Tag: Onderwijs

  • Vlaamse Overheid Financiert Dakrestauratie Hof Van Liere Na Hagelschade

    Vlaamse Overheid Financiert Dakrestauratie Hof Van Liere Na Hagelschade

    Het historische stadspaleis, een belangrijk onderdeel van de Universiteit Antwerpen, krijgt een grondige dakrenovatie na aanzienlijke schade door een hagelstorm. Deze investering zorgt ervoor dat een belangrijk stuk erfgoed behouden blijft voor de toekomst.

    De Vlaamse overheid maakt 175.000 euro vrij voor de restauratie van het dak van het Hof van Liere in Antwerpen. Dit monumentale stadspaleis, dat deel uitmaakt van de Universiteit Antwerpen (UAntwerpen), liep enkele jaren geleden aanzienlijke schade op door een zware hagelstorm. De investering, die op 5 oktober 2026 officieel wordt, moet ervoor zorgen dat het historische gebouw in ere wordt hersteld en zijn functie als kloppend hart van de universiteitscampus kan behouden.

    Grondige Aanpak Voor Historisch Dak

    De restauratiewerken zijn breed opgevat. Volgens minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts zullen de leien, goten, de houten dakconstructie en de regenwaterafvoeren allemaal vernieuwd of grondig gerestaureerd worden. Daarnaast staan ook herstellingen aan de kapellen en het bijhorende metselwerk op de planning. Ornamenten en gevelankers krijgen eveneens een opknapbeurt, en alle houten en metalen onderdelen worden opnieuw behandeld en geschilderd. Het is een omvangrijke klus die de duurzaamheid van het gebouw moet garanderen.

    Deze steun is opvallend, omdat dergelijke subsidies voor bouw en renovatie in Vlaanderen vaak gericht zijn op energie-efficiëntie of specifieke thema’s zoals asbestverwijdering. Dat blijkt onder meer uit de honderden openstaande subsidies en leningen die beschikbaar zijn via kanalen als Subsido, waar bijvoorbeeld premies voor relighting of investeringssteun na energieaudits frequent voorkomen. De focus hier ligt echter expliciet op erfgoedbehoud na natuurschade, wat het belang van het Hof van Liere voor de regio onderstreept.

    Meer Dan Een Gebouw

    Het Hof van Liere, ook bekend als het Prinsenhof, werd tussen 1515 en 1520 gebouwd in Brabantse gotiek in opdracht van de toenmalige Antwerpse burgemeester Arnold van Liere. Sinds 2003 vormt het de historische kern van de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen. Rector Herwig Leirs van UAntwerpen benadrukt het belang van deze investering: “Met dit geld kunnen we de daken van het Hof van Liere restaureren en een van de meest karaktervolle historische gebouwen van de stad Antwerpen klaarmaken voor de toekomst.”

    Wij zien vooral dat deze investering de langetermijnvisie van de Vlaamse overheid op erfgoed en onderwijs bevestigt. Het is een signaal dat dergelijke historische plekken, die veel meer zijn dan alleen stenen, de nodige aandacht krijgen om de tand des tijds – en die van de elementen – te doorstaan. Dit staat in contrast met de snelle koersbewegingen die we vaak zien in de financiële markten; een Bitcoin noteert op 5 oktober om 05:31 uur 77.294 euro, een stijging van 2,6 procent in 24 uur, maar een gebouw als het Hof van Liere vraagt om een investering met een veel langere horizon.

    Toekomstbestendig Erfgoed

    De restauratie van het Hof van Liere heeft niets te maken met de brandschade die in 2022 ontstond tijdens dakwerken aan het gebouw. Het gaat hier specifiek om het herstel van de hagelschade, een apart project dat de complexiteit van het onderhoud van dergelijke historische panden toont. Het vrijgemaakte budget zorgt ervoor dat het stadspaleis niet alleen zijn esthetische waarde behoudt, maar ook operationeel blijft als belangrijk educatief centrum. Daarmee wordt een investering gedaan in zowel het verleden als de toekomst van Antwerpen als studentenstad.

  • MIT Stoot Princeton Van De Troon Als Nummer Één College Na Nieuwe Ranglijst

    MIT Stoot Princeton Van De Troon Als Nummer Één College Na Nieuwe Ranglijst

    Het Massachusetts Institute of Technology (MIT) staat voor het eerst in vijftien jaar bovenaan de prestigieuze U.S. News & World Report-ranglijst van Amerikaanse colleges, een verschuiving die het gevolg is van een aanpassing in de beoordelingscriteria.

