Categorie: Block #9

  • Volkswagen Schrapt Nog Eens 50.000 Banen, Vier Fabrieken Staan Op De Tocht

    Volkswagen Schrapt Nog Eens 50.000 Banen, Vier Fabrieken Staan Op De Tocht

    De Duitse autobouwer Volkswagen schrapt een tweede keer 50.000 jobs, waardoor het totale banenverlies oploopt tot 100.000, en bekijkt alternatieven voor vier Duitse productiesites.

    De raad van commissarissen van Volkswagen heeft unaniem ingestemd met een ingrijpend reorganisatieplan. Dat betekent dat de komende jaren wereldwijd nog eens 50.000 banen verdwijnen, bovenop de eerder aangekondigde sanering van 50.000 jobs. Het totale banenverlies bij de grootste autofabrikant van Europa komt daarmee op 100.000, wat neerkomt op ongeveer 15 procent van het totale werknemersbestand. Ook staan vier Duitse fabrieken – in Emden, Zwickau, Hannover en Neckarsulm – op de tocht; daarvoor is vanaf 2031 geen productiecapaciteit meer gegarandeerd.

    De unanieme steun voor het plan van het bestuur is opmerkelijk, gezien de stevige discussies die de afgelopen dagen plaatsvonden. Vakbond IG Metall en de deelstaat Nedersaksen, die beide in de raad van commissarissen zetelen, wilden koste wat kost voorkomen dat de fabrieken al meteen zouden sluiten. Er wordt nu gezocht naar alternatieve bestemmingsmogelijkheden voor de sites.

    Waarom Deze Radicale Ingreep?

    Volkswagen kampt al langer met hoge kosten en een overcapaciteit van zowat 500.000 auto’s. De toenemende concurrentie uit China, strengere regelgeving en Amerikaanse importheffingen zetten de financiële positie onder druk. Het bedrijf maakte begin dit jaar een winst van 6,9 miljard euro bekend voor 2025, maar dat was wel bijna een halvering ten opzichte van het jaar ervoor. Deze nieuwe reeks maatregelen, samengevat in het ‘Toekomstplan 2030’, moet de autobouwer competitiever maken.

    De beslissing is een duidelijk signaal dat de Duitse auto-industrie zich aanpast aan een veranderende realiteit. Eerder werden al 50.000 jobs geschrapt en meer dan 28.000 werknemers gingen reeds in op een vertrekregeling. Wij zien deze additionele ontslagronde als een forse versnelling van de reeds ingezette koers, zeker in het licht van eerdere berichten over een ‘crisissituatie’ bij het concern.

    Modelgamma Wordt Halveer

    Naast het schrappen van banen wil Volkswagen zich tegen 2035 ook beperken tot minder modellen. Het bedrijf, dat merken als Audi, Skoda, Seat en Porsche omvat, gaat zijn modelgamma halveren. Dit moet leiden tot meer focus en efficiëntie binnen de groep.

    Voor de Europese fabrieken wil Volkswagen tegen juni 2027 een concept ontwikkelen voor een duurzame en concurrentiële productiestructuur. De directie benadrukt dat de uitvoering van het toekomstplan absoluut noodzakelijk is om het concurrentievermogen van het concern te waarborgen. We volgen dit dossier verder op, want de impact op de Duitse economie en de bredere autosector zal aanzienlijk zijn.

  • Geen Verdere Renteverhoging Nodig, Zegt Fed-Bestuurder Waller

    Geen Verdere Renteverhoging Nodig, Zegt Fed-Bestuurder Waller

    De Amerikaanse centrale bank kan volgens Christopher Waller de huidige rentepauze aanhouden, gezien de gunstige inflatiecijfers van de afgelopen maanden. De koersen van Bitcoin en goud reageerden al positief op eerdere signalen.

    De verwachtingen over het rentebeleid van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, blijven de gemoederen bezighouden. Nu geeft Fed-bestuurder Christopher Waller aan dat de recente inflatiecijfers de weg vrijmaken voor een aanhoudende rentepauze. Hij ziet geen noodzaak voor de Fed om de beleidsrente verder te verhogen, wat een belangrijke overweging is voor de financiële markten.

    Waller baseert zijn standpunt op de gegevens van de afgelopen drie tot vijf maanden, waaruit blijkt dat de inflatie zich gunstig ontwikkelt. In zijn toespraak merkte hij op dat de zogenaamde core PCE-inflatie, de favoriete inflatiemaatstaf van de Fed, voor oktober op jaarbasis uitkwam op 3,5 procent. Dat is een dalende trend, en wij zien vooral hierin een signaal dat de Fed meer ademruimte krijgt. De beurzen en cryptomarkten reageren doorgaans positief op dergelijke signalen, omdat een stabielere of lagere rente de financieringskosten voor bedrijven en consumenten drukt, wat de economische groei kan stimuleren.

    Inflatiecijfers Vallen Mee

    De algemene consensus onder analisten was dat de Fed in december de rente opnieuw ongemoeid zou laten. De opmerkingen van Waller bevestigen deze verwachting en geven de markt een extra duwtje in de rug. De core PCE, die volatiele voedsel- en energieprijzen buiten beschouwing laat, daalde naar 3,5 procent, wat onder de algemene verwachtingen van 3,7 procent lag. Dit cijfer ligt echter nog steeds boven de doelstelling van 2 procent van de Fed, dus wij zouden hier niet spreken van een definitieve overwinning op de inflatie.

    Dit soort gunstige inflatiecijfers vertragen het tempo waarin de Fed de economie afremt. Eerder deze maand reageerden Bitcoin en goud al positief op de publicatie van de Amerikaanse consumentenprijsindex (CPI), die eveneens lager uitviel dan verwacht. Bitcoin steeg die dag met ongeveer 3 procent, terwijl de goudprijs ook een opwaartse beweging kende. Dit toont aan hoe gevoelig deze activa zijn voor macro-economische signalen, en dan vooral die uit de Verenigde Staten.

    Pauze Biedt Ruimte

    Een aanhoudende rentepauze biedt beleggers en bedrijven meer zekerheid en kan de vraag naar risicovollere activa, zoals aandelen en crypto, ondersteunen. Dit is niet alleen goed nieuws voor de cryptomarkt, maar ook voor traditionele markten. De obligatiemarkt reageert ook meteen, met dalende rendementen als de verwachting van verdere renteverhogingen afneemt. Wij denken dat dit op korte termijn voor stabiliteit kan zorgen, maar de langetermijnimpact hangt af van de verdere inflatie-ontwikkelingen en de bredere economische groei.

