Blog

  • Omzetgroei Eén Op Drie Sectoren Remt Af Door Chinese Concurrentie, Volgens ING

    Omzetgroei Eén Op Drie Sectoren Remt Af Door Chinese Concurrentie, Volgens ING

    De impact van Chinese bedrijven op de Nederlandse industrie wordt steeds groter, zo concludeert ING uit nieuwe cijfers. Vooral in de chemie, auto-industrie en machinebouw ondervinden Nederlandse ondernemingen de gevolgen van de opkomst van Chinese spelers.

    De snelle opkomst van Chinese concurrenten heeft vorig jaar de omzetgroei van een derde van de Nederlandse industriële sectoren afgeremd. Dat blijkt uit recent onderzoek van ING, dat de toenemende invloed van Chinese bedrijven op de Europese markt analyseerde. De concurrentiedruk is het sterkst voelbaar in sectoren zoals de chemie, de auto-industrie en de machinebouw.

    De analyse van ING toont aan dat in de auto-industrie, bijvoorbeeld, de omzetgroei van Nederlandse bedrijven met bijna 10 procentpunt is afgeremd door Chinese concurrentie. Dit is een aanzienlijke verschuiving, want een jaar eerder, in 2022, was die invloed nog beperkter en betrof het slechts één op de vijf sectoren.

    Groeiende Invloed Op Productie

    De Chinese invloed beperkt zich niet enkel tot de verkoopcijfers. China heeft wereldwijd een dominantie opgebouwd in de productie van bepaalde grondstoffen en halffabricaten, zoals de zeldzame aardmetalen die cruciaal zijn voor hightechproducten. Wij zien vooral dat dit een strategische kwetsbaarheid creëert voor Europese landen, waaronder Nederland, die afhankelijk zijn van deze importen. Als de aanvoer stokt, kunnen hele productielijnen stilvallen. China weet hiermee een stevige positie op te bouwen in toeleveringsketens.

    De groeiende concurrentie komt zowel van Chinese bedrijven die rechtstreeks Nederlandse bedrijven beconcurreren, als van ondernemingen die hun producten goedkoper op de wereldmarkt aanbieden. Dit dwingt Nederlandse producenten om ofwel hun eigen prijzen te verlagen, ofwel hun aanbod te differentiëren om de concurrentiestrijd aan te gaan.

    Mogelijke Reacties Van Europa

    De Europese Unie heeft de concurrentiedruk vanuit China al langer in het vizier. Er lopen momenteel onderzoeken naar mogelijke staatssteun voor Chinese fabrikanten van elektrische auto’s en windturbines. Wij denken dat dit een voorbode is van strengere maatregelen, zoals importtarieven, die de EU zou kunnen overwegen om de eigen industrie te beschermen. Een dergelijke escalatie zou echter ook tot tegenmaatregelen van China kunnen leiden, wat de internationale handelsbetrekkingen verder op scherp zou zetten.

    De situatie vraagt om een zorgvuldige afweging tussen het beschermen van de eigen economie en het vermijden van een handelsoorlog. Wat dit concreet betekent voor de Europese afzetmarkten en de prijzen van producten, valt nog te bezien. Het is nog onduidelijk hoe snel en in welke mate de EU daadwerkelijk zal ingrijpen en welke impact dat heeft op de Nederlandse industrie.

  • Nivea-Topman Warnery Waarschuwt Voor Europese Regels, De Cosmeticasector Kan Haar Voorsprong Verliezen

    Nivea-Topman Warnery Waarschuwt Voor Europese Regels, De Cosmeticasector Kan Haar Voorsprong Verliezen

    De CEO van Beiersdorf, het moederbedrijf van Nivea, vreest dat de Europese cosmetica-industrie dezelfde weg opgaat als de auto-industrie door een overdaad aan regulering.

    De Europese cosmetica-industrie dreigt haar vooraanstaande positie op de wereldmarkt te verliezen. Dat zegt Vincent Warnery, de topman van Beiersdorf, het concern achter merken als Nivea en Eucerin. Hij waarschuwt dat de strenge Europese regelgeving een zware last legt op bedrijven, terwijl concurrenten uit landen als de Verenigde Staten, China en Zuid-Korea veel minder beperkingen kennen.

    Warnery stelt dat de Europese cosmeticasector de “volgende auto-industrie” dreigt te worden, een sector die de afgelopen jaren fors heeft moeten inboeten aan winst en marktaandeel, onder meer door regelgeving en hoge kosten. Zo kondigde Volkswagen vorige week nog aan dat het tegen 2030 maar liefst 100.000 banen wil schrappen. Dat is voor de cosmeticareus van Nivea een schrikbeeld. Wij zien hier vooral een pleidooi voor minder regels, ingegeven door de groeiende concurrentiedruk vanuit Azië en Noord-Amerika.

    Minder Regels Elders

    Volgens de topman van Beiersdorf zijn de huidverzorgingsproducten uit Europa al onderworpen aan de strengste kwaliteitsnormen. Toch worden bedrijven gedwongen om bepaalde ingrediënten uit hun formules te verwijderen, zelfs als deze bij normaal gebruik geen risico vormen. Dit brengt grote uitdagingen met zich mee voor de productontwikkeling en innovatie.

    Een ander punt van frustratie is de herziene Europese richtlijn voor stedelijk afvalwater. Die richtlijn wil fabrikanten financieel verantwoordelijk maken voor de zuivering van afvalwater. Warnery argumenteert dat bedrijven als Beiersdorf hierdoor aanzienlijke bedragen zouden moeten betalen, hoewel hun bijdrage aan de totale watervervuiling relatief klein is. Deze extra kosten kunnen de concurrentiepositie van Europese bedrijven verder onder druk zetten tegenover spelers die dergelijke lasten niet dragen.

    Beiersdorf Boekte Recent Omzetdaling

    Onder Warnery’s leiding kende Beiersdorf, dat hij sinds mei 2021 aanstuurt, aanvankelijk een sterke groei. Recente kwartaalcijfers lieten echter een omzetdaling zien, vooral door zwakkere prestaties van het vlaggenschip Nivea. Dit toont aan dat de druk op de Europese cosmetica-industrie al voelbaar is en dat de waarschuwingen van Warnery niet zomaar uit de lucht gegrepen zijn. Het is een sector die wereldwijd een geschatte waarde heeft van ruim 250 miljard euro, waar Europese spelers traditioneel een groot deel van uitmaken.

    De oproep van Warnery is duidelijk: Europa moet de balans vinden tussen regulering en het behoud van het concurrentievermogen van zijn industrieën. De vraag is of beleidsmakers hier gehoor aan geven, of dat de cosmeticasector inderdaad de weg inslaat die de auto-industrie al eerder bewandelde.

