Tag: Belgie

  • België Zakt Naar Zesde Plaats Van Europese Bierproducenten Nu Alcoholvrij Bier Meetelt

    België Zakt Naar Zesde Plaats Van Europese Bierproducenten Nu Alcoholvrij Bier Meetelt

    Eurostat, het statistisch bureau van de EU, paste zijn meetmethode aan, waardoor België een positie verloor in de rangschikking van bierproducerende landen.

    De Belgische brouwsector is dit jaar buiten de top vijf van grootste bierproducerende landen in de Europese Unie gevallen. Dit komt doordat Eurostat, het statistisch bureau van de EU, voor het eerst de productie van alcoholvrij bier meerekende in zijn rangschikking voor 2025. België leverde echter geen cijfers aan voor deze categorie, waardoor het land door Frankrijk werd gepasseerd en nu op de zesde plaats staat.

    De top vier, die al jarenlang stabiel is, blijft ongewijzigd. Duitsland behoudt zijn leidende positie met een productie van 7,4 miljard liter bier, wat neerkomt op ruim een vijfde van de totale Europese bierproductie. Spanje staat op de tweede plek, gevolgd door Polen en Nederland. De totale bierproductie binnen de EU bedroeg vorig jaar 34 miljard liter, maar kende in de meeste landen een dalende trend.

    Spanje Ziet Productie Stevige Stijgen

    Waar de meeste landen een daling in hun bierproductie zagen, valt Spanje op met een stijging van bijna een kwart sinds 2024. Dat is opmerkelijk, gezien de algemene krimp in de Europese biersector. De toename in Spanje is het resultaat van een groeiende populariteit van bier, zowel bij de lokale bevolking als bij de bijna honderd miljoen toeristen die het land in 2025 bezochten. Brouwers spelen hier slim op in door bier te positioneren als een verfrissend alternatief voor wijn, perfect voor het mediterrane klimaat.

    De positie van Duitsland als grootste producent is te verklaren door zijn omvangrijke bevolking en hoge bierconsumptie per hoofd van de bevolking. Duitsland telt bovendien meer dan duizend brouwerijen. Ook de aanwezigheid van grote, internationaal opererende brouwers zoals AB InBev, Heineken en Carlsberg speelt een rol bij de hoge productiecijfers in landen als Nederland en Polen, die veel exporteren.

    Alcoholvrij Bier In De Lift

    De beslissing van Eurostat om alcoholvrij bier mee te tellen, weerspiegelt een bredere trend. In Duitsland bijvoorbeeld, steeg de productie van alcoholvrij bier in 2025 met 6,6 procent ten opzichte van 2024, terwijl de productie van alcoholhoudend bier met 5,8 procent daalde. Dit duidt op een verschuiving in consumentenvoorkeuren en een groeiend aanbod van alcoholvrije alternatieven.

    Voor België, de bakermat van wereldspeler AB InBev en thuisbasis van talloze andere brouwerijen met een groeiend alcoholvrij assortiment, biedt dit een duidelijk signaal. Als de Belgische autoriteiten volgend jaar wel de cijfers voor alcoholvrij bier aanleveren aan Eurostat, is de kans groot dat het land zijn plek in de top vijf van Europese bierproducenten kan heroveren. Wij houden het erop dat deze nieuwe methodologie de sector dwingt tot meer transparantie over de volledige productportefeuille.

  • Campine Ziet Omzet Dalen Met 15 Procent Door Lagere Metaalprijzen

    Campine Ziet Omzet Dalen Met 15 Procent Door Lagere Metaalprijzen

    Het Belgische metaalrecyclagebedrijf Campine heeft een uitdagend jaar achter de rug. De omzet kromp aanzienlijk, vooral door de dalende prijzen van lood en antimoon op de wereldmarkt.

    Het Belgische metaalrecyclagebedrijf Campine heeft in 2023 een omzetdaling van 15 procent moeten incasseren. De totale omzet kwam uit op 280,3 miljoen euro. Deze terugval is voornamelijk te wijten aan de lagere prijzen van lood en antimoon, twee belangrijke metalen voor het bedrijf. De daling van de metaalprijzen heeft de winstmarges onder druk gezet, ondanks een stabiel verkoopvolume.

    De impact van de dalende metaalprijzen was vooral voelbaar in de divisie recyclage en legeringen, waar de omzet met 17 procent daalde tot 249,5 miljoen euro. De verkoopvolumes bleven hier wel op peil. De divisie chemie, die vlamvertragers en masterbatches produceert, hield beter stand met een lichte omzetdaling van 3 procent tot 30,8 miljoen euro. Hier was er wel een kleine volumevermindering, maar de hogere toegevoegde waarde van de producten wist de impact te beperken.

    Winst Onder Druk

    De lagere metaalprijzen en de daarmee gepaard gaande druk op de marges hebben ook hun weerslag gehad op de winstgevendheid van Campine. De bedrijfswinst (EBITDA) daalde met 36 procent tot 15,2 miljoen euro. Dit is een aanzienlijke daling die de uitdagingen in de sector duidelijk maakt. Wij zien hierin een bevestiging dat de grondstoffenmarkt volatiel blijft en bedrijven als Campine kwetsbaar zijn voor schommelingen in de prijzen van hun kernmaterialen. Het nettoresultaat volgde deze trend en daalde met 51 procent tot 7,1 miljoen euro.

    Ondanks de moeilijke marktomstandigheden heeft Campine wel geïnvesteerd in de toekomst. Zo werd er 14,7 miljoen euro geïnvesteerd in een nieuwe oven voor de recyclage van loodaccu’s, een project dat in 2025 operationeel moet zijn. Dit toont aan dat het bedrijf blijft inzetten op duurzaamheid en efficiëntie, wat op lange termijn zeker een voordeel kan opleveren.

    Vooruitblik Naar 2024

    Voor het lopende boekjaar 2024 verwacht Campine een verdere stabilisatie van de metaalprijzen, wat een positieve invloed zou moeten hebben op de resultaten. De nieuwe oven, die in 2025 in gebruik wordt genomen, moet de capaciteit en efficiëntie van de loodrecyclage aanzienlijk verbeteren. Dit zou het bedrijf moeten helpen om de winstgevendheid op te krikken en de afhankelijkheid van de schommelende metaalprijzen deels te mitigeren.

