Tag: begroting

  • Economen Bekritiseren Nederlandse Begroting: Te Veel Korte Termijn, Te Weinig Visie

    Economen Bekritiseren Nederlandse Begroting: Te Veel Korte Termijn, Te Weinig Visie

    De Nederlandse begroting focust te veel op snelle oplossingen zoals koopkrachtreparatie, terwijl structurele problemen en lange termijn investeringen onderbelicht blijven, zo stellen economen van de UvA en Rabobank.

    De Nederlandse regering richt zich in haar recente begroting op kortetermijnoplossingen om de koopkracht van huishoudens te ondersteunen. Dit blijkt uit maatregelen zoals de verlenging van de korting op brandstofaccijnzen, die de pijn van stijgende prijzen moeten verzachten. Economen uiten echter scherpe kritiek, omdat deze aanpak de structurele problemen van de economie negeert.

    Hoogleraar Arnoud Boot van de Universiteit van Amsterdam noemt de aanpak ‘boekhouden op de vierkante centimeter’. Hij stelt dat de focus zou moeten liggen op het versterken van de economie om weerbaarder te zijn tegen onzekerheden wereldwijd. Volgens Boot verzandt de politiek in een spagaat tussen de korte en lange termijn, wat leidt tot een reeks pleisters die de dieperliggende wonden niet helen.

    Ook Rabobank-econoom Hugo Erken is kritisch. Hoewel het Centraal Planbureau (CPB) rekent op een inflatie van 2,7 procent en een koopkrachtdaling van 0,1 procent voor een gemiddeld huishouden, verwacht de Rabobank een inflatie van 3,8 procent en een daling van de koopkracht met 0,8 procent. Dit komt door aanhoudend hoge energieprijzen, mede door het conflict in het Midden-Oosten, waarop de regering weinig grip heeft. Wij zien vooral dat de Nederlandse regering hiermee een risicovolle gok neemt; als de inflatie inderdaad hoger uitvalt dan de officiële prognoses, zal de onvrede over de koopkracht alleen maar toenemen en blijken de huidige maatregelen ontoereikend.

    Nationale Investeringsbank Als Lichtpuntje

    Een positieve noot in de begroting is het plan voor een nationale investeringsbank, waar ruim 3,3 miljard euro in gestoken wordt. Deze instelling moet los van het kabinet leningen verstrekken en mogelijk zelfs aandeelhouder worden in jonge bedrijven. Erken ziet hierin potentieel om extra privaat kapitaal aan te trekken, wat de overheid ontlast.

    Boot tempert echter het enthousiasme. Hij mist een duidelijke missie en strategie voor deze investeringsbank. Zonder een heldere visie op waar de investeringen naartoe moeten, vreest hij dat ook dit geld ‘weggegooid geld’ zal blijken te zijn. De discussie over de Algemene Beschouwingen zou daarom moeten beginnen met het ‘grotere verhaal’, in plaats van enkel compromissen te sluiten die de diepere problemen negeren.

    Vergelijking Met Andere Europese Landen

    De focus op kortetermijnoplossingen en het gebrek aan een duidelijke langetermijnvisie is niet uniek voor Nederland. Ook in andere Europese landen zien we vaak een politieke neiging om onmiddellijke economische pijnpunten te verlichten, vaak ten koste van structurele hervormingen. Landen als België en Frankrijk worstelen eveneens met hoge inflatie en de zoektocht naar duurzame oplossingen voor energietransitie en vergrijzing. De Nederlandse aanpak met een investeringsbank, mits goed uitgevoerd, kan een voorbeeld zijn voor het stimuleren van innovatie en groei, maar de waarschuwingen van de economen over een gebrek aan richting zijn zeker en vast relevant.

  • 10 Miljard Euro Tekort Zet Belgische Regering Aan Tot Btw-Verhoging En Belasting Non-Profit

    10 Miljard Euro Tekort Zet Belgische Regering Aan Tot Btw-Verhoging En Belasting Non-Profit

    Om een begrotingstekort van 10 miljard euro te dichten, liggen bij de Belgische regering voorstellen op tafel om de btw op te trekken en de vennootschapsbelasting voor de non-profitsector te hervormen. Deze maatregelen stuiten op weerstand binnen de coalitie.

