning fundamenteel veranderd, en biedt nu meer mogelijkheden om met minder risico een stabiel inkomen te genereren.

    Wat betekent dit nu?

    De verschuiving in rentetarieven biedt een concreet voordeel voor wie op zoek is naar een gegarandeerd pensioeninkomen. Hoewel de waarde van risicovollere activa zoals aandelen en cryptomunten kan fluctueren – Bitcoin steeg de afgelopen maand bijvoorbeeld met 9,5 procent – kunnen hogere rentes de onzekerheid voor een stabiele pensioenuitkering aanzienlijk verminderen. Het afdekken van levenslange inkomensrisico’s is daardoor betaalbaarder geworden, waardoor je met hetzelfde startkapitaal een hoger maandelijks bedrag kunt veiligstellen, of met minder kapitaal hetzelfde bedrag. Dit geeft pensioenplanners meer flexibiliteit en zekerheid, wat een belangrijke overweging kan zijn in de huidige volatiele marktomgeving.

  • Gepensioneerden Houden Vijf Jaar Cash Aan Met Drie ETF’s

    Gepensioneerden Houden Vijf Jaar Cash Aan Met Drie ETF’s

    Een nieuwe strategie adviseert gepensioneerden om een geldbuffer aan te houden die voorziet in vijf jaar aan uitgaven. Dit moet hen beschermen tegen de noodzaak om aandelen te verkopen tijdens beursdalingen. Drie specifieke ETF’s, SGOV, JPST en VTIP, worden voorgesteld om deze buffer op te bouwen, elk met een eigen rol in de strategie.

    In de Verenigde Staten groeit het inzicht dat een langere kasbuffer voor gepensioneerden cruciaal is om financiële tegenslagen op te vangen. Waar voorheen soms werd gedacht dat één jaar aan contanten volstond, pleiten experts nu voor een buffer die maar liefst vijf jaar aan uitgaven dekt. Het doel is duidelijk: voorkomen dat gepensioneerden genoodzaakt zijn aandelen met verlies te verkopen tijdens een marktcorrectie, een scenario dat historisch gezien al meermaals optrad.

    De aanbevolen strategie maakt gebruik van drie specifieke beursgenoteerde fondsen (ETF’s) om deze buffer op te bouwen. Deze aanpak verdeelt de kasreserves in verschillende ‘emmers’, elk met een eigen looptijd en risicoprofiel. Wij zien vooral dat dit een pragmatische oplossing biedt voor een veelvoorkomend probleem, namelijk de volatiliteit van de aandelenmarkt en de onvoorspelbaarheid van de levensduur van een pensioen.

    Waarom één jaar cash niet volstaat

    De gedachte achter de uitbreiding van de kasbuffer komt voort uit de lessen van het verleden. Marktcorrecties en beursdalingen kunnen langer duren dan men verwacht. Zo duurden de dalingen tussen 2000 en 2007, en opnieuw tussen 2008 en 2013, meerdere jaren voordat de markten volledig hersteld waren. Een buffer van slechts één jaar zou in zulke scenario’s snel uitgeput raken, waardoor gepensioneerden hun aandelen op het dieptepunt zouden moeten liquideren.

    Ryne Mauck, een expert die de strategie toelicht, merkt op dat “je met pensioen ging in een markt die geduld beloont en gedwongen verkopers bestraft.” Hij benadrukt dat het verkeerd inschatten van de benodigde cashreserve kan leiden tot het verkopen van aandelen op het slechtst mogelijke moment. Daar komt inflatie bij, die de koopkracht van cash erodeert. In augustus 2026 bereikte de Amerikaanse consumentenprijsindex (CPI) 334,980, een stijging van 8,6 procent ten opzichte van januari 2024 (308,417). Zo’n stijging maakt een grotere en beter beschermde cashpositie des te belangrijker.

    Jaar één: SGOV voor directe liquiditeit

    Voor het eerste jaar aan uitgaven, de meest directe liquiditeit, wordt de iShares 0-3 Month Treasury Bond ETF (SGOV) aanbevolen. Deze ETF belegt in Amerikaanse schatkistpapier met een looptijd van nul tot drie maanden. Het gedraagt zich als een geldmarktfonds, maar dan in een ETF-jasje, en biedt een hoge mate van veiligheid en liquiditeit.

    De jaarlijkse kostenratio van SGOV bedraagt slechts 0,09 procent. De opbrengst volgt de korte rentevoeten nauwgezet. Op 15 september 2026 leverde Amerikaans schatkistpapier met een looptijd van vier weken een rendement op van 3,86 procent, en dat met een looptijd van dertien weken 4,07 procent. De uitkeringen zijn maandelijks, wat handig is voor het aanvullen van de dagelijkse bankrekening. De koersbewegingen zijn minimaal, wat betekent dat het fonds bijna uitsluitend rendement genereert uit de rente-uitkeringen.

    Jaren twee en drie: JPST voor extra rendement

    Voor de uitgaven van het tweede en derde jaar stelt de strategie de JPMorgan Ultra-Short Income ETF (JPST) voor. Deze ETF is actief beheerd en diversifieert breder dan enkel schatkistpapier. JPST belegt in kortlopende bedrijfsobligaties met een beleggingskwaliteit, asset-backed securities, commercial paper en schatkistpapier. De recente portefeuille toont grote posities in bedrijven zoals Capital One Financial, Athene Global Funding, DNB Bank en AbbVie.

    JPST behaalde over het afgelopen jaar een rendement van 3,49 procent en dit jaar tot nu toe 2,25 procent. Het fonds keert ook maandelijks uit. Per 31 mei 2026 beheerde JPST ongeveer 38,4 miljard dollar (ongeveer 35,5 miljard euro) aan activa, wat de fondsbeheerders in staat stelt om gunstige voorwaarden te bedingen bij het aankopen van effecten. Deze ETF neemt een bescheiden krediet- en duratierisico in ruil voor een hoger rendement dan pure schatkistbiljetten.

    Jaren vier en vijf: VTIP voor inflatiebescherming

    De achterste ‘emmer’, voor de uitgaven van het vierde en vijfde jaar, is bedoeld om te beschermen tegen onverwachte inflatie. Hiervoor wordt de Vanguard Short-Term Inflation-Protected Securities ETF (VTIP) aangeraden. VTIP belegt in inflatiegekoppelde obligaties (TIPS) met looptijden van minder dan vijf jaar.

    Het bijzondere aan TIPS is dat de hoofdsom wordt aangepast aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI). Dit betekent dat bij stijgende inflatie zowel de hoofdsom als de rente-uitkeringen toenemen, wat de koopkracht van gepensioneerden beschermt. Op 15 september 2026 bedroeg het reële rendement op vijfjarige TIPS 2,42 procent, wat een positief rendement bovenop de inflatie oplevert. De rentegevoeligheid blijft laag door de korte looptijd van de obligaties. Hoewel VTIP kwartaaluitkeringen doet, in tegenstelling tot de maandelijkse van de andere twee, is de inflatiebescherming een belangrijke troef voor de langere termijn.