  • 50 Procent Nederlandse Bedrijven Voelt Druk Van Chinese Concurrentie

    50 Procent Nederlandse Bedrijven Voelt Druk Van Chinese Concurrentie

    Tot voor kort profiteerde Nederland van goedkope Chinese import, maar nu melden bedrijven dat de concurrentie moordend wordt, met bijna de helft die de druk al voelt.

    Ongeveer de helft van de Nederlandse bedrijven voelt de toenemende concurrentie van Chinese spelers, zo blijkt uit recent onderzoek. Waar Nederlandse consumenten jarenlang konden genieten van voordelige producten uit China, merken bedrijven nu de keerzijde: Chinese concurrenten betreden de markt met bijzonder lage prijzen, waardoor winstmarges en orderboeken onder druk komen te staan.

    De situatie is vooral nijpend voor sectoren zoals de chemie, de zonne-energiesector en de elektronica. Chinese bedrijven, gesteund door overheidsfinanciering en schaalvoordelen, kunnen producten aanbieden die ver onder de kostprijs van westerse producenten liggen. Dit dwingt Nederlandse bedrijven om óf hun prijzen drastisch te verlagen, óf hun productie te verplaatsen, dan wel het hoofd te buigen voor de buitenlandse druk. Volgens het onderzoek meldt 47 procent van de ondervraagde bedrijven een negatieve impact op hun bedrijfsvoering.

    Chinese Bedrijven Winnen Marktaandeel

    Deze trend is niet nieuw, maar de intensiteit neemt duidelijk toe. We zien vooral dat Chinese bedrijven agressief marktaandeel winnen in segmenten waar de groei traag is, of waar Europa het laat liggen. De snelle opkomst van elektrische voertuigen en hernieuwbare energiebronnen in China, vaak met massale staatssteun, zet de concurrentiekracht van Europese fabrikanten verder onder druk. Het gaat hierbij niet alleen om de export van goederen naar Europa, maar ook om Chinese bedrijven die hier fabrieken bouwen of strategische investeringen doen.

    De Europese Commissie heeft al maatregelen genomen om de markt te beschermen, zoals onderzoek naar Chinese staatssteun voor elektrische auto’s en windmolens. De uitkomst van dergelijke onderzoeken en de eventuele importtarieven die daaruit voortvloeien, zullen bepalend zijn voor de toekomst van de getroffen sectoren. Het is een delicate balans tussen open handel bewaren en de eigen industrie beschermen tegen oneerlijke concurrentie.

    Wat Betekent Dit Voor Europa?

    Voor de bredere Europese economie kan deze ontwikkeling verstrekkende gevolgen hebben. Als steeds meer productie naar China verschuift of Europese bedrijven het niet meer kunnen bolwerken, dan kan dat leiden tot banenverlies en een afname van innovatie in de Benelux. Wij zien vooral dat deze situatie de noodzaak benadrukt voor Europese landen om hun eigen concurrentiepositie te versterken door te investeren in innovatie en duurzaamheid, in plaats van alleen te reageren op de prijsconcurrentie. Het kan twee kanten op: of we worden afhankelijk, of we worden gedwongen tot vernieuwing.

    De Nederlandse regering heeft al aangekondigd de situatie nauwlettend te volgen en in gesprek te gaan met de getroffen sectoren. Tegelijkertijd blijven de banden met China cruciaal voor de handel en economische groei, waardoor een radicale breuk onwaarschijnlijk is. De komende maanden zal blijken in hoeverre de Europese Unie daadwerkelijk in staat is om haar bedrijven te beschermen zonder een handelsoorlog te ontketenen.

  • Alcoa Ziet Aluminiumtekort En Sterke Vraag Aanhouden, Tarieven Kunnen Positief Uitpakken

    Alcoa Ziet Aluminiumtekort En Sterke Vraag Aanhouden, Tarieven Kunnen Positief Uitpakken

    De Amerikaanse aluminiumproducent Alcoa verwacht dat de mondiale aluminiummarkt buiten China in 2026 en 2027 krap blijft, terwijl een gunstige heronderhandeling van importtarieven miljarden euro’s aan extra inkomsten kan opleveren.

    De Amerikaanse aluminiumproducent Alcoa, een wereldspeler in bauxiet, aluminiumoxide en aluminium, anticipeert op een aanhoudend wereldwijd aluminiumtekort buiten China. Dat zei financieel directeur Molly Beerman deze week op de Jefferies Global Industrials Conference 2026. De vraag vanuit Noord-Amerika en Europa blijft sterk, wat het bedrijf in een goede positie brengt voor toekomstige prijsafspraken.

    Volgens Beerman heeft Alcoa in het tweede kwartaal van 2026 recordproducties genoteerd in vijf van zijn faciliteiten en zet deze trend zich voort in het derde kwartaal. Klanten zoeken naar regionale leveranciers vanwege onzekerheden rond de productie in het Midden-Oosten, wat Alcoa ten goede komt. Het bedrijf heeft zijn orderboek voor waardetoevoegende producten voor de rest van 2026 bijna volledig gevuld en verwacht bij de contractonderhandelingen voor 2027 gunstige premies te kunnen bedingen.

    Miljard Voordeel Uit Tarieven

    Alcoa staat ook klaar om te profiteren van verschillende handelsbeleidsscenario’s. Het bedrijf betaalt momenteel meer dan 1 miljard euro aan tarieven voor zijn Canadese aluminiumimport naar de Verenigde Staten, bij een huidig tarief van 50 procent. Echter, de zogenaamde Midwest-premie compenseert deze kosten en levert zelfs marge op door de beperkte beschikbaarheid van metaal.

    Wanneer Canada een gunstiger tarief zou krijgen, waardoor de tarieflast van Alcoa halveert, zou dit volgens Beerman een aanzienlijk voordeel opleveren. Een quotumsysteem zou eveneens gunstig kunnen zijn. De VS moet ongeveer 4 miljoen ton aluminium invoeren, waarvan Canada er ongeveer 3 miljoen ton kan leveren. Als andere handelspartners ook tariefverlichting zouden krijgen, zou de Midwest-premie kunnen dalen, maar Beerman verwacht niet dat deze terugkeert naar de niveaus van vóór de tarieven, aangezien de VS import zal moeten blijven stimuleren. Wij zien vooral een win-winsituatie voor Alcoa ontstaan, waar zowel stabiliteit in de vraag als gunstige voorwaarden in de toeleveringsketen de operationele marges kunnen versterken.

    Grote Overname En Schuldafbouw

    De CFO besprak ook de voorgestelde overname van bauxiet-, aluminiumoxide- en aluminiumactiva van South32, een deal die naar verwachting in de tweede helft van 2027 wordt afgerond. Deze transactie, de grootste in de geschiedenis van Alcoa, zal het bedrijf naar verwachting ongeveer 830 miljoen euro aan synergieën opleveren, met een jaarlijkse besparing van 46 miljoen euro binnen twaalf maanden na de afronding door efficiëntere inkoop, logistiek en commerciële voordelen.