    De Belgische regering is gestart met de begrotingsonderhandelingen en zoekt naar manieren om een gat van 10 miljard euro te dichten. Een van de opvallendste voorstellen is een hervorming van de vennootschapsbelasting voor de non-profitsector. Dit betekent dat organisaties zoals vakbonden, vzw’s, sportclubs en ziekenfondsen mogelijk op een gelijkaardige manier belast zullen worden als commerciële bedrijven. Momenteel genieten veel van deze entiteiten een fiscaal gunstig regime.

    Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) zou dit idee voorstellen, waarbij er wel een drempel van 25.000 euro zou gelden alvorens belastingen verschuldigd zijn. Een alternatief is om enkel winsten te belasten die non-profitorganisaties boeken in directe concurrentie met de markt, zoals de verzekeringen die ziekenfondsen aanbieden. Wij zien vooral dat dit voorstel een fundamentele verschuiving zou betekenen in hoe de overheid naar de non-profitsector kijkt, van een primair maatschappelijke rol naar een meer bedrijfseconomische benadering waar winstgevendheid een rol speelt.

    Btw-Verhoging En Kosten Zorg

    Een andere, potentieel snelle manier om miljarden euro’s op te halen, is een verhoging van de btw. Denk hierbij aan het optrekken van het hoogste tarief van 21 procent naar 22 procent, of het gelijktrekken van de lagere tarieven van 6 en 12 procent naar een nieuw tussentarief van 9 procent. N-VA Europarlementslid Johan Van Overtveldt verklaarde in VRT NWS dat dit de ‘minst schadelijke’ manier is om inkomsten te genereren, al is de N-VA zelf geen voorstander van belastingverhogingen.

    De Franstalige liberalen van MR, met voorzitter Georges-Louis Bouchez voorop, verzetten zich hier fel tegen en noemen extra belastingen ‘het stomste wat je kunt doen’ voor economische groei. Wij twijfelen of een brede btw-verhoging politiek haalbaar is, gezien eerdere pogingen in de cultuursector en bij afhaalmaaltijden door de Raad van State als ‘juridisch onhoudbaar’ werden bestempeld. Dit toont aan hoe gevoelig fiscale aanpassingen liggen, zelfs wanneer ze economisch onderbouwd zijn.

    Ook de gezondheidszorg ligt onder de loep. Voorstellen om de groeinorm van het zorgbudget te beperken, of het remgeld bij de huisarts te verdubbelen, zijn onderdeel van de discussie. Dit zou betekenen dat patiënten, en zeker degenen met een verhoogde tegemoetkoming, een aanzienlijk groter deel van de kosten zelf moeten dragen. Tevens wordt er gekeken naar het activeren van langdurig zieken en het strenger controleren van de inkomensdrempels voor sociale tegemoetkomingen. Al deze maatregelen, hoewel gericht op besparing, raken direct aan de financiële situatie van miljoenen Belgen.

    Vermogensbelasting En Besparing Overheid

    Aan de linkerzijde van het politieke spectrum dringen Les Engagés en Vooruit aan op een belasting op vermogen. Les Engagés wil 0,3 procent heffen op het roerend vermogen van de ‘5 procent rijkste Belgen’, waarbij ze beginnen vanaf 500.000 euro, woningen niet meegerekend. Vooruit mikt op mensen met een financieel vermogen van meer dan een miljoen euro. Bij CD&V is men hier minder enthousiast over en geeft men de voorkeur aan een versterking van de bestaande effectentaks. De N-VA en MR zijn de grootste tegenstanders van dergelijke vermogensbelastingen.

    Daarnaast is er sprake van een strengere aanpak van managementvennootschappen, om te voorkomen dat hoge inkomens via deze constructies aan de personenbelasting ontsnappen. De MR pleit dan weer voor besparingen op de overheid zelf, door te snijden in ambtenarij en politieke functies, en pleit zelfs voor het stopzetten van ontwikkelingshulp. Deze veelheid aan voorstellen en de tegenstellingen daartussen maken dat de onderhandelingen over het sluitstuk van de begroting nog een lange weg te gaan hebben.

  • Sinds 2008 Bouwde België 200 Miljard Euro Aan Verborgen Schuld Op

    Sinds 2008 Bouwde België 200 Miljard Euro Aan Verborgen Schuld Op

    De Belgische overheid heeft naast de reguliere staatsschuld een gigantisch bedrag aan verplichtingen opgebouwd die niet direct zichtbaar zijn op de balans. Deze zogeheten ‘verborgen schulden’ zijn voornamelijk het gevolg van de vergrijzing en onbetaalde belastingen.

