Tag: duurzaamheid

  • World Gold Council Vraagt Mijnbouwers Om Raffinaderijen Te Benoemen

    World Gold Council Vraagt Mijnbouwers Om Raffinaderijen Te Benoemen

    De World Gold Council (WGC) heeft nieuwe richtlijnen uitgevaardigd die goudmijnbedrijven oproepen om jaarlijks openheid van zaken te geven over hun raffinagepartners. Dit moet de traceerbaarheid van goud verbeteren en illegale handel bemoeilijken.

    De World Gold Council (WGC) zet een volgende stap in de strijd tegen illegale goudhandel. De organisatie, die de wereldwijde goudindustrie vertegenwoordigt, heeft nieuwe richtlijnen gepubliceerd die goudmijnbedrijven sterk aanmoedigen om hun raffinagepartners jaarlijks bekend te maken. Het doel is om legitieme goudstromen makkelijker te onderscheiden van illegale activiteiten, zoals de financiering van criminele netwerken. Deze stap bouwt voort op een eerdere toezegging van WGC-leden in september 2023 om hun raffinagepartners te benoemen.

    Concreet verwacht de WGC dat bedrijven die doré produceren – halfgeraffineerde goud- en zilverbaren die op mijnsites worden gegoten – een jaarlijkse lijst publiceren. Hierop moet elke mijn gekoppeld worden aan zijn raffinagepartners en de landen waar deze gevestigd zijn. Deze aanbeveling is geen juridisch bindende vereiste, maar een oproep aan de hele industrie om transparanter te worden. Volgens Vivien Glass, hoofd van de supply chain integriteit bij de WGC, geeft dit ‘stroomafwaartse partners, beleggers, toezichthouders en andere belanghebbenden meer vertrouwen in de integriteit van de markt’. Ze voegt eraan toe dat het ‘ondoorschijnende of onverantwoordelijke praktijken moeilijker maakt om zich te verschuilen achter complexiteit’.

    Waarom nu deze oproep?

    De noodzaak voor meer transparantie werd recentelijk benadrukt door verschillende incidenten. Zo onthulden onderzoeken van de New York Times dat goud uit Latijns-Amerikaanse mijnen, mogelijk gecontroleerd door kartels, in Noord-Amerikaanse toeleveringsketens terechtkwam. De Royal Canadian Mint moest in april 2026 zelfs beloven de herkomst van hun goud beter te controleren, nadat de krant meldde dat een deel van het door hen geraffineerde goud mogelijk afkomstig was van Colombiaanse kartel-mijnen. De Munt gaf aan de raffinage van materiaal uit die specifieke toeleveringsketen te hebben opgeschort.

    Een ander geval betrof Venezolaanse doré die naar de Verenigde Staten werd verscheept onder een overeenkomst met de staatsmijn Minerven. Dat goud bleef in opslag omdat raffinaderijen weigerden het te verwerken, zo meldde de Times in september. Deze voorbeelden maken duidelijk dat het identificeren van de bron van het metaal één ding is, maar vaststellen dat het geen criminele activiteiten heeft gefinancierd, een heel ander verhaal. De WGC-richtlijnen maken de relaties tussen mijn en raffinaderij openbaar, maar garanderen op zich geen verantwoorde herkomst.

    Wat de richtlijnen precies inhouden

    De jaarlijkse openbaarmaking moet elke mijn identificeren, samen met de staat en het land waar deze zich bevindt, de ontvangende raffinaderij en het land van die raffinaderij. Als een mijn meerdere raffinaderijen gebruikt, moeten alle ontvangers worden vermeld. Leden die ’toll processing’ gebruiken – waarbij ze de wettelijke voogdij over het goud behouden totdat het wordt geëxporteerd – moeten ook de mijn-naar-raffinaderij relatie openbaar maken.

    Bedrijven kunnen deze informatie opnemen in hun jaarverslagen of duurzaamheidsrapporten. De richtlijnen adviseren een jaarlijkse openbaarmaking over de voorgaande twaalf maanden, maar specificeren geen eerste rapportagejaar of publicatiedeadline. Wat echter niet hoeft te worden vermeld, zijn de gewichten van de zendingen, transportbedrijven, routes, handelaren en exporteurs. Ook andere gevoelige commerciële details of informatie die de veiligheid van werknemers in gevaar kan brengen, mogen achterwege blijven. De richtlijnen gelden bovendien niet voor goud dat als concentraat, koolstoffijne deeltjes of laagwaardige reststoffen wordt verzonden, omdat deze materialen doorgaans niet rechtstreeks naar een raffinaderij gaan.

    De WGC-leden, 33 in totaal, produceren gezamenlijk ongeveer 1.300 ton goud per jaar en hadden in 2023 al toegezegd om hun raffinagepartners minstens één keer per jaar te noemen. Ze verbonden zich er ook toe om deel te nemen aan het Gold Bar Integrity-platform en om vertrouwelijk productiedata aan raffinagepartners te leveren. Opvallend is dat de nieuwe richtlijnen geen sancties specificeren voor het niet naleven van de openbaarmaking.

    De druk voor bredere transparantie komt niet alleen van de WGC. Human Rights Watch drong in een september 2025-inzending voor de voorgestelde wijzigingen van de London Bullion Market Association (LBMA) erop aan dat raffinaderijen alle mijnen van herkomst en leveranciers moeten identificeren, inclusief die buiten het lidmaatschap van de WGC en leveranciers van gerecycled goud. Wij zien hierin een groeiende trend waarbij de maatschappelijke roep om verantwoorde herkomst en productie steeds luider klinkt, ook in sectoren die traditioneel minder transparant waren.

    Invloed op de goudmarkt

    De goudmarkt heeft de afgelopen tijd, ondanks de volatiliteit in andere grondstoffen, een relatief stabiele periode gekend. Terwijl zilverfutures vandaag met 7,47 procent stegen naar 75,495 dollar per ounce, en platina 4,22 procent erbij kreeg tot 1.973,85 dollar per ounce, bleef goud vandaag met een stijging van 3,84 procent tot 4.713,3 dollar per ounce in de pas lopen. Dit zijn respectievelijk ongeveer 70 euro per ounce voor zilver en 1.830 euro voor platina. Goud kost momenteel 4.360 euro per ounce. Ter vergelijking, Bitcoin (BTC) noteert op 9 oktober om 19:00 uur 73.907 euro, wat een stijging van 2,4 procent in 24 uur betekent, maar nog steeds 3,1 procent lager is dan zeven dagen geleden.

    Deze toegenomen transparantie-eisen zullen naar verwachting op lange termijn het vertrouwen in de goudmarkt vergroten. Voor beleggers en consumenten, vooral in Europa waar duurzaamheid en ethische herkomst steeds belangrijker worden, kan dit een extra argument zijn om in goud te investeren. Wij houden het erop dat een duidelijkere toeleveringsketen de aantrekkingskracht van goud als veilige haven verder kan versterken, wat ook de vraag op de langere termijn positief kan beïnvloeden. De strijd tegen ‘bloedgoud’ krijgt zo een nieuwe, belangrijke impuls.

    Wat betekent dit nu?

    De oproep van de World Gold Council voor meer transparantie in de goudsector toont een groeiende behoefte aan verantwoorde toeleveringsketens. Hoewel niet juridisch bindend, verhoogt de druk vanuit de industrie en maatschappelijke organisaties de lat voor goudmijnbedrijven. Wij zien hierin een ontwikkeling die op termijn het vertrouwen in goud als ethische belegging kan versterken en de markt zal duwen richting meer duurzaamheid, wat uiteindelijk gunstig kan zijn voor de stabiliteit en waardering van het edelmetaal.

  • Europese Unie Selecteert 46 Grondstoffenprojecten Voor Honderd Miljard Euro

    Europese Unie Selecteert 46 Grondstoffenprojecten Voor Honderd Miljard Euro

    De Europese Unie zet een belangrijke stap in de zoektocht naar strategische autonomie. De keuze voor 46 projecten, gericht op het veiligstellen van de aanvoer van kritieke grondstoffen, moet de afhankelijkheid van China op termijn doorbreken.

    De Europese Unie heeft deze week 46 projecten aangeduid die cruciaal zijn voor het verminderen van haar afhankelijkheid van China op het vlak van kritieke grondstoffen. Deze initiatieven, verspreid over verschillende lidstaten en met een totaal investeringspotentieel van maar liefst 100 miljard euro, moeten Europa’s positie in de mondiale waardeketens versterken. Het gaat om projecten die zowel de winning, verwerking als recycling van strategische materialen omvatten, wat een brede aanpak van de grondstoffenproblematiek suggereert.

    De selectie van deze projecten komt niet uit de lucht vallen. Al geruime tijd pleiten beleidsmakers in Brussel voor meer strategische autonomie, vooral na de verstoringen in de aanvoerketens tijdens de pandemie en de geopolitieke spanningen. De Europese Commissie deed in december al een voorstel om de financiële markten minder versnipperd te maken, wat het verhandelen van financiële diensten binnen Europa moet vergemakkelijken. Deze bredere strategie moet Europa minder kwetsbaar maken voor externe schokken en de concurrentiepositie op lange termijn verbeteren.