    De uitspraken van Waller sluiten aan bij een bredere trend waarbij centrale banken voorzichtig navigeren tussen inflatiebestrijding en het vermijden van een recessie. Het is een delicate evenwichtsoefening die we de komende maanden zeker verder opvolgen. Of de Fed de rente volgend jaar zal verlagen, zoals sommigen speculeren, blijft voorlopig onzeker en afhankelijk van de data die dan beschikbaar zijn.

  • Eurozone Prijzen Stijgen In April Met 1,0 Procent

    Eurozone Prijzen Stijgen In April Met 1,0 Procent

    De prijzen die producenten in de eurozone aanrekenen, zijn in april onverwacht gestegen. Dat kan de inflatiedruk voor consumenten aanwakkeren en de langverwachte renteverlagingen van de Europese Centrale Bank in de weg staan.

    Producenten in de eurozone hebben in april 2024 onverwacht hogere prijzen aangerekend. De producentenprijzen stegen met 1,0 procent op maandbasis, na een daling van 0,5 procent in maart. Economen hadden gerekend op een veel kleinere toename van 0,2 procent. Op jaarbasis daalden de prijzen wel nog met 5,7 procent, maar dat is een minder sterke daling dan de verwachte 6,2 procent.

    Deze stijging van de producentenprijzen kan een voorbode zijn van stijgende consumentenprijzen. Wanneer producenten meer moeten betalen voor hun grondstoffen en diensten, rekenen ze die kosten vaak door aan de consument. Dit fenomeen staat bekend als ‘cost-push’ inflatie en zou de recente trend van dalende inflatie in de eurozone kunnen onderbreken. De energieprijzen stegen in april met 2,6 procent, terwijl de prijzen voor duurzame consumptiegoederen met 0,8 procent toenamen.

    Inflatie blijft een aandachtspunt voor de ECB

    De Europese Centrale Bank (ECB) zal deze cijfers zeker aandachtig bekijken. De bank heeft als hoofddoel het handhaven van prijsstabiliteit, met een inflatiedoel van 2 procent. Hoewel de consumenteninflatie de afgelopen maanden is gedaald, wijzen deze producentenprijzen op aanhoudende druk. Wij zien vooral dat de energieprijzen een significante rol spelen in deze stijging, wat de volatiliteit op de markt benadrukt. Dit maakt het voor de ECB moeilijker om haar monetaire beleid te versoepelen, zoals sommigen op de financiële markten hadden gehoopt.

    Druk op de rentetarieven blijft

    De hogere producentenprijzen kunnen de druk op de ECB vergroten om de rentetarieven langer hoog te houden. Een renteverlaging zou de economie kunnen stimuleren, maar ook de inflatie verder aanwakkeren als de onderliggende prijsdruk aanhoudt. Analisten hadden voor de zomer al een eerste renteverlaging verwacht, maar deze cijfers kunnen die verwachtingen temperen. Wij zouden hier niet te vroeg conclusies trekken, aangezien dit slechts één maandcijfer is, maar het bevestigt wel dat de weg naar stabiele inflatie geen rechte lijn is.

  • Nieuwe Nationale Investeringsbank Krijgt 3,3 Miljard Euro Van Nederlands Kabinet

    Nieuwe Nationale Investeringsbank Krijgt 3,3 Miljard Euro Van Nederlands Kabinet

    Het kabinet trekt een aanzienlijk bedrag uit voor een instelling die innovatieve bedrijven, met name in de biotechsector, moet ondersteunen en voorkomen dat ze naar het buitenland vertrekken voor financiering.

    Het Nederlandse kabinet investeert 3,3 miljard euro in de oprichting van een nationale investeringsinstelling. Dit bedrag is bestemd om innovatieve bedrijven in Nederland te helpen groeien en ervoor te zorgen dat ze hun activiteiten in eigen land voortzetten. Het initiatief komt voort uit de gelekte Prinsjesdagstukken en speelt in op een langgekoesterde wens van economen en wetenschappers.

    Minister Herbert van Economische Zaken benadrukt dat deze instelling, die naast bestaande fondsen zoals Invest-NL komt te staan, broodnodig is. De overheid voorziet een basisinvestering, wat de drempel moet verlagen voor durfinvesteerders, pensioenfondsen en banken om eveneens kapitaal in te brengen. Volgens econoom Roel Beetsma is de overheidsgarantie cruciaal, aangezien innovatieve projecten vaak een hoog risico met zich meebrengen, iets waar private investeerders huiverig voor zijn.

    Gapend Gat Voor Middenbedrijven

    Nederland was tot nu toe een buitenbeentje in Europa; landen als Duitsland met de KfW Development Bank en Italië met Cassa Depositi beschikken al langer over vergelijkbare publieke investeringsbanken. Een van de sectoren die sterk gebaat is bij de nieuwe investeringsinstelling, is de biotechsector. Het kabinet volgt hiermee het advies uit het rapport-Wennink, dat stelt dat financiering voor deze bedrijven een significant obstakel vormt.

    Willemijn Vader, van het Leidse biotechbedrijf Vitroscan, onderstreept dit probleem. Zij besteedt driekwart van haar tijd aan het binnenhalen van financiering, vooral voor kleinere bedragen tot vijf miljoen euro. Dit is een bedrag dat moeilijk te vinden is in Nederland. Pensioenfondsen richten zich vaak op veel grotere investeringen van boven de honderd miljoen euro, wat een ‘gapend gat’ creëert voor de financiering van middelgrote innovatieve bedrijven zoals dat van Vader.

    Verleiding Van De VS

    De moeilijkheid om financiering te vinden in Nederland drijft veel start-ups naar het buitenland. Met name de Verenigde Staten bieden een veel grotere pool van durfkapitaal. Minister Herbert erkent dat veel Nederlandse bedrijven de grens oversteken om daar verder te groeien, omdat ze thuis geen geschikte financiering vinden. Vader merkt op dat Amerikaanse investeerders haar steevast vragen wanneer ze de overstap naar de VS maakt.

    Hoewel investeren in risicovolle, innovatieve projecten vragen oproept over de rol van de overheid, wijzen economen erop dat een portfolio van projecten, zelfs met enkele mislukkingen, uiteindelijk tot successen leidt die de economie ten goede komen. Het doel is niet enkel financiële steun, maar ook het behoud van hoogwaardige kennis en werkgelegenheid in Nederland.