    Het is belangrijk te beseffen dat geen van deze fondsen op de lange termijn het rendement van aandelen zal evenaren. Rendementen van cash-achtige beleggingen kunnen dalen wanneer centrale banken de rente verlagen, en JPST kan een klein verlies lijden bij een kreditschok. VTIP kan op zijn beurt achterblijven bij nominale obligaties in periodes van desinflatie. Toch biedt de gelaagde aanpak met SGOV, JPST en VTIP een betaalbare en betrouwbare manier om een buffer op te bouwen, zodat gepensioneerden nooit gedwongen zijn om aandelen te verkopen tijdens een bear market. Zoals wij zien, vermindert deze strategie de stress en de financiële risico’s aanzienlijk voor wie afhankelijk is van zijn kapitaal.

  • 42 Procent Nederlandse Huishoudens Sluiten Beleggen Uit, Europa Doet Dat Veel Minder

    42 Procent Nederlandse Huishoudens Sluiten Beleggen Uit, Europa Doet Dat Veel Minder

    Een onderzoek van ING toont aan dat Nederlandse huishoudens aanzienlijk meer geld op de bank laten staan dan hun Europese buren en beleggen vaker uitsluiten, ondanks de lagere rendementen.

    Waar de meeste Europeanen steeds meer de weg naar beleggingen vinden, blijken Nederlandse huishoudens een buitenbeentje. Uit een recent onderzoek van ING, gecombineerd met data over spaar- en beleggingsgedrag, blijkt dat een opvallend grote groep Nederlanders beleggen categorisch uitsluit. Maar liefst 42 procent van de Nederlandse huishoudens wil absoluut niet beleggen, tegenover een gemiddelde van zo’n 30 procent in de rest van Europa.

    Deze terughoudendheid is opmerkelijk, zeker gezien de politieke druk vanuit het Draghi-rapport en de Europese Centrale Bank (ECB) om spaargeld meer naar de reële economie te leiden. De ECB ziet meer beleggingen door huishoudens als een stimulans voor innovatie en groei. ING, dat uiteraard zelf belang heeft bij meer beleggende klanten, legt met deze cijfers de vinger op een pijnlijke wonde: nergens in Europa sluiten zo veel huishoudens beleggen uit.

    Waarom Nederland Anders Spaart

    De Nederlandse afkeer van beleggen lijkt minder cultureel en meer institutioneel bepaald te zijn. Nederlanders zijn weliswaar vermogend, vaak via pensioenfondsen, maar houden juist minder liquide beleggingen aan. Gemiddeld beschikken ze over ongeveer 25.000 euro aan liquide beleggingen, terwijl het Europese gemiddelde 43.000 euro bedraagt. Ons sterke pensioenstelsel neemt voor velen een deel van de noodzaak weg: 29 procent van de Nederlanders vindt beleggen overbodig voor later, vergeleken met 22 procent elders in Europa.

    Daarnaast injecteren veel Nederlanders hun spaargeld in de eigen woning. Het fiscaal aantrekkelijker aflossen op een hypotheek dan beleggen speelt daarin een belangrijke rol. Ook zit een aanzienlijk deel van het Nederlandse vermogen in niet-beursgenoteerde bedrijven. Al deze factoren zorgen ervoor dat relatief weinig geld de weg naar de beurs vindt. Dat is een gemiste kans, want tussen 2002 en 2025 leverden bankrekeningen gemiddeld 1,2 procent per jaar op, beleggingsfondsen 4,2 procent en beursgenoteerde aandelen zelfs 6 procent.

    Beleggen Gelijkstellen Met Gokken

    De beeldvorming rond beleggen speelt ook een grote rol. De helft van de Nederlanders noemt risicoaversie als reden, en 44 procent ziet beleggen als gokken in een casino, een plek waar de uitkomst willekeurig is en het huis altijd wint. Nog eens 39 procent wijst op een gebrek aan kennis. Dit staat haaks op de vuistregels die volgens ING-hoofdeconoom Marieke Blom weinig kennis vereisen: beleg alleen geld dat je jaren kunt missen, spreid in producten met lage kosten en blijf ervan af als de beurs tegenzit. Toch voelt een derde van de Nederlanders de neiging om uit te stappen bij slechts 10 procent verlies.

    Toch zien we een voorzichtige kentering. In heel Europa daalde het aandeel van geld op bankrekeningen in 2025 tot 62 procent van het liquide vermogen, het laagste sinds 2008. In Nederland gaat dat trager, met banktegoeden die nog steeds 76 procent van het liquide vermogen uitmaken, maar de richting is dezelfde. De jongste generatie, tussen 25 en 34 jaar, belegt bijna even vaak als leeftijdsgenoten elders. Wij zien daarin een signaal dat de reflex om enkel te sparen stilaan doorbroken wordt, zeker als landen zoals Zweden en binnenkort Duitsland met fiscale prikkels het beleggen aantrekkelijker maken.

  • ABN Amro-Werknemers Leggen Werk Neer, Zorgen Om Pensioen Leeftijd Nemen Toe

    ABN Amro-Werknemers Leggen Werk Neer, Zorgen Om Pensioen Leeftijd Nemen Toe

    Ongeveer 150 medewerkers van ABN Amro houden een korte staking uit onvrede over de voorgestelde verhoging van de pensioenleeftijd en de onzekerheid rond een transitiefonds.

    Waarom leggen medewerkers van ABN Amro deze week het werk neer? Ongeveer 150 werknemers van de Nederlandse bank houden vandaag, dinsdag 18 juni, een korte staking. Ze protesteren tegen de kabinetsplannen die de pensioenleeftijd verhogen en zorgen baren over de financiering van een transitiefonds, zo meldt de vakbond CNV.

    De actie, georganiseerd door CNV en FNV Finance, start om 11.00 uur voor het hoofdkantoor van ABN Amro in Amsterdam. De vakbonden roepen werknemers op om het werk neer te leggen om hun ongenoegen te uiten over het feit dat de pensioenleeftijd gekoppeld blijft aan de levensverwachting. Dit betekent dat de pensioenleeftijd automatisch stijgt naarmate mensen ouder worden, wat leidt tot onzekerheid over de duur van de werkzame periode.

    Transitiefonds en looneis

    Een ander belangrijk punt van zorg is het transitiefonds. Dit fonds is bedoeld om werknemers te compenseren die door de overgang naar een nieuw pensioenstelsel nadeel zouden ondervinden. De vakbonden zijn echter bang dat de werkgevers hier onvoldoende aan bijdragen. Wij zien vooral dat de onzekerheid over de financiële gevolgen van deze pensioenhervormingen een belangrijke drijfveer is voor de protesten. Het is een thema dat de gemoederen al langer bezighoudt onder werknemers in de financiële sector.

    Naast de pensioenkwestie eisen de vakbonden ook een loonsverhoging van 8 procent voor de ABN Amro-medewerkers. De bank heeft een bod van 4 procent gedaan, wat voor de bonden onvoldoende is om de inflatie te compenseren. Deze staking is de eerste van een reeks acties die de vakbonden overwegen als er geen bevredigende oplossing komt. De voorgaande cao liep op 31 maart af, wat de druk op de onderhandelingen verder opvoert.

