Tag: Energieverbruik

  • Nederlandse Huishoudens Krijgen Vanaf 2029 Tijd- En Gebruiksafhankelijke Stroomtarieven

    Nederlandse Huishoudens Krijgen Vanaf 2029 Tijd- En Gebruiksafhankelijke Stroomtarieven

    Vanaf 2029 zullen de kosten voor het transport van elektriciteit in Nederland niet langer een vast bedrag zijn, maar deels afhangen van het moment en de hoeveelheid verbruik. De Autoriteit Consument en Markt wil hiermee het stroomnet ontlasten en ruimte creëren voor nieuwe aansluitingen.

    De manier waarop Nederlandse huishoudens hun elektriciteitsnetkosten betalen, verandert drastisch vanaf 2029. Tot nu toe is het zo dat iedereen een vast bedrag betaalt voor de aansluiting op het stroomnet, ongeacht wanneer of hoeveel stroom je verbruikt. Maar dat systeem gaat over vijf jaar op de schop. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft namelijk een voorstel ingediend om de transporttarieven voor elektriciteit deels afhankelijk te maken van het tijdstip en de intensiteit van het verbruik.

    Dit betekent concreet dat wie stroom verbruikt op piekmomenten duurder uit zal zijn, terwijl daluren juist goedkoper worden. Het initiatief, dat samen met netbeheerders, Energie-Nederland en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is opgesteld, moet huishoudens ertoe aanzetten hun energieverbruik slimmer te plannen. Denk aan het opladen van elektrische auto’s of het aanzetten van de wasmachine op momenten dat het net minder belast is. De verwachting is dat ongeveer 60 procent van de huishoudens hierdoor voordeliger uit zal zijn.

    Netproblemen Aanpakken Met Slimmere Tarieven

    De aanleiding voor deze verandering is de toenemende druk op het Nederlandse elektriciteitsnet. Door de energietransitie, met meer zonnepanelen en warmtepompen, en de groei van elektrische mobiliteit, raakt het net steeds vaker overbelast. Dit leidt tot problemen, zoals vertragingen bij de aansluiting van nieuwe woningen of bedrijven. De netbeheerders hopen dat de nieuwe, tijdsafhankelijke tarieven de piekbelasting met zo’n 10 procent kunnen verminderen. Dat zou ruimte moeten bieden voor ongeveer 700.000 extra huisaansluitingen, een aanzienlijk aantal gezien de huidige woningnood.

    Manon Leijten, bestuurslid bij de ACM, benadrukt dat huishoudens hiermee een duidelijke ‘prikkel’ krijgen om hun verbruik aan te passen. Het gaat hierbij niet om de prijs van de stroom zelf, maar om de kosten voor het gebruik van de infrastructuur. Ongeveer een derde van het transporttarief blijft vast, maar de rest wordt variabel en zal seizoensgebonden verschillen. Zo zullen winteravonden waarschijnlijk de duurste momenten worden voor stroomverbruik, terwijl overdag in de zomer de tarieven lager zullen liggen. Wij zien vooral dat dit een noodzakelijke stap is om de infrastructuur toekomstbestendig te maken, en minder een poging om de consument te pesten. Het stroomnet kraakt in zijn voegen, en zonder dit soort ingrepen zou de rekening voor iedereen uiteindelijk hoger uitvallen.

    Impact Op Verschillende Huishoudens

    De gevolgen van de nieuwe tariefstructuur zullen sterk uiteenlopen per huishouden. Een klein appartement, dat relatief weinig stroom verbruikt en geen grote energieverslinders zoals een warmtepomp of elektrische auto heeft, kan in 2029 zo’n 100 tot 200 euro per jaar minder kwijt zijn dan onder de huidige regels. Voor deze groep is de vaste component van het transporttarief relatief zwaar, en zij profiteren van de verschuiving naar een variabel model.

    Aan de andere kant staan huishoudens in vrijstaande woningen met een warmtepomp en een elektrische auto. Als zij hun verbruik niet actief aanpassen aan de daluren, kunnen hun kosten oplopen met 300 tot 450 euro per jaar. Dit benadrukt het belang van ‘slim’ energieverbruik. Consumenten zullen moeten leren wanneer de goedkope en dure uren zijn, en hun apparaten daarop afstemmen. Dit kan bijvoorbeeld door timers te gebruiken voor het opladen van de auto of het aanzetten van de wasmachine.

