Categorie: Aandelen

  • Nestlé Verkoopt Supplemententak Voor 2,5 Miljard Euro Aan EQT

    Nestlé Verkoopt Supplemententak Voor 2,5 Miljard Euro Aan EQT

    De Zwitserse voedingsgigant Nestlé stoot zijn supplementendivisie ‘Nestlé Health Science’ af. Private-equitybedrijf EQT neemt de tak over voor een aanzienlijk bedrag, wat de focus van Nestlé op kernactiviteiten onderstreept.

    De Zwitserse voedingsreus Nestlé heeft besloten zijn supplemententak, bekend als ‘Nestlé Health Science’, van de hand te doen. Het private-equitybedrijf EQT heeft de divisie overgenomen voor een bedrag van 2,5 miljard euro. Deze transactie, die Nestlé op 10 juli heeft aangekondigd, past in de strategie van het bedrijf om zich meer te richten op zijn kernactiviteiten.

    De verkoop omvat een reeks van merken die zich richten op vitamines, mineralen en voedingssupplementen. Voorbeelden hiervan zijn Garden of Life, Pure Encapsulations en Wobenzym. Deze merken waren in 2023 goed voor een omzet van ongeveer 2,2 miljard euro. Het is opvallend dat Nestlé deze divisie pas in 2020 had overgenomen van het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Pfizer voor een bedrag van 2,3 miljard dollar (ongeveer 2,1 miljard euro), wat betekent dat de verkoop nu een bescheiden winst oplevert in euro’s.

    Strategische Heroriëntatie

    De beslissing om de supplemententak te verkopen, is een duidelijk signaal dat Nestlé zijn portfolio wil stroomlijnen. Wij zien dit als een poging om de focus te leggen op de meest winstgevende en strategisch belangrijke onderdelen van het bedrijf. De supplementenmarkt is competitief en vereist specifieke expertise, en het lijkt erop dat Nestlé heeft besloten dat deze tak niet langer optimaal aansluit bij de langetermijnvisie.

    Voor EQT betekent deze overname een forse uitbreiding van zijn portfolio in de gezondheidssector. Het private-equitybedrijf heeft een geschiedenis van investeringen in bedrijven met groeipotentieel, en de supplementenmarkt blijft wereldwijd groeien, gedreven door een toenemende aandacht voor gezondheid en welzijn. De overname van een divisie met een omzet van 2,2 miljard euro toont aan dat EQT gelooft in de toekomstige vraag naar deze producten.

    Wat Dit Betekent Voor De Markt

    De transactie, die naar verwachting in de tweede helft van 2024 zal worden afgerond, markeert een belangrijke verschuiving in de voedings- en gezondheidsindustrie. Het toont aan dat zelfs grote conglomeraten zoals Nestlé voortdurend hun bedrijfsstructuur evalueren en aanpassen aan veranderende marktomstandigheden en strategische prioriteiten. Dergelijke desinvesteringen kunnen kapitaal vrijmaken voor andere investeringen of om schulden af te bouwen.

    Voor de werknemers van Nestlé Health Science en de consumenten van de betrokken merken zal de overgang naar EQT waarschijnlijk geen onmiddellijke grote veranderingen teweegbrengen. Private-equitybedrijven focussen vaak op het optimaliseren van de bedrijfsvoering en het stimuleren van groei. Wij volgen dit verder op om te zien hoe EQT de overgenomen merken zal positioneren in de markt en welke impact dit heeft op het bredere landschap van voedingssupplementen.

  • Tesla’s Aandeel Stijgt Met 5,5 Procent Net Voor Lancering Van Robotaxi In Austin

    Tesla’s Aandeel Stijgt Met 5,5 Procent Net Voor Lancering Van Robotaxi In Austin

    Beleggers reageren enthousiast op de aanstaande onthulling van Tesla’s Cybercab robotaxi, die donderdag in Austin, Texas, wordt voorgesteld. Het aandeel van de elektrische autofabrikant kende maandag een sterke stijging.

    Het aandeel van Tesla kende maandag een opmerkelijke stijging van 5,5 procent, waarmee het de hoogste slotkoers sinds 22 juli bereikte. Deze opleving komt er in aanloop naar het langverwachte ‘Cybercab Launch Event’ dat de autofabrikant donderdag organiseert in Austin, Texas. Beleggers lijken zich klaar te maken voor de onthulling van de robotaxi, die zonder stuur of pedalen zou werken.

    Tesla is van plan de Cybercab toe te voegen aan zijn bestaande rideshare-dienst in Austin, die in juni 2025 van start ging met Model Y SUV’s. Het concept van de Cybercab werd voor het eerst getoond in oktober 2024. Volgens topman Elon Musk zou de productieversie van de Cybercab uiteindelijk voor minder dan 30.000 dollar (ongeveer 28.000 euro) verkocht moeten worden, zodra de productie op volle toeren draait.

    Hype en realiteit

    De top van Tesla bouwt de spanning rond het evenement al een tijdje op. Elon Musk liet via sociale media weten dat de Cybercabs Austin ‘zouden overspoelen’, terwijl Ashok Elluswamy, hoofd van Tesla’s artificiële intelligentie-afdeling, stelde dat ‘de straten nooit meer hetzelfde zullen zijn’. Dit soort uitspraken draagt bij aan de ‘meme’-achtige status van het aandeel, zoals analist Dan Levy van Barclays opmerkte. Hij verwacht overigens ‘beperkte incrementele’ veranderingen van het evenement zelf.

    De geschiedenis leert ons dat dergelijke lanceringen ook kunnen tegenvallen. Na de initiële Cybercab-presentatie, die weinig concrete details bevatte, daalde het aandeel van Tesla destijds met ongeveer 9 procent. Levy wijst er ook op dat de vooruitgang van Tesla op het vlak van robotaxi’s ’trager verloopt dan velen hadden gehoopt’. Musk claimde vorig jaar nog dat de robotaxi’s tegen eind 2025 beschikbaar zouden zijn voor de helft van de Amerikaanse bevolking.

    Uitbreiding van de dienstverlening

    Momenteel biedt Tesla al autonome rideshare-diensten aan in zes steden in Texas en Florida. Daarnaast zijn er begeleide ritten beschikbaar in de San Francisco Bay Area. Eerder deze maand kreeg het bedrijf groen licht om tot 5.000 autonome voertuigen in te zetten in Clark County, Nevada, waar Las Vegas onder valt. Tesla heeft ook plannen om uiteindelijk in Phoenix van start te gaan.

