Tag: klimaatbeleid

  • ING Group Blijft 12 Miljard Dollar In Fossiele Industrie Pompen

    ING Group Blijft 12 Miljard Dollar In Fossiele Industrie Pompen

    Een analyse van ngo FairFin toont aan dat ING Group in 2025 nog steeds 12 miljard dollar (ongeveer 11,2 miljard euro) aan kredieten voorziet voor de fossiele industrie. Dit staat in schril contrast met de afbouw van fossiele financiering door concurrenten zoals BNP Paribas en KBC Group.

    Waar de meeste banken hun financiering aan de fossiele industrie stevig terugschroeven, houdt ING Group vast aan aanzienlijke kredietlijnen. De Nederlandse bank stelt in 2025 nog 12 miljard dollar (omgerekend ongeveer 11,2 miljard euro) aan krediet beschikbaar voor fossiele projecten. Dit blijkt uit een analyse van de ngo FairFin, gebaseerd op het onderzoek ‘Banking on Climate Chaos’, dat de relaties tussen de grootste Europese banken en de fossiele sector in kaart brengt tot en met 2025.

    De bevindingen van FairFin, die zich richtte op banken actief in België, tonen een opvallend verschil met de aanpak van andere financiële instellingen. Over een periode van vijf jaar, van 2021 tot en met 2025, hebben banken in België in totaal 134 miljard dollar aan krediet verstrekt aan de fossiele industrie. In 2021 lag het totale bedrag op 34 miljard dollar. BNP Paribas was toen de grootste met 20,5 miljard dollar, gevolgd door ING Group met 12,3 miljard dollar en KBC Group met 780 miljoen dollar. Tegen 2025 is het totale bedrag gedaald naar 22,7 miljard dollar, maar de verschuivingen binnen de banken zijn significant.

    Verschillende koersen

    Terwijl BNP Paribas haar kredietverlening aan de fossiele sector terugbracht tot bijna 10 miljard dollar in 2025 en KBC Group zelfs daalde naar 272 miljoen dollar, bleef ING Group vrijwel op hetzelfde niveau met 12 miljard dollar. Deze stabiliteit van ING’s financiering valt op, zeker in het licht van hun eigen klimaatbeleid dat stelt dat de financiering van olie- en gasontginning tegen 2040 moet zijn uitgefaseerd. Bram Trachet, coördinator van FairFin, waarschuwt dat ING hiermee dreigt uit te groeien tot de “bankier van de klimaatcrisis” als er niet snel iets verandert.

    Een extra zorgpunt voor FairFin is dat ING Group niet alleen bestaande fossiele activiteiten financiert, maar ook zogenaamde ‘fossiele uitbreiders’. Dit zijn bedrijven die bijdragen aan de uitbreiding van fossiele productie of infrastructuur. In 2021 ging het om 5,3 miljard dollar aan krediet voor deze partijen, een bedrag dat in 2025 nog steeds 5,1 miljard dollar bedroeg. Voorbeelden van dergelijke controversiële bedrijven zijn mijnbouwreuzen als Glencore, die in opspraak kwamen door milieuschandalen rond steenkoolmijnen.

    Kritiek op beleid

    Andere banken tonen hier een duidelijk andere aanpak. BNP Paribas halveerde haar kredietverlening aan fossiele uitbreiders, van 9 miljard dollar in 2021 naar 3,5 miljard dollar in 2025. KBC Group ging zelfs een stap verder en stopte in 2025 volledig met de financiering van dergelijke bedrijven. Ook Crédit Mutuel verminderde deze kredieten drastisch. Volgens Trachet is het van cruciaal belang dat de financiële sector veel sneller desinvesteert uit fossiele activiteiten en tegelijk meer investeert in hernieuwbare energie, in lijn met de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs.