    Het Massachusetts Institute of Technology (MIT) is dit jaar uitgeroepen tot het beste college van de Verenigde Staten door U.S. News & World Report. Dit is een opvallende verandering, want het betekent het einde van de 15-jarige reeks van Princeton University als nummer één. Sinds 2012 had Princeton onafgebroken de toppositie in handen, maar nu neemt MIT die plek over.

    Deze wisseling van de wacht is niet zozeer een teken van een plotselinge daling in de kwaliteit van Princeton, maar eerder een direct gevolg van een gewijzigde ranglijstmethodologie. U.S. News & World Report heeft voor het eerst een criterium toegevoegd dat de inkomsten van afgestudeerden binnen hun studierichtingen evalueert. Het is precies op dat vlak dat MIT uitblonk, zo verklaarde Eric Brooks, directeur onderwijsdata-analyse bij U.S. News.

    Wij zien vooral dat deze aanpassing de focus van de ranglijst verlegt naar de concrete, financiële uitkomsten van een universitaire opleiding. Voorheen lag de nadruk mogelijk meer op academische prestige en traditionele indicatoren. Door de toevoeging van afgestudeerdeninkomsten wordt de toegevoegde waarde voor de arbeidsmarkt explicieter meegewogen, een factor die voor veel studenten, en hun ouders, zeker en vast een belangrijke overweging is bij het kiezen van een studie. Het is een pragmatische benadering die de evolutie van de arbeidsmarkt en de maatschappelijke verwachtingen weerspiegelt.

    Wat betekent dit nu voor de instellingen?

    Voor MIT is de eerste plaats in deze prominente ranglijst een bevestiging van de sterke positie op het gebied van techniek, wetenschap en de directe aansluiting op de arbeidsmarkt. Het instituut staat al langer bekend om zijn innovatieve karakter en de focus op vakgebieden met een hoge vraag. Recente ranglijsten van andere publicaties, zoals Forbes en Quacquarelli Symonds, plaatsten MIT al eerder bovenaan, vooral vanwege de sterke alumni-inkomsten en de lage studieleningen die studenten moeten afsluiten, mede dankzij een genereus financieel hulpprogramma.

    Voor Princeton betekent het verlies van de toppositie geen dramatische teloorgang. De universiteit blijft een van de meest gerespecteerde instellingen wereldwijd, bekend om haar brede academische aanbod en historische reputatie. Het is echter wel een signaal dat ook traditionele topuniversiteiten hun curriculum en focus tegen het licht moeten houden in een steeds sneller veranderende economie. De concurrentie tussen topuniversiteiten blijft moordend, en een aanpassing van één enkel criterium kan grote gevolgen hebben voor de publieke perceptie.

    De rol van verdiensten in het onderwijs

    De verschuiving in de ranglijst benadrukt een bredere trend waarbij de waarde van hoger onderwijs steeds vaker wordt afgemeten aan de economische return on investment. Dit is een ontwikkeling die de academische wereld al langer bezighoudt. Universiteiten staan onder druk om aan te tonen dat ze studenten niet alleen intellectueel vormen, maar ook voorbereiden op een succesvolle carrière. De focus op inkomsten van afgestudeerden is een directe reactie op deze druk.

    Het is interessant om te zien hoe dit zich verhoudt tot bredere economische indicatoren. Denk bijvoorbeeld aan de cryptomarkt, waar de Bitcoin-koers op 22 september om 06:32 nog 74.584 euro noteerde, een stijging van 5,3 procent in 24 uur en zelfs 11,1 procent over 30 dagen. Hoewel niet direct vergelijkbaar, toont dit aan dat rendement een cruciale factor is in diverse sectoren, van onderwijs tot financiële markten. De vraag blijft of deze nieuwe meetmethode de essentie van een brede academische opleiding volledig recht doet, of dat het een te eenzijdige focus legt op het financiële aspect.

    Deze verandering in ranglijst toont aan dat de definitie van ‘beste’ voortdurend in beweging is en kan leiden tot verdere discussies over de maatschappelijke rol en de economische impact van onderwijsinstellingen.

  • UGent Mislopen 45 Studenten Door Visaproblemen, Sectorfederatie Agoria Steunt Oproep

    UGent Mislopen 45 Studenten Door Visaproblemen, Sectorfederatie Agoria Steunt Oproep

    De Universiteit Gent ziet 45 buitenlandse studenten niet opdagen door vertragingen bij visumaanvragen, een situatie die de universiteit breed betreurt en die de steun krijgt van technologiekoepel Agoria, die waarschuwt voor verlies van talent.