    De Belgische overheid heeft sinds 2008 een bijkomende schuld van meer dan 200 miljard euro gecreëerd die niet officieel in de boeken staat. Dit blijkt uit een analyse die in Trends Knack verscheen. Dit bedrag komt overeen met de volledige staatsschuld die België in de voorbije vijftien jaar heeft opgebouwd. Het gaat om verplichtingen die de komende jaren zware druk zullen leggen op de overheidsfinanciën, maar die momenteel niet als schuld worden geboekt.

    De grootste brok van deze verborgen schuld, 145 miljard euro, is gerelateerd aan de vergrijzing. Pensioenverplichtingen en de stijgende kosten voor de gezondheidszorg, die door de overheid worden gedragen, zijn hier de belangrijkste oorzaak van. Daarnaast gaat het om 57 miljard euro aan niet-geïnde belastingen. Dit zijn belastingvorderingen die de fiscus wel heeft uitgeschreven, maar die door verschillende omstandigheden — zoals faillissementen of betwistingen — nog niet zijn ontvangen.

    Vergrijzing weegt zwaar op de balans

    Wij zien vooral dat de vergrijzing een sluimerend probleem is dat nu langzaam aan de oppervlakte komt. De pensioenen en de gezondheidszorg zijn systemen die decennialang werden opgebouwd, maar de demografische realiteit – meer ouderen, minder werkenden – maakt dat de financiële houdbaarheid onder druk staat. De 145 miljard euro aan vergrijzingskosten is geen nieuw fenomeen, maar de schaal waarop het zich manifesteert, toont de urgentie.

    Deze onzichtbare schuld maakt de Belgische financiële situatie complexer dan de officiële cijfers doen vermoeden. Waar de reguliere staatsschuld doorgaans veel aandacht krijgt, blijven deze verborgen verplichtingen vaak buiten beeld, hoewel ze een even grote impact hebben op de toekomstige budgettaire ruimte. Het is dan ook cruciaal om deze cijfers mee te nemen in elke discussie over de Belgische begroting. De totale schuld, inclusief deze verborgen posten, ligt dan ook aanzienlijk hoger dan de vaak geciteerde 105 procent van het bruto binnenlands product.

    Een structureel probleem

    Het is duidelijk dat de Belgische begroting voor een structurele uitdaging staat. De discussie over de overheidsfinanciën wordt vaak versimpeld tot het tekort van een bepaald jaar, maar deze analyse van de verborgen schulden toont aan dat er dieperliggende problemen zijn. De combinatie van onbetaalde belastingen en de vergrijzingsfactuur vereist een doordachte aanpak die verder gaat dan louter jaarlijkse besparingen. Wij denken dat dit thema de komende jaren steeds prominenter op de politieke agenda zal komen te staan.

    Deze verborgen schuld is bovendien een risico voor de lange termijn. De kosten van vergrijzing zullen de komende decennia alleen maar toenemen, tenzij er ingrijpende hervormingen plaatsvinden. Dit betekent dat toekomstige generaties een zware last zullen dragen als er nu geen actie wordt ondernomen. De vraag is nu hoe lang deze verborgen schulden nog verborgen kunnen blijven, en wanneer ze volledig deel zullen uitmaken van het publieke debat.

  • Nederland Betaalt 17 Miljard Euro Extra Rente Door Wereldwijde Onrust

    Nederland Betaalt 17 Miljard Euro Extra Rente Door Wereldwijde Onrust

    De Nederlandse staatsschuld wordt de komende jaren aanzienlijk duurder, met een extra rentelast van 17 miljard euro tot 2035. Dit komt door de gestegen rentes op de internationale kapitaalmarkten en geopolitieke turbulentie.

    De Nederlandse overheid ziet haar rentelasten de komende jaren fors oplopen. Volgens een berekening van RaboResearch, uitgevoerd na vragen van de NOS, zal Nederland tussen 2026 en 2035 maar liefst 17 miljard euro extra aan rente moeten ophoesten. Deze meerkost is een direct gevolg van de wereldwijde onrust en de daaruit voortvloeiende hogere rentes op de internationale kapitaalmarkten.

    Hoewel Nederland nog steeds als een veilige investering wordt beschouwd door grote geldschieters, ontsnapt het land niet aan de algemene rentestijging. Wat dit betekent voor de begroting is duidelijk: miljarden euro’s die anders naar zorg, onderwijs of infrastructuur konden gaan, vloeien nu weg naar rentelasten. Het ministerie van Financiën verwacht zelf al dat de rentelasten in 2031 zullen stijgen naar ongeveer 16 miljard euro per jaar. De Rabobank-economen schatten dat de jaarlijkse rentelasten in 2035 zelfs bijna 30 miljard euro zullen bedragen, wat neerkomt op ongeveer 1,8 procent van het bruto binnenlands product.