    Wij houden het erop dat de focus op efficiëntie en de investering in nieuwe technologieën Campine de nodige veerkracht kunnen geven in een markt die onzeker blijft. De vraag is wel hoe snel de metaalprijzen zich zullen herstellen en of de investeringen op korte termijn al voldoende vruchten afwerpen om de winst weer op het oude niveau te krijgen.

  • Belgische Ziekenfondsen Schrappen Meer Uitkeringen Langdurig Zieken Na Controles

    Belgische Ziekenfondsen Schrappen Meer Uitkeringen Langdurig Zieken Na Controles

    De kentering is ingezet: ziekenfondsen controleren vaker en intensiever, waardoor een groeiend aantal langdurig zieken hun uitkering verliest. Dit komt door extra investeringen in personeel.

    In België verliezen steeds meer langdurig zieken hun uitkering na een controle door de adviserende arts van hun ziekenfonds. De cijfers, die eerder door De Morgen werden gepubliceerd en bevestigd zijn door de drie grootste ziekenfondsen, tonen een duidelijke verschuiving. Bij Solidaris verloren vorig jaar 13.179 mensen hun uitkering, een toename van 42 procent ten opzichte van 2023. Het christelijke ziekenfonds zag in 2025 een nog grotere stijging van 75,6 procent, met 7.437 geschrapte uitkeringen vergeleken met 2023.

    Ook bij de Onafhankelijke ziekenfondsen is er een significante toename. Zij rapporteerden een stijging van 58 procent in het aantal geschrapte uitkeringen wanneer het eerste semester van dit jaar wordt vergeleken met dezelfde periode in 2024. Deze cijfers wijzen op een trend waarbij de ziekenfondsen actiever optreden in het beoordelen van de arbeidsongeschiktheid.

    Meer Personeel, Meer Controles

    Paul Callewaert van Solidaris bevestigt dat er een kentering is ingezet. Volgens hem heeft dit vooral te maken met het feit dat adviserende artsen en ondersteunend medisch personeel de mensen veel meer zien en meer informatie hebben om hen te begeleiden naar een terugkeer naar de arbeidsmarkt. De mogelijkheid om meer te controleren en te begeleiden komt voort uit extra investeringen van de overheid in personeel. Waar Solidaris in Vlaanderen voorheen 40 inzetbare personeelsleden had, zijn dat er nu 120. Dit maakt het mogelijk om mensen intensiever op te volgen, wat voorheen niet kon.

    Callewaert is gematigd positief over de ontwikkelingen. Hij stelt dat hoewel ze tevreden zijn, er nog geen sprake is van euforie en dat de trend zich over de hele lijn moet bevestigen. De focus ligt op het begeleiden van mensen terug naar werk, eerder dan op besparingen. Wij zien hierin een verschuiving van een passieve uitkeringsverstrekking naar een actievere re-integratieaanpak, wat op papier een positieve ontwikkeling is voor zowel de begroting als de maatschappij.

    Politieke Gevoeligheid

    De kwestie van langdurig zieken en hun uitkeringen is politiek gevoelig. Eerder kreeg N-VA-voorzitter Valerie Van Peel kritiek toen ze voorstelde om extra te besparen op langdurig zieken om de begroting op orde te krijgen. CM-voorzitter Luc Van Gorp reageerde toen fel en noemde het voorstel “pertinent onwaar, immoreel”.

    De huidige cijfers tonen echter aan dat er wel degelijk een effect is op het aantal uitkeringen, zij het door een verandering in aanpak en investering in begeleiding, in plaats van een directe besparingsmaatregel. Wij zouden hierbij willen opmerken dat de toegenomen controles en het verlies van uitkeringen voor de betrokkenen ingrijpende gevolgen kunnen hebben, zelfs als de intentie is om hen te re-integreren. De vraag blijft hoe effectief deze begeleiding is en of iedereen die zijn uitkering verliest ook daadwerkelijk de stap terug naar werk kan zetten. Dit is een ontwikkeling die Block #9 nauwlettend zal blijven volgen.

  • Belgische Softwarebedrijven Jagen Op Frans Marktaandeel In Digitale Facturen

    Belgische Softwarebedrijven Jagen Op Frans Marktaandeel In Digitale Facturen

    Nu Frankrijk elektronische facturatie verplicht stelt, zien Belgische softwarebedrijven een grote kans om hun diensten aan te bieden aan de 7 miljoen Franse ondernemingen.

    De Franse overheid heeft besloten om elektronische facturatie voor bedrijven verplicht te maken. Deze stap opent een aanzienlijke markt voor softwareleveranciers, en Belgische spelers zoals Banqup en Odoo staan klaar om een deel van die taart op te eisen. Het gaat om een potentieel van maar liefst 7 miljoen Franse ondernemingen die hun facturatieprocessen moeten digitaliseren.

    Deze ontwikkeling volgt op een gelijkaardige verplichting in België, waar digitale facturatie al langer ingeburgerd raakt. Voor Belgische bedrijven die hierin gespecialiseerd zijn, biedt de Franse markt een logische expansiemogelijkheid. Wij zien dit als een natuurlijke evolutie, waarbij succesvolle oplossingen in één land de grens oversteken. Toch is het geen kwestie van zomaar kopiëren en plakken; de Franse markt kent zijn eigen specificiteiten en uitdagingen.

    Administratieve Horden En Hevige Concurrentie

    Hoewel de opportuniteit groot is, staat de weg naar Frans marktaandeel vol met obstakels. De administratieve rompslomp in Frankrijk is berucht en kan een aanzienlijke drempel vormen voor buitenlandse bedrijven. Bovendien is de concurrentie op de Franse markt voor digitale facturatiediensten al hevig. Lokale spelers zijn er al actief en kennen de markt door en door. Wij twijfelen of de Belgische bedrijven zomaar een vliegende start kunnen nemen zonder grondige voorbereiding.