    Musk benadrukte in juli nog dat het bedrijf ‘zo snel als menselijk mogelijk’ werkt om de robotaxi-activiteiten op te schalen, zonder daarbij de veiligheid in het gedrang te brengen. Wij volgen dit verder op, want de belofte van volledig autonome mobiliteit is er al lang, maar de uitvoering blijkt telkens weer complexer dan gedacht.

  • Vanguard Viert Vijftig Jaar Indexfonds, Maar De Concentratie In De S&P 500 Neemt Zorgwekkend Toe

    Vanguard Viert Vijftig Jaar Indexfonds, Maar De Concentratie In De S&P 500 Neemt Zorgwekkend Toe

    Het baanbrekende S&P 500-indexfonds van Vanguard bestaat vijftig jaar. Het heeft de beleggingswereld veranderd en miljarden aan kosten bespaard, maar de huidige dominantie van indexbeleggen leidt tot een ongezonde concentratie in de grootste aandelen.

    Het S&P 500-indexfonds van Vanguard, een creatie van de inmiddels overleden Jack Bogle, viert zijn vijftigste verjaardag. Dit fonds, dat niet probeerde individuele aandelen te selecteren maar simpelweg de hele index volgde tegen lage kosten, heeft de manier waarop mensen beleggen grondig veranderd. Volgens Vanguard heeft het fonds, met ticker VFIAX, een initiële investering van 10.000 dollar in vijftig jaar tijd omgezet in 2,4 miljoen dollar.

    De waarde van ‘goedkope indexfondsen’ is vandaag een algemeen aanvaard principe op Wall Street. Zelfs mensen met weinig financiële kennis weten vaak dat actief beheerde fondsen zelden beter presteren dan een indexfonds. De kostenbesparing is aanzienlijk: Vanguard schat dat indexbeleggen Amerikaanse particuliere beleggers sinds 2000 maar liefst 570 miljard dollar (ongeveer 525 miljard euro) aan beheerkosten heeft bespaard.

    Dominantie van indexbeleggen

    Toch zit er een keerzijde aan het succes. Indexbeleggen, geïnspireerd door Vanguard, domineert nu de aandelenmarkt. De Investment Company Institute, de sectorvereniging voor de fondsenindustrie, stelt dat indexfondsen nu goed zijn voor 64 procent van al het geld dat Amerikaanse beleggers in de Amerikaanse aandelenmarkt hebben zitten. De invloed reikt verder dan enkel passieve fondsen; veel actieve fondsbeheerders zijn ‘index-volgers’ geworden, die hun portefeuille dicht bij de S&P 500 houden om het risico op ondermaatse prestaties te vermijden.

    Deze trend roept de vraag op wat de markt eigenlijk nog is, als iedereen aandelen koopt op basis van hun marktkapitalisatie. Als niemand actief aandelen selecteert en prijzen bepaalt, wie drijft dan de bus? Wij zien vooral een zorgwekkende concentratie in de markt. De tien grootste bedrijven in de S&P 500 vertegenwoordigen momenteel 40 procent van de totale waarde van de index. Dit betekent dat wie een S&P 500-indexfonds koopt, eigenlijk 40 procent van zijn geld in slechts tien bedrijven steekt, en de overige 60 procent verdeelt over de resterende 490 bedrijven.

    Gelijk gewogen fondsen als alternatief

    Deze concentratie is een directe weerlegging van de oorspronkelijke indexfondsgedachte, die stelt dat alle aandelen dezelfde risico-gecorrigeerde verwachte rendementen bieden. Wij twijfelen of het logisch is om meer geld in één aandeel, zoals Nvidia, te steken dan in de onderste 200 aandelen van de index. Dit brengt een aanzienlijk individueel aandelenrisico met zich mee zonder duidelijke reden.

    Voor beleggers zou een ‘gelijk gewogen’ indexfonds, waarbij alle aandelen in de index even zwaar wegen, logischer zijn. Zo spreid je je inzet gelijkmatig over alle 500 of meer aandelen. Onderzoek van Hendrik Bessembinder, professor aan de Arizona State University, toont aan dat een gelijk gewogen strategie over een periode van 55 jaar (van 1971 tot 2025) gemiddeld 1,3 procentpunt per jaar beter presteerde dan de traditionele, naar waarde gewogen indexaanpak, namelijk 12,6 procent tegenover 11,3 procent. Deze verschillen kunnen op lange termijn een groot verschil maken. Er zijn al gelijk gewogen ETF’s beschikbaar voor Amerikaanse beleggers, zoals de Invesco S&P 500 Equal Weight ETF (RSP) met jaarlijkse kosten van 0,2 procent, en de iShares MSCI USA Equal Weighted ETF (EUSA) met 0,09 procent kosten.

  • Directeur FIS Koopt Voor Ruim 57.000 Euro Aan Aandelen Van Zijn Eigen Bedrijf

    Directeur FIS Koopt Voor Ruim 57.000 Euro Aan Aandelen Van Zijn Eigen Bedrijf

    Jeffrey A. Goldstein, een directeur bij Fidelity National Information Services Inc, heeft in juli een aanzienlijk bedrag geïnvesteerd in aandelen van zijn eigen bedrijf. Dit gebeurde tegen een koers die nu alweer hoger ligt.

    Jeffrey A. Goldstein, een van de directeurs bij Fidelity National Information Services Inc (FIS), heeft op 15 juli 2026 voor 57.366,54 euro aan aandelen van zijn eigen bedrijf gekocht. De transactie omvatte 1.386 aandelen, tegen een prijs van 41,39 euro per stuk. Dit is een signaal dat insiders vertrouwen hebben in de toekomstige prestaties van het bedrijf, aangezien ze hun eigen geld inleggen.

    Op het moment van de aankoop noteerde het aandeel FIS op de beurs van Nasdaq. De koers van FIS stond recent rond de 40,77 euro, wat 1,6 procent lager is dan de prijs die Goldstein betaalde. Dit betekent dat beleggers die nu instappen, potentieel een lagere instapprijs kunnen krijgen dan de directeur zelf.

    Dividendrendement van 4,2 procent

    De aankoop van Goldstein is niet zijn eerste recente investering in FIS. Eerder, op 15 april 2026, kocht hij al 1.197 aandelen voor 47,39 euro per stuk, wat neerkomt op een totale waarde van 56.725,83 euro. Deze herhaalde aankopen door een insider trekken de aandacht van beleggers die op zoek zijn naar koopjes.