    In verband met deze overname heeft Alcoa ongeveer 2,4 miljard euro aan nieuwe schulden uitgegeven. De aangepaste nettoschuld komt daarmee op 4,3 miljard euro, tegenover een verwachte EBITDA van 3 miljard euro. Alcoa wil de schuld afbouwen door kasstroom te genereren uit de gecombineerde portefeuille, de mogelijke verkoop van zijn belang van 1,5 miljard euro in Ma’aden vanaf 2028, en opbrengsten uit de verkoop van transformatieactiva. Het bedrijf verwacht tussen 460 miljoen en 930 miljoen euro op te halen uit de verkoop van deze activa tegen 2030, waarbij de opbrengst wordt gebruikt voor schuldvermindering.

    De vraag naar verpakkingen en elektrische producten blijft sterk, terwijl de vraag naar gieterijproducten voor auto’s eveneens robuust is. Enkel de vraag naar billets in Europa toont enige zwakte, met klanten die voorzichtiger zijn door geopolitieke omstandigheden. Hoewel de overname de balans tijdelijk onder druk zet, blijven de langetermijnvooruitzichten gunstig door de sterke marktvraag en de strategische positionering van Alcoa.

  • Minderheidsaandeelhouders Houden Overnamebod Van 10,7 Miljard Euro Op Recordati Tegen

    Minderheidsaandeelhouders Houden Overnamebod Van 10,7 Miljard Euro Op Recordati Tegen

    Tegen de voorgenomen overname van het Italiaanse farmabedrijf Recordati door de investeringsmaatschappijen CVC en GBL groeit het verzet. De geboden prijs van 10,7 miljard euro is volgens sommige aandeelhouders te laag.

    De geplande overname van het Italiaanse farmabedrijf Recordati door de investeringsmaatschappijen CVC en GBL stuit op groeiende weerstand. Waar het bod van 10,7 miljard euro in euro’s (ongeveer 11,5 miljard dollar) aanvankelijk op brede acceptatie leek te kunnen rekenen, organiseren minderheidsaandeelhouders zich nu om de deal tegen te houden. Zij vinden dat de voorgestelde prijs de ware waarde van Recordati, een bedrijf dat gespecialiseerd is in zeldzame ziekten, niet weerspiegelt.

    De situatie is opmerkelijk, aangezien de Recordati-familie, die een controlerend belang van 30 procent heeft, in 2018 al een deal sloot met CVC. Deze deal ter waarde van 3 miljard euro voor hun aandelen bevatte een optie voor CVC om de rest van de aandelen in de toekomst over te nemen. De huidige onvrede komt vooral van institutionele beleggers die sinds die tijd in het bedrijf zijn gestapt en menen dat de groei en financiële prestaties van Recordati sindsdien een hogere waardering rechtvaardigen.

    Waarom Het Verzet Groeit

    Recordati heeft de afgelopen jaren sterke resultaten neergezet, met een focus op de lucratieve markt van medicijnen voor zeldzame ziekten. Dit strategische pad heeft geleid tot solide inkomsten en een stabiele groei, wat de verwachtingen van beleggers heeft doen toenemen. Wij zien vooral dat de aandeelhouders van mening zijn dat de overnameprijs van 10,7 miljard euro niet voldoende de toekomstige potentie en de huidige marktpositie van Recordati weerspiegelt. De biedprijs per aandeel, die de bronnen niet expliciet vermelden, zou volgens hen een te kleine premie bieden boven de beurskoers vóór de bekendmaking van het bod.

    De opstand van minderheidsaandeelhouders is een veelvoorkomend fenomeen bij overnames. Vaak proberen ze een hogere prijs af te dwingen door gezamenlijk actie te ondernemen. In dit geval lijkt de focus op de unieke positie van Recordati in de zeldzame-ziektenmarkt een belangrijk argument te zijn. Deze nichemarkt staat bekend om zijn hoge winstmarges en relatief stabiele vraag, wat het bedrijf een waardevolle aanwinst maakt voor investeerders.

    Wat Betekent Dit Voor CVC En GBL?

    Voor CVC en GBL betekent dit dat de overname complexer en potentieel duurder kan uitvallen. Om de deal te laten slagen, zullen ze mogelijk de biedprijs moeten verhogen of verdere concessies moeten doen aan de minderheidsaandeelhouders. De verhoogde druk kan ook leiden tot vertraging in het overnameproces, wat extra kosten met zich meebrengt en onzekerheid creëert voor zowel het management van Recordati als voor de bredere markt.

    Het is nog afwachten of de aandeelhouders met hun verzet een hogere biedprijs kunnen afdwingen. Zulke situaties hangen vaak af van de mate van organisatie van de aandeelhouders en de bereidheid van de kopende partijen om concessies te doen. De uitkomst van deze strijd zal mogelijk een precedent scheppen voor toekomstige overnames in de farmaceutische sector.

  • Federal Reserve Houdt Rente Gelijk, Markten Hadden Gehoopt Op Een Verlaging

    Federal Reserve Houdt Rente Gelijk, Markten Hadden Gehoopt Op Een Verlaging

    De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, komt op woensdag 12 juni samen om te stemmen over de toekomstige rentetarieven, een besluit dat financiële markten wereldwijd nauwlettend volgen. Een ongewijzigde rentevoet lijkt vast te staan, waardoor de focus verschuift naar de signalen over toekomstige beleidsplannen.

    De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, houdt op woensdag 12 juni haar belangrijke beleidsvergadering. De markten verwachten algemeen dat de Fed de referentierente ongewijzigd zal laten in de bandbreedte van 5,25 procent tot 5,50 procent. Dit zou de zevende keer op rij zijn dat de rente stabiel blijft, na een reeks van elf verhogingen tussen maart 2022 en juli 2023.

    De aandacht verschuift dan ook van het directe besluit naar de zogenaamde ‘dot plots’, de individuele renteverwachtingen van de Fed-bestuurders voor de komende jaren. Wij zien vooral uit naar de bijbehorende persconferentie van voorzitter Jerome Powell, die meer inzicht kan geven in de toekomstige richting van het monetaire beleid. De Fed heeft eerder aangegeven dat ze meer bewijs nodig heeft van een aanhoudende daling van de inflatie richting de doelstelling van 2 procent voordat ze de rente verlaagt.

    De recente economische cijfers uit de VS bieden een gemengd beeld. De Amerikaanse economie groeide in het eerste kwartaal met 1,3 procent, wat lager was dan eerdere schattingen, terwijl de inflatie in april uitkwam op 3,4 procent op jaarbasis. Dat is een lichte daling ten opzichte van de 3,5 procent in maart, maar nog steeds ver boven de gewenste 2 procent. Deze cijfers maken de positie van de Fed complexer: een te vroege renteverlaging kan de inflatie opnieuw aanwakkeren, terwijl te lang wachten de economische groei kan afremmen.