    Wat dit betekent voor de bank

    Hoewel 150 stakers op een totaal van circa 18.000 ABN Amro-medewerkers een relatief klein aantal is, kan deze actie een signaal zijn voor bredere onrust. Wij denken dat dit protest de bank dwingt om serieus naar de eisen van de vakbonden te kijken, vooral gezien de gevoeligheid rond pensioenregelingen en koopkracht. Voor ABN Amro, dat recentelijk zijn strategie en financiële resultaten presenteerde, betekent dit een extra uitdaging in een toch al competitieve markt. De koers van het aandeel ABN Amro, dat de afgelopen maand ongeveer 4,5 procent is gestegen, reageerde vooralsnog niet direct op de aangekondigde staking, maar een escalatie zou op termijn wel invloed kunnen hebben op het sentiment onder beleggers.

  • Analyse Wijst SCHD Aan Als De Beste Keuze Voor Gepensioneerden Boven JEPI

    Analyse Wijst SCHD Aan Als De Beste Keuze Voor Gepensioneerden Boven JEPI

    Een diepgaande vergelijking van twee populaire Amerikaanse dividenden-ETF’s, SCHD en JEPI, door 24/7 Wall St. legt de verschillen bloot en adviseert welke ETF het beste past bij langetermijnplanning voor je pensioen.

    De keuze tussen de Schwab U.S. Dividend Equity ETF (SCHD) en de JPMorgan Equity Premium Income ETF (JEPI) houdt veel Amerikaanse gepensioneerden bezig. Beide fondsen zijn erg populair, maar een recente analyse van 24/7 Wall St. legt de vinger op de knelpunten en komt tot een duidelijke conclusie: de SCHD is doorgaans de betere optie als kerninvestering voor wie richting pensioenleeftijd gaat. Dat komt omdat het fonds een groeiende, fiscaal voordelige dividendstroom biedt en meer deelneemt aan beursstijgingen zonder een plafond op de winsten.

    De SCHD, met ongeveer 102 miljard euro (110 miljard dollar) aan activa in beheer, volgt de Dow Jones U.S. Dividend 100 Index. Het schermt de bedrijven die het opneemt, zoals Qualcomm, Texas Instruments en Coca-Cola, streng op basis van kasstroom, eigen vermogen en dividendgroei. Het fonds keert driemaandelijks uit, met een jaarlijks dividendrendement van ongeveer 3 procent. Over de afgelopen vijf jaar steeg de koers van de SCHD met ongeveer 62 procent, wat aanzienlijk bijdraagt aan het totale rendement voor de belegger. Wij zien vooral in de focus op kwalitatieve, dividendenbetalende bedrijven een stevige basis voor de lange termijn.

    Twee Verschillende Strategieën

    De JEPI, beheerd door JPMorgan, is met 41,5 miljard euro (45 miljard dollar) een kleiner fonds en volgt een heel andere strategie. Het is actief beheerd en combineert een brede portefeuille van Amerikaanse large-cap aandelen met zogeheten ‘equity-linked notes’ (ELN’s). Via deze ELN’s schrijft het fonds callopties op de S&P 500 om zo extra premie-inkomsten te genereren. Dit levert een hoger maandelijks dividend op, dat schommelt tussen de 7 en 8 procent op jaarbasis. De keerzijde hiervan is dat de upside van het fonds wordt beperkt in sterk stijgende markten, wat resulteert in een lager koersrendement. De JEPI steeg over de afgelopen vijf jaar met zo’n 42 procent in koers.

    Een cruciaal verschil zit ook in de belastingbehandeling van de uitkeringen. De dividenden van de SCHD zijn meestal gekwalificeerde dividenden, die in de Verenigde Staten doorgaans tegen een lager tarief worden belast. De premie-inkomsten van de ELN’s in de JEPI worden daarentegen als gewoon inkomen belast. Dit kan de nettorendementen voor beleggers in hogere belastingschijven, die buiten een belastingvrije rekening beleggen, aanzienlijk drukken. Voor beleggers die een hoog, stabiel maandelijks inkomen nodig hebben en het fonds in een pensioenrekening zoals een IRA aanhouden, kan JEPI echter wel een rol spelen.

    De Beste Aanpak

    Wij houden het erop dat de meeste gepensioneerden er verstandig aan doen om de SCHD als de basis van hun pensioenportefeuille te beschouwen. Het fonds biedt niet alleen een groeiende inkomstenstroom, maar ook een aanzienlijk potentieel voor kapitaalgroei, wat essentieel is om de inflatie op lange termijn bij te houden. De JEPI kan een waardevolle aanvulling zijn voor beleggers die al gepensioneerd zijn en direct een hoger maandelijks inkomen nodig hebben, vooral wanneer het fonds binnen een fiscaal voordelige rekening wordt aangehouden. Een combinatie van beide fondsen, waarbij SCHD de groeimotor is en JEPI zorgt voor onmiddellijke cashflow, kan voor velen de meest gebalanceerde aanpak zijn.

  • Singapore Lokt Expats Met Lage Belastingdruk En Focus Op Vermogensgroei

    Singapore Lokt Expats Met Lage Belastingdruk En Focus Op Vermogensgroei

    De stadstaat Singapore onderscheidt zich door een unieke benadering van loon en vermogensopbouw, wat een sterk contrast vormt met de gangbare systemen in de Benelux. Het land gebruikt een fiscaal aantrekkelijk klimaat en verplichte pensioenfondsen om hoogopgeleide professionals aan te trekken en de economie te stimuleren.

    Waar je in de Benelux gewend bent aan een loonbrief vol afhoudingen en belastingen, kiest Singapore voor een radicaal andere aanpak. De Aziatische stadstaat zet vol in op het aantrekken van buitenlands talent en hoogopgeleide professionals door een systeem dat de focus legt op vermogensopbouw en een aanzienlijk lagere belastingdruk. Dit verklaart waarom veel expats de weg naar Singapore vinden, aangetrokken door een economisch model dat groei vooropstelt.

    De fiscale voordelen zijn opvallend. In tegenstelling tot de progressieve belastingtarieven in veel westerse landen, kent Singapore een inkomstenbelasting die maximaal 22 procent bedraagt voor de hoogste inkomens. Voor een modaal inkomen ligt dit tarief nog aanzienlijk lager. Wij zien vooral een bewuste strategie om kapitaal en talent aan te trekken, wat een directe impact heeft op de concurrentiekracht van de economie. Dit lage belastingregime wordt aangevuld met afwezigheid van een meerwaardebelasting op aandelen, wat het land extra aantrekkelijk maakt voor beleggers en ondernemers.