    Fidelity National Information Services Inc keert momenteel een jaarlijks dividend uit van 1,76 euro per aandeel, verdeeld over kwartaalbetalingen. Met de huidige koers komt dit neer op een geannualiseerd dividendrendement van ongeveer 4,2 procent. De ex-dividenddatum voor de meest recente uitbetaling is vastgesteld op 11 september 2026. Een dergelijk rendement kan aantrekkelijk zijn voor inkomensgerichte beleggers, zeker in een markt waar veel bedrijven hun dividendrendement zien dalen.

    Wat de insideraankopen betekenen

    Insideraankopen, zoals die van Goldstein, worden vaak gezien als een positief teken. Hoewel er veel redenen kunnen zijn voor een insider om aandelen te verkopen, is er doorgaans maar één reden om ze te kopen: de verwachting dat de waarde van het aandeel zal stijgen. Wij zien dit als een blijk van vertrouwen in de strategie en de vooruitzichten van het bedrijf. Het is een signaal dat degenen die het bedrijf van binnenuit kennen, geloven in een opwaarts potentieel.

    Het aandeel FIS kende de afgelopen 52 weken een breed bereik, met een dieptepunt van 37,42 euro en een hoogtepunt van 70,27 euro. De huidige koers van ongeveer 40,77 euro ligt dus dichter bij het jaarlaagtepunt. Dit kan voor sommige beleggers een opportuniteit zijn om in te stappen, vooral gezien de recente insideraankopen en het stabiele dividend. Wij volgen dit verder op, want dergelijke signalen kunnen een voorbode zijn van een koersherstel.

  • John Ternus Wordt Meest Waarschijnlijke Opvolger Van Tim Cook Bij Apple

    John Ternus Wordt Meest Waarschijnlijke Opvolger Van Tim Cook Bij Apple

    De zoektocht naar een nieuwe topman voor Apple lijkt zich te concentreren op John Ternus, de huidige operationeel directeur hardware. Hij zou de ideale kandidaat zijn om Tim Cook op termijn op te volgen.

    De vraag wie Tim Cook zal opvolgen als CEO van Apple, houdt de technologiewereld al langer bezig. Nu lijkt er een duidelijke favoriet naar voren te komen: John Ternus, de huidige operationeel directeur hardware. Bronnen dicht bij het bedrijf zien in hem de meest waarschijnlijke kandidaat om de leiding van de techgigant over te nemen.

    Ternus, die al meer dan twee decennia bij Apple werkt, geniet een uitstekende reputatie binnen het bedrijf. Hij staat bekend om zijn rustige en beheerste aanpak, en zijn vermogen om complexe projecten tot een goed einde te brengen. Dat zijn eigenschappen die wij bij Block #9 hoog inschatten voor een leider van een bedrijf van dit kaliber. Zijn ervaring strekt zich uit over cruciale productlijnen, waaronder de iPhone, iPad en Mac. Hij speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van de M1-chips, een strategische zet die Apple’s afhankelijkheid van externe chipmakers verminderde en de prestaties van hun apparaten aanzienlijk verbeterde.

    Een Nieuwe Generatie Leiders

    Tim Cook, die in 2011 het roer overnam van wijlen Steve Jobs, heeft Apple geleid naar ongekende hoogtes. Onder zijn leiding groeide de marktwaarde van het bedrijf van ongeveer 350 miljard dollar (ongeveer 325 miljard euro) naar meer dan 2,6 biljoen dollar (ongeveer 2,4 biljoen euro). Cook heeft echter al meermaals aangegeven dat hij niet van plan is om voor eeuwig aan het hoofd te blijven. De zoektocht naar zijn opvolger is dan ook al langer gaande, zij het discreet.

    De keuze voor Ternus zou een signaal zijn dat Apple kiest voor continuïteit en interne promotie. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie leiders die de cultuur en waarden van Apple door en door kennen. Dit staat in contrast met de aanstelling van Cook destijds, die weliswaar al lang bij Apple werkte, maar toch een andere achtergrond had dan Jobs.

    De Uitdagingen Voor De Toekomst

    Mocht Ternus inderdaad de fakkel overnemen, dan staat hij voor aanzienlijke uitdagingen. Apple moet blijven innoveren in een steeds competitievere markt, terwijl de wereldwijde economie onzeker blijft. De druk om nieuwe, baanbrekende producten te lanceren en de dienstensector verder uit te bouwen, zal groot zijn. Bovendien zal hij de erfenis van zowel Jobs als Cook moeten beheren, wat geen sinecure is.

    De timing van een eventuele overdracht van de CEO-positie blijft onduidelijk. Cook heeft geen concrete datum genoemd voor zijn vertrek. Wij volgen dit verder op, want de keuze van de volgende Apple-CEO heeft niet alleen gevolgen voor het bedrijf zelf, maar ook voor de bredere techsector en de financiële markten wereldwijd.

  • Duitse DAX Zakt 1,09 Procent Terwijl Europese Beurzen Verdeeld Sluiten Op Maandag

    Duitse DAX Zakt 1,09 Procent Terwijl Europese Beurzen Verdeeld Sluiten Op Maandag

    De beurzen in Europa kenden een wisselvallige dag op maandag 31 augustus 2026. Terwijl de DAX en CAC 40 in het rood eindigden, wist de Poolse WIG30 een kleine winst te boeken.

    De Europese aandelenmarkten sloten maandag 31 augustus 2026 verdeeld af. De Duitse DAX-index liet een daling van 1,09 procent optekenen, terwijl de Franse CAC 40 0,79 procent verloor. De Turkse BIST 100 kende een nog grotere terugval met 2,10 procent. In Polen was er echter een positieve noot, want de WIG30-index steeg met 0,50 procent.

    In Frankfurt waren het vooral de sectoren bouw, industrie en technologie die de koersen naar beneden trokken. Siemens Energy AG was een van de grootste dalers binnen de DAX, met een verlies van 5,02 procent. Rheinmetall AG en Heidelberg Materials AG volgden met dalingen van respectievelijk 3,79 procent en 3,12 procent. Aan de andere kant van het spectrum zagen we Zalando SE met een stijging van 2,03 procent, en Continental AG O.N. die 1,89 procent hoger sloot.

    Frankrijk en Turkije in het rood

    Ook de Franse beurs in Parijs kende een moeilijke dag, met verliezen in de industriële sector, consumentengoederen en technologie. Airbus Group SE daalde met 2,86 procent, terwijl Schneider Electric SE 2,37 procent inleverde. De grootste stijger op de CAC 40 was Pernod Ricard SA, dat 2,06 procent hoger eindigde. Op de bredere SBF 120-index viel Ubisoft Entertainment op met een daling van 4,57 procent, terwijl Soitec SA 6,39 procent steeg.

