Tag: vennootschap

  • Het Onttrekken Van Liquide Middelen Aan Uw Vennootschap: Profiteer Nog Van De 15 Procent Terwijl Het Kan

    Het Onttrekken Van Liquide Middelen Aan Uw Vennootschap: Profiteer Nog Van De 15 Procent Terwijl Het Kan

    Het is momenteel nog mogelijk voor kleine bedrijven om op een voordelige manier liquiditeiten uit hun vennootschap te halen. Dit kan onder andere via het VVPR-bis-gunstregimewaarbij ze profiteren van een verlaagde roerende voorheffing van 15 procent bij de uitkering van dividenden. Een andere methode is via de zogenaamde liquidatiereserve, een reservepot die bedrijven opbouwen met hun winsten. Bij een uitkering na drie jaar bedraagt de belastingdruk ook 15 procent.

    Verhoogde belastingdruk in zicht

    De federale overheid heeft plannen om de belastingdruk voor beide systemen op te trekken van 15 naar 18 procent. Het is daarom cruciaal om te begrijpen wat de nieuwe regels betekenen voor het onttrekken van geld uit uw vennootschap. Wat verandert er precies voor het VVPR-bis?

    Bij een directe uitkering van de winst die uw bedrijf behaalt als dividend, betaalt u in principe 30 procent roerende voorheffing. Echter, aandeelhouders van kleine vennootschappen kunnen sinds juli 2013 genieten van een verlaagd tarief van 15 procent via het VVPR-bis-gunstregime. Er zijn wel een aantal voorwaarden verbonden aan dit regime. Het moet bijvoorbeeld gaan om kapitaal in cash dat is ingebracht vanaf 1 juli 2013 en u moet rekening houden met een wachttermijn van drie boekjaren volgend op het jaar van oprichting.

    Veranderingen op komst

    De federale regering heeft plannen om de roerende voorheffing te verhogen naar 18 procent. Deze belastingverhoging zou normaal gesproken ingaan op 1 januari 2026. Volgens Hendrik Putman, partner bij KPMG, betekent dit dat historische winsten die in de afgelopen jaren zijn opgebouwd, ook tegen 18 procent zullen worden belast zodra de wet van toepassing is.

    Echter, als de wet niet tijdig wordt goedgekeurd – en dat lijkt het geval te zijn – zullen de nieuwe regels pas van kracht worden in de loop van volgend jaar, nadat ze in het Staatsblad zijn verschenen. De bedoeling is dat de regels ingaan vanaf de maand die volgt op de publicatie. Volgens Gregory Henin van SBB Accountants & Adviseurs betekent dit dat een uitkering tegen 15 procent nog mogelijk is zolang de wet niet van toepassing is.

    Actie wordt aanbevolen

    Accountants en fiscalisten worden momenteel overspoeld met vragen van ondernemers. Het advies luidt om nu nog snel winsten uit te keren. Dit kan bijvoorbeeld door een interim-dividend over het lopende boekjaar of een tussentijds dividend over vorige boekjaren uit te keren, aldus Henin.

    Het uitkeren van een dividend houdt echter meer in dan simpelweg geld overmaken van de ene naar de andere rekening. Er moet een bijzondere algemene vergadering worden bijeengeroepen om de uitkering mogelijk te maken. Daarnaast moet erop worden toegezien dat de liquiditeitspositie van de vennootschap niet in gevaar komt.

  • Het Onttrekken Van Geld Aan Een Vennootschap: ‘Overheidsmaatregelen Kunnen Een Voorbode Zijn Van Nog Hogere Tarieven’

    Het Onttrekken Van Geld Aan Een Vennootschap: ‘Overheidsmaatregelen Kunnen Een Voorbode Zijn Van Nog Hogere Tarieven’

    Het afgelopen jaar zijn er meer en meer maatregelen van de federale overheid voor ondernemers bijgekomen. Vanaf volgend jaar zal het minimumloon om te kunnen genieten van een verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting (20% in plaats van 25%) verhoogd worden van €45.000 naar €50.000. Daarnaast zal er voor bedrijfsleiders een maximum worden ingesteld op loon in de vorm van forfaitair belaste voordelen en zullen er hogere tarieven gelden voor wie geld uit zijn vennootschap wil onttrekken.

    “De systematische verhoging van de roerende voorheffing op dividenden en de uitspraken van premier Bart De Wever in zijn State of the Union sluiten niet uit dat er in de toekomst nog meer veranderingen in dezelfde richting kunnen plaatsvinden. Net zoals we in het verleden gezien hebben met de evolutie van de roerende voorheffing op dividenden – die gestaag steeg van 15 naar 21, 25, 27 en uiteindelijk 30 procent – zullen ondernemers zich moeten blijven aanpassen. Voor familiebedrijven is het daarom belangrijk om tijdig te anticiperen en strategisch te plannen”, aldus Peter Meeuwssen, advocaat-partner bij Moore Law, dat veel familiebedrijven begeleidt.