    De kritiek op ING is niet van de lucht. De bank zelf erkent de gepresenteerde cijfers van FairFin niet volledig en stelt dat haar kredietportefeuille voor de olie- en gasindustrie juist is afgenomen, terwijl die voor hernieuwbare energie is gegroeid. ING benadrukt dat zij vasthoudt aan haar doelstelling om de financiering van olie- en gasproductie tegen 2040 uit te faseren en tegelijk de capaciteit voor hernieuwbare energie uit te breiden. Wij zien echter dat deze afbouw, zeker in vergelijking met sectorgenoten, beduidend trager verloopt dan wat de klimaatdoelen vereisen. Zelfs in een markt waar financiële instellingen steeds meer druk voelen om te verduurzamen, zoals blijkt uit de algemene ‘Greed’-status van 64 op 100 op de angst- en hebzuchtmeter, gemeten op 8 oktober om 08:02, lijkt ING nog een eigen koers te varen die mogelijk afwijkt van de maatschappelijke verwachtingen.

    Open vragen

    De discussie tussen FairFin en ING Group legt een fundamentele spanning bloot tussen ambitieuze klimaatdoelstellingen en de realiteit van de energietransitie. Hoewel ING claimt dat de cijfers van FairFin niet overeenkomen met hun interne rapportages, blijft de vraag waarom de bank in vergelijking met haar concurrenten zo traag lijkt te bewegen. Dit roept de vraag op welke criteria banken hanteren om ‘fossiele’ financiering af te bouwen en hoe transparant die criteria zijn voor het publiek. Het is duidelijk dat de sector nog een lange weg te gaan heeft om volledig in lijn te komen met de Parijse klimaatdoelstellingen, en wij twijfelen of de huidige aanpak van ING snel genoeg resultaat zal opleveren om de klimaatdoelstellingen te behalen.

  • Donald Trump Schaft CO2-Limieten Af, De Klimaatdoelen Van Amerika Komen In Gevaar

    Donald Trump Schaft CO2-Limieten Af, De Klimaatdoelen Van Amerika Komen In Gevaar

    De Amerikaanse regering schrapt de federale uitstootnormen voor energiecentrales, een maatregel die de CO2-uitstoot fors kan doen toenemen en internationale klimaatafspraken onder druk zet.

    De Amerikaanse regering heeft besloten om de federale CO2-uitstootlimieten voor energiecentrales af te schaffen. Deze stap, die een ommezwaai betekent in het Amerikaanse klimaatbeleid, kan de uitstoot van broeikasgassen drastisch verhogen, met mogelijk 800 miljoen ton extra CO2 per jaar.

    Deze beslissing veegt de Clean Power Plan van tafel, een initiatief van de vorige regering dat als doel had de CO2-uitstoot van de energiesector met 32 procent te verminderen tegen 2030, ten opzichte van 2005. De nieuwe regels, die de Affordable Clean Energy (ACE) regels vervangen, stellen de staten in staat om zelf te bepalen hoe ze de efficiëntie van hun centrales verbeteren, zonder federale dwang tot uitstootvermindering. Wij zien hier vooral een terugkeer naar een beleid dat focust op economische groei boven milieuregulering, wat voor de Amerikaanse energiesector onmiddellijk voordeel kan opleveren.

    Milieu-organisaties Zien Een Ramp

    Milieu-organisaties reageren woedend op de schrapping. Zij waarschuwen dat dit besluit een ‘milieuramp’ is en een directe bedreiging vormt voor de volksgezondheid, vooral in gebieden rondom kolencentrales. De uitstoot van zwaveldioxide en stikstofoxiden, die leiden tot smog en zure regen, zal naar verwachting toenemen. Wij twijfelen of de staten, zonder federale druk, voldoende ambitie zullen tonen om hun eigen uitstoot significant te verminderen, gezien de economische belangen die vaak botsen met milieudoelstellingen.