    Pensioenopbouw Via ‘Central Provident Fund’

    Een cruciaal onderdeel van het Singaporese systeem is het ‘Central Provident Fund’ (CPF), een verplicht pensioenfonds waar zowel werknemers als werkgevers maandelijks een deel van het bruto inkomen aan bijdragen. Dit fonds is echter veel meer dan enkel een pensioenpot; het functioneert als een breder spaar- en investeringsinstrument. Tot op zekere hoogte biedt het ook dekking voor medische kosten en de aankoop van vastgoed. De bijdrage van de werknemer kan oplopen tot 20 procent van het bruto maandloon, terwijl de werkgever tot 17 procent toevoegt. Dit betekent dat een aanzienlijk deel van het inkomen niet direct op de bankrekening van de werknemer belandt, maar wel effectief bijdraagt aan diens vermogensopbouw.

    De jaarlijkse rente op deze CPF-rekeningen is zeker niet onaardig. Afhankelijk van het specifieke segment van het fonds – er zijn rekeningen voor pensioen, medische kosten en woning – varieert de rente doorgaans tussen de 2,5 en 4 procent. Voor bedragen die boven een bepaalde drempel uitkomen, kan er zelfs een extra procentpunt rente worden toegekend. Dit maakt het een aantrekkelijke vorm van sparen, zeker in vergelijking met de lage rentes die we in de Benelux vaak zien op spaarrekeningen. Dat lezen wij als een manier om burgers actief te stimuleren om te sparen en te investeren, wat de economie op de lange termijn ten goede komt.

    Economische Groei En Levenskwaliteit

    Naast de fiscale en pensioenvoordelen besteedt Singapore ook veel aandacht aan de algemene levenskwaliteit en de infrastructuur. Het land staat bekend om zijn lage criminaliteitscijfers, uitstekende gezondheidszorg en efficiënte openbaar vervoer. Deze factoren dragen allemaal bij aan de aantrekkingskracht voor expats en gezinnen. Het is een beleid dat gericht is op het creëren van een omgeving waarin zowel bedrijven als individuen kunnen floreren, wat zich vertaalt in een continue economische groei en een hoog welvaartsniveau voor de inwoners. Wij houden het erop dat deze combinatie van economische stimulansen en een hoge levenskwaliteit een bewuste strategie is om een ‘brain drain’ te voorkomen en Singapore te positioneren als een wereldwijd knooppunt voor financiën en innovatie.

  • Vanguard Strategist Ziet ‘Complete Mentaliteitsverandering’ Nodig Voor Gepensioneerden

    Vanguard Strategist Ziet ‘Complete Mentaliteitsverandering’ Nodig Voor Gepensioneerden

    Garrett Harbron, strateeg bij Vanguard, benadrukt dat gepensioneerden een nieuwe kijk op hun financiën moeten aannemen. Hij stelt vier principes voor om de angst rondom pensioeninkomen te verminderen.

    De overgang van een carrière vol sparen naar een pensioen waarin je moet uitgeven, blijkt voor velen een bron van stress. Garrett Harbron, hoofd Advised Wealth Management Strategies bij Vanguard, merkt op dat het zien dalen van het bankrekeningsaldo, na decennia van zorgvuldig opbouwen, angst kan opwekken. Volgens een peiling van Gallup in april maakt 62 procent van de Amerikanen zich zorgen over onvoldoende pensioenbesparingen, terwijl 54 procent vreest zijn levensstijl niet te kunnen behouden.

    Deze bezorgdheid leidt er soms toe dat gepensioneerden minder uitgeven dan ze zich kunnen veroorloven, waardoor ze niet ten volle van hun pensioen genieten. Harbron, die de noodzaak van een ‘complete mentaliteitsverandering’ benadrukt, heeft meegeholpen aan het opstellen van Vanguard’s ‘Principles for Retirement Income’. Deze principes bieden een kader voor een bewuste omgang met geld en het verminderen van financiële stress.

    Vier Principes Voor Financiële Rust

    Vanguard’s vier principes zijn ontworpen om gepensioneerden te helpen hun pensioenwensen te definiëren, hun uitgaven te plannen, zekerheid te krijgen over de duurzaamheid van hun geld en zo tijd te creëren om van hun pensioen te genieten. Wij zien hierin een nuchtere benadering die verder gaat dan de vaak gehoorde ‘4%-regel’ of dynamische uitgavenstrategieën.

    • Begin met een doel: Dit principe draait om het stellen van doelen, het opstellen van een uitgavenplan en het inschatten van risico’s die dat plan kunnen ondermijnen. Harbron noemt dit de “fundering van elk succesvol pensioenplan”. Amerikanen schatten gemiddeld 1,46 miljoen dollar (ongeveer 1,35 miljoen euro) nodig te hebben voor een comfortabel pensioen, wat aanzienlijk meer is dan het gemiddelde spaarsaldo van 547.840 dollar (ongeveer 507.000 euro). Een financieel adviseur kan helpen een persoonlijk doel te bepalen en een strategie te ontwikkelen. Een studie van Vanguard toonde aan dat mensen die met een adviseur werken gemiddeld 3 procent hogere rendementen behalen.
    • Dek je basisbehoeften af: Gepensioneerden worden aangemoedigd om inkomsten die ze levenslang ontvangen, zoals sociale zekerheid, pensioenen of annuïteiten, te gebruiken voor essentiële uitgaven zoals voeding, huisvesting en medische zorg. Dit zorgt ervoor dat basisbehoeften gedekt zijn, ongeacht de marktomstandigheden. De timing van het aanvragen van sociale zekerheidsuitkeringen is hierbij cruciaal; vroeg aanvragen kan leiden tot lagere maandelijkse bedragen, terwijl uitstel deze kan verhogen.

    Vermogen Duurzaam Maken

    Het derde principe richt zich op het maximaliseren van de levensduur van het spaargeld. Dit omvat het verminderen van belastingen en flexibel omgaan met uitgaven. Het aflossen van schulden met hoge rente en ongedekte leningen wordt ook genoemd als een manier om het vermogen te vergroten en financiële flexibiliteit te behouden. Wij denken dat dit een vaak onderschatte stap is, die direct impact heeft op de maandelijkse financiële ruimte.

    Tot slot is er het belang van een noodfonds. Zelfs het best opgestelde pensioenplan kan ontregeld worden door onverwachte uitgaven, zoals grote huisreparaties, medische rekeningen of de vervanging van een auto. Zonder een buffer kan men genoodzaakt zijn om geld op te nemen uit investeringen onder ongunstige marktomstandigheden of schulden aan te gaan. Onderzoek van het Center for Retirement Research van Boston College schat dat gepensioneerden gemiddeld te maken krijgen met onverwachte uitgaven die ongeveer 10 procent van hun jaarinkomen bedragen. Een expert zoals Suze Orman raadt aan om een noodfonds aan te houden dat acht maanden tot een jaar aan levensonderhoud dekt. Zo’n buffer kan je heel wat kopzorgen besparen.

