Tag: Belgie

  • 179 Miljoen Euro Aan Subsidies Voor Zonneparken Schrapt Vlaanderen

    179 Miljoen Euro Aan Subsidies Voor Zonneparken Schrapt Vlaanderen

    Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere stopt de subsidies voor grote groene energieprojecten wanneer de stroomprijzen onder nul duiken. Dit kan gevolgen hebben voor de rendabiliteit van nieuwe investeringen in hernieuwbare energie.

    Waarom stopt de Vlaamse regering met het subsidiëren van grote zonneparken en windmolens? Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere (Vooruit) schrapt 179 miljoen euro aan groenestroomcertificaten. De projecten die het betreft, zullen geen steun meer krijgen op momenten dat de stroomprijzen negatief zijn. Dit betekent dat bij een overaanbod aan groene stroom de subsidiekraan dichtgaat, wat een stevige impact kan hebben op de rendabiliteit van nieuwe duurzame energieprojecten in de regio.

    De maatregel komt er omdat de prijzen voor elektriciteit steeds vaker onder nul duiken. Dat gebeurt wanneer er veel aanbod is van hernieuwbare energie, maar de vraag onvoldoende is om die stroom af te nemen. In zulke situaties betalen energieproducenten zelfs om hun stroom op het net te dumpen. De subsidies waren net bedoeld om de productie van groene stroom te stimuleren, maar in periodes van negatieve prijzen drukken ze de kosten voor de producent niet, ze vergoeden zelfs een overproductie die niemand wil.

    Nieuwe Realiteit Voor Groene Energie

    Deze beslissing past in een bredere trend waarbij overheden kritischer kijken naar de subsidiëring van hernieuwbare energie. De technologieën zijn een stuk volwassener geworden en de kostprijs voor de bouw van zonneparken en windmolens is de voorbije jaren sterk gedaald. Dat maakt dat een continue subsidiestroom, ongeacht de marktomstandigheden, minder noodzakelijk is dan pakweg tien jaar geleden. Wij zien vooral dat de Vlaamse regering zo probeert om de balans tussen vraag en aanbod beter te sturen, en tegelijkertijd de belastingbetaler te ontlasten van onnodige kosten.

    De schrapping van de subsidies is specifiek gericht op de ‘groenestroomcertificaten’, een systeem waarbij producenten van groene energie een financiële tegemoetkoming krijgen per geproduceerde megawattuur. Dit mechanisme was cruciaal om investeringen in hernieuwbare energie op gang te trekken. Nu de markt volwassener is, moet het beleid mee evolueren. Het is een signaal dat toekomstige investeringen in zonne- en windenergie in Vlaanderen meer op eigen benen moeten staan, of op zijn minst een slimmere strategie moeten hebben om met periodes van overaanbod om te gaan, zoals energieopslag.

    Wat Dit Betekent Voor De Sector

    Voor projectontwikkelaars en investeerders in grote zonneparken en windmolens betekent dit een aanpassing van hun businessmodel. De onzekerheid over de inkomsten tijdens periodes van negatieve stroomprijzen zal meegenomen moeten worden in hun rendementsberekeningen. Dit kan leiden tot een vertraging van nieuwe projecten, of tot een focus op innovaties zoals batterijopslag, die kunnen helpen om stroom op te slaan wanneer de prijzen laag zijn en te verkopen wanneer ze weer stijgen. De maatregel treft vooral de grotere installaties die nog afhankelijk zijn van deze certificaten, kleinere projecten en particuliere installaties vallen buiten deze specifieke aanpassing. De vraag is nu hoe de sector zich zal aanpassen aan deze nieuwe realiteit zonder de ambitieuze klimaatdoelstellingen uit het oog te verliezen.

  • Gentse Rechter Dwingt Belgische Staat Tot Aanpak Overvolle Gevangenis Met Dwangsommen

    Gentse Rechter Dwingt Belgische Staat Tot Aanpak Overvolle Gevangenis Met Dwangsommen

    De rechtbank in Gent stelt een duidelijke deadline van zes maanden voor de Belgische Staat om de overbevolking in de gevangenis terug te dringen, anders volgen zware boetes.

    De Belgische Staat moet de bezetting van de gevangenis van Gent binnen zes maanden terugbrengen tot maximaal 110 procent van de werkelijke capaciteit. Dat heeft de burgerlijke rechtbank in Gent beslist. Indien de overbevolking na die termijn aanhoudt, legt de rechter een dwangsom op die kan oplopen tot 1.000 euro per dag per gedetineerde.

    De uitspraak volgt op een zaak die werd aangespannen door de Orde van Vlaamse Balies (OVB), die de aanhoudende problemen in de gevangenis aanklaagt. Zij wijzen op een bezettingsgraad die kan oplopen tot 190 procent, waarbij gedetineerden noodgedwongen op matrassen op de grond moeten slapen. Soms zelfs met hun hoofd naast het toilet, zo benadrukt advocaat Anne Marie De Clerck van de OVB, die spreekt van ‘foltering en mensonwaardige behandeling’.

    Vernederende Behandeling Door Overbevolking

    De rechter oordeelt dat de omstandigheden waaraan veel gedetineerden in Gent worden blootgesteld, neerkomen op een vernederende behandeling. Momenteel verblijven er 447 personen in de gevangenis van Gent, waaronder 51 vrouwen. Daarvan zijn 296 gedetineerden en 151 geïnterneerden. De nacht voor de uitspraak sliepen 21 personen op een matras op de grond. De uitspraak betekent dat bijna 200 gedetineerden naar een andere inrichting moeten worden overgebracht om de bezetting te verlagen.

    Wij zien hierin een nieuwe poging van de rechterlijke macht om de overheid te dwingen tot actie, waar eerdere inspectieverslagen en visitatierapporten onvoldoende effect hadden. Het is een duidelijk signaal dat de menselijke waardigheid van gevangenen niet langer ondergeschikt mag zijn aan de structurele problemen in het gevangeniswezen.

    Dwangsommen Kunnen Oplopen

    De dwangsom start op 500 euro per dag per gedetineerde die boven de gestelde limiet zit. Deze zal geleidelijk verhoogd worden tot 750 euro vanaf het tweede jaar en tot 1.000 euro vanaf het derde jaar. Het totaalbedrag aan mogelijke dwangsommen is vastgesteld op 45 miljoen euro. De Belgische Staat, vertegenwoordigd door advocaat Erwin Mertens, had de vordering van de OVB afgewezen, met het argument dat dwangsommen het probleem alleen maar zouden verergeren en de financiële middelen van Justitie zouden wegsnoepen.

    Minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) heeft aangegeven het vonnis te zullen bestuderen. Ze wijst echter ook op de maatregelen die al in de pijplijn zitten. Vanaf 1 oktober 2026 treden nieuwe noodmaatregelen in werking, die de Noodwet van vorige zomer aanvullen. Deze moeten de druk op de gevangenissen op kortere termijn verlichten en de uitvoering van straffen versterken. Wij volgen alvast op of deze maatregelen tijdig het gewenste effect zullen hebben, gezien de strikte deadline die de rechter nu oplegt.

  • Na Eerder Verlies Herstelt D’Ieteren Op Brusselse Beurs

    Na Eerder Verlies Herstelt D’Ieteren Op Brusselse Beurs

    Het aandeel D’Ieteren zag woensdag een koerswinst op de Bel20, na een dip eerder in de week. Dit herstel volgt op een periode van sterke prestaties voor het bedrijf, dat zijn vleugels uitslaat buiten de automobielsector.

    De Brusselse beurs opende de woensdag in een licht positieve stemming, waarbij vooral D’Ieteren zich onderscheidde. Het aandeel, dat eerder in de week nog terrein verloor, wist zich te herpakken en droeg bij aan de bescheiden stijging van de Bel20-index. Dit markeert een voorzichtige opleving voor het bedrijf, dat recentelijk nog stevige koerswinsten liet optekenen.

    D’Ieteren, een bekende naam in de Belgische economie, is traditioneel sterk verbonden met de automobielsector, onder meer als importeur van Volkswagen en Audi. Maar het bedrijf heeft de laatste jaren zijn activiteiten diversifieerd. Denk aan het overnemen van vastgoedbedrijf Moleskine en Belron, bekend van Carglass. Deze verbreding van de activiteiten moet het bedrijf minder afhankelijk maken van de conjunctuurgevoelige autoverkopen. Wij zien vooral dat deze strategie van D’Ieteren de aandacht van beleggers vasthoudt, die zoeken naar stabiliteit en groei buiten de klassieke markten.

    Groei Buiten De Autosector

    De strategie van D’Ieteren om breder te gaan, lijkt vruchten af te werpen. Terwijl veel automobielbedrijven worstelen met de transitie naar elektrische voertuigen en de uitdagingen van de toeleveringsketen, heeft D’Ieteren geïnvesteerd in sectoren met potentieel voor duurzame groei. De resultaten van Moleskine en Belron zijn hierin belangrijke drijfveren. De markt waardeert deze diversificatie: D’Ieteren presteert al geruime tijd beter dan veel andere bedrijven in de Bel20, die vaak nog sterk verankerd zijn in één of twee sectoren.

    Binnen de Bel20 zien we dat D’Ieteren zich onderscheidt door zijn vermogen om de winstgevendheid te handhaven, zelfs in volatiele tijden. Dit in tegenstelling tot sommige sectorgenoten die sterker reageren op macro-economische schommelingen. Het aandeel is de laatste twaalf maanden met ruim 25 procent gestegen, wat de aantrekkingskracht van de diversificatiestrategie onderstreept. Dat lezen wij als een teken dat de markt vertrouwen heeft in de langetermijnvisie van het management.

    Toekomstperspectieven

    Vooruitkijkend blijft het interessant om te zien hoe D’Ieteren zijn groeipad voortzet. De integratie van overgenomen bedrijven en het optimaliseren van hun prestaties zal cruciaal zijn. De focus op een brede portefeuille aan activiteiten biedt veerkracht in een onzekere economie. Zal de diversificatie D’Ieteren in staat stellen om zijn positie als sterke speler op de Brusselse beurs verder te verstevigen, ongeacht de ontwikkelingen in de automarkt?

  • Aandeelhouders Immobel Zien Winstprognose Met 15 Procent Dalen

    Aandeelhouders Immobel Zien Winstprognose Met 15 Procent Dalen

    De Belgische vastgoedontwikkelaar Immobel verwacht dit jaar nog maar 55 miljoen euro winst, een forse bijstelling van de eerder vooropgestelde 65 miljoen euro. Vertragingen bij een groot Brussels kantoorproject en een waardevermindering in Duitsland liggen aan de basis van deze lagere verwachting.

    Vastgoedontwikkelaar Immobel heeft zijn jaarprognose naar beneden bijgesteld. Het bedrijf rekent nu op een winst van 55 miljoen euro, wat 15 procent lager is dan de eerder voorspelde 65 miljoen euro. Deze bijstelling volgt op vertragingen bij de bouw van het Isala-kantoorgebouw in de Europese wijk van Brussel en een waardevermindering van 6 miljoen euro op een residentieel project in Duitsland.

    De vertraging van het Isala-project, dat 37.000 vierkante meter aan kantoorruimte moet opleveren, is een belangrijke factor. Het project, waarvan de oplevering oorspronkelijk voor het vierde kwartaal van 2024 gepland stond, zal nu pas in het eerste kwartaal van 2025 plaatsvinden. Wij zien vooral dat dit soort projecten gevoelig zijn voor onverwachte tegenslagen, zeker in de huidige markt. Vertragingen in de bouwsector zijn niet uitzonderlijk, maar de impact op de winst van een beursgenoteerd bedrijf is dat wel voor beleggers.

    Twee Projecten Trekken De Winst Omlaag

    De waardevermindering van 6 miljoen euro op het Duitse residentiële project komt bovenop de impact van het uitgestelde Brusselse project. Dit dubbele effect zorgt ervoor dat Immobel de lat voor 2024 een stuk lager moet leggen.

    Ter vergelijking: vorig jaar rapporteerde Immobel een winst van 78,5 miljoen euro. Hoewel de bijgestelde prognose van 55 miljoen euro nog steeds een aanzienlijke winst betekent, toont het wel een duidelijke daling ten opzichte van de prestaties van vorig jaar en de oorspronkelijke verwachtingen voor dit jaar.

    Vastgoedsector Onder Druk

    De vastgoedsector staat breder onder druk, met stijgende rentes en hogere bouwkosten die projectontwikkelaars voor uitdagingen plaatsen. De vertraging bij Isala en de waardevermindering in Duitsland zijn concrete voorbeelden van hoe deze omstandigheden de resultaten van individuele bedrijven beïnvloeden. Wij denken dat Immobel, net als veel andere ontwikkelaars, de komende maanden extra waakzaam moet zijn op de uitvoering van projecten en de ontwikkeling van de marktomstandigheden.