    Oorzaak van de Stijging

    De stijgende rentes zijn te wijten aan verschillende factoren. Enerzijds is er de geopolitieke turbulentie, die de angst aanwakkert over de terugbetalingscapaciteit van landen. Anderzijds speelt de vrees voor aanhoudende hoge inflatie een belangrijke rol; dit stuwt de rentepercentages eveneens omhoog. Volgens Rabobank-economen is de rente voor Nederland de afgelopen maanden met 20 tot 60 basispunten gestegen, afhankelijk van de looptijd van het schuldpapier.

    Een concreet voorbeeld: op een tienjarige Nederlandse staatsobligatie vragen de financiële markten momenteel zo’n 3,3 procent rente. Vijf jaar geleden was dit nog maar 0,2 procent. Ook andere Europese landen zien hun rentes oplopen; Duitsland betaalt meer dan 3 procent en Frankrijk zelfs meer dan 4 procent op vergelijkbare leningen. Het Verenigd Koninkrijk spant de kroon met meer dan 5 procent.

    Sneeuwbaleffect Dreigt

    Een kleine rentestijging heeft voor een land als Nederland, dat vele miljarden leent, grote gevolgen. Rabobank-econoom Hugo Erken wijst erop dat de rentelasten sowieso al zouden zijn opgelopen, omdat de komende jaren veel staatsobligaties aflopen die tegen zeer lage rentes zijn uitgegeven. Het Agentschap van het ministerie van Financiën laat zien dat de komende zes jaar voor bijna 150 miljard euro aan staatsobligaties met een rente van minder dan 1 procent zullen vervallen. Deze moeten dan tegen de huidige, veel hogere rentes opnieuw gefinancierd worden.

    Hoewel Nederland met een schuldquote van 44 procent (vorig jaar) relatief goed presteert in vergelijking met andere landen – de Europese grens ligt op 60 procent – waarschuwen het Centraal Planbureau en de Europese Commissie dat Nederland op lange termijn niet meer aan de Europese normen zal voldoen. De schuldquote zal naar verwachting in 2034 weer boven de 50 procent uitkomen. Rabobank-econoom Frank van Es spreekt van een ‘haasje-over-effect’: lenen om rente te betalen. Dat is een scenario dat wij liever niet zien, want het beperkt de beleidsruimte aanzienlijk. De kans op zo’n sneeuwbaleffect is door de hogere kapitaalmarktrentes toegenomen, en dat is iets om nauwlettend in de gaten te houden.

  • Brussels Gewest Sluit Kredietlijn Van 250 Miljoen Euro Af Met Spaanse Bank BBVA

    Brussels Gewest Sluit Kredietlijn Van 250 Miljoen Euro Af Met Spaanse Bank BBVA

    Om de liquiditeit te garanderen en de financiële slagkracht te vergroten, heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een nieuwe kredietlijn afgesloten. De Spaanse bank BBVA stelt hiervoor 250 miljoen euro ter beschikking.

    Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een nieuwe financiële overeenkomst gesloten. Het gaat om een kredietlijn van 250 miljoen euro die de Spaanse bank BBVA zal verstrekken. Deze stap moet de liquiditeit van het Gewest verzekeren en de financiële flexibiliteit vergroten, vooral in tijden van economische onzekerheid.

    De kredietlijn, die op 20 juni 2024 werd goedgekeurd, is bedoeld als een voorzorgsmaatregel. Het Gewest kan de middelen opnemen wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld om onverwachte uitgaven te dekken of om de kasstroom te beheren. Wij zien dit als een verstandige zet om de financiële stabiliteit te waarborgen, zonder dat er direct beroep op de middelen hoeft te worden gedaan.

    Financiële Voorzichtigheid

    De beslissing om een dergelijke kredietlijn af te sluiten, past in een bredere strategie van financiële voorzichtigheid. Overheden, zowel op nationaal als regionaal niveau, staan voor de uitdaging om hun begrotingen in evenwicht te houden en tegelijkertijd te investeren in essentiële diensten en infrastructuur. Een kredietlijn biedt hierbij een buffer tegen onvoorziene omstandigheden, zoals schommelingen in belastinginkomsten of onverwachte projectkosten.