  • G20-Top Ziet China Weigeren Boetekleed Aan Te Trekken Over Handelsoverschot Van 823 Miljard Dollar

    G20-Top Ziet China Weigeren Boetekleed Aan Te Trekken Over Handelsoverschot Van 823 Miljard Dollar

    De G20-landen probeerden China te bewegen tot een verandering van zijn handelspraktijken, maar kregen nul op het rekest. Peking wijst de kritiek op het enorme handelsoverschot van de hand en stelt dat de wereld er net van profiteert.

    Op de recente G20-bijeenkomst in Italië heeft China ferm geweigerd de kritiek op zijn handelsoverschot te aanvaarden. Het land zag zijn handelsoverschot in 2023 oplopen tot 823 miljard dollar (ongeveer 760 miljard euro), een aanzienlijke stijging ten opzichte van de 676 miljard dollar (ongeveer 625 miljard euro) die het in 2022 liet optekenen. De G20-landen, waaronder de Verenigde Staten en Europa, drongen aan op aanpassingen van het Chinese economische beleid, maar Peking stelde dat het met zijn export juist bijdraagt aan de wereldwijde welvaart.

    Deze houding van China benadrukt de groeiende spanningen rond internationale handel. Westerse landen vrezen oneerlijke concurrentie en een verstoring van de wereldmarkt door massale Chinese export, mede gedreven door overheidssubsidies. Wij zien hierin een voortzetting van een trend waarbij economische macht steeds meer als geopolitiek instrument wordt ingezet.

    Amerikaanse Druk Neemt Toe

    De Verenigde Staten heeft zich de voorbije maanden steeds kritischer opgesteld ten aanzien van de Chinese handelspraktijken. Janet Yellen, de Amerikaanse minister van Financiën, bezocht China recent om de kwestie van het overschot aan productiecapaciteit en de effecten daarvan op de wereldmarkt aan te kaarten. Haar bezorgdheid spitst zich toe op sectoren zoals elektrische voertuigen en hernieuwbare energie, waar Chinese bedrijven met overheidssteun de prijzen onder druk zouden zetten. Deze druk lijkt vooralsnog weinig effect te hebben op de Chinese onderhandelingspositie.

    Gevolgen Voor De Wereldeconomie

    De weigering van China om zijn handelspolitiek aan te passen, kan verstrekkende gevolgen hebben voor de wereldeconomie. Het risico op een escalatie van handelsconflicten neemt toe, wat kan leiden tot hogere importtarieven en verstoringen van toeleveringsketens. Dit zou de consumentenprijzen kunnen opdrijven en de economische groei wereldwijd kunnen afremmen. Wij volgen dit nauwlettend, want de stabiliteit van de wereldhandel hangt voor een groot deel af van de bereidheid van grote economieën om compromissen te sluiten.

  • Na Vier Dagen Verlies Praat Fed-Bestuurder Waller Wall Street Naar Openingswinst

    Na Vier Dagen Verlies Praat Fed-Bestuurder Waller Wall Street Naar Openingswinst

    Waar de beurs in New York de voorbije dagen nog worstelde met dalende koersen, zagen beleggers woensdag een stevig herstel bij de opening. Dat gebeurde nadat Christopher Waller, een invloedrijk bestuurder bij de Amerikaanse centrale bank (Fed), zich uitsprak over het toekomstige rentebeleid. De S&P 500-index, die de vijfhonderd grootste beursgenoteerde bedrijven omvat, klom meteen 0,9 procent hoger.

    Waller sprak in New York over de inflatie en de aanpak van de Fed. Hij gaf aan dat de centrale bank de rente voorlopig ongewijzigd zal laten, tenzij de inflatie onverwacht opnieuw zou versnellen. Wij zien dat als een geruststelling voor de markten, die al langer speculeren over mogelijke renteverlagingen. De Fed hanteert momenteel een rentetarief tussen 5,25 en 5,50 procent, het hoogste niveau in meer dan twee decennia, om de inflatie te beteugelen.

    Geen haast met renteverlagingen

    De Fed-bestuurder benadrukte dat er geen haast is om de rente te verlagen, wat enigszins de verwachtingen tempert van beleggers die hoopten op snelle stappen. De economische groei in de Verenigde Staten blijft robuust en de arbeidsmarkt is nog steeds sterk, waardoor de noodzaak om de economie met lagere rentes te stimuleren minder groot is. Wij houden het erop dat de Fed de economie nauwlettend in de gaten zal houden en pas ingrijpt als de cijfers daar echt aanleiding toe geven.

    Toch verwachten veel analisten, waaronder die van Goldman Sachs, nog steeds twee renteverlagingen dit jaar. De eerste daarvan zou er dan in september komen, gevolgd door een tweede in december. De woorden van Waller lijken die verwachting echter wat te nuanceren; de Fed wil duidelijk de tijd nemen en niet overhaast te werk gaan. Het is een delicate evenwichtsoefening, want te lang wachten kan de economie afremmen, terwijl te snel ingrijpen de inflatie opnieuw kan aanwakkeren. Wij twijfelen of de markten al voldoende rekening houden met het scenario van minder dan twee verlagingen dit jaar.

    Inflatie blijft de sleutel

    De inflatie blijft voor de Fed de belangrijkste graadmeter. Waller gaf aan dat de recente inflatiecijfers van april, die een lichte afkoeling lieten zien, hoopvol zijn. De consumentenprijzen stegen in april met 0,3 procent op maandbasis, iets minder dan de verwachte 0,4 procent. Op jaarbasis kwam de inflatie uit op 3,4 procent. Dat is nog altijd boven de doelstelling van 2 procent, maar de trend is wel dalend. De volgende inflatiecijfers, die cruciaal zijn voor het rentebeleid, volgen op 12 juni. Tot die tijd blijft de onzekerheid over het exacte pad van de Fed bestaan.

  • Amerikaanse Werkgevers Zien Loonkosten Stijgen Met 1,2 Procent In Eerste Kwartaal

    Amerikaanse Werkgevers Zien Loonkosten Stijgen Met 1,2 Procent In Eerste Kwartaal

    De Amerikaanse arbeidskosten zijn in het eerste kwartaal van dit jaar met 1,2 procent gestegen. Dat blijkt uit de Employment Cost Index (ECI), die de loonkosten en secundaire arbeidsvoorwaarden meet. Economen hadden een stijging van 1,0 procent verwacht, terwijl in het slotkwartaal van vorig jaar de kosten nog met 1,1 procent toenamen. Deze cijfers, die door het Amerikaanse ministerie van Arbeid naar buiten werden gebracht, duiden op een vertraging in de groei van de arbeidskosten, wat voor de Federal Reserve goed nieuws is in haar strijd tegen inflatie.