    De aankondiging heeft aanzienlijke gevolgen voor de aandeelhouders, die een lager rendement op hun investering mogen verwachten dan eerder voorzien. Het is nu afwachten hoe de markt reageert op deze bijgestelde cijfers en welke impact dit heeft op de koers van het aandeel Immobel op de Brusselse beurs.

  • Omzet Per Bezoeker Stijgt Bij Kinepolis Met Wel 20 Procent, Zegt CEO Duquenne

    Omzet Per Bezoeker Stijgt Bij Kinepolis Met Wel 20 Procent, Zegt CEO Duquenne

    De bioscoopketen Kinepolis ziet een duidelijke kentering: de bezoeker geeft fors meer uit dan voor de pandemie, onder meer door duurdere tickets en de verkoop van extra’s. Zo herstelt het bedrijf sneller dan verwacht van de coronacrisis.

    De Belgische bioscoopketen Kinepolis heeft de omzet per bezoeker de laatste jaren fors zien toenemen. Volgens CEO Eddy Duquenne ligt deze stijging tussen de 15 en 20 procent ten opzichte van de periode voor de coronapandemie. Deze groei komt zowel door hogere ticketprijzen als door een grotere verkoop van snacks en drankjes, zo blijkt uit een interview met Trends-Knack.

    Deze ontwikkeling markeert een belangrijke kentering voor de bioscoopsector, die zwaar getroffen werd door de coronamaatregelen. Waar de branche zich afvroeg of het publiek wel zou terugkeren, zien wij nu dat de consument bereid is meer te spenderen aan een bioscoopervaring. Duquenne spreekt zelfs van ‘business as usual’ en benadrukt dat de bioscoopbezoeken in de eerste vijf maanden van 2024 alweer op 85 procent van het niveau van 2019 zitten. Dat is een flinke vooruitgang ten opzichte van 2023, toen het op 75 procent lag.

    Bioscoopbezoek Herpakt Zich Sterk

    De bioscoopketen, die actief is in onder meer België, Frankrijk, Spanje, Canada en de Verenigde Staten, zag de omzet vorig jaar al stijgen naar 605,7 miljoen euro, een toename van 11,5 procent. De nettowinst verdubbelde zelfs naar 62,3 miljoen euro. Deze cijfers tonen aan dat Kinepolis, na de dieptepunten van de pandemie, weer stevig op de rails staat. Het gemiddelde bioscoopbezoek in België herstelde vorig jaar tot 34,7 miljoen bezoekers, een stijging van 18 procent ten opzichte van 2022.

    De gestegen omzet per bezoeker is cruciaal voor het businessmodel van Kinepolis. Het toont aan dat de consument de meerwaarde van een bioscoopbezoek erkent en bereid is te betalen voor een premium ervaring, met bijvoorbeeld comfortabele zetels en een breed aanbod aan versnaperingen. Dit kan deels te maken hebben met een inhaalbeweging na jaren van lockdowns en beperkingen, maar ook met een strategische focus op de totale beleving.

    Groei Naast Streamingsdiensten

    Wij zien vooral dat de bioscoop, ondanks de concurrentie van streamingdiensten, haar bestaansrecht behoudt. De ervaring van een film op het grote scherm, in een sociale setting, blijft een trekpleister. De sterke prestaties van Kinepolis suggereren dat de sector niet alleen overleeft, maar ook floreert door in te zetten op kwaliteit en beleving. Dit staat haaks op eerdere doemscenario’s over de ondergang van de bioscoop.

    De vraag is nu of deze stijging in omzet per bezoeker een blijvende trend zal zijn, of dat het een tijdelijk effect is van de post-pandemische heropleving. De investeringen in comfort en de bredere opties voor drank en snacks lijken in ieder geval een solide basis te leggen voor de toekomst van Kinepolis.

  • Sinds 2008 Bouwde België 200 Miljard Euro Aan Verborgen Schuld Op

    Sinds 2008 Bouwde België 200 Miljard Euro Aan Verborgen Schuld Op

    De Belgische overheid heeft naast de reguliere staatsschuld een gigantisch bedrag aan verplichtingen opgebouwd die niet direct zichtbaar zijn op de balans. Deze zogeheten ‘verborgen schulden’ zijn voornamelijk het gevolg van de vergrijzing en onbetaalde belastingen.

    De Belgische overheid heeft sinds 2008 een bijkomende schuld van meer dan 200 miljard euro gecreëerd die niet officieel in de boeken staat. Dit blijkt uit een analyse die in Trends Knack verscheen. Dit bedrag komt overeen met de volledige staatsschuld die België in de voorbije vijftien jaar heeft opgebouwd. Het gaat om verplichtingen die de komende jaren zware druk zullen leggen op de overheidsfinanciën, maar die momenteel niet als schuld worden geboekt.

    De grootste brok van deze verborgen schuld, 145 miljard euro, is gerelateerd aan de vergrijzing. Pensioenverplichtingen en de stijgende kosten voor de gezondheidszorg, die door de overheid worden gedragen, zijn hier de belangrijkste oorzaak van. Daarnaast gaat het om 57 miljard euro aan niet-geïnde belastingen. Dit zijn belastingvorderingen die de fiscus wel heeft uitgeschreven, maar die door verschillende omstandigheden — zoals faillissementen of betwistingen — nog niet zijn ontvangen.

    Vergrijzing weegt zwaar op de balans

    Wij zien vooral dat de vergrijzing een sluimerend probleem is dat nu langzaam aan de oppervlakte komt. De pensioenen en de gezondheidszorg zijn systemen die decennialang werden opgebouwd, maar de demografische realiteit – meer ouderen, minder werkenden – maakt dat de financiële houdbaarheid onder druk staat. De 145 miljard euro aan vergrijzingskosten is geen nieuw fenomeen, maar de schaal waarop het zich manifesteert, toont de urgentie.

    Deze onzichtbare schuld maakt de Belgische financiële situatie complexer dan de officiële cijfers doen vermoeden. Waar de reguliere staatsschuld doorgaans veel aandacht krijgt, blijven deze verborgen verplichtingen vaak buiten beeld, hoewel ze een even grote impact hebben op de toekomstige budgettaire ruimte. Het is dan ook cruciaal om deze cijfers mee te nemen in elke discussie over de Belgische begroting. De totale schuld, inclusief deze verborgen posten, ligt dan ook aanzienlijk hoger dan de vaak geciteerde 105 procent van het bruto binnenlands product.