    Het aantrekken van een buitenlandse bank als BBVA voor deze faciliteit toont aan dat het Brussels Gewest openstaat voor internationale financiële partnerschappen. Dit kan ook duiden op een competitieve aanbestedingsprocedure, waarbij de beste voorwaarden werden gezocht. Wij denken dat dit de geloofwaardigheid van het Gewest op de kapitaalmarkten ten goede komt.

    Impact Op De Begroting

    Hoewel de kredietlijn van 250 miljoen euro een aanzienlijk bedrag is, betekent dit niet dat het Gewest dit geld direct zal uitgeven. Het is een reserve die kan worden aangesproken. De kosten van een dergelijke faciliteit bestaan doorgaans uit een beschikbaarstellingsprovisie, die betaald wordt ongeacht of het geld wordt opgenomen, en rente op het opgenomen bedrag.

    Voor de Brusselse burger betekent dit in eerste instantie weinig direct merkbaars. Indirect draagt het bij aan de financiële gezondheid van het Gewest, wat op termijn kan leiden tot meer stabiliteit en betere publieke diensten. Het is een teken dat de financiële huishouding van het Gewest serieus wordt genomen, en dat er proactief wordt gehandeld om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden. We volgen verder op hoe deze kredietlijn eventueel wordt benut en wat de impact daarvan zal zijn op de begroting van het Brussels Gewest.

  • Belgische Langetermijnrente Boven 3,8 Procent: Begroting Onder Druk

    Belgische Langetermijnrente Boven 3,8 Procent: Begroting Onder Druk

    De oplopende langetermijnrente in België, nu boven 3,8 procent, zet de begrotingsonderhandelingen van de regering-De Wever onder zware druk. Economen waarschuwen voor een rentesneeuwbal als er niet snel wordt ingegrepen.

    De Belgische langetermijnrente is op 19 augustus 2026 gestegen tot boven 3,8 procent. Dat is het hoogste niveau sinds 2012 en maakt het lenen van nieuw geld voor de overheid steeds duurder. Deze stijging duwt België verder richting de gevarenzone, zo waarschuwen economen Willem Sas en Selien De Schryder. De regering-De Wever staat voor de uitdaging om dit najaar 10 miljard euro te vinden om de begroting op koers te houden.

    Hier bij Block #9 kijken we er zo naar: de stijgende rente is een signaal dat de financiële markten kritischer kijken naar de houdbaarheid van de Belgische overheidsfinanciën. Hoewel er nog geen reden tot paniek is, zoals professor publieke economie Willem Sas (UHasselt, KU Leuven) aangeeft, is dit zeker een waarschuwing die de politiek niet kan negeren.

    Oorzaken en Gevolgen van de Rentestijging

    De hogere rente is geen puur Belgisch fenomeen; ook in andere landen zoals de Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk zien we een stijging van de rentes op staatsobligaties. Volgens Sas zijn er meerdere oorzaken. De oorlog in het Midden-Oosten wakkert inflatieverwachtingen aan, terwijl ook de enorme investeringen in artificiële intelligentie veel kapitaal aantrekken. Dit verhoogt de concurrentie voor overheden die geld willen lenen. Daarnaast kijken beleggers, zo stelt professor Selien De Schryder (UGent), nadrukkelijker naar overheidsschulden en begrotingstekorten dan enkele jaren geleden.

    De impact op de Belgische begroting is niet onmiddellijk catastrofaal, omdat de overheid zich voor lange periodes financiert. Veel uitstaande schuld dateert nog uit de periode van zeer lage rentes. Dit voordeel slinkt echter snel. Oude leningen moeten geleidelijk worden vervangen door nieuwe schulden tegen hogere tarieven. Sas merkt op dat dit proces nu begint en dat de impact op de begroting met vertraging, maar onvermijdelijk, zal komen.

    Het Risico van een Rentesneeuwbal

    De grootste bezorgdheid van de economen ligt niet in de huidige rentelast, maar in wat er de komende jaren kan gebeuren als de Belgische financiën niet verbeteren. De Schryder wijst op het risico van een zogenoemde rentesneeuwbal. Dit ontstaat wanneer de rente op de staatsschuld langere tijd hoger is dan de economische groei. In zo’n scenario wordt de schuld moeilijk beheersbaar, omdat een steeds groter deel van de begroting naar rentebetalingen gaat, wat de ruimte voor andere uitgaven beperkt.