    Grondstoffen als Geopolitiek Wapen

    China domineert momenteel de markt voor veel kritieke grondstoffen, essentieel voor sectoren als hernieuwbare energie, elektrische voertuigen en defensie. Denk aan zeldzame aardmetalen, lithium en kobalt. Deze dominantie geeft Beijing een aanzienlijke geopolitieke hefboom, wat in Brussel toenemend als een risico wordt gezien. De 46 geselecteerde projecten zijn een concreet antwoord op deze uitdaging, met initiatieven in onder meer Zweden, Finland, Frankrijk en Spanje, die de Europese waardeketen moeten versterken.

    De investering van 100 miljard euro, die zowel publieke als private middelen omvat, onderstreept de urgentie en de schaal van de ambitie. Dit is een aanzienlijk bedrag, zeker als je het afzet tegen de marktwaarde van bijvoorbeeld Bitcoin, die op 9 oktober om 16:00 nog 1,48 biljoen euro bedroeg. Hoewel de aard van de investeringen verschilt, toont het de wil om middelen vrij te maken voor strategische doelen.

    Onderhandelingen en Uitdagingen

    De weg naar een robuuste Europese grondstoffenvoorziening is echter niet zonder hobbels. De implementatie van dergelijke grootschalige projecten vergt complexe vergunningsprocedures, aanzienlijke kapitaalinvesteringen en vaak weerstand van lokale gemeenschappen. Bovendien zijn er nog steeds discussies over de mate waarin nationale toezichthouders bevoegdheden moeten overdragen aan de Europese toezichthouder ESMA, zoals minister Simon Harris van Ierland onlangs aangaf in een discussie over de kapitaalmarktunie. Dergelijke interne EU-discussies kunnen de voortgang van grensoverschrijdende projecten beïnvloeden.

    Wij zien vooral dat dit initiatief een tweeledig doel dient: het creëren van economische kansen binnen Europa en het verminderen van kwetsbaarheden op strategisch niveau. De vraag is of de EU erin slaagt om de bureaucratische hindernissen en de financieringsuitdagingen te overwinnen om deze ambitieuze plannen tijdig te realiseren.

    Gevolgen voor de Europese Industrie

    Op lange termijn kan een succesvolle uitvoering van deze projecten de Europese industrie een stevige boost geven. Minder afhankelijkheid van externe leveranciers betekent stabielere prijzen en een betere controle over de productieprocessen. Dit is cruciaal voor de concurrentiekracht van Europese bedrijven in de wereldwijde transitie naar een groene economie. Bovendien kan het banen scheppen en innovatie stimuleren in de betrokken sectoren, van mijnbouw tot geavanceerde recyclingtechnologieën.

    De inspanningen van de EU om de afhankelijkheid van China te verminderen, beperken zich niet tot grondstoffen. Zo heeft de EU met China een akkoord gesloten om de export van hybride auto’s vanuit China te verminderen, wat een bredere strategie van ontkoppeling illustreert. De grondstoffenprojecten zijn een essentieel onderdeel van deze grotere puzzel, maar het zal nog jaren duren voordat de resultaten echt voelbaar zijn in de gehele economie.

    Wat betekent dit nu?

    De Europese Unie toont met de selectie van 46 grondstoffenprojecten daadkracht in haar streven naar strategische autonomie, met een beoogd investeringspotentieel van 100 miljard euro. Dit moet de afhankelijkheid van China verminderen en de Europese industrie veerkrachtiger maken in de groene transitie. Hoewel de uitvoering complex zal zijn, benadrukt dit initiatief de langetermijnfocus van de EU op het veiligstellen van cruciale toeleveringsketens.

  • Nederlandse Huishoudens Krijgen Vanaf 2029 Tijd- En Gebruiksafhankelijke Stroomtarieven

    Nederlandse Huishoudens Krijgen Vanaf 2029 Tijd- En Gebruiksafhankelijke Stroomtarieven

    Vanaf 2029 zullen de kosten voor het transport van elektriciteit in Nederland niet langer een vast bedrag zijn, maar deels afhangen van het moment en de hoeveelheid verbruik. De Autoriteit Consument en Markt wil hiermee het stroomnet ontlasten en ruimte creëren voor nieuwe aansluitingen.

    De manier waarop Nederlandse huishoudens hun elektriciteitsnetkosten betalen, verandert drastisch vanaf 2029. Tot nu toe is het zo dat iedereen een vast bedrag betaalt voor de aansluiting op het stroomnet, ongeacht wanneer of hoeveel stroom je verbruikt. Maar dat systeem gaat over vijf jaar op de schop. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft namelijk een voorstel ingediend om de transporttarieven voor elektriciteit deels afhankelijk te maken van het tijdstip en de intensiteit van het verbruik.

    Dit betekent concreet dat wie stroom verbruikt op piekmomenten duurder uit zal zijn, terwijl daluren juist goedkoper worden. Het initiatief, dat samen met netbeheerders, Energie-Nederland en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is opgesteld, moet huishoudens ertoe aanzetten hun energieverbruik slimmer te plannen. Denk aan het opladen van elektrische auto’s of het aanzetten van de wasmachine op momenten dat het net minder belast is. De verwachting is dat ongeveer 60 procent van de huishoudens hierdoor voordeliger uit zal zijn.

    Netproblemen Aanpakken Met Slimmere Tarieven

    De aanleiding voor deze verandering is de toenemende druk op het Nederlandse elektriciteitsnet. Door de energietransitie, met meer zonnepanelen en warmtepompen, en de groei van elektrische mobiliteit, raakt het net steeds vaker overbelast. Dit leidt tot problemen, zoals vertragingen bij de aansluiting van nieuwe woningen of bedrijven. De netbeheerders hopen dat de nieuwe, tijdsafhankelijke tarieven de piekbelasting met zo’n 10 procent kunnen verminderen. Dat zou ruimte moeten bieden voor ongeveer 700.000 extra huisaansluitingen, een aanzienlijk aantal gezien de huidige woningnood.

    Manon Leijten, bestuurslid bij de ACM, benadrukt dat huishoudens hiermee een duidelijke ‘prikkel’ krijgen om hun verbruik aan te passen. Het gaat hierbij niet om de prijs van de stroom zelf, maar om de kosten voor het gebruik van de infrastructuur. Ongeveer een derde van het transporttarief blijft vast, maar de rest wordt variabel en zal seizoensgebonden verschillen. Zo zullen winteravonden waarschijnlijk de duurste momenten worden voor stroomverbruik, terwijl overdag in de zomer de tarieven lager zullen liggen. Wij zien vooral dat dit een noodzakelijke stap is om de infrastructuur toekomstbestendig te maken, en minder een poging om de consument te pesten. Het stroomnet kraakt in zijn voegen, en zonder dit soort ingrepen zou de rekening voor iedereen uiteindelijk hoger uitvallen.

    Impact Op Verschillende Huishoudens

    De gevolgen van de nieuwe tariefstructuur zullen sterk uiteenlopen per huishouden. Een klein appartement, dat relatief weinig stroom verbruikt en geen grote energieverslinders zoals een warmtepomp of elektrische auto heeft, kan in 2029 zo’n 100 tot 200 euro per jaar minder kwijt zijn dan onder de huidige regels. Voor deze groep is de vaste component van het transporttarief relatief zwaar, en zij profiteren van de verschuiving naar een variabel model.

    Aan de andere kant staan huishoudens in vrijstaande woningen met een warmtepomp en een elektrische auto. Als zij hun verbruik niet actief aanpassen aan de daluren, kunnen hun kosten oplopen met 300 tot 450 euro per jaar. Dit benadrukt het belang van ‘slim’ energieverbruik. Consumenten zullen moeten leren wanneer de goedkope en dure uren zijn, en hun apparaten daarop afstemmen. Dit kan bijvoorbeeld door timers te gebruiken voor het opladen van de auto of het aanzetten van de wasmachine.

    Technologische Hulp En De Rol Van Block #9

    De verschuiving naar tijd- en gebruiksafhankelijke tarieven vraagt om slimmere technologie in huis. Denk aan slimme meters die het verbruik per moment kunnen registreren, en apps die inzicht geven in de actuele tarieven. Dit opent ook de deur voor innovatie op het gebied van slimme energiebeheersystemen en thuisbatterijen, die stroom kunnen opslaan op goedkope momenten en leveren op dure momenten. Sommige huiseigenaren zijn nu al verplicht om bij vervanging van hun cv-ketel over te stappen op een hybride warmtepomp, wat de vraag naar slimme energieoplossingen verder zal aanjagen.