    Economische Impuls Versus Klimaatdoelen

    De regering verdedigt de maatregel door te stellen dat dit de ‘oorlog tegen Amerikaanse energie’ beëindigt en de kosten voor consumenten en bedrijven verlaagt. Het Witte Huis claimt dat de nieuwe regels een jaarlijkse economische impuls van 33 miljard dollar (ongeveer 30 miljard euro) zullen opleveren. Deze aanpak staat echter haaks op de internationale klimaatafspraken, zoals het Akkoord van Parijs, waar de Verenigde Staten zich destijds uit terugtrokken. De internationale gemeenschap zal deze stap zeker en vast met argusogen volgen, aangezien de Amerikaanse beslissing een precedent kan scheppen voor andere landen.

    Deze ontwikkeling past in een bredere trend van de Amerikaanse overheid om eerder ingevoerde milieuwetgeving terug te draaien, met als argument het stimuleren van de binnenlandse economie. Het is nu afwachten hoe staten en de industrie op deze nieuwe vrijheid zullen reageren, en wat de uiteindelijke impact zal zijn op zowel het klimaat als de economische dynamiek in het land.

  • Europa Verhoogt Indiaas Staalimportquotum Met 10 Procent, CO2-Heffing Blijft Van Kracht

    Europa Verhoogt Indiaas Staalimportquotum Met 10 Procent, CO2-Heffing Blijft Van Kracht

    India en de Europese Unie hebben een akkoord bereikt over hogere staalimportquota voor 2024, wat de beschikbaarheid van staal op de Europese markt vergroot, hoewel importeurs nog steeds rekening moeten houden met de nieuwe CO2-grensheffing.

    Wat betekent het voor Europese bedrijven die staal importeren dat India meer staal mag leveren aan de Europese Unie? Concreet kunnen importeurs in 2024 meer staal uit India importeren dan de eerder overeengekomen hoeveelheid. Dit akkoord komt er ondanks de introductie van een CO2-heffing aan de grens, de zogenaamde Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), die vanaf volgend jaar definitief van kracht wordt in de EU.

    De Europese Commissie heeft de importquota voor Indiaas staal voor het lopende jaar verhoogd. Dit betekent dat er minder importtarieven betaald hoeven te worden voor de extra volumes. De Indiase staalsector is hier al langer voor aan het lobbyen. Voor 2024 mag India bijna 1 miljoen ton staal meer exporteren naar Europa dan de eerdere beperking van 4,6 miljoen ton. Deze verhoging reageert op de vraag van Indiase staalproducenten, die de Europese markt als cruciaal zien voor hun export.

    De verhoging van de importquota valt samen met de geleidelijke invoering van de CBAM, die als doel heeft om ‘koolstoflekkage’ tegen te gaan. Dit mechanisme dwingt importeurs om certificaten te kopen die de CO2-uitstoot van hun ingevoerde goederen dekken, vergelijkbaar met wat Europese producenten al betalen via het emissiehandelssysteem. Voor de Europese staalindustrie betekent dit een extra laag van complexiteit, aangezien ze enerzijds meer buitenlands staal zien binnenkomen, maar anderzijds ook te maken krijgen met de milieu-eisen die gelden voor alle import.

    Wat betekent dit voor de staalmarkt?

    De afspraken betekenen een dubbelzinnige situatie voor de Europese staalmarkt. Enerzijds zorgt de verhoging van de quota voor meer aanbod en mogelijk lagere prijzen, wat gunstig kan zijn voor afnemers. Anderzijds moeten importeurs zich voorbereiden op de financiële gevolgen van de CBAM. Wij zien vooral dat dit de druk op Europese staalproducenten vergroot. Zij moeten concurreren met een grotere importstroom, terwijl ze zelf ook investeren in schonere productiemethoden om aan de strenge Europese milieunormen te voldoen.