    Een ander aandachtspunt is de schaal. Het bedienen van 7 miljoen ondernemingen vraagt om robuuste en schaalbare oplossingen, alsook om een stevige lokale aanwezigheid of een sterk partnerschap. Het is niet alleen een kwestie van de software aanbieden, maar ook van ondersteuning en aanpassing aan de specifieke Franse regelgeving en bedrijfscultuur.

    De Potentie Van Een Groeiende Markt

    Ondanks de uitdagingen blijft de Franse markt aantrekkelijk. De verplichting tot elektronische facturatie betekent dat elk bedrijf, van de kleinste zelfstandige tot de grootste multinational, een oplossing nodig zal hebben. Dit creëert een enorme vraag die de komende jaren zal groeien. Voor Banqup en Odoo, die al ervaring hebben met digitale facturatie, is dit een kans om hun expertise en technologie op een veel grotere schaal toe te passen.

    De strategie zal waarschijnlijk liggen in het aanbieden van gebruiksvriendelijke en conforme oplossingen die de overgang voor Franse bedrijven zo naadloos mogelijk maken. Wij houden het erop dat de bedrijven die het beste inspelen op de lokale behoeften en de administratieve complexiteit kunnen vereenvoudigen, de grootste kans op succes zullen hebben in deze nieuwe, verplichte digitale golf.

  • IKEA Verlaagt Prijzen Van 1.000 Producten In België Met Een Investering Van 1,2 Miljard Euro

    IKEA Verlaagt Prijzen Van 1.000 Producten In België Met Een Investering Van 1,2 Miljard Euro

    De Zweedse meubelgigant IKEA pompt 1,2 miljard euro in prijsverlagingen om de vraag in Europa aan te zwengelen. In België worden daardoor duizend artikelen goedkoper.

    Meubelketen IKEA investeert een aanzienlijk bedrag van 1,2 miljard euro om de prijzen van zijn producten in Europa te drukken. Deze strategische zet moet de stagnerende vraag op het continent nieuw leven inblazen, na enkele jaren van tegenvallende financiële resultaten. Voor Belgische klanten betekent dit concreet dat duizend verschillende artikelen een lager prijskaartje krijgen.

    De beslissing van IKEA komt op een moment dat veel consumenten hun uitgavenpatroon aanpassen door de aanhoudende inflatie en de gestegen kosten voor levensonderhoud. Wij zien dit als een poging om de koopkracht van de consument te stimuleren en tegelijkertijd de eigen concurrentiepositie te verstevigen. Het is een klassieke marktbeweging: als de verkoop hapert, probeer je met lagere prijzen de volumes weer op te krikken.

    Prijsverlagingen als strategie

    De investering van 1,2 miljard euro is een forse som, die de ernst van de situatie voor IKEA in Europa onderstreept. Het bedrijf wil hiermee de prijzen van een breed assortiment aan meubels en woonaccessoires verlagen. Het gaat niet om een tijdelijke actie, maar om een structurele aanpassing van de prijsstrategie. Dat lezen wij als een signaal dat IKEA gelooft in de lange termijn effecten van een agressievere prijsstelling, zeker in een markt waar de consument steeds prijsbewuster wordt.

    In België alleen al zullen duizend producten goedkoper worden. Dit aantal is significant en kan een merkbaar verschil maken voor huishoudens die hun interieur willen vernieuwen of aanvullen. Het is een direct voordeel voor de Belgische consument, die hiermee meer waar voor zijn geld krijgt. Of dit voldoende is om de algemene terughoudendheid bij de consument te doorbreken, zal de komende maanden moeten blijken. De inflatie is weliswaar aan het afnemen, maar de psychologische impact van de gestegen prijzen blijft voelbaar.

    Impact op de markt

    De stap van IKEA kan ook gevolgen hebben voor andere spelers op de meubelmarkt. Wanneer een marktleider als IKEA de prijzen verlaagt, kan dit een ketenreactie teweegbrengen. Concurrenten zullen mogelijk gedwongen worden om hun eigen prijsstrategieën te heroverwegen om competitief te blijven. Dit kan uiteindelijk leiden tot een bredere trend van prijsverlagingen in de sector, wat gunstig zou zijn voor de consument in het algemeen. Wij volgen dit verder op, want dergelijke bewegingen kunnen de hele sector in beweging zetten.

  • Heylen Warehouses Neemt Audi-Site In Vorst Over Voor Nieuw Bedrijvenpark

    Heylen Warehouses Neemt Audi-Site In Vorst Over Voor Nieuw Bedrijvenpark

    De Kempense Heylen Group blaast de voormalige Audi-site in Vorst nieuw leven in. Het bedrijf, bekend van logistiek vastgoed, wil er een bedrijvenpark van 55 hectare ontwikkelen en zo duizenden banen creëren.

    Heylen Warehouses, de logistieke vastgoedpoot van de Kempense Heylen Group, heeft een akkoord bereikt met autobouwer Audi om de voormalige fabriekssite in Vorst over te nemen. Het plan is om het uitgestrekte terrein van 55 hectare om te vormen tot een modern bedrijvenpark. Dit project, dat minstens tien jaar in beslag zal nemen, moet op termijn plaats bieden aan 2.500 tot 3.000 werknemers, wat het aantal banen evenaart dat bij de sluiting van Audi verloren ging.

    De overname past in de strategie van Heylen Group, die zich richt op het ‘kopen, bouwen en bijhouden’ van bedrijven en vastgoed. Eerder dit jaar deed de groep al een gelijkaardige overname met een deel van de vroegere Caterpillar-terreinen in Gosselies. De site in Vorst wordt door woordvoerster Sarah Dierick van Heylen Warehouses omschreven als een “zeldzame kans op een strategische locatie aan de Brusselse ring, met een unieke schaal en in een economisch belangrijke regio”.

    Van Dierenvoeding tot Warehouses

    De Heylen Group, opgericht door Wim Heylen, is in de voorbije kwarteeuw uitgegroeid tot een investeringsbedrijf met belangen in diverse sectoren. Wat begon met de verkoop van zijn dierenspeciaalzaak Amizoo in 2000, groeide uit tot een groep die vandaag 41 bedrijven omvat. Samen zijn deze goed voor een omzet van ongeveer 1,1 miljard euro en bieden ze werk aan 3.200 mensen.