    Technologische Hulp En De Rol Van Block #9

    De verschuiving naar tijd- en gebruiksafhankelijke tarieven vraagt om slimmere technologie in huis. Denk aan slimme meters die het verbruik per moment kunnen registreren, en apps die inzicht geven in de actuele tarieven. Dit opent ook de deur voor innovatie op het gebied van slimme energiebeheersystemen en thuisbatterijen, die stroom kunnen opslaan op goedkope momenten en leveren op dure momenten. Sommige huiseigenaren zijn nu al verplicht om bij vervanging van hun cv-ketel over te stappen op een hybride warmtepomp, wat de vraag naar slimme energieoplossingen verder zal aanjagen.

    De financiële markten reageren op dergelijke verschuivingen, al is de impact op de cryptomarkt niet direct. Indirect kunnen dit soort reguleringswijzigingen wel invloed hebben op de bredere economische context en de energieprijzen, wat op zijn beurt weer doorwerkt in productiekosten voor bijvoorbeeld crypto mining. Op dit moment zien we dat de Bitcoin koers op 8 oktober om 13:31 noteert op 73.795 euro, een daling van 1,3 procent over de afgelopen zeven dagen, maar nog altijd een stijging van 5,0 procent over de afgelopen dertig dagen. Deze schommelingen laten zien dat context en bredere economische factoren altijd een rol spelen. Wij twijfelen of de gemiddelde Belgische of Nederlandse huishouder zich momenteel al bewust is van deze aankomende veranderingen, maar verwachten dat dit de komende jaren steeds meer een gespreksonderwerp zal worden.

    Vooruitblik Op De Toekomst Van Energieverbruik

    Het definitieve voorstel van de ACM wordt later dit jaar verwacht, met een beoogde invoering in 2029. Dit geeft huishoudens de tijd om zich voor te bereiden en eventueel te investeren in technologie die hen helpt om slimmer met hun energie om te gaan. Het is een belangrijke stap in de richting van een flexibeler en efficiënter energienet, dat beter in staat is om de uitdagingen van de energietransitie het hoofd te bieden. De toekomst van energieverbruik zal steeds meer draaien om timing en optimalisatie, waarbij consumenten een actievere rol krijgen in het beheren van hun eigen energierekening en tegelijkertijd bijdragen aan een stabieler net.

  • Datacenters Houden Hun Energieverbruik Geheim, Ondanks Stijgende Stroomvraag Door AI

    Datacenters Houden Hun Energieverbruik Geheim, Ondanks Stijgende Stroomvraag Door AI

    Een consortium van journalisten heeft bij de Europese Commissie een klacht ingediend tegen de ondoorzichtigheid van datacenters. Ze weigeren details over hun energie- en waterverbruik te delen, terwijl hun stroomvraag door de opkomst van AI explosief stijgt.

    Een consortium van Europese journalisten, waaronder Lighthouse Reports, heeft officieel een klacht ingediend bij de Europese Commissie. De journalisten eisen meer transparantie over het energie- en waterverbruik van datacenters, dat door de opkomst van artificiële intelligentie (AI) fors toeneemt. Datacenters en zelfs overheden houden deze cruciale informatie vaak geheim, onder verwijzing naar bedrijfsgeheimen.

    De klacht baseert zich op het verdrag van Aarhus, dat staten verplicht milieu-informatie openbaar te maken. De actie volgt op een jaar lang onderzoek, waaruit bleek dat het voor veel datacenters onduidelijk blijft hoeveel impact ze precies hebben. Microsoft heeft in Nederland voor het eerst wel cijfers gedeeld: de datacenters van het techbedrijf in Middenmeer zijn verantwoordelijk voor ongeveer 1 procent van het totale Nederlandse stroomverbruik.