    De CBAM-heffing, die in 2026 volledig van kracht wordt, zal naar verwachting een significante invloed hebben op de kostenstructuur van staalimport. Hoewel de quota nu verhoogd zijn, blijft het principe staan dat de CO2-uitstoot van geïmporteerd staal in rekening wordt gebracht. Dit kan op termijn leiden tot een verschuiving in de globale staalhandel, waarbij landen met lagere CO2-uitstootvoetafdrukken een concurrentievoordeel krijgen. Het is een delicate evenwichtsoefening voor de EU, die zowel haar klimaatdoelen wil bereiken als de markt stabiel wil houden.

    Indiase sector onder druk

    De Indiase staalindustrie, die voor een belangrijk deel afhankelijk is van export naar Europa, staat hiermee voor een uitdaging. Hoewel ze meer mogen leveren, zullen ze op termijn hun productieprocessen moeten verduurzamen om de extra kosten van de CO2-heffing te beperken. Analisten van Block #9 verwachten dat dit akkoord een voorbode is van verdere onderhandelingen. India stelt immers dat de CBAM oneerlijk is en mogelijk zelfs in strijd met de regels van de Wereldhandelsorganisatie. Wij volgen dit verder op, want de druk op de Indiase sector is groot om te investeren in groenere technologieën.

  • Gent Krijgt 7 Miljoen Euro Subsidie Voor Klimaatbeleid Met Satellietbeelden

    Gent Krijgt 7 Miljoen Euro Subsidie Voor Klimaatbeleid Met Satellietbeelden

    De stad Gent krijgt via het Orbit2ZERO-project een aanzienlijk bedrag om met geavanceerde technologie hitte-eilanden, luchtvervuiling en onbenutte ruimte voor groene energie op te sporen.

    De Europese Unie heeft de stad Gent en haar partners Amsterdam, Athene en Bordeaux een subsidie van 7 miljoen euro toegekend. Dit bedrag is bestemd voor het project Orbit2ZERO, dat satellietbeelden en artificiële intelligentie (AI) zal inzetten om het lokale klimaatbeleid te verfijnen. Met deze financiering kunnen de steden gerichter actie ondernemen tegen klimaatverandering, door data op basis van ruimtelijke observaties te analyseren.

    Het project Orbit2ZERO werd begin dit jaar ingediend en de toekenning van de subsidie markeert een nieuwe fase. Gent wil onder meer onbenutte daken identificeren die geschikt zijn voor zonnepanelen, en plekken opsporen waar groendaken of warmtepompen kunnen bijdragen aan duurzamere energie. De stad werft hiervoor een projectmedewerker aan die de komende drie jaar de implementatie zal begeleiden.

    De technologie moet ook helpen bij het in kaart brengen van probleemgebieden. Satellietbeelden kunnen bijvoorbeeld locaties aanwijzen waar luchtvervuiling zich ophoopt, of waar het stedelijk hitte-eilandeffect het sterkst is. Door verharding en een gebrek aan groen, maar ook door een toenemend aantal warmtepompen, kunnen temperaturen op bepaalde plekken in de stad flink oplopen. Dit project moet een scherper beeld geven van zowel de kansen als de knelpunten in de stad.

    Data als Basis voor Lokale Actie

    Schepen Filip Watteeuw (Groen) benadrukt het belang van actuele gegevens: “We zien scherper waar er kansen liggen én waar er problemen ontstaan. We kunnen het klimaat- en energiebeleid baseren op actuele gegevens.” Deze aanpak stelt Gent in staat om beleidsbeslissingen niet langer op algemene schattingen, maar op concrete, locatiegebonden data te baseren.

    De 7 miljoen euro aan Europese middelen is een aanzienlijke injectie voor de deelnemende steden. Gent krijgt hiermee de mogelijkheid om een vooraanstaande rol te spelen in de ontwikkeling van slimme, datagedreven klimaatstrategieën. Wij zien vooral dat de samenwerking met andere Europese steden, zoals Amsterdam, Athene en Bordeaux, een schaalvoordeel biedt. Kennis en methoden die in één stad worden ontwikkeld, kunnen zo efficiënter worden toegepast in andere stedelijke omgevingen.