    Onder de paraplu van Heylen Group vallen bekende namen zoals elektronicaketens Selexion en Exellent, en het barbecue- en fornuizenmerk Boretti. Daarnaast is de groep actief in onder meer voeding, tuinbouw, heftrucks en energie. Heylen Warehouses is echter de grootste tak van de groep en vertegenwoordigt meer dan de helft van de totale omzet. Het bedrijf bouwt en verhuurt grote logistieke magazijnen in België, Nederland en Frankrijk.

    Toekomstvisie voor Vorst

    De herontwikkeling van de Audi-site in Vorst is een van de meest significante binnenstedelijke reconversieprojecten in Europa van de afgelopen decennia. De ambitie is om een divers bedrijvenpark te creëren dat plaats biedt aan zowel grote als kleine ondernemingen uit verschillende sectoren. Heylen Warehouses wil er niet alleen arbeiders en technici tewerkstellen, maar ook lokale ambachtslieden en ondernemers die in Brussel willen groeien.

    Wij zien dit als een belangrijke impuls voor de Brusselse werkgelegenheid en economie, zeker gezien de schaal van het project. Het idee om er een opleidingscentrum op te richten, toont bovendien een langetermijnvisie die verder reikt dan enkel het verhuren van vierkante meters. Het is een project dat de komende jaren zeker onze aandacht zal blijven trekken.

  • BEL 20 Zakt 0,7 Procent Ondanks Sterke Prestatie Van Argenx En UCB

    BEL 20 Zakt 0,7 Procent Ondanks Sterke Prestatie Van Argenx En UCB

    De Belgische beursindex kon de dag niet in het groen afsluiten, zelfs niet met de positieve bijdragen van twee zwaargewichten uit de farmaceutische sector.

    De BEL 20-index heeft de handelsdag afgesloten met een daling van 0,7 procent, wat neerkomt op een verlies van ongeveer 26 punten. Dit gebeurde ondanks het feit dat twee van zijn grootste componenten, de farmaceutische bedrijven Argenx en UCB, een opmerkelijke groei lieten zien. Argenx zag zijn aandeel stijgen met 1,2 procent, terwijl UCB een toename van 1,1 procent noteerde.

    Deze prestatie van de index is opvallend, aangezien Argenx en UCB samen een aanzienlijk deel van de weging in de BEL 20 vertegenwoordigen. Hun stijgingen waren echter niet voldoende om de algemene neerwaartse trend te compenseren. Wij zien hierin vooral de invloed van andere grote namen die de index naar beneden trokken, wat de kwetsbaarheid van een geconcentreerde index zoals de BEL 20 onderstreept. Een vergelijkbare situatie zagen we eerder dit jaar toen de index ook onder druk stond door een beperkt aantal dalers, zelfs als andere aandelen het goed deden.

    Andere Zwaargewichten Onder Druk

    De daling van de BEL 20 werd voornamelijk veroorzaakt door tegenvallende prestaties van andere zwaargewichten. Zo moest AB InBev een verlies van 1,3 procent incasseren. Ook KBC Group, een belangrijke speler in de financiële sector, daalde met 1,1 procent. Dit zijn bedrijven met een grote invloed op de index, en hun dalingen wogen zwaarder dan de winsten van Argenx en UCB.

    De algemene stemming op de Europese markten was eveneens gemengd, wat de druk op de Belgische index verder verhoogde. Wij denken dat de onzekerheid over de economische vooruitzichten en het monetaire beleid van centrale banken hier een rol in speelt. Beleggers blijven voorzichtig, wat zich vertaalt in een volatiel beursklimaat.

    Wat Dit Betekent Voor De Index

    De BEL 20 is een relatief kleine index met een beperkt aantal aandelen, wat betekent dat de prestaties van enkele grote bedrijven een disproportionele impact kunnen hebben. De huidige situatie, waarbij twee stijgers de index niet uit het rood konden trekken, toont aan dat de bredere markt een moeilijke periode doormaakt. Voor beleggers in Belgische aandelen is het belangrijk om niet alleen naar de toppers te kijken, maar ook de prestaties van de hele index en de onderliggende economische factoren in de gaten te houden.

    De komende weken zullen we zien of de positieve impulsen van individuele aandelen zoals Argenx en UCB voldoende zijn om de BEL 20 weer op koers te krijgen, of dat de algemene marktdruk aanhoudt. Wij volgen dit verder op.

  • Voormalig Provinciehuis Gent Zakt Naar 11 Miljoen Euro Instelprijs

    Voormalig Provinciehuis Gent Zakt Naar 11 Miljoen Euro Instelprijs

    Het iconische gebouw in de Gouvernementstraat, dat in 2023 nog 17,5 miljoen euro moest opbrengen, is nu een stuk betaalbaarder. De provincie hoopt zo eindelijk een koper te vinden voor het beschermde pand.

    Het voormalige provinciehuis van Oost-Vlaanderen in Gent staat opnieuw in de etalage, en dat aan een aanzienlijk lagere prijs. Geïnteresseerden kunnen nu een bod uitbrengen vanaf 11 miljoen euro. Dat is een flinke korting vergeleken met de vorige verkooppoging in 2023, toen de instelprijs nog 17,5 miljoen euro bedroeg. Die poging draaide toen op een sisser uit, want er kwam geen enkel bod binnen.

    De provincie, die twee derde van het gebouw bezit (de Regie der Gebouwen de rest), heeft de prijs duidelijk bijgesteld om de interesse aan te wakkeren. Gedeputeerde Dagmar Beernaert (Vooruit) gaf eerder al aan dat de initiële prijs te hoog was om kopers aan te trekken. De recentste verlaging van 13,5 miljoen euro naar 11 miljoen euro toont aan dat de provincie vastberaden is om het pand van de hand te doen, nu het provinciebestuur verhuisd is naar de gerenoveerde Leopoldskazerne.