    De vraag naar rekenkracht, vooral voor AI, drijft de groei van datacenters aan. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht dat het energieverbruik van datacenters in Nederland tegen 2030 zelfs kan verdrievoudigen. Alle Nederlandse datacenters samen waren in 2024 al goed voor bijna 5 procent van het totale elektriciteitsverbruik. Wereldwijd zijn de cijfers nog indrukwekkender: techgiganten zullen de komende zeven jaar naar verwachting meer dan 9.000 miljard euro uitgeven aan AI-infrastructuur in de Verenigde Staten alleen al.

    Groene Ambities Onder Druk

    De Europese Commissie streeft ernaar om de datacentercapaciteit in de EU de komende vijf tot zeven jaar te verdrievoudigen, om zo de AI-race met China en de VS bij te benen. Dit strookt echter niet altijd met de klimaatdoelstellingen. Hoewel de Commissie werkt aan verplichte duurzaamheidslabels voor datacenters om meer transparantie te creëren, werd in 2024 juist in de Europese wet vastgelegd dat het energie- en waterverbruik van individuele datacenters geheim mag blijven. Dit wetsartikel werd vrijwel woord voor woord overgenomen van lobbyisten uit de techsector.

    Wij zien hier een duidelijke spanning tussen de digitale ambities van Europa en de noodzakelijke milieutransparantie. Het is opmerkelijk dat beleidsmakers enerzijds de datacentercapaciteit willen opvoeren, maar anderzijds wetgeving invoeren die de controle op de milieu-impact bemoeilijkt. Dit gebrek aan openheid kan de publieke acceptatie van de sector, die nu al te kampen heeft met een negatief imago, verder ondermijnen.

    Stroomnet onder hoogspanning

    De enorme energievraag van datacenters zet het stroomnet zwaar onder druk. In Nederland staan al duizenden bedrijven op een wachtlijst voor een netaansluiting. Ook in andere landen, zoals Ierland en de Verenigde Staten, kampen de netbeheerders met capaciteitsproblemen. Dit leidt ertoe dat datacenters steeds vaker hun eigen elektriciteit opwekken, vaak met gasgestookte installaties, wat de CO2-uitstoot kan verhogen.

    Neem bijvoorbeeld Amazon, dat plannen heeft om in de VS evenveel gascentrales te bouwen voor zijn datacenters als er nu in heel Nederland staan. De sector probeert het negatieve imago wel af te schudden door te wijzen op hun potentieel om het stroomnet te stabiliseren en restwarmte te hergebruiken. Desondanks blijkt uit de klacht van Lighthouse Reports dat de bereidheid om concrete cijfers hierover te delen, tekortschiet.

    Toezichthouders Tasten In Het Duister

    De huidige situatie betekent dat zelfs toezichthouders zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de vinger niet volledig op de pols kunnen houden. Bedrijven kunnen immers bedrijfsgeheimen aanroepen om hun verbruikscijfers niet te delen. Dit maakt handhaving van eventuele milieudoelstellingen, zoals de voorgestelde PUE-normen (Power Usage Effectiveness) van de Europese Commissie, een stuk complexer.

    De Commissie wil dat datacenters in de EU een PUE van onder de 1,5 halen tegen 2030 en dat nieuwe datacenters binnen drie jaar na ingebruikname onder de 1,4 zitten. In Nederland geldt voor nieuwe datacenters zelfs al een PUE van 1,2 of lager. Zonder transparante data wordt het echter lastig om te controleren of deze normen daadwerkelijk gehaald worden, en of de sector echt stappen zet richting duurzaamheid.

    Wat betekent dit nu?

    De recente klacht van journalisten bij de Europese Commissie benadrukt de groeiende spanning tussen de technologische vooruitgang gedreven door AI en de milieu-impact van de benodigde infrastructuur. Het gebrek aan transparantie over het energie- en waterverbruik van datacenters is een belangrijk obstakel voor effectief milieubeleid. Wij zien dat de Commissie met verplichte duurzaamheidslabels een stap in de goede richting zet, maar dat de uitzonderingen voor ‘bedrijfsgeheimen’ de effectiviteit hiervan kunnen ondermijnen. De druk op het stroomnet en de toenemende vraag naar energie zullen de komende jaren onverminderd hoog blijven, wat vraagt om een heldere en afdwingbare aanpak.