    De Turkse BIST 100-index werd het zwaarst getroffen, met een daling van 2,10 procent. Hier waren het de telecom-, toerisme- en non-metaal minerale producten sectoren die de grootste klappen kregen. Pasifik Eurasia Lojistik Dis Ticaret AS en Batisoke Soke Cimento Sanayi TAS zagen hun aandelen met respectievelijk 10,00 procent en 9,99 procent dalen. Odine Solutions Teknoloji Ticaret ve Sanayi AS was de uitschieter met een stijging van 10,00 procent.

    Polen trotseert de trend

    De Poolse WIG30-index wist de negatieve trend in West-Europa te doorbreken en sloot 0,50 procent hoger. Dit was voornamelijk te danken aan sterke prestaties in de olie- en gassector, energie en informatietechnologie. Polski Koncern Naftowy ORLEN SA steeg met 3,52 procent, en Jastrzebska Spotka Weglowa SA won 3,50 procent. Rainbow Tours SA was de grootste daler met een verlies van 5,13 procent.

    Opvallend is dat de olieprijzen overal een stijging lieten zien. Brent-olie voor levering in december steeg met ongeveer 4,8 tot 5,3 procent, en ruwe olie voor oktober levering steeg met circa 2,4 tot 2,6 procent. Goud daalde dan weer met ongeveer 1,0 tot 1,2 procent. Dit toont aan dat de markten op deze maandag een duidelijke voorkeur hadden voor grondstoffen, terwijl aandelen in veel grote Europese economieën onder druk stonden.

  • Shein Ziet Aandeel Op Eerste Handelsdag In Hongkong Met Vier Procent Dalen

    Shein Ziet Aandeel Op Eerste Handelsdag In Hongkong Met Vier Procent Dalen

    De Chinese online modegigant Shein heeft vannacht zijn beursdebuut gemaakt op de beurs van Hongkong, maar kende een ongelukkige start. Het aandeel van de webwinkel daalde op de eerste handelsdag met vier procent, nadat het eerder op de dag zelfs tien procent in waarde had verloren. Met de beursgang haalt het bedrijf ongeveer anderhalf miljard euro op, geld dat onder meer zal worden geïnvesteerd in het optimaliseren van logistieke processen.

    Shein staat bekend om zijn ‘ultra fast fashion’-model, waarbij goedkope kleding snel wordt vervangen door nieuwe trends. Het bedrijf bouwde zijn succes uit tijdens de coronapandemie en via sociale media, vaak met behulp van influencers. Op zijn hoogtepunt werd de waarde van Shein geschat op zo’n 86 miljard euro, maar die is inmiddels gedaald naar ongeveer 22 miljard euro. Wij zien vooral dat de markt de recente tegenwind voor Shein in de waardering meeneemt.

    Tegenwind en Obstakels

    De afgelopen tijd kreeg Shein te maken met diverse obstakels. Zo schaften zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie regelingen af die Chinese bedrijven vrijstelden van handelstarieven, wat de kosten voor Shein opdreef. Ook de oorlog in de Golfregio zorgde voor hogere transportkosten, waardoor de aanbiedingen in de webwinkel minder aantrekkelijk werden. Bovendien ondervindt Shein concurrentie van branchegenoot Temu, die eveneens sterk inzet op snelle, goedkope mode.

    De financiële resultaten van Shein tonen eveneens een neerwaartse trend. In het eerste kwartaal van dit jaar boekte het bedrijf een verlies van 85 miljoen euro. Ter vergelijking: in dezelfde periode van 2023 realiseerde Shein nog een winst van 340 miljoen euro. Dat is een aanzienlijke ommezwaai die beleggers ongetwijfeld in overweging nemen.

    Eerdere Pogingen Geblokkeerd

    Dit is niet de eerste poging van Shein om naar de beurs te gaan. Eerdere plannen voor een notering in New York en Londen werden geblokkeerd. Dit gebeurde onder druk van politici en autoriteiten die wezen op vermeende misstanden in de productieketens van Shein. Daarnaast opende de EU in februari een onderzoek naar de verkoop van sekspoppen door Shein, die volgens de autoriteiten op kinderen lijken.

    De beursgang in Hongkong, die uiteindelijk doorgang vond, komt dus na een periode van uitdagingen en kritiek. Het is duidelijk dat beleggers Shein een minder rooskleurige toekomst toedichten dan het bedrijf zelf wellicht had gehoopt, gezien de koersdaling op de eerste dag. Wij volgen dit verder op, want de snelle modewereld blijft in beweging.

  • Amerikaanse En Canadese Beurzen Sluiten Lager Af Op Maandag 31 Augustus 2026

    Amerikaanse En Canadese Beurzen Sluiten Lager Af Op Maandag 31 Augustus 2026

    De aandelenmarkten in Noord- en Zuid-Amerika kenden een moeilijke maandag. Zowel de Dow Jones Industrial Average als de S&P/TSX Composite-index leverden in, terwijl de Mexicaanse en Colombiaanse beurzen nog zwaardere verliezen noteerden.

    De laatste dag van augustus 2026 bracht geen goed nieuws voor beleggers in de Amerika’s. De belangrijkste beursindices in de Verenigde Staten, Canada, Mexico en Colombia sloten de handelsdag af met rode cijfers.

    In de Verenigde Staten moest de Dow Jones Industrial Average op maandag 31 augustus 2026 een verlies van 0,70% incasseren. Ook de bredere S&P 500-index daalde, met 0,33%, en de technologiezware NASDAQ Composite verloor 0,12%. Sectoren zoals consumentendiensten, nutsbedrijven en industrie waren de grootste dalers. Opvallende uitschieters waren Nexalin Technology Inc. met een stijging van 2.792,00% en Edison International dat 23,07% verloor.

    Regionale Beurzen Ook In Het Rood

    De malaise beperkte zich niet tot de VS. De S&P/TSX Composite-index in Canada daalde met 0,78%. Daar waren het vooral de materialen-, vastgoed- en IT-sectoren die de index naar beneden trokken. Bombardier Inc. was een van de grootste verliezers met een daling van 5,97%.

    Nog zuidelijker, in Mexico, sloot de S&P/BMV IPC-index 0,08% lager. Industriële bedrijven, consumentengoederen en -diensten, en basisconsumptiegoederen droegen daar bij aan de daling. Megacable Holdings, S.A.B. De C.V. verloor 4,38% van zijn waarde.