    Beschermd en toch Flexibel

    Het gebouw, dat dateert uit 1955 en een voorbeeld is van modern classicisme, is beschermd. Dat betekent dat er niet zomaar veranderingen aangebracht kunnen worden, wat de zoektocht naar een koper bemoeilijkte. Er was lange tijd onduidelijkheid over de mogelijkheid om er een hotel in te vestigen. De stad Gent heeft intussen echter bevestigd dat een hotelfunctie wel degelijk mogelijk is, zij het in combinatie met bijvoorbeeld kantoren en woningen. Die duidelijkheid kan de verkoop nu bespoedigen.

    Met 3.000 vierkante meter bebouwde oppervlakte, inclusief een raadzaal, vergaderzalen, een binnentuin, garage en conciërgewoning, biedt het pand heel wat potentieel. Het heeft wel een opknapbeurt nodig, wat de EPC-waarde X al aangeeft. Wij zien vooral dat de lagere prijs en de duidelijkheid over de mogelijke bestemmingen de drempel voor potentiële kopers verlagen. De provincie heeft nog tot september 2027 de tijd om biedingen te ontvangen, wat een ruim tijdskader biedt voor een weloverwogen beslissing.

    Wat Dit Betekent Voor De Stad

    De verkoop van zo’n prominent gebouw in het hart van Gent heeft niet alleen financiële, maar ook stedelijke implicaties. Een succesvolle herbestemming kan de buurt nieuw leven inblazen en bijdragen aan de dynamiek van de stad. De tijdelijke invulling die het gebouw momenteel heeft, toont aan dat er vraag is naar ruimte, maar een definitieve bestemming is cruciaal voor de toekomst van dit stukje Gents erfgoed. Wij twijfelen of de prijs nog verder zal zakken, gezien de recente aanpassingen en de duidelijkheid over de bestemmingen, maar de markt zal uiteindelijk beslissen.

  • Werkloosheid Eurozone Blijft Stabiel Op Historisch Laag Niveau

    Werkloosheid Eurozone Blijft Stabiel Op Historisch Laag Niveau

    De werkloosheid in de eurozone bleef in april 2024 onveranderd op 6,4 procent, een cijfer dat al sinds 1999 niet meer zo laag was.

    De arbeidsmarkt in de eurozone blijft verrassend veerkrachtig. In april 2024 bleef de werkloosheid stabiel op 6,4 procent, zo blijkt uit cijfers van Eurostat. Dit is een historisch dieptepunt, een niveau dat sinds de start van de metingen in april 1999 niet meer werd gezien. Het cijfer is ook een lichte verbetering ten opzichte van de 6,5 procent die in april vorig jaar werd genoteerd. Wij zien dit als een teken dat de economie, ondanks de recente uitdagingen, toch een stevige basis behoudt.

    In totaal waren er in april 2024 ongeveer 10,99 miljoen mensen werkloos in de twintig landen die de euro als munt hebben. Dat is een daling van 100.000 werklozen ten opzichte van maart en zelfs 264.000 minder dan in april 2023. Vooral jongeren vinden makkelijker een baan: de jeugdwerkloosheid daalde van 14,1 procent in maart naar 14,0 procent in april, wat neerkomt op 2,87 miljoen jongeren zonder werk.

    Grote Verschillen Tussen Landen

    Hoewel het gemiddelde cijfer positief oogt, zijn er aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten. Spanje en Griekenland blijven de landen met de hoogste werkloosheidscijfers binnen de eurozone, met respectievelijk 11,7 procent en 10,8 procent. Aan de andere kant van het spectrum vinden we Malta (2,9 procent), Tsjechië (2,7 procent) en Polen (2,9 procent) met de laagste percentages. België zit met een werkloosheid van 5,5 procent onder het Europese gemiddelde, terwijl Nederland met 3,7 procent nog beter presteert.

    De stabiliteit van de werkloosheid op dit lage niveau is opmerkelijk, zeker gezien de inflatie en de hogere rentetarieven van de Europese Centrale Bank (ECB) die de economische groei de voorbije periode hebben afgeremd. Wij houden het erop dat de arbeidsmarkt een belangrijke buffer vormt tegen een diepere economische terugval. Dit kan de ECB ook meer ruimte geven om de rente te verlagen, al zal de inflatieontwikkeling hierin de doorslag geven.

    Wat Betekent Dit Voor De ECB?

    De aanhoudend lage werkloosheid kan de ECB beïnvloeden in haar monetaire beleid. Een sterke arbeidsmarkt betekent doorgaans ook een hogere loongroei, wat op zijn beurt de inflatie kan aanwakkeren. De ECB heeft echter al aangegeven dat zij de inflatie nauwlettend in de gaten houdt en dat zij bereid is om de rente te verlagen als de inflatiedruk voldoende afneemt. De komende maanden zullen uitwijzen of de veerkracht van de arbeidsmarkt de inflatie opnieuw aanjaagt, of dat de renteverlagingen van de ECB de economie verder kunnen stimuleren zonder ongewenste neveneffecten.

  • Belgische Staat Pakt Vanaf 1 September 2026 Slapende Tegoeden Onder 250 Euro Definitief Af

    Belgische Staat Pakt Vanaf 1 September 2026 Slapende Tegoeden Onder 250 Euro Definitief Af

    Wie nog geld heeft staan op een bankrekening die al vijf jaar ongebruikt is, moet snel zijn. Kleine bedragen gaan naar de staatskas, een gevolg van strengere regels rond slapende tegoeden.

    Vanaf 1 september 2026 verdwijnen alle bedragen onder de 250 euro op ‘slapende’ bankrekeningen in België definitief in de staatskas. Dit is het directe gevolg van nieuwe, strengere regels die de regering-De Wever heeft ingevoerd. Wie vandaag geen actie onderneemt, verliest het geld aan de overheid.

    Een bankrekening wordt als slapend beschouwd wanneer er vijf jaar lang geen contact is geweest met de bank en er in die periode geen transacties zijn uitgevoerd. Veel mensen zijn zich hier niet van bewust, maar een simpele login op de bankapp of een kleine overschrijving volstaat om de rekening weer actief te maken.

    Verjaringstermijn Verkort

    De aanpassing van de regels is significant. Voorheen bleef geld op slapende rekeningen dertig jaar lang beschikbaar voor de rechtmatige eigenaar. Deze termijn is nu drastisch teruggebracht naar vijf jaar. Na deze periode wordt het geld doorgestort naar de staatskas. Voor de kleinere bedragen onder de 250 euro is de verandering nog radicaler: de verjaringstermijn vervalt volledig, wat betekent dat deze tegoeden per direct worden overgeheveld.