  • Investeringen In Datacenters Groeien Naar 1,4 Biljoen Euro In Tien Jaar Door AI-Vraag

    Investeringen In Datacenters Groeien Naar 1,4 Biljoen Euro In Tien Jaar Door AI-Vraag

    De wereldwijde uitgaven voor datacenters verdrievoudigen de komende tien jaar, waarbij het leeuwendeel bestemd is voor de bouw en optimalisatie van ‘AI factories’, gespecialiseerde centra voor de productie van artificiële intelligentie.

    De investeringen in datacenters zullen wereldwijd drastisch toenemen, van ongeveer 460 miljard euro (500 miljard dollar) in 2025 naar ruwweg 1,3 biljoen euro (1,4 biljoen dollar) tegen 2035. Deze prognose van analistenbureau Frost & Sullivan toont een jaarlijkse groei van 11 tot 12 procent. Een opvallend gegeven is dat 77 procent van de huidige investeringen al gericht is op de zogeheten AI-workloads, wat de snelle verschuiving binnen de sector benadrukt. Het leeuwendeel van deze groei komt op het conto van ‘AI factories’, een nieuw type datacenter dat geoptimaliseerd is voor de productie van artificiële intelligentie.

    Deze AI factories verschillen fundamenteel van traditionele datacenters. Waar klassieke datacenters zich richten op opslag en algemene rekenkracht, draait het bij AI factories om efficiëntie in het genereren van ’tokens’, de outputeenheden van AI-modellen. Nvidia, een belangrijke speler in deze sector, verwacht dat de vraag naar datacentercapaciteit tegen 2030 zal verdubbelen, met AI als de voornaamste drijfveer. De ‘inference’, het gebruik van getrainde AI-modellen, zal tegen die tijd naar schatting 93 gigawatt aan vermogen vergen.

    Efficiëntie is de nieuwe maatstaf

    De focus op ’tokens’ brengt nieuwe prestatiemaatstaven met zich mee. Rod Evans, vicepresident bij Nvidia, benadrukt dat ’time to first token’ cruciaal is: hoe snel een AI-model na activering de eerste output levert. Andere belangrijke indicatoren zijn ’tokens per seconde’, ’tokens per watt’ en ’tokens per dollar’. Deze metrics onderstrepen de noodzaak om AI-verwerking zo zuinig en snel mogelijk te maken. De snelle ontwikkelingen leiden tot een enorme toename in vermogensdichtheid. Racks die enkele jaren geleden nog acht GPU’s bevatten, omvatten nu 72 GPU’s die als één systeem functioneren. De volgende generatie racks zal naar verwachting richting een megawatt per rack gaan tegen 2028, wat de overstap naar 800 volt gelijkstroom en directe vloeistofkoeling noodzakelijk maakt.

    De toegenomen focus op efficiëntie is ook terug te zien in de manier waarop bedrijven hun AI-systemen aansturen. Duurzaam prompten, waarbij AI-modellen zo gericht mogelijk worden aangestuurd, is een belangrijk aandachtspunt geworden. Dit voorkomt onnodig verbruik en verlaagt de kosten, zonder in te boeten op de kwaliteit van de output. Een goed geformuleerde prompt kan veel iteraties en dus rekenkracht besparen, wat direct impact heeft op de energiekosten en de financiële uitgaven voor AI-diensten.

    Snelheid en schaal bepalen de bouw

    De bouw van deze datacenters is ook aan het veranderen. Paul Ryan, EMEA-president van infrastructuurspecialist Vertiv, stelt dat de sector verschuift van maatwerk naar geprefabriceerde, modulaire oplossingen. Waar het opleveren van een datacenter van 10 tot 20 megawatt vroeger 18 tot 20 maanden duurde, vragen klanten nu om 50 tot 200 megawatt in zes tot acht maanden. Dit dwingt de industrie om datacenters als een product te benaderen dat op schaal geproduceerd kan worden, vergelijkbaar met de efficiëntie van een fabriek.