  • Elon Musk’s DOGE Stopt Na Vier Jaar, Maar De Gevolgen Voor Sociale Zekerheid Blijven Voelbaar

    Elon Musk’s DOGE Stopt Na Vier Jaar, Maar De Gevolgen Voor Sociale Zekerheid Blijven Voelbaar

    Het Department of Government Efficiency, een initiatief van Elon Musk, heeft zijn werkzaamheden beëindigd. Toch blijven de ingrijpende personeelsreducties en de focus op technologie bij de Amerikaanse Social Security Administration, die door DOGE werden gestimuleerd, de dienstverlening bepalen.

    Het Department of Government Efficiency (DOGE), een initiatief van Elon Musk dat de Amerikaanse overheid efficiënter moest maken, is op 4 juli 2026 officieel gestopt. Hoewel de afdeling zelf niet meer bestaat, blijven de hervormingen die het doorvoerde bij de Social Security Administration (SSA) een belangrijke rol spelen. Deze veranderingen omvatten vooral een aanzienlijke personeelsreductie en een sterke focus op technologische oplossingen.

    DOGE werd in 2025 gelanceerd en had als doel de federale overheid te stroomlijnen. Dit leidde tot het vertrek van meer dan 260.000 federale werknemers in dat jaar, door een combinatie van ontslagen, vervroegde pensioenen en een aanwervingsstop. Bij de SSA alleen al zijn sinds de terugkeer van Donald Trump als president bijna 8.000 werknemers vertrokken. Hierdoor begon de SSA 2026 met ongeveer 50.000 medewerkers, de kleinste personeelsbezetting in decennia, terwijl het agentschap ongeveer 75 miljoen begunstigden bedient.

    Technologie als redding?

    De SSA zet nu vol in op technologie om de gaten die de personeelsreducties hebben geslagen, op te vullen. Het agentschap heeft een strategisch plan voor de fiscale jaren 2026 tot en met 2030 gepresenteerd, waarin ’transformatieve’ doelen worden beschreven. De nadruk ligt op snellere en betrouwbaardere dienstverlening, gedreven door technologie en automatisering. Deze aanpak bouwt voort op de veranderingen die DOGE onder Musk bij het agentschap heeft gestimuleerd.

    Volgens de SSA werpt deze moderniseringsslag al vruchten af. Het agentschap meldde dat de wachttijden in de lokale kantoren in fiscaal 2025 met 23 procent daalden ten opzichte van 2024. Ook de achterstand in de behandeling van initiële invaliditeitsclaims nam met 25 procent af. De American Federation of Government Employees (AFGE), de vakbond die SSA-werknemers vertegenwoordigt, is echter kritisch. Zij stellen dat het agentschap al lange tijd onderbemand is en roepen het Congres op om ongeveer 3 miljard euro (ongeveer 3,2 miljard dollar) extra financiering te voorzien en uiteindelijk 20.000 extra werknemers aan te werven.

    Financiële druk blijft

    Naast de personele uitdagingen staat het Social Security-programma ook onder zware financiële druk. Het rapport van de Board of Trustees uit 2026 voorspelt dat het Old-Age and Survivors Insurance (OASI) Trust Fund, dat pensioen- en nabestaandenuitkeringen betaalt, zijn reserves in het vierde kwartaal van 2032 zal uitputten. Dit is een kwartaal eerder dan vorig jaar werd voorspeld. Na deze uitputting zouden de loonbelastingen nog steeds binnenkomen, wat voldoende inkomsten zou genereren om aanvankelijk ongeveer 78 procent van de geplande OASI-uitkeringen te dekken, zonder ingrijpen van het Congres.

    Dit betekent dat Social Security op twee fronten tegelijk opereert: het probeert miljoenen Amerikanen te bedienen met minder personeel en meer technologie, terwijl het pensioenprogramma zelf afstevent op een financieringsdeadline die actie van het Congres vereist. Wij zien vooral dat de druk op de individuele Amerikaan om zelf voor zijn pensioen te zorgen, toeneemt. De toekomst van het programma en de mate waarin het kan blijven voldoen aan de behoeften van de bevolking, hangt af van beslissingen die in Washington genomen moeten worden.

  • Amerikaanse Sociale Zekerheid: Spousal Benefits En De ‘Deemed Filing Rule’ Uitgelegd

    Amerikaanse Sociale Zekerheid: Spousal Benefits En De ‘Deemed Filing Rule’ Uitgelegd

    De regels rond spousal benefits binnen de Amerikaanse Sociale Zekerheid zijn complex en veranderden recent nog. We duiken in wat ‘deemed filing’ betekent en voor wie de oude strategie nog geldt.

    De Amerikaanse Sociale Zekerheid kent een complex systeem van uitkeringen, zeker wanneer het aankomt op pensioenen voor gehuwden of ex-gehuwden. Een veelbesproken strategie, waarbij iemand eerst een deel van de uitkering van de partner claimt en later overstapt op een hogere eigen uitkering, is grotendeels verleden tijd. Dit komt door wijzigingen die de Social Security Administration (SSA) in 2015 heeft doorgevoerd.

    Vóór 2015 konden mensen die geboren waren op of vóór 1 januari 1954 nog gebruikmaken van de zogenaamde ‘restricted application’. Dit hield in dat ze op hun 62ste tot 50% van de uitkering van hun partner konden ontvangen, terwijl ze hun eigen, potentieel hogere, pensioenuitkering lieten groeien tot hun 70ste. Vanaf die leeftijd konden ze dan overschakelen naar hun eigen, geoptimaliseerde uitkering. Voor de meeste mensen die na die datum geboren zijn, geldt deze optie echter niet meer.

    De ‘Deemed Filing Rule’ en spousal benefits

    De kern van de huidige regels is de ‘deemed filing rule’. Dit betekent dat wanneer je een aanvraag indient voor je eigen pensioenuitkering, de SSA je automatisch beschouwt als zijnde ook een aanvraag ingediend voor elke spousal benefit waar je recht op hebt. Je ontvangt dan niet beide uitkeringen, maar de hoogste van de twee. Dit wordt uitbetaald als je eigen uitkering, aangevuld met een ‘spousal excess’ als de uitkering van je partner hoger is.

    Stel, je eigen pensioenuitkering zou op je volledige pensioenleeftijd (Full Retirement Age, FRA) 2.000 dollar per maand bedragen, en op je 70ste 2.640 dollar. De spousal benefit, 50% van de uitkering van je partner, zou 1.000 dollar per maand zijn. Onder de huidige regels kan je niet op je 62ste de 1.000 dollar spousal benefit claimen en later overstappen op je eigen 2.640 dollar. Je moet kiezen. Als je op je 62ste al een uitkering aanvraagt, wordt deze permanent verlaagd, ongeacht of het je eigen uitkering of een spousal benefit betreft.

    Hier bij Block #9 kijken we er zo naar: deze regels zijn duidelijk ontworpen om de complexiteit van het systeem te verminderen en ‘strategisch’ claimen te beperken, maar ze vragen wel om een grondige planning van de kant van de gepensioneerde. Het is geen kwestie van zomaar het hoogste bedrag kiezen; de timing van de aanvraag heeft een blijvende impact.