    Deze maatregel zal de Belgische staatskas een aanzienlijk bedrag opleveren. In 2025 hoopte de regering al een half miljard euro op te halen via slapende rekeningen. Met de versnelde inname van kleine bedragen, die vaak over het hoofd worden gezien, zal dit bedrag verder aandikken. Het is een duidelijk signaal dat de overheid de touwtjes strakker aantrekt wat betreft ongebruikte financiële middelen.

    Hoe Je Geld Terugkrijgt

    Wil je controleren of je nog slapende tegoeden hebt? De eenvoudigste manier is via MyMinfin, het online portaal van de FOD Financiën. Je logt in op je persoonlijke account, navigeert naar ‘Mijn betalingen’ en kiest vervolgens ‘Mijn slapende tegoeden raadplegen’. Als er effectief een slapende rekening opduikt, kan je via datzelfde platform meteen een teruggave aanvragen.

    Wij zien dit als een belangrijke wake-upcall voor iedereen die meerdere bankrekeningen heeft of in het verleden van bank is gewisseld. Een snelle controle kan voorkomen dat je ongemerkt geld kwijtraakt aan de overheid. Het toont ook aan dat financiële administratie, hoe klein de bedragen soms ook lijken, altijd de moeite waard is.

  • UCB Treft Schikking Van 122,7 Miljoen Dollar Met Amerikaanse Overheid

    UCB Treft Schikking Van 122,7 Miljoen Dollar Met Amerikaanse Overheid

    Het Belgische farmabedrijf UCB legt 122,7 miljoen dollar neer om een onderzoek naar de marketing van twee van zijn medicijnen af te sluiten. De schikking beëindigt een jarenlange juridische strijd met het Amerikaanse ministerie van Justitie.

    Het Belgische farmabedrijf UCB heeft een akkoord bereikt met het Amerikaanse ministerie van Justitie (DOJ) over een schikking van 122,7 miljoen dollar, wat neerkomt op ongeveer 113,8 miljoen euro. Deze overeenkomst sluit een onderzoek af naar de marketingpraktijken van twee van UCB’s medicijnen in de Verenigde Staten, zo maakte het bedrijf bekend. Het gaat om de geneesmiddelen Vimpat, gebruikt tegen epilepsie, en Keppra, eveneens een epilepsiemedicijn.

    De schikking beëindigt een jarenlange juridische strijd die in 2014 begon. Het DOJ onderzocht of UCB de marketing van Vimpat en Keppra op een ongepaste manier had gevoerd, met name door artsen te beïnvloeden om deze medicijnen voor te schrijven. UCB heeft altijd ontkend iets verkeerds te hebben gedaan, maar kiest nu voor een schikking om de zaak definitief af te sluiten en de onzekerheid weg te nemen. Dit soort schikkingen is niet ongebruikelijk in de farmaceutische sector, waar bedrijven vaak te maken krijgen met strikte regelgeving en toezicht op hun marketingactiviteiten.

    Impact op de financiën en reputatie

    De schikking van 122,7 miljoen dollar zal de resultaten van UCB in het eerste kwartaal van dit jaar beïnvloeden. Het bedrag zal als een eenmalige last in de boeken worden opgenomen. Hoewel het een aanzienlijk bedrag is, verwachten wij dat de impact op de langetermijnstrategie van UCB beperkt zal blijven, gezien de omvang van het bedrijf en de jaarlijkse omzet. In 2023 boekte UCB een omzet van 5,3 miljard euro, wat de schikking in perspectief plaatst.

    De reputatie van UCB kan door dergelijke zaken wel een deuk oplopen, al is het bedrijf niet het enige dat met dit soort beschuldigingen te maken krijgt. De farmaceutische industrie ligt vaker onder een vergrootglas als het gaat om de interactie met voorschrijvende artsen. Wij zien dit als een signaal dat toezichthouders in de VS streng blijven toekijken op de ethiek van medicijnmarketing.

    Vooruitblik na de schikking

    Met deze schikking achter de rug kan UCB zich volledig richten op de toekomst en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Het bedrijf heeft recent veel geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling, met enkele veelbelovende middelen in de pijplijn, zoals Bimzelx voor psoriasis en Rystiggo voor myasthenia gravis. Het afsluiten van deze juridische kwestie zorgt voor meer duidelijkheid en stabiliteit, wat zowel voor het bedrijf als voor zijn aandeelhouders positief is. Wij volgen op de voet hoe UCB de komende periode zijn marketingstrategieën verder zal verfijnen en aanpassen aan de steeds strengere eisen.

  • België En Nederland Twisten Over Fregattenproject Van 1,5 Miljard Euro

    België En Nederland Twisten Over Fregattenproject Van 1,5 Miljard Euro

    De gezamenlijke aankoop van nieuwe fregatten door België en Nederland, een project van 1,5 miljard euro, is uitgedraaid op een conflict. Nederland wordt verweten het ontwerp onnodig complex te hebben gemaakt, wat leidt tot vertragingen en oplopende kosten.

    De gezamenlijke aankoop van nieuwe fregatten voor de Belgische en Nederlandse marine, een project dat oorspronkelijk 1,5 miljard euro kost, is uitgedraaid op een flinke ruzie. Nederland krijgt het verwijt het ontwerp van de schepen onnodig ingewikkeld te hebben gemaakt, wat leidt tot vertragingen en oplopende kosten. De samenwerking, die ooit als een toonbeeld van Europese defensiesamenwerking gold, staat onder druk.

    Het gaat om vier fregatten: twee voor België en twee voor Nederland. De schepen moeten de verouderde M-fregatten vervangen, waarvan de eerste al in 2027 uit dienst wordt genomen. De Belgische marine heeft de aankoop van de twee schepen al goedgekeurd, maar de onenigheid over het ontwerp en de uitvoering zorgt voor hoofdbrekens aan beide kanten van de grens. De complexiteit van het project wordt verder vergroot door de betrokkenheid van maar liefst veertig verschillende contracten, wat de coördinatie bemoeilijkt.

