De Independent Community Bankers of America (ICBA) daagt de Amerikaanse toezichthouder OCC voor de rechter. Volgens de bankgroep overschrijdt de OCC haar bevoegdheden door cryptobedrijven nationale trustbanklicenties te verlenen, waardoor een oneerlijk speelveld ontstaat.
De Independent Community Bankers of America (ICBA), een invloedrijke Amerikaanse bankgroep, heeft op 2 oktober een rechtszaak aangespannen tegen het Office of the Comptroller of the Currency (OCC). De groep van kleinere, lokale banken verwijt de toezichthouder dat die buiten haar wettelijke bevoegdheden treedt door cryptobedrijven nationale trustbanklicenties toe te kennen. Dit zou de integriteit van het Amerikaanse banksysteem ondermijnen en traditionele banken, die met strengere regels te maken hebben, in het nadeel stellen.
De rechtszaak van de ICBA, ingediend bij de federale rechtbank in het District of Columbia, volgt op een reeks beslissingen van de OCC om cryptofirma’s zoals Coinbase, Circle, Crypto.com en OpenReserve Bank, en zelfs een bedrijf dat deels eigendom is van Donald Trump en zijn familie, toegang te verlenen tot het banksysteem via deze trustlicenties. De ICBA stelt dat deze bedrijven niet dezelfde strenge eisen hoeven te voldoen op het gebied van kapitaal, liquiditeit en toezicht als traditionele banken, en ook geen verplichte verzekering van de Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC) aanbieden voor cashdeposito’s.
Wat is een nationale trustbanklicentie?
Een nationale trustbanklicentie, afgegeven door de OCC, stelt bedrijven in staat om activa te beheren en aan te houden namens klanten, en betalingen sneller af te wikkelen. Het is echter cruciaal om te begrijpen dat deze licentie de houder niet toestaat om traditionele cashdeposito’s aan te nemen of leningen te verstrekken, zoals gewone banken dat doen. Dit onderscheid is de kern van de klacht van de ICBA. Zij argumenteren dat, hoewel deze cryptofirma’s niet exact dezelfde diensten aanbieden als gemeenschapsbanken, het verkrijgen van een federale banklicentie hen toch een geloofwaardigheid en een legitieme status geeft die zij niet zouden moeten krijgen zonder de bijbehorende verplichtingen.
De OCC, de toezichthouder die verantwoordelijk is voor het verlenen van deze charters, heeft de afgelopen jaren een gestage stroom van goedkeuringen gegeven aan cryptobedrijven. Dit beleid, ingezet onder de regering van Donald Trump, werd door sommige toezichthouders gezien als een heropleving van nieuwe banklicenties na een lange periode van stilte. Voor de cryptosector betekent zo’n licentie een belangrijke stap richting legitimiteit en integratie in de bredere financiële infrastructuur, maar de ICBA ziet dit als een gevaarlijke shortcut.
Ongelijke concurrentie
Rebeca Romero Rainey, CEO van de ICBA, heeft haar standpunt duidelijk gemaakt: “Het Congres heeft de nationale trustlicentie niet gecreëerd als een achterdeurtje in het banksysteem voor cryptofirma’s die de geloofwaardigheid van een federale banklicentie zoeken.” Zij benadrukt dat Amerikaanse consumenten redelijkerwijs verwachten dat een federaal gecharterde bank federale bescherming biedt. Digitale activa die bij een cryptofirma met een nationale trustlicentie worden aangehouden, bieden die belangrijke waarborgen echter niet. De ICBA vraagt de rechtbank om de OCC terug te fluiten en de toezichthouder binnen haar wettelijke grenzen te houden.
De ICBA, die banken vertegenwoordigt met doorgaans minder dan 9,3 miljard euro aan activa, is een belangrijke stem in de Amerikaanse financiële sector. Eerder speelde de groep een rol in het tegenhouden van de Digital Asset Market Clarity Act in de Senaat. Hun bezwaren richtten zich toen op de stablecoin-bepalingen, die volgens hen de gemeenschapsbanken onvoldoende beschermden tegen directe concurrentie met de depositorekeningen die de kern vormen van hun bedrijfsmodel. Nu richten ze hun pijlen op de trustlicenties die cryptobedrijven toegang geven tot het betalingssysteem.
Waarom dit nu gebeurt
De timing van deze rechtszaak is geen toeval. De afgelopen jaren heeft de cryptomarkt een enorme groei doorgemaakt, en de drang van cryptobedrijven om te integreren met traditionele financiële diensten is sterker dan ooit. Dit wordt ook weerspiegeld in de marktcijfers: de Bitcoin-koers staat op 2 oktober om 23:30 op 74.994 euro, een stijging van 9,2 procent over de afgelopen dertig dagen, wat de aanhoudende interesse in de sector bewijst. De angst-en-hebzuchtmeter staat op 72 van de 100, wat duidt op een ‘hebzuchtig’ sentiment in de markt. Dit bullish sentiment moedigt cryptobedrijven aan om hun activiteiten uit te breiden en verdere legitimiteit te zoeken.
Tegelijkertijd voelen traditionele banken de druk van zowel concurrentie als toenemende regelgeving. Zij zien met lede ogen aan hoe cryptobedrijven via ogenschijnlijk lichtere regulatoire paden toegang krijgen tot delen van het financiële systeem. Dit creëert een spanning tussen innovatie en gevestigde orde, waarbij de ICBA zich opwerpt als verdediger van de traditionele bancaire structuren en de bijbehorende consumentenbescherming.
Een strijd om de toekomst van het bankwezen
Wij zien vooral dat deze rechtszaak een symptoom is van een bredere strijd om de toekomst van het financiële systeem. Enerzijds is er de wens om innovatie te omarmen en cryptobedrijven te integreren, anderzijds de noodzaak om de stabiliteit en consumentenbescherming te waarborgen die de traditionele banksector al decennia kenmerken. De OCC, die onder Donald Trump verschillende van dergelijke charters heeft verleend, heeft steeds geweigerd commentaar te geven op lopende rechtszaken, wat de spanningen enkel doet oplopen.
De uitkomst van deze rechtszaak zal verstrekkende gevolgen hebben voor zowel de cryptosector als het traditionele bankwezen in de Verenigde Staten. Als de ICBA gelijk krijgt, zou dit een aanzienlijke terugslag kunnen betekenen voor cryptofirma’s die via trustlicenties toegang zoeken tot het Amerikaanse financiële systeem. Het zou kunnen leiden tot een herziening van de manier waarop toezichthouders omgaan met de regulering van digitale activa en de rol van cryptobedrijven in de bredere economie. Wij houden het erop dat de zaak de komende maanden de nodige aandacht zal blijven trekken, zeker met de aankomende verkiezingen in het achterhoofd.