    De Verenigde Staten hebben in 2026 plannen voor 12 gigawatt aan nieuwe capaciteit en nog eens 36 gigawatt in 2027. Realistisch gezien wordt daarvan ongeveer een kwart, respectievelijk 5 en 7 gigawatt, daadwerkelijk opgeleverd. Vergunningen, netaansluitingen en bouwperikelen vormen de grootste beperkingen. Een deel van de Amerikaanse bouwplannen wijkt al uit naar Europa, met projecten in landen als Spanje, Portugal, de Nordics en Oost-Europa, wat de Europese positie op de AI-infrastructuurkaart kan versterken.

    Wat betekent dit nu?

    De ongekende vraag naar AI stuwt de investeringen in datacenters naar recordhoogtes, waarbij de focus verschuift naar gespecialiseerde ‘AI factories’ die tokens zo efficiënt mogelijk produceren. Deze ontwikkeling vraagt om nieuwe technologieën voor stroomvoorziening en koeling, en dwingt de bouwsector tot snellere, modulaire oplossingen. De verschuiving benadrukt de kritieke rol van energie en infrastructuur in het AI-tijdperk, waarbij de capaciteit van een land om AI te voeden steeds meer een concurrentiefactor wordt.

  • Europese Datacenters Benadrukken Rol In Netstabiliteit En Restwarmtegebruik

    Europese Datacenters Benadrukken Rol In Netstabiliteit En Restwarmtegebruik

    De sector, die in België nu al 3,2 terawattuur per jaar verbruikt, wil het beeld bijsturen dat datacenters enkel energie opslorpen.

    Europese datacenterverenigingen bundelen de krachten om het negatieve imago van datacenters bij te sturen. Ze willen aantonen dat deze faciliteiten niet alleen veel energie verbruiken, maar ook een cruciale rol kunnen spelen in het stabiliseren van elektriciteitsnetten en het efficiënt hergebruiken van restwarmte. Datacenters, die door een deel van het publiek nog als ‘energieverslindende dozen zonder ramen’ worden gezien, dragen volgens de sector op meerdere manieren bij aan een moderne en duurzame samenleving.

    In België verbruiken de 47 grote, commerciële datacenters momenteel 3,2 terawattuur aan elektriciteit per jaar. De Belgische netbeheerder Elia voorspelt dat dit verbruik tegen 2034 zal oplopen tot bijna 8 terawattuur, meer dan een verdubbeling. Dat is ongeveer de jaarlijkse productie van kernreactor Doel 4, wat de schaal van de groei duidelijk maakt. Dit vormt een aanzienlijk deel van de verwachte totale stijging van het Belgische stroomverbruik, dat tegen 2034-2036 kan oplopen tot 127 à 128 terawattuur, een toename van bijna 60 procent.

    Datacenters als netstabilisator

    Een van de centrale argumenten van de sector is dat datacenters een stabiliserende factor kunnen zijn voor het elektriciteitsnet, vooral nu de vraag naar stroom toeneemt en het net steeds vaker onder druk staat. Ronan Kelly, CEO van Digital Infrastructure Ireland, benadrukt dat ‘perceptie duidelijk een probleem’ is, en dat de positieve bijdragen van de sector vaak over het hoofd worden gezien. Datacenters kunnen helpen om de momenten op te vangen waarop de opwekking van hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie, wegvalt. Dit is vooral relevant in landen zoals Nederland, waar netcongestie een groot probleem is en bijna 12.000 bedrijven op een netaansluiting wachten.

    Stijn Grove van de Dutch Data Center Association merkt op dat netbeheerders de datacentersector nu zelfs actief vragen om zich te vestigen op kustlocaties, waar windstroom aan land komt. Op die manier hoeft de netbeheerder de capaciteit niet meer dwars door het land te transporteren, wat een ‘win-winsituatie’ kan opleveren. Dit wijst erop dat de sector zich niet langer enkel als verbruiker positioneert, maar als een flexibele partner die het overbelaste stroomnet kan ondersteunen.