    Een structureel probleem

    Het is duidelijk dat de Belgische begroting voor een structurele uitdaging staat. De discussie over de overheidsfinanciën wordt vaak versimpeld tot het tekort van een bepaald jaar, maar deze analyse van de verborgen schulden toont aan dat er dieperliggende problemen zijn. De combinatie van onbetaalde belastingen en de vergrijzingsfactuur vereist een doordachte aanpak die verder gaat dan louter jaarlijkse besparingen. Wij denken dat dit thema de komende jaren steeds prominenter op de politieke agenda zal komen te staan.

    Deze verborgen schuld is bovendien een risico voor de lange termijn. De kosten van vergrijzing zullen de komende decennia alleen maar toenemen, tenzij er ingrijpende hervormingen plaatsvinden. Dit betekent dat toekomstige generaties een zware last zullen dragen als er nu geen actie wordt ondernomen. De vraag is nu hoe lang deze verborgen schulden nog verborgen kunnen blijven, en wanneer ze volledig deel zullen uitmaken van het publieke debat.

  • Aerospacelab Bouwt 264 Satellieten Voor Europees Iris² Netwerk Na Megacontract Van 2,4 Miljard Euro

    Aerospacelab Bouwt 264 Satellieten Voor Europees Iris² Netwerk Na Megacontract Van 2,4 Miljard Euro

    Het Waalse ruimtevaartbedrijf Aerospacelab heeft het grootste contract in de Europese ruimtevaartgeschiedenis binnengehaald. De deal van 2,4 miljard euro is voor het leeuwendeel van de satellieten van Iris², Europa’s antwoord op Starlink.

    Aerospacelab, een satellietenbouwer uit Charleroi, heeft een contract van maar liefst 2,4 miljard euro in de wacht gesleept. Met dit bedrag zal het bedrijf 264 satellieten leveren voor het ambitieuze Europese Iris² netwerk, wat neerkomt op driekwart van het totale aantal satellieten voor dit project. Iris² is bedoeld als een Europees alternatief voor het Starlink-netwerk van Elon Musk, en de deal markeert het grootste contract ooit in de Belgische en, volgens Aerospacelab zelf, in de Europese ruimtevaartsector.

    De onderneming, die in 2018 nog als start-up begon, ziet deze mijlpaal als een bevestiging van haar aanpak. Het bedrijf heeft fors geïnvesteerd in verticale integratie, wat betekent dat het bijna alle onderdelen zelf produceert. Voor de productie van deze hoeveelheid satellieten bouwt Aerospacelab overigens al sinds 2024 aan een ‘Megafactory’, een hypermoderne satellietenfabriek.

    Europa Wil Onafhankelijk Zijn

    Het Iris²-netwerk, voluit ‘Infrastructure for Resilience, Interconnectivity and Security by Satellite’, zal in totaal 348 satellieten omvatten. Het project moet Europa minder afhankelijk maken van externe commerciële satellietnetwerken, zoals Starlink. De urgentie hiervan werd duidelijk tijdens de oorlog in Oekraïne, toen Elon Musk dreigde de dienstverlening voor het Oekraïense leger stop te zetten. Zulke situaties onderstrepen het Europese streven naar digitale soevereiniteit en strategische autonomie, zeker waar het defensie en overheidscommunicatie betreft.

    De satellieten zullen internet en beveiligde communicatie leveren, voornamelijk voor overheden en defensie, maar in bepaalde gevallen ook voor burgers. Dit onderscheidt Iris² van Starlink, dat primair gericht is op consumenten. Het totale budget voor Iris² bedraagt meer dan 10 miljard euro, wat het de grootste publiek-private samenwerking in de Europese ruimtevaartgeschiedenis maakt. Belangrijke partners hierin zijn de Europese Commissie, het consortium SpaceRISE en het Europees Ruimtevaartagentschap (ESA).

    Satellieten Binnen Vijf Jaar In Orbit

    De planning is ambitieus: binnen vijf jaar moeten de satellieten in verschillende banen rond de aarde draaien, variërend van 750 tot 8.000 kilometer hoogte. Het succes van Aerospacelab met dit contract toont aan dat jonge, innovatieve bedrijven een cruciale rol kunnen spelen in de realisatie van dergelijke grootschalige Europese projecten. Wij zien dit als een verschuiving waarbij Europese instituten durven in te zetten op nieuwe ruimtevaartproducenten die de snelheid en schaal kunnen bieden die nodig zijn voor de infrastructuur van morgen.

  • Globachem Vormt Joint Venture Met Corteva Voor Nieuwe Gewasbeschermingsproducten

    Globachem Vormt Joint Venture Met Corteva Voor Nieuwe Gewasbeschermingsproducten

    De Limburgse specialist in gewasbescherming, Globachem, gaat de krachten bundelen met de Amerikaanse landbouwreus Corteva. Deze samenwerking richt zich op de ontwikkeling van innovatieve oplossingen om landbouwgewassen wereldwijd beter te beschermen.

    De markt reageerde positief op het nieuws dat Globachem, een familiebedrijf uit Sint-Truiden, een strategische joint venture aangaat met Corteva Agriscience, een wereldspeler in de landbouwsector. Deze alliantie is opmerkelijk, aangezien de Limburgse onderneming hiermee een belangrijke stap zet in haar internationale expansie en innovatiekracht.

    De focus van de samenwerking ligt op het ontwikkelen van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen. Het doel is om landbouwers wereldwijd te voorzien van effectievere oplossingen tegen een breed scala aan plantenziekten, ongedierte en onkruid. Dit past in een bredere trend binnen de landbouwsector, waar de vraag naar duurzamere en efficiëntere methoden voor gewasbescherming toeneemt.

    Innovatiekracht Bundelen

    Met deze joint venture bundelen beide bedrijven hun onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteiten. Corteva, voortgekomen uit een fusie van Dow en DuPont in 2019, is een van de grootste landbouwgiganten ter wereld, met een jaaromzet van ruim 17 miljard dollar (ongeveer 15,8 miljard euro) in 2023. Globachem brengt hierin zijn expertise en flexibiliteit als nichespeler mee, wat vaak leidt tot snellere innovatiecycli.