    Manieren om voordelig geld uit een vennootschap te onttrekken

    Kleine vennootschappen hebben de mogelijkheid om op een voordelige manier geld uit hun vennootschap te halen. Dit kan enerzijds via het VVPR-bis-gunstregime, waarbij ze kunnen genieten van een verlaagde roerende voorheffing van 15 procent op de uitkering van dividenden. Anderzijds kan dit via de uitkering van de liquidatiereserve, een spaarpot die bedrijfsleiders opbouwen met de winsten van hun vennootschap. Ook deze uitkering kan op een fiscaal vriendelijke manier, zij het enigszins anders dan bij het VVPR-bis-systeem.

    In het recent gesloten begrotingsakkoord voorziet de regering nu om de belasting voor wie geld uit zijn vennootschap haalt, te verhogen van 15 naar 18 procent. Voor de liquidatiereserve betekent dit dat de roerende voorheffing stijgt van 6,5 naar 9,8 procent. “Als je bedenkt dat we oorspronkelijk op 5 procent zaten, voelt dit voor veel ondernemers aan als een verdubbeling,” zegt Meeuwssen.

    Gevolgen van de nieuwe maatregelen op het ondernemerschap

    Het is nog onduidelijk of het voordelig is om dit jaar versneld geld uit de vennootschap te halen voordat de nieuwe tarieven van kracht worden. Dit hangt van verschillende factoren af en is vaak maatwerk. “Ondernemers met veel cash zullen dit mogelijk wel doen. Als je zekerheid wilt, keer dan nu uit, want in de toekomst zal het duurder zijn. Maar winsten worden ook vaak opnieuw geïnvesteerd. Degenen die investeren, hebben geen cash om uit te keren. Je kunt je dus afvragen of deze maatregel het ondernemerschap niet belemmert”, aldus Meeuwssen.

  • Meerwaardebelasting: De Impact En Administratieve Uitdagingen Voor Fondsenbeleggers

    Meerwaardebelasting: De Impact En Administratieve Uitdagingen Voor Fondsenbeleggers

    Door de invoering van de meerwaardebelasting, riskeren fondsenbeleggers om niet minder dan drie belastingen te betalen bij verkoop van hun fonds of ETF. Deze belastingen omvatten niet alleen de meerwaardebelasting, maar ook de beurstaks en de Reynderstaks, de laatste is van toepassing op fondsen die minimaal 10% van hun beleggingen in obligaties hebben. Meer dan de helft van de 310 miljard euro, die Belgen in fondsen beleggen, zou op deze manier onderworpen kunnen worden aan deze drie belastingen.

    De meerwaardebelasting zal worden geheven op de meerwaarden die vanaf 2026 worden opgebouwd. Voor fondsen of ETF’s die u momenteel al bezit, wordt de inventariswaarde (of koers) op 31 december 2025 als ‘aankoopkoers’ beschouwd. Indien u een fonds aankoopt na 31 december, zal de werkelijke aankoopkoers worden gebruikt. Bij verkoop in 2026 of later, wordt de verkoopwaarde verminderd met de aankoopwaarde, en dit resultaat wordt belast aan 10 procent.

    De administratieve uitdagingen van de meerwaardebelasting

    De implementatie van de meerwaardebelasting brengt echter tal van administratieve uitdagingen met zich mee. Een eerste vraag is of uw bank of broker de belasting zal inhouden. Indien u bijvoorbeeld een ETF heeft gekocht bij een buitenlandse broker, zal deze doorgaans de belasting niet inhouden, wat betekent dat u de meerwaarde zelf moet aangeven in uw belastingaangifte. Bij Belgische banken en brokers krijgt u de keuze. Als u ervoor kiest om de belasting te laten inhouden, zult u toch de meerwaarden moeten aangeven als u van de vrijstelling wilt genieten.

    Jaarlijks kunt u genieten van een belastingvrijstelling van 10.000 euro aan meerwaarden, een bedrag dat kan oplopen tot 15.000 euro als u de vrijstelling vijf jaar niet gebruikt. Daarnaast, als u verkoopt met verlies, kunt u deze minwaarde aftrekken van de meerwaarden die u in hetzelfde jaar realiseerde. De vrijstelling en de minwaarde moeten echter via uw belastingaangifte worden aangevraagd.

    Implicaties voor belastingaangifte

    Dit betekent dat de 4 miljoen Belgen die jaarlijks een vooraf ingevulde belastingaangifte ontvangen, deze aangifte zullen moeten aanpassen als ze in het voorgaande jaar een financieel instrument hebben verkocht. Hoe complexer uw beleggingsportefeuille is en hoe vaker u verkoopt, hoe meer administratie u te wachten staat.