    Wat de ‘dot plots’ ons Vertellen

    De ‘dot plots’ zijn cruciaal. In maart gaven de meeste Fed-functionarissen aan dat ze drie renteverlagingen van elk 25 basispunten verwachtten in 2024. Gezien de recente inflatiecijfers en de aanhoudende kracht van de Amerikaanse arbeidsmarkt, twijfelen wij of deze projecties zullen standhouden. Het is mogelijk dat de Fed haar verwachtingen naar beneden bijstelt, wat de markt zou kunnen teleurstellen en tot volatiliteit kan leiden.

    Een verschuiving naar slechts één of twee verwachte renteverlagingen dit jaar zou de Amerikaanse dollar kunnen versterken en de obligatierentes verder kunnen opdrijven. Dit heeft directe gevolgen voor de kosten van lenen voor bedrijven en consumenten, en kan de financiële markten de komende dagen flink bezighouden. Wij zouden hier niet te vroeg op de bal spelen, want de Fed is al vaker van koers veranderd.

    De Bredere Context van het Besluit

    Dit rentebesluit komt op een moment dat de wereldwijde centrale banken verschillende paden bewandelen. De Europese Centrale Bank (ECB) verlaagde onlangs haar rentetarieven met 25 basispunten, de eerste verlaging sinds 2019. Canada verlaagde ook haar rente, waarmee ze afwijken van de Fed. Dit verschil in beleid kan invloed hebben op de wisselkoersen en de internationale kapitaalstromen, wat de positie van de Fed nog belangrijker maakt.

    De markten zijn vooral benieuwd of Powell de deur openhoudt voor een renteverlaging in september, of dat hij de verwachtingen verder tempert. De beslissing zal niet alleen bepalen hoe de Amerikaanse economie zich de komende maanden ontwikkelt, maar ook hoe andere centrale banken reageren op de mondiale economische dynamiek.

  • Voor Het Eerst Sinds Oktober Verwacht Goldman Sachs Renteverhoging Door De Fed

    Voor Het Eerst Sinds Oktober Verwacht Goldman Sachs Renteverhoging Door De Fed

    De grote bank volgt daarmee de marktverwachting, ondanks een gedaalde kerninflatie. Economen discussiëren of deze stap echt over inflatiebestrijding gaat, of eerder over het sussen van Wall Street.

    Sinds begin dit jaar hebben economen en analisten de Federal Reserve nauwlettend in de gaten gehouden. Vrijdag trok Goldman Sachs, als een van de laatste grote banken, zijn prognose in en verwacht nu dat de Fed de rente volgende week met 25 basispunten zal verhogen. Daarmee schaart de bank zich bij de bijna unanieme marktverwachting.

    De verschuiving komt ondanks de daling van de kerninflatie (Core CPI) naar een vijfjarig dieptepunt van 2,4 procent. Twee jaar geleden, in september 2024, verlaagde de Fed de rente nog met 50 basispunten toen de jaarlijkse kerninflatie boven de 3 procent lag.

    Wall Street Of Inflatie?

    Deze verwachte renteverhoging roept vragen op over de motieven van de Fed. James Thorne, hoofdmarktstrateeg bij Wellington-Altus, noemt de koerswijziging van Goldman Sachs een “Wall Street wall of mirrors”. Volgens hem is er geen materiële verandering in de inflatievooruitzichten, maar wil de Fed Wall Street kalmeren door de rente te verhogen, aangezien de markt een verhoging met bijna 90 procent inprijst.

    Thorne benadrukt dat renteverhogingen de productie van olie niet stimuleren, de raffinagecapaciteit niet uitbreiden en verstoorde toeleveringsketens niet herstellen. Ze verminderen daarentegen de vraag, investeringen, werkgelegenheid en de koopkracht van huishoudens. De loongroei is vertraagd tot slechts 3,1 procent op jaarbasis, wat volgens Thorne aantoont dat er geen loon-prijsspiraal of diepgewortelde inflatie is.

    Tegenspraak Over PCE-Index

    Niet iedereen deelt de analyse van Thorne. Diane Swonk, hoofdeconoom bij KPMG, wijst erop dat de recente stijgingen van de kerninflatie vooral in de dienstensector plaatsvonden. De ‘super core services’ stegen met een forse 0,5 procent en met 3 procent op jaarbasis.

    Swonk verwacht dat de PCE-index, de favoriete inflatiemaatstaf van de Fed, in augustus met 0,4 procent zal stijgen, met een kern-PCE die 0,3 procent hoger ligt. Dit zou de geannualiseerde kern-PCE op 3,4 procent brengen, aanzienlijk boven de 2 procent doelstelling van de Fed. KPMG verwacht nu drie renteverhogingen tegen begin 2027, wat de geloofwaardigheid van de Fed in de strijd tegen inflatie zou vergroten.

    De rol van de financiële markten

    De beslissing van de Federal Reserve om de rente al dan niet te verhogen, heeft traditioneel een grote impact op zowel de traditionele als de cryptomarkten. Een hogere rente maakt het lenen van geld duurder, wat de economische groei kan afremmen maar ook helpt bij het beteugelen van inflatie. Voor crypto-activa, die vaak als risicovolle beleggingen worden gezien, kan dit leiden tot een verminderde vraag, aangezien beleggers kiezen voor veiliger, rentedragende activa.

    De onzekerheid over de motivatie van de Fed – inflatiebestrijding versus het sussen van de financiële markten – blijft de discussie domineren. Wij zien dat de marktverwachting nu zo sterk is dat de Fed de rente bijna wel móét verhogen om geen paniek te veroorzaken. De komende vergadering zal uitwijzen welke afweging de centrale bank uiteindelijk maakt en wat dit betekent voor de bredere economie.

  • Circle Betaalt 370 Miljoen Euro Voor Tazapay, Stabiliseert Aanwezigheid In Opkomende Markten

    Circle Betaalt 370 Miljoen Euro Voor Tazapay, Stabiliseert Aanwezigheid In Opkomende Markten

    De uitgever van de USDC-stablecoin verwerft een Singaporese betalingsdienstverlener om lokale betaalinfrastructuur en bankrelaties te verkrijgen in meer dan honderd landen, een strategische zet in de concurrentie met Tether.

    Stablecoin-uitgever Circle neemt het Singaporese betaalbedrijf Tazapay over voor 400 miljoen dollar (ongeveer 370 miljoen euro). Met deze overname wil Circle de expansie van zijn USDC-stablecoin versnellen in opkomende markten, waar de concurrentie met rivaal Tether (USDT) toeneemt.

    Waarom nu? De overname biedt Circle toegang tot lokale betaalinfrastructuur, vergunningen en bankrelaties die anders jaren zouden duren om op te bouwen. Volgens Irfan Ganchi, senior vicepresident van betalingen bij Circle, is stablecoin settlement een kernonderdeel geworden van de wereldhandel. Om USDC overal bruikbaar te maken, moet het kunnen aansluiten op lokaal geld en valuta’s. Tazapay heeft al uitbetalingsnetwerken in meer dan honderd landen, met een sterke focus op Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.