    Innovatie voor Bedrijven En Start-ups

    Het Orbit2ZERO-project opent ook deuren voor de lokale economie. De inzet van geavanceerde technologieën en de behoefte aan specifieke oplossingen creëren kansen voor innovatie bij bedrijven en start-ups. Zij kunnen helpen bij het ontwikkelen van tools en diensten die voortvloeien uit de data-analyse.

    Of dit project echter de grote doorbraak zal zijn voor een écht snelle verduurzaming, dat zal de komende jaren moeten blijken. De implementatie van beleid op basis van deze nieuwe inzichten vraagt immers nog steeds om politieke wil en participatie van burgers en bedrijven. Maar de basis voor een datagedreven aanpak is in elk geval gelegd, wat Gent en haar partners een voorsprong kan geven in de strijd tegen klimaatverandering.

  • Nederlandse Planbureaus Zien Nauwelijks Daling Energiekosten Door Nieuwe EU-Klimaatregels

    Nederlandse Planbureaus Zien Nauwelijks Daling Energiekosten Door Nieuwe EU-Klimaatregels

    De Europese Unie wil de industrie ontlasten door de regels voor CO2-uitstoot te versoepelen, maar een gezamenlijk rapport van het CPB en PBL toont aan dat de impact op energiekosten minimaal is. Wel verwachten de planbureaus een aanzienlijke toename van de CO2-uitstoot.

    De Europese Commissie stelde in juli een versoepeling voor van de klimaatregels om de concurrentiepositie van Europese bedrijven te verbeteren. De belangrijkste aanpassing betreft het systeem van CO2-rechten, waarbij bedrijven langer de tijd en meer hulp krijgen om hun uitstoot te verminderen. Klimaatcommissaris Wopke Hoekstra wil onder meer het tempo verlagen waarmee het aantal beschikbare emissierechten naar nul wordt teruggebracht. Dit moet de prijzen voor die rechten doen dalen, en zo de energiekosten voor de industrie drukken.

    Echter, een gezamenlijk rapport van het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) laat een ander beeld zien. Volgens hun berekeningen zullen de prijzen van de CO2-rechten inderdaad met ruim een tiende dalen dankzij Hoekstra’s plannen. Dit vertaalt zich echter in een minimale besparing voor bedrijven: slechts 2 euro per megawattuur gas. Een druppel op een hete plaat, als je weet dat de marktprijs voor diezelfde hoeveelheid gas momenteel ruim 70 euro bedraagt. Dit lezen wij als een signaal dat de voorgestelde maatregelen de kern van het energieprobleem niet aanpakken, aangezien de impact op de totale energiefactuur van bedrijven te verwaarlozen is.

    Forse Toename CO2-uitstoot Verwacht

    De geringe kostendaling staat in schril contrast met de verwachte impact op het klimaat. Het CPB en PBL waarschuwen dat Hoekstra’s voorstellen de CO2-uitstoot in de EU de komende 25 jaar fors zullen doen toenemen. Het rapport raamt een netto toename van de uitstoot die meer dan elf keer de jaarlijkse uitstoot van Nederland bedraagt. Dit cijfer is gebaseerd op een ruwe doorrekening van de maatregelen die direct invloed hebben op de prijs van de emissierechten. Andere plannen van Hoekstra, zoals extra steun voor verduurzaming, zijn hierin niet meegenomen omdat ze de prijs van de rechten niet wezenlijk veranderen.

    Deze bevindingen suggereren dat de Europese Unie een moeilijke afweging maakt tussen economische concurrentiekracht en klimaatambities. Wij zien vooral dat het versoepelen van klimaatregels een dure manier is om een klein verschil te maken op het vlak van energiekosten, met grote ecologische gevolgen. De milieuorganisaties reageerden dan ook fel op de plannen van Hoekstra in juli, en bestempelden ze als een onaanvaardbare afzwakking van de klimaatdoelen. Ook binnen het bedrijfsleven waren de reacties verdeeld; sommigen zagen het als een stap in de goede richting, terwijl de Europese koepel voor de chemische industrie (Cefic) stelde dat de plannen tekortschieten om de oplopende CO2-kosten aan te pakken.