    De financiële markten reageren op dergelijke verschuivingen, al is de impact op de cryptomarkt niet direct. Indirect kunnen dit soort reguleringswijzigingen wel invloed hebben op de bredere economische context en de energieprijzen, wat op zijn beurt weer doorwerkt in productiekosten voor bijvoorbeeld crypto mining. Op dit moment zien we dat de Bitcoin koers op 8 oktober om 13:31 noteert op 73.795 euro, een daling van 1,3 procent over de afgelopen zeven dagen, maar nog altijd een stijging van 5,0 procent over de afgelopen dertig dagen. Deze schommelingen laten zien dat context en bredere economische factoren altijd een rol spelen. Wij twijfelen of de gemiddelde Belgische of Nederlandse huishouder zich momenteel al bewust is van deze aankomende veranderingen, maar verwachten dat dit de komende jaren steeds meer een gespreksonderwerp zal worden.

    Vooruitblik Op De Toekomst Van Energieverbruik

    Het definitieve voorstel van de ACM wordt later dit jaar verwacht, met een beoogde invoering in 2029. Dit geeft huishoudens de tijd om zich voor te bereiden en eventueel te investeren in technologie die hen helpt om slimmer met hun energie om te gaan. Het is een belangrijke stap in de richting van een flexibeler en efficiënter energienet, dat beter in staat is om de uitdagingen van de energietransitie het hoofd te bieden. De toekomst van energieverbruik zal steeds meer draaien om timing en optimalisatie, waarbij consumenten een actievere rol krijgen in het beheren van hun eigen energierekening en tegelijkertijd bijdragen aan een stabieler net.

  • Wachtlijst Stroomnet In Nederland Groeit Naar Bijna 15.500 Aanvragen

    Wachtlijst Stroomnet In Nederland Groeit Naar Bijna 15.500 Aanvragen

    De problemen met het overvolle stroomnet in Nederland blijven aanhouden, met een verdere toename van de wachtlijst voor aansluitingen. Toch zien netbeheerders ook lichtpunten, zoals een afvlakking van de groei en een stijgend gebruik van flexibele contracten door bedrijven.

    De netbeheerders in Nederland zien zich geconfronteerd met een aanhoudend overbelast elektriciteitsnet, wat resulteert in een groeiende wachtlijst voor bedrijven en organisaties die stroom nodig hebben. In de eerste zes maanden van 2026 nam het aantal aanvragen voor een netaansluiting met ruim 300 toe, waardoor de totale wachtlijst nu bijna 15.500 bedraagt. Deze situatie leidt tot aanzienlijke economische schade, door Boston Consultancy Group in 2024 geschat op jaarlijks 10 tot 35 miljard euro, als gevolg van uitgestelde investeringen en verduurzamingsprojecten.

    Hoewel de cijfers een toenemende druk op het netwerk laten zien, klinken er bij Netbeheer Nederland, de overkoepelende organisatie van de netbeheerders, ook voorzichtige positieve geluiden. Algemeen directeur Hans-Peter Oskam wijst erop dat de groei van de wachtlijst lijkt af te vlakken en dat in bepaalde regio’s zelfs een daling waarneembaar is. Dit is echter niet overal het geval; in de provincie Utrecht, bijvoorbeeld, blijven de problemen zich uitbreiden, met sinds 1 juli een volledige aansluitstop in delen van de provincie en vergelijkbare beperkingen rond Amersfoort en Food Valley.

    Flexibiliteit Biedt Ruimte

    Een opvallende trend die volgens de netbeheerders bijdraagt aan een efficiënter gebruik van het bestaande netwerk, is de toenemende adoptie van flexibele stroomcontracten. Steeds meer bedrijven sluiten overeenkomsten af waarbij ze hun stroomverbruik op bepaalde momenten kunnen aanpassen of verminderen, in ruil voor korting. Ook de mogelijkheid voor netbeheerders om een dag van tevoren aan te geven dat er op specifieke tijdstippen geen ruimte is op het net, wordt vaker benut. Een concreet voorbeeld is Afezo B.V. uit Amsterdam, een familiebedrijf dat overstapt op elektrische machines en door een flexibel contract met Liander toch een laadplein kan uitbreiden, zelfs als een reguliere aansluiting niet mogelijk was. Wij zien hierin een slimme oplossing om de pieken op te vangen, al zal de praktijk moeten uitwijzen of de voordelen opwegen tegen de operationele aanpassingen die bedrijven moeten maken.

    Deze flexibilisering is niet alleen van toepassing op stroomgebruikers. Ook onder bedrijven die stroom leveren aan het net, zoals zonne- en windparken, neemt het aantal wachtenden af, al vragen zij collectief nog steeds veel capaciteit. Zelfs de wachtlijst voor de grootste stroomproducenten en -gebruikers is licht gedaald, deels door een opschoning van de lijst waarbij alleen de meest kansrijke aanvragen overbleven.

    Uitbreiding Netwerk Loopt Achter

    Ondanks deze positieve ontwikkelingen is er nog steeds een dringende noodzaak voor een snellere uitbreiding van het Nederlandse stroomnet. Netbeheerders investeren jaarlijks miljarden euro’s in de infrastructuur, maar de versnelling in de bouw van nieuwe capaciteit blijft achterwege. Vooral de realisatie van middenspanningsstations, cruciale schakels tussen het hoogspanningsnet en de lokale distributie naar huizen en bedrijven, stuit op praktische problemen. Deze stations, hoewel relatief compact (circa 12 bij 4 meter), moeten dicht bij de eindgebruikers worden gebouwd, wat het vinden van geschikte locaties bemoeilijkt. Bovendien variëren de doorlooptijden voor vergunningen sterk per gemeente, en blijft de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel een knelpunt.

    De uitdagingen zijn complex en veelzijdig, en wij twijfelen of de huidige aanpak voldoende is om de economische schade en de ambities op het gebied van verduurzaming in te halen. De vraag naar elektriciteit blijft immers stijgen, niet in het minst door de groeiende adoptie van elektrische voertuigen en de digitalisering van de economie, die een stabiele en robuuste energievoorziening vereist. Ter vergelijking: Bitcoin, dat voor zijn werking ook veel energie verbruikt, heeft in de afgelopen zeven dagen een koersstijging van 3,0 procent gezien, en staat op 6 oktober om 04:36 genoteerd op 76.353 euro. Dit toont aan dat de druk op energie-infrastructuur niet alleen lokaal is, maar ook wereldwijd toeneemt, gedreven door technologische vooruitgang en economische groei. De Nederlandse situatie illustreert hoe cruciaal het is om de energie-infrastructuur gelijktijdig te laten groeien met de vraag.

  • Nieuwe Europese Verpakkingsregels Creëren Verwarring Bij Kleine Bedrijven

    Nieuwe Europese Verpakkingsregels Creëren Verwarring Bij Kleine Bedrijven

    De Europese Unie introduceert nieuwe regels voor verpakkingsafval, bedoeld om duurzaamheid te bevorderen. Toch worstelen veel kleine en middelgrote ondernemingen met de implementatie ervan, wat de vraag doet rijzen of de aanpak niet slimmer had gekund.

    De Europese Unie heeft nieuwe regelgeving ingevoerd met als doel het verpakkingsafval te verminderen en de circulaire economie te stimuleren. Hoewel de intentie ervan breed wordt ondersteund, zorgt de concrete uitwerking van deze regels voor aanzienlijke verwarring bij kleine en middelgrote ondernemingen, oftewel kmo’s.

    Volgens UBBE DESCAMPS is de essentie van de nieuwe Europese verpakkingsregels zeer verdedigbaar. Het probleem zit echter in de praktische uitvoering, die volgens hem veel slimmer had gekund om de uitdagingen voor bedrijven te verlichten. Veel kmo’s voelen zich overdonderd door de complexiteit en de administratieve last die de nieuwe vereisten met zich meebrengen.

    Administratieve Last Groeit

    De nieuwe wetgeving vraagt van bedrijven om diepgaand inzicht in hun verpakkingsstromen en de materialen die zij gebruiken. Dit omvat onder meer gedetailleerde rapportage over het gewicht, de samenstelling en de recycleerbaarheid van verpakkingen. Voor grotere bedrijven met gespecialiseerde afdelingen is dit vaak nog behapbaar, maar voor een kmo met beperkte middelen vormt dit een aanzienlijke administratieve last.

    Wij zien vooral dat deze regeldruk de innovatie bij kleinere spelers kan afremmen. In plaats van te investeren in duurzamere verpakkingsoplossingen, moeten kmo’s nu vooral tijd en geld steken in het navolgen van ingewikkelde procedures, wat hun kaspositie onder druk kan zetten en de marges kan aantasten. Dit staat haaks op het oorspronkelijke doel van de regelgeving.

    Onzekerheid Over Interpretatie

    Een ander punt van zorg is de onduidelijkheid rond de interpretatie van de regels. Wat in het ene land als conform wordt beschouwd, kan in een ander land anders worden uitgelegd. Deze fragmentatie binnen de interne markt, waar wij twijfelen of dit de Europese handel bevordert, maakt het voor bedrijven die internationaal actief zijn bijzonder moeilijk om aan alle eisen te voldoen zonder extra kosten voor juridisch advies of gespecialiseerde consultants.