    De Strijd Om Opkomende Markten

    Deze strategische zet onderstreept het groeiende belang van opkomende markten voor stablecoins. Experts zien dit als het ‘volgende strijdtoneel’ voor deze digitale valuta. Terwijl USDC al een sterke positie heeft in ontwikkelde markten met een totale circulatie van zo’n 74 miljard dollar, is Tether’s USDT al lange tijd dominant in veel opkomende regio’s. Met een marktkapitalisatie die ver boven de 100 miljard dollar ligt, is USDT de grootste stablecoin ter wereld.

    De stap van Circle is een duidelijke poging om deze kloof te dichten. Wij zien vooral dat de noodzaak om last-mile operaties — zoals klantcontroles, het innen van geld en het uitbetalen aan ontvangers — te beheren, steeds crucialer wordt. Elk land heeft immers zijn eigen valuta’s, betaalmethoden en nalevingsvereisten, wat de lokale integratie complex maakt. Tazapay’s bestaande netwerk vereenvoudigt dit aanzienlijk voor Circle, dat al werkt aan zijn eigen Circle Payments Network (CPN) voor grensoverschrijdende betalingen en Arc, zijn blockchain voor stablecoin-gebaseerde financiële activiteiten.

    Breder Stablecoin Landschap

    De concurrentie in de stablecoin-ruimte beperkt zich overigens niet tot de gevestigde namen. Ook traditionele banken in de Verenigde Staten en Europa ontwikkelen hun eigen tokens. Daarnaast is er het Open USD-initiatief, geleid door Stripe en met meer dan honderd deelnemers zoals Visa, Mastercard en Coinbase, dat eveneens de stablecoin-betalingen wil stimuleren. Dit toont aan dat de markt volwassen wordt en dat stablecoins steeds vaker worden gezien als een essentieel onderdeel van de financiële infrastructuur.

    De overname van Tazapay door Circle, voor een bedrag dat gelijkstaat aan ruim 0,5 procent van USDC’s huidige marktkapitalisatie, is een investering in de toekomstige groei en adoptie van hun stablecoin. Of deze zet voldoende is om de voorsprong van Tether in opkomende markten in te halen, moet de komende jaren blijken.

  • Beleggers Zien De Federal Reserve De Rente Vast Houden, Ondanks Economische Druk

    Beleggers Zien De Federal Reserve De Rente Vast Houden, Ondanks Economische Druk

    De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, heeft besloten de beleidsrente ongewijzigd te laten, terwijl de energiemarkten en de obligatiemarkten juist tekenen gaven van een versnellende inflatie.

    De verwachting was breed, zeker onder analisten van onder andere Investors.com: de Federal Reserve zou deze week de rente opnieuw verhogen. De stijgende olieprijzen en de oplopende rendementen op staatsobligaties voedden het idee dat een renteverhoging onvermijdelijk was om de inflatie in toom te houden. Toch heeft de Amerikaanse centrale bank besloten om de rente stabiel te houden, een beslissing die de financiële markten nu verder moeten verwerken.

    De prijs van een vat Brentolie schoot de afgelopen periode omhoog, en wist zelfs de grens van 100 dollar per vat te doorbreken. Tegelijkertijd zagen we de rendementen op Amerikaanse tienjarige staatsobligaties stijgen tot meer dan 4,5 procent, het hoogste niveau in vijftien jaar. Deze ontwikkelingen wijzen doorgaans op inflatoire druk en zouden een centrale bank normaal gesproken aanzetten tot een restrictiever monetair beleid. Het besluit om de rente ongemoeid te laten, verraste dan ook velen die de economische signalen interpreteerden als een voorbode van verdere verkrapping.

    Rentebeleid Fed Blijft Onzeker

    Wij zien vooral dat de Federal Reserve hiermee een evenwicht probeert te vinden tussen inflatiebestrijding en het vermijden van een harde landing van de economie. De recente cijfers over de werkgelegenheid en de consumentenuitgaven vertonen immers ook een zekere veerkracht, wat de Fed misschien de ruimte geeft om even af te wachten. Het feit dat de centrale bank nu een pas op de plaats maakt, terwijl de inflatiedruk vanuit olie en obligaties toeneemt, suggereert dat men niet over één nacht ijs gaat. De vraag is nu of deze adempauze voldoende zal zijn, of dat de Fed binnenkort alsnog gedwongen wordt om de rente verder op te schroeven als de inflatie niet afkoelt. Het blijft een delicate evenwichtsoefening, en de signalen zijn niet eenduidig.

    Wat Dit Betekent Voor De Markten

    De reactie van de aandelenmarkten op dit soort beslissingen is vaak complex. Hoewel een ongewijzigde rente op korte termijn als positief kan worden ervaren omdat de leenkosten niet stijgen, weegt de onderliggende inflatiedruk zwaar. Bedrijven zoals Apple en Moderna, die recent nog als ‘nieuwe aankopen’ werden bestempeld door analisten, zullen de impact van zowel hogere energiekosten als de onzekerheid over toekomstig rentebeleid moeten opvangen. Wij houden het erop dat de onduidelijkheid over de inflatie en de toekomstige beleidskeuzes van de Federal Reserve voorlopig de boventoon zal voeren op de financiële markten. Of deze pauze de broodnodige rust brengt, of juist de spanning verhoogt, zal de komende maanden moeten blijken.

  • Amerikaanse Consumenteninflatie Versnelt Door Gasrekening, Stijgt Naar 0,4 Procent Maandelijks

    Amerikaanse Consumenteninflatie Versnelt Door Gasrekening, Stijgt Naar 0,4 Procent Maandelijks

    De consumentenprijzen in de Verenigde Staten zijn in augustus sneller gestegen dan de maand ervoor, wat de Federal Reserve onder druk zet om de rentetarieven verder te verhogen.

    De consumenteninflatie in de Verenigde Staten is in augustus versneld. Op maandbasis stegen de prijzen met 0,4 procent, een aanzienlijke toename ten opzichte van de 0,1 procent in juli. Jaar op jaar bleef de inflatie stabiel op 3,4 procent, zo meldt het Amerikaanse ministerie van Arbeid. Deze cijfers, in lijn met de verwachtingen van economen, wijzen op een aanhoudende druk op de koopkracht.

    De belangrijkste drijfveer achter de inflatieversnelling waren de energieprijzen. De benzineprijzen stegen met 3,9 procent in augustus, goed voor meer dan een derde van de totale maandelijkse stijging van de consumentenprijsindex (CPI). Ook de dieselprijzen bereikten een nieuw record van meer dan zes dollar per gallon (ongeveer 1,46 euro per liter) als gevolg van de aanhoudende conflicten in het Midden-Oosten. Wij zien vooral dat deze stijgingen de transportkosten opdrijven, wat vervolgens doorwerkt in de prijzen van alledaagse goederen.

