Tag: Monetair Beleid

  • Trump Wil Fed-Gouverneur Lisa Cook Ontslaan Na Nieuw Onderzoek

    Trump Wil Fed-Gouverneur Lisa Cook Ontslaan Na Nieuw Onderzoek

    De voormalige president heeft een hoorzitting gepland voor 5 november om aantijgingen over valse verklaringen rond hypotheken te onderzoeken, ondanks een eerdere uitspraak van het Hooggerechtshof.

    De strijd om Lisa Cook, gouverneur bij de Federal Reserve, van haar positie te ontheffen, laait opnieuw op. Voormalig president Donald Trump heeft een nieuw onderzoek ingesteld naar Cook, met een hoorzitting gepland voor 5 november. Het Witte Huis stelt dat Cook ‘valse verklaringen’ heeft afgelegd in verband met hypotheekdocumenten, een claim die haar advocaten met klem ontkennen.

    Deze ontwikkeling volgt op een eerdere poging van Trump om Cook te ontslaan, die in juni van dit jaar door het Amerikaanse Hooggerechtshof werd tegengehouden. Destijds oordeelde de rechtbank dat Cook, die door president Joe Biden werd voorgedragen, in haar functie kon blijven zolang haar juridische bezwaar liep. Het Hooggerechtshof merkte wel op dat Trump een nieuwe poging mocht ondernemen, mits hij Cook de nodige procedurele bescherming en een kans om te reageren bood. Dat is nu in gang gezet met de aankondiging van de hoorzitting.

    Nieuw Comité van Onderzoek

    Het Witte Huis heeft een ‘comité van onderzoek’ samengesteld om de aantijgingen tegen Cook te bekijken. Dit comité zal onderzoeken of er gronden zijn voor haar ontslag. Cook zelf is nog niet aangeklaagd voor een misdrijf. Haar advocaten, Abbe Lowell en Norm Eisen, verwelkomen de kans om de feiten op tafel te leggen en te bewijzen dat er geen juridische basis is voor haar verwijdering. Ze uiten echter wel hun twijfels over de legitimiteit van de hoorzitting, gezien Trumps herhaalde uitspraken over zijn intentie om Cook te ontslaan.

    De samenstelling van het comité, dat bestaat uit vertrouwelingen en benoemden van Trump, waaronder zijn top economisch adviseur Kevin Hassett, de hoofden van het Office of Government Ethics en de Equal Employment Opportunity Commission, voedt de bezorgdheid over de onafhankelijkheid van het proces. Het is een delicate kwestie, aangezien de Federal Reserve traditioneel opereert met een zekere mate van onafhankelijkheid van de politiek, iets wat Trump eerder al publiekelijk in vraag stelde.

    Invloed op de Federal Reserve

    De Federal Reserve, onder leiding van voorzitter Kevin Warsh (een benoeming van Trump eerder dit jaar), telt twaalf stemgerechtigde leden in haar rentebepalend comité. Cook is een van hen. Trump heeft het beleid van de Fed in het verleden bekritiseerd, met name hun renteverhogingen. We zien dat de Fed, ondanks deze druk, in september unaniem stemde voor een renteverhoging. Dit onderstreept de complexe relatie tussen de presidentiële ambities en de onafhankelijke besluitvorming van de centrale bank.

    Een poging om een Fed-gouverneur te ontslaan is geen alledaagse gebeurtenis en kan verregaande implicaties hebben voor de reputatie van de Amerikaanse centrale bank. Wij zien dat de ‘for cause’-standaard, die nodig is om iemand te ontslaan, hoog ligt. Het is onzeker of de aantijgingen van ‘valse verklaringen’ daartoe voldoende zullen zijn, vooral gezien het feit dat Cook niet is aangeklaagd voor een misdrijf.

    Wat betekent dit nu?

    De hoorzitting op 5 november zal cruciaal zijn. Als Cook succesvol wordt afgezet, zou dit een precedent kunnen scheppen voor toekomstige presidenten om de samenstelling van de Federal Reserve meer naar hun hand te zetten. Dit kan de onafhankelijkheid van de centrale bank onder druk zetten en mogelijk leiden tot meer politiek gestuurde monetaire beslissingen. Voor de markten kan dit op langere termijn voor meer onzekerheid zorgen, hoewel de directe impact op bijvoorbeeld de Bitcoin-koers, die vandaag, 10 oktober om 02:32, op 73.665 euro noteert na een stijging van 1,2 procent in 24 uur, waarschijnlijk beperkt zal blijven in de aanloop naar de hoorzitting.

  • Hoge Rente Creëert Kansen Voor Beleggers In Obligaties

    Hoge Rente Creëert Kansen Voor Beleggers In Obligaties

    Nu centrale banken de rente op peil houden, richten steeds meer beleggers hun blik op de obligatiemarkt. Vooral kortere en middellange looptijden bieden volgens Trends kansen, terwijl ook langlopende obligaties opnieuw in beeld komen.

    De aanhoudend hoge rentestanden, die we de afgelopen tijd zagen door het beleid van centrale banken wereldwijd, blijken een onverwachte opportuniteit te creëren voor de obligatiemarkt. Waar de focus lange tijd op aandelen lag, ziet Trends nu dat obligaties met name voor de meer voorzichtige belegger weer aan aantrekkelijkheid winnen. De huidige economische omstandigheden, waarin de vrees voor een langdurig restrictief monetair beleid groeit, stuwen de rendementen op obligaties omhoog.

    De verschuiving van de aandacht is begrijpelijk. Jarenlang brachten obligaties nauwelijks iets op, maar dat is nu wel anders. Beleggers die op zoek zijn naar een stabieler rendement dan de volatiliteit op de aandelenmarkten, vinden in obligaties opnieuw een interessant alternatief. Wij zien vooral dat de markt anticipeert op een scenario waarin de rente nog enige tijd hoog zal blijven, wat de huidige instapmomenten extra interessant maakt voor wie op zoek is naar voorspelbare inkomstenstromen.

    Rentestijging wereldwijd voelbaar

    De stijgende rente is geen lokaal fenomeen. De Deutsche Bank benadrukt dat de rentestijging zich wereldwijd verspreidt. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, schommelde de tweejaarsrente rond de 4,9 procent, een stijging van 138 basispunten sinds het begin van het jaar. De tienjaarsrente overschreed de 5,2 procent, terwijl de dertigjaarsrente zelfs boven de 5,5 procent uitkwam. Deze forse bewegingen zijn het resultaat van een complexe mix van monetaire beslissingen, structurele economische factoren en oplopende begrotingstekorten, die niet zomaar zullen verdwijnen.

    Volgens analisten van Deutsche Bank verklaart de reële rente het grootste deel van deze stijging, veel meer dan de inflatieverwachtingen. Dit wijst erop dat beleggers vooral rekening houden met een langer durend restrictief beleid van centrale banken, en minder met een explosieve inflatie. Voor beleggers betekent dit dat er reële rendementen te halen zijn, iets wat lange tijd ondenkbaar was.

    Nieuwe concurrentie en begrotingsdruk

    Opvallend is dat artificiële intelligentie (AI) ook een rol speelt in de obligatiemarkt, zij het indirect. De hype rond AI heeft veel kapitaal naar Amerikaanse aandelen getrokken, die nu rechtstreeks concurreren met obligaties. Tegelijkertijd financieren bedrijven hun grootschalige AI-investeringen steeds vaker via bedrijfsobligaties, die voor institutionele beleggers een aantrekkelijker rendement bieden dan staatsobligaties. Dit zorgt voor extra dynamiek op de obligatiemarkt.

    Daarnaast blijft de druk van oplopende begrotingstekorten en snel stijgende staatsschulden een belangrijke factor. Denk aan de Verenigde Staten, waar de schuld de grens van 40.000 miljard dollar nadert. Het Congressional Budget Office verwacht dat de Amerikaanse begrotingstekorten het komende decennium bijna 7 procent van het bbp zullen bedragen. Dit betekent dat er meer staatsobligaties moeten worden uitgegeven, wat de vraag naar kapitaal verhoogt en beleggers een hogere risicopremie doet eisen.

    Kansen voor de korte en lange termijn

    Voor de korte termijn liggen de beste kansen in obligaties met een looptijd van twee tot vijf jaar. Deze zijn minder gevoelig voor verdere renteschommelingen en profiteren toch van de hogere basisrente. Voor beleggers met een langere beleggingshorizon en een hogere risicobereidheid kunnen ook langlopende obligaties (tien jaar of meer) interessant zijn, gezien de huidige rendementen.

    Wij zouden hier niet zomaar voor de langste looptijden gaan zonder een goed inzicht in de onderliggende risico’s, zoals de inflatieontwikkeling en de begrotingssituatie van de uitgevende overheid. De markt houdt immers rekening met een economie die tot voor kort nog met meer dan 6,5 procent op jaarbasis groeide, gekenmerkt door een krappe arbeidsmarkt en een robuuste consumptie. Wij denken dat de rente uiteindelijk iets soepeler zal worden, maar de structurele druk blijft. Overigens noteert Bitcoin (BTC) vandaag, 8 oktober om 16:33, 73.676 euro. Dat is een daling van 2,0 procent over de afgelopen zeven dagen, terwijl de Fear & Greed Index op 64 van 100 staat, wat duidt op ‘Greed’. Dit toont aan dat er nog steeds veel kapitaal in risicovollere activa zit, ondanks de aantrekkelijkere rendementen op obligaties.