    De Universiteit Gent (UGent) kampt met een aanzienlijk probleem: 45 buitenlandse studenten kunnen hun academische jaar niet starten door onopgeloste visaproblemen. De universiteit, bij monde van Wim Hoste van de faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen, spreekt van een breder issue dat de komst van academisch toptalent naar België belemmert. De sectorfederatie Agoria sluit zich aan bij de oproep van de UGent aan de federale regering om dit snel aan te pakken.

    De problemen concentreren zich bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), waar aanvragen van studenten en onderzoekers uit landen als Bangladesh, India, Marokko en diverse Afrikaanse landen vastlopen. Hoewel deze kandidaten de strenge selectieprocedures van de UGent hebben doorlopen en aan alle wettelijke voorwaarden voldoen, ondervinden ze vertragingen bij de visumuitreiking. Wim Hoste benadrukt dat de studenten soms maanden bezig zijn met het voorbereiden van hun dossier, inclusief het blokkeren van 12.000 euro op een rekening en het betalen van steeds hogere aanvraagkosten, om vervolgens te stranden in de administratieve molen.

    Academisch Toptalent Onder Druk

    De UGent waarschuwt dat deze situatie België waardevol academisch talent kost. Wim Hoste stelt dat het niet alleen gaat om de recente discussie over 13 studenten uit Gaza, maar om een structureel probleem dat al langer speelt. Volgens de DVZ-woordvoerder Paulien Blondeel ontvangt de dienst een grote hoeveelheid aanvragen, vaak in dezelfde periode, waardoor de verwerkingstermijnen niet altijd gehaald worden. Ambassades en consulaten sturen de meeste dossiers, behalve de ‘heel sterke’, door naar DVZ voor beoordeling, wat bijdraagt aan de opstopping.

    De roep om een snelle oplossing is groot. Hoste wijst erop dat de voorwaarden om na hun studie in België te blijven de laatste jaren strenger zijn geworden, wat de aantrekkelijkheid van België als kenniscentrum verder ondermijnt. In heel Vlaanderen zijn naar schatting 10.000 buitenlandse studenten en onderzoekers actief. Dit aantal staat in schril contrast met landen als Canada, waar juist extra budget wordt vrijgemaakt om deze topprofielen aan te trekken. Wij zien hierin een gemiste kans voor België om zijn positie in de internationale concurrentiestrijd om talent te versterken.

    Agoria: Nood Aan Innovatieve Profielen

    Sectorfederatie Agoria, die de belangen van de technologische industrie behartigt, deelt de bezorgdheid van de UGent. Woordvoerder Jan Gatz benadrukt dat technologiebedrijven, kennisinstellingen en onderzoekscentra deze hoogopgeleide profielen broodnodig hebben om innovatief en competitief te blijven. Met recente PISA-resultaten die een afname van sterke eigen profielen laten zien, kan België het zich volgens Agoria niet veroorloven om internationaal talent te verliezen.

    Deze talenten dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe technieken en procedures, wat de economie ten goede komt. Het feit dat de Belgische overheid deze instroom van talent lijkt te bemoeilijken, terwijl andere landen er actief in investeren, baart de sector zorgen. Het is dan ook een open vraag hoe lang België zich deze terughoudendheid nog kan veroorloven zonder de eigen innovatiekracht te schaden.

  • Vlaamse Scholieren Scoren Slechter In Lezen En Wiskunde, De Wereldtop Raakt Uit Zicht

    Vlaamse Scholieren Scoren Slechter In Lezen En Wiskunde, De Wereldtop Raakt Uit Zicht

    Het nieuwste PISA-rapport van de OESO toont een zorgwekkende daling in de basisvaardigheden van 15-jarigen in Vlaanderen, met bijna een derde dat het basisniveau voor lezen mist.

    Bijna dertig procent van de 15-jarige scholieren in Vlaanderen beheerst het basisniveau van leesvaardigheid niet langer. Dat blijkt uit het recent gepubliceerde PISA-onderzoek van de OESO, dat wereldwijd de kennis en vaardigheden van leerlingen meet. Het rapport, gebaseerd op de prestaties van bijna 4.000 Vlaamse leerlingen, wijst ook op een afname van toppresteerders en een groeiende groep zwakke leerlingen in zowel wiskunde als wetenschappen.