    Fed-renteverhoging Ligt Op Tafel

    Deze inflatiecijfers, gecombineerd met sterke producentenprijzen en een herstellende arbeidsmarkt, vergroten de kans op een renteverhoging door de Federal Reserve (Fed) volgende week. De groothandelsinflatie, gemeten door de producentenprijsindex (PPI), steeg in augustus naar 5,4 procent op jaarbasis, tegenover 4,8 procent in juli. Dat is het hoogste niveau sinds mei dit jaar. De Fed volgt deze indicatoren nauwlettend om de inflatie, die al meer dan vijf jaar hardnekkig hoog blijft, terug te dringen naar hun doel van 2 procent.

    Financiële markten schatten de kans op een renteverhoging van 0,25 procentpunt op 87 procent. Wij houden het erop dat de Fed zich genoodzaakt voelt om in te grijpen, omdat de energiekosten niet beperkt blijven tot het tankstation, maar door de hele economie sijpelen via transport en logistiek. Een financiële expert van Loyola Marymount University, Sung Won Sohn, waarschuwt zelfs dat de Fed niet kan toestaan dat een energieschok een ‘alles-schok’ wordt.

    Woningmarkt Onder Druk

    Terwijl de inflatie aanhoudt, staat de Amerikaanse woningmarkt onder druk. De verkoop van bestaande woningen daalde in augustus voor de derde maand op rij, met een afname van 2 procent ten opzichte van juli. De jaarlijkse verkoop is nu de traagste in meer dan een jaar. Hypotheekrentes stegen voor de derde opeenvolgende week, waarbij het benchmarktarief voor een dertigjarige vaste hypotheek 6,76 procent bedroeg, het hoogste niveau in meer dan veertien maanden. Dit beperkt de koopkracht van consumenten en leidt ertoe dat potentiële kopers hun aankoop uitstellen.

    Ondanks de stijgende prijzen en rentes, daalde het aantal wekelijkse werkloosheidsaanvragen licht, wat duidt op een veerkrachtige arbeidsmarkt. De Amerikaanse aandelenmarkten reageerden gemengd; na een initiële daling veerden ze vrijdag op dankzij een lichte daling van de olieprijzen. De Brent-olieprijs daalde met 3 procent naar 104,42 dollar per vat, nadat deze eerder in de week bijna 110 dollar had bereikt. De komende maanden zal blijken of de Fed de inflatie onder controle krijgt zonder de economische groei te smoren.

  • Nvidia Overweegt 10 Miljard Euro Investering In Toekomstige Beursgang Anthropic

    Nvidia Overweegt 10 Miljard Euro Investering In Toekomstige Beursgang Anthropic

    De Amerikaanse chipreus Nvidia is van plan om een aanzienlijk bedrag te storten in het AI-platform Anthropic. Deze potentiële investering valt samen met een mogelijke beursgang van het AI-bedrijf.

    De cryptomarkt reageert vaak gevoelig op groot nieuws uit de technologiesector, en dat is vandaag niet anders. Nvidia, de Amerikaanse gigant in chipproductie, overweegt maar liefst 10 miljard dollar (ongeveer 9,2 miljard euro) te investeren in het artificiële intelligentie (AI) platform Anthropic. Deze potentiële injectie van kapitaal staat in de steigers als Anthropic besluit om naar de beurs te trekken.

    Deze forse investering vertegenwoordigt een tiende van het totale bedrag dat Anthropic hoopt op te halen bij een beursgang. Het toont aan hoe serieus grote techbedrijven de concurrentie in de AI-sector nemen en hoe belangrijk ze het vinden om zich vroegtijdig in te kopen bij veelbelovende spelers. Voor Nvidia zou een dergelijke investering de banden met een van de leidende AI-ontwikkelaars verder aanhalen, wat strategisch belangrijk is voor hun positie als leverancier van AI-hardware.

    Nvidia Versterkt Positie in AI-Race

    De interesse van Nvidia in Anthropic is geen toeval; de chipfabrikant heeft zich de laatste jaren gepositioneerd als een cruciale speler in de AI-revolutie, voornamelijk door de productie van gespecialiseerde grafische processoren (GPU’s) die essentieel zijn voor het trainen van complexe AI-modellen. Wij zien vooral dat Nvidia hiermee zijn afzetmarkt en invloed in de AI-wereld verder wil consolideren, door niet alleen de hardware te leveren maar ook direct te investeren in de ontwikkeling van AI-software en -applicaties.

    Anthropic, bekend van zijn AI-chatbot Claude, is een directe concurrent van OpenAI, de maker van ChatGPT. Eerder dit jaar investeerden andere techreuzen zoals Amazon en Google al aanzienlijke bedragen in Anthropic, wat de competitieve aard van de AI-sector onderstreept. Deze investeringsronde van Nvidia zou Anthropic een aanzienlijk voordeel kunnen geven in de strijd om talent, rekenkracht en marktaandeel.

    Wat Betekent Dit Voor De Markt?

    Een investering van deze omvang door een bedrijf als Nvidia zou de waardering van Anthropic enorm kunnen opstuwen en de aandacht voor de AI-sector als geheel vergroten. Wij twijfelen niet dat dit de komende periode meer kapitaal richting AI-startups zal lokken, wat de innovatie verder kan versnellen. De cryptomarkt volgt deze ontwikkelingen vaak op de voet, aangezien veel blockchainprojecten en gedecentraliseerde applicaties (dApps) in toenemende mate AI-functionaliteiten integreren of afhankelijk zijn van geavanceerde rekenkracht.

    Voor Block #9 is het duidelijk dat de lijnen tussen traditionele tech en de opkomende digitale economie steeds vager worden. De vraag blijft of deze kapitaalstromen uiteindelijk ook verder zullen doorsijpelen naar de blockchain- en cryptosector, waar innovatie en decentrale oplossingen voor AI-uitdagingen volop in ontwikkeling zijn.

  • Leraar Ontdekt Vier Fossiele Pootafdrukken Van T. Rex, De Eerste Ooit Van Een Wandelende Tyrannosaurus

    Leraar Ontdekt Vier Fossiele Pootafdrukken Van T. Rex, De Eerste Ooit Van Een Wandelende Tyrannosaurus

    Een leraar in de Amerikaanse staat North Dakota heeft vorig jaar bij toeval een reeks van vier fossiele pootafdrukken gevonden die hoogstwaarschijnlijk toebehoren aan een wandelende Tyrannosaurus rex. Het gaat om de eerste dergelijke ontdekking wereldwijd, wat een zeldzame blik werpt op het gedrag van het prehistorische dier.

