Een coalitie van handelaarsorganisaties in de Verenigde Staten verzoekt een federale rechter om een voorgestelde schikking van ongeveer 27,8 miljard euro af te wijzen. Zij stellen dat de deal de hoge kosten voor creditcardtransacties niet fundamenteel aanpakt.
De strijd om de hoge transactiekosten van creditcards bereikt een nieuw hoogtepunt in de Verenigde Staten. Een brede coalitie van handelaars, waaronder de National Retail Federation, heeft een federale rechter in New York officieel verzocht om een schikkingsovereenkomst van 30 miljard dollar (ongeveer 27,8 miljard euro) tussen Visa, Mastercard en enkele handelaars te verwerpen. Volgens de tegenstanders is de deal onvoldoende om de structurele problemen rond de zogenaamde ‘interchange fees’ aan te pakken.
Deze commissies, die handelaars betalen aan de banken die creditcards uitgeven, vormen al jaren een doorn in het oog van de retailsector. De handelaars beweren dat de tarieven buitensporig zijn en consumenten uiteindelijk de rekening betalen via hogere prijzen. De voorgestelde schikking, die in maart werd aangekondigd, beoogt deze kosten voor vijf jaar te verlagen met minstens 0,04 procentpunt en de gemiddelde jaarlijkse tarieven voor een periode van vijf jaar niet boven het niveau van 2023 uit te laten komen. Daarnaast zouden handelaars meer flexibiliteit krijgen in hoe ze Visa- en Mastercard-transacties verwerken.
Wij zien vooral dat deze reactie van de handelaars de diepgewortelde frustratie met het huidige betalingssysteem onderstreept. De schikking, hoe omvangrijk ook, lijkt voor de tegenstanders eerder een pleister op een gapende wonde dan een duurzame oplossing. De kritiek richt zich met name op het tijdelijke karakter van de voorgestelde tariefverlagingen en het ontbreken van structurele hervormingen die de concurrentie zouden moeten stimuleren. De Amerikaanse wetgeving, de Dodd-Frank Act, heeft in 2010 al getracht de pinpascommissies te reguleren, maar dat heeft niet geleid tot een algemene daling van de creditcardkosten.
Geen Permanente Oplossing
De handelaarsorganisaties benadrukken dat de afspraken van de schikking, die pas over een paar jaar volledig van kracht worden, de tarieven slechts tijdelijk bevriezen of licht verlagen. Zodra de periode van vijf jaar is afgelopen, staat het de creditcardmaatschappijen vrij om de tarieven weer te verhogen. “Deze schikking biedt geen permanente oplossing voor de buitensporige en anticompetitieve interbancaire kosten,” stelt de National Retail Federation in haar verklaring aan de rechter. De groep is van mening dat de schikking de rechtbank geen zeggenschap geeft over de tarieven, wat essentieel is voor een blijvende verandering.
Grotere Gevolgen Voor Handelaars
De interchange fees zijn in de Verenigde Staten historisch gezien hoger dan in andere regio’s, zoals Europa, waar regulering de tarieven aan banden heeft gelegd. In 2023 betaalden Amerikaanse handelaars naar schatting 100 miljard dollar (ongeveer 92,7 miljard euro) aan deze kosten, een stijging van 13,7 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit maakt de zaak van cruciaal belang voor de winstgevendheid van vele bedrijven, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen die minder onderhandelingsmacht hebben. De rechter zal nu moeten beslissen of de schikking voldoende recht doet aan de belangen van alle handelaars, of dat een langere juridische strijd noodzakelijk is om tot een meer fundamentele aanpassing van het systeem te komen.