    De resultaten tonen aan dat 29,4 procent van de Vlaamse 15-jarigen het basisniveau voor lezen niet haalt. Voor wiskunde ligt dit percentage op 25,6 procent en voor wetenschappen op 22,6 procent. Deze cijfers zijn opvallend hoog, zeker als we bedenken dat het basisniveau essentieel wordt geacht om volwaardig te kunnen functioneren in de maatschappij, zoals het begrijpen van de hoofdgedachte in een tekst of het omzetten van eenheden in wiskunde.

    Wij zien vooral een trendbreuk met het verleden. Waar Vlaanderen vroeger tot de wereldtop behoorde, daalt onze score gestaag. In 2003 noemde nog één op de drie Vlaamse scholieren zich een wiskundetopper; vandaag is dat nog slechts één op de negen. Voor wetenschappen en lezen is de groep uitblinkers zelfs nog kleiner, met respectievelijk 8,2 en 5,6 procent. Hoewel Vlaanderen nog steeds boven het Europese gemiddelde scoort voor alle drie de onderdelen, is de kloof met de absolute wereldtop duidelijk groter geworden.

    Beroepsonderwijs En Sociaal-Economische Status Vertonen Zorgen

    De problematiek is het meest acuut in het beroepsonderwijs, waar driekwart van de leerlingen het essentiële basisniveau voor leesvaardigheid niet bereikt. Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir noemt dit ‘beschamend’, niet alleen voor de kenniseconomie, maar ook voor het persoonlijk geluk en de gezondheid van de leerlingen.

    Een andere opvallende vaststelling is de aanhoudende kloof tussen leerlingen met verschillende sociaal-economische achtergronden. Eén op de drie leerlingen uit kwetsbare milieus behoort tot de laagpresteerders, tegenover één op de tien bij de groep met een hoge sociaal-economische status. Dit toont aan dat de sociale ongelijkheid zich sterk vertaalt in onderwijsprestaties, een contrast met landen zoals Estland waar deze kloof aanzienlijk kleiner is bij vergelijkbare hoge gemiddelde scores.

    Gebrek Aan Nieuwsgierigheid En De Rol Van De Coronacrisis

    Het onderzoek belicht ook gedragsfactoren: Vlaamse leerlingen blijken minder nieuwsgierig en tonen minder doorzettingsvermogen dan het OESO-gemiddelde. Ook ervaren ze minder ondersteuning vanuit de familie voor schoolwerk. Een mogelijke verklaring voor de scherpe daling sinds 2018 is de coronacrisis, die volgens de OESO een negatieve impact heeft gehad op de onderwijsresultaten.

    Ondanks de dalende trend is er een lichtpuntje: Vlaamse leerlingen scoren goed in het oplossen van problemen in een digitale omgeving. Hier staan we internationaal op een gedeelde elfde plaats, enkel voorafgegaan door Estland binnen Europa. Dit toont aan dat er wel degelijk sterktes zijn in het Vlaamse onderwijs, hoewel de basisvaardigheden dringend aandacht vragen voor een sterke en inclusieve samenleving.

  • Werkgevers Betreuren Recordaantal Stakingsdagen In België, De Economie Lijdt Eronder

    Werkgevers Betreuren Recordaantal Stakingsdagen In België, De Economie Lijdt Eronder

    De Belgische werkgeversorganisatie Voka uit haar bezorgdheid over het recordaantal stakingsdagen dat het land in 2025 heeft gekend. Volgens cijfers van het Europese vakbondsinstituut ETUI werden er vorig jaar maar liefst 1.354.845 stakingsdagen geregistreerd, wat neerkomt op 313 stakingsdagen per 1.000 werknemers. Dit is een aanzienlijke stijging vergeleken met het vorige recordjaar 1999, toen er 299 stakingsdagen per 1.000 werknemers waren. Voka stelt dat deze acties de economie schaden en roept vakbonden op tot redelijkheid.

    De stakingen waren voornamelijk gericht tegen het besparingsbeleid van de regering-De Wever. Kurt Vandaele, onderzoeker bij ETUI, benadrukt dat meer dan een miljoen stakingsdagen uitzonderlijk veel is in historisch perspectief, met records die bijna alle categorieën doorbreken. Opvallend is ook dat het protest, in tegenstelling tot de acties van 1999 tegen het Globaal Plan van Dehaene, gespreid was over het hele jaar en niet geconcentreerd in één kwartaal. De socialistische vakbond ABVV bevestigt dit en wijt de acties aan een “kortzichtig en onverstandig regeringsbeleid” dat voelbaar is in de portemonnee van de mensen.

