De Chinese hoofdstad voert het strengste droneverbod ter wereld in, waardoor zelfs het thuis bewaren van een toestel strafbaar wordt. Dit terwijl China’s drone-economie floreert.
Wat moeten de 22 miljoen inwoners van Peking doen als ze een drone bezitten? Ze hebben nog tot 15 november van dit jaar de tijd om hun toestel uit de stad te krijgen, want vanaf die datum geldt er een algemeen verbod. Het verbod omvat niet alleen het vliegen met drones, maar ook het bezit, de opslag, het vervoer en het binnenbrengen van drones en hun onderdelen, zoals motoren en batterijen. Wie na de deadline nog een drone in huis heeft, riskeert een boete tussen 500 en 5.000 yuan, wat neerkomt op ongeveer 60 tot 600 euro.
Deze drastische maatregel volgt op een recent incident eind juni, waarbij een klein sportvliegtuig tegen de hoogste wolkenkrabber van Peking vloog. Hoewel het geen drone was, legde het incident bloot hoe kwetsbaar het luchtruim boven de zwaarbewaakte hoofdstad is. Het toonde aan dat een toestel ongehinderd kon binnenvliegen in een wijk waar onder meer het regeringscomplex Zhongnanhai en het Tiananmenplein liggen. Wij zien hierin vooral de Chinese overheid die de controle wil maximaliseren, zeker rond gevoelige politieke centra.
Twee maanden de tijd
De stad geeft de inwoners twee maanden de tijd om hun drones te elimineren. Ze kunnen de toestellen laten terugkopen door erkende bedrijven, met een subsidie van 30 procent tot eind oktober en 15 procent daarna. Een alternatief is het gratis per post versturen naar familie buiten Peking of het inleveren voor schroot, wat ongeveer 24 euro oplevert. Dit is een aanzienlijk bedrag voor een toestel dat mogelijk honderden euro’s waard is. Analisten merken op dat dit de prijzen op tweedehandssites al doet kelderen, wat de impact op de hobbyisten benadrukt.
De maatregel is opmerkelijk, aangezien China wereldwijd de grootste producent is van drones en deze technologie ziet als een speerpunt van zijn economie. De Chinese burgerluchtvaartdienst raamt de ‘lage-hoogte-economie’ – denk aan pakjesbezorging per drone en vliegende taxi’s – dit jaar op 1.500 miljard yuan (bijna 200 miljard euro) en verwacht een verdubbeling tegen 2035. Het succesvolle bedrijf DJI, dat meer dan 70 procent van de consumentendrones wereldwijd levert, heeft zijn producten in Peking al uit de winkels gehaald. Elders in China, zoals in Shanghai en Shenzhen, versoepelen steden hun droneregels juist, wat de tegenstrijdigheid van Peking’s besluit des te groter maakt.
Uitzonderingen op het verbod
Hoewel het verbod breed is, zijn er uitzonderingen. Politie, hulpdiensten, universiteiten, onderzoekscentra, dronefabrikanten en landbouwers kunnen na een veiligheidscontrole nog steeds een vergunning krijgen. Voor modelbouwers komt er een afgelegen vliegterrein aan de rand van de stad, ver weg van overheidsgebouwen. Voor toeristen en buitenlandse journalisten is de boodschap duidelijk: laat je drone thuis. Bagagecontroles op stations en luchthavens zullen strenger zijn om de naleving van het verbod te garanderen.
Chinese commentatoren wijzen op het gebruik van commerciële drones als wapens in conflicten zoals in Oekraïne en het Midden-Oosten, vaak van Chinese makelij. De logica in Peking lijkt verschoven van het achteraf opsporen naar het preventief wegnemen van de bron. Dit is een trend die wij vaker zien bij autoritaire regimes, waar veiligheid zwaarder weegt dan economische opportuniteiten. Wij vragen ons af of deze strenge aanpak in de hoofdstad de bredere ontwikkeling van de Chinese drone-industrie zal beïnvloeden, of dat het een geïsoleerde maatregel blijft.