    Colombia kende de grootste daling van de besproken landen. De COLCAP-index verloor daar 1,34%. De financiële sector, investeringsbedrijven en openbare diensten werden het hardst getroffen. Grupo Cibest SA zag zijn aandelen met 4,49% dalen.

    Grondstoffen En Valuta’s Bewegen Mee

    Terwijl de aandelenmarkten daalden, was er ook beweging op de grondstoffenmarkten. Goudfutures voor december levering daalden met ongeveer 0,7% in alle regio’s, terwijl ruwe olie (WTI) voor oktober levering met circa 3,5% steeg. Brentolie voor december steeg zelfs met meer dan 5% in de VS en Canada, wat mogelijk wijst op toenemende geopolitieke spanningen of zorgen over het aanbod.

    De Amerikaanse dollarindex, die de waarde van de dollar meet ten opzichte van een mandje andere valuta’s, daalde licht met ongeveer 0,28%. Dit kan een kleine verzachtende factor zijn voor landen met veel in dollars genoteerde import, maar de impact op de lokale aandelenmarkten lijkt beperkt te zijn gebleven.

    Wij zien vooral dat de bredere economische onzekerheid, mogelijk gevoed door de stijgende olieprijzen, een rol speelt in de negatieve stemming op de beurzen. Het is afwachten hoe de markten deze week reageren op de aanhoudende druk.

  • S&P 500 Kan September Toch Met Winst Afsluiten, Zegt Oppenheimer & Co.

    S&P 500 Kan September Toch Met Winst Afsluiten, Zegt Oppenheimer & Co.

    De Amerikaanse beursindex S&P 500 staat er dit jaar technisch gunstig voor om de historisch zwakke maand september te doorstaan, zo blijkt uit analyse van Oppenheimer & Co. De index noteert ruim boven een belangrijke technische drempel.

    De Amerikaanse S&P 500-index, die de vijfhonderd grootste beursgenoteerde bedrijven omvat, heeft historisch gezien een moeilijke septembermaand. Toch zou de index dit jaar de trend kunnen doorbreken en de maand met een winst afsluiten. Dat stelt Oppenheimer & Co. in een recente analyse.

    De financiële dienstverlener baseert die inschatting op een technische indicator: het 200-dagen voortschrijdend gemiddelde. Volgens Oppenheimer & Co. zijn de slechtste septemberresultaten te zien wanneer de S&P 500 onder dit gemiddelde begint. Dat is nu niet het geval. De S&P 500 sloot de vorige maand af op 7.686,14 punten, terwijl het 200-dagen voortschrijdend gemiddelde op 7.122,92 punten lag, een verschil van ruim 500 punten.

    Historische patronen en de huidige stand

    Sinds 1950 boekte de S&P 500 gemiddeld een winst van 0,2 procent in september wanneer de index boven zijn 200-dagen voortschrijdend gemiddelde begon. Dit staat in schril contrast met een gemiddeld verlies van 3 procent wanneer de index onder die drempel startte. Ari Wald, hoofd technische analyse bij Oppenheimer, merkt op dat er geen “grote ineenstorting” van de Amerikaanse aandelenmarkt op til lijkt. Dit zou de index kunnen helpen om een “groot negatief scenario” in september te vermijden.

    September is sinds 1928 de maand met het slechtste gemiddelde rendement voor de S&P 500, met een daling van gemiddeld 1,1 procent, zo blijkt uit gegevens van Dow Jones Market Data. De index heeft echter net een sterke augustusmaand achter de rug, met een stijging van 2,6 procent. Dat is de beste augustusprestatie sinds 2021, toen de index 2,9 procent klom in diezelfde maand. Het was ook de grootste maandelijkse winst sinds mei, toen de S&P 500 met 10,4 procent steeg.

    Vooruitzichten voor de komende maanden

    De S&P 500 heeft dit jaar al een stijging van 12,3 procent gekend en ligt op koers voor een vierde opeenvolgende jaarlijkse winst. Nicholas Colas, medeoprichter van DataTrek Research, kijkt verder dan september. Hij ziet reden tot optimisme voor de komende honderd handelsdagen, die tot eind januari 2027 lopen. Deze periode omvat zowel de beruchte volatiele septembermaand als de traditioneel sterke vierde kwartalen.

    De S&P 500 heeft een “statistisch significante” rally van ongeveer 21 procent achter de rug in de honderd dagen na zijn dieptepunt op 30 maart. Hoewel de gemiddelde rendementen voor de volgende honderd dagen na zo’n sterke rally in de huidige bullmarkt wat zijn afgezwakt, blijven ze positief. Wij zien hierin een indicatie dat de markt, ondanks de historische septemberzwakte, veerkracht toont. De S&P 500 staat momenteel slechts 1,4 procent onder zijn recordhoogte van 7.798,99 punten, bereikt op 13 augustus.

    Nu de meeste S&P 500-bedrijven hun tweedekwartaalcijfers hebben gerapporteerd, zullen macro-economische trends een grotere rol spelen in september. Beleggers zullen vooral de inflatie nauwlettend in de gaten houden, aangezien aanhoudend hoge niveaus de Federal Reserve ertoe kunnen aanzetten de rente verder te verhogen.

  • Europese Beurzen Sluiten Grotendeels Lager Af, AEX Verliest 0,59 Procent Op 31 Augustus

    Europese Beurzen Sluiten Grotendeels Lager Af, AEX Verliest 0,59 Procent Op 31 Augustus

    De meeste Zuid-Europese beurzen en de Nederlandse AEX kenden een negatieve handelsdag op maandag, met verliezen tot bijna 0,6 procent.

    De Europese aandelenmarkten kenden op maandag 31 augustus 2026 een gemengde dag, waarbij de meeste grote indexen in Zuid-Europa en de Benelux in het rood sloten. De Nederlandse AEX-index liet het grootste verlies optekenen met een daling van 0,59 procent. Ook de Spaanse IBEX 35 zakte, met 0,27 procent, en de Italiaanse Investing.com Italy 40 sloot 0,07 procent lager af. Enkel de Portugese PSI-index wist de dag positief af te sluiten, met een lichte stijging van 0,07 procent.

    In Amsterdam waren het vooral de technologiesector, de industriële sector en de consumentengoederen die de index naar beneden trokken. Adyen NV was de grootste verliezer binnen de AEX, met een daling van 3,94 procent, wat neerkomt op 43,00 punten. Ook chipmachinefabrikant ASML Holding NV zag zijn waarde dalen met 2,85 procent, ofwel 42,60 punten, en ASM International NV verloor 2,16 procent. Aan de andere kant wist SBM Offshore NV wel 2,87 procent te stijgen, en Magnum Ice Cream NV bereikte zelfs een recordhoogte met een winst van 1,71 procent.