    Veranderingen voor overheidsgepensioneerden

    Een belangrijke recente wijziging vond plaats in 2025, toen de Social Security Fairness Act de Windfall Elimination Provision (WEP) en de Government Pension Offset (GPO) introk. Deze bepalingen verminderden voorheen de Sociale Zekerheidsuitkeringen voor veel gepensioneerden uit de overheidssector, zoals leerkrachten, die ook een overheidspensioen ontvingen. Door de intrekking van de GPO kunnen deze personen nu in aanmerking komen voor de volledige 50% spousal benefit, zonder dat hun overheidspensioen dit bedrag verlaagt of elimineert.

    Dit is een aanzienlijke verbetering voor duizenden gepensioneerden. Echter, de ‘deemed filing rule’ blijft van kracht. Dat betekent dat als een partner op 62-jarige leeftijd al een eigen, verlaagde uitkering heeft aangevraagd, de spousal excess die zij later ontvangen, nog steeds onderhevig zal zijn aan een reductie, zelfs als de hoofdverdiener pas op 70-jarige leeftijd zijn of haar uitkering aanvraagt. De SSA heeft de meeste aanpassingen en terugbetalingen al verwerkt, maar door administratieve achterstanden wachten sommige gepensioneerden nog op hun geld, zo meldt Government Executive.

    Een ander belangrijk punt is dat een partner pas spousal benefits kan ontvangen als de hoofdverdiener zelf al zijn of haar pensioen- of arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft aangevraagd. Ook kan hertrouwen de mogelijkheid om spousal benefits te claimen op basis van de gegevens van een voormalige echtgenoot beëindigen, tenzij het gaat om nabestaandenuitkeringen na de leeftijd van 60 jaar.

    De beslissing over wanneer je Sociale Zekerheidsuitkering aan te vragen, blijft dus een complexe afweging. Het hangt af van je levensverwachting, de financiële situatie van je partner en de specifieke regels die op jouw geboortedatum van toepassing zijn.

  • Verschuiving In Pensioenbeheer: Cryptovaluta Als Mogelijke Optie In 401(k)-plannen

    Verschuiving In Pensioenbeheer: Cryptovaluta Als Mogelijke Optie In 401(k)-plannen

    Het Amerikaanse Ministerie van Arbeid heeft een voorstel gedaan dat het mogelijk maakt voor 401(k)-plannen om alternatieve activa, waaronder cryptocurrencies, private equity en onroerend goed, op te nemen. Dit besluit volgt op een uitvoerend bevel van voormalig president Donald Trump, dat investeerders aanmoedigde de toegang tot deze alternatieve activa in pensioenportefeuilles te verruimen.

    Volgens Lori Chavez-DeRemer, de minister van Arbeid, zal deze voorgestelde regelgeving de mogelijkheid bieden voor pensioenplannen om investeringsproducten in overweging te nemen die beter aansluiten op het actuele investeringslandschap. Dit markeert een aanzienlijke verschuiving in de opbouw van pensioenplannen; traditioneel zijn 401(k)-plannen voornamelijk gericht op aandelen en obligaties. Als het voorstel wordt goedgekeurd, krijgen pensioenbeheerders de vrijheid om een breder scala aan activa toe te voegen, waaronder digitale tokens en private-marktfondsen die niet op openbare beurzen worden verhandeld.

    Deze ontwikkeling bouwt voort op eerdere veranderingen binnen de sector. In mei vorig jaar trok het Ministerie van Arbeid eerder advies terug dat fiduciaries (beheerders van pensioenfondsen) aanraadde om “uiterst voorzichtig” te zijn bij het opnemen van crypto in pensioenplannen. Het uitvoerende bevel van Trump gaat verder en pleit ervoor dat digitale activa gelijk worden behandeld aan andere investeringsopties.

    Echter, het voorstel is niet zonder kritiek. Sommige wetgevers en financieel adviseurs hebben hun zorg geuit over deze evolutie. Senator Elizabeth Warren merkte op dat op het moment dat er breuken zichtbaar zijn in de private kredietmarkt, de rendementen uit private equity naar een dieptepunt van zestien jaar dalen, en cryptovaluta blijven kelderen, President Trump heeft besloten om al deze risicovolle activa in de 401(k)s van de Amerikanen te introduceren. Ze waarschuwde dat deze regel werknemers kan blootstellen aan verliezen, terwijl grote financiële instellingen er mogelijk van profiteren.

    De impact van deze veranderingen op de cryptomarkt kan aanzienlijk zijn. De Amerikaanse 401(k)-plannen beheren triljoenen dollars aan pensioensparen, en zelfs een kleine verschuiving naar digitale activa kan nieuw kapitaal in de markt injecteren. Stel je voor dat een groot pensioenplan met tienduizenden werknemers slechts 1% van zijn portefeuille in bitcoin zou alloceren; dat zou resulteren in miljoenen dollars die naar crypto-fondsen of tokens zouden stromen.

    Vraag & Antwoord

    Wat houdt het voorstel van het Ministerie van Arbeid precies in?
    Het voorstel beoogt het mogelijk maken voor 401(k)-plannen om ook alternatieve activa, zoals cryptocurrencies, op te nemen, wat een verschuiving betekent in hoe pensioenplannen traditioneel worden beheerd.

    Waarom is dit voorstel controversieel?
    Critici, waaronder wetgevers zoals Senator Elizabeth Warren, wijzen op de risico’s van het integreren van volatiele activa zoals crypto in pensioenportefeuilles, met zorgen over mogelijke verliezen voor werknemers en voordelen voor grote financiële bedrijven.

    Wat zijn de potentiële gevolgen voor de cryptomarkt?
    Als grote pensioenfondsen een klein percentage van hun activa in crypto investeren, kan dit leiden tot een aanzienlijke influx van kapitaal, wat de vraag en prijs van digitale activa kan opdrijven.

  • Pensioengeld Verdampt: Hongkongse Gepensioneerde Verliest $840k Aan Crypto Oplichting

    Pensioengeld Verdampt: Hongkongse Gepensioneerde Verliest $840k Aan Crypto Oplichting

    Het verhaal van een 66-jarige gepensioneerde uit Hongkong illustreert de verwoestende effecten van crypto-oplichting. Deze man verloor maar liefst 6,6 miljoen Hongkongse dollar — ongeveer 840.000 dollar — door een serie gerelateerde scams, waarbij hij herhaaldelijk geloofde in de beloften van zelfbenoemde “deskundigen” die hem via WhatsApp benaderden.

    In september 2025 werd de gepensioneerde voor het eerst benaderd door een oplichter. Middels een ongevraagd bericht stelde deze zich voor als een “expert in virtuele valuta” en beloofde hij aantrekkelijke rendementen, mits de gepensioneerde zijn advies zou opvolgen. Dit resulteerde in een initiële overdracht van 180.000 dollar en crypto naar een portemonnee die beheerd werd door de oplichter. Het bleek een fatale fout, want de oplichter dook vervolgens op zonder verdere communicatie, waardoor het slachtoffer genoodzaakt was aangifte te doen bij de politie.