    Frankrijk en Italië: Europese verschillen

    Binnen Europa zijn er duidelijke verschillen te zien. Frankrijk blijft bijvoorbeeld een zwakke schakel, met een renteverschil ten opzichte van Duitsland dat op het hoogste niveau staat sinds de Europese schuldencrisis. De hoge begrotingstekorten en politieke onzekerheid houden de druk op de Franse obligaties hoog. Beleggers zullen elk begrotingsplan nauwlettend beoordelen en een duurzame daling van de Franse risicopremie lijkt dan ook onwaarschijnlijk.

    Italië daarentegen, dat in het verleden ook gevoelig was voor schokken, heeft zijn begrotingssituatie aanzienlijk verbeterd en lijkt opnieuw aan de Europese normen te voldoen. Dit illustreert dat hoewel de globale rentetrend duidelijk is, specifieke landenfractoren nog steeds een grote rol spelen in de aantrekkelijkheid van obligaties.

    Wat betekent dit nu?

    De terugkeer van reële rendementen op obligaties opent nieuwe perspectieven voor beleggers die voorheen weinig alternatieven hadden buiten risicovolle activa. De huidige marktomstandigheden, gedreven door aanhoudend hoge rentetarieven en structurele factoren zoals begrotingsdruk, maken obligaties weer een serieuze overweging. Het is echter cruciaal om niet blind te staren op de hoge rendementen en rekening te houden met de specifieke risico’s per looptijd en per uitgevende partij, vooral in een markt die nog steeds veel onzekerheid kent.

  • Klaas Knot Bespreekt Kandidatuur Voor ECB-Voorzitterschap Met Duitse Bondskanselier

    Klaas Knot Bespreekt Kandidatuur Voor ECB-Voorzitterschap Met Duitse Bondskanselier

    De zoektocht naar een opvolger voor Christine Lagarde bij de Europese Centrale Bank lijkt te versnellen. Klaas Knot, voormalig topman van De Nederlandsche Bank, bezoekt de Duitse bondskanselier Friedrich Merz, wat duidt op serieuze overweging van zijn kandidatuur. Ook de Spaanse centralebankgouverneur Pablo Hernández de Cos staat op de agenda.

    Klaas Knot, de voormalige voorzitter van De Nederlandsche Bank, bezoekt binnenkort de Duitse bondskanselier Friedrich Merz. Het doel van deze ontmoeting is om de kandidatuur van Knot voor het voorzitterschap van de Europese Centrale Bank (ECB) te bespreken. Dit meldde persbureau Bloomberg zaterdag op basis van bronnen die bekend zijn met de zaak.

    De gesprekken komen op gang nu de geruchten toenemen over een mogelijk vervroegd vertrek van de huidige ECB-voorzitter, Christine Lagarde. Hoewel haar mandaat officieel pas in oktober 2027 afloopt, wordt Lagarde in verband gebracht met een topfunctie bij het World Economic Forum. Een dergelijke stap zou haar ambtstermijn in Frankfurt voortijdig beëindigen, waardoor de zoektocht naar een opvolger in een stroomversnelling komt.

    Naast Knot zal ook de Spaanse centralebankgouverneur Pablo Hernández de Cos in de komende weken een bezoek brengen aan Merz om zijn ambities voor de hoogste functie bij de ECB kenbaar te maken. Dit onderstreept het belang van de steun van Duitsland, de grootste economie van de eurozone, voor elke potentiële kandidaat. Zo’n hoog profieloverleg suggereert dat de kaarten stilaan geschud worden.

    Wij zien vooral dat deze vroege contacten de speculatie over een vertrek van Lagarde aanwakkeren. Normaal gesproken begint zo’n proces pas dichter bij het einde van een termijn. Het feit dat er nu al informele gesprekken plaatsvinden met prominente kandidaten, lang voordat Lagarde’s officiële mandaat verstrijkt, geeft aan dat er achter de schermen al druk wordt geanticipeerd op een nieuwe leider. Dit kan de nodige onrust veroorzaken in de financiële markten, die stabiliteit en voorspelbaarheid van de ECB verwachten. De onzekerheid over de toekomstige koers kan zich uiten in een toegenomen volatiliteit, hoewel de Bitcoin-koers op 3 oktober om 10:31 nog relatief stabiel was met een daling van 2,1 procent over 24 uur, maar een stijging van 8,7 procent over de afgelopen 30 dagen, wat wijst op een bredere veerkracht van cryptoassets tegen macro-economische onzekerheid.

    De timing van deze ontmoetingen is opvallend. De ECB is momenteel bezig met een cruciale fase in haar monetaire beleid, waarbij de balans tussen inflatiebestrijding en economische groei fijngevoelig is. Een vroegtijdige wisseling van de wacht zou de continuïteit kunnen verstoren, zeker nu de Europese economie nog worstelt met hoge rentes en een mogelijke recessie. Een kandidaat als Knot, met zijn achtergrond bij De Nederlandsche Bank, staat bekend om zijn relatief harde lijn ten aanzien van inflatie, wat hem tot een geloofwaardige ‘havik’-kandidaat maakt in de ogen van Duitsland.

    De procedure voor het benoemen van een nieuwe ECB-voorzitter is complex en politiek geladen. De kandidaat wordt voorgedragen door de Europese Raad, na overleg met het Europees Parlement en de Raad van Bestuur van de ECB. Vervolgens is er een stemming in het Europees Parlement. De goedkeuring van de leiders van de eurolanden is essentieel, waarbij Duitsland traditioneel een zware stem heeft. Het bezoek van Knot en De Cos aan Merz is dan ook een belangrijke, vroege indicator van de politieke steun die zij mogelijk genieten.

    Wat de uitkomst van deze gesprekken ook zal zijn, het toont aan dat de Europese topfuncties zelden een verrassing zijn; de kandidaten bouwen hun netwerk en steun al maanden, zo niet jaren, op. De komende weken zullen ongetwijfeld meer duidelijkheid scheppen over de ernst van Lagarde’s mogelijke vertrek en de voorkeuren van de belangrijkste Europese lidstaten voor haar opvolger.

    Wat betekent dit nu?

    De potentiële verschuiving aan de top van de ECB injecteert een element van onzekerheid in de financiële markten, zelfs al blijft de Bitcoin-koers, met een stijging van bijna 9 procent over de laatste dertig dagen, momenteel robuust. Een nieuwe ECB-voorzitter zou de monetaire koers van de eurozone kunnen beïnvloeden, wat gevolgen heeft voor rentetarieven en de euro. Beleggers en spaarders zullen de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden voor mogelijke signalen over de toekomstige economische richting van Europa.

  • Japanse Industrie Groeit Trager Na Daling Inkoopmanagersindex Naar 54,1

    Japanse Industrie Groeit Trager Na Daling Inkoopmanagersindex Naar 54,1

    De industriële groei in Japan heeft in september een pas op de plaats gemaakt. De belangrijke inkoopmanagersindex daalde, wat duidt op een vertraging van de productie en nieuwe orders, zo blijkt uit cijfers van S&P Global.

    De Japanse industrie heeft in september een stapje teruggezet in haar groeitempo. S&P Global rapporteerde deze week dat de inkoopmanagersindex (PMI) voor de sector is gedaald van 54,9 in augustus naar 54,1 in september. Hoewel een score boven de 50 nog steeds groei aanduidt, wijst deze afname op een verzwakking van de expansie.

    De index, die een belangrijke graadmeter is voor de economische gezondheid, toont aan dat zowel de productie als het aantal nieuwe orders minder snel toenamen. Volgens Annabel Fiddes, econoom bij S&P, gaven verschillende bedrijven aan dat klanten hun voorraadniveaus aanpasten. Een periode van actieve voorraadopbouw lijkt hierdoor te zijn afgesloten, wat direct impact heeft op de vraag naar nieuwe goederen.

    Afkoelende Vraag Vraagt Om Aanpassing

    De vertraging in de Japanse industrie komt niet geheel onverwacht na een periode van sterke groei. Bedrijven die eerder volop produceerden om de toenemende vraag en de opbouw van voorraden bij klanten bij te benen, zien nu een verandering in dat patroon. Deze aanpassing van voorraadniveaus door klanten kan een teken zijn dat de eindvraag licht afkoelt, of dat de markten simpelweg verzadigd raken na een eerdere boost.

    Wij lezen de daling van de PMI als een signaal dat de sector zich voorbereidt op een meer gematigde periode. Het is een natuurlijke correctie na een piek, eerder dan een voorbode van krimp. De index blijft immers ruim boven de cruciale grens van 50 punten, wat aangeeft dat er nog steeds sprake is van expansie, zij het met minder kracht.

    Impact Op Exporterende Sectoren

    Japan, als belangrijke exportnatie, is gevoelig voor verschuivingen in de wereldwijde vraag. Een afname van nieuwe orders kan doorwerken in de kasstromen van exporterende bedrijven. Vooral sectoren die sterk afhankelijk zijn van componenten en halffabricaten kunnen de gevolgen merken van deze vraagvermindering, wat potentieel leidt tot lagere bezettingsgraden of aanpassingen in de investeringsplannen.