    Duitsland En De Kosten

    Een van de pijnpunten is de beslissing van Nederland om de fregatten te voorzien van een nieuw type radar van de Duitse leverancier Hensoldt. Deze radar, die nog in ontwikkeling is, zou de schepen geavanceerder maken. België had echter ingezet op een beproefd radarsysteem van Thales, een Nederlands-Franse fabrikant. De keuze voor de Duitse radar betekent dat het hele ontwerp van de schepen moest worden aangepast, wat extra tijd en geld kost. Wij zien hier vooral een risico: het integreren van nieuwe, nog niet volledig geteste technologie in een complex defensieproject kan leiden tot onvoorziene problemen en verdere vertragingen.

    De totale kosten van het project zijn al opgelopen van de oorspronkelijke 1,5 miljard euro naar 2 miljard euro, een stijging van een derde. Dat is een aanzienlijk bedrag voor beide landen, zeker gezien de budgettaire druk op defensie-uitgaven. De vertragingen zijn ook niet min: de levering van het eerste schip, oorspronkelijk gepland voor 2027, wordt nu pas in 2029 verwacht. Dit betekent dat de Belgische marine langer moet wachten op de broodnodige vervanging van haar vloot, wat de operationele capaciteit kan beïnvloeden.

    Wat Nu?

    De Belgische regering heeft haar ongenoegen al meermaals geuit. Minister van Defensie Ludivine Dedonder heeft de Nederlandse minister van Defensie Kajsa Ollongren aangesproken op de vertragingen en de extra kosten. Het is duidelijk dat de relatie tussen de defensieministeries onder druk staat. De vraag is nu hoe beide landen verdergaan met dit project. Wij denken dat er snel duidelijkheid moet komen over de aanpak en de verantwoordelijkheden, anders dreigt het project nog verder te ontsporen.

    De situatie toont de complexiteit van internationale defensiesamenwerking, vooral wanneer nationale belangen en technologische keuzes botsen. Het is een delicate evenwichtsoefening om de beste technologie te kiezen tegen een aanvaardbare prijs en binnen een realistische termijn. De komende maanden zullen cruciaal zijn om te zien of België en Nederland de plooien kunnen gladstrijken en dit belangrijke project alsnog tot een goed einde kunnen brengen.

  • Bel20 Index Daalt Licht Na Het Bereiken Van Een Record Van Meer Dan 4.076 Punten

    Bel20 Index Daalt Licht Na Het Bereiken Van Een Record Van Meer Dan 4.076 Punten

    De Bel20-index, de graadmeter voor de Belgische beurs, heeft een kleine pas op de plaats gemaakt na een indrukwekkende klim. Op donderdag 2 mei bereikte de index een nieuw record van 4.076,85 punten, een niveau dat sinds de oprichting in 1991 nog niet eerder werd gezien. De euforie was echter van korte duur, want op vrijdag 3 mei sloot de index 0,3 procent lager af op 4.064,25 punten. Wij zien dit als een natuurlijke correctie na zo’n sterke prestatie, eerder dan een teken van dieperliggende problemen.

    Deze lichte daling volgt op een periode van aanzienlijke groei voor de Belgische beurs. Sinds het begin van dit jaar heeft de Bel20 een stijging van meer dan 10 procent laten zien. Deze prestatie overtreft die van veel andere Europese indexen, zoals de Euro Stoxx 50, die in dezelfde periode met ongeveer 8,5 procent steeg. De Bel20 heeft hiermee de hoogste niveaus sinds 2007 overtroffen, wat de veerkracht van de Belgische economie en de bedrijven die er deel van uitmaken, onderstreept. Het is een opmerkelijke prestatie, zeker als je bedenkt dat de index in de afgelopen vijftien jaar verschillende economische schokken heeft doorstaan.

    Koplopers en achterblijvers

    Binnen de Bel20 zijn er duidelijke verschillen te zien in de prestaties van de individuele aandelen. Sommige bedrijven hebben de index omhoog gestuwd, terwijl andere een remmende factor waren. Zo kende het aandeel van KBC een sterke week, met een stijging van 1,5 procent op donderdag en een verdere groei van 0,9 procent op vrijdag. Ook Ageas deed het goed, met een plus van 0,8 procent op vrijdag. Deze financiële zwaargewichten dragen duidelijk bij aan de positieve trend van de index.

    Aan de andere kant waren er ook bedrijven die de index omlaag trokken. Het aandeel van UCB daalde op vrijdag met 1,3 procent, terwijl Argenx een verlies van 1,2 procent noteerde. Deze dalingen zijn echter niet ongewoon en horen bij de dynamiek van een beursindex. Wij zouden hier niet meteen een negatieve conclusie aan verbinden; het toont eerder de normale fluctuaties die je op de markt verwacht na een sterke stijging.

    Wat de toekomst brengt

    De lichte terugval van de Bel20 na een recordhoogte is een typisch voorbeeld van winstnemingen door beleggers. Na een periode van sterke groei is het gebruikelijk dat sommigen hun winsten verzilveren, wat leidt tot een tijdelijke daling van de koersen. De onderliggende economische factoren en de prestaties van de Belgische bedrijven blijven echter relevant voor de langere termijn. Wij volgen dit verder op, maar de recente recordstand van meer dan 4.076 punten bevestigt dat de Belgische beurs in goede doen is. Het zal interessant zijn om te zien of de index de komende weken de weg omhoog opnieuw weet te vinden, of dat we een periode van consolidatie tegemoet gaan.

  • Belgische Economie Groeit Met 0,3 Procent, Stagnatie In Tweede Kwartaal

    Belgische Economie Groeit Met 0,3 Procent, Stagnatie In Tweede Kwartaal

    De Belgische economie kende een bescheiden groei van 0,3 procent in het tweede kwartaal van dit jaar, een vertraging ten opzichte van de voorgaande periode. Vooral de binnenlandse vraag en investeringen hielden de groei overeind, terwijl de export afzwakte.