    Deze zaak benadrukt hoe oplichters in staat zijn om een slachtoffer herhaaldelijk te victimiseren met opeenvolgende oplichtingsschema’s die beginnen met “garanties op winst” en vervolgens escaleren in aanbiedingen om eerder verloren bedragen te herstellen. De CyberDefender-eenheid van de Hongkongse politie merkte hierbij op: “In het leven zijn er geen tweede kansen, maar bij oplichting hebben ze soms meerdere pogingen nodig.” Authentieke professionals doen nooit oproepen via random communicatie en termen als “garantiewinst” en “binneninformatie” zijn tijdloze signalen dat men voorzichtig moet zijn.

    Na de eerste verlies was de gepensioneerde vastbesloten om zijn geld terug te krijgen. Online vond hij opnieuw een zogenaamde crypto-expert die beloofde te kunnen helpen bij het terugvorderen van zijn verloren fondsen. Deze expert vroeg echter een waarborg van 75.000 dollar. Na betaling verdwenen ook deze “specialist” en zijn hulp zonder iets terug te geven.

    In januari van het volgende jaar werd de gepensioneerde opnieuw benaderd door een derde zogenaamde specialist die hem via WhatsApp benaderde. Deze bood aan om zowel de eerdere verliezen terug te vorderen, op voorwaarde dat de gepensioneerde 585.000 dollar in crypto zou kopen en naar een opgegeven adres zou overmaken. Na deze transactie verdween ook deze oplichter, wat de totale schade voor de gepensioneerde op ongeveer 840.000 dollar bracht over een periode van zes maanden.

    Dit voorval vindt plaats tegen de achtergrond van een groeiende golf van crypto-gerelateerde criminaliteit. Volgens beveiligingsbedrijf Hacken hebben Web3-platforms in 2025 zo’n 3,95 miljard dollar aan verliezen gezien, met statelijk gelinkte hackers en zwakke sleutelbeveiliging als belangrijke oorzaken van de schade. Wereldwijd wijzen autoriteiten op een toenemende dreiging van phishing en investeringsfraude, van nep-FBI-tokens op het Tron-netwerk tot onderzoeken naar GainBitcoin in India en de Amerikaanse inzet om 3,4 miljoen dollar aan Tether in beslag te nemen die verband houdt met een multi-state investeringsfraude.

    Vraag & Antwoord

    Hoe kan ik mezelf beschermen tegen crypto-oplichting?
    Wees altijd voorzichtig met aanbiedingen die gegarandeerde winsten beloven. Vertrouw nooit zomaar op onbekenden die via sociale media of messaging-apps contact met je opnemen. Doe grondig onderzoek en verifieer de legitimiteit van elke investeringsaanbieding.

    Wat moet ik doen als ik een oplichting heb meegemaakt?
    Neem altijd contact op met de autoriteiten en dien een klacht in. Documenteer al het bewijs en verzamel relevante informatie zoals transactiedata en communicatie met de oplichter.

    Wat zijn de trends in crypto-gerelateerde criminaliteit?
    Crypto-gerelateerde criminaliteit evolueert snel, met een stijgende frequentie van phishing-aanvallen en geavanceerde scams. Het is essentieel om op de hoogte te blijven van nieuwe trends en de bijbehorende risico’s in de snel veranderende wereld van digitale activa.

  • Optimaliseer Uw Pensioen: Praktische Stappen Voor Een Financieel Veilige Ouderdom

    Optimaliseer Uw Pensioen: Praktische Stappen Voor Een Financieel Veilige Ouderdom

    Heb je ooit nagedacht over je pensioen en hoeveel je zou kunnen krijgen? Het kan zijn dat je wettelijk pensioen niet genoeg is om comfortabel te leven. Dus, hoe kun je je pensioenbedrag verhogen?

    Denk na over je pensioenbehoeften

    Om te beoordelen hoeveel pensioen je nodig hebt, moet je inschatten hoe je leven er als gepensioneerde uit zal zien en hoeveel dat zal kosten. Tel je verwachte uitgaven op en verdeel deze over het aantal maanden dat je denkt dat je met pensioen zal zijn. Zo krijg je een idee van wat je maandelijks zal moeten uitgeven. Deze berekening moet regelmatig worden bijgewerkt.

    Volgens recente gegevens van PensionStat.be, ontvangt een gemiddelde gepensioneerde momenteel een netto wettelijk pensioen van 1.749 euro. Wil je inschatten hoeveel wettelijk pensioen je naar verwachting zal ontvangen? Raadpleeg dan MyPension.be.

    Verhoog je wettelijk pensioen

    Je kunt je wettelijk pensioen op verschillende manieren verhogen. Misschien krijg je al een aanvullend pensioen via je werkgever. Daarnaast kun je beginnen met fiscaal voordelig pensioensparen vanaf je 18e tot het jaar waarin je 64 wordt.

    Je kunt geld storten in een pensioenspaarfonds waarin de bank investeert. De opbrengst hangt af van de prestaties van de investeringen. Of je kunt kiezen voor een pensioenspaarverzekering, met een gegarandeerd rendement per storting, mogelijk verhoogd met een jaarlijkse winstdeelname.

    Verlaag vandaag je belasting

    Met pensioensparen bouw je niet alleen kapitaal op voor later, maar kun je ook nu minder belasting betalen. Als je in 2026 tot 1.050 euro stort, betaal je 30% minder belasting op dat bedrag, wat neerkomt op 315 euro. Als je tussen de 1.050 en 1.350 euro stort, krijg je een belastingvermindering van 25%.

    Combineer met beleggen

    Terwijl je pensioenspaart, kun je ook beleggen voor je pensioen. Hiervoor moet je eerst een voldoende grote spaarpot opbouwen. Hoe je vervolgens belegt, hangt af van je risicotolerantie en je leeftijd. Als je jonger bent, kun je meer in aandelenfondsen beleggen. Naarmate je ouder wordt, beleg je meer in veilige obligaties en minder in risicovolle aandelen.

  • Verandering in Pensioenberekening: Werkloosheid Leidt tot Verminderde Pensioenopbouw

    Verandering in Pensioenberekening: Werkloosheid Leidt tot Verminderde Pensioenopbouw

    Sinds kort is een nieuwe regelgeving van kracht die de pensioenopbouw beïnvloedt voor mensen die werkloos zijn, in een Stelsel van Werkloosheid met Toeslag (SWT, vroeger bekend als brugpensioen) zitten, of gebruik maken van bepaalde landingsbanen. Deze nieuwe maatregel verandert de wijze waarop het pensioen wordt berekend: niet meer op basis van het laatst verdiende salaris, maar op basis van een beperkt fictief loon.

    Reden voor de verandering

    Eerder was het mogelijk dat iemand gedurende een periode van werkloosheid meer pensioen kon opbouwen dan iemand die bleef werken. De regering wil hier verandering in brengen en deze ongelijkheid aanpakken. De maatregel, die al sinds vorig jaar bekend was, is van toepassing op pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2027 en werd vorige maand gepubliceerd in het Staatsblad.