    De ECI is een belangrijke graadmeter voor de Federal Reserve. Een aanhoudende loonstijging kan namelijk de inflatie aanwakkeren, omdat bedrijven hogere kosten doorberekenen aan consumenten. Wij zien dit als een teken dat de arbeidsmarkt mogelijk begint af te koelen, wat de druk op de centrale bank om de rente hoog te houden, kan verminderen. Een verdere vertraging zou de Fed meer ademruimte geven om eventuele renteverlagingen te overwegen, wat op zijn beurt de financiële markten kan beïnvloeden.

    Verschillen Per Sector

    Niet alle sectoren kenden dezelfde ontwikkeling. De lonen en salarissen in de private sector stegen met 1,1 procent in het eerste kwartaal, na een stijging van 1,0 procent in het vierde kwartaal van 2023. De kosten van secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals pensioenen en ziektekostenverzekeringen, stegen zelfs met 1,1 procent, na een toename van 0,9 procent in het voorgaande kwartaal. Op jaarbasis stegen de totale arbeidskosten in de private sector met 4,2 procent, een lichte vertraging ten opzichte van de 4,3 procent in het vierde kwartaal.

    Vooral in de dienstensector en de publieke sector was er een merkbare vertraging in de loonstijging. De lonen in de private dienstensector stegen met 4,6 procent op jaarbasis, een daling ten opzichte van de 4,9 procent in het vorige kwartaal. De publieke sector zag een stijging van 4,3 procent, een kleine afname van de 4,7 procent in het vierde kwartaal. De kosten voor lonen en salarissen voor staats- en lokale overheden namen zelfs met 5,0 procent toe, een versnelling ten opzichte van de 4,1 procent uit het vierde kwartaal.

    Inflatie En Renteverlagingen

    De Federal Reserve heeft eerder aangegeven dat een aanhoudende afkoeling van de inflatie en de arbeidsmarkt nodig is voor eventuele renteverlagingen. Voorzitter Jerome Powell benadrukte onlangs dat de recente inflatiecijfers te hoog waren en dat de Fed geduld moet hebben. De voorlopige cijfers over de arbeidskosten zijn een stap in de goede richting, maar wij betwijfelen of dit alleen volstaat om de Fed te overtuigen van een snelle renteverlaging. De markt verwacht momenteel een eerste renteverlaging in september, wat later is dan eerder gedacht.

    De inflatie in de VS is de afgelopen maanden hardnekkiger gebleken dan de centrale bank had gehoopt, wat leidde tot een herijking van de verwachtingen voor renteverlagingen. Deze daling in de stijging van de arbeidskostenindex kan een signaal zijn dat de inflatiedruk vanuit de loonkant afneemt. Het blijft echter afwachten hoe de komende maanden de inflatie en de werkgelegenheid zich verder ontwikkelen, alvorens de Fed besluit over haar monetaire beleid.

  • Beleggers Zien Minder Ruimte Voor Renteverlaging Nu Werkgelegenheid In De Verenigde Staten Afzwakt

    Beleggers Zien Minder Ruimte Voor Renteverlaging Nu Werkgelegenheid In De Verenigde Staten Afzwakt

    De Amerikaanse private sector heeft in mei minder nieuwe banen gecreëerd dan verwacht. Dit nieuws kan de Federal Reserve meer bewegingsruimte geven om de rente te verlagen.

    De Amerikaanse arbeidsmarkt toonde in mei een onverwacht zwakker beeld. De private sector creëerde vorige maand 152.000 nieuwe banen, zo blijkt uit cijfers van loonverwerker ADP. Dit cijfer ligt fors onder de verwachtingen van economen, die rekenden op gemiddeld 173.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Bovendien is het een duidelijke daling ten opzichte van de 188.000 banen die in april werden toegevoegd, een getal dat overigens ook neerwaarts werd bijgesteld van de eerder gemelde 192.000.

    Deze ontwikkeling op de arbeidsmarkt kan belangrijke gevolgen hebben voor het monetaire beleid van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve (Fed). Een afkoelende arbeidsmarkt is vaak een voorwaarde voor de Fed om de rente te verlagen, aangezien dit de inflatiedruk kan verminderen. Wij zien dit als een signaal dat de Fed mogelijk minder lang hoeft te wachten met het versoepelen van haar beleid dan eerder gedacht.

    Loonstijgingen Vertragen Ook

    Naast de banengroei vertragen ook de loonstijgingen. Werknemers die van baan wisselden, zagen hun salaris in mei met 7,8 procent toenemen, een daling ten opzichte van de 9,3 procent in april. Voor wie in dezelfde functie bleef, bedroeg de loonstijging 5 procent, iets minder dan de 5,1 procent een maand eerder. Dit is een gegeven dat de Fed nauwlettend in de gaten houdt, want te snelle loonstijgingen kunnen de inflatie aanwakkeren.

    Deze cijfers komen op een moment dat beleggers al wekenlang speculeren over het tijdstip van de eerste renteverlaging door de Fed. De markten reageerden dan ook positief op het nieuws, met futures die wijzen op een hogere kans op een renteverlaging in september. De Amerikaanse tienjaarsrente, een belangrijke graadmeter voor de economische verwachtingen, zakte na de publicatie van de ADP-cijfers.

    Belangrijke Week Voor Beleggers

    De publicatie van de ADP-cijfers is traditioneel een voorbode van het uitgebreidere werkgelegenheidsrapport van de Amerikaanse overheid, dat komende vrijdag verschijnt. Dat rapport, met de zogenaamde non-farm payrolls, omvat zowel de private als de publieke sector en wordt doorgaans als een nog belangrijkere indicator beschouwd. Economen verwachten voor dat rapport een groei van 185.000 banen in mei. Daarnaast zal de Fed volgende week woensdag haar rentebesluit bekendmaken en met nieuwe economische projecties komen.

    Al deze gegevens samen geven een complex beeld van de Amerikaanse economie. Enerzijds blijft de arbeidsmarkt veerkrachtig, maar de recente vertraging in banengroei en loonstijgingen duidt op een geleidelijke afkoeling. Wij houden het erop dat dit de Fed de nodige ademruimte geeft om de inflatie verder onder controle te krijgen, zonder de economie te hard af te remmen. De komende dagen zullen we zien of het officiële overheidsrapport dit beeld bevestigt en wat de markten dan precies doen.