    De situatie in Japan vormt een interessante tegenhanger van de huidige marktbewegingen. Terwijl de industriële motor daar iets stoom terugneemt, zien we op de cryptomarkten juist een lichte opwaartse trend. Bitcoin noteert op 1 oktober om 07:32 74.428 euro, een stijging van 6,8 procent over de afgelopen dertig dagen. Deze beweging staat in schril contrast met de gematigde signalen uit de traditionele economie, en wijst erop dat beleggers elders kansen zoeken.

    Wat Betekent Dit Voor De Economie?

    Een vertragende groei in de industrie kan breder doorsijpelen in de Japanse economie, hoewel de mate daarvan afhangt van hoe lang deze trend aanhoudt en of andere sectoren de vertraging kunnen opvangen. Een afname van de productie kan op termijn leiden tot lagere investeringen en potentieel tot een afname van de werkgelegenheid in de maakindustrie.

    Voor centrale bankiers en beleidsmakers in Japan betekent deze PMI-daling een extra element om mee te wegen bij het bepalen van het monetaire beleid. Wij denken dat de Bank van Japan hierdoor wellicht langer de rente laag zal houden, om de economie verder te stimuleren en een diepere vertraging te voorkomen.

    De komende maanden zullen uitwijzen of deze groeivertraging een tijdelijke aanpassing is of het begin van een langere periode van afkoeling. Beleggers zullen de volgende PMI-cijfers met argusogen volgen, want de industriële barometer blijft een cruciale indicator voor de algehele economische vooruitzichten van het land.

  • Spaanse Inflatie Stijgt Sterker Dan Verwacht Naar 4,9 Procent

    Spaanse Inflatie Stijgt Sterker Dan Verwacht Naar 4,9 Procent

    De consumentenprijzen in Spanje zijn in september fors toegenomen, wat de druk op de Europese Centrale Bank om de rentetarieven te handhaven verder opvoert.

    De Spaanse inflatie heeft in september een opvallende sprong gemaakt, met een jaarlijkse stijging van de consumentenprijzen tot 4,9 procent. Dat meldt het Spaanse statistiekbureau Ine. Dit cijfer ligt beduidend hoger dan de 4,3 procent die in augustus werd gemeten en de 3,6 procent in juli, wat duidt op een versnelling van de prijsstijgingen in het land.

    Ook de kerninflatie, die volatiele prijzen zoals die van energie en onbewerkte voedingsmiddelen uitsluit, liet een toename zien. Deze kwam uit op 3,1 procent in september, terwijl dat in augustus nog 2,9 procent bedroeg. Op maandbasis stegen de consumentenprijzen in september met 0,3 procent. De kernprijzen kenden op maandbasis een lichte daling van 0,2 procent.

    Wij zien vooral dat deze stijging een belangrijke indicator is voor de bredere Europese economie. Hoewel de inflatiecijfers van Spanje al langer op een grillige manier evolueren, geeft deze recente versnelling de Europese Centrale Bank (ECB) opnieuw reden tot zorg. Dit zou de ECB kunnen aanmoedigen om de rente langer op een hoger niveau te houden, wat gevolgen heeft voor spaarders en leners in de hele eurozone.

    Spaanse Economie Onder Druk

    De opwaartse trend van de inflatie in Spanje staat in contrast met de situatie in sommige andere eurolanden, waar tekenen van afkoeling zichtbaar waren. De Spaanse economie, sterk afhankelijk van toerisme en energieprijzen, lijkt extra gevoelig voor externe schokken. De recente stijging van de olieprijs kan hierbij een rol spelen, hoewel de Bitcoin-koers op 29 september om 10:01 met 73.968 euro noteerde, een stijging van 1,5 procent in 24 uur. Dit toont aan dat markten anders reageren op macro-economische trends en dat de relatie tussen traditionele economische indicatoren en crypto niet altijd rechtlijnig is.

    De cijfers maken duidelijk dat Spanje nog niet uit de gevarenzone is wat betreft prijsstabiliteit. Dit heeft directe implicaties voor de koopkracht van de Spaanse burger, die al langer worstelt met stijgende kosten. Daarnaast is de rente op spaarrekeningen in Spanje de afgelopen tijd nauwelijks gestegen, waardoor het rendement voor spaarders vrijwel nihil is in vergelijking met de inflatie.

    Impact op ECB-beleid

    De Europese Centrale Bank volgt de inflatieontwikkelingen in individuele eurolanden nauwgezet. Een aanhoudende hoge inflatie in een belangrijke economie als Spanje kan het monetaire beleid van de ECB beïnvloeden. De centrale bank heeft als primair doel prijsstabiliteit te garanderen, wat betekent dat zij de inflatie op middellange termijn rond de 2 procent wil houden. De recente cijfers uit Spanje wijzen erop dat dit doel nog ver weg is voor bepaalde delen van de eurozone.

    Een verdere renteverhoging of het langer aanhouden van de huidige hoge rentetarieven zou de economische groei kunnen afremmen en de kosten van lenen voor overheden en bedrijven verder opdrijven. Het is een delicate balans voor de ECB om de inflatie te bestrijden zonder de economie in een recessie te duwen. De komende maanden zullen uitwijzen of de Spaanse inflatie een geïsoleerde piek is, of het begin van een bredere trend die de ECB tot verdere actie dwingt.

  • Vier Amerikaanse Beursfondsen Zakken Onder Belangrijke Koersgrens Van 200 Dagen

    Vier Amerikaanse Beursfondsen Zakken Onder Belangrijke Koersgrens Van 200 Dagen

    Verschillende Amerikaanse beursgenoteerde fondsen en ETF’s, waaronder die van BlackRock en iShares, hebben op 28 september 2026 hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde doorbroken, wat technisch gezien wijst op een verslechterend marktsentiment. Dit gebeurt te midden van aanhoudende discussies over monetaire beleidsverschillen tussen de Amerikaanse Federal Reserve en andere centrale banken.

    Vier belangrijke Amerikaanse beursgenoteerde fondsen en ETF’s zijn op 28 september 2026 onder hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde gezakt. Het gaat om de BlackRock Global Opportunities Equity Trust (BOE), de iShares MSCI Israel ETF (EIS), de ProShares Ultra SmallCap600 ETF (SAA) en de State Street SPDR S&P Oil & Gas Equipment & Services ETF (XES). Deze beweging, vaak gezien als een bearish signaal door beleggers, duidt op een bredere zorg in de markt, zoals eerder te zien was bij de SPDR S&P Bank ETF (KBE) op 17 december 2021 en de iShares U.S. Financials ETF (IYF) op 3 april 2025.

    De BlackRock Global Opportunities Equity Trust (BOE) daalde met 1,9 procent tot 11,80 dollar, net onder zijn 200-daags gemiddelde van 11,88 dollar. De iShares MSCI Israel ETF (EIS) verloor 1,6 procent en zakte naar 120,07 dollar, terwijl het 200-daags gemiddelde op 122,30 dollar lag. De ProShares Ultra SmallCap600 ETF (SAA) kende een daling van 3,2 procent en noteerde 31,85 dollar, onder de grens van 31,95 dollar. Tot slot viel de State Street SPDR S&P Oil & Gas Equipment & Services ETF (XES) met 0,9 procent terug tot 111,56 dollar, waarmee het zijn 200-daags gemiddelde van 111,67 dollar doorbrak. Deze gelijktijdige dalingen op één dag suggereren een verzwakking van het bredere marktsentiment, in een periode waarin de dollar al sterker wordt.

    Technische Analyse

    De koersdalingen van BOE, EIS, SAA en XES onder hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde op 28 september 2026 zijn technisch gezien een belangrijk signaal. Voor de BOE lag de koers met 11,80 dollar duidelijk onder de technische grens van 11,88 dollar. Bij EIS viel de koers van 120,07 dollar terug vanaf 122,30 dollar. SAA ging van 31,95 dollar naar 31,85 dollar en XES van 111,67 dollar naar 111,56 dollar. Deze doorbraken kunnen nieuwe weerstandsniveaus creëren op of rond de oude 200-daagse gemiddelden. De 52-weekbereiken tonen bovendien dat de fondsen relatief dicht bij hun jaarlijkse hoogtepunten stonden, wat de recente daling extra gewicht geeft. De RSI-status is niet expliciet vermeld in de bronnen, maar een dergelijke doorbraak gebeurt doorgaans bij een toenemend verkoopvolume, wat de zwakte van het momentum bevestigt. Zo staat de Bitcoin (BTC) op 29 september om 02:02 (Brusselse tijd) op 73.429 euro, een daling van 1,0 procent over 24 uur en 3,4 procent over 7 dagen, wat aangeeft dat technische indicatoren ook in de cryptomarkt belangrijk blijven.