    Voor DBI-fondsen, die bedrijven kopen, is de meerwaardebelasting niet van toepassing omdat deze een personenbelasting is. Echter, ook het fiscaal kader voor deze fondsen zal veranderen. Als de wet hierover nog dit jaar wordt goedgekeurd, zullen de wijzigingen ingaan vanaf het aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025).

  • Fiscale Voordelen En Groeioverwegingen Voor Kleine Ondernemingen

    Fiscale Voordelen En Groeioverwegingen Voor Kleine Ondernemingen

    Er zijn in ons land aanzienlijke verschillen tussen kleine en grote ondernemingen. Kleine ondernemingen profiteren van veel meer fiscale voordelen. Het is dus raadzaam om de gevolgen van groei goed in te schatten.

    Kleine ondernemingen zijn die bedrijven die in het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden: een jaaromzet van 11,25 miljoen euro, een balanstotaal van 6 miljoen euro of gemiddeld 50 voltijdse werknemers.

    Als u echter meer dan een van deze criteria overschrijdt, betekent dit niet dat u direct alle voordelen van een kleine onderneming verliest. Om te voorkomen dat een bedrijf bij eenmalige pieken meteen als groot wordt beschouwd, moet gedurende twee opeenvolgende boekjaren meer dan één criterium worden overschreden.

    Als u meerdere ondernemingen heeft, moet u er rekening mee houden dat deze samen worden bekeken. “Je kunt deze individuele bedrijven niet als standalone bekijken, maar je moet ze zien als onderdeel van een groep”, zegt Hendrik Putman, partner bij KPMG. “Als ze samen meer dan één criterium overschrijden, worden ze fiscaal als groot beschouwd.”

    Wat zijn de voordelen van een kleine onderneming?

    1. Lagere vennootschapsbelasting

    Als uw bedrijf klein is, hoeft u zichzelf de eerste vier jaar geen minimumloon (45.000 euro per jaar) uit te keren om te profiteren van het verlaagde tarief van 20 procent (in plaats van 25%) in de vennootschapsbelasting voor de eerste 100.000 euro winst. “Dat betekent een belastingbesparing van 5.000 euro per jaar,” berekent Nele Steurbaut, executive manager bij KPMG.

    2. Minder belasting bij het uitkeren van winst

    Als kleine onderneming kunt u dankzij het VVPR-bis-regime een dividend uitkeren tegen 15 procent in plaats van 30 procent vanaf het derde boekjaar van de oprichting (of kapitaalverhoging), op voorwaarde dat het gaat om kapitaal dat is ingebracht in geld vanaf 1 juli 2013.

    3. Geen boetes bij geen of te weinig voorafbetalingen

    Tijdens de eerste drie boekjaren wordt u als kleine onderneming niet beboet als u geen of te weinig voorafbetalingen doet. Bij grote ondernemingen bedraagt de belastingverhoging voor het boekjaar 2025 in dat geval 6,75 procent.

    4. Directe aftrek mogelijk

    Als u met uw kleine bedrijf een investering doet, kunt u de bijkomende kosten in één keer aftrekken.

    5. Investeringsaftrek van 10 procent

    Als kleine onderneming kunt u voor de meeste soorten investeringen een eenmalige investeringsaftrek van 10 procent toepassen.

    6. Belastingvermindering voor investeringen in startups en groeibedrijven

    Als particulier die wil investeren in een startup, heeft u recht op 30 procent belastingvermindering (tax shelter) voor de eerste vier boekjaren van de startup.

    7. Minder administratieve rompslomp

    De jaarrekening van uw kleine onderneming kan in een verkort schema worden neergelegd, u hoeft geen jaarverslag op te maken en u hoeft geen commissaris te benoemen.

    Vraag & Antwoord

    Wat is een kleine onderneming?
    Een kleine onderneming is een bedrijf dat in het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt: een jaaromzet van 11,25 miljoen euro, een balanstotaal van 6 miljoen euro of gemiddeld 50 voltijdse werknemers.

    Wat zijn de fiscale voordelen van een kleine onderneming?
    De fiscale voordelen van een kleine onderneming zijn onder andere lagere vennootschapsbelasting, minder belasting bij het uitkeren van winst, geen boetes bij geen of te weinig voorafbetalingen, directe aftrek van investeringen, en belastingvermindering voor investeringen in startups en groeibedrijven.

    Wat gebeurt er als een kleine onderneming groeit en meer dan één criterium overschrijdt?
    Als een kleine onderneming groeit en meer dan één criterium overschrijdt, wordt het niet meteen als groot beschouwd. Het bedrijf moet gedurende twee opeenvolgende boekjaren meer dan één criterium overschrijden om als groot te worden beschouwd.