    Hoewel dit artikel geen directe impact heeft op de koers van cryptomunten, is het interessant om te zien hoe de bredere economische context de markten beïnvloedt. De Bitcoin (BTC) noteert op 1 oktober om 08:01 Brusselse tijd op 74.421 euro, een stijging van 7,0 procent over de afgelopen dertig dagen. Hoewel een dergelijke stijging wijst op een gezond marktsentiment, kunnen toenemende operationele kosten voor bedrijven op termijn de algemene economische groei temperen.

    Oproep tot Vereenvoudiging

    Er klinkt een steeds luidere oproep vanuit het bedrijfsleven en belangenorganisaties om de implementatie van dergelijke regels te vereenvoudigen. Een meer gestroomlijnde aanpak, met duidelijke richtlijnen en ondersteuning voor kmo’s, zou de transitie naar een duurzamere verpakkingsketen efficiënter maken. Dit zou niet alleen de bedrijven ten goede komen, maar ook de bredere milieuambities van de Europese Unie.

    Het is duidelijk dat de Europese Commissie, die de regels voorstelt, en de lidstaten, die ze moeten implementeren, voor een delicate evenwichtsoefening staan. Het streven naar duurzaamheid mag niet leiden tot een onwerkbare situatie voor de ruggengraat van de Europese economie. Een aanpassing van de implementatiestrategie lijkt onvermijdelijk om de verwarring weg te nemen en de regels effectief te laten zijn.

  • Avantium Hoopt Op 55 Miljoen Euro Via Aandeelhouders Voor Cruciale Kapitaalverhoging

    Avantium Hoopt Op 55 Miljoen Euro Via Aandeelhouders Voor Cruciale Kapitaalverhoging

    Het Nederlandse chemiebedrijf Avantium zoekt dringend nieuw kapitaal nu de kaspositie snel daalde. Met de opstart van een nieuwe fabriek in Delfzijl in zicht, is de steun van aandeelhouders en een lening van de NOM essentieel voor de toekomst.

    Aandeelhouders van Avantium stemmen vandaag over een kapitaalverhoging van minimaal 55 miljoen euro. Deze stap is cruciaal voor het Nederlandse chemiebedrijf, nu de kaspositie van 57,5 miljoen euro eind 2025 zakte naar 23,9 miljoen euro op 30 juni 2026. Een emissie van nieuwe aandelen moet de benodigde middelen opleveren, naar verwachting in het vierde kwartaal van dit jaar.

    De financiële druk is voelbaar, met halfjaarcijfers die een omzetdaling lieten zien van 6,7 miljoen euro naar 4,7 miljoen euro. Vooral de R&D Solutions-divisie kampte met lagere verkopen, mede doordat klanten in de chemische sector hun budgetten verlaagden als gevolg van geopolitieke onzekerheid in het Midden-Oosten. Het bedrijf leed een nettoverlies van 27,3 miljoen euro, en de EBITDA kwam uit op een verlies van 18,8 miljoen euro. In de afgelopen twaalf maanden heeft Avantium al zo’n 15 procent van zijn personeelsbestand afgebouwd om de kosten te drukken.

    Naast de kapitaalverhoging via aandelen, probeert Avantium ook een converteerbare lening van 20 miljoen euro binnen te halen bij de NOM, de ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland. Deze lening komt vanuit het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de provincie Groningen, wat de strategische waarde van Avantium voor de Nederlandse economie onderstreept. Wij zien vooral dat de combinatie van publieke en private financiering een poging is om een veelbelovende, maar kapitaalintensieve technologie door een cruciale fase te helpen.

    De timing van deze kapitaalinjectie is niet toevallig. Eerder deze week meldde Avantium de succesvolle productie van de eerste batch FDCA in hun nieuwe fabriek in Delfzijl. FDCA is een bioplasticcomponent die gebruikt kan worden als duurzaam alternatief voor fossiele plastics. De productie zal geleidelijk opschalen. Het bedrijf verwacht dat het nog 12 tot 24 maanden zal duren voordat de fabriek de volledige ontwerpcapaciteit bereikt. Voor de toekomstige productie heeft Avantium al 23 afnameovereenkomsten gesloten en 17 capaciteitsreserveringsovereenkomsten voor meer dan 150 kiloton aan jaarlijkse productiecapaciteit. De recente overeenkomst met Worley over openstaande kwesties rond de fabriek, zoals herstelwerkzaamheden en facturen, effent de weg voor een soepele opstart.

    De koers van het aandeel Avantium op de beurs reflecteert de onzekerheid rond de financiering en de opstart van de fabriek. Terwijl de bredere markt, zoals vertegenwoordigd door Bitcoin, de afgelopen 30 dagen nog een stijging van 7,4 procent liet zien en op 30 september om 08:30 op 73.225 euro noteerde, wacht Avantium op concrete financieringsresultaten. Dit toont aan dat beleggers momenteel een afwachtende houding aannemen ten aanzien van de groei-vooruitzichten van de onderneming, ondanks de recente technische mijlpalen.

    Wat betekent dit nu?

    De goedkeuring van de kapitaalverhoging en de converteerbare lening zijn van levensbelang voor Avantium om de transitie van onderzoek en ontwikkeling naar grootschalige productie te kunnen maken. Als de financiering rondkomt, kan Avantium zich volledig richten op het opschalen van de FDCA-productie en het honoreren van de bestaande afnameovereenkomsten. Mislukt de financiering, dan staat de toekomst van het bedrijf en zijn duurzame ambities onder grote druk, met potentiële gevolgen voor de werkgelegenheid en de bredere ontwikkeling van bioplastics in de regio.

  • Infrabel Gunt De Witte Vandecaveye Contract Van 25 Miljoen Euro Voor Spoorwerken

    Infrabel Gunt De Witte Vandecaveye Contract Van 25 Miljoen Euro Voor Spoorwerken

    De Belgische spoorinfrastructuurbeheerder Infrabel heeft een nieuw contract ter waarde van 25 miljoen euro toegekend aan De Witte Vandecaveye. Het bedrijf uit Wingene zal de komende jaren sporen en aanverwante infrastructuur leveren.

    Infrabel heeft een nieuw contract ter waarde van 25 miljoen euro toegekend aan De Witte Vandecaveye. De Belgische spoorinfrastructuurbeheerder verzekert zich daarmee van de diensten van het bedrijf uit Wingene, dat de komende jaren sporen en aanverwante infrastructuur zal bouwen en onderhouden. Dit contract geeft De Witte Vandecaveye voor minstens vier jaar werkzekerheid, wat voor de 170 eigen werknemers en 40 onderaannemers een belangrijke stabiliserende factor is.

    De Witte Vandecaveye is al twee decennia een van de belangrijkste aannemers voor de Belgische spoorwegen. Het bedrijf staat bekend om zijn brede expertise, van de ballast onderaan de sporen tot de bovenleidingen en seininrichtingen. Deze zogenaamde ’totaalaanpak’ maakt het bedrijf een strategische partner voor Infrabel, dat zowel voor grote, langetermijnprojecten als voor dringende interventies op De Witte Vandecaveye een beroep doet. De CEO, Jan De Witte, benadrukt dat ongeveer 60 tot 70 procent van hun omzet afkomstig is van Infrabel, wat het belang van deze samenwerking onderstreept.

    Lokale Verankering en Grotere Opdrachten

    De gunning van dit contract past in een bredere trend waarbij Infrabel de voorkeur geeft aan Belgische bedrijven. De voorbije drie jaar ging maar liefst 90 procent van alle opdrachten van Infrabel naar lokale firma’s. Dit beleid ondersteunt de Belgische economie en de werkgelegenheid in eigen land. Naast Infrabel werkt De Witte Vandecaveye ook voor andere grote spelers in de energie-infrastructuur, zoals Fluvius en Elia, wat aantoont dat hun expertise breder inzetbaar is dan enkel spoorwerken.

    De waarde van dit contract, 25 miljoen euro, is aanzienlijk. Ter vergelijking: volgens TenderGrants ligt de gemiddelde waarde van een Infrabel-contract op 16,6 miljoen euro. Dit wijst erop dat de huidige opdracht boven het gemiddelde uitsteekt en een van de grotere projecten betreft die Infrabel uitbesteedt. Het onderhoud van apparatuur en systemen PLP en RBC voor 2026-2040, bijvoorbeeld, staat momenteel open voor offertes met een waarde van 20,1 miljoen euro, wat de schaal van de recent toegekende opdracht bevestigt.

    Innovatie en Duurzaamheid als Troef

    Infrabel waardeert niet alleen de operationele capaciteiten van De Witte Vandecaveye, maar ook hun focus op innovatie en duurzaamheid. Het bedrijf is continu op zoek naar manieren om hun processen te verbeteren en milieuvriendelijker te werken. Dit is een belangrijke factor in de keuze van Infrabel voor langetermijnpartners, gezien de toenemende druk op infrastructuurbedrijven om hun ecologische voetafdruk te verkleinen en efficiënter te opereren.