    Onderwijs En Openbare Sector Trekken De Kar

    Het zwaartepunt van de stakingsacties lag in 2025 duidelijk in het onderwijs, dat goed was voor 31,3 procent van alle stakingsdagen. De openbare sector in zijn geheel droeg bijna de helft bij, met 49,4 procent van de totale stakingsdagen. Maar ook in de privésector waren er uitzonderlijk veel stakingen, onder meer in de voedingsindustrie, de chemie en petroleumsector, en het transport en de logistiek.

    Regionale verschillen waren aanzienlijk. Wallonië telde 499 stakingsdagen per 1.000 werknemers, gevolgd door Brussel met 456 stakingsdagen. Vlaanderen kende met 192 stakingsdagen per 1.000 werknemers relatief minder acties, maar meer dan 500.000 stakingsdagen in Vlaanderen blijft een indrukwekkend aantal, aldus Vandaele. België profileert zich hiermee, samen met Frankrijk, als een van de stakingskampioenen van Europa, waarbij Voka opmerkt dat veel acties politiek geïnspireerd zijn en niet voortkomen uit bedrijfsinterne conflicten.

    Economische Groei Onder Druk

    Voka wijst erop dat België economische groei nodig heeft en dat een dergelijk stakingsgedrag hier niet bij helpt. “We roepen de vakbonden op om redelijkheid aan de dag te leggen bij stakingsacties,” klinkt het. De vakbonden zien de recordcijfers dan weer als een direct gevolg van een beleid dat de sociale vrede ondermijnt, met geblokkeerde lonen, indexsprongen en eenzijdige flexibiliteit. Wij zien vooral dat de diepe kloof tussen werkgevers en werknemers, aangewakkerd door het huidige beleid, tot een historisch hoogtepunt is gekomen en voorlopig niet lijkt te verdwijnen.

  • AcadeMedia Stijgt 1,0% Na Sterke Resultaten, Intuit Daalt 11,8% Door Tegenwijkende Vooruitzichten

    AcadeMedia Stijgt 1,0% Na Sterke Resultaten, Intuit Daalt 11,8% Door Tegenwijkende Vooruitzichten

    De beursdag bracht gemengde signalen voor individuele aandelen: het Zweedse onderwijsbedrijf AcadeMedia boekte winst na solide jaarcijfers, terwijl de Amerikaanse softwaregigant Intuit een forse daling moest incasseren door een teleurstellende prognose.

    Vandaag zien we een duidelijk contrast op de beursvloer, waar individuele bedrijfsresultaten de koersen sterk beïnvloeden, los van de bredere markt. Het Zweedse onderwijsbedrijf AcadeMedia zag zijn aandeel met 1,0% stijgen tot 99 Zweedse kronen (ongeveer 8,40 euro) na de publicatie van sterke jaarcijfers. Tegelijkertijd daalde de koers van de Amerikaanse financiële softwaregigant Intuit met maar liefst 11,8% in de voorbeurshandel, tot 315,30 dollar (ongeveer 290 euro), als reactie op een tegenvallende vooruitblik voor het komende fiscale jaar.

    AcadeMedia, actief in voorschools, verplicht, voortgezet en volwassenenonderwijs, rapporteerde een omzet van 5,66 miljard Zweedse kronen (ongeveer 480 miljoen euro) voor het vierde kwartaal, een stijging van 10,6% op jaarbasis. De aangepaste bedrijfswinst (EBITA) groeide met 16,2% tot 552 miljoen Zweedse kronen (ongeveer 47 miljoen euro). Bovendien verwacht het bedrijf een inschrijvingsgroei van ongeveer 8% voor het komende jaar, wat wijst op een aanhoudende vraag naar hun diensten. Deze cijfers bevestigden grotendeels de voorlopige resultaten die een maand eerder al waren bekendgemaakt, wat beleggers geruststelde. Analisten blijven positief, met een gemiddeld koersdoel van 125 Zweedse kronen (ongeveer 10,60 euro) en ‘koop’-adviezen.

    Intuit Ziet Groei Vertragen

    Bij Intuit was het verhaal heel anders. Ondanks een sterke prestatie in het vierde kwartaal van fiscaal 2026, met een aangepaste winst per aandeel van 4,03 dollar (verwacht 3,58 dollar) en een omzet van 4,4 miljard dollar (verwacht 4,27 miljard dollar), domineerde de vooruitblik voor fiscaal 2027 de gesprekken. Het bedrijf verwacht een omzetgroei van slechts 9% tot 10%, een aanzienlijke vertraging ten opzichte van de 14% in fiscaal 2026. De groei van de TurboTax-omzet zou zelfs maar 2% tot 3% bedragen.