    Marktsentiment

    Het marktsentiment rond de Amerikaanse beursfondsen lijkt te verschuiven naar een voorzichtige houding, mogelijk door macro-economische onzekerheden. De daling van meerdere ETF’s en aandelen onder hun langetermijngemiddelden wijst op een toename van de ‘bearish’ stemming, zoals BNK Invest aangeeft. Deze ontwikkeling staat in contrast met periodes van ‘greed’ op de cryptomarkt, waar de angst- en hebzuchtmeter op 29 september om 02:02 (Brusselse tijd) op 73 van de 100 stond, wat duidt op ‘hebzucht’. Beleggers in traditionele markten reageren waarschijnlijk op de aanhoudende renteverschillen tussen de Amerikaanse Federal Reserve en andere centrale banken, zoals de Bank of England. Dit kan leiden tot kapitaalvlucht uit risicovollere activa naar de relatief veilige haven van de Amerikaanse dollar, waardoor de koersen van sommige fondsen onder druk komen te staan. De brede aard van de daling – van BlackRock tot sector-specifieke ETF’s – onderstreept de systemische aard van deze sentimentverschuiving.

    Fundamentele Analyse

    Fundamenteel gezien speelt de divergentie in het monetaire beleid van centrale banken een grote rol. Terwijl de Federal Reserve agressief de rente verhoogt – zoals blijkt uit de 25 basispunten verhoging naar 3,75 tot 4,00 procent op 16 september 2026, met vooruitzichten op meer – houdt de Bank of England haar rentetarief op 3,75 procent, ondanks inflatiedruk en een zwakkere economie. Dit verschil maakt de dollar aantrekkelijker en zet druk op andere valuta’s zoals het Britse pond, dat 2,35 procent verloor ten opzichte van de dollar in twee weken tijd. We zien dit verschil in rentetarief als een belangrijke drijfveer voor de bredere marktdruk op Amerikaanse activa, aangezien de sterke dollar de winstgevendheid van Amerikaanse exporteurs kan beïnvloeden en de liquiditeit in andere markten kan verminderen. De economische cijfers uit de VS, zoals de snelle groei van de flash composite PMI naar 58,4 en een 10-jaar staatsobligatie die naar 5,135 procent steeg, contrasteren met tragere groei in het VK, wat de fundamentele kloof verder vergroot.

    Bull- vs bear-scenario

    • Bull-scenario: Het sentiment keert als de Europese Centrale Bank of de Bank of England hun beleid aanzienlijk verkrappen en de economische groei in Europa en het VK aantrekt, waardoor de druk op de dollar afneemt en beleggers weer rendement zoeken in bredere activaklassen.
    • Bear-scenario: Een verdere, meer agressieve renteverhoging door de Federal Reserve in de komende maanden, gecombineerd met tegenvallende wereldwijde economische cijfers, kan leiden tot verdere kapitaalvlucht uit ETF’s en een verdere daling onder de huidige steunniveaus.

    Wat betekent dit nu?

    De recente technische doorbraken van verschillende Amerikaanse fondsen en ETF’s onder hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde, zoals de BOE, EIS, SAA en XES, reflecteren een veranderend marktsentiment. De aanhoudende monetaire beleidsverschillen tussen de Federal Reserve en andere centrale banken, met name de Bank of England, spelen hierin een cruciale rol. De fundamentele aantrekkingskracht van de dollar door hogere rentes en robuuste Amerikaanse economische data blijft de koersen van deze fondsen onder druk zetten. Beleggers moeten de komende beleidsvergaderingen van de centrale banken nauwlettend in de gaten houden, aangezien verdere beleidsveranderingen of economische indicatoren de volgende trigger kunnen zijn voor een duidelijke verschuiving in de marktrichting.

  • Het IMF Krijgt Isabel Schnabel Binnen Zijn Gelederen Vanaf Begin Januari 2027

    Het IMF Krijgt Isabel Schnabel Binnen Zijn Gelederen Vanaf Begin Januari 2027

    Christine Lagarde bedankt Isabel Schnabel na zeven jaar dienst bij de Europese Centrale Bank, die nu de overstap maakt naar het Internationaal Monetair Fonds. Haar vertrek opent de deur voor een nieuwe benoeming, terwijl ook de mandaten van Lagarde en hoofdeconoom Philip Lane volgend jaar aflopen.

    De Europese Centrale Bank (ECB) heeft het vertrek bevestigd van directielid Isabel Schnabel. Zij zal per 3 januari 2027 haar functie bij de ECB neerleggen om een dag later, op 4 januari, aan de slag te gaan bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Daar zal ze de rol van financieel adviseur en directeur van de afdeling voor monetaire zaken en kapitaalmarkten op zich nemen.

    ECB-voorzitter Christine Lagarde bedankte Schnabel uitdrukkelijk voor haar zeven jaar lange inzet. Haar ambtstermijn bij de ECB, die normaal gezien tot eind 2027 zou lopen, wordt hiermee voortijdig beëindigd. De overstap van Schnabel was al langer een onderwerp van geruchten, die eerder deze week door ingewijden aan onder meer Reuters werden gemeld.

    Het vertrek van Schnabel creëert een belangrijke vacature binnen de ECB-directie. De Europese Raad is verantwoordelijk voor de benoeming van haar opvolger, wat een invloedrijke positie betreft gezien de monetaire beleidsvorming in de eurozone. Wij zien vooral dat dit vertrek de komende tijd voor extra dynamiek zal zorgen rondom belangrijke personeelswissels binnen de ECB.

    Bovendien lopen de mandaten van zowel voorzitter Christine Lagarde als hoofdeconoom Philip Lane volgend jaar af. Rondom Lagarde circuleren al geruime tijd speculaties over een mogelijk vervroegd vertrek, waarbij Klaas Knot, de voorzitter van De Nederlandsche Bank, vaak als potentiële opvolger wordt genoemd. Wij denken dat deze opeenstapeling van personele veranderingen de discussie over de toekomstige koers van de ECB zal aanwakkeren.

    De financiële markten reageren doorgaans gevoelig op dergelijke verschuivingen in leidende posities, vooral bij instellingen die zo’n grote invloed hebben op de economie. Hoewel er geen onmiddellijke grote koersbewegingen zijn gemeld als direct gevolg van dit nieuws, draagt het bij aan de algemene onzekerheid. Ter vergelijking: de Bitcoin koerste op 25 september om 11:01 nog op 74.093 euro, een stijging van 8,6 procent over de afgelopen zeven dagen, wat aantoont dat de cryptomarkt momenteel in een opwaartse trend zit, onafhankelijk van dit soort macro-economische verschuivingen.

    Wat betekent dit nu?

    Het vertrek van Isabel Schnabel naar het IMF voegt een extra laag complexiteit toe aan de reeds verwachte personele wisselingen binnen de ECB. Haar expertise in monetaire zaken zal gemist worden. De komende periode zal de focus liggen op de zoektocht naar haar opvolger en de verdere geruchten over de toekomst van Lagarde en Lane, wat van invloed kan zijn op de stabiliteit en de communicatie van de ECB over het monetaire beleid.

  • Amerikaans Consumentenvertrouwen Daalt Minder Stevig Dan Eerder Gedacht

    Amerikaans Consumentenvertrouwen Daalt Minder Stevig Dan Eerder Gedacht

    De definitieve cijfers van de Universiteit van Michigan tonen een lichte opwaartse herziening van de sentimentindex, terwijl de inflatieverwachtingen voor de korte termijn oplopen.

    De definitieve cijfers van de Universiteit van Michigan laten zien dat het Amerikaanse consumentenvertrouwen in september weliswaar is gedaald, maar minder sterk dan de eerste schattingen suggereerden. De index kwam uit op 48,1, wat een kleine opsteker is vergeleken met de voorlopige stand van 47,8. Desondanks betekent dit een duidelijke verslechtering ten opzichte van de 51,7 die in augustus werd gemeten.

    Deze ontwikkeling wijst op aanhoudende onzekerheid bij de Amerikaanse huishoudens. Hoewel de daling minder hard was dan verwacht, blijft het sentiment negatief. Een afnemend consumentenvertrouwen kan de economische groei afremmen, aangezien consumenten dan minder geneigd zijn om grote aankopen te doen of te investeren, wat de bredere financiële markten kan beïnvloeden. De Bitcoin koers, bijvoorbeeld, noteert op 25 september om 16:33 73.346 euro, een daling van 1,6 procent in 24 uur, maar met een stijging van 7,6 procent over de laatste zeven dagen, wat aantoont dat de crypto-markt voorlopig nog zijn eigen dynamiek volgt.

    Inflatieverwachtingen Nemen Toe

    De bezorgdheid over stijgende prijzen is een belangrijke factor in het dalende vertrouwen. De inflatieverwachting voor de komende twaalf maanden steeg van 4,0 procent naar 4,6 procent. Voor de langere termijn, over de komende vijf jaar, verwachten consumenten een inflatie van 3,4 procent, wat iets hoger is dan de voorgaande maanden. Deze stijgende inflatieverwachtingen kunnen de druk op de Federal Reserve om de rentetarieven hoog te houden verder vergroten.

    Joanne Hsu van de Universiteit van Michigan benadrukte de groeiende zorgen over de koopkracht van consumenten. Zij merkte op dat de vooruitzichten voor de huidige economische omstandigheden verslechterden van 51,9 naar 50,9, en de deelindex voor economische verwachtingen zakte zelfs scherp van 51,5 naar 46,3. Dit wijst erop dat consumenten niet alleen de huidige situatie als minder rooskleurig zien, maar ook pessimistischer zijn over de nabije toekomst.