    De Belgische economie heeft in het tweede kwartaal van 2024 een groei van 0,3 procent laten optekenen. Dat is een lichte vertraging ten opzichte van het eerste kwartaal, toen de groei nog 0,4 procent bedroeg. Deze cijfers, gepubliceerd door Trends-Knack, wijzen op een stagnatie van de economische activiteit in ons land.

    De motor achter deze groei was voornamelijk de binnenlandse vraag, die een toename van 0,4 procent liet zien. Ook de bedrijfsinvesteringen droegen positief bij, met een stijging van 0,6 procent. Dit suggereert dat bedrijven nog steeds bereid zijn om te investeren, ondanks de bredere economische onzekerheid. De overheidsconsumptie kende eveneens een lichte stijging van 0,1 procent.

    Export Zakt Weg

    Wat opvalt in de cijfers is de zwakkere prestatie van de export. De Belgische uitvoer daalde met 0,2 procent in het tweede kwartaal, terwijl de invoer met 0,1 procent toenam. Dit resulteerde in een negatieve bijdrage van de netto-export aan de totale economische groei. De afzwakkende internationale handel kan een teken zijn van een bredere economische vertraging in Europa en daarbuiten, wat ook de Belgische open economie raakt.

    De industrie kende een moeilijke periode, met een krimp van 0,5 procent. De bouwsector bleef stabiel met een groei van 0,1 procent. De dienstensector, die een groot deel van de Belgische economie uitmaakt, bleef de belangrijkste groeimotor met een toename van 0,5 procent. Dit toont aan dat de Belgische economie veerkracht toont in de dienstverlening, maar dat de productie en handel onder druk staan.

    Vooruitzichten Blijven Onzeker

    Hoewel de Belgische economie nog steeds groeit, wijst de stagnatie in het tweede kwartaal op een afnemend momentum. Wij zien vooral dat de internationale context een steeds grotere rol speelt in de prestaties van onze economie. De inflatie, de hoge energieprijzen en de geopolitieke spanningen blijven factoren die de vooruitzichten onzeker maken.

    De Nationale Bank van België had eerder al een groeiprognose van 1,2 procent voor heel 2024 afgegeven. Of deze prognose haalbaar blijft, zal afhangen van de verdere ontwikkeling van de binnenlandse vraag en de evolutie van de internationale handel. Wij volgen dit verder op, want een aanhoudende stagnatie kan de arbeidsmarkt en de overheidsfinanciën onder druk zetten.

  • Belgen Sparen Minder Dan Het Europese Gemiddelde, Met 12,7 Procent Van Hun Inkomen

    Belgen Sparen Minder Dan Het Europese Gemiddelde, Met 12,7 Procent Van Hun Inkomen

    De spaarquote van Belgische huishoudens lag in 2023 onder het Europese gemiddelde, wat de perceptie van een extreme ‘spaardrift’ nuanceert. Een aanzienlijk deel van de spaarcenten blijft bovendien op de zichtrekening staan, wat wijst op een voorzichtige houding.

    De Belgische spaarquote lag vorig jaar op 12,7 procent van het beschikbaar inkomen. Dat is opvallend, want het Europese gemiddelde bedroeg 13,8 procent. Deze cijfers, afkomstig van de Nationale Bank van België en Eurostat, nuanceren het beeld van de Belg als een overdreven spaarder. Wij zien vooral dat de Belgische huishoudens weliswaar sparen, maar niet meer dan de gemiddelde Europeaan.

    Een aanzienlijk deel van dit spaargeld belandt bovendien op zichtrekeningen. Eind 2023 stond er maar liefst 159 miljard euro (ongeveer 159 miljard euro) op deze rekeningen, waar het rendement vaak minimaal is. Dit wijst op een zekere terughoudendheid om het geld te beleggen of op een spaarrekening met een hogere rente te plaatsen. De Nationale Bank van België merkt op dat de spaarquote in de eurozone in het vierde kwartaal van 2023 licht daalde, wat suggereert dat consumenten mogelijk meer uitgaven doen.

    Spaarquote daalt licht in Europa

    De spaarquote in de eurozone daalde in het laatste kwartaal van 2023 naar 14,7 procent, een lichte daling ten opzichte van de 15,0 procent in het derde kwartaal. Tegelijkertijd steeg de investeringsquote van huishoudens naar 9,0 procent, een stijging van 0,2 procentpunt. Dit kan betekenen dat consumenten hun geld vaker aanwenden voor investeringen, zoals de aankoop van vastgoed of duurzame goederen, in plaats van het opzij te zetten.

    De Belgische situatie toont een interessante dynamiek. Hoewel de totale spaarquote lager is dan het Europese gemiddelde, blijft een groot deel van het geld ‘slapend’ op zichtrekeningen staan. Dit kan een gevolg zijn van de aanhoudende onzekerheid over de economie of een gebrek aan kennis over alternatieve beleggingsmogelijkheden. Wij zouden hier niet te snel conclusies trekken over een gebrek aan financiële geletterdheid, maar eerder over een afwachtende houding.

    Waarom blijft geld op zichtrekeningen?

    De keuze om 159 miljard euro op zichtrekeningen te laten staan, is een belangrijke observatie. Het brengt geen of nauwelijks rendement op, zeker in tijden van inflatie. Dit gedrag kan verschillende oorzaken hebben:

    • Onzekerheid: Economische onzekerheid kan huishoudens ertoe aanzetten om geld direct beschikbaar te houden voor onverwachte uitgaven.
    • Lage rentes: Hoewel de spaarrentes de laatste tijd zijn gestegen, zijn ze nog steeds niet altijd even aantrekkelijk, wat de drempel voor overboeking naar een spaarrekening kan verhogen.
    • Gebrek aan alternatieven: Niet iedereen is even vertrouwd met beleggen of andere financiële producten, waardoor de zichtrekening als de veiligste optie wordt gezien.

    Deze cijfers tonen aan dat het beeld van de Belg als ‘kampioen sparen’ genuanceerd moet worden. Er wordt weliswaar gespaard, maar de manier waarop en de omvang ervan wijken af van wat vaak wordt aangenomen. Het is een situatie die we bij Block #9 verder op de voet volgen, want het zegt veel over het vertrouwen van de consument in de economie en de financiële markten.