    Wij zien hier vooral de bevestiging van een succesvol partnership dat al twintig jaar standhoudt. De combinatie van specialistische kennis, een uitgebreid machinepark en de bereidheid tot innovatie maakt De Witte Vandecaveye tot een betrouwbare en complete leverancier. Dit contract is dan ook minder een verrassing en meer een logisch vervolg van een samenwerking die voor beide partijen vruchtbaar blijkt.

    Toekomstperspectieven voor de Spoorsector

    De investeringen in de spoorinfrastructuur blijven van cruciaal belang voor België. Met een groeiende vraag naar duurzaam transport en een focus op het verbeteren van de treinnetwerken, zullen bedrijven zoals De Witte Vandecaveye een sleutelrol blijven spelen. De werkzaamheden van Infrabel, zoals de geplande spoorvernieuwingen op HSL1 of de aanpassingen aan het spoornetwerk tussen Gent, Aalter en Brugge die dit najaar plaatsvinden, tonen aan dat de sector in beweging blijft. Dit nieuwe contract garandeert dat de expertise en capaciteit van De Witte Vandecaveye ook de komende jaren ingezet kan worden voor het onderhoud en de uitbreiding van het Belgische spoornetwerk.

    Een levendige infrastructuursector is ook indirect van belang voor bredere economische stabiliteit. De financiële markten, bijvoorbeeld, reageren gevoelig op signalen van economische activiteit. Zo noteert Bitcoin op 28 september om 12:32 72.805 euro, wat een lichte daling van 2,3 procent is over de laatste 24 uur, maar nog steeds een stijging van 6,4 procent over de laatste dertig dagen. Deze bewegingen in de cryptomarkt staan los van het hier besproken contract, maar illustreren wel de dynamiek in verschillende economische sectoren. Het is een herinnering dat, hoewel de focus hier ligt op fysieke infrastructuur, alle segmenten van de economie uiteindelijk met elkaar verbonden zijn.

    Wat betekent dit nu?

    Dit contract betekent een voortzetting van stabiliteit en groei voor De Witte Vandecaveye, met een stevige orderportefeuille voor de komende jaren. Voor Infrabel verzekert het de continue beschikbaarheid van een beproefde partner die essentieel is voor het onderhoud en de modernisering van het Belgische spoornetwerk. Het illustreert bovendien de strategie van Infrabel om Belgische bedrijven te ondersteunen en de lokale expertise te benutten, wat bijdraagt aan werkzekerheid en economische verankering in de regio.

  • Europese Datacenters Benadrukken Rol In Netstabiliteit En Restwarmtegebruik

    Europese Datacenters Benadrukken Rol In Netstabiliteit En Restwarmtegebruik

    De sector, die in België nu al 3,2 terawattuur per jaar verbruikt, wil het beeld bijsturen dat datacenters enkel energie opslorpen.

    Europese datacenterverenigingen bundelen de krachten om het negatieve imago van datacenters bij te sturen. Ze willen aantonen dat deze faciliteiten niet alleen veel energie verbruiken, maar ook een cruciale rol kunnen spelen in het stabiliseren van elektriciteitsnetten en het efficiënt hergebruiken van restwarmte. Datacenters, die door een deel van het publiek nog als ‘energieverslindende dozen zonder ramen’ worden gezien, dragen volgens de sector op meerdere manieren bij aan een moderne en duurzame samenleving.

    In België verbruiken de 47 grote, commerciële datacenters momenteel 3,2 terawattuur aan elektriciteit per jaar. De Belgische netbeheerder Elia voorspelt dat dit verbruik tegen 2034 zal oplopen tot bijna 8 terawattuur, meer dan een verdubbeling. Dat is ongeveer de jaarlijkse productie van kernreactor Doel 4, wat de schaal van de groei duidelijk maakt. Dit vormt een aanzienlijk deel van de verwachte totale stijging van het Belgische stroomverbruik, dat tegen 2034-2036 kan oplopen tot 127 à 128 terawattuur, een toename van bijna 60 procent.

    Datacenters als netstabilisator

    Een van de centrale argumenten van de sector is dat datacenters een stabiliserende factor kunnen zijn voor het elektriciteitsnet, vooral nu de vraag naar stroom toeneemt en het net steeds vaker onder druk staat. Ronan Kelly, CEO van Digital Infrastructure Ireland, benadrukt dat ‘perceptie duidelijk een probleem’ is, en dat de positieve bijdragen van de sector vaak over het hoofd worden gezien. Datacenters kunnen helpen om de momenten op te vangen waarop de opwekking van hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie, wegvalt. Dit is vooral relevant in landen zoals Nederland, waar netcongestie een groot probleem is en bijna 12.000 bedrijven op een netaansluiting wachten.

    Stijn Grove van de Dutch Data Center Association merkt op dat netbeheerders de datacentersector nu zelfs actief vragen om zich te vestigen op kustlocaties, waar windstroom aan land komt. Op die manier hoeft de netbeheerder de capaciteit niet meer dwars door het land te transporteren, wat een ‘win-winsituatie’ kan opleveren. Dit wijst erop dat de sector zich niet langer enkel als verbruiker positioneert, maar als een flexibele partner die het overbelaste stroomnet kan ondersteunen.

    Restwarmte als nuttig nevenproduct

    Naast netstabiliteit zien datacenters ook een belangrijke rol weggelegd voor het hergebruik van hun restwarmte. Dit nevenproduct, dat voorheen vaak als afval werd beschouwd, kan efficiënt worden ingezet voor lokale verwarmingsoplossingen. In Rotterdam wordt bijvoorbeeld een Unesco-monument verwarmd met restwarmte van een nabijgelegen datacenter, waardoor het volledig van het gas af is. Een groter project in Nederland koppelt een nieuw datacenter aan een cluster kassen die van het gas af moeten, waarbij de warmte van de servers wordt gebruikt voor de kassen en de retourvloeistof voor de koeling van het datacenter. Dit creëert drie voordelen: minder belasting van het elektriciteitsnet, duurzame verwarming en efficiëntere datacenterkoeling.

    Volgens een raming van de Europese Commissie zou het hergebruik van de helft van alle datacenter-restwarmte in Europa volstaan om vier miljoen huishoudens te verwarmen. Dit toont het enorme potentieel van deze benadering. Het succes van dergelijke projecten hangt echter af van goede planning en samenwerking tussen gemeenten en exploitanten, al voordat een datacenter wordt gebouwd. Carole Santens van de Belgian Digital Infrastructure Association (BDIA) merkt op dat België nog veel kan leren van de ‘best practices’ in omringende landen.

    Explosieve datagroei, stabiel energieverbruik

    Ondanks de exponentiële groei van datavolumes, benadrukt de sector dat het totale elektriciteitsverbruik vaak stabiel blijft. Isabelle Kemlin van de Swedish Data Centre Industry Association legt uit dat slechts 10 tot 20 procent van de elektriciteit naar het eigenlijke datacenter gaat; de rest gaat naar de servers. De energiefactuur is voor operatoren de grootste kostenpost, wat een directe financiële prikkel vormt om zuiniger te werken. Deze constante focus op efficiëntie, gedreven door economische factoren, zorgt ervoor dat datacenters voortdurend op zoek zijn naar manieren om hun energieverbruik te optimaliseren.

    Voor ons bij Block #9 is het duidelijk dat de sector zijn verhaal moet veranderen: van een verbruiker naar een enabler. De rol van datacenters in de huidige digitale economie is onmiskenbaar, en hun bijdrage aan de stabiliteit van het energienetwerk en het hergebruik van warmte kan hun plaats in de samenleving verstevigen. Het is een cruciaal gesprek, zeker nu de angst-en-hebzuchtmeter, die op 24 september om 12:04 een stand van 71 van 100 (Greed) aangaf, de snelle digitale ontwikkelingen en daarmee de groei van datacenters weerspiegelt.

    Wat betekent dit nu?

    De pogingen van de datacentersector om zijn imago te verbeteren, komen op een moment dat de druk op energienetten in Europa toeneemt. Door de nadruk te leggen op hun rol in netstabiliteit en restwarmtebenutting, proberen datacenters een proactieve houding aan te nemen. Dit kan leiden tot een betere integratie van datacenters in de lokale energie-infrastructuur en mogelijk tot een soepelere vergunningsprocedure voor nieuwe projecten. Het succes hiervan zal echter sterk afhangen van de samenwerking tussen de sector, overheden en netbeheerders, en de daadwerkelijke implementatie van de voorgestelde oplossingen.

