De aanhoudende stijging van de dieselprijzen dwingt diverse Europese regeringen tot actie. Waar landen als België en het Verenigd Koninkrijk nog geen nieuwe ingrepen plannen, trekken anderen de portemonnee. Frankrijk kondigde vandaag een pakket maatregelen aan dat 450 miljoen euro kost en ook Duitsland verlaagt de accijnzen.
De dieselprijzen blijven in heel Europa stijgen, wat de koopkracht van burgers en de marges van bedrijven onder druk zet. In reactie hierop hebben diverse Europese landen besloten om in te grijpen met een reeks aan maatregelen, variërend van accijnsverlagingen tot directe steun voor consumenten en specifieke sectoren. Deze aanpak verschilt sterk per land, waarbij sommige regeringen terughoudend zijn, terwijl andere miljoenen euro’s uittrekken om de impact te verzachten.
Vandaag kondigde Frankrijk een uitbreiding en verlenging aan van bestaande steunmaatregelen. Zo krijgen 5,5 miljoen frequente automobilisten een compensatie van 100 euro, een aanzienlijke verhoging ten opzichte van de 3 miljoen mensen die eerder in aanmerking kwamen. Daarnaast stijgt de brandstofvergoeding die werkgevers kunnen toekennen van 600 naar 1.000 euro. Deze Franse maatregelen zullen de staat 450 miljoen euro kosten. Dit is een duidelijk signaal dat de Franse regering de druk op de consumenten serieus neemt en direct wil ingrijpen in hun portemonnee, in tegenstelling tot een meer algemene accijnsverlaging die iedereen treft.
Ook andere landen nemen specifieke stappen. Duitsland verlaagt vanaf 1 oktober de accijnzen op benzine en diesel met ongeveer 17 cent per liter, een maatregel die tot eind 2026 loopt en in lijn ligt met eerdere ’tankkortingen’. Luxemburg verlaagde de accijnzen op brandstof al in juli met 5 cent per liter en ondersteunt wegtransporteurs met compensaties tot 70 procent van de extra brandstofkosten. Italië gaat nog verder door vanaf 2027 de wegenbelasting af te schaffen voor miljoenen personenauto’s met een vermogen onder de 80 kilowatt, een ingreep die meer dan 2 miljard euro zal kosten.
Gerichte Steun En Accijnsverlagingen
Wij zien vooral dat regeringen proberen een evenwicht te vinden tussen het direct verlichten van de lasten voor burgers en sectoren, en het vermijden van een te grote impact op de staatskas. De verschillen in aanpak tonen aan dat er geen uniforme Europese strategie is voor de hoge dieselprijzen; elk land kiest zijn eigen weg op basis van economische overwegingen en politieke prioriteiten. Dit kan leiden tot een ongelijk speelveld voor bijvoorbeeld transportbedrijven die over de grenzen opereren, al vangen sommige landen dit op met specifieke steun voor transporteurs.
In Tsjechië worden de accijnzen op diesel in oktober met ruim 8 cent per liter verlaagd en worden de marges van tankstations gemaximeerd om verdere prijsstijgingen te temperen. Slovenië biedt transporteurs een terugbetaling tot 70 procent van hun extra dieselkosten zodra de prijs een bepaalde referentiewaarde overschrijdt, en heeft daarnaast een pot van 2 miljoen euro voor brandstofsteun voor landbouwers, bosbouwers, imkers en vissers. Spanje verlaagde de belasting op diesel met ongeveer 20 cent per liter en heeft aparte steun voor professionele wegtransporteurs, met maatregelen die lopen tot eind september 2026.
Niet alle landen grijpen echter direct in. Denemarken heeft nog geen nieuwe maatregelen genomen, hoewel de minister van Financiën heeft aangegeven bereid te zijn om extra stappen te overwegen als de energieprijzen verder stijgen. België en het Verenigd Koninkrijk wachten voorlopig ook af. Dit verschil in reactie kan deels verklaard worden door de economische en budgettaire ruimte die landen hebben, maar ook door de mate waarin de bevolking de hoge prijzen als een acuut probleem ervaart. De onzekerheid over de duur en de verdere ontwikkeling van de dieselprijzen zorgt ervoor dat regeringen een delicate afweging moeten maken tussen onmiddellijke verlichting en duurzame oplossingen.
Wat Betekent Dit Nu?
De algemene trend is dat Europese regeringen, met uitzonderingen, de druk van de stijgende dieselprijzen proberen te verlichten, zij het met verschillende methoden en schalen. De focus ligt op het beschermen van de koopkracht en het ondersteunen van kwetsbare sectoren. De effectiviteit van deze maatregelen zal afhangen van hoe lang de hoge prijzen aanhouden en hoe snel de economie zich aanpast. De crypto-markt toont ondertussen een lichte veerkracht, met Bitcoin die op 23 september om 05:04 uur 75.694 euro noteert, een stijging van 13,9 procent over de afgelopen zeven dagen, wat mogelijk duidt op een verschuiving van kapitaal of een algemeen optimisme dat niet direct correleert met de onzekerheid op de energiemarkt.