  • Europese Commissie Toont Begrip Voor 20 Lidstaten Die Deadline Natuurherstelplan Missen

    Europese Commissie Toont Begrip Voor 20 Lidstaten Die Deadline Natuurherstelplan Missen

    Ongeveer twintig lidstaten, waaronder België, hebben de deadline van 1 september 2026 gemist voor de indiening van hun natuurherstelplannen, maar de Europese Commissie reageert begripvol.

    De indiening van nationale natuurherstelplannen, onderdeel van de Europese Green Deal, had tegen 1 september 2026 moeten gebeuren. Twintig van de 27 lidstaten, waaronder België, hebben deze voorlopige versie echter niet op tijd kunnen indienen. De Europese Commissie heeft nu laten weten dat ze hier begrip voor heeft, gezien de complexe aard van de opdracht.

    Volgens een woordvoerster van de Commissie is het proces van begin af aan een “collaboratieve oefening” geweest en erkent men de aanzienlijke inspanning die van lidstaten gevraagd wordt. Hoewel de Commissie inbreukprocedures kan starten bij het missen van deadlines, is dit nooit het primaire doel, zo klinkt het. De verwachting is dat de komende dagen nog meer plannen zullen binnenkomen.

    België Wacht Op Wallonië En Brussel

    Ook België heeft nog geen concreet plan ingediend over hoe het land actief kwetsbare natuurgebieden zal herstellen. Het kabinet van federaal minister van Klimaat en Ecologische Transitie, Jean-Luc Crucke (Les Engagés), wijt de vertraging aan de versnippering van bevoegdheden binnen de Belgische staatsstructuur. Specifiek is het wachten op de deelstaten Wallonië en Brussel om hun bijdrage te leveren. Milieuorganisaties en meerderheidspartij Vooruit hebben bovendien kritiek geuit op het Vlaamse plan, dat zij als ontoereikend beschouwen.

    De Europese Commissie benadrukt haar rol om lidstaten zoveel mogelijk te ondersteunen in dit proces en moedigt hen aan om “echte inspanningen” te leveren voor hun kladversies. Het uiteindelijke doel van de natuurherstelwet, die in 2024 werd goedgekeurd, is het afremmen en herstellen van de achteruitgang van de Europese natuur. Tegen 2030 moeten minstens 30 procent van de land- en zeegebieden in Europa die in slechte staat verkeren, herstelmaatregelen hebben ondergaan. Dit is een ambitieuze doelstelling die een gecoördineerde aanpak vereist, iets waar de huidige vertragingen een uitdaging voor vormen.

  • Nederlandse Planbureaus Zien Nauwelijks Daling Energiekosten Door Nieuwe EU-Klimaatregels

    Nederlandse Planbureaus Zien Nauwelijks Daling Energiekosten Door Nieuwe EU-Klimaatregels

    De Europese Unie wil de industrie ontlasten door de regels voor CO2-uitstoot te versoepelen, maar een gezamenlijk rapport van het CPB en PBL toont aan dat de impact op energiekosten minimaal is. Wel verwachten de planbureaus een aanzienlijke toename van de CO2-uitstoot.

    De Europese Commissie stelde in juli een versoepeling voor van de klimaatregels om de concurrentiepositie van Europese bedrijven te verbeteren. De belangrijkste aanpassing betreft het systeem van CO2-rechten, waarbij bedrijven langer de tijd en meer hulp krijgen om hun uitstoot te verminderen. Klimaatcommissaris Wopke Hoekstra wil onder meer het tempo verlagen waarmee het aantal beschikbare emissierechten naar nul wordt teruggebracht. Dit moet de prijzen voor die rechten doen dalen, en zo de energiekosten voor de industrie drukken.

    Echter, een gezamenlijk rapport van het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) laat een ander beeld zien. Volgens hun berekeningen zullen de prijzen van de CO2-rechten inderdaad met ruim een tiende dalen dankzij Hoekstra’s plannen. Dit vertaalt zich echter in een minimale besparing voor bedrijven: slechts 2 euro per megawattuur gas. Een druppel op een hete plaat, als je weet dat de marktprijs voor diezelfde hoeveelheid gas momenteel ruim 70 euro bedraagt. Dit lezen wij als een signaal dat de voorgestelde maatregelen de kern van het energieprobleem niet aanpakken, aangezien de impact op de totale energiefactuur van bedrijven te verwaarlozen is.

    Forse Toename CO2-uitstoot Verwacht

    De geringe kostendaling staat in schril contrast met de verwachte impact op het klimaat. Het CPB en PBL waarschuwen dat Hoekstra’s voorstellen de CO2-uitstoot in de EU de komende 25 jaar fors zullen doen toenemen. Het rapport raamt een netto toename van de uitstoot die meer dan elf keer de jaarlijkse uitstoot van Nederland bedraagt. Dit cijfer is gebaseerd op een ruwe doorrekening van de maatregelen die direct invloed hebben op de prijs van de emissierechten. Andere plannen van Hoekstra, zoals extra steun voor verduurzaming, zijn hierin niet meegenomen omdat ze de prijs van de rechten niet wezenlijk veranderen.

    Deze bevindingen suggereren dat de Europese Unie een moeilijke afweging maakt tussen economische concurrentiekracht en klimaatambities. Wij zien vooral dat het versoepelen van klimaatregels een dure manier is om een klein verschil te maken op het vlak van energiekosten, met grote ecologische gevolgen. De milieuorganisaties reageerden dan ook fel op de plannen van Hoekstra in juli, en bestempelden ze als een onaanvaardbare afzwakking van de klimaatdoelen. Ook binnen het bedrijfsleven waren de reacties verdeeld; sommigen zagen het als een stap in de goede richting, terwijl de Europese koepel voor de chemische industrie (Cefic) stelde dat de plannen tekortschieten om de oplopende CO2-kosten aan te pakken.

    Effectievere Oplossingen Liggen elders

    CPB-onderzoeker Herman Vollebergh benadrukt dat de plannen de energiekosten wel drukken, maar te weinig om de meeste bedrijven echt te helpen. De daling valt bovendien in het niet bij de gestegen olie- en gasprijzen, mede door geopolitieke spanningen. Om energie goedkoper te maken, zouden andere middelen effectiever zijn. Vollebergh noemt specifiek het verlagen van de energiebelasting, vooral op stroom, als een maatregel die bedrijven meer zou helpen. Dit toont aan dat er wellicht efficiëntere wegen zijn om de industriële energiekosten te beheersen zonder de klimaatdoelstellingen significant te compromitteren.

