Verschillende Amerikaanse beursgenoteerde fondsen en ETF’s, waaronder die van BlackRock en iShares, hebben op 28 september 2026 hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde doorbroken, wat technisch gezien wijst op een verslechterend marktsentiment. Dit gebeurt te midden van aanhoudende discussies over monetaire beleidsverschillen tussen de Amerikaanse Federal Reserve en andere centrale banken.
Vier belangrijke Amerikaanse beursgenoteerde fondsen en ETF’s zijn op 28 september 2026 onder hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde gezakt. Het gaat om de BlackRock Global Opportunities Equity Trust (BOE), de iShares MSCI Israel ETF (EIS), de ProShares Ultra SmallCap600 ETF (SAA) en de State Street SPDR S&P Oil & Gas Equipment & Services ETF (XES). Deze beweging, vaak gezien als een bearish signaal door beleggers, duidt op een bredere zorg in de markt, zoals eerder te zien was bij de SPDR S&P Bank ETF (KBE) op 17 december 2021 en de iShares U.S. Financials ETF (IYF) op 3 april 2025.
De BlackRock Global Opportunities Equity Trust (BOE) daalde met 1,9 procent tot 11,80 dollar, net onder zijn 200-daags gemiddelde van 11,88 dollar. De iShares MSCI Israel ETF (EIS) verloor 1,6 procent en zakte naar 120,07 dollar, terwijl het 200-daags gemiddelde op 122,30 dollar lag. De ProShares Ultra SmallCap600 ETF (SAA) kende een daling van 3,2 procent en noteerde 31,85 dollar, onder de grens van 31,95 dollar. Tot slot viel de State Street SPDR S&P Oil & Gas Equipment & Services ETF (XES) met 0,9 procent terug tot 111,56 dollar, waarmee het zijn 200-daags gemiddelde van 111,67 dollar doorbrak. Deze gelijktijdige dalingen op één dag suggereren een verzwakking van het bredere marktsentiment, in een periode waarin de dollar al sterker wordt.
Technische Analyse
De koersdalingen van BOE, EIS, SAA en XES onder hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde op 28 september 2026 zijn technisch gezien een belangrijk signaal. Voor de BOE lag de koers met 11,80 dollar duidelijk onder de technische grens van 11,88 dollar. Bij EIS viel de koers van 120,07 dollar terug vanaf 122,30 dollar. SAA ging van 31,95 dollar naar 31,85 dollar en XES van 111,67 dollar naar 111,56 dollar. Deze doorbraken kunnen nieuwe weerstandsniveaus creëren op of rond de oude 200-daagse gemiddelden. De 52-weekbereiken tonen bovendien dat de fondsen relatief dicht bij hun jaarlijkse hoogtepunten stonden, wat de recente daling extra gewicht geeft. De RSI-status is niet expliciet vermeld in de bronnen, maar een dergelijke doorbraak gebeurt doorgaans bij een toenemend verkoopvolume, wat de zwakte van het momentum bevestigt. Zo staat de Bitcoin (BTC) op 29 september om 02:02 (Brusselse tijd) op 73.429 euro, een daling van 1,0 procent over 24 uur en 3,4 procent over 7 dagen, wat aangeeft dat technische indicatoren ook in de cryptomarkt belangrijk blijven.
Marktsentiment
Het marktsentiment rond de Amerikaanse beursfondsen lijkt te verschuiven naar een voorzichtige houding, mogelijk door macro-economische onzekerheden. De daling van meerdere ETF’s en aandelen onder hun langetermijngemiddelden wijst op een toename van de ‘bearish’ stemming, zoals BNK Invest aangeeft. Deze ontwikkeling staat in contrast met periodes van ‘greed’ op de cryptomarkt, waar de angst- en hebzuchtmeter op 29 september om 02:02 (Brusselse tijd) op 73 van de 100 stond, wat duidt op ‘hebzucht’. Beleggers in traditionele markten reageren waarschijnlijk op de aanhoudende renteverschillen tussen de Amerikaanse Federal Reserve en andere centrale banken, zoals de Bank of England. Dit kan leiden tot kapitaalvlucht uit risicovollere activa naar de relatief veilige haven van de Amerikaanse dollar, waardoor de koersen van sommige fondsen onder druk komen te staan. De brede aard van de daling – van BlackRock tot sector-specifieke ETF’s – onderstreept de systemische aard van deze sentimentverschuiving.
Fundamentele Analyse
Fundamenteel gezien speelt de divergentie in het monetaire beleid van centrale banken een grote rol. Terwijl de Federal Reserve agressief de rente verhoogt – zoals blijkt uit de 25 basispunten verhoging naar 3,75 tot 4,00 procent op 16 september 2026, met vooruitzichten op meer – houdt de Bank of England haar rentetarief op 3,75 procent, ondanks inflatiedruk en een zwakkere economie. Dit verschil maakt de dollar aantrekkelijker en zet druk op andere valuta’s zoals het Britse pond, dat 2,35 procent verloor ten opzichte van de dollar in twee weken tijd. We zien dit verschil in rentetarief als een belangrijke drijfveer voor de bredere marktdruk op Amerikaanse activa, aangezien de sterke dollar de winstgevendheid van Amerikaanse exporteurs kan beïnvloeden en de liquiditeit in andere markten kan verminderen. De economische cijfers uit de VS, zoals de snelle groei van de flash composite PMI naar 58,4 en een 10-jaar staatsobligatie die naar 5,135 procent steeg, contrasteren met tragere groei in het VK, wat de fundamentele kloof verder vergroot.
Bull- vs bear-scenario
- Bull-scenario: Het sentiment keert als de Europese Centrale Bank of de Bank of England hun beleid aanzienlijk verkrappen en de economische groei in Europa en het VK aantrekt, waardoor de druk op de dollar afneemt en beleggers weer rendement zoeken in bredere activaklassen.
- Bear-scenario: Een verdere, meer agressieve renteverhoging door de Federal Reserve in de komende maanden, gecombineerd met tegenvallende wereldwijde economische cijfers, kan leiden tot verdere kapitaalvlucht uit ETF’s en een verdere daling onder de huidige steunniveaus.
Wat betekent dit nu?
De recente technische doorbraken van verschillende Amerikaanse fondsen en ETF’s onder hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde, zoals de BOE, EIS, SAA en XES, reflecteren een veranderend marktsentiment. De aanhoudende monetaire beleidsverschillen tussen de Federal Reserve en andere centrale banken, met name de Bank of England, spelen hierin een cruciale rol. De fundamentele aantrekkingskracht van de dollar door hogere rentes en robuuste Amerikaanse economische data blijft de koersen van deze fondsen onder druk zetten. Beleggers moeten de komende beleidsvergaderingen van de centrale banken nauwlettend in de gaten houden, aangezien verdere beleidsveranderingen of economische indicatoren de volgende trigger kunnen zijn voor een duidelijke verschuiving in de marktrichting.