    Aankopen Om Hogere Prijzen Voor Te Zijn

    Opvallend is dat de aankoopomstandigheden voor duurzame goederen, zoals auto’s en huishoudapparatuur, enigszins verbeterden. Volgens Hsu komt dit deels doordat consumenten de indruk hebben dat ze door nu aankopen te doen, hogere prijzen in de toekomst kunnen vermijden. Dit ‘aankopen om voor te zijn’-gedrag kan tijdelijk de consumptie stuwen, maar is op termijn een teken van inflatiedruk en onzekerheid over toekomstige prijzen.

    De vooruitzichten voor de bedrijfsomstandigheden op korte termijn zijn eveneens fors verslechterd. Hsu linkt dit aan hernieuwde zorgen over hoge brandstofprijzen en oplopende handelsconflicten die de algehele economie kunnen beïnvloeden. Dit drukt op het sentiment van zowel consumenten als bedrijven, en draagt bij aan een bredere economische voorzichtigheid die we ook zien terugkomen in de allocatievisies van vermogensbeheerders, die de nadruk leggen op de effecten van rentestijgingen en geopolitieke onzekerheid.

    Bredere Economische Context

    De daling van het consumentenvertrouwen in de VS past in een breder beeld van economische afkoeling en onzekerheid. Hoewel de winstgroei van bedrijven over de zomer solide was, zoals Van Lanschot Kempen in hun asset allocatie-visie aangeeft, blijven factoren zoals rentestijgingen en geopolitieke spanningen de financiële markten domineren. De oplopende rentes op staatsobligaties, gedreven door inflatieverwachtingen en hogere reële rentes, zorgen voor een herprijzing van kapitaal. Dit heeft invloed op de financieringskosten voor bedrijven en de leenkosten voor consumenten, en kan de economische activiteit verder dempen.

    De combinatie van stijgende inflatieverwachtingen, pessimisme over de economische toekomst en de dreiging van hogere brandstofprijzen creëert een complex speelveld voor beleidsmakers. De Federal Reserve zal nauwlettend de ontwikkelingen in het consumentengedrag en de inflatie in de gaten houden om te bepalen hoe zij verder moet omgaan met haar monetaire beleid. De afweging tussen het bestrijden van inflatie en het voorkomen van een recessie blijft een delicate evenwichtsoefening.

  • Zweedse Riksbank Voorziet Renteverhogingen Na Handhaving, Zwitserse Centrale Bank Blijft Voorlopig Op Nul

    Zweedse Riksbank Voorziet Renteverhogingen Na Handhaving, Zwitserse Centrale Bank Blijft Voorlopig Op Nul

    De Zweedse en Zwitserse centrale banken namen deze week uiteenlopende rentebesluiten, maar delen de zorg om een oplopende inflatie. Terwijl Stockholm zich voorbereidt op strakkere monetaire maatregelen, blijft Bern voorlopig afwachtend, met duidelijke implicaties voor de bredere Europese economie en de financiële markten.

    De Zweedse Riksbank heeft haar belangrijkste beleidsrente gehandhaafd op 1,75 procent, maar de toon van de centrale bank wijst duidelijk op aanstaande verhogingen. Dit besluit, genomen op donderdag, volgt op een periode waarin de Zweedse economie sterker groeide dan verwacht. De Riksbank ziet de economie het ‘normale’ niveau benaderen, wat de weg vrijmaakt voor een strenger monetair beleid om de inflatie in toom te houden.

    Tegelijkertijd besloot de Zwitserse Nationale Bank (SNB) om haar beleidsrente op 0,00 procent te laten. Hoewel de inflatie in Zwitserland sinds juni is gestegen, voornamelijk door hogere energieprijzen, is de inflatiedruk op middellange termijn volgens de SNB slechts licht toegenomen. Deze divergente aanpak tussen twee van Europa’s meest stabiele economieën toont de complexe afwegingen waar centrale banken mee worstelen in een volatiele mondiale context.

    Twee Landen, Twee Strategieën Tegen Inflatie

    De Zweedse Riksbank maakt zich met name zorgen over de combinatie van een robuuste economische groei, een verzwakte Zweedse kroon en stijgende energieprijzen, factoren die de inflatie waarschijnlijk zullen opdrijven. Het bestuur van de Riksbank heeft expliciet aangegeven dat de beleidsrente in de nabije toekomst sterker verhoogd zal moeten worden dan de prognose van juni aangaf, om de inflatie rond de 2 procent te stabiliseren. Als de huidige vooruitzichten standhouden, kunnen deze renteverhogingen al later dit jaar van start gaan.

    In Zwitserland, waar de inflatie eveneens toeneemt, kiest de SNB vooralsnog voor een andere strategie. Het monetaire beleid, gericht op prijsstabiliteit en ondersteuning van de economische ontwikkeling, blijft ongewijzigd. De SNB verwacht weliswaar een lichte stijging van de inflatie in het vierde kwartaal, maar voorziet een afname in de loop van 2027, vooral door een verwachte daling van de energieprijzen. Deze prognose wordt echter beïnvloed door aanzienlijke onzekerheid, met name door de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten, die de energieprijzen verder kan opdrijven en de economische groei kan afremmen.

    De twee besluiten illustreren de verschillende economische realiteiten en risicopercepties binnen Europa. Zweden, met een inflatiedoelstelling van 2 procent en een economie die ‘normale’ omstandigheden nadert, voelt de noodzaak om proactief in te grijpen. Zwitserland, traditioneel een baken van stabiliteit en met een beleidsrente die al op nul staat, kan zich veroorloven meer af te wachten, hoewel de externe schokken ook hier voelbaar zijn.

    De Invloed Van Externe Factoren En Geopolitiek

    Zowel de Zweedse als de Zwitserse centrale bank benadrukken de impact van externe factoren op hun monetaire beleid. De situatie in het Midden-Oosten wordt expliciet genoemd als een bron van onzekerheid, vooral met betrekking tot energieprijzen. Deze geopolitieke spanningen kunnen een directe invloed hebben op de inflatie en de economische groei, waardoor de prognoses van de centrale banken kwetsbaar zijn voor onverwachte ontwikkelingen. We zien dat bijvoorbeeld ook terug in de landbouw, waar oogstprognoses voor Oekraïne, een belangrijke graanproducent, voortdurend worden bijgesteld door de oorlogssituatie. Zelfs een positieve ontwikkeling, zoals de verwachte stijging van de totale tarweproductie in Oekraïne met 12 procent naar 30,56 miljoen ton in 2026, draagt bij aan een complex beeld van mondiale grondstofprijzen die op hun beurt de inflatie beïnvloeden.

    De zwakte van de Zweedse kroon is een andere belangrijke factor voor de Riksbank. Een zwakkere munt maakt importen duurder, wat de inflatie aanwakkert. Dit kan de centrale bank dwingen tot snellere en agressievere renteverhogingen dan anders nodig zou zijn. Wij zien vooral dat de Riksbank een delicate balans zoekt tussen het bestrijden van inflatie en het vermijden van een te sterke verstikking van de economische groei, een dilemma dat veel centrale banken wereldwijd bezighoudt. De SNB daarentegen, met de Zwitserse frank als traditionele veilige haven, heeft minder last van valutaschommelingen die de importprijzen opdrijven.

    Wat Betekent Dit Voor Europese Burgers?

    Voor Belgische en Nederlandse spaarders en beleggers hebben deze besluiten indirecte gevolgen. Hoewel de euro niet direct gekoppeld is aan de Zweedse kroon of de Zwitserse frank, beïnvloeden de monetaire strategieën in deze landen wel het bredere economische klimaat in Europa. Een agressievere renteverhoging in Zweden zou de kapitaalstromen kunnen beïnvloeden, terwijl de stabiliteit van Zwitserland een constante factor blijft in de Europese financiële architectuur. Spaarders in de eurozone zullen de bewegingen van de Europese Centrale Bank (ECB) nauwlettend in de gaten houden, die op haar beurt beïnvloed wordt door de economische prestaties en inflatiedruk in de grotere Europese context, inclusief die van Zweden en Zwitserland.

    Voor ondernemers in de Benelux, met name zij die handel drijven met Zweden of Zwitserland, kunnen wisselkoerseffecten een rol spelen. Een sterkere kroon na renteverhogingen kan Zweedse producten duurder maken voor export, terwijl een stabiele frank de Zwitserse exporteurs een competitief voordeel kan bieden. De algemene inflatoire druk in Europa, aangewakkerd door energieprijzen en geopolitieke onzekerheid, blijft een belangrijke uitdaging voor bedrijven en consumenten, ongeacht de specifieke monetaire besluiten van individuele landen.

    Scenario’s Voor De Nabije Toekomst

    We staan voor een periode waarin de monetaire beleidsmakers een complexe afweging moeten maken. De Riksbank zal waarschijnlijk de rente verhogen, mogelijk al dit jaar, wat de kroon kan versterken en de inflatie kan temperen. De SNB blijft voorzichtiger, maar zal bij aanhoudende inflatie door energieprijzen en geopolitieke spanningen ook genoodzaakt zijn om in te grijpen. De onzekerheid rondom de situatie in het Midden-Oosten en de mondiale energietarieven blijft een cruciale variabele. Dit maakt een voorspelling van de precieze timing en omvang van renteaanpassingen lastig, maar de richting voor Zweden lijkt duidelijk.