    De plannen van Hoekstra zullen naar verwachting nog flink onderhandeld worden in Brussel. Gezien de verdeeldheid onder de lidstaten en de kritiek die er nu al is, lijkt het onwaarschijnlijk dat de voorstellen in hun huidige vorm de eindstreep halen. Sommige landen overwegen zelfs om het hele systeem van CO2-rechten te schrappen of te pauzeren, wat de complexiteit van de situatie nog verder onderstreept.

  • EU Versoepelt Klimaatregels, Maar Industriële Uitstoot Stijgt Onverwacht Fors

    EU Versoepelt Klimaatregels, Maar Industriële Uitstoot Stijgt Onverwacht Fors

    De Europese Unie heeft een van haar belangrijkste klimaatmaatregelen versoepeld, in de hoop de industrie beter te wapenen tegen internationale concurrentie. Het tegendeel lijkt echter te gebeuren. Nieuwe cijfers tonen aan dat de uitstoot door zware industrieën in 2023 met 7 procent is gestegen, ondanks de versoepeling die net de druk moest verlichten. Dat betekent concreet dat de industrie meer broeikasgassen de lucht in stuurde.

    Deze stijging, die het Europees Milieuagentschap (EEA) deze week publiceerde, staat haaks op de verwachtingen. De versoepeling van het emissiehandelssysteem (ETS) moest de kosten voor bedrijven drukken en zo hun concurrentiekracht vergroten. In plaats daarvan zien we dat de uitstoot in sectoren zoals cement, staal en chemie significant toenam. Dat werpt toch vragen op over de effectiviteit van de beleidsaanpassing.

    Vrije rechten blijken dure rekening

    De versoepeling van het ETS-systeem houdt in dat bedrijven minder hoeven te betalen voor de uitstoot van broeikasgassen. Ze krijgen hiervoor gratis emissierechten toegekend. Het idee is dat dit een financieel voordeel oplevert voor bedrijven die gevoelig zijn voor ‘carbon leakage’, het risico dat productie naar landen buiten de EU verhuist met minder strenge klimaatregels. Denk dan aan de cement-, staal- en kunstmestsector. In 2023 kregen deze sectoren 70 procent van de emissierechten gratis, terwijl andere sectoren een groot deel moesten aankopen. Dit had de concurrentiepositie moeten verbeteren, maar de uitstoot stijgt. Wij zien hier vooral een signaal dat het systeem, althans op korte termijn, niet de gewenste prikkel geeft om te verduurzamen, maar eerder de ruimte creëert voor meer uitstoot.

    Concreet steeg de uitstoot in de cementindustrie met 11 procent, in de chemische sector met 8 procent en in de staalproductie met 6 procent. Zelfs in de luchtvaart, die ook onder het ETS valt, nam de uitstoot toe met 8 procent. Dit staat in schril contrast met de energiesector, waar de uitstoot vorig jaar met 15 procent daalde. Die daling komt deels door een toegenomen gebruik van hernieuwbare energiebronnen en minder steenkool.

    Duurzame transitie in gevaar?

    De toegenomen uitstoot in de zware industrie baart zorgen, zeker gezien de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de EU. De Unie wil tegen 2030 de uitstoot met 55 procent verminderen ten opzichte van 1990. Als de industrie, die een aanzienlijk deel van de totale uitstoot voor haar rekening neemt, haar uitstoot blijft verhogen, wordt het bijzonder lastig om die doelstellingen te halen. Dit wijst erop dat de balans tussen economische concurrentiekracht en klimaatambities nog moeilijk te vinden is.

    De Europese Commissie werkt intussen aan een herziening van het ETS-systeem, met als doel de gratis emissierechten geleidelijk af te bouwen en te vervangen door een koolstofgrensheffing (CBAM). Die heffing moet ervoor zorgen dat importproducten uit landen met minder strenge klimaatregels niet goedkoper zijn. Het is afwachten of deze aanpassing de industrie wel de juiste richting op stuurt, en of de uitstoot dan eindelijk zal dalen.

  • Bank Of Canada Houdt Rente Op 5 Procent, Markten Verwachtten Een Verlaging

    Bank Of Canada Houdt Rente Op 5 Procent, Markten Verwachtten Een Verlaging

    De Canadese centrale bank verrast de financiële markten door de beleidsrente onveranderd te laten, ondanks afkoelende inflatie.

    De financiële markten hadden een verlaging van de beleidsrente in Canada verwacht, maar de Bank of Canada (BoC) heeft vandaag beslist om de rentevoet op 5,00 procent te handhaven. Het leek er nochtans op dat de centrale bank zou ingrijpen: de inflatie was in april gedaald naar 2,7 procent, wat dichter bij de doelstelling van 2 procent ligt. Ook de economische groei in het eerste kwartaal van dit jaar bleef steken op 1,7 procent, lager dan de verwachte 2,2 procent. Wij lezen hierin een behoedzame aanpak, waarbij de centrale bank liever het zekere voor het onzekere neemt alvorens de economie verder te stimuleren.

    De BoC liet weten dat ze meer bewijs wil zien dat de inflatie structureel naar beneden gaat. Vooral de kerninflatie, die volatiele prijzen uitsluit, blijft met 2,9 procent nog te hoog. De centrale bank spreekt van een “aanhoudende onderliggende inflatie” die de beleidsmakers zorgen baart. Het besluit om de rente stabiel te houden, toont aan dat de BoC niet over één nacht ijs wil gaan en de inflatiedruk nauwlettend in de gaten blijft houden. Deze voorzichtigheid is vergelijkbaar met die van andere grote centrale banken, die worstelen met het juiste moment voor een eerste renteverlaging.

    Economische Groei En Prijsstabiliteit

    De Canadese economie kende in het eerste kwartaal een groeivertraging, met een percentage van 1,7 procent op jaarbasis. Dit was minder dan de 2,2 procent die de Bank of Canada zelf had voorspeld. Desondanks blijven de beleidsmakers waakzaam. Ze benadrukken dat het monetaire beleid effect heeft, maar dat de strijd tegen de inflatie nog niet gestreden is. Een van de lichtpuntjes is wel de inflatiedaling in april naar 2,7 procent. De centrale bank hoopt dat deze trend zich voortzet, maar wil eerst meer concrete cijfers zien alvorens de rente te verlagen.