    De prognose voor de winst per aandeel (non-GAAP) voor het hele jaar, tussen 22,88 en 23,12 dollar, lag scherp onder de analistenconsensus van ongeveer 27,30 dollar. Ook de verwachte winst per aandeel voor het eerste kwartaal van fiscaal 2027, tussen 2,44 en 2,48 dollar, was beduidend lager dan de verwachte 4,02 dollar. Beleggers maken zich ook zorgen over de vertragende klantengroei van slechts 3% op jaarbasis en zwakke prestaties in het Mailchimp-segment. Dit alles zorgde voor een ‘perfecte storm’ van verkoopdruk, ondanks dat het management beweert proactief de strategie te herzien vanuit een sterke positie. Wij zien vooral dat de markt hier de nadruk legt op de toekomst, eerder dan op de recente successen.

    Jubilee Metals Verkoopt Project Voor 35 Miljoen Dollar

    Een ander opvallend bericht komt van Jubilee Metals Group PLC, een gediversifieerd metaalverwerkings- en terugwinningsbedrijf. Hun aandeel steeg met 6,0% tot 2,65 pence (ongeveer 0,031 euro) na de aankondiging dat het een voorkeurskoper heeft geselecteerd voor zijn ‘Large Waste Project’ voor 35 miljoen dollar (ongeveer 32 miljoen euro). Deze deal vervangt een eerdere overeenkomst voor 6,75 miljoen dollar (ongeveer 6,2 miljoen euro) voor 10 miljoen ton afvalmateriaal. De verkoop past in een strategie om kapitaal efficiënter toe te wijzen en middelen te heroriënteren naar projecten die hogere rendementen beloven door gebruik te maken van de bestaande operationele voetafdruk in Zambia. De resterende betalingen zijn gekoppeld aan termijnen van maximaal drie jaar, wat de risico’s voor de bredere groeiportefeuille moet verminderen. Operationeel had Jubilee Metals al eerder een stijging van 28,7% in de koperproductie gerapporteerd over negen maanden, tot 2.177 ton.

  • Stad Brussel Wil Nieuwe Nederlandstalige School Bouwen Voor 800 Leerlingen Op Thurn & Taxis

    Stad Brussel Wil Nieuwe Nederlandstalige School Bouwen Voor 800 Leerlingen Op Thurn & Taxis

    De hoofdstad reageert op de groeiende vraag naar Nederlandstalig onderwijs met een ambitieus plan voor een campus die basisschool, middelbare school en sportfaciliteiten combineert.

    Stad Brussel heeft vandaag de plannen ontvouwd voor een gloednieuwe Nederlandstalige schoolcampus op de historische site van Thurn & Taxis. De campus, die plaats moet bieden aan maar liefst 800 leerlingen, zal zowel een basisschool als een middelbare school huisvesten. Dit initiatief komt er om de aanhoudende en grote vraag naar Nederlandstalig onderwijs in de hoofdstad tegemoet te komen, zo maakt het kabinet van schepen van Nederlandstalig Onderwijs, Anaïs Maes (Vooruit), bekend.

    De plannen omvatten niet alleen klaslokalen, maar ook een ruime sportzaal. Deze zaal zal buiten de schooluren beschikbaar zijn voor sportverenigingen en andere buurtbewoners, wat de campus een bredere functie in de wijk geeft. Burgemeester Philippe Close (PS) benadrukt dat de stad wil investeren in kwaliteitsvolle schoolgebouwen en actief wil bijdragen aan het onderwijsaanbod voor zowel huidige als toekomstige inwoners.

    Thurn & Taxis Groeit Mee

    De keuze voor Thurn & Taxis is geen toeval. De site ondergaat al langer een transformatie tot een levendige stadswijk. Schepen Maes wijst erop dat de schoolcampus een essentieel onderdeel vormt van deze stedelijke ontwikkeling. Wanneer nieuwe wijken ontstaan, is het cruciaal dat er ook voldoende publieke voorzieningen zijn, en een school met sportinfrastructuur past daar perfect in, zo stelt zij.

    De campus zal de nodige infrastructuur bieden voor een groeiende gemeenschap. Een ontwerpwedstrijd moet uitwijzen hoe het definitieve ontwerp er precies zal uitzien. Wij zien hierin een slimme zet om de architectuur te laten aansluiten bij de moderne uitstraling van de rest van de site.