    Verschillen In Zuid-Europa

    De Spaanse IBEX 35 werd vooral gedrukt door de bouw- en constructiesector, consumentendiensten en consumentengoederen. Indra A was de grootste daler met een verlies van 2,18 procent. International Consolidated Airlines Group S.A. verloor 1,84 procent. Repsol deed het dan weer goed, met een stijging van 2,44 procent. Op de beurs van Madrid waren er 122 dalers tegenover 65 stijgers, wat de algemene neerwaartse trend bevestigt.

    In Italië waren het de industriële sector, technologie en reizen & vrije tijd die de Investing.com Italy 40 index 0,07 procent lager duwden. Avio SpA daalde met 2,90 procent en Leonardo SpA verloor 2,18 procent. Tenaris SA en Eni SpA waren de uitschieters aan de positieve kant, met stijgingen van respectievelijk 2,97 procent en 2,26 procent.

    Portugese Uitzondering

    Portugal vormde de uitzondering op de regel, met een bescheiden winst van 0,07 procent voor de PSI-index. Hier waren het de telecomsector, basismaterialen en consumentendiensten die de koersen omhoog trokken. Galp Energia Nom steeg met 2,74 procent en Semapa voegde 2,42 procent toe aan zijn waarde. Mota Engil SGPS SA was de grootste verliezer met een daling van 1,29 procent.

    Op de bredere grondstoffenmarkten zagen we een opvallende stijging van de olieprijzen. Brentolie voor levering in december steeg met bijna 5 procent, naar ongeveer 90,30 dollar per vat (ongeveer 83,50 euro), terwijl ruwe olie voor oktober met ruim 2,5 procent omhoog ging, tot ongeveer 85,50 dollar per vat (ongeveer 79 euro). Goud daalde dan weer met ongeveer 1 procent, naar circa 4.485 dollar per troy ounce (ongeveer 4.145 euro). Deze bewegingen laten zien dat de mondiale markten op verschillende snelheden bewegen, en dat de invloed van energieprijzen zeker niet te onderschatten is.

  • BEL20 Opent Vlak, Ondanks Oplopende Rentes

    BEL20 Opent Vlak, Ondanks Oplopende Rentes

    De Brusselse beursindex, de Bel20, start de dag naar verwachting zonder grote beweging. Dit gebeurt in een periode waarin de rentes op staatsobligaties in Europa en de Verenigde Staten verder stijgen, wat doorgaans druk zet op aandelenmarkten.

    De Bel20-index, de graadmeter voor de Belgische beurs, opent naar verwachting vlak. Dit is opmerkelijk, gezien de aanhoudende stijging van de rentes op staatsobligaties. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa zien we de langetermijnrentes verder oplopen, wat doorgaans een negatieve invloed heeft op de aandelenmarkten. Beleggers verkiezen dan vaker de zekerheid van obligaties boven de volatiliteit van aandelen.

    De rente op de tienjarige Amerikaanse staatsobligatie flirt opnieuw met de grens van 4,6 procent. In Duitsland steeg de rente op vergelijkbare obligaties naar 2,6 procent, het hoogste niveau in een half jaar tijd. Deze bewegingen wijzen erop dat de markt rekening houdt met een langer aanhoudende hoge inflatie en daarmee ook met een langer aanhoudende hoge rente door centrale banken. Wij zien hierin vooral een signaal dat de hoop op snelle renteverlagingen, die eerder dit jaar nog leefde, stilaan wegebt.

    Rentestijging drukt op technologieaandelen

    De oplopende rentes hebben vooral een impact op sectoren die gevoelig zijn voor financieringskosten, zoals technologiebedrijven. Hun toekomstige winsten worden door hogere rentes zwaarder verdisconteerd, wat hun huidige waardering drukt. Ook vastgoedbedrijven voelen de pijn, aangezien hun financiering duurder wordt en de vraag naar vastgoed kan afnemen. De Amerikaanse beurzen sloten de handelsdag eerder al met verliezen, waarbij de technologiesector het zwaarst werd getroffen.

    De Europese beurzen, waaronder de Bel20, lijken voorlopig de dans te ontspringen, althans bij de opening. Dit kan te maken hebben met specifieke bedrijfsnieuws of sectorale ontwikkelingen die de algemene rentetrend deels compenseren. Het is echter een dunne lijn, want de onderliggende druk van hogere rentes blijft aanwezig. Wij twijfelen of deze vlakke start lang standhoudt als de rentes verder blijven stijgen.

    Olieprijs en euro-dollar koers bewegen mee

    Naast de rentes zijn er ook andere factoren die de markten beïnvloeden. De olieprijs daalde licht, met een vat Brent-olie dat rond de 87 dollar (ongeveer 81 euro) noteert. Dit kan een kleine verlichting bieden voor bedrijven en consumenten, maar de impact is beperkt zolang de geopolitieke spanningen aanhouden. De euro-dollar koers bleef stabiel rond de 1,065 dollar per euro. Dit is een belangrijke indicator voor de export van Europese bedrijven en de importkosten van grondstoffen.

    De komende dagen zullen we zien of de Bel20 en andere Europese indexen de druk van de oplopende rentes kunnen weerstaan. De aandacht van beleggers zal ongetwijfeld uitgaan naar nieuwe inflatiecijfers en uitspraken van centrale bankiers, die verdere aanwijzingen kunnen geven over het toekomstige rentebeleid.

  • UCB Treft Schikking Van 122,7 Miljoen Dollar Met Amerikaanse Overheid

    UCB Treft Schikking Van 122,7 Miljoen Dollar Met Amerikaanse Overheid

    Het Belgische farmabedrijf UCB legt 122,7 miljoen dollar neer om een onderzoek naar de marketing van twee van zijn medicijnen af te sluiten. De schikking beëindigt een jarenlange juridische strijd met het Amerikaanse ministerie van Justitie.

    Het Belgische farmabedrijf UCB heeft een akkoord bereikt met het Amerikaanse ministerie van Justitie (DOJ) over een schikking van 122,7 miljoen dollar, wat neerkomt op ongeveer 113,8 miljoen euro. Deze overeenkomst sluit een onderzoek af naar de marketingpraktijken van twee van UCB’s medicijnen in de Verenigde Staten, zo maakte het bedrijf bekend. Het gaat om de geneesmiddelen Vimpat, gebruikt tegen epilepsie, en Keppra, eveneens een epilepsiemedicijn.