    Volgende Stappen En Verwachtingen

    De volgende vergadering van de Bank of Canada staat gepland voor 24 juli. Tegen die tijd zullen er meer economische data beschikbaar zijn, waaronder nieuwe inflatiecijfers en arbeidsmarktstatistieken. De meeste analisten verwachten nu dat de BoC in juni of juli de rente voor het eerst zal verlagen, al is dat na vandaag minder zeker. De Canadese dollar reageerde meteen op het nieuws door te verstevigen ten opzichte van andere belangrijke valuta’s, wat aangeeft dat beleggers dit besluit als een positief signaal voor de stabiliteit van de munt zien.

    Renteverwachting: De BoC heeft aangegeven dat de deur voor een renteverlaging openstaat, maar dat dit afhangt van de ontwikkeling van de inflatiecijfers. Wij twijfelen of de centrale bank op korte termijn de rente zal verlagen als de kerninflatie niet sneller daalt.

    Economische indicatoren: De groei van de economie is vertraagd, maar de BoC is nog niet overtuigd dat de inflatiedruk voldoende is afgenomen om een renteverlaging te rechtvaardigen. Dit toont aan dat centrale banken wereldwijd de balans zoeken tussen economische groei en prijsstabiliteit.

  • Na Maanden Van Krimp Groeit Chinese Dienstensector Weer Met 52,5 Punten In April

    Na Maanden Van Krimp Groeit Chinese Dienstensector Weer Met 52,5 Punten In April

    De Chinese dienstensector heeft in april een opmerkelijke opleving gekend, na een periode van lichte krimp. De Caixin/S&P Global Purchasing Managers’ Index (PMI) voor de dienstensector steeg naar 52,5 punten, een duidelijke verbetering ten opzichte van de 52,2 punten die in maart werden genoteerd. Een score boven de 50 punten duidt op groei, wat betekent dat de sector na een dip in de voorgaande maanden nu weer een positieve ontwikkeling doormaakt.

    Deze groei is voornamelijk te danken aan een sterke toename van nieuwe orders. Binnenlandse klanten speelden hierin een cruciale rol. De export van diensten liet eveneens een lichte stijging zien, wat bijdraagt aan het algehele positieve sentiment. We zien dat dit cijfer een belangrijk signaal is voor de veerkracht van de Chinese economie, die al langer worstelt met de naweeën van de pandemie en een kwakkelende vastgoedmarkt. De Chinese dienstensector, die een aanzienlijk deel van het bruto binnenlands product (BBP) vertegenwoordigt en veel banen creëert, staat centraal in de herstelinspanningen van het land.

    Werkgelegenheid En Kosten Stijgen

    De groei van de dienstensector vertaalt zich ook naar de arbeidsmarkt. De werkgelegenheid in de sector nam voor de derde opeenvolgende maand toe, zij het in een iets trager tempo dan in maart. Dit wijst op een voorzichtige maar gestage toename van het vertrouwen bij bedrijven om nieuw personeel aan te werven. Tegelijkertijd zagen we dat de gemiddelde bedrijfskosten in april verder stegen, zij het in het traagste tempo van dit jaar. Die stijging kwam vooral door hogere kosten voor personeel en grondstoffen. Bedrijven probeerden deze hogere kosten deels door te berekenen aan hun klanten, wat resulteerde in een lichte stijging van de verkoopprijzen.

    De algemene bedrijfsoptimisme in de dienstensector nam in april toe tot het hoogste niveau in de afgelopen drie maanden. Dit suggereert dat bedrijven positiever zijn over hun vooruitzichten voor het komende jaar, ondanks aanhoudende uitdagingen. Wij houden het erop dat deze verbetering een welkome stimulans is voor de Chinese economie, die we in het eerste kwartaal van dit jaar al zagen groeien met 5,3 procent, wat boven de verwachtingen lag. Het is echter nog te vroeg om te zeggen of dit een duurzaam herstel inluidt of dat het een tijdelijke opleving betreft.

    Gemengd Beeld Met Industrie

    De goede prestaties van de dienstensector staan in contrast met de industrie. De Caixin/S&P Global PMI voor de industrie daalde in april naar 51,4 punten, van 51,1 punten in maart. Hoewel dit nog steeds wijst op groei, is de vertraging merkbaar. Gecombineerd weerspiegelt de samengestelde PMI (die zowel de industrie als de diensten omvat) nog steeds een robuuste groei van de Chinese bedrijfsgroei, met een index van 52,8 punten in april, tegenover 52,7 punten in maart. Dit samengestelde cijfer is het hoogste in bijna een jaar tijd, wat toch een positief beeld schetst voor de totale economische activiteit in China.

    De vraag blijft hoe lang deze groei kan aanhouden, zeker gezien de geopolitieke spanningen en de aanhoudende problemen in de vastgoedsector. Wij zien vooral dat de veerkracht van de Chinese consument en de binnenlandse vraag op dit moment de belangrijkste drijfveren zijn voor de economische groei. De overheid zal waarschijnlijk doorgaan met beleid dat de binnenlandse consumptie stimuleert om dit momentum vast te houden.

  • 193 Miljard Euro Aan Russische Tegoeden Komt Opnieuw In Zicht Voor Oekraïne

    193 Miljard Euro Aan Russische Tegoeden Komt Opnieuw In Zicht Voor Oekraïne

    Vier EU-landen dringen aan bij de Europese Commissie om de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear alsnog in te zetten voor de steun aan Oekraïne, negen maanden nadat een eerder plan werd afgevoerd.

    Nederland, Polen, Spanje en Zweden hebben de Europese Commissie vorige week donderdag officieel gevraagd om een juridische oplossing te vinden voor de bevroren Russische tegoeden. Het gaat om een aanzienlijk bedrag van ongeveer 193 miljard euro, dat zich voornamelijk bij de Brusselse financiële instelling Euroclear bevindt. De vier landen hopen dat dit geld alsnog kan worden ingezet om Oekraïne financieel te steunen in de oorlogsinspanningen.

    Deze vraag komt nauwelijks negen maanden nadat de Europese leiders in december nog beslisten om het bevroren geld onaangeroerd te laten. Toenmalig Belgisch premier Bart De Wever verzette zich tegen het plan, uit vrees voor juridische claims en Russische tegenmaatregelen. Europa koos er toen voor om zelf 90 miljard euro te lenen op de kapitaalmarkten en dit als renteloze lening aan Oekraïne te geven, een bedrag dat bedoeld was voor 2026 en 2027. Het blijkt nu al duidelijk dat dit niet volstaat, aangezien de oorlog intenser wordt en niet-EU-landen zoals Canada en Japan minder bijdragen dan verwacht.