  • Goudproducenten Betalen Recordbedrag Van 18,2 Miljard Dollar, Maar Worstelen Met Uitstoot

    Goudproducenten Betalen Recordbedrag Van 18,2 Miljard Dollar, Maar Worstelen Met Uitstoot

    De grootste goudmijnbedrijven ter wereld boekten in 2025 indrukwekkende financiële resultaten door hogere goudprijzen, met een forse stijging van hun bijdragen aan overheden. Tegelijkertijd nam de druk op hun milieuprestaties toe door een stijgende uitstootintensiteit en energieverbruik.

    De achttien grootste goudproducenten wereldwijd hebben in 2025 een recordbedrag van 18,2 miljard dollar (ongeveer 17,2 miljard euro) aan overheden betaald. Dat is een stijging van 77 procent ten opzichte van het jaar ervoor, voornamelijk gedreven door sterke goudprijzen. Deze financiële meevaller staat echter in schril contrast met de toenemende milieuproblemen waar de sector mee kampt, zo blijkt uit een recent rapport van Metals Focus.

    De resultaten van de Britse consultant, gepubliceerd in de ‘Gold ESG Focus 2026’, tonen aan dat de sector vorig jaar te maken kreeg met een stijging van de uitstootintensiteit van broeikasgassen met 7 procent. Het energieverbruik steeg met 4,8 procent, wat de gemiddelde energie-intensiteit per ounce goud deed toenemen met 12 procent tot een record van 10,2 gigajoule. Dat is 47 procent hoger dan in 2016. Dit alles maakt duidelijk dat de mijnbouwsector, ondanks haar economische bijdrage, onder toenemende druk staat om haar ecologische voetafdruk te verkleinen.

    De sterke goudprijzen, die in 2025 een positieve invloed hadden op de inkomsten van de goudproducenten, blijven een belangrijke factor. Ook in de huidige markt zien we goud zich handhaven rond de 5.020 dollar per ounce. Wij merken op dat de prijs van goud de afgelopen jaren een gestage groei kende, vooral in tijden van economische onzekerheid. Dit heeft de mijnbouwbedrijven de financiële ruimte gegeven om recordbedragen aan bijdragen te leveren, maar de vraag is hoe lang deze trend houdbaar blijft met de stijgende operationele kosten en milieuverplichtingen.

    Milieudruk Neemt Toe Ondanks Financiële Successen

    Hoewel de totale uitstoot van broeikasgassen (Scope 1 en 2) van de goudproducenten in 2025 nagenoeg stabiel bleef op 29.898 kiloton CO2-equivalent, zorgde de dalende productie voor een toename van de uitstootintensiteit. Vooral de Scope 1-emissies, direct gerelateerd aan de eigen activiteiten van de mijnen, namen toe na twee jaar van dalingen. Bedrijven zoals AngloGold Ashanti, Barrick Mining, Gold Fields en Polyus droegen hier het meest aan bij, terwijl Newmont de uitstoot wist te verminderen door de verkoop van activa.

    De stijging van de energie-intensiteit is een direct gevolg van het toegenomen energieverbruik, ondanks de inspanningen van sommige bedrijven om hernieuwbare energiebronnen te gebruiken. De sector staat voor een complexe uitdaging: de vraag naar goud blijft, maar de maatschappelijke verwachtingen over duurzaamheid worden steeds hoger. Investeerders kijken hierbij niet enkel naar financiële rendementen, maar ook naar de ESG-prestaties (Environmental, Social, Governance) van bedrijven. Dit maakt de weg naar netto-nul-uitstoot tegen 2050, een doelstelling van de meeste onderzochte bedrijven, een aanzienlijke opgave.

    Veiligheid Gaat Vooruit, Lokale Bijdragen Stijgen

    Een positieve noot in het rapport is de verbetering van de veiligheidsstandaarden in de goudmijnbouw. Met 21 dodelijke ongevallen in 2025 was dit het laagste aantal sinds de coronapandemie. Acht bedrijven rapporteerden zelfs geen enkele dodelijke ongeval, waaronder Northern Star Resources met een indrukwekkende twaalf jaar zonder fatale ongelukken. Dit toont aan dat gerichte inspanningen op het gebied van veiligheid, zoals het identificeren van gevaren en het gebruik van technologie voor monitoring, vruchten afwerpen.

    Daarnaast onderstrepen de cijfers de groeiende financiële impact van de mijnbouw op lokale gemeenschappen. De lokale inkoop steeg met 1,7 miljard dollar tot een record van 30,8 miljard dollar (ongeveer 29,1 miljard euro), een achtste jaarlijkse stijging op rij. Dit benadrukt de cruciale rol die de goudsector speelt in de economieën van de gastlanden. Zo spendeerde Gold Fields 1,3 miljard dollar aan lokale gemeenschappen, terwijl Agnico Eagle Mines meer dan 1,2 miljard dollar toekende aan inheemse bedrijven. Dit alles draagt bij aan de ‘social licence to operate’, de maatschappelijke acceptatie die essentieel is voor langetermijnsucces.

    De Balans Tussen Winst en Planeet

    Het rapport van Metals Focus schetst een tweeledig beeld van de goudmijnbouwsector. Enerzijds is er een robuuste financiële prestatie en een verbeterde veiligheidscultuur, wat duidt op de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de industrie. Anderzijds zijn er de onmiskenbare uitdagingen op milieugebied, met name de stijgende uitstoot- en energie-intensiteit. De focus op ESG-factoren zal naar verwachting alleen maar toenemen, gedreven door investeerders, toezichthouders en de maatschappij.

    De sector bevindt zich op een kruispunt waar de zoektocht naar edele metalen steeds meer in evenwicht moet worden gebracht met de zorg voor de planeet. Het zal cruciaal zijn hoe goudproducenten deze balans de komende jaren zullen vinden. Wordt de recordwinst aangegrepen om versneld te investeren in duurzame technologieën en processen, of blijft de sector de druk voelen van groeiende productie en een stijgende vraag?

  • Picnic Kreeg Duurzaamheidsbonus Op Krediet Van 220 Miljoen Euro

    Picnic Kreeg Duurzaamheidsbonus Op Krediet Van 220 Miljoen Euro

    De rente op de miljardenlening van de online supermarkt beweegt voortaan mee met de duurzaamheidsprestaties. BNP Paribas begeleidde de aanpassing van de kredietfaciliteit.

    De online supermarkt Picnic heeft een mechanisme ingevoerd dat de rente op zijn kredietfaciliteit van 220 miljoen euro koppelt aan duurzaamheidsdoelen. Vanaf nu dalen de financieringskosten als het bedrijf zijn doelstellingen haalt op het vlak van broeikasgasuitstoot, voedselverspilling en het aandeel biologische groenten en fruit. Blijft Picnic achter op de gestelde doelen, dan stijgt de rente.

    De kredietfaciliteit zelf, een zogeheten revolverende lening, bestaat al sinds tweeduizendvierentwintig en werd verstrekt door een consortium van banken, waaronder BNP Paribas, ING, Rabobank en ABN AMRO. BNP Paribas trad bij deze herstructurering op als enige duurzaamheidscoördinator. Het afgeronde raamwerk beschrijft gedetailleerd hoe deze duurzaamheidsprestaties zullen worden gemeten en welke invloed ze uitoefenen op de rente.

    Duurzaamheid als stuurmiddel

    Dit type lening, een ‘sustainability-linked lening’ (SLL), verschilt wezenlijk van traditionele groene financieringen. Bij een groene lening is het geld specifiek geoormerkt voor duurzame projecten. Bij een SLL, zoals die van Picnic, mag de onderneming de middelen vrij inzetten. Het is de prijs van het kapitaal die afhankelijk is van het behalen van de duurzaamheidsdoelen, niet de bestemming van het kapitaal. Dit moedigt bedrijven aan om duurzaamheid integraal in hun bedrijfsvoering te verankeren, omdat het direct financiële gevolgen heeft.

    Volgens medeoprichter Michiel Muller van Picnic zijn de drie gekozen indicatoren – uitstoot, voedselverspilling en biologisch aanbod – de gebieden waar het bedrijf in de foodretailsector het grootste verschil kan maken. De online supermarkt benadrukt dat duurzaamheid al sinds tweeduizendvijftien centraal staat in hun aanpak om voorraadverliezen en milieuschade te beperken. Dat de Food and Agriculture Organization het mondiale voedselsysteem verantwoordelijk acht voor zo’n 32 procent van de wereldwijde broeikasgasuitstoot, onderstreept het belang van deze focus.

    Openstaande vragen

    Hoewel de koppeling aan duurzaamheid een positieve stap lijkt, blijft het raamwerk op enkele punten onduidelijk. De specifieke doelniveaus per indicator – zoals reductiepercentages, streefcijfers voor biologische producten, peiljaren of looptijden – zijn niet openbaar gemaakt. Ook is nog onbekend wie de prestaties van Picnic zal toetsen en hoe groot de exacte renteopslag of -korting zal zijn. Wij vermoeden dat de transparantie hierover in de toekomst nog zal moeten toenemen om de geloofwaardigheid van dergelijke duurzaamheidsleningen volledig te waarborgen.