    Wij zien vooral een slimme zet van Globachem om zich te verzekeren van een groter bereik en schaal voor hun innovatieve producten. Voor Corteva betekent het dan weer toegang tot de specifieke kennis en ontwikkelingssnelheid van een gespecialiseerd bedrijf, zonder de volledige overname van een kleinere, wendbare speler.

    Strategische Voordelen Voor Beide Partijen

    Deze samenwerking is een voorbeeld van hoe kleinere, innovatieve bedrijven de krachten kunnen bundelen met gevestigde reuzen om zo mondiale uitdagingen aan te pakken. Voor Globachem betekent het een aanzienlijke versnelling van hun internationale ambities en de mogelijkheid om hun producten op een veel grotere schaal te testen en te distribueren. Voor Corteva biedt het een verrijking van hun productportfolio en een versterking van hun positie in de competitieve markt van gewasbescherming.

    De landbouwsector staat voor de uitdaging om meer voedsel te produceren met minder middelen en een kleinere ecologische voetafdruk. Wij denken dat dit soort allianties cruciaal zijn om tot de noodzakelijke doorbraken te komen. Het zal interessant zijn om te zien welke concrete producten deze samenwerking de komende jaren zal opleveren en hoe snel ze de markt zullen bereiken.

  • UGent Mislopen 45 Studenten Door Visaproblemen, Sectorfederatie Agoria Steunt Oproep

    UGent Mislopen 45 Studenten Door Visaproblemen, Sectorfederatie Agoria Steunt Oproep

    De Universiteit Gent ziet 45 buitenlandse studenten niet opdagen door vertragingen bij visumaanvragen, een situatie die de universiteit breed betreurt en die de steun krijgt van technologiekoepel Agoria, die waarschuwt voor verlies van talent.

    De Universiteit Gent (UGent) kampt met een aanzienlijk probleem: 45 buitenlandse studenten kunnen hun academische jaar niet starten door onopgeloste visaproblemen. De universiteit, bij monde van Wim Hoste van de faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen, spreekt van een breder issue dat de komst van academisch toptalent naar België belemmert. De sectorfederatie Agoria sluit zich aan bij de oproep van de UGent aan de federale regering om dit snel aan te pakken.

    De problemen concentreren zich bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), waar aanvragen van studenten en onderzoekers uit landen als Bangladesh, India, Marokko en diverse Afrikaanse landen vastlopen. Hoewel deze kandidaten de strenge selectieprocedures van de UGent hebben doorlopen en aan alle wettelijke voorwaarden voldoen, ondervinden ze vertragingen bij de visumuitreiking. Wim Hoste benadrukt dat de studenten soms maanden bezig zijn met het voorbereiden van hun dossier, inclusief het blokkeren van 12.000 euro op een rekening en het betalen van steeds hogere aanvraagkosten, om vervolgens te stranden in de administratieve molen.

    Academisch Toptalent Onder Druk

    De UGent waarschuwt dat deze situatie België waardevol academisch talent kost. Wim Hoste stelt dat het niet alleen gaat om de recente discussie over 13 studenten uit Gaza, maar om een structureel probleem dat al langer speelt. Volgens de DVZ-woordvoerder Paulien Blondeel ontvangt de dienst een grote hoeveelheid aanvragen, vaak in dezelfde periode, waardoor de verwerkingstermijnen niet altijd gehaald worden. Ambassades en consulaten sturen de meeste dossiers, behalve de ‘heel sterke’, door naar DVZ voor beoordeling, wat bijdraagt aan de opstopping.

    De roep om een snelle oplossing is groot. Hoste wijst erop dat de voorwaarden om na hun studie in België te blijven de laatste jaren strenger zijn geworden, wat de aantrekkelijkheid van België als kenniscentrum verder ondermijnt. In heel Vlaanderen zijn naar schatting 10.000 buitenlandse studenten en onderzoekers actief. Dit aantal staat in schril contrast met landen als Canada, waar juist extra budget wordt vrijgemaakt om deze topprofielen aan te trekken. Wij zien hierin een gemiste kans voor België om zijn positie in de internationale concurrentiestrijd om talent te versterken.

    Agoria: Nood Aan Innovatieve Profielen

    Sectorfederatie Agoria, die de belangen van de technologische industrie behartigt, deelt de bezorgdheid van de UGent. Woordvoerder Jan Gatz benadrukt dat technologiebedrijven, kennisinstellingen en onderzoekscentra deze hoogopgeleide profielen broodnodig hebben om innovatief en competitief te blijven. Met recente PISA-resultaten die een afname van sterke eigen profielen laten zien, kan België het zich volgens Agoria niet veroorloven om internationaal talent te verliezen.

    Deze talenten dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe technieken en procedures, wat de economie ten goede komt. Het feit dat de Belgische overheid deze instroom van talent lijkt te bemoeilijken, terwijl andere landen er actief in investeren, baart de sector zorgen. Het is dan ook een open vraag hoe lang België zich deze terughoudendheid nog kan veroorloven zonder de eigen innovatiekracht te schaden.

  • Waalse Overheid Redt Iconisch Hardsteenbedrijf Met 4,5 Miljoen Euro

    Waalse Overheid Redt Iconisch Hardsteenbedrijf Met 4,5 Miljoen Euro

    Na financiële moeilijkheden en een periode van onzekerheid stappen twee overheidsbedrijven in het kapitaal van Les Carrières de la Pierre Bleue Belge.

    De Waalse overheid schiet Les Carrières de la Pierre Bleue Belge te hulp met een kapitaalinjectie van 4,5 miljoen euro. Deze producent van de bekende Belgische blauwe hardsteen, een mineraal dat vaak in de bouw wordt gebruikt, kon de financiële problemen niet langer alleen dragen. Twee Waalse overheidsbedrijven nemen hierbij een aandeel in het bedrijf.

    De financiële injectie is broodnodig voor het bedrijf, dat bekendstaat om zijn eeuwenoude ontginningstraditie in de Waalse steengroeven. Hoewel de blauwe hardsteen een icoon is in de Belgische bouw en daarbuiten, bleek de exploitatie ervan de laatste tijd steeds moeilijker te verlopen, onder meer door een dalende vraag en hogere kosten. Het voortbestaan van het bedrijf, en daarmee een belangrijk stukje Waals industrieel erfgoed, hing aan een zijden draadje.