    Sas benadrukt dat België nog niet in zo’n scenario zit, maar er wel bij aanschurkt. Als financiële markten beginnen te twijfelen aan de houdbaarheid van de Belgische financiën, kan dit effect zichzelf versterken, waarbij beleggers steeds hogere rentes eisen. De regering-De Wever wil dit najaar 10 miljard euro vinden. De Schryder stelt dat de afgesproken inspanning ‘vrij licht’ is om de begroting structureel op orde te krijgen. Sas vindt het signaal van een akkoord en politieke stabiliteit belangrijker dan het precieze bedrag, omdat financiële markten negatief reageren op politieke instabiliteit.

    De kern van het probleem, zo stelt De Schryder, zijn de aanhoudende begrotingstekorten. Politici moeten beseffen dat ze het schip nog kunnen keren, en dat ze dit liefst zelf doen, voordat de financiële markten hen dwingen. De budgettaire uitdagingen zullen ook na deze begrotingsronde aanhouden, met hogere pensioenuitgaven, investeringen in defensie en de kosten van de klimaattransitie. Er is geen enkele maatregel die dit probleem in één keer oplost; een combinatie van meer economische groei, efficiëntere overheidsuitgaven en structurele hervormingen is noodzakelijk. De uitdaging is vooral om hiervoor een politieke meerderheid te vinden.

  • België Zou Staatschuld En Begroting Kunnen Tacklen Met Blockchain Innovatie!

    België Zou Staatschuld En Begroting Kunnen Tacklen Met Blockchain Innovatie!

    België, een klein maar complex land gelegen in het hart van Europa, is verdeeld in twee grote landsdelen: Vlaanderen in het noorden en Wallonië in het zuiden. Beide landsdelen hebben hun eigen unieke culturele en taalkundige identiteiten, en deze verschillen hebben geleid tot aanzienlijke politieke en economische verdeeldheden. Een van de meest urgente problemen die het land momenteel onder ogen ziet, is de oplopende staatsschuld en de begrotingstekorten in beide regio’s.

    Het problem van begrotingstekorten en staatsschuld

    De Belgische staatsschuld is momenteel een van de hoogste in de Europese Unie, en hoewel beide landsdelen hun eigen begroting beheren, hebben zowel Vlaanderen als Wallonië moeite om aan hun financiële verplichtingen te voldoen. De economische ongelijkheden tussen de twee landsdelen dragen verder bij aan deze problemen, met een hogere werkloosheidsgraad en een lagere welvaart in Wallonië in vergelijking met Vlaanderen.

    Hoe kunnen blockchain en crypto helpen?

    In het licht van deze problemen is er een opkomende discussie over hoe innovatieve technologieën zoals blockchain en cryptocurrencies mogelijkheden bieden om deze economische problemen aan te pakken. We zullen twee mogelijke toepassingen bekijken.

    Voorbeeld 1: Verbetering van de overheidsuitgaven

    Blockchain-technologie biedt een onveranderlijk en transparant record van alle transacties. Dit kan worden toegepast op de begrotingsuitgaven van de overheid om te zorgen voor verhoogde transparantie en verantwoording, waardoor verspilling wordt verminderd. Het zou ook kunnen helpen de efficiëntie van de overheidsuitgaven te verbeteren door middel van slimme contracten, die automatisch middelen kunnen toewijzen op basis van vooraf bepaalde criteria.

    Voorbeeld 2: Het stimuleren van lokale economieën

    De creatie van lokale cryptocurrencies kan helpen om economische activiteit in beide regio’s te stimuleren. Deze digitale valuta’s kunnen worden gebruikt om lokale producten en diensten te kopen, waardoor geld binnen de gemeenschap blijft en lokale bedrijven worden ondersteund. Dit zou met name nuttig kunnen zijn in Wallonië, waar de economie meer ondersteuning nodig heeft.

    Vraag & Antwoord

    Wat zijn de huidige economische problemen in België?

    België heeft te maken met hoge staatsschuld en begrotingstekorten in zowel Vlaanderen als Wallonië. Er is ook economische ongelijkheid tussen de twee regio’s.

    Hoe kan blockchain-technologie helpen om deze problemen aan te pakken?

    Blockchain kan helpen om de uitgaven van de overheid transparanter en efficiënter te maken, en lokale cryptocurrencies kunnen de economische activiteit stimuleren.

    Wat zijn de voordelen van het gebruik van lokale cryptocurrencies?

    Lokale cryptocurrencies kunnen helpen om geld binnen de gemeenschap te houden en lokale bedrijven te ondersteunen, wat met name nuttig kan zijn in regio’s met een zwakkere economie zoals Wallonië.