Tag: rechtszaak

  • Franse Rechtbank Erkent Borstkanker Als Beroepsziekte Voor Cabinemedewerker Air France

    Franse Rechtbank Erkent Borstkanker Als Beroepsziekte Voor Cabinemedewerker Air France

    Een voormalige cabinemedewerker van Air France heeft een rechtszaak gewonnen, waardoor haar borstkanker voor het eerst in Frankrijk is erkend als beroepsziekte in de luchtvaart. Dit vonnis kan grote gevolgen hebben voor andere vrouwen in de sector.

    Een Franse rechtbank heeft in juli 2026 een belangrijke uitspraak gedaan: de borstkanker van Sophie Lainault, een voormalige cabinemedewerker van Air France, is erkend als beroepsziekte. Dit is een primeur voor de luchtvaartsector in Frankrijk en kan een precedent scheppen voor talloze andere vrouwen die in de luchtvaart werken en met borstkanker te maken krijgen.

    Lainault werkte dertig jaar lang voor Air France, van 1989 tot 2019. In die periode verzamelde ze meer dan 12.600 vlieguren, waarvan ruim 6.500 tijdens nachtvluchten. De rechtbank oordeelde dat haar ziekte het directe gevolg was van haar beroep, waarbij factoren zoals nachtwerk, blootstelling aan ioniserende straling en zelfs passief roken – roken was tot 2000 nog toegestaan op Air France-vluchten – een rol speelden. De rechtbank vond geen andere aanleidingen, zoals genetische factoren of levensstijlkeuzes, die de ziekte konden verklaren.

    Precedent Voor De Sector

    De uitspraak heeft volgens de advocate van Lainault en de vakbond die haar bijstond een grote precedentwaarde. Dit betekent dat het vonnis de weg opent voor andere vrouwelijke luchtvaartmedewerkers om hun borstkanker eveneens als beroepsziekte te laten erkennen. Borstkanker staat in Frankrijk, net als in België, niet standaard op de lijst van erkende beroepsziekten. Eerder werd dit wel al erkend voor beroepen zoals verpleegkundigen en arbeiders.

    Sophie Lainault, nu 59 en herstellende van haar ziekte, hoopt dat haar overwinning andere vrouwen zal aanmoedigen om de strijd aan te gaan. Voor haarzelf betekent de erkenning dat ze vervroegd met pensioen kan gaan, wat een zekere financiële zekerheid biedt na haar jarenlange inzet.

    Impact Op Luchtvaartmaatschappijen

    De erkenning van borstkanker als beroepsziekte in de luchtvaart kan aanzienlijke gevolgen hebben voor luchtvaartmaatschappijen. Zij zouden geconfronteerd kunnen worden met een toename van claims en de noodzaak om hun arbeidsomstandigheden en preventiemaatregelen te herzien. Wij volgen dit verder op, want de uitspraak kan een domino-effect hebben, niet alleen in Frankrijk, maar mogelijk ook daarbuiten, aangezien de factoren die de rechtbank aanhaalde – nachtwerk en straling – universeel zijn in de luchtvaart.

  • Crypto Lobbygroepen Klagen Illinois Aan Om Nieuwe Digitale Belasting

    Crypto Lobbygroepen Klagen Illinois Aan Om Nieuwe Digitale Belasting

    Twee invloedrijke crypto-organisaties voegen zich bij een eerdere rechtszaak tegen de staat Illinois, die een belasting van 0,2 procent invoert op transacties en opslag van digitale activa.

    De Amerikaanse staat Illinois ligt onder vuur van de cryptosector. Twee belangrijke lobbygroepen, de Crypto Council for Innovation (CCI) en de Blockchain Association, hebben op vrijdag 21 augustus 2026 een rechtszaak aangespannen tegen de staat. Ze protesteren tegen een recent ingevoerde belasting van 0,2 procent op digitale activa, die volgens hen ongrondwettelijk is.