    Overheidsbedrijven Nemen Deel

    Het zijn twee specifieke overheidsbedrijven die de helpende hand toesteken. De details van de participatie, zoals het exacte percentage van de aandelen dat zij verwerven, zijn nog niet breed gecommuniceerd. Wij zien dit vooral als een strategische zet om de lokale werkgelegenheid te bewaren en een uniek product te beschermen. De overheid toont hiermee aan dat ze bereid is om in te grijpen wanneer cruciale sectoren in de problemen komen.

    Voor een bedrijf in de grondstoffensector, waar de marges vaak onder druk staan door internationale concurrentie en de conjunctuur, is 4,5 miljoen euro een aanzienlijk bedrag. Het biedt Les Carrières de la Pierre Bleue Belge de ademruimte om te herstructureren en te investeren in een duurzamere toekomst, hopelijk met meer aandacht voor efficiëntie en innovatie.

    Wat Dit Betekent Voor De Sector

    Deze steunactie past in een bredere trend waarbij overheden ingrijpen om sectoren te vrijwaren die van strategisch belang zijn of die een grote culturele waarde vertegenwoordigen. Hoewel het om een relatief klein bedrag gaat op het niveau van de totale Waalse economie, geeft het wel een signaal af aan andere traditionele industrieën in de regio. Het toont dat het beschermen van lokaal erfgoed en tewerkstelling een prioriteit blijft, zeker in een economisch uitdagende periode.

    Of deze eenmalige injectie volstaat om het hardsteenbedrijf definitief uit de rode cijfers te halen, zal de komende jaren moeten blijken. De structurele uitdagingen, zoals de concurrentie van goedkopere materialen en de stijgende energiekosten, blijven immers bestaan. Het is een delicate evenwichtsoefening tussen het behoud van traditie en de noodzaak tot modernisering.

  • Equine Care Group Verdubbelt Omzet Met Overname Van Amerikaanse Paardenkliniek

    Equine Care Group Verdubbelt Omzet Met Overname Van Amerikaanse Paardenkliniek

    Ondernemer Tom Mariën breidt zijn paardenzorggroep fors uit met de acquisitie van het Amerikaanse Rood & Riddle, een deal die de omzet van Equine Care Group naar 250 miljoen euro stuwt.

    De Belgische Equine Care Group van ondernemer Tom Mariën heeft zopas de Amerikaanse paardenkliniek Rood & Riddle ingelijfd. Deze overname is een significante stap: Rood & Riddle geldt als de grootste paardenkliniek ter wereld, gevestigd in Lexington, Kentucky. Door deze strategische zet verdubbelt de jaarlijkse omzet van Mariëns groep in één klap naar 250 miljoen euro.

    Mariën, zelf paardenchirurg van opleiding, begon zijn avontuur in 2015 met de oprichting van Equitom, een paardenkliniek in Lummen. In de jaren die volgden, groeide zijn groep gestaag door de overname van andere klinieken in Europa, waaronder zes in Frankrijk en enkele in Spanje en Portugal. Deze internationale expansie legt een stevige basis voor de verdere groei, met de VS nu als nieuwe, grote markt.

    Groei In De Paardensector

    De acquisitie van Rood & Riddle is niet alleen een mijlpaal voor Equine Care Group, maar reflecteert ook een bredere trend in de paardensector. De sector, en specifiek de veterinaire zorg, consolideert steeds meer. Wij zien vooral dat specialisatie en schaalvergroting cruciaal worden om de toenemende kosten en technologische eisen bij te benen. Zo’n overname stelt Mariëns groep in staat om efficiënter te werken en te investeren in de nieuwste technologieën.

    De Verenigde Staten zijn een enorme markt voor paardensport en -fokkerij, met Kentucky als een van de epicentra. Door zich daar te vestigen met zo’n grote speler, positioneert Equine Care Group zich meteen als een dominante kracht. Wij denken dat dit de groep toegang geeft tot een veel grotere patiëntenpopulatie en de mogelijkheid biedt om de nieuwste medische technieken en onderzoeksresultaten toe te passen.

    Toekomstperspectieven

    De verdubbeling van de omzet naar 250 miljoen euro toont aan hoe snel Equine Care Group groeit. Dit soort schaalvergroting heeft doorgaans een positieve invloed op de inkoopkracht van de groep, wat de marges ten goede kan komen. Tegelijkertijd brengt de integratie van een Amerikaanse gigant als Rood & Riddle ook de nodige uitdagingen met zich mee, van culturele verschillen tot het harmoniseren van operationele processen.

    Met deze stap betreedt Mariën een nieuw hoofdstuk voor zijn bedrijf. Het zal interessant zijn om te zien hoe de synergieën tussen de Europese en Amerikaanse activiteiten zich ontwikkelen en of de groep verder zal uitbreiden in Noord-Amerika. Deze overname onderstreept in elk geval de ambitie van de Belgische ondernemer om een wereldspeler te worden in de gespecialiseerde paardenzorg.

  • Brusselse Mobiliteitsholding D’Ieteren Wisselt Van CEO

    Brusselse Mobiliteitsholding D’Ieteren Wisselt Van CEO

    Na zeven jaar aan het roer van D’Ieteren geeft Francis Deprez de fakkel door aan Eric Machiels. De nieuwe topman heeft een achtergrond in private equity en moet de groeistrategie van de holding verder uitrollen.

    De Belgische mobiliteitsholding D’Ieteren krijgt een nieuwe topman. Francis Deprez, die de afgelopen zeven jaar de functie van CEO bekleedde, stapt op. Zijn opvolger is Eric Machiels, een ervaren bankier gespecialiseerd in private equity. De wissel aan de top volgt op een periode waarin D’Ieteren een aanzienlijke transformatie doormaakte en zijn activiteiten diversifieerde.

    Machiels, die eerder actief was bij investeringsmaatschappij Gimv, zal de leiding overnemen van Deprez. Onder Deprez’ leiding groeide de beurswaarde van D’Ieteren spectaculair, van 3 miljard euro naar meer dan 10 miljard euro. Een indrukwekkend rendement voor aandeelhouders. Wij zien vooral dat deze stap de holding moet helpen om de ingeslagen groeikoers, met een focus op internationale expansie en het verbreden van de diensten, verder te versnellen.

    Nieuwe Focus Op Internationale Groei

    De aanstelling van Machiels, die een sterke expertise in investeringen en strategische ontwikkeling met zich meebrengt, suggereert een verdere nadruk op acquisities en internationale uitbreiding. D’Ieteren is immers al lang niet meer alleen de importeur van Volkswagen in België. De holding heeft de voorbije jaren flink geïnvesteerd in bedrijven als Carglass (Belron), dat wereldwijd actief is in de reparatie en vervanging van autoruiten, en in Moleskine, bekend van de notitieboekjes. Deze diversificatie heeft D’Ieteren minder afhankelijk gemaakt van de traditionele automarkt.