    Restwarmte als nuttig nevenproduct

    Naast netstabiliteit zien datacenters ook een belangrijke rol weggelegd voor het hergebruik van hun restwarmte. Dit nevenproduct, dat voorheen vaak als afval werd beschouwd, kan efficiënt worden ingezet voor lokale verwarmingsoplossingen. In Rotterdam wordt bijvoorbeeld een Unesco-monument verwarmd met restwarmte van een nabijgelegen datacenter, waardoor het volledig van het gas af is. Een groter project in Nederland koppelt een nieuw datacenter aan een cluster kassen die van het gas af moeten, waarbij de warmte van de servers wordt gebruikt voor de kassen en de retourvloeistof voor de koeling van het datacenter. Dit creëert drie voordelen: minder belasting van het elektriciteitsnet, duurzame verwarming en efficiëntere datacenterkoeling.

    Volgens een raming van de Europese Commissie zou het hergebruik van de helft van alle datacenter-restwarmte in Europa volstaan om vier miljoen huishoudens te verwarmen. Dit toont het enorme potentieel van deze benadering. Het succes van dergelijke projecten hangt echter af van goede planning en samenwerking tussen gemeenten en exploitanten, al voordat een datacenter wordt gebouwd. Carole Santens van de Belgian Digital Infrastructure Association (BDIA) merkt op dat België nog veel kan leren van de ‘best practices’ in omringende landen.

    Explosieve datagroei, stabiel energieverbruik

    Ondanks de exponentiële groei van datavolumes, benadrukt de sector dat het totale elektriciteitsverbruik vaak stabiel blijft. Isabelle Kemlin van de Swedish Data Centre Industry Association legt uit dat slechts 10 tot 20 procent van de elektriciteit naar het eigenlijke datacenter gaat; de rest gaat naar de servers. De energiefactuur is voor operatoren de grootste kostenpost, wat een directe financiële prikkel vormt om zuiniger te werken. Deze constante focus op efficiëntie, gedreven door economische factoren, zorgt ervoor dat datacenters voortdurend op zoek zijn naar manieren om hun energieverbruik te optimaliseren.

    Voor ons bij Block #9 is het duidelijk dat de sector zijn verhaal moet veranderen: van een verbruiker naar een enabler. De rol van datacenters in de huidige digitale economie is onmiskenbaar, en hun bijdrage aan de stabiliteit van het energienetwerk en het hergebruik van warmte kan hun plaats in de samenleving verstevigen. Het is een cruciaal gesprek, zeker nu de angst-en-hebzuchtmeter, die op 24 september om 12:04 een stand van 71 van 100 (Greed) aangaf, de snelle digitale ontwikkelingen en daarmee de groei van datacenters weerspiegelt.

    Wat betekent dit nu?

    De pogingen van de datacentersector om zijn imago te verbeteren, komen op een moment dat de druk op energienetten in Europa toeneemt. Door de nadruk te leggen op hun rol in netstabiliteit en restwarmtebenutting, proberen datacenters een proactieve houding aan te nemen. Dit kan leiden tot een betere integratie van datacenters in de lokale energie-infrastructuur en mogelijk tot een soepelere vergunningsprocedure voor nieuwe projecten. Het succes hiervan zal echter sterk afhangen van de samenwerking tussen de sector, overheden en netbeheerders, en de daadwerkelijke implementatie van de voorgestelde oplossingen.

  • Goudproducenten Betalen Recordbedrag Van 18,2 Miljard Dollar, Maar Worstelen Met Uitstoot

    Goudproducenten Betalen Recordbedrag Van 18,2 Miljard Dollar, Maar Worstelen Met Uitstoot

    De grootste goudmijnbedrijven ter wereld boekten in 2025 indrukwekkende financiële resultaten door hogere goudprijzen, met een forse stijging van hun bijdragen aan overheden. Tegelijkertijd nam de druk op hun milieuprestaties toe door een stijgende uitstootintensiteit en energieverbruik.

    De achttien grootste goudproducenten wereldwijd hebben in 2025 een recordbedrag van 18,2 miljard dollar (ongeveer 17,2 miljard euro) aan overheden betaald. Dat is een stijging van 77 procent ten opzichte van het jaar ervoor, voornamelijk gedreven door sterke goudprijzen. Deze financiële meevaller staat echter in schril contrast met de toenemende milieuproblemen waar de sector mee kampt, zo blijkt uit een recent rapport van Metals Focus.