  • Vlaams Gasnet Afschakelen Kost 1,7 Miljard Euro, Wie Betaalt De Restfactuur?

    Vlaams Gasnet Afschakelen Kost 1,7 Miljard Euro, Wie Betaalt De Restfactuur?

    Het potentieel stopzetten van het Vlaamse aardgasnetwerk tegen 2050 kan een onverwachte rekening van 1,7 miljard euro opleveren voor nog niet afgeschreven pijpleidingen.

    Het Vlaamse aardgasnetwerk afschakelen tegen 2050, zou een onbetaalde rekening van 1,7 miljard euro nalaten. Dit bedrag slaat op de pijpleidingen die tegen die tijd nog niet volledig zijn afgeschreven. De Vlaamse regering staat hierbij voor de uitdaging om te bepalen wie deze aanzienlijke restfactuur op zich moet nemen.

    De discussie over de toekomst van het gasnetwerk is actueel door de Europese klimaatdoelstellingen. Tegen 2050 wil de Europese Unie klimaatneutraal zijn, wat betekent dat fossiele brandstoffen zoals aardgas geleidelijk moeten verdwijnen. Voor distributienetbeheerders zoals Fluvius, die het grootste deel van het Vlaamse gasnet beheren, vormt dit een complex probleem. Zij investeren nu nog in de infrastructuur, maar als het netwerk vroegtijdig wordt afgeschreven, blijven er grote bedragen openstaan die niet via de reguliere tarieven kunnen worden terugverdiend.

    Wat de afschrijving betekent

    Wij zien vooral dat deze situatie een klassiek voorbeeld is van stranded assets, waarbij investeringen hun economische waarde verliezen door veranderende regelgeving of marktomstandigheden. De netbeheerders hebben de pijpleidingen aangelegd met een verwachte levensduur en afschrijvingsperiode. Als deze periode wordt ingekort, ontstaat er een gat in de financiering. Dit dilemma raakt zowel de overheid, de netbeheerders als uiteindelijk de burger, die via belastingen of hogere energietarieven de kosten kan dragen. Het is een van de vele financiële knopen die moeten worden ontward in de transitie naar een duurzame energiehuishouding.

    Verschillende scenario’s voor de toekomst

    Er liggen verschillende opties op tafel om met deze potentiële kostenpost om te gaan. Een eerste scenario is om de netbeheerders een vergoeding te geven voor de niet-afgeschreven activa. Een tweede mogelijkheid is om de afschrijvingstermijnen te verlengen, wat echter de energietransitie kan vertragen. Een derde piste is om het gasnetwerk deels om te bouwen voor de distributie van groene gassen, zoals waterstof, wat nieuwe investeringen en dus ook nieuwe financiële vraagstukken met zich meebrengt. De beslissing zal een delicate evenwichtsoefening zijn tussen de kosten, de snelheid van de energietransitie en de eerlijke verdeling van de lasten.

  • Na Nieuwe Plannen Wil Europa Tegen 2040 De CO2-Uitstoot Met 90 Procent Verminderen

    Na Nieuwe Plannen Wil Europa Tegen 2040 De CO2-Uitstoot Met 90 Procent Verminderen

    De Europese Commissie zet een nieuwe ambitieuze deadline voor de klimaatdoelstellingen, wat diepgaande gevolgen heeft voor sectoren als energie en landbouw.

    De Europese Commissie heeft vandaag een nieuw tussentijds klimaatdoel voorgesteld: tegen 2040 moet de netto CO2-uitstoot binnen de Europese Unie met 90 procent verminderd zijn ten opzichte van 1990. Dit voorstel, dat volgt op de eerder vastgestelde 55 procent reductie tegen 2030, schetst een pad naar klimaatneutraliteit tegen 2050.

    Deze verregaande reductie vraagt om een radicale transformatie van de Europese economie. Vooral de energie-intensieve industrie, de landbouw en het transport staan voor enorme uitdagingen. De transitie zal de investeringen in hernieuwbare energie versnellen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder afbouwen. Wij zien hierin een duidelijk signaal dat Europa vasthoudt aan zijn groene ambities, ondanks de recente kritiek op de kosten en de impact op het concurrentievermogen van de industrie.

    Industrie En Landbouw Moeten Veranderen

    Om de 90 procent reductie te halen, moeten energiebedrijven hun CO2-uitstoot tegen 2040 met 80 procent terugdringen. De industrie, die nu nog goed is voor een kwart van de totale uitstoot in de EU, moet de koolstofemissies met 85 procent verminderen. Dit betekent dat bedrijven volop moeten inzetten op elektrificatie, energie-efficiëntie en, waar nodig, CO2-afvang en -opslag (CCS).

    Ook de landbouwsector, verantwoordelijk voor ongeveer 11 procent van de EU-uitstoot, krijgt te maken met aangescherpte eisen. Verwacht wordt dat de sector de uitstoot van niet-CO2 broeikasgassen (zoals methaan en lachgas) met 30 procent moet reduceren. Dit kan leiden tot veranderingen in landbouwpraktijken, zoals efficiënter mestbeheer en de overstap naar gewassen met een lagere ecologische voetafdruk. De Europese Commissie erkent de gevoeligheid van dit dossier en benadrukt het belang van een dialoog met de sector.

    Investeringen En Concurrentiekracht

    De Commissie schat dat er jaarlijks 1,5 biljoen euro aan investeringen nodig is om de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2040 te realiseren. Een aanzienlijk deel hiervan zal uit de private sector moeten komen. Hoewel de plannen de Europese industrie dwingen tot innovatie, bestaat de vrees dat dit de concurrentiepositie van Europese bedrijven ten opzichte van China en de Verenigde Staten kan ondermijnen, waar de klimaatregels soms minder streng zijn.

    De komende maanden zal het voorstel worden besproken met de lidstaten en het Europees Parlement. De vraag is of de ambitie standhoudt in het licht van de aankomende Europese verkiezingen en de druk van industrie en landbouw. Dit is een politiek gevoelig thema waar de meningen sterk over verdeeld zijn, wat de onderhandelingen zeker en vast complex zal maken.

  • Avantium Verhoogt PEF-Monomerenproductie Van 2 Naar 5 Ton Per Dag

    Avantium Verhoogt PEF-Monomerenproductie Van 2 Naar 5 Ton Per Dag

    De specialist in bioplastics opent een nieuwe proeffabriek in Delfzijl, waarmee het de productie van de bouwsteen voor zijn hernieuwbare voedselverpakkingen meer dan verdubbelt.

    Avantium, het beursgenoteerde Nederlandse bedrijf gespecialiseerd in bioplastics, heeft een belangrijke stap gezet in de opschaling van zijn duurzame voedselverpakkingen. In Delfzijl opende het een nieuwe proeffabriek voor de productie van PEF-monomeren. Deze faciliteit, die een ‘next-generation’ technologie gebruikt, verhoogt de capaciteit van het bedrijf significant: van twee ton per dag naar vijf ton per dag. PEF, of voluit polyethyleen furanoaat, is een bioplastic dat Avantium positioneert als een milieuvriendelijk alternatief voor traditionele PET-plastics.

    De opening van deze ‘pilot plant’ is cruciaal voor Avantium. Het bedrijf werkt al jaren aan de ontwikkeling van PEF, dat niet alleen volledig afbreekbaar is, maar ook betere barrière-eigenschappen zou hebben tegen zuurstof en CO2 dan PET. Dit maakt het bijzonder geschikt voor voedsel- en drankverpakkingen, zoals flessen voor frisdrank of bier. Met de verhoogde productiecapaciteit kan Avantium meer materiaal leveren aan potentiële klanten voor uitgebreide tests en productontwikkeling, wat een noodzakelijke stap is voor commerciële adoptie.

    Groei na uitdagende periode

    Deze ontwikkeling volgt op een periode waarin Avantium de nodige uitdagingen kende. Eerder dit jaar moest het bedrijf nog 36 miljoen euro ophalen via een aandelenemissie om de financiering van zijn vlaggenschipplant in Delfzijl rond te krijgen. Die fabriek, genaamd de FDCA Flagship Plant, richt zich op de grootschalige productie van FDCA, de belangrijkste bouwsteen voor PEF. De recente kapitaalronde en de steun van diverse investeerders en de Nederlandse staat, via een financiering van 90 miljoen euro van de Europese Investeringsbank, toonden echter het vertrouwen in de technologie en de commerciële levensvatbaarheid. Wij zien dit als een belangrijke bevestiging dat de markt gelooft in de schaalbaarheid van hun innovatie.

    De nieuwe proeffabriek speelt een sleutelrol in de optimalisatie van het productieproces. Het stelt Avantium in staat om de technologie verder te verfijnen voordat de FDCA Flagship Plant, die naar verwachting eind 2024 operationeel zal zijn, op volle toeren draait. Dit is niet alleen een technische mijlpaal, maar ook een strategische zet om de kosten te drukken en de efficiëntie te verbeteren, wat essentieel is om te concurreren met gevestigde plasticproducenten. De totale kostprijs voor de fabriek bedraagt 300 miljoen euro, een bedrag dat de ambitie van het project goed weergeeft.