    Wat begon als een toevallige vondst door een leraar in de Amerikaanse staat North Dakota, blijkt nu een unieke ontdekking. Leraar Kent Hups stuitte vorig jaar op vier grote fossiele pootafdrukken, verspreid over een afstand van zeven meter. Wetenschappers van het Denver Museum of Nature & Science vermoeden sterk dat deze sporen afkomstig zijn van een wandelende Tyrannosaurus rex. Dit zou de allereerste keer zijn dat een dergelijke ‘voetspoorlijn’ van de iconische vleeseter is gevonden, aangezien eerdere vondsten beperkt waren tot slechts twee losse afdrukken wereldwijd.

    De sporen zijn ongeveer 66,5 miljoen jaar oud en elke afdruk is zo’n negentig centimeter lang. De afdrukken zijn verrassend goed bewaard gebleven dankzij de unieke zandsteenformatie van de vindplaats, de Hell Creek Formation, die mineralen heeft laten kristalliseren en ophopen. Deze vindplaats is al langer bekend als een van de belangrijkste locaties voor dinofossielen.

    7.000 kilogram T. rex wandelde met 1,5 meter per seconde

    Het onderzoeksteam, waarvan Hups nu mede-auteur is in het Journal of Vertebrate Paleontology, gebruikte geavanceerde 3D-scans om de afdrukken tot in detail te documenteren. Peter Falkingham, hoogleraar paleobiologie aan de Liverpool John Moores University en expert in dinosaurussporen, analyseerde de data op afstand en bevestigde dat het om sporen van een volwassen T. rex gaat. Op basis van de afdrukken schatten de onderzoekers dat het dier zo’n 7.000 kilogram woog.

    De analyse wijst erop dat de T. rex zich voortbewoog met een snelheid van ongeveer 1,5 tot 2 meter per seconde, wat neerkomt op een wandeltempo. De heup van het dier bevond zich vermoedelijk op vier meter hoogte, met een paslengte van ongeveer vier meter. Deze berekeningen zijn nog wel een ruwe schatting, zo benadrukken de onderzoekers.

    Momentopname van gedrag

    Het belang van deze ontdekking ligt niet alleen in het feit dat het om T. rex-sporen gaat, maar vooral in de mogelijkheid om een momentopname van het gedrag van het dier vast te leggen. Waar botten veel vertellen over de anatomie, geven voetsporen inzicht in de manier waarop de dinosaurus zich door het landschap bewoog. Dit maakt de vondst uitzonderlijk zeldzaam en waardevol voor paleontologen.

    Drie van de ontdekte voetafdrukken zullen later dit jaar per helikopter worden overgebracht naar het Denver Museum of Nature & Science, waar ze verder bestudeerd en tentoongesteld zullen worden. Het toont aan dat wetenschap niet altijd in een laboratorium begint, maar soms met de nieuwsgierigheid en oplettendheid van een leraar in het veld.

  • Oklo Lanceert Nieuw Aandelenprogramma Van 1 Miljard Euro, De Koers Dondert Omlaag

    Oklo Lanceert Nieuw Aandelenprogramma Van 1 Miljard Euro, De Koers Dondert Omlaag

    Het geavanceerde nucleaire technologiebedrijf Oklo heeft een nieuw aandelenverkoopprogramma aangekondigd, wat onmiddellijk resulteerde in een koersdaling van ruim 6 procent voor de aandelen. De kapitaalverhoging moet het bedrijf van de nodige middelen voorzien, maar drukt op het sentiment bij beleggers.

    De aandelen van Oklo Inc., een bedrijf dat zich toelegt op geavanceerde nucleaire technologie, zakten vanochtend met 6,32 procent in de voorbeurshandel. De daling volgde op de bekendmaking van een nieuw ‘at-the-market’ aandelenprogramma, waarmee het bedrijf tot 1 miljard dollar (ongeveer 920 miljoen euro) aan klasse A gewone aandelen wil verkopen. Dit programma is een directe vervanging van een eerder akkoord dat op 10 september werd beëindigd, waaronder al bijna 18 miljoen aandelen waren verkocht voor ongeveer 1 miljard dollar aan bruto-opbrengsten.

    Oklo heeft hiervoor tien vooraanstaande verkoopagenten ingeschakeld, waaronder Goldman Sachs, BofA Securities en J.P. Morgan, die commissies tot 1,5 procent van de bruto verkoopprijs per aandeel zullen ontvangen. Voor een bedrijf dat nog geen commerciële inkomsten genereert en aanzienlijke operationele verliezen rapporteert, zijn dergelijke kapitaalrondes een noodzaak. Wij zien echter dat deze frequente aandelenuitgiften het sentiment op korte termijn zwaar beïnvloeden.

    Verwatering Wegen Op Koers

    De koersdaling van Oklo Inc. staat in schril contrast met de bredere Amerikaanse markt, die vandaag de dag overwegend hoger noteert. De S&P 500 steeg met 0,9 procent, de Dow Jones met 1,0 procent en de Nasdaq met 1,1 procent, mede dankzij een positief inflatierapport over augustus.

    De aankondiging van Oklo komt op een moment dat de aandelenmarkt juist optimistisch reageert op macro-economisch nieuws. Analisten spreken hier over een klassieke ‘verwaterings-kortingsreactie’: hoewel het opgehaalde kapitaal de financiële levensduur van het bedrijf verlengt, prijst de markt de bestaande aandelen lager in om rekening te houden met een toekomstige toename van het aantal uitstaande aandelen. Wij vragen ons af hoe lang beleggers deze constante verwatering van hun belangen nog zullen accepteren, zeker nu het bedrijf nog geen concrete omzet kan voorleggen.

    Strategie Voor De Lange Termijn

    Het nieuwe aandelenprogramma benadrukt de langetermijnstrategie van Oklo om de ontwikkeling van zijn geavanceerde nucleaire technologie te financieren. Met de middelen die het bedrijf hiermee kan aantrekken, kan het verder investeren in onderzoek en ontwikkeling, wat essentieel is voor de commercialisering van hun reactortechnologie. De cruciale vraag voor de toekomst blijft echter: kan Oklo snel genoeg de overstap maken van pure ontwikkeling naar een winstgevend operationeel model, voordat het geduld van de beleggers helemaal op is?

  • 5.800 Punten: Bel20 Zakt Onder Belangrijke Psychologische Grens

    5.800 Punten: Bel20 Zakt Onder Belangrijke Psychologische Grens

    De Belgische sterindex sloot de handelsdag af met een verlies, gedrukt door vrees voor hogere rentes en een mogelijke economische recessie.

    Beleggers op de Brusselse beurs zagen de Bel20-index vandaag wegzakken tot onder de psychologische grens van 5.800 punten. De graadmeter sloot de handelsdag af op 5.792,57 punten, een verlies van 0,72 procent. Het is de eerste keer sinds december vorig jaar dat de index zo laag noteert, wat de nervositeit op de markten weerspiegelt.