    De schikking beëindigt een jarenlange juridische strijd die in 2014 begon. Het DOJ onderzocht of UCB de marketing van Vimpat en Keppra op een ongepaste manier had gevoerd, met name door artsen te beïnvloeden om deze medicijnen voor te schrijven. UCB heeft altijd ontkend iets verkeerds te hebben gedaan, maar kiest nu voor een schikking om de zaak definitief af te sluiten en de onzekerheid weg te nemen. Dit soort schikkingen is niet ongebruikelijk in de farmaceutische sector, waar bedrijven vaak te maken krijgen met strikte regelgeving en toezicht op hun marketingactiviteiten.

    Impact op de financiën en reputatie

    De schikking van 122,7 miljoen dollar zal de resultaten van UCB in het eerste kwartaal van dit jaar beïnvloeden. Het bedrag zal als een eenmalige last in de boeken worden opgenomen. Hoewel het een aanzienlijk bedrag is, verwachten wij dat de impact op de langetermijnstrategie van UCB beperkt zal blijven, gezien de omvang van het bedrijf en de jaarlijkse omzet. In 2023 boekte UCB een omzet van 5,3 miljard euro, wat de schikking in perspectief plaatst.

    De reputatie van UCB kan door dergelijke zaken wel een deuk oplopen, al is het bedrijf niet het enige dat met dit soort beschuldigingen te maken krijgt. De farmaceutische industrie ligt vaker onder een vergrootglas als het gaat om de interactie met voorschrijvende artsen. Wij zien dit als een signaal dat toezichthouders in de VS streng blijven toekijken op de ethiek van medicijnmarketing.

    Vooruitblik na de schikking

    Met deze schikking achter de rug kan UCB zich volledig richten op de toekomst en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Het bedrijf heeft recent veel geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling, met enkele veelbelovende middelen in de pijplijn, zoals Bimzelx voor psoriasis en Rystiggo voor myasthenia gravis. Het afsluiten van deze juridische kwestie zorgt voor meer duidelijkheid en stabiliteit, wat zowel voor het bedrijf als voor zijn aandeelhouders positief is. Wij volgen op de voet hoe UCB de komende periode zijn marketingstrategieën verder zal verfijnen en aanpassen aan de steeds strengere eisen.

  • Sojabonen, Katoen En Maïs Stijgen Eind Augustus, Tarwe Daalt Licht

    Sojabonen, Katoen En Maïs Stijgen Eind Augustus, Tarwe Daalt Licht

    De Amerikaanse landbouwmarkten sloten augustus 2026 af met gemengde resultaten: sojabonen, katoen en maïs zagen hun prijzen stijgen, terwijl tarwe een lichte daling kende. De wisselende weersomstandigheden en exportcijfers beïnvloedden de oogstverwachtingen.

    De laatste handelsdagen van augustus 2026 brachten een gevarieerd beeld op de Amerikaanse landbouwmarkten. Sojabonen, katoen en maïs sloten de maand af met prijsstijgingen, terwijl tarwe een lichte daling liet optekenen. De oogstcondities en exportcijfers speelden hierbij een belangrijke rol.

    Sojabonen En Maïs Zien Prijzen Stijgen

    Sojabonen lieten een stevige prestatie zien, met contracten die stabiel tot 7 dollarcent hoger sloten. De nationale gemiddelde contante prijs voor sojabonen steeg met een kwart cent naar 12,535 dollar (ongeveer 11,50 euro) per bushel. Ondanks deze stijging daalden de conditiebeoordelingen van de Amerikaanse sojaboonoogst met 2 procentpunten tot 58 procent ‘goed tot uitstekend’. De Brugler500-index, die de oogstconditie meet, zakte met 4 punten naar 353.

    De maïsprijzen volgden een gelijkaardig patroon, met stijgingen van 1 tot 3,5 dollarcent. De nationale gemiddelde contante prijs voor maïs klom met 3,5 cent naar 4,935 dollar (ongeveer 4,53 euro) per bushel. De conditiebeoordelingen van de maïsoogst bleven stabiel op 47 procent ‘goed tot uitstekend’, al verschoof een deel van de ‘uitstekende’ beoordelingen naar ‘goed’. De export van maïs toonde een robuust beeld, met 1,496 miljoen metrische ton (ongeveer 58,9 miljoen bushels) verscheept in de week tot 27 augustus, een stijging van 13,11 procent ten opzichte van de week ervoor. De totale export voor het marketingjaar lag 25,14 procent hoger dan vorig jaar.

    Katoen In De Lift, Tarwe Onder Druk

    Ook katoen kende een sterke afsluiting van augustus, met termijncontracten die 170 tot 180 punten stegen. De conditiebeoordelingen voor de Amerikaanse katoenoogst verbeterden met 2 procentpunten tot 39 procent ‘goed tot uitstekend’. De Brugler500-index daalde echter met 2 punten naar 302, wat wijst op een toename van ‘slecht tot zeer slecht’ beoordeelde gewassen. De Cotlook A Index, een belangrijke internationale referentie, steeg op 28 augustus met 300 punten naar 101,30 dollarcent (ongeveer 0,93 euro) per pond.

    Tarwe daarentegen had het moeilijker. De Chicago SRW-contracten verloren 3,75 tot 10,25 dollarcent. De exportinspecties lieten zien dat de tarweverschepingen in de week tot 27 augustus 430.925 metrische ton (ongeveer 15,83 miljoen bushels) bedroegen, wat 46,46 procent lager was dan in dezelfde week vorig jaar. De totale export voor het marketingjaar lag 28,4 procent onder het niveau van vorig jaar. Een lichtpuntje was de vooruitgang in de oogst van lentetarwe, waarvan 77 procent geoogst was tegen zondag, 9 procentpunten sneller dan het normale tempo.

    De gemengde resultaten aan het einde van augustus 2026 tonen aan hoe gevoelig de landbouwmarkten zijn voor zowel weersomstandigheden als de wereldwijde vraag. Wij volgen dit verder op, want de impact van deze schommelingen kan zich nog verder laten voelen in de komende maanden.

  • Twee Amerikaanse Aandelen Bieden Nu Een Dividendrendement Van Meer Dan 3 En 4 Procent

    Twee Amerikaanse Aandelen Bieden Nu Een Dividendrendement Van Meer Dan 3 En 4 Procent

    Beleggers die op zoek zijn naar inkomsten uit dividenden, vinden bij Iron Mountain en Federal Realty Investment Trust een aantrekkelijk rendement. Beide bedrijven, onderdeel van de S&P 500, overschreden recentelijk belangrijke drempels in hun dividenduitkeringen.