    Toekomst van bioplastics

    De ambities van Avantium reiken verder dan alleen voedselverpakkingen. PEF kan ook toepassingen vinden in textielvezels en andere materialen. De vraag naar duurzame alternatieven voor plastic neemt wereldwijd toe, gedreven door strengere regelgeving en een groeiend milieubewustzijn bij consumenten. Met deze verdubbeling van de productiecapaciteit positioneert Avantium zich als een belangrijke speler in de transitie naar een circulaire economie. Het is nu zaak om de commerciële doorbraak te realiseren, iets waar veel ogen op gericht zijn, zeker gezien de aanzienlijke investeringen die al gedaan zijn.

    Of deze opschaling snel zal leiden tot een wijdverspreide adoptie van PEF in consumentenproducten, zal de komende jaren moeten blijken. De concurrentie van andere bioplastics en de gevestigde PET-industrie is groot, maar de unieke eigenschappen van PEF kunnen Avantium een voorsprong geven. Het succes zal uiteindelijk afhangen van de kosteneffectiviteit en de bereidheid van grote merken om over te stappen op dit nieuwe materiaal.

  • Fietsers Tussen Ham En Beringen Krijgen Twee Kilometer Fietssnelweg Erbij Op 14 September 2026

    Fietsers Tussen Ham En Beringen Krijgen Twee Kilometer Fietssnelweg Erbij Op 14 September 2026

    Fietsers tussen Ham en Beringen hoeven niet langer een omweg te maken rond industrieterrein Ravenshout, wat de route veiliger en sneller maakt. De aanleg kostte ongeveer 2 miljoen euro.

    Tot vandaag moesten fietsers op de fietssnelweg F5, die Hasselt met Antwerpen verbindt, een omweg maken ter hoogte van het industrieterrein Ravenshout. Vanaf 14 september 2026 verandert dat. Een nieuw stuk fietssnelweg van ongeveer twee kilometer lengte opent, waardoor de route voor hen niet alleen veiliger, maar ook een kilometer korter wordt.

    De gedeputeerde voor Mobiliteit, Laura Olaerts (N-VA), benadrukt dat het nieuwe traject vlak langs de bedrijven loopt en volledig afgescheiden is van het auto- en vrachtverkeer. Dit vermindert de afstand voor fietsers van ongeveer drie kilometer naar twee kilometer. Dit project, dat zo’n 2 miljoen euro heeft gekost, is een gezamenlijke inspanning van De Vlaamse Waterweg, het Fietsfonds en de provincie Limburg.

    Win-win Voor Bedrijven

    Voor de bedrijven in de buurt biedt het nieuwe fietspad ook voordelen. Steven Lisens van aannemersbedrijf Baldewijns, dat instond voor de aanleg, spreekt van een win-win situatie. Hun bedrijf gebruikt het jaagpad langs het Albertkanaal voor laden en lossen met zwaar verkeer, wat tot nu toe betekende dat fietsers moesten omrijden. Met het nieuwe fietspad kunnen de werknemers nu directer naar hun werk fietsen en blijft het jaagpad beschikbaar voor bedrijfsactiviteiten.

    Christophe Boucaut van Stanley Black & Decker is eveneens tevreden over het veiligere alternatief voor zijn werknemers. Momenteel fietst zo’n 6 procent van hun personeel naar het werk, maar de hoop is dat dit percentage binnen twee jaar stijgt naar 11 procent. Dit toont aan dat infrastructuurverbeteringen directe impact kunnen hebben op de mobiliteitskeuzes van werknemers en de duurzaamheidsdoelstellingen van bedrijven.

    Duurzame Aanleg

    Bij de aanleg van het fietspad werd ook aandacht besteed aan de milieu-impact. Aannemer Baldewijns gebruikte gerecycleerde materialen voor de fundering. Omdat het bedrijf een recyclagesite vlak bij de werf heeft, konden de bouwmaterialen over een korte afstand worden vervoerd, wat de ecologische voetafdruk van het project beperkte.

    Het project omvat vier delen, waaronder een vier meter brede fietssnelweg in de Lossingstraat en verhoogde, verlichte kruisingen bij Horstendonk en Neusenberg. Twee nieuwe bruggen over de Kleine Beek en een gracht tussen Neusenberg en de Zeventig Zillenweg verbeteren de doorstroming. Bovendien is het fietspad aan de Zeventig Zillenweg verplaatst, zodat fietsers het zware verkeer van het industrieterrein niet meer hoeven te kruisen. Wij zien hierin een voorbeeld van hoe gerichte investeringen in infrastructuur zowel de veiligheid als de efficiëntie voor de gebruiker en de omliggende bedrijven kunnen verhogen, en tegelijkertijd de milieu-impact kunnen minimaliseren. De vraag blijft of dit soort projecten de fiets als volwaardig alternatief voor de auto definitief op de kaart zet.

  • AEP Plantations Verkoopt Deel Activiteiten En Ziet Aandeel 28 Procent Stijgen

    AEP Plantations Verkoopt Deel Activiteiten En Ziet Aandeel 28 Procent Stijgen

    De Maleisische palmolieproducent AEP Plantations herstructureert zijn portefeuille en zet in op hogere marges. Analisten verwachten een aanzienlijke groei van de winst per aandeel dit boekjaar.

    AEP Plantations, een Maleisische producent van palmolie, heeft een strategische verschuiving ingezet die de markten positief verrast. Het bedrijf verkocht een deel van zijn plantages en richt zich voortaan op het optimaliseren van de resterende, meer productieve activa. Deze aanpak leidde tot een stijging van het aandeel met 28 procent in het afgelopen jaar, terwijl de sector gemiddeld slechts 2,9 procent klom.

    De transactie omvatte de verkoop van 10.000 hectare minder efficiënte plantagegrond, goed voor ongeveer een derde van het totale areaal, aan de veel grotere sectorgenoot KLK. Met de opbrengst van deze verkoop, circa 130 miljoen euro, heeft AEP Plantations zijn schulden fors kunnen afbouwen en zijn ze in staat om te investeren in de modernisering van hun overige plantages. Zo kan het bedrijf zich nu concentreren op zijn 21.000 hectare aan jongere, hoogproductieve palmbomen die de komende jaren een hogere opbrengst per hectare beloven.

    Efficiëntie En Hogere Winstmarges

    De focus op efficiëntie is een duidelijke strategie om de winstgevendheid te verbeteren. Door te investeren in betere landbouwpraktijken en geavanceerde verwerkingsmethoden, mikt AEP Plantations op hogere marges per geproduceerde ton palmolie. Wij zien vooral dat deze stap het bedrijf veerkrachtiger maakt in een volatiele grondstoffenmarkt. De schuldafbouw betekent dat het bedrijf minder rentekosten heeft en meer financiële ruimte voor strategische groei, wat de kaspositie ten goede komt. Dit stelt AEP in staat om de aandeelhouders in de toekomst mogelijk te belonen met hogere dividenden.

    Analisten volgen deze ontwikkeling op de voet. Zij verwachten dat de winst per aandeel van AEP Plantations dit boekjaar met wel 25 procent kan stijgen. De operationele kosten zouden dalen door de efficiëntieverbeteringen, wat direct bijdraagt aan de brutomarges. De verkoop van de minder rendabele activa was hierin een cruciale eerste stap, waardoor de gemiddelde opbrengst per hectare substantieel kan toenemen.

    Toekomst Voor Duurzame Palmolie

    De palmoliesector staat onder druk vanwege duurzaamheidsbezwaren. AEP Plantations heeft echter al stappen gezet door te voldoen aan de standaarden van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), wat essentieel is voor de toegang tot de Europese markt. Wij zouden hier niet voorbijgaan aan het groeiende bewustzijn rond duurzame productie. De vraag naar duurzaam gecertificeerde palmolie neemt toe, wat een concurrentievoordeel kan opleveren voor bedrijven die hierop inspelen. Het bedrijf is een relatief kleine speler in vergelijking met reuzen zoals KLK, dat een beurswaarde heeft van 4,3 miljard euro tegenover de 235 miljoen euro van AEP Plantations. Maar juist die wendbaarheid kan een troef zijn om sneller in te spelen op veranderingen in de markt en duurzaamheidseisen.

    De komende jaren zullen uitwijzen of de gekozen strategie op lange termijn vruchten afwerpt. De focus op kwalitatieve activa en operationele uitmuntendheid lijkt een solide basis te leggen, maar de prijzen van palmolie blijven gevoelig voor mondiale economische schommelingen en weersinvloeden. De vraag is of AEP Plantations deze efficiëntieslagen kan blijven doorvoeren om de verwachte groei te realiseren, ongeacht de externe marktomstandigheden.