    Effectievere Oplossingen Liggen elders

    CPB-onderzoeker Herman Vollebergh benadrukt dat de plannen de energiekosten wel drukken, maar te weinig om de meeste bedrijven echt te helpen. De daling valt bovendien in het niet bij de gestegen olie- en gasprijzen, mede door geopolitieke spanningen. Om energie goedkoper te maken, zouden andere middelen effectiever zijn. Vollebergh noemt specifiek het verlagen van de energiebelasting, vooral op stroom, als een maatregel die bedrijven meer zou helpen. Dit toont aan dat er wellicht efficiëntere wegen zijn om de industriële energiekosten te beheersen zonder de klimaatdoelstellingen significant te compromitteren.

    De plannen van Hoekstra zullen naar verwachting nog flink onderhandeld worden in Brussel. Gezien de verdeeldheid onder de lidstaten en de kritiek die er nu al is, lijkt het onwaarschijnlijk dat de voorstellen in hun huidige vorm de eindstreep halen. Sommige landen overwegen zelfs om het hele systeem van CO2-rechten te schrappen of te pauzeren, wat de complexiteit van de situatie nog verder onderstreept.

  • EU Versoepelt Klimaatregels, Maar Industriële Uitstoot Stijgt Onverwacht Fors

    EU Versoepelt Klimaatregels, Maar Industriële Uitstoot Stijgt Onverwacht Fors

    De Europese Unie heeft een van haar belangrijkste klimaatmaatregelen versoepeld, in de hoop de industrie beter te wapenen tegen internationale concurrentie. Het tegendeel lijkt echter te gebeuren. Nieuwe cijfers tonen aan dat de uitstoot door zware industrieën in 2023 met 7 procent is gestegen, ondanks de versoepeling die net de druk moest verlichten. Dat betekent concreet dat de industrie meer broeikasgassen de lucht in stuurde.

    Deze stijging, die het Europees Milieuagentschap (EEA) deze week publiceerde, staat haaks op de verwachtingen. De versoepeling van het emissiehandelssysteem (ETS) moest de kosten voor bedrijven drukken en zo hun concurrentiekracht vergroten. In plaats daarvan zien we dat de uitstoot in sectoren zoals cement, staal en chemie significant toenam. Dat werpt toch vragen op over de effectiviteit van de beleidsaanpassing.

    Vrije rechten blijken dure rekening

    De versoepeling van het ETS-systeem houdt in dat bedrijven minder hoeven te betalen voor de uitstoot van broeikasgassen. Ze krijgen hiervoor gratis emissierechten toegekend. Het idee is dat dit een financieel voordeel oplevert voor bedrijven die gevoelig zijn voor ‘carbon leakage’, het risico dat productie naar landen buiten de EU verhuist met minder strenge klimaatregels. Denk dan aan de cement-, staal- en kunstmestsector. In 2023 kregen deze sectoren 70 procent van de emissierechten gratis, terwijl andere sectoren een groot deel moesten aankopen. Dit had de concurrentiepositie moeten verbeteren, maar de uitstoot stijgt. Wij zien hier vooral een signaal dat het systeem, althans op korte termijn, niet de gewenste prikkel geeft om te verduurzamen, maar eerder de ruimte creëert voor meer uitstoot.

    Concreet steeg de uitstoot in de cementindustrie met 11 procent, in de chemische sector met 8 procent en in de staalproductie met 6 procent. Zelfs in de luchtvaart, die ook onder het ETS valt, nam de uitstoot toe met 8 procent. Dit staat in schril contrast met de energiesector, waar de uitstoot vorig jaar met 15 procent daalde. Die daling komt deels door een toegenomen gebruik van hernieuwbare energiebronnen en minder steenkool.