    Uitleg van de oude situatie

    De ongelijkheid kon ontstaan omdat bij werkloosheid het pensioen niet werd berekend op de daadwerkelijke werkloosheidsuitkering die de werkloze persoon ontving, maar op basis van het laatste salaris dat hij of zij verdiende bij de laatste werkgever. Hierdoor kon iemand die werkte tegen een lager salaris minder pensioen opbouwen dan een werkloze wiens laatste salaris hoger was.

    Details van de nieuwe maatregel

    In het regeerakkoord besloot de regering om enkele gelijkgestelde periodes zoals werkloosheid, SWT, pseudo-brugpensioen en landingsbanen niet meer gelijk te stellen met het laatste daadwerkelijke salaris, maar met een beperkt fictief loon. Dit refereert naar het minimum gewaarborgd loonplafond, dat momenteel 32.764 euro op jaarbasis bedraagt.

    Uitzonderingen en impact van de nieuwe maatregel

    De nieuwe maatregel geldt niet voor tijdelijke werkloosheid of voor landingsbanen waarbij een aanvraag vóór 1 februari 2025 werd gedaan, of voor landingsbanen waarbij iemand zijn pensioen opneemt op de wettelijke pensioenleeftijd of later. Onder de nieuwe regelgeving zal het pensioenbedrag in verschillende situaties lager uitvallen. De impact zal echter wellicht beperkt blijven, omdat de regering ook heeft besloten om de werkloosheidsuitkeringen te beperken tot twee jaar.

    Belangrijke aanvullende maatregel

    Een relevante bijkomende maatregel die nog in de maak is voor (langdurig) werklozen is de beperking van de periode dat werkloosheid (of andere gelijkgestelde perioden) kan bijdragen aan de berekening van het pensioen. Als iemands carrière voor meer dan 40 procent uit gelijkgestelde periodes bestaat, zullen deze gelijkgestelde periodes vanaf 2027 slechts voor 40 procent meetellen.

    Vraag en Antwoord

    Wat is de belangrijkste verandering in de pensioenberekening?
    De pensioenberekening wordt niet langer gebaseerd op het laatst verdiende salaris, maar op een beperkt fictief loon. Dit beïnvloedt vooral mensen die werkloos zijn, in een Stelsel van Werkloosheid met Toeslag (SWT) zitten, of gebruik maken van bepaalde landingsbanen.

    Waarom is deze verandering doorgevoerd?
    De verandering is doorgevoerd om een ongelijkheid aan te pakken waarbij iemand tijdens zijn werkloosheid meer pensioen kon opbouwen dan iemand die aan het werk was.

    Voor wie geldt de nieuwe maatregel?
    De maatregel is van toepassing op pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2027. Het geldt echter niet voor tijdelijke werkloosheid of voor landingsbanen waarbij een aanvraag vóór 1 februari 2025 werd gedaan, of waarbij iemand zijn pensioen opneemt op de wettelijke pensioenleeftijd of later.

  • Pensioen Fondsen Klaar Voor Crypto: Digitale Activa Zetten Door, Volgens Toezichthouders

    Pensioen Fondsen Klaar Voor Crypto: Digitale Activa Zetten Door, Volgens Toezichthouders

    De recente uitspraken van SEC-voorzitter Paul Atkins en CFTC-voorzitter Michael Selig benadrukken een cruciaal moment voor de cryptocurrency-acceptatie binnen de Amerikaanse financiële sector. Atkins merkte op dat het tijd is voor pensioenplannen, zoals 401(k)-plannen, om cryptovaluta op te nemen. Deze ontwikkeling kan een significante impact hebben op de diversificatiestrategieën van investeerders, vooral nu legio mensen al enige blootstelling hebben aan digitale activa via hun pensioenfondsen.

    Tijdens een interview met CNBC kwamen de opmerkingen van beide voorzitters naar voren terwijl de senaat zich voorbereidde om een conceptwetsvoorstel voor de crypto-marktstructuur te bespreken. Dit voorstel kan de rol van de Commodity Futures Trading Commission (CFTC) uitbreiden en de toezichtslijnen met de Securities and Exchange Commission (SEC) verduidelijken. Hoewel het wetsvoorstel in een recordtijd is voortgebracht, is de weg naar daadwerkelijke wetgeving nog lang en vol technische obstakels.

    Atkins sprak over de noodzaak voor een voorzichtige benadering. Hij benadrukte dat, hoewel de tijd rijp is voor uitbreiding van crypto-opties in pensioenplannen, dit moet worden gedaan met adequate bescherming voor gepensioneerden. Het is een evenwichtsoefening; te veel risico kan leiden tot onnodige verliezen voor een kwetsbare groep. Dit wordt bevestigd door voorgaande waarschuwingen van het Department of Labor, dat beleggers aanraadde voorzichtig te zijn bij het overwegen van cryptovaluta in hun investeringsmenu’s.

    De kracht van deze ontwikkeling werd verder versterkt door de handtekening van Trump in augustus 2025, waarmee crypto-investeringen in 401(k)-plannen werden toegestaan. Dit biedt de deur naar een markt van $10 biljoen, waar digitale activa niet alleen competitieve rendementen maar ook diversificatie kunnen bieden.

    Selig voorspelt een bloeiende toekomst voor digitale activa, nu de regulering aanstaande is. Hij benadrukt dat het opnieuw aantrekken van blockchain-bedrijven naar de VS cruciaal is, vooral nu veel van deze bedrijven hun toevlucht hebben zoek naar landen met helder beleid. Blockchain-technologie, die nu al vijftien jaar bestaat, is transformeerend en kan de ontwikkeling van markten binnen de Amerikaanse juridische kaders aanzienlijk bevorderen.

    De samenwerking tussen de SEC en de CFTC om een nationale regelgeving op te zetten, kan een gouden standaard creëren voor cryptovaluta in de VS. Dit zou kunnen resulteren in de ontwikkeling van nieuwe producten en toepassingen binnen de blockchain-ruimte, waardoor Amerika de voorkeursplek wordt voor de handel in digitale activa.

    Vraag & Antwoord

    Waarom is het integreren van cryptocurrency in 401(k)-plannen belangrijk voor investeerders?
    Integratie kan niet alleen diversificatie bieden, maar ook toegang tot een snel groeiende klasse activa waarvan men verwacht dat die competitieve rendementen oplevert, vooral nu de markt zich stabiliseert met duidelijke regelgeving.

    Wat zijn de risico’s van het aanbieden van crypto in pensioenplannen?
    De voornaamste risico’s zijn de hoge volatiliteit van cryptovaluta en de mogelijkheid van fraude of verlies van fondsen. Het is essentieel dat er adequaat toezicht en bescherming is voor gepensioneerden.

    Hoe beïnvloeden Amerikaanse regelgeving en standaarden de wereldwijde crypto-markten?
    Strengere en duidelijkere regels kunnen ervoor zorgen dat de VS een aantrekkelijke vestigingsplaats wordt voor blockchain-innovaties, wat op zijn beurt de concurrentiepositie van Amerikaanse bedrijven op de wereldmarkt versterkt.