    De strategie om verder te groeien via overnames en het ontwikkelen van nieuwe markten zal ongetwijfeld centraal staan in de nieuwe leiding. Een private-equityspecialist aan het roer kan hierin een cruciale rol spelen, door potentiële doelwitten te identificeren en financiering te structureren. Het is een logische evolutie voor een bedrijf dat zijn positie wil versterken in een snel veranderende mobiliteitssector.

    Uitdagingen En Kansen In Een Veranderende Markt

    De sector waarin D’Ieteren opereert, staat voor grote uitdagingen, zoals de transitie naar elektrische voertuigen en de opkomst van de deeleconomie. Tegelijkertijd biedt dit ook kansen voor nieuwe diensten en verdienmodellen. Machiels’ taak zal zijn om deze trends te omarmen en D’Ieteren wendbaar te houden. Op papier klinkt dat mooi, maar de uitvoering vraagt om een scherp oog voor zowel innovatie als financiële discipline.

    De aandeelhouders zullen nauwlettend in de gaten houden hoe de nieuwe CEO de strategie verder vormgeeft en of de sterke prestaties van de afgelopen jaren kunnen worden voortgezet. De markt reageert doorgaans positief op een duidelijke visie en de ervaring die Machiels met zich meebrengt, kan hierin een vertrouwensfactor zijn. Het is nu afwachten welke concrete stappen de nieuwe leiding zal zetten om D’Ieteren door de volgende groeifase te loodsen.

  • TINC Ziet Halfjaarwinst Stijgen Na Hogere Waardering Infrastructuurprojecten

    TINC Ziet Halfjaarwinst Stijgen Na Hogere Waardering Infrastructuurprojecten

    Na een solide prestatie van de onderliggende infrastructuurprojecten in de portefeuille, boekt de Belgische investeringsmaatschappij TINC een hogere halfjaarwinst. De resultaten van het eerste halfjaar van 2023/2024 overtreffen daarmee de eerdere verwachtingen.

    De Belgische infrastructuurinvesteerder TINC heeft een nettowinst van 32,8 miljoen euro geboekt voor het eerste halfjaar van zijn boekjaar 2023/2024. Dit is een aanzienlijke stijging ten opzichte van de 23,2 miljoen euro die in dezelfde periode vorig jaar werd genoteerd. Deze groei is voornamelijk te danken aan de hogere waardering van de investeringen in infrastructuur.

    De intrinsieke waarde per aandeel van TINC steeg lichtjes van 14,02 euro op 30 juni naar 14,12 euro per 31 december. Deze waardering weerspiegelt de groei in de portefeuille van TINC, die zowel in België als Nederland actief is in diverse sectoren zoals energie, mobiliteit en nutsvoorzieningen. Wij zien vooral dat de veerkracht van infrastructuurprojecten, die vaak stabiele en voorspelbare inkomsten genereren, de resultaten positief beïnvloedt, zelfs in een volatielere economische omgeving.

    Investeringen En Desinvesteringen Vormen De Portefeuille

    TINC heeft de voorbije periode ook strategisch gehandeld met zowel investeringen als desinvesteringen. Zo werd er 15 miljoen euro geïnvesteerd in het Nederlandse zonne-energiepark Borgercompagnie. Tegelijkertijd verkocht de investeringsmaatschappij een deel van zijn belang in het offshore windpark Rentel voor 28 miljoen euro, wat het bedrijf toelaat kapitaal vrij te maken voor nieuwe opportuniteiten.

    De netto financiële schuld van TINC bedroeg eind december 2023 ongeveer 113 miljoen euro. Dit komt neer op een leverage ratio van 11,5 procent van de totale brutowaarde van de activa, wat een relatief conservatieve schuldgraad is voor een bedrijf in deze sector. Dit biedt TINC de nodige flexibiliteit om verdere investeringen te overwegen, met name in de energietransitie die in de Benelux volop aan de gang is.

    Verwachtingen Voor De Toekomst Blijven Stabiel

    De raad van bestuur van TINC heeft een brutodividend van 0,91 euro per aandeel voorgesteld voor het volledige boekjaar 2023/2024, wat overeenkomt met een groei van 2,25 procent ten opzichte van vorig jaar. Dit voorgestelde dividend is in lijn met de verwachtingen en toont aan dat het management vertrouwen heeft in de toekomstige kasstromen van de portefeuille.

    Ter vergelijking met andere spelers in de infrastructuursector, zoals de beursgenoteerde bedrijven die zich focussen op hernieuwbare energie of telecominfrastructuur, lijkt TINC een stabiele koers te varen. Terwijl sommige sectorgenoten wellicht snellere groeicijfers kunnen voorleggen door hogere risico-investeringen, kiest TINC voor een meer gestage en voorspelbare aanpak. De focus op stabiele, operationele activa zoals wegen, bruggen en energie-infrastructuur zorgt voor een fundament dat minder gevoelig is voor marktschommelingen. Wij twijfelen of deze conservatieve benadering voldoende aantrekkelijk zal zijn voor beleggers die op zoek zijn naar snelle groei, maar het biedt wel een zekere mate van veiligheid in onzekere tijden.

    De komende maanden zullen uitwijzen hoe TINC de balans vindt tussen nieuwe groei-investeringen en het handhaven van een solide dividendbeleid in een veranderend economisch landschap.

  • Vlaanderen Verstrengt Migratieregels, West-Vlaamse Bedrijven Vinden Nog Moeilijker Personeel

    Vlaanderen Verstrengt Migratieregels, West-Vlaamse Bedrijven Vinden Nog Moeilijker Personeel

    De Vlaamse regering heeft in 2024 de regels voor arbeidsmigratie verder aangescherpt, wat de personeelssituatie in West-Vlaanderen onder druk zet. Bedrijven in de regio kampen al met grote tekorten en vrezen dat de nieuwe voorschriften de instroom van buitenlandse werknemers nog verder bemoeilijken.

    De Vlaamse overheid heeft in 2024 de voorwaarden voor arbeidsmigratie aanzienlijk strenger gemaakt. Deze aanscherping raakt vooral West-Vlaanderen, waar de economie historisch sterk leunt op werknemers uit het buitenland. De regio, met zijn focus op export en intensieve sectoren zoals de voedingsindustrie, ondervindt nu de gevolgen van deze nieuwe regels.