    De resultaten van de Britse consultant, gepubliceerd in de ‘Gold ESG Focus 2026’, tonen aan dat de sector vorig jaar te maken kreeg met een stijging van de uitstootintensiteit van broeikasgassen met 7 procent. Het energieverbruik steeg met 4,8 procent, wat de gemiddelde energie-intensiteit per ounce goud deed toenemen met 12 procent tot een record van 10,2 gigajoule. Dat is 47 procent hoger dan in 2016. Dit alles maakt duidelijk dat de mijnbouwsector, ondanks haar economische bijdrage, onder toenemende druk staat om haar ecologische voetafdruk te verkleinen.

    De sterke goudprijzen, die in 2025 een positieve invloed hadden op de inkomsten van de goudproducenten, blijven een belangrijke factor. Ook in de huidige markt zien we goud zich handhaven rond de 5.020 dollar per ounce. Wij merken op dat de prijs van goud de afgelopen jaren een gestage groei kende, vooral in tijden van economische onzekerheid. Dit heeft de mijnbouwbedrijven de financiële ruimte gegeven om recordbedragen aan bijdragen te leveren, maar de vraag is hoe lang deze trend houdbaar blijft met de stijgende operationele kosten en milieuverplichtingen.

    Milieudruk Neemt Toe Ondanks Financiële Successen

    Hoewel de totale uitstoot van broeikasgassen (Scope 1 en 2) van de goudproducenten in 2025 nagenoeg stabiel bleef op 29.898 kiloton CO2-equivalent, zorgde de dalende productie voor een toename van de uitstootintensiteit. Vooral de Scope 1-emissies, direct gerelateerd aan de eigen activiteiten van de mijnen, namen toe na twee jaar van dalingen. Bedrijven zoals AngloGold Ashanti, Barrick Mining, Gold Fields en Polyus droegen hier het meest aan bij, terwijl Newmont de uitstoot wist te verminderen door de verkoop van activa.

    De stijging van de energie-intensiteit is een direct gevolg van het toegenomen energieverbruik, ondanks de inspanningen van sommige bedrijven om hernieuwbare energiebronnen te gebruiken. De sector staat voor een complexe uitdaging: de vraag naar goud blijft, maar de maatschappelijke verwachtingen over duurzaamheid worden steeds hoger. Investeerders kijken hierbij niet enkel naar financiële rendementen, maar ook naar de ESG-prestaties (Environmental, Social, Governance) van bedrijven. Dit maakt de weg naar netto-nul-uitstoot tegen 2050, een doelstelling van de meeste onderzochte bedrijven, een aanzienlijke opgave.

    Veiligheid Gaat Vooruit, Lokale Bijdragen Stijgen

    Een positieve noot in het rapport is de verbetering van de veiligheidsstandaarden in de goudmijnbouw. Met 21 dodelijke ongevallen in 2025 was dit het laagste aantal sinds de coronapandemie. Acht bedrijven rapporteerden zelfs geen enkele dodelijke ongeval, waaronder Northern Star Resources met een indrukwekkende twaalf jaar zonder fatale ongelukken. Dit toont aan dat gerichte inspanningen op het gebied van veiligheid, zoals het identificeren van gevaren en het gebruik van technologie voor monitoring, vruchten afwerpen.

    Daarnaast onderstrepen de cijfers de groeiende financiële impact van de mijnbouw op lokale gemeenschappen. De lokale inkoop steeg met 1,7 miljard dollar tot een record van 30,8 miljard dollar (ongeveer 29,1 miljard euro), een achtste jaarlijkse stijging op rij. Dit benadrukt de cruciale rol die de goudsector speelt in de economieën van de gastlanden. Zo spendeerde Gold Fields 1,3 miljard dollar aan lokale gemeenschappen, terwijl Agnico Eagle Mines meer dan 1,2 miljard dollar toekende aan inheemse bedrijven. Dit alles draagt bij aan de ‘social licence to operate’, de maatschappelijke acceptatie die essentieel is voor langetermijnsucces.