    België Vraagt Onbeperkte Solidariteit

    De bezorgdheid van België blijft groot, aangezien het merendeel van de bevroren Russische tegoeden in Brussel is gestald. Een Russische rechtbank veroordeelde Euroclear al tot een schadevergoeding van ruim 200 miljard euro, een uitspraak die in juli in beroep werd bevestigd. Euroclear erkent de bevoegdheid van die rechtbank niet en heeft zelf een zaak aangespannen bij de ondernemingsrechtbank in Brussel. België wil niet alleen opdraaien voor de juridische risico’s en eventuele Russische represailles, en eist daarom onbeperkte solidariteit van de andere lidstaten. Het is een logische positie, zo lang er geen concreet voorstel op tafel ligt dat de risico’s voor alle landen spreidt.

    De vier landen vragen de Commissie dan ook expliciet om een voorstel uit te werken dat rekening houdt met de Belgische bezwaren. Eén piste die eerder al werd geopperd door drie voormalige topfunctionarissen – Annegret Kramp-Karrenbauer, Nathalie Loiseau en Daleep Singh – is om het geld met een Europese beslissing bij Euroclear weg te halen en onder te brengen bij de EU, waarbij ook alle aansprakelijkheid van België zou worden weggenomen. Dat zou juridisch haalbaar zijn, en we zien dat de vier landen achter deze denkoefening staan.

    Europese Commissie Wacht Af

    Opvallend is dat de Europese Commissie momenteel nog niet aan een concreet plan werkt. Hoewel Commissievoorzitter Ursula von der Leyen vorig jaar nog aangaf dat de tegoeden gebruikt zouden worden, lijkt ze nu voorzichtiger. Het wachten is blijkbaar op een gesprek tussen de regeringsleiders, dat pas in oktober zal plaatsvinden tijdens de Europese top. Daar zullen zowel de steun aan Oekraïne als de Europese meerjarenbegroting op de agenda staan. Indien het niet lukt om via de begroting voldoende geld voor Oekraïne te vinden, zullen de Russische tegoeden ongetwijfeld opnieuw centraal komen te staan. Wij volgen dit dossier nauwlettend op, want de druk op de financiële instellingen én op de politieke leiders zal alleen maar toenemen.

  • Belgen Pendelen Gemiddeld 61 Minuten Per Dag, Een Europees Record

    Belgen Pendelen Gemiddeld 61 Minuten Per Dag, Een Europees Record

    De dagelijkse reis van en naar het werk in België duurt voor het eerst gemiddeld langer dan een uur, waarbij een aanzienlijk deel van de pendelaars zelfs meer dan twee uur onderweg is. Dit patroon steekt schril af tegenover de Europese cijfers.

    Voor het eerst spenderen Belgen meer dan een uur per dag aan hun woon-werkverkeer. Uit een internationale studie van HR-dienstverlener SD Worx blijkt dat de gemiddelde pendeltijd in België is opgelopen tot 61 minuten per dag. Dit plaatst ons land ruimschoots boven het Europees gemiddelde van 48 minuten, wat de Belgische pendelaar de onbetwiste Europese kampioen maakt.

    De cijfers zijn opvallend, zeker als je bedenkt dat 13 procent van de Belgische werknemers dagelijks twee uur of meer onderweg is, soms zelfs meer dan 120 kilometer. Dat is een veel groter aandeel dan het internationale gemiddelde van 8 procent. Dit gegeven verklaart voor een deel waarom de totale gemiddelde pendeltijd zo hoog ligt. Mobiliteitsexpert Hajo Beeckman van VRT NWS wijst erop dat de verspreide woonlocaties in combinatie met de concentratie van werkgelegenheid in economische centra zoals de havens van Gent en Antwerpen, en de kenniscentra in Brussel, hier een grote rol in spelen.

    Historische Groei Van De Pendelcultuur

    De Belgische pendelcultuur is diep historisch geworteld. Al in de negentiende eeuw werd er bewust op ingezet om arbeiders in de steden te laten werken, terwijl ze op het platteland bleven wonen. Dit was mede ingegeven door politieke overwegingen, om te voorkomen dat het socialisme te sterk zou worden door massale verstedelijking. De aanleg van snelwegen en spoorwegen ondersteunde deze ontwikkeling. Dit historische aspect verklaart mogelijk waarom een aanzienlijk deel van de Belgen lange reistijden als een normaal onderdeel van de werkdag beschouwt; 34 procent van de Belgische werknemers geeft aan dat woon-werkverkeer hen significante werktijd kost, wat nauwelijks afwijkt van het gemiddelde van 32 procent in de onderzochte landen.

    Opmerkelijk is dat de bereidheid om te verhuizen voor werk in België lager ligt dan in buurlanden. Dit heeft te maken met de hoge woningbezitsgraad: zo’n 70 procent van de Vlamingen is eigenaar van een woning, een percentage dat elders in Europa beduidend lager is. In landen als Italië of Frankrijk verhuizen mensen dan ook sneller voor een job, mede omdat daar vaker gehuurd wordt.

    Openbaar Vervoer Schiet Tekort

    Hoewel het treinnet in België als redelijk betrouwbaar wordt beschouwd in vergelijking met Duitsland, blijkt het voor veel pendelaars geen volwaardig alternatief voor de wagen. Slechts drie op de tien Belgen woont in een centrumstad met goede treinverbindingen. Voor wie op het platteland woont, zijn overstappen vaak onvermijdelijk, waardoor de tijdwinst van de trein snel verloren gaat. De SD Worx-studie bevestigt dit beeld: slechts 25 procent van de vrouwen en 28 procent van de mannen vindt het openbaar vervoer handig, betrouwbaar en gemakkelijk bereikbaar, wat onder het Europees gemiddelde van 36 procent ligt.

    De studie toont ook duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen zijn gemiddeld langer onderweg (65 minuten) dan vrouwen (56 minuten). Ook pendelt 23 procent van de mannen meer dan 100 kilometer per dag, tegenover 12 procent van de vrouwen. Vrouwen wonen dus dichter bij hun werk en hebben een lagere acceptabele pendeltijd (47 minuten versus 67 minuten voor mannen). Wij zien hierin een aanwijzing dat de keuze voor een job en woonplaats voor vrouwen vaker wordt bepaald door de nabijheid van werk en de noodzaak om werk en privé in evenwicht te houden. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met de zorg voor kinderen of andere gezinsverantwoordelijkheden.