    De daling volgt op een periode van groeiende onzekerheid over het monetaire beleid van centrale banken en de impact daarvan op de economie. Wij zien vooral dat de vrees voor een aanhoudend hoge inflatie en de daaruit voortvloeiende renteverhogingen de aandelenkoersen onder druk zetten. Analisten wijzen ook op de mogelijkheid van een recessie, wat de bedrijfswinsten verder zou kunnen aantasten en beleggers voorzichtiger maakt.

    Groeiende Onrust Op De Europese Beursvloeren

    De Brusselse index staat niet alleen in zijn malaise. Ook andere Europese beurzen kleuren rood, zoals de AEX in Amsterdam en de CAC 40 in Parijs, die eveneens verliezen lieten optekenen. Deze brede daling toont aan dat de onrust die de Bel20 treft, deel uitmaakt van een groter Europees sentiment. De koers van de Bel20 is dit jaar al met meer dan zes procent gedaald, terwijl de brede Europese Stoxx 600 index een kleiner verlies van ongeveer 3 procent laat zien over dezelfde periode. Dat verschil duidt op specifieke zorgen rond de Belgische markt, mogelijk door de samenstelling van de index met veel cyclische bedrijven.

    De recente ontwikkeling is een duidelijke ommekeer ten opzichte van de sterke prestaties die de Bel20 vorig jaar nog liet zien, toen de index een recordhoogte van boven de 4.070 punten bereikte, een verdubbeling ten opzichte van de coronadip. De huidige terugval onder de 5.800 punten markeert een significant niveau, aangezien dit vorig jaar nog een belangrijke steunlijn bleek te zijn. Wij twijfelen of de index op korte termijn veel ademruimte zal vinden, gezien de aanhoudende macro-economische tegenwind.

    Wat Brengt De Nabije Toekomst?

    De komende weken zullen cruciaal zijn voor de richting van de Bel20 en andere indices. Beleggers kijken met argusogen naar de inflatiecijfers en de signalen van de Europese Centrale Bank. Een snelle daling van de inflatie zou de druk op de ECB kunnen verlichten om de rentes verder te verhogen, wat de markten wellicht enige verademing kan bieden. Anderzijds zou aanhoudende inflatie de huidige neerwaartse trend kunnen versterken. Kan de Bel20 standhouden boven de 5.700 punten, of zet de daling verder door?

  • 28,99 Procent Rendement Voor Dividend-ETF Zonder Techreuzen, Verslaat S&P 500 Ruim

    28,99 Procent Rendement Voor Dividend-ETF Zonder Techreuzen, Verslaat S&P 500 Ruim

    De Schwab U.S. Dividend Equity ETF (SCHD) presteerde dit jaar aanzienlijk beter dan de brede markt, ondanks dat het geen van de ‘Magnificent Seven’ technologieaandelen in portefeuille heeft.

    Een opvallende trend dit jaar is de hernieuwde interesse in waardeaandelen. De Schwab U.S. Dividend Equity ETF (SCHD), een beursgenoteerd fonds dat zich richt op dividendaandelen, presteerde tot 1 september uitzonderlijk goed. Met een rendement van 28,99 procent overtrof het de SPDR S&P 500 ETF Trust (SPY), die een stijging van 12,31 procent liet zien, met maar liefst 16,68 procentpunten.

    Deze prestatie is des te opmerkelijker omdat SCHD geen enkele van de zeven grote technologiebedrijven – bekend als de ‘Magnificent Seven’ – in zijn portefeuille heeft. Deze bedrijven waren de afgelopen jaren de drijvende kracht achter de groei van de S&P 500. Wij zien vooral dat dit het snelle kantelpunt in de markt benadrukt, waarbij winstgevende, dividendbetalende bedrijven met bescheiden waarderingen nu de voorkeur krijgen boven de dure groeiaandelen.

    SCHD volgt de Dow Jones U.S. Dividend 100 Index. Deze index selecteert bedrijven op basis van een reeks criteria die verder gaan dan enkel dividenduitkering. Het fonds hanteert een lage kostenratio van slechts 0,06 procent en biedt een dividendrendement van 3,15 procent.

    Selectie Op Basis Van Vier Factoren

    De methodologie van SCHD begint bij bedrijven die minstens tien opeenvolgende jaren dividend uitkeren. Daarna worden de honderd best presterende bedrijven geselecteerd op basis van een samengestelde score die vier fundamentele variabelen combineert:

    • Vrije kasstroom ten opzichte van totale schuld: Dit meet hoeveel cash een bedrijf genereert ten opzichte van zijn schuldenlast. Een hogere vrije kasstroom en lagere schuldpositie wijzen op financiële robuustheid, wat belangrijk is voor het handhaven van dividenden.
    • Rendement op eigen vermogen: Deze variabele toont hoe efficiënt een bedrijf winst genereert uit het eigen vermogen van de aandeelhouders. Een hoog rendement kan duiden op een winstgevend en kapitaalefficiënt bedrijf.
    • Dividendrendement: Dit geeft SCHD een expliciete inkomensfocus. Dit wordt echter gebalanceerd door de andere kwaliteitsfilters om te voorkomen dat enkel de hoogste dividendrendementen worden gekozen.
    • Vijfjarige dividendgroeiratio: Bedrijven die hun uitkeringen consistent hebben verhoogd, krijgen de voorkeur boven bedrijven die alleen een hoog huidig rendement bieden.

    Het fonds doet elk kwartaal een rebalancing en jaarlijks een herziening van de samenstelling, wat kan leiden tot een relatief hoge omzet van aandelen. De omzet van SCHD bedroeg recent 48,88 procent, wat voor een passieve dividend-ETF aanzienlijk is.

    Weinig Overlap Met De S&P 500

    Het meest opvallende aan SCHD is hoe weinig het lijkt op de bredere markt die het verslaat. Volgens ETF Research Center heeft SCHD slechts 8 procent overlap qua gewicht met de SPDR S&P 500 ETF Trust (SPY). Er zijn slechts 46 aandelen die in beide portefeuilles voorkomen. Dit is een belangrijke factor, want de sectorallocaties verklaren voor een groot deel het verschil in prestaties.

    SPY heeft ongeveer 28 procentpunten meer blootstelling aan technologie dan SCHD. SCHD daarentegen heeft aanzienlijke allocaties aan sectoren zoals duurzame consumptiegoederen (14,9 procent), gezondheidszorg (12,2 procent) en energie (12,1 procent). Deze sectoren omvatten vaak volwassen bedrijven die substantiële vrije kasstromen genereren en verhandeld worden tegen lagere waarderingen dan de grootste technologie- en groeibedrijven. Dit maakt de ETF een interessante optie voor beleggers die willen diversifiëren, weg van de concentratie in technologie en groei die de S&P 500 kenmerkt. Of deze rotatie in de markt aanhoudt, blijft afwachten, maar 2026 toont aan waarom blootstelling aan fundamenteel verschillende delen van de markt vruchten kan afwerpen.