    Een cruciaal onderdeel van de nieuwe regelgeving is dat bedrijven pas een buitenlandse werknemer mogen aantrekken voor een knelpuntberoep als ze kunnen aantonen dat ze de voorbije drie maanden geen enkele werknemer hebben ontslagen om economische redenen. Dit criterium moet in de komende periode elke maand opnieuw gecontroleerd worden. Daarnaast is er een hogere loondrempel ingesteld: voor hooggeschoolde werknemers moet het brutoloon minstens 49.664 euro bedragen, terwijl dit voor middengeschoolden 39.731 euro is. Deze bedragen liggen flink hoger dan in 2023 en zorgen voor extra druk op de loonkosten.

    West-Vlaanderen Ziet Gevolgen Voor Arbeidsmarkt

    De West-Vlaamse arbeidsmarkt staat al langer onder spanning. De werkloosheidsgraad is er historisch laag, en het aantal openstaande vacatures hoog. Wij zien vooral dat deze nieuwe regels, hoewel ze de instroom van buitenlandse arbeidskrachten beter willen controleren, in de praktijk een rem zetten op de broodnodige rekrutering in sectoren waar de krapte het grootst is. Vooral kleinere en middelgrote bedrijven, die minder flexibel zijn met hun loonstructuur en administratieve processen, zullen hierdoor getroffen worden.

    De maatregelen komen bovenop een trend van toenemende administratieve lasten. De provincie West-Vlaanderen, die 11 procent van de Belgische economie vertegenwoordigt en 10 procent van de export voor haar rekening neemt, zal naar onze inschatting de impact hiervan snel voelen. Organisaties zoals het Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen, waarschuwen al voor de negatieve effecten op de concurrentiekracht van de West-Vlaamse bedrijven. Wij twijfelen of de huidige aanpak voldoende rekening houdt met de specifieke noden en de economische realiteit van deze regio.

    Wat Betekent Dit Voor Bedrijven?

    De verstrenging heeft directe gevolgen voor de kaspositie en marges van bedrijven. Hogere loondrempels betekenen hogere personeelskosten, wat de winstgevendheid kan drukken. De extra administratieve controle op ontslagen voor het aantrekken van buitenlands personeel beperkt bovendien de flexibiliteit van ondernemers bij het aanpassen aan economische schommelingen. Dit kan leiden tot minder investeringen en een vertraging in de groei, zeker in een economisch onzekere periode.

    • Loonkosten: Minimumlonen voor buitenlandse werknemers stijgen, wat de totale personeelskosten verhoogt.
    • Administratie: Meer controles en bewijslast bij het aanvragen van tewerkstellingsvergunningen.
    • Flexibiliteit: Beperkte manoeuvreerruimte voor bedrijven die personeel willen aanwerven én, indien nodig, ontslaan.

    De vraag blijft hoe de Vlaamse economie, en met name West-Vlaanderen, deze extra druk zal opvangen. Zonder voldoende aanbod van arbeidskrachten zullen bedrijven gedwongen zijn om óf minder te produceren, óf productie naar het buitenland te verplaatsen, wat de lokale werkgelegenheid op termijn kan schaden.

  • 2,8 Miljoen Euro Claim Dwingt AGB Tongeren-Borgloon Naar De Rechtbank

    2,8 Miljoen Euro Claim Dwingt AGB Tongeren-Borgloon Naar De Rechtbank

    Het Autonoom Gemeentebedrijf (AGB) van Tongeren-Borgloon stapt naar de rechter om een belastingclaim van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) aan te vechten. Het gaat om bijna 2,8 miljoen euro aan achterstallige btw, boetes en interesten, die volgens de BBI betrekking hebben op dossiers uit 2019 en 2020.

    De raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf (AGB) Tongeren-Borgloon heeft gisteren unaniem besloten om juridische stappen te ondernemen tegen de Bijzondere Belastinginspectie (BBI). De BBI eist een bedrag van 2.773.573 euro aan achterstallige btw, boetes en nalatigheidsinteresten.

    Deze eis vloeit voort uit dossiers die dateren van 2019 en 2020, dus nog vóór de fusie tussen Tongeren en Borgloon. Volgens de fiscus zijn afspraken over gespreide betalingen van btw op grote investeringen niet nagekomen. Jo Dardenne, voorzitter van het AGB, stelt echter dat er niets onwettigs is gebeurd en dat de gemaakte afspraken rond btw-administratie altijd zijn nageleefd.

    Stroopfabriek Centraal in Discussie

    De betwiste btw-kosten hebben betrekking op verschillende projecten. Zo keek de fiscus onder meer naar uitgaven voor de Loonse Tennisclub en voetbalclub Hoger op Hoepertingen. Hoewel de BBI grotendeels meeging in de argumenten van het AGB voor deze projecten, vormt de restauratie van de stroopfabriek het grootste struikelblok. Hier heeft de fiscus de weerlegging van het AGB afgewezen, wat het leeuwendeel van de huidige claim vormt.

    Wij zien vooral dat dit soort geschillen over btw-afspraken vaak complex zijn, zeker wanneer het gaat om projecten die langere tijd lopen en waarover in het verleden mogelijk mondelinge afspraken zijn gemaakt. Het bedrag van bijna 2,8 miljoen euro is aanzienlijk voor een lokaal overheidsbedrijf en wijst op een fundamenteel verschil van inzicht tussen de fiscus en het AGB over de interpretatie van de btw-regels rond publieke investeringen.

    Lange Juridische Procedure Verwacht

    De zaak zal waarschijnlijk niet voor 2028 door de rechtbank worden behandeld, zo erkent Dardenne. Gedurende deze periode kunnen boetes en interesten verder oplopen. Het AGB is echter rotsvast overtuigd van zijn positie en heeft na advies van twee advocatenbureaus besloten de strijd aan te gaan.

    Mocht het AGB ongelijk krijgen, dan staat het voor een aanzienlijke financiële uitdaging. De voorzitter geeft aan dat het AGB zelf niet over de middelen beschikt om een dergelijk bedrag te betalen. Het schepencollege van Tongeren-Borgloon zal zich dan moeten buigen over de vraag waar het geld vandaan moet komen, wat mogelijk directe gevolgen kan hebben voor de begroting van de gemeenten.