    De markten zullen de komende maanden nauwlettend de inflatiecijfers, economische groei en geopolitieke ontwikkelingen volgen. Een plotselinge escalatie in het Midden-Oosten, zoals de achtergrondbron van de Morgen over de Amerikaanse politiek aangeeft, zou de wereldwijde energieprijzen significant kunnen beïnvloeden en de centrale banken dwingen hun plannen te herzien. De Bitcoin koers, die op 24 september om 10:00 noteerde op 74.161 euro en de afgelopen zeven dagen met 10.3 procent steeg, toont aan dat de bredere financiële markten al in beweging zijn en reageren op de veranderende macro-economische omstandigheden, inclusief de vooruitzichten op renteverhogingen.

    Tegenargumenten En Onzekerheden

    Hoewel de signalen van de Riksbank richting renteverhogingen wijzen, zijn er altijd tegenargumenten te bedenken. Een onverwachte vertraging van de economische groei in Zweden, bijvoorbeeld door een afname van de mondiale vraag of interne factoren, zou de Riksbank kunnen dwingen om een minder agressieve koers te varen. Een cijfer dat ons van gedachten zou doen veranderen, zou een significant lagere inflatieverwachting voor de middellange termijn zijn dan de huidige 2 procent, gecombineerd met een verzwakking van de economische indicatoren. Dit zou de noodzaak voor snelle renteverhogingen wegnemen.

    Voor Zwitserland is de grootste onzekerheid de verwachte daling van de energieprijzen in 2027. Mocht deze daling uitblijven of zelfs omslaan in een stijging, bijvoorbeeld door aanhoudende geopolitieke spanningen of verstoringen in de aanvoer, dan zal de SNB niet langer kunnen vasthouden aan haar huidige beleid. De afhankelijkheid van externe factoren maakt dat de voorspellingen van beide centrale banken constant onder de loep liggen en kunnen wijzigen bij nieuwe ontwikkelingen. De ‘normale economische omstandigheden’ waar de Riksbank over spreekt, zijn in de huidige mondiale context uiterst fragiel en kunnen snel omslaan.

  • Chinese Centrale Bank Handhaaft Rentetarieven Ondanks Zwakke Binnenlandse Vraag

    Chinese Centrale Bank Handhaaft Rentetarieven Ondanks Zwakke Binnenlandse Vraag

    De People’s Bank of China heeft besloten haar belangrijkste rentetarieven ongewijzigd te laten, wat verrassend is gezien de signalen van een haperende Chinese binnenlandse economie. Analisten zien een focus op technologie en selectieve steun, in plaats van een brede stimulering.

    De People’s Bank of China (PBOC) heeft zondag opnieuw besloten de belangrijkste rentetarieven voor leningen onveranderd te laten. De rente voor leningen met een looptijd van één jaar blijft op 3,0 procent staan, terwijl die voor leningen met een looptijd van vijf jaar 3,5 procent bedraagt. Deze tarieven zijn al sinds mei 2025 ongewijzigd, een periode waarin de Chinese economie met verschillende uitdagingen kampt.

    Deze handhaving komt op een moment dat economische indicatoren wijzen op een zwakke binnenlandse vraag in China. Toch verwachten economen geen onmiddellijke stimuleringsmaatregelen, mede doordat de robuuste export de economische groei vooralsnog ondersteunt. Dit beleid staat in contrast met de acties van sommige andere centrale banken wereldwijd die, zoals de Bank of Japan, recentelijk de rente hebben verhoogd, soms voor het eerst in decennia, als reactie op inflatie of om de economie bij te sturen.

    Wij zien vooral dat Beijing een koers vaart waarbij strategische sectoren, zoals technologie, voorrang krijgen. Economen van Société Générale merken op dat de Chinese beleidsmakers hierdoor grotere binnenlandse en externe onevenwichtigheden lijken te accepteren. Wij zouden hier niet spreken van een algemene economische boost, maar eerder van een gerichte aanpak die specifieke groeisectoren moet voortstuwen, wat de crypto-industrie in China – ondanks de algemene restricties op crypto – indirect ten goede zou kunnen komen via bredere technologische vooruitgang.

    Gerichte Steun Boven Brede Stimulering

    De strategie van de PBOC lijkt dus te zijn om de economie te sturen via gerichte investeringen en selectieve ondersteuning, in plaats van met brede stimuleringspakketten die de vraag algemeen zouden aanwakkeren. Dit betekent dat de overheid de nadruk legt op lange-termijn structurele aanpassingen, zoals investeringen in geavanceerde technologieën, om de economie veerkrachtiger te maken. De exportmotor van China blijft momenteel sterk draaien, wat voor een zekere mate van stabiliteit zorgt en de directe noodzaak voor renteverlagingen of andere brede stimuleringsmaatregelen vermindert.

    Deze benadering is niet uniek. Ook andere centrale banken overwegen soms de rente te handhaven om verschillende redenen. De Tsjechische Nationale Bank hield bijvoorbeeld haar belangrijkste rentetarief op 3,75 procent vanwege inflatierisico’s, terwijl de Bank of England de rente ongewijzigd liet ondanks een stijgende inflatie. Dit toont aan dat centrale banken steeds vaker een evenwicht zoeken tussen economische groei en prijsstabiliteit, waarbij zij soms afwijken van traditionele monetaire beleidsreacties.

    Impact op de Wereldwijde Markten

    Hoewel de Chinese rentestabiliteit een lokaal besluit is, heeft het wel degelijk invloed op de wereldwijde financiële markten. China is een gigantische economie, en elke beweging daar kan resoneren. Een stabiele rente kan investeerders zekerheid bieden in een anderszins volatiele markt. De relatieve stilte rondom de rentetarieven in China staat in contrast met de bewegingen in de cryptomarkt, waar Bitcoin (BTC) vandaag, 20 september om 11:30, 70.006 euro noteert, een daling van 1,2 procent in de afgelopen 24 uur. Over zeven dagen staat BTC echter nog steeds 4,0 procent hoger, wat aangeeft dat de volatiliteit daar onverminderd groot blijft.

    Het uitblijven van brede stimuleringsmaatregelen in China kan betekenen dat de focus op gerichte investeringen in sectoren als technologie en productie blijft liggen. Dit kan op termijn leiden tot verschuivingen in de mondiale waardeketens en concurrentie, wat bijvoorbeeld ook de vraag naar grondstoffen kan beïnvloeden.

    Wat Nu?

    De hamvraag blijft hoe lang China de zwakke binnenlandse vraag kan compenseren met een sterke export en gerichte technologische investeringen. De economen van Société Générale suggereren dat het beleid ‘selectief ondersteunend’ zal blijven, maar dat aanpakken van de onevenwichtigheden wel op de lange termijn een uitdaging vormt. Wij zullen dan ook de komende kwartaalcijfers van Chinese bedrijven, en de ontwikkelingen op het vlak van de binnenlandse consumptie, nauwlettend in de gaten houden om te zien of deze strategie op de lange termijn houdbaar blijkt.

  • Amerikaanse Rente Gaat Omhoog Na Drie Jaar, Federal Reserve Wil 2 Procent Inflatie Tegen 2029

    Amerikaanse Rente Gaat Omhoog Na Drie Jaar, Federal Reserve Wil 2 Procent Inflatie Tegen 2029

    Na jaren van inflatie boven de doelstelling heeft de Amerikaanse centrale bank een eerste concrete stap gezet. De financiële markten lijken nu overtuigd van de ernst van de aanpak van voorzitter Kevin Warsh.

    De Amerikaanse Federal Reserve (Fed) heeft een belangrijke koerswijziging ingezet door de rente voor het eerst in drie jaar te verhogen. Onder leiding van de nieuwe voorzitter Kevin Warsh wil de centrale bank de Amerikaanse inflatie tegen 2029 terugbrengen naar 2 procent. Deze beweging, die al in september 2026 plaatsvond, heeft op Wall Street het vertrouwen gewekt dat de Fed vastberaden is om de prijsstabiliteit te herstellen, zo blijkt uit een analyse van MarketWatch.

    De renteverhoging is een directe reactie op aanhoudend hoge inflatiecijfers. In het voorjaar van 2025 lag de inflatie boven de 4 procent en hoewel deze in april 2025 was vertraagd tot 2,3 procent, was dit nog steeds boven de beoogde 2 procent. Kevin Warsh, die in mei 2026 aantrad als voorzitter, heeft hiermee duidelijk gemaakt dat de Fed bereid is actie te ondernemen, ondanks eerdere terughoudendheid en druk om de leenkosten laag te houden.

    Waarom Wall Street Nu Gelooft In De Fed

    Lange tijd twijfelde de markt aan de daadkracht van de Fed. Sinds de pandemie is de inflatie aanzienlijk hoger dan de 2 procent doelstelling. Toch zijn veel economen nu optimistisch. Gregory Daco, hoofdeconoom bij EY Parthenon, verwacht dat de inflatie binnen twee jaar weer op 2 procent kan liggen. Stephen Douglas van NISA Investment Advisors merkt op dat de Fed al op weg was naar 2 procent voor de invoering van de tarieven in 2025, wat de prijsstijgingen toen opnieuw aanwakkerde.