    Deze nieuwe juridische stap volgt op een eerdere klacht die vorige maand werd ingediend door de Digital Chamber. De belasting van 0,2 procent is van toepassing op bedrijven die in Illinois gevestigd zijn, of diensten aanbieden aan inwoners van de staat, en die meer dan 100.000 dollar (ongeveer 92.000 euro) aan inkomsten genereren uit het verhandelen of bewaren van crypto voor klanten. De staat verwacht hiermee 60 miljoen dollar (ongeveer 55 miljoen euro) op te halen voor de begroting.

    Ongelijke Behandeling Van Digitale Activa

    De aanklagers stellen dat de belasting in strijd is met zowel de Amerikaanse als de grondwet van Illinois, en ook met de Internet Tax Freedom Act. Ji Kim, die de Crypto Council for Innovation leidt, benadrukt dat deze belasting digitale activa op een unieke en bestraffende manier behandelt. “Deze belasting op digitale activa discrimineert door geen gelijkwaardige heffing te hebben voor traditionele activa,” aldus Kim. “Het creëert een onwettige situatie waarin de belastingwetgeving winnaars en verliezers aanwijst op basis van de onderliggende technologie, in plaats van de aard van de transactie.”

    Een van de kritiekpunten is dat de belasting geheven wordt op transacties, zelfs als de belastingbetaler verlies heeft geleden op de crypto. Dat is een punt dat wij als Block #9 ook in de gaten houden. Het lijkt ons een vreemde manier van belasten, die de sector mogelijk afremt.

    Vrees Voor Fragmentatie

    Summer Mersinger, CEO van de Blockchain Association, voegt daaraan toe dat Illinois een nieuw belastingregime oplegt dat digitale handel benadeelt. “Dit creëert onzekerheid voor consumenten en bedrijven, en dreigt een snelgroeiende nationale markt te fragmenteren,” stelt Mersinger. De rechtszaak is aangespannen in Sangamon County en heeft als doel de belastingmaatregel van de staat te blokkeren.

    De cryptosector in de Verenigde Staten strijdt al langer tegen wat zij zien als onduidelijke of onbillijke regelgeving. Deze zaak in Illinois is daar een nieuw voorbeeld van. Het toont aan dat de discussie over hoe digitale activa fiscaal behandeld moeten worden, nog lang niet voorbij is. Wij volgen dit dossier verder op, want de uitkomst kan een precedent scheppen voor andere staten.

  • Nieuwe Collectieve Rechtszaak Dreigt Voor ABN Amro Wegens Te Hoge Rentes

    Nieuwe Collectieve Rechtszaak Dreigt Voor ABN Amro Wegens Te Hoge Rentes

    Stichting Massaschade & Consument (SMC) heeft nieuw bewijs voorgelegd aan het gerechtshof in Amsterdam in de collectieve rechtszaak tegen ABN AMRO. De stichting verlangt dat de bank kleine ondernemers vergoedt voor de overmaat aan rente die ze jarenlang hebben betaald op hun zakelijke leningen.

    De rechtszaak betreft het OndernemersKrediet, een doorlopende zakelijke lening tot maximaal €125.000 die de bank tussen 2003 en 2021 aan kleine ondernemers aanbood. Volgens de voorwaarden van het krediet had de rente variabel moeten zijn en moeten fluctueren met de marktrente. Echter, volgens de SMC, veranderde de rente alleen wanneer deze verhoogd werd.

    Onnodig hoge rentes na de kredietcrisis

    Na de kredietcrisis van 2008 daalden de marktrentes drastisch, tot nul of zelfs negatief. Desondanks bleef de rente op deze leningen op een hoog niveau. Hierdoor betaalden ondernemers jarenlang een te hoge rente.

    Volgens een onafhankelijk deskundigenonderzoek heeft ABN AMRO tussen 2008 en 2021 een rente van ongeveer 10,5% gehanteerd op het OndernemersKrediet. Tijdens deze periode daalden de belangrijke referentierentes aanzienlijk. De SMC beweert dat de winstmarge van de bank daardoor steeg van gemiddeld 5,8% naar ongeveer 10%.

