Politieke onrust in Frankrijk en Spanje, gekoppeld aan fors gestegen Amerikaanse obligatierentes, drijft de euro verder omlaag en stuwt de Amerikaanse dollar naar zijn hoogste stand in achttien maanden.
De Amerikaanse dollarindex bereikte maandag zijn hoogste niveau in anderhalf jaar en sloot de dag 0,23 procent hoger af. Tegelijkertijd zakte de euro naar een dieptepunt van zestien maanden ten opzichte van de dollar. Deze bewegingen vinden hun oorsprong in de toenemende politieke onrust in Frankrijk en Spanje, die de euro onder druk zet, en de aanhoudende stijging van de Amerikaanse obligatierentes, die de dollar aantrekkelijker maakt voor beleggers.
De rente op de tienjarige Amerikaanse staatsobligatie, de zogenaamde T-note, klom maandag naar 5,35 procent, een niveau dat voor het laatst 24 jaar geleden werd gezien. Deze stijging vergroot het renteverschil met de eurozone, waardoor de dollar een sterke ‘veilige haven’ wordt. De euro-dollarverhouding, een belangrijke graadmeter voor de economische gezondheid van de eurozone, daalde maandag met 0,34 procent.
De politieke situatie in Europa speelt een cruciale rol in de recente verzwakking van de euro. In Frankrijk heerst een impasse rond het beleid, en in Spanje kondigde premier Sánchez vervroegde verkiezingen aan te midden van sociale protesten over de hoge woonkosten. Deze instabiliteit schaadt het beleggersvertrouwen, dat in oktober in de eurozone onverwacht daalde met 2,4 punten naar 2,7, wat de zorgen over de publieke financiën in Europa verder aanwakkert.
De Verenigde Staten tonen daarentegen een veerkrachtige economie. Hoewel de ISM-index voor de dienstensector in september licht daalde naar 54,9, stegen de betaalde prijzen in deze sector met 1,4 punten naar een vierjarig hoogtepunt van 74,0. Deze cijfers wijzen op aanhoudende inflatiedruk, wat de Federal Reserve ertoe kan aanzetten om een restrictief monetair beleid te handhaven. Wij zien vooral dat de markt een kans van 24 procent toedicht aan een renteverhoging van 25 basispunten door de Fed tijdens de volgende vergadering eind oktober.
De recente ontwikkeling van de dollar en euro staat in schril contrast met de bredere cryptomarkt. Bitcoin, bijvoorbeeld, noteert vandaag, 6 oktober om 02:03 (Brusselse tijd), op 76.443 euro, een stijging van 7,6 procent over de afgelopen dertig dagen, ondanks een lichte daling van 0,5 procent in de laatste 24 uur. De marktwaarde van Bitcoin bedraagt 1.54 biljoen euro, wat aantoont dat digitale activa een ander dynamiek volgen dan traditionele valuta’s, hoewel ook zij gevoelig zijn voor macro-economische verschuivingen en beleggerssentiment.
De goudprijs kende maandag een gemengde dag. Aan de ene kant kreeg het edelmetaal steun van de toenemende vraag naar veilige activa door de politieke onrust in Europa. Ook de daling van de olieprijzen, die de inflatieverwachtingen tempert en de centrale banken zou kunnen aanzetten tot een versoepeling van het monetaire beleid, werkte in het voordeel van goud. Anderzijds stond de goudprijs onder druk door de sterke dollar en de aanhoudende inflatiesignalen, zoals de gestegen prijzen in de Amerikaanse dienstensector en een hogere producentenprijsindex in de eurozone.
Volgens Philip Lane, hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank (ECB), is een afgemeten reactie van de ECB op de inflatie gepast, zeker nu de impact van een mogelijke tweede energiecrisis op de economie wordt geëvalueerd. De markt schat de kans op een renteverhoging van 25 basispunten door de ECB op de komende vergadering eind oktober in op slechts 13 procent, wat de divergentie in het monetaire beleid tussen de VS en de eurozone verder onderstreept en de dollar ten goede komt.
Wat betekent dit nu?
De aanhoudende sterkte van de dollar en de zwakte van de euro weerspiegelen fundamentele verschillen in economische veerkracht en monetaire beleidsvooruitzichten. Beleggers zien de VS als een stabielere haven met hogere rendementen, terwijl Europa worstelt met politieke onzekerheid en tragere groei. Deze trend zal naar alle waarschijnlijkheid aanhouden zolang de rentetarieven in de VS aantrekkelijker blijven en de politieke stabiliteit in de eurozone niet verbetert.