    De beslissing van Warsh om de rente te verhogen, na een periode van afwachting, wordt gezien als een cruciaal signaal. Het was de eerste renteverhoging sinds medio 2023. De markten interpreteren dit als een duidelijke boodschap dat de Fed “zal doen wat nodig is” om de inflatie te beteugelen, zoals Will Compernolle van FHN Financial het omschrijft. Dit is belangrijk, want hogere rentetarieven vertragen de economie en dempen de vraag naar goederen, diensten en arbeid, wat de inflatie moet afkoelen.

    De Uitdagingen Van Vraag En Aanbod

    De huidige inflatie wordt deels veroorzaakt door zogenaamde “aanbodschokken”, zoals de tarieven die de Trump-administratie in 2025 oplegde en de stijgende energieprijzen als gevolg van het voortdurende conflict met Iran. Deze factoren liggen buiten de directe controle van de Fed. Warsh benadrukte dat de centrale bank geen invloed heeft op individuele prijzen zoals die van olie of voedsel.

    Wat de Fed wel kan beïnvloeden, is de vraag. Door de rente te verhogen, probeert de Fed te voorkomen dat de effecten van deze aanbodschokken zich te diep verspreiden in de rest van de economie. Wij zien vooral dat de Fed met deze actie de geloofwaardigheid van haar monetaire beleid wil herstellen, wat cruciaal is voor het verankeren van inflatieverwachtingen op de lange termijn.

    De Weg Vooruit En De Risico’s

    De meningen over hoeveel renteverhogingen er nog nodig zijn, lopen uiteen. De Fed zelf lijkt te suggereren dat één, hooguit twee, extra verhogingen voldoende zullen zijn. Sal Guatieri, senior econoom bij BMO Capital Markets, gelooft dat één extra verhoging volstaat, omdat er buiten de aanbodschokken weinig inflatoire druk is. Ook de arbeidsmarkt, traditioneel een belangrijke aanjager van inflatie, toont gematigde loonkosten. De prijsstijging van goederen, exclusief energie en voedsel, is eveneens afgenomen tot 0,7 procent in de twaalf maanden tot augustus 2026, vergeleken met een piek van 1,5 procent een jaar eerder.

    Toch zijn niet alle analisten overtuigd. Sommigen, waaronder Alex Pelle van Mizuho Securities, denken dat er drie of vier extra renteverhogingen nodig zijn. Hij wijst erop dat de Amerikaanse economie ook sterk genoeg groeit om inflatie via normale vraagkanalen, zoals consumentenbestedingen en bedrijfsinvesteringen, aan te wakkeren. De Bitcoin koers, die op 20 september om 02:31 noteert op 70.808 euro en de afgelopen dertig dagen met 11,8 procent is gestegen, laat zien dat de financiële markten nog steeds een gezonde risicobereidheid kennen, ondanks de strengere monetaire signalen.

    Een agressievere aanpak brengt echter ook risico’s met zich mee. Gregory Daco waarschuwt dat een te krachtige Fed de Amerikaanse economie een zware klap kan toebrengen, mogelijk zelfs een recessie kan veroorzaken. In dat scenario zou de inflatie weliswaar sneller naar 2 procent dalen, maar ten koste van banenverlies. Een snelle oplossing voor het Iran-conflict en een daling van de olieprijs zouden de Fed helpen om een dergelijk scenario te vermijden, maar de oorlog duurt al meer dan zes maanden. Dit blijft een grote onzekere factor voor de centrale bank.

  • Lagarde Zinspeelt Op Vroegtijdig Vertrek Bij ECB, Opvolging Komt In Zicht

    Lagarde Zinspeelt Op Vroegtijdig Vertrek Bij ECB, Opvolging Komt In Zicht

    De president van de Europese Centrale Bank, Christine Lagarde, laat de deur op een kier voor een vertrek vóór 2027. Dit wakkert de speculatie aan over mogelijke opvolgers, waaronder de Nederlandse Klaas Knot.

    Tijdens een interview met de Ierse omroep RTE heeft Christine Lagarde, voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), onlangs gehint op een mogelijk vroegtijdig vertrek. Haar ambtstermijn loopt officieel tot oktober 2027, maar op de vraag of ze die volledig zou uitzitten, antwoordde ze met een veelzeggende: “We zullen zien.” Deze uitspraak komt kort nadat Lagarde aankondigde in januari haar memoires te zullen publiceren, wat de speculatie over haar toekomst verder aanwakkert.

    De financiële markten en de politieke arena volgen deze ontwikkelingen nauwlettend. Een vroegtijdig vertrek van een sleutelfiguur als Lagarde kan de koersen beïnvloeden, al zien we op dit moment geen directe paniek. Bitcoin noteert vandaag, 19 september om 06:31, nog steeds 70.613 euro, een stijging van 5,1 procent in de afgelopen 24 uur, terwijl Ethereum een vergelijkbare stijging van 6,2 procent laat zien. Wij zien vooral dat de onzekerheid over de leiding van de ECB kan leiden tot een afwachtende houding bij beleggers, zeker als het gaat om langetermijnbeslissingen die de euro beïnvloeden.

    Klaas Knot Een Serieuze Kandidaat

    Met de deur op een kier voor Lagarde’s vertrek, komt de zoektocht naar een opvolger in een stroomversnelling. Klaas Knot, voormalig president van De Nederlandsche Bank (DNB), wordt nadrukkelijk genoemd als potentiële kandidaat. Persbureau Reuters meldde eerder deze week dat Frankrijk hem steunt voor het ECB-presidentschap, zij het onder voorwaarde dat een andere invloedrijke functie, die van hoofdeconoom, naar een Franse kandidaat gaat. De huidige hoofdeconoom, Philip Lane, ziet zijn termijn in mei volgend jaar aflopen.

    Knot staat bekend om zijn nuchtere aanpak en stabiliteit, wat in de huidige economische omstandigheden een belangrijke eigenschap is. Toch is hij niet de enige in de race; Pablo Hernández de Cos, voormalig president van de Spaanse centrale bank, wordt gezien als zijn voornaamste concurrent. De strijd om de hoogste zetel bij de ECB belooft dus spannend te worden en zal ongetwijfeld gepaard gaan met de nodige politieke onderhandelingen tussen de lidstaten.

    Wat Betekent Dit Voor De ECB?

    Lagarde, die in 2019 de leiding nam over de ECB na haar periode bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), heeft de centrale bank door een turbulente periode geleid, gekenmerkt door hoge inflatie en renteverhogingen. Haar vertrek zou de ECB voor een nieuwe uitdaging stellen, zeker gezien de aanhoudende economische onzekerheid in de eurozone. Het is cruciaal dat een eventuele overgang soepel verloopt, om de stabiliteit van de Europese financiële markten te waarborgen.

    Wij twijfelen of de ECB zich een langdurige periode van onzekerheid aan de top kan veroorloven, gezien de complexe macro-economische situatie in Europa. Een snelle en weloverwogen opvolging zou de voorkeur genieten om het vertrouwen van de markten te behouden. De komende maanden zullen uitwijzen of Lagarde haar termijn inderdaad niet uitzit en wie dan de belangrijke taak krijgt om het monetaire beleid van de eurozone verder vorm te geven.

  • Japanse Centrale Bank Verhoogt Rente Naar Hoogste Niveau In 31 Jaar

    Japanse Centrale Bank Verhoogt Rente Naar Hoogste Niveau In 31 Jaar

    De Bank of Japan heeft de beleidsrente naar 1,25 procent gebracht, een niveau dat al meer dan drie decennia niet meer werd gezien. Deze stap volgt op een periode van ultralage rentes en stuwt de Aziatische beurzen omhoog.

    Jarenlang hield de Bank of Japan (BoJ) de beleidsrente rond het nulpunt om de economie te stimuleren en deflatie te bestrijden. Vandaag verandert dat beleid, want de Japanse centrale bank heeft de rente verhoogd van 1,00 naar 1,25 procent, het hoogste niveau in 31 jaar. Dit besluit, genomen met zeven stemmen voor en twee tegen, heeft de Aziatische beurzen positief gestemd.

    De verhoging was verwacht en volgt op een periode waarin de inflatie in Japan stabiel blijft op 1,9 procent, zowel in augustus als in juli. Ondanks de renteverhoging verzwakte de Japanse yen na het besluit met ongeveer een half procent tegenover de dollar. Beleggers interpreteerden de uitkomst en de toon van de BoJ als iets minder agressief dan verwacht, wat de verzwakking van de yen verklaart.

    Aziatische Beurzen Reageren Positief

    De financiële markten in Azië reageerden vanochtend overwegend met winst. De Japanse Nikkei-index won bijna 1 procent na het rentebesluit. Ook de Zuid-Koreaanse KOSPI-index steeg ruim 2 procent en de Hang Seng in Hongkong voegde ruim een half procent toe. Dit positieve sentiment werd verder gevoed door een groene slotbel op Wall Street gisteren, waar de techbeurs Nasdaq 1,7 procent hoger sloot, en door een daling van de olieprijzen.

    Vooral halfgeleideraandelen waren in trek; de Philadelphia Semiconductor Index steeg op Wall Street met meer dan 3 procent. In Seoel zagen we SK Hynix en Samsung Electronics tot 5 procent winnen. Dit toont aan dat de technologie-sector wereldwijd een belangrijke motor blijft.