    Investering In De Toekomst

    Met dit project investeert Stad Brussel niet alleen in onderwijs, maar ook in de leefbaarheid van de stad. De combinatie van onderwijs en sportfaciliteiten, toegankelijk voor de hele buurt, kan de sociale cohesie versterken. Het is een duidelijk signaal dat de stad de groei van het Nederlandstalig onderwijs serieus neemt, en wij volgen dit project met interesse op.

  • CPB Ziet Internationale Studenten Meer Geld Opleveren Dan Ze Kosten Voor Nederland

    CPB Ziet Internationale Studenten Meer Geld Opleveren Dan Ze Kosten Voor Nederland

    Een nieuw rapport van het Centraal Planbureau toont aan dat internationale studenten, ondanks de initiële kosten, de Nederlandse schatkist spekken, vooral door belastingafdrachten na hun studie.

    Internationale studenten leveren de Nederlandse economie gemiddeld meer op dan ze kosten. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB), de onafhankelijke economische denktank van de Nederlandse overheid. Het rapport, dat verschijnt net nu het nieuwe collegejaar van start gaat, nuanceert de politieke discussie over de kosten van buitenlandse studenten.

    De overheid verdient de uitgaven aan internationale studenten, zoals studiefinanciering en zorgkosten, ruimschoots terug. Dit komt voornamelijk doordat een aanzienlijk deel van deze studenten na hun afstuderen in Nederland blijft werken en zo belasting afdraagt. Vooral studenten van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) kosten de overheid nauwelijks geld, aangezien zij geen recht hebben op studiefinanciering en hun opleidingskosten volledig zelf betalen.

    Meer Blijvers, Meer Belasting

    De kans dat internationale studenten na hun studie in Nederland blijven, is de afgelopen jaren toegenomen. Volgens het CPB-onderzoek woont vijf jaar na het afstuderen ongeveer één op de vijf EER-studenten en twee op de vijf niet-EER-studenten nog in Nederland. Tien jaar geleden lagen deze cijfers nog een kwart lager. Deze trend draagt significant bij aan de positieve financiële balans, want hoe langer ze hier werken, hoe meer belasting ze afdragen.

    Afgestudeerde internationale studenten vinden bovendien steeds sneller een betaalde baan. Paul Verstraten van het CPB wijst erop dat dit mogelijk te maken heeft met de krapte op de arbeidsmarkt, die meer kansen creëert voor deze hoogopgeleide groep. Wij zien hierin een duidelijk voordeel voor de Nederlandse economie, die zo extra talent aantrekt en behoudt.

    Druk Op Woningmarkt En Politieke Keuzes

    De politiek heeft de afgelopen jaren regelmatig gesproken over het beperken van het aantal internationale studenten, onder meer om kosten te besparen en de druk op de woningmarkt te verminderen. Het kabinet-Schoof wilde in 2024 bijvoorbeeld de instroom terugdringen om bijna 300 miljoen euro te besparen.

    Volgens het CPB is het echter de vraag of een beperking van de instroom de juiste oplossing is. Studenten die na hun studie blijven, maken relatief weinig gebruik van sociale voorzieningen en hebben een hoge arbeidsparticipatie. Op korte termijn kan een toename van internationale studenten wel extra druk op de woningmarkt leggen, maar op lange termijn zijn die effecten volgens het CPB vrij beperkt, omdat de markt zich aanpast. Of en in hoeverre dat gebeurt, hangt af van de politieke keuzes die gemaakt worden. Wij volgen dit dossier verder op, want de balans tussen kosten en baten blijft een delicate kwestie.

  • Vlaamse Internaten Krijgen Steeds Meer Zorgvragen, Terwijl Hun Opdracht Onderwijs Is

    Vlaamse Internaten Krijgen Steeds Meer Zorgvragen, Terwijl Hun Opdracht Onderwijs Is

    Internaten in Mechelen, Turnhout en Hoogstraten merken dat ze vaker worden benaderd voor de opvang van kinderen met complexe zorgnoden, een taak die eigenlijk bij de jeugdzorg ligt.

    Vlaamse internaten, traditioneel gericht op onderwijsbegeleiding, zien een opvallende verschuiving in het profiel van hun leerlingen. Directeurs in Mechelen, Turnhout en Hoogstraten krijgen steeds meer vragen om kinderen op te vangen die eigenlijk in de reguliere jeugdzorg thuishoren, maar daar geen plek vinden. Dit blijkt uit een rondvraag van VRT NWS.