    Duurzame transitie in gevaar?

    De toegenomen uitstoot in de zware industrie baart zorgen, zeker gezien de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de EU. De Unie wil tegen 2030 de uitstoot met 55 procent verminderen ten opzichte van 1990. Als de industrie, die een aanzienlijk deel van de totale uitstoot voor haar rekening neemt, haar uitstoot blijft verhogen, wordt het bijzonder lastig om die doelstellingen te halen. Dit wijst erop dat de balans tussen economische concurrentiekracht en klimaatambities nog moeilijk te vinden is.

    De Europese Commissie werkt intussen aan een herziening van het ETS-systeem, met als doel de gratis emissierechten geleidelijk af te bouwen en te vervangen door een koolstofgrensheffing (CBAM). Die heffing moet ervoor zorgen dat importproducten uit landen met minder strenge klimaatregels niet goedkoper zijn. Het is afwachten of deze aanpassing de industrie wel de juiste richting op stuurt, en of de uitstoot dan eindelijk zal dalen.

  • Noorwegen Blijft Naar Olie En Gas Boren In Noordpoolgebied, Europa Heroverweegt Standpunt

    Noorwegen Blijft Naar Olie En Gas Boren In Noordpoolgebied, Europa Heroverweegt Standpunt

    De Noorse energieminister Terje Aasland bevestigt dat zijn land doorgaat met het ontwikkelen van nieuwe olie- en gasreserves in de Barentszzee, een beslissing die de Europese Unie mogelijk dwingt haar beleid te herzien.

    Noorwegen zet door met het ontwikkelen van nieuwe olie- en gasreserves in de Barentszzee, gelegen in het Noordpoolgebied. Dat heeft de Noorse minister van Energie, Terje Aasland, bevestigd aan persbureau Reuters. Deze stap komt op een moment dat de Europese Unie, die eerder een verbod op dergelijke boringen steunde omwille van milieuoverwegingen, haar standpunt mogelijk heroverweegt.

    Minister Aasland benadrukt dat het voortzetten van deze activiteiten in het huidige geopolitieke klimaat, met de aanhoudende zorgen over energiezekerheid en de stijgende energieprijzen, zowel de Noorse als de Europese belangen dient. De Europese Commissie overweegt inderdaad haar beleid te herzien, zo liet een woordvoerder aan Reuters weten. Dit is een opmerkelijke verschuiving, gezien de eerdere juridische strijd. In 2022 spanden organisaties zoals Greenpeace nog een rechtszaak aan tegen de boringen in de Barentszzee, maar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde vorig jaar in het voordeel van de Noorse regering.

    Noorwegen: ‘Aan Europa om te kopen’

    Noorwegen, dat geen lid is van de Europese Unie, maakt duidelijk dat het hoe dan ook nieuwe velden zal aanboren. Het is dan aan de EU om te beslissen of zij deze olie of dit gas willen afnemen, aldus de Noorse minister. Deze houding toont de onafhankelijke koers die Noorwegen vaart in zijn energiebeleid, ondanks de nauwe banden met Europa.

    Sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 is Noorwegen uitgegroeid tot een van de grootste gasleveranciers aan Nederland en de rest van de EU. Ongeveer een derde van het gas dat Nederland verbruikt, komt via pijpleidingen uit Noorwegen. Ook op het vlak van olie is Noorwegen een belangrijke speler; het land leverde vorig jaar voor 4,3 miljard euro aan ruwe olie aan Nederland. Wij zien hierin een duidelijke illustratie van de verschuivende energieafhankelijkheden in Europa.