    SMC beweert dat ABN AMRO de rente kunstmatig hoog heeft gehouden, wat onrechtmatig is tegenover de kleine ondernemers.

    Hoger beroep en het belang van een collectieve aanpak

    Een eerdere uitspraak door een lagere rechter stelde dat de individuele situaties van ondernemers te verschillend waren om in een collectieve procedure te behandelen. SMC betoogt echter met nieuw bewijs dat een gezamenlijke aanpak juist noodzakelijk is.

    Volgens de stichting was het OndernemersKrediet een standaardproduct met uniforme voorwaarden waarover ondernemers niet konden onderhandelen. Daarnaast werden rentewijzigingen bijna altijd gelijktijdig doorgevoerd voor alle klanten. Dit maakt de kern van de klacht universeel.

    Vergelijkbare zaak zet de bankensector op scherp

    Enkele jaren geleden was de bankensector al in opspraak door een vergelijkbaar geschil over consumentenkrediet. In 2021 oordeelde het Kifid dat een klant te veel rente had betaald over een doorlopend krediet met variabele rente. Ook in deze zaak was ABN AMRO de belangrijkste partij en bleek dat de variabele rente niet was verlaagd toen de marktrentes daalden.

    Onder druk van de Autoriteit Financiële Markten zijn veel kredietverleners gestopt met het aanbieden van doorlopende kredieten of hebben zij de voorwaarden aangepast. Banken moesten ook de getroffen klanten compenseren. Voor ABN AMRO liepen de kosten op tot ongeveer €460 miljoen.

  • Rechtszaak Van Fortis-aandeelhouders Voor 10 Miljard Euro Mislukt

    Rechtszaak Van Fortis-aandeelhouders Voor 10 Miljard Euro Mislukt

    Bijna duizend kleinere aandeelhouders die zich in 2008 verzetten tegen de verkoop van Fortis Bank aan BNP Paribas, een Franse financiële instelling, hebben geen succes gehad in de rechtbank. Ze eisten een schadevergoeding van meer dan 10 miljard euro.

    De aandeelhouders werden vertegenwoordigd door advocaat Mischaël Modrikamen. Ze vroegen om een schadevergoeding voor de verkoop van Fortis aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) en vervolgens aan BNP Paribas. Modrikamen beschuldigde de betrokken partijen van misbruik van bedrijfsgoederen en schending van vertrouwen.

    Desondanks heeft de Franstalige Ondernemingsrechtbank van Brussel de eisen onontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat de aandeelhouders niet de autoriteit hadden om op te treden. Bovendien was in een ander deel van de zaak sprake van verjaring. Volgens de rechtbank kon alleen Ageas, als de wettelijke opvolger van Fortis, een schadevergoeding eisen. Echter, Ageas heeft dat niet gedaan.

    Modrikamen uitte zijn teleurstelling dat de kern van de zaak niet werd onderzocht. Hij overweegt zijn cliënten te adviseren in beroep te gaan.

    Vragen & Antwoorden

    Wie zijn de klagers in deze rechtszaak?
    Bijna duizend kleinere aandeelhouders van Fortis Bank die zich in 2008 verzetten tegen de verkoop van de bank aan BNP Paribas.

    Wat was de eis van de aandeelhouders?
    De aandeelhouders, vertegenwoordigd door advocaat Mischaël Modrikamen, eisten een schadevergoeding van meer dan 10 miljard euro voor de verkoop van Fortis aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) en vervolgens aan BNP Paribas.

    Wat was de reactie van de rechtbank op deze eisen?
    De Franstalige Ondernemingsrechtbank van Brussel verklaarde de eisen onontvankelijk. De rechtbank oordeelde dat de aandeelhouders niet de autoriteit hadden om op te treden en dat in een ander deel van de zaak sprake was van verjaring.