    De aandelen van Iron Mountain (IRM), een bedrijf gespecialiseerd in gegevensbeheer, hebben recentelijk een dividendrendement van meer dan 3 procent bereikt. Dit gebeurde op donderdag 13 februari 2025, toen de aandelen van het bedrijf op de beurs van New York verhandelden tegen een koers van minimaal 94,52 dollar (ongeveer 87,40 euro). Het jaarlijkse dividend van Iron Mountain bedraagt 2,86 dollar (ongeveer 2,64 euro) per aandeel.

    Ook Federal Realty Investment Trust (FRT), een vastgoedbevak die zich richt op winkelcentra, liet op maandag 21 november 2022 een significant dividendrendement zien. De aandelen van FRT, die toen verhandelden tegen een koers van minimaal 107,29 dollar (ongeveer 99,20 euro), boden een rendement van meer dan 4 procent. Dit was gebaseerd op een jaarlijks dividend van 4,32 dollar (ongeveer 3,99 euro) per aandeel. Federal Realty Investment Trust staat erom bekend al meer dan twintig jaar op rij zijn dividend te verhogen, wat het een interessante speler maakt voor inkomensgerichte beleggers.

    Waarom dividenden belangrijk zijn

    Dividenden vormen een belangrijk onderdeel van het totale rendement voor beleggers. Historisch gezien dragen ze een aanzienlijk deel bij aan de winst die je als aandeelhouder behaalt. Wij zien dat een stabiel en groeiend dividend een buffer kan vormen tegen koersschommelingen en een constante inkomstenstroom kan bieden, wat vooral in volatiele markten gewaardeerd wordt.

    Om dit te illustreren: stel je voor dat je op 31 december 1999 aandelen van de S&P 500 ETF (SPY) had gekocht voor 146,88 dollar (ongeveer 135,70 euro) per stuk. Tegen 31 december 2012 was de waarde van die aandelen gedaald naar 142,41 dollar (ongeveer 131,60 euro), een verlies van 4,47 dollar per aandeel. Echter, over diezelfde periode had je wel 25,98 dollar (ongeveer 24,00 euro) aan dividenden ontvangen. Dit resulteerde in een positief totaalrendement van 23,36 procent, ondanks de koersdaling. Een rendement van meer dan 3 of 4 procent, zoals bij Iron Mountain en Federal Realty Investment Trust, oogt dan ook bijzonder aantrekkelijk, mits het duurzaam is.

    Duurzaamheid van het rendement

    De hoogte van dividenden is niet altijd voorspelbaar en hangt nauw samen met de winstgevendheid van een bedrijf. Wij twijfelen of elk hoog dividendrendement zomaar duurzaam is, maar de geschiedenis van een bedrijf kan wel een indicatie geven. Federal Realty Investment Trust heeft bijvoorbeeld een lange geschiedenis van dividendgroei, wat vertrouwen wekt in de toekomstige uitkeringen. Beide bedrijven zijn bovendien onderdeel van de S&P 500, wat hen een status geeft als grote, gevestigde ondernemingen.

    Het is voor beleggers altijd cruciaal om verder te kijken dan alleen het huidige rendement en de financiële gezondheid en de dividendhistorie van een bedrijf grondig te analyseren. Wij volgen dit soort ontwikkelingen op de voet, want een aantrekkelijk dividend kan een waardevolle aanvulling zijn op een beleggingsportefeuille.

  • FTC Klaagt Amazon Aan Voor Miljarden Euro’s Aan Verborgen Advertentiekosten

    FTC Klaagt Amazon Aan Voor Miljarden Euro’s Aan Verborgen Advertentiekosten

    De Amerikaanse toezichthouder en 22 staten beschuldigen Amazon ervan de advertentieprijzen voor verkopers kunstmatig te hebben opgeblazen, wat het bedrijf tientallen miljarden euro’s zou hebben opgeleverd.

    De Federal Trade Commission (FTC) in de Verenigde Staten, samen met 22 Amerikaanse staten, heeft een rechtszaak aangespannen tegen Amazon. Het technologiebedrijf wordt ervan beschuldigd miljarden euro’s aan verborgen advertentiekosten te hebben geïnd van verkopers op zijn platform. Dit nieuws deed de aandelenkoers van Amazon op maandag met 3 procent dalen.

    Volgens de aanklacht heeft Amazon de minimumprijzen voor advertentieplaatsingen stiekem verhoogd. De toezichthouder stelt dat Amazon tot wel 70 tot 80 procent van de tijd ingreep in advertentieveilingen om de prijzen op te drijven. De FTC schat dat dit systeem Amazon tientallen miljarden euro’s heeft opgeleverd ten koste van adverteerders. Interne documenten, aangehaald door de FTC, tonen aan dat Amazon-directieleden vreesden voor ‘onherstelbare schade aan het vertrouwen van adverteerders’ als deze praktijken aan het licht zouden komen.

    Kostenstijging tijdens piekmomenten

    De kunstmatige prijsverhogingen zouden vooral tijdens piekmomenten, zoals Prime Day, de advertentiekosten voor verkopers met wel 50 procent hebben opgedreven. Verkopers gingen dan wel uit van hogere kosten door de toegenomen concurrentie, maar waren zich niet bewust van de extra ’toeslag’ die Amazon aanrekende. Deze hogere kosten werden volgens FTC-voorzitter Andrew N. Ferguson uiteindelijk doorgerekend aan de Amerikaanse consument. Het advertentiebedrijf van Amazon is de derde grootste digitale adverteerder ter wereld, na Alphabet (Google) en Meta Platforms, en zag de omzet vorig kwartaal met 26 procent stijgen tot 19,8 miljard dollar (ongeveer 18,3 miljard euro).

    Derde rechtszaak voor Amazon

    Dit is al de derde keer dat de FTC Amazon voor de rechter sleept. Vorig jaar september schikte Amazon nog voor 2,5 miljard dollar (ongeveer 2,3 miljard euro) in een zaak waarin het bedrijf ervan werd beschuldigd consumenten misleidend te hebben overtuigd om Prime-abonnementen af te sluiten en het opzeggen ervan onnodig moeilijk te maken. Wij volgen dit dossier verder op, want een uitspraak kan een precedent scheppen voor hoe grote techbedrijven hun advertentiepraktijken in de toekomst moeten aanpakken.