    Afhankelijkheid van fossiele brandstoffen blijft

    De discussie over boringen in het Noordpoolgebied toont aan hoe complex de energietransitie is, zeker in tijden van geopolitieke spanningen. Hoewel de EU inzet op duurzame energie, blijft de behoefte aan fossiele brandstoffen voorlopig groot. De heroverweging van het Europese beleid ten aanzien van Arctische boringen is een teken dat energiezekerheid op korte termijn soms zwaarder weegt dan langetermijndoelstellingen op milieugebied. Wij volgen dit verder op, want de balans tussen klimaatdoelstellingen en de nood aan stabiele energievoorziening blijft een heikel punt voor de komende jaren.

  • Herziening Klimaatbeleid Ing Geëist Door Milieudefensie; Bank Verdedigt Zich

    Herziening Klimaatbeleid Ing Geëist Door Milieudefensie; Bank Verdedigt Zich

    In een ongeëvenaarde rechtszaak binnen de Nederlandse bankensector, eist Milieudefensie dat ING zijn klimaatbeleid grondig hervormt. Dit is de eerste keer dat een bank in Nederland wordt aangeklaagd vanwege een ontoereikend klimaatbeleid. In een recent ingediende ‘antwoordconclusie’ bij de rechtbank Amsterdam, verdedigt ING zich tegen deze eisen van de NGO, en stelt de bank dat deze eisen de klimaatdoelen niet bevorderen.

    De eisen van Milieudefensie

    De eisen van Milieudefensie zijn ingrijpend. De organisatie verlangt dat ING zijn totale emissies met minstens 48 procent CO2 en 43 procent CO2e vermindert in 2030, vergeleken met 2019.

    Milieudefensie eist ook dat ING een klimaatplan vereist van al zijn grote zakelijke klanten en de financiering stopt van klanten die hier niet aan voldoen. Voor fossiele bedrijven die hun activiteiten blijven uitbreiden, eist Milieudefensie dat ING uiteindelijk alle financiering en ondersteuning stopzet.

    Het verweer van ING

    ING betwist de eisen op drie vlakken. Ten eerste stelt de bank dat het terugtrekken uit sectoren met hoge uitstoot de daadwerkelijke uitstoot niet vermindert: klanten zouden simpelweg naar een andere financier overstappen. Arnaud Cohen Stuart, hoofd Business Ethics bij ING, stelt: “Ons dwingen om afstand te nemen van klanten kan de economie schaden en helpt de transitie niet”.

    Ten tweede stelt ING dat de eisen niet overeenkomen met de huidige Nederlandse en Europese wet- en regelgeving, die niet vereist dat banken zich terugtrekken uit sectoren die duurzaam aan het worden zijn.

    Tot slot zegt de bank dat haar rol juist is om de transitie te financieren, wat niet mogelijk is als zij gedwongen wordt de financiering stop te zetten. Cohen Stuart voegt toe: “Klimaatverandering is een feit en we hebben vertrouwen in onze klimaataanpak. We willen onze klanten juist helpen hun transitie te financieren, van individuele huiseigenaren tot grote bedrijven die energiezuiniger willen worden.”

    Reactie Milieudefensie

    Milieudefensie betoogt echter dat ING door zijn huidige financieringsbeleid actief bijdraagt aan het overschrijden van de 1,5-gradendoelstelling uit het Klimaatakkoord van Parijs. De rechtbank Amsterdam buigt zich momenteel over de zaak.

    In een reactie toont Milieudefensie zich verbaasd over het verweer van ING. Nicky van Dijk, onderzoeker klimaatzaak ING bij Milieudefensie, stelt: “Als een van de grootste banken ter wereld beslist de bank over wat groeit of wat afsterft in onze samenleving. De tientallen miljarden die de bank in de fossiele sector steekt, doen er wel degelijk toe voor onze toekomst.”

    Van Dijk voegt toe: “ING pronkt met rendementen en winsten voor zijn aandeelhouders, maar neemt zijn grote rol in het veroorzaken van de klimaatcrisis niet serieus. Juist daarom is deze rechtszaak zo noodzakelijk.”