    De Balans Tussen Winst en Planeet

    Het rapport van Metals Focus schetst een tweeledig beeld van de goudmijnbouwsector. Enerzijds is er een robuuste financiële prestatie en een verbeterde veiligheidscultuur, wat duidt op de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de industrie. Anderzijds zijn er de onmiskenbare uitdagingen op milieugebied, met name de stijgende uitstoot- en energie-intensiteit. De focus op ESG-factoren zal naar verwachting alleen maar toenemen, gedreven door investeerders, toezichthouders en de maatschappij.

    De sector bevindt zich op een kruispunt waar de zoektocht naar edele metalen steeds meer in evenwicht moet worden gebracht met de zorg voor de planeet. Het zal cruciaal zijn hoe goudproducenten deze balans de komende jaren zullen vinden. Wordt de recordwinst aangegrepen om versneld te investeren in duurzame technologieën en processen, of blijft de sector de druk voelen van groeiende productie en een stijgende vraag?

  • Moskou En Koersk Bannen Cryptomining Tot Eind 2032

    Moskou En Koersk Bannen Cryptomining Tot Eind 2032

    Rusland, de op één na grootste Bitcoin-miningmacht ter wereld, heeft een verbod ingesteld op cryptomining in de hoofdstad en delen van de Koersk-regio. De maatregel moet stroomtekorten tegengaan en blijft van kracht tot eind 2032.

    De Russische hoofdstad Moskou, de omliggende regio en delen van Koersk hebben een verbod ingesteld op cryptomining en de deelname aan mining pools. Deze restrictie, vastgelegd in overheidsbesluit nummer 936, geldt tot 31 december 2032. Het besluit werd op 25 juli ondertekend en enkele dagen later, op 31 juli, gepubliceerd.

    De stap komt van het Russische Ministerie van Energie, dat hiermee een jaarlijkse beperking wil invoeren om het risico op stroomtekorten te verminderen. Energie-intensieve miningfaciliteiten leggen namelijk een aanzienlijke druk op de regionale elektriciteitsnetten. Volgens Interfax verbruikt mining momenteel ongeveer 1 gigawatt in het Moskouse stroomsysteem. De datacenter-capaciteit in de regio zou tegen 2032 zelfs 3,6 gigawatt kunnen bereiken, wat neerkomt op 17% van de piekbehoefte.

    Rusland: Een Grote Speler in Bitcoin Mining

    Rusland is een belangrijke speler in de wereld van Bitcoin mining. In het eerste kwartaal van dit jaar was het land goed voor een geschatte 175 exahashes per seconde, wat overeenkomt met 16,4% van de wereldwijde rekenkracht van Bitcoin. Hiermee staat Rusland op de tweede plaats, enkel voorafgegaan door de Verenigde Staten. Het is echter niet duidelijk welk deel van deze capaciteit zich precies in de nu verboden regio’s bevindt.

    Deze recente ban is niet de eerste in zijn soort. Rusland legaliseerde geregistreerde cryptomining in 2024, maar legde later dat jaar al een verbod op in tien andere regio’s tot maart 2031, eveneens vanwege de hoge elektriciteitsvraag. Ook in het zuidelijke Irkoetsk en de meeste gebieden van Boerjatië en Transbaikal werden later jaarlijkse restricties ingevoerd.

    Mining en Sancties

    De connectie tussen mining en de westerse sancties tegen Rusland is ook een belangrijk aspect. De Russische minister van Financiën, Anton Siluanov, verklaarde in december 2024 dat Russische bedrijven lokaal gemijnde Bitcoin gebruikten voor internationale betalingen. Dit gebeurde na wetswijzigingen die bedoeld waren om de impact van westerse beperkingen te omzeilen.

    Hoewel het Russische parlement in juli een verbod op binnenlandse cryptobetalingen handhaafde, werden uitzonderingen gemaakt voor buitenlandse handelsregelingen en transacties met gemijnde cryptocurrency. Dit mechanisme blijft dus beschikbaar nu sancties de conventionele betalingskanalen beperken. De Amerikaanse schatkist heeft in 2022 zelfs sancties opgelegd aan BitRiver en tien van zijn dochterondernemingen, met de argumentatie dat Russische miningbedrijven het land hielpen zijn energiebronnen te gelde te maken en de impact van sancties konden compenseren. Het is duidelijk dat de relatie tussen crypto en geopolitiek in Rusland complex en voortdurend in beweging is.