Het preferente aandeel ‘Series 4’ van Bank of America (BML.PRJ) heeft zijn dividendrendement tot boven de 6 procent zien stijgen. Beleggers zien een aanzienlijke korting ten opzichte van de liquidatievoorkeur, wat een diepere duik in de waarde van de bankaandelen markeert.
Op woensdag 7 oktober 2026 beleefde het preferente aandeel ‘Series 4’ van Bank of America (BML.PRJ) een opmerkelijke dag op de beurs. Het dividendrendement van deze effecten doorbrak de grens van 6 procent, terwijl de koers zakte naar 19,54 dollar.
Dit gebeurde terwijl het aandeel, dat een jaarlijks dividend van 1,1945 dollar uitkeert, met ongeveer 1 procent in waarde daalde. De gewone aandelen van Bank of America (BAC) lieten op dezelfde dag een nog grotere daling zien van ongeveer 1,5 procent. Hoewel de bredere Amerikaanse aandelenmarkt, met de S&P 500, dit jaar een groei van 13 procent kende, toont dit aan dat niet alle segmenten dezelfde veerkracht tonen.
Grotere korting dan sectorgemiddelde
De preferente aandelen van Bank of America worden nu verhandeld met een korting van 20,28 procent ten opzichte van hun liquidatievoorkeur. Dit is een aanzienlijk grotere korting dan het gemiddelde van 17,18 procent dat wordt waargenomen bij vergelijkbare preferente aandelen in de financiële sector. De gemiddelde dividendopbrengst in die categorie bedraagt overigens 7,11 procent. Het feit dat dit een niet-cumulatief aandeel betreft, is hierbij een belangrijke overweging. Dat betekent namelijk dat Bank of America in het geval van gemiste dividendbetalingen niet verplicht is deze later alsnog uit te keren aan de preferente aandeelhouders voordat de gewone dividenden worden hervat. Wij zien hierin een weerspiegeling van een verhoogde voorzichtigheid bij beleggers, die mogelijk de voorkeur geven aan een hogere compensatie voor het nemen van risico’s, vooral gezien de huidige marktvolatiliteit.
Deze ontwikkeling bij Bank of America staat in contrast met de bredere trend. Hoewel de S&P 500 in 2026 een sterke prestatie neerzet, met een stijging van 13 procent dit jaar, wat de beste prestatie is in een ‘midterm’-verkiezingsjaar sinds 2006, lijken preferente aandelen van grote banken een eigen dynamiek te volgen. Historisch gezien lieten de Amerikaanse beurzen na midterm-verkiezingen vaak sterke prestaties zien, met een gemiddelde stijging van 13 tot 14 procent in de zes en twaalf maanden erna. Toch wijzen wij erop dat deze historische patronen niet altijd de individuele prestaties van specifieke financiële producten bepalen.
Wat betekent dit nu?
De stijging van het rendement op Bank of America’s preferente aandelen naar meer dan 6 procent, samen met de koersdaling en de grotere korting ten opzichte van de liquidatievoorkeur, duidt op een verschuiving in de risicoperceptie van beleggers. De markt vraagt een hogere vergoeding voor het houden van deze effecten, mogelijk gedreven door de algemene voorzichtigheid rondom de financiële sector en de specifieke niet-cumulatieve aard van het aandeel. Hoewel de bredere markt veerkracht toont, blijft het van belang om de individuele prestaties van financiële instellingen nauwgezet te volgen, vooral in periodes van macro-economische onzekerheid.
