Een analyse van ngo FairFin toont aan dat ING Group in 2025 nog steeds 12 miljard dollar (ongeveer 11,2 miljard euro) aan kredieten voorziet voor de fossiele industrie. Dit staat in schril contrast met de afbouw van fossiele financiering door concurrenten zoals BNP Paribas en KBC Group.
Waar de meeste banken hun financiering aan de fossiele industrie stevig terugschroeven, houdt ING Group vast aan aanzienlijke kredietlijnen. De Nederlandse bank stelt in 2025 nog 12 miljard dollar (omgerekend ongeveer 11,2 miljard euro) aan krediet beschikbaar voor fossiele projecten. Dit blijkt uit een analyse van de ngo FairFin, gebaseerd op het onderzoek ‘Banking on Climate Chaos’, dat de relaties tussen de grootste Europese banken en de fossiele sector in kaart brengt tot en met 2025.
De bevindingen van FairFin, die zich richtte op banken actief in België, tonen een opvallend verschil met de aanpak van andere financiële instellingen. Over een periode van vijf jaar, van 2021 tot en met 2025, hebben banken in België in totaal 134 miljard dollar aan krediet verstrekt aan de fossiele industrie. In 2021 lag het totale bedrag op 34 miljard dollar. BNP Paribas was toen de grootste met 20,5 miljard dollar, gevolgd door ING Group met 12,3 miljard dollar en KBC Group met 780 miljoen dollar. Tegen 2025 is het totale bedrag gedaald naar 22,7 miljard dollar, maar de verschuivingen binnen de banken zijn significant.
Verschillende koersen
Terwijl BNP Paribas haar kredietverlening aan de fossiele sector terugbracht tot bijna 10 miljard dollar in 2025 en KBC Group zelfs daalde naar 272 miljoen dollar, bleef ING Group vrijwel op hetzelfde niveau met 12 miljard dollar. Deze stabiliteit van ING’s financiering valt op, zeker in het licht van hun eigen klimaatbeleid dat stelt dat de financiering van olie- en gasontginning tegen 2040 moet zijn uitgefaseerd. Bram Trachet, coördinator van FairFin, waarschuwt dat ING hiermee dreigt uit te groeien tot de “bankier van de klimaatcrisis” als er niet snel iets verandert.
Een extra zorgpunt voor FairFin is dat ING Group niet alleen bestaande fossiele activiteiten financiert, maar ook zogenaamde ‘fossiele uitbreiders’. Dit zijn bedrijven die bijdragen aan de uitbreiding van fossiele productie of infrastructuur. In 2021 ging het om 5,3 miljard dollar aan krediet voor deze partijen, een bedrag dat in 2025 nog steeds 5,1 miljard dollar bedroeg. Voorbeelden van dergelijke controversiële bedrijven zijn mijnbouwreuzen als Glencore, die in opspraak kwamen door milieuschandalen rond steenkoolmijnen.
Kritiek op beleid
Andere banken tonen hier een duidelijk andere aanpak. BNP Paribas halveerde haar kredietverlening aan fossiele uitbreiders, van 9 miljard dollar in 2021 naar 3,5 miljard dollar in 2025. KBC Group ging zelfs een stap verder en stopte in 2025 volledig met de financiering van dergelijke bedrijven. Ook Crédit Mutuel verminderde deze kredieten drastisch. Volgens Trachet is het van cruciaal belang dat de financiële sector veel sneller desinvesteert uit fossiele activiteiten en tegelijk meer investeert in hernieuwbare energie, in lijn met de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs.
De kritiek op ING is niet van de lucht. De bank zelf erkent de gepresenteerde cijfers van FairFin niet volledig en stelt dat haar kredietportefeuille voor de olie- en gasindustrie juist is afgenomen, terwijl die voor hernieuwbare energie is gegroeid. ING benadrukt dat zij vasthoudt aan haar doelstelling om de financiering van olie- en gasproductie tegen 2040 uit te faseren en tegelijk de capaciteit voor hernieuwbare energie uit te breiden. Wij zien echter dat deze afbouw, zeker in vergelijking met sectorgenoten, beduidend trager verloopt dan wat de klimaatdoelen vereisen. Zelfs in een markt waar financiële instellingen steeds meer druk voelen om te verduurzamen, zoals blijkt uit de algemene ‘Greed’-status van 64 op 100 op de angst- en hebzuchtmeter, gemeten op 8 oktober om 08:02, lijkt ING nog een eigen koers te varen die mogelijk afwijkt van de maatschappelijke verwachtingen.
Open vragen
De discussie tussen FairFin en ING Group legt een fundamentele spanning bloot tussen ambitieuze klimaatdoelstellingen en de realiteit van de energietransitie. Hoewel ING claimt dat de cijfers van FairFin niet overeenkomen met hun interne rapportages, blijft de vraag waarom de bank in vergelijking met haar concurrenten zo traag lijkt te bewegen. Dit roept de vraag op welke criteria banken hanteren om ‘fossiele’ financiering af te bouwen en hoe transparant die criteria zijn voor het publiek. Het is duidelijk dat de sector nog een lange weg te gaan heeft om volledig in lijn te komen met de Parijse klimaatdoelstellingen, en wij twijfelen of de huidige aanpak van ING snel genoeg resultaat zal opleveren om de klimaatdoelstellingen te behalen.

Een reactie achterlaten