    Wat Dit Betekent Voor De Bredere Markt

    De BoJ-beslissing is een belangrijke indicator voor de mondiale financiële markten. Het markeert een significante verschuiving in het monetaire beleid van Japan, traditioneel een land dat vasthield aan ultralage rentes. Wij zien vooral dat het vertrouwen in de Aziatische markten groeit, mede dankzij een bredere positieve trend die we ook elders zien.

    Zo noteert Bitcoin vandaag, op 18 september om 07:30 (Brusselse tijd), 67.465 euro, een stijging van 1,2 procent in 24 uur en zelfs 20,5 procent over de afgelopen 30 dagen. Ethereum staat op 2.162 euro, met een winst van 1,5 procent in 24 uur en 29,7 procent in 30 dagen. Deze cijfers tonen aan dat beleggers momenteel bereid zijn risico te nemen, wat kan duiden op een algemeen optimistischere stemming in de markt.

    De Amerikaanse tienjaarsrente daalde verder onder de 5 procent, wat eveneens bijdraagt aan een positiever beleggingsklimaat. De vraag blijft of deze trend zich zal voortzetten, gezien de verwachte licht lagere opening van de Europese beurzen later vandaag.

  • Federal Reserve Ziet Rente Stijgen Naar 5,50 Procent, Analisten Zijn Daar Nog Rustig Onder

    Federal Reserve Ziet Rente Stijgen Naar 5,50 Procent, Analisten Zijn Daar Nog Rustig Onder

    Beleggers zijn gefixeerd op de aanstaande beslissing van de Federal Reserve over de rente. Hoewel een verhoging van 25 basispunten waarschijnlijk lijkt, waarschuwen analisten dat de ‘weg’ van toekomstige verhogingen belangrijker is dan de eenmalige actie.

    De financiële markten houden de Federal Reserve nauwlettend in het oog, nu het Amerikaanse stelsel van centrale banken zich klaarmaakt voor een mogelijke renteverhoging. De markt schat de kans op een verhoging van 25 basispunten, ofwel 0,25 procentpunt, op woensdag in op een aanzienlijke 88 procent. Toch is het de vraag of deze stap de beursrally direct zal ontsporen.

    Analisten benadrukken dat één enkele renteverhoging zelden een einde maakt aan een stierenmarkt. In maart 1997 bijvoorbeeld, verhoogde de Fed de rente met 25 basispunten, waarna de S&P 500-index aanvankelijk met ongeveer 3 procent daalde. Tegen het einde van dat jaar was de index echter met meer dan 30 procent gestegen. De bredere historische gegevens tonen aan dat in 81 procent van de 21 eerdere verkrappingscycli van de Fed, de S&P 500 twaalf maanden na de eerste verhoging hoger stond, met een gemiddelde winst van 6,7 procent.

    De situatie van vandaag is anders dan de snelle en agressieve renteverhogingen van 2022, toen de Fed de rente in ongeveer 18 maanden met het equivalent van 21 kwartpuntverhogingen deed stijgen. De federal funds rate ligt momenteel al tussen 3,5 en 3,75 procent, wat betekent dat de markten al ruimschoots de tijd hebben gehad om zich aan hogere financieringskosten aan te passen. Een nieuwe kleine verhoging zou dan ook geen vergelijkbare schok teweegbrengen als destijds.

    Wat de Fed-beslissing betekent voor je portefeuille

    De cruciale vraag is niet óf de Fed de rente verhoogt, maar eerder of dit een eenmalige aanpassing is of het begin van een nieuwe, aanhoudende verkrappingscyclus. Dit onderscheid creëert zeer verschillende beleggingsomgevingen. Als de Fed de rente één keer verhoogt en vervolgens pauzeert, dan suggereert de geschiedenis dat de aandelenmarkt dit kan absorberen.

    Wij zien vooral dat beleggers momenteel vooral letten op de signalen die duiden op de toekomstige koers van de Fed. Zo is de rente op tweejarige Amerikaanse staatsobligaties een goede indicator voor de toekomstige Fed-politiek. Deze prijst momenteel nog twee tot drie verhogingen in het komende jaar in, wat aangeeft dat de markt voorbereid is op verdere stappen, maar niet op een schok zoals in 2022.

    Inflatie en bedrijfswinsten blijven cruciaal

    Ook inflatiecijfers blijven een belangrijke factor. Hoewel één ‘hete’ CPI-rapport de volatiliteit kan verhogen, zou een reeks opeenvolgende maanden met versnellende inflatie veel zorgwekkender zijn. Recentere cijfers, zoals de kern-CPI die het laagste punt bereikte sinds maart 2021, suggereren dat de inflatiedruk mogelijk afneemt. Dit geeft de Fed meer ademruimte.

    Verder kijken wij naar de bedrijfswinsten. Die tonen aan hoeveel verkrapping de markt kan verdragen. Het laatste kwartaal liet een geaggregeerde winstgroei van meer dan 50 procent zien voor de S&P 500, met sterke prestaties in tien van de elf sectoren. Dit biedt een aanzienlijke buffer tegen hogere rentes. Mochten de bedrijfswinsten echter beginnen te verslechteren, dan wordt de situatie voor de beurs een stuk fragieler, zeker als de olieprijs boven de 100 euro per vat blijft.

    Kortom, de markt kan een eenmalige renteverhoging verwerken, maar de echte uitdaging begint als de Fed de komende maanden besluit om de rente herhaaldelijk te verhogen.

  • Federal Reserve Houdt Rente Gelijk, Markten Hadden Gehoopt Op Een Verlaging

    Federal Reserve Houdt Rente Gelijk, Markten Hadden Gehoopt Op Een Verlaging

    De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, komt op woensdag 12 juni samen om te stemmen over de toekomstige rentetarieven, een besluit dat financiële markten wereldwijd nauwlettend volgen. Een ongewijzigde rentevoet lijkt vast te staan, waardoor de focus verschuift naar de signalen over toekomstige beleidsplannen.

    De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, houdt op woensdag 12 juni haar belangrijke beleidsvergadering. De markten verwachten algemeen dat de Fed de referentierente ongewijzigd zal laten in de bandbreedte van 5,25 procent tot 5,50 procent. Dit zou de zevende keer op rij zijn dat de rente stabiel blijft, na een reeks van elf verhogingen tussen maart 2022 en juli 2023.

    De aandacht verschuift dan ook van het directe besluit naar de zogenaamde ‘dot plots’, de individuele renteverwachtingen van de Fed-bestuurders voor de komende jaren. Wij zien vooral uit naar de bijbehorende persconferentie van voorzitter Jerome Powell, die meer inzicht kan geven in de toekomstige richting van het monetaire beleid. De Fed heeft eerder aangegeven dat ze meer bewijs nodig heeft van een aanhoudende daling van de inflatie richting de doelstelling van 2 procent voordat ze de rente verlaagt.

    De recente economische cijfers uit de VS bieden een gemengd beeld. De Amerikaanse economie groeide in het eerste kwartaal met 1,3 procent, wat lager was dan eerdere schattingen, terwijl de inflatie in april uitkwam op 3,4 procent op jaarbasis. Dat is een lichte daling ten opzichte van de 3,5 procent in maart, maar nog steeds ver boven de gewenste 2 procent. Deze cijfers maken de positie van de Fed complexer: een te vroege renteverlaging kan de inflatie opnieuw aanwakkeren, terwijl te lang wachten de economische groei kan afremmen.

    Wat de ‘dot plots’ ons Vertellen

    De ‘dot plots’ zijn cruciaal. In maart gaven de meeste Fed-functionarissen aan dat ze drie renteverlagingen van elk 25 basispunten verwachtten in 2024. Gezien de recente inflatiecijfers en de aanhoudende kracht van de Amerikaanse arbeidsmarkt, twijfelen wij of deze projecties zullen standhouden. Het is mogelijk dat de Fed haar verwachtingen naar beneden bijstelt, wat de markt zou kunnen teleurstellen en tot volatiliteit kan leiden.

    Een verschuiving naar slechts één of twee verwachte renteverlagingen dit jaar zou de Amerikaanse dollar kunnen versterken en de obligatierentes verder kunnen opdrijven. Dit heeft directe gevolgen voor de kosten van lenen voor bedrijven en consumenten, en kan de financiële markten de komende dagen flink bezighouden. Wij zouden hier niet te vroeg op de bal spelen, want de Fed is al vaker van koers veranderd.

    De Bredere Context van het Besluit

    Dit rentebesluit komt op een moment dat de wereldwijde centrale banken verschillende paden bewandelen. De Europese Centrale Bank (ECB) verlaagde onlangs haar rentetarieven met 25 basispunten, de eerste verlaging sinds 2019. Canada verlaagde ook haar rente, waarmee ze afwijken van de Fed. Dit verschil in beleid kan invloed hebben op de wisselkoersen en de internationale kapitaalstromen, wat de positie van de Fed nog belangrijker maakt.

    De markten zijn vooral benieuwd of Powell de deur openhoudt voor een renteverlaging in september, of dat hij de verwachtingen verder tempert. De beslissing zal niet alleen bepalen hoe de Amerikaanse economie zich de komende maanden ontwikkelt, maar ook hoe andere centrale banken reageren op de mondiale economische dynamiek.