    De druk vanuit de welzijnssector en jeugdrechtbanken neemt toe, zo ervaren de internaten. Rik Boutsen, directeur van internaat Mirho in Hoogstraten, benadrukt dat ze niet altijd kunnen helpen. Patrick Meeusen van het Heilig Graf in Turnhout stelt dat internaten er eigenlijk niet voor dienen om al deze vragen vanuit welzijn en jeugdzorg op te vangen.

    Meer Nood Aan Omkadering

    De internaten zien jaar na jaar meer inschrijvingen. Bij BimSem in Mechelen steeg het aantal internen van ongeveer 80 naar 130 in zes jaar tijd. Ook het Heilig Graf in Turnhout telt meer leerlingen dan tien jaar geleden. Deze groei is deels te danken aan de populariteit van sport- en creatieve richtingen, en de zichtbaarheid op sociale media.

    Toch is er een keerzijde. De directeurs merken dat de internen meer zorgvragen hebben en meer omkadering nodig hebben dan vroeger. Hoewel scholen ondersteuning krijgen van CLB’s, stoppen die diensten om zestien uur. Dan nemen de internaten het over. Het gaat hierbij niet alleen om ‘klassieke’ zorgvragen zoals ADD of ADHD, maar om complexere situaties.

    Balans In Leefgroepen Onder Druk

    De vragen komen vaak van jeugdrechtbanken, CLB’s of alleenstaande ouders die het niet meer aankunnen. Soms gaat het zelfs om crisisopvang bij alarmerende thuissituaties. Dit is een grote uitdaging, aangezien onderwijsinternaten in het weekend vaak gesloten zijn en geen psychologen in dienst hebben. Rik Boutsen van Mirho Hoogstraten geeft aan dat zijn elf voltijdse equivalenten (FTE’s) geen één-op-één begeleiding kunnen bieden aan 135 kinderen, wat ten koste zou gaan van studiebegeleiding en andere taken.

    Internaten kunnen in tegenstelling tot scholen wel zelf kiezen wie ze inschrijven. Patrick Meeusen van het Heilig Graf kiest ervoor om niet meer dan tien procent van de plaatsen vrij te houden voor zorgvragen vanuit welzijn. Hij benadrukt dat het personeel niet altijd is opgeleid voor deze specifieke zorg en dat het impact heeft op andere kinderen en hun ouders die bewust voor het internaat kiezen. Dick De Backer van BimSem in Mechelen stelt dat het cruciaal is om een goede balans te bewaren in de leefgroepen; een evenwichtige groep kan meer zorgvragen opvangen.

    De internaten proberen wel nauwer samen te werken met de welzijnssector, zoals BimSem met zorgpartner Emmaüs, om kinderen met noden sneller op te sporen en beter te ondersteunen. Maar de kern blijft: internaten zijn onderwijsinstellingen, geen jeugdzorg. De toenemende druk legt een zware hypotheek op hun primaire opdracht en de beschikbare middelen.

  • Gent Voorziet Vanaf September Ondersteuners Voor Buitenschoolse Activiteiten In 27 Buurten

    Gent Voorziet Vanaf September Ondersteuners Voor Buitenschoolse Activiteiten In 27 Buurten

    Vanaf september 2026 krijgen 70 Gentse scholen 1,8 miljoen euro van Vlaanderen om buitenschoolse opvang en activiteiten te coördineren, een hervorming die echter ook kritiek oogst.

    De stad Gent zet vanaf 1 september ondersteuners in om scholen te helpen bij het organiseren van buitenschoolse activiteiten. Deze ondersteuners zullen in 27 buurten actief zijn en moeten de samenwerking tussen scholen en lokale sportclubs, muziekopleidingen en andere organisaties vergemakkelijken. Deze stap maakt deel uit van een bredere Vlaamse hervorming van de buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA).

    Vlaanderen trekt voor dit project 1,8 miljoen euro uit, specifiek voor 70 Gentse scholen. Het doel is niet alleen opvang te bieden, maar ook een ruimer aanbod aan sportieve en culturele activiteiten na schooltijd te creëren. Hoewel sommige scholen dit al deden, wordt het nu de algemene aanpak, conform het nieuwe BOA-decreet.

    Nieuwe Aanpak En Kritiek

    De scholen krijgen de vrijheid om het toegekende budget zelf te besteden. Dat kan gaan van de aankoop van spelmateriaal tot het vergoeden van begeleiders of het ondersteunen van kwetsbare gezinnen. De aangeworven BOA-ondersteuners in Gent moeten de scholen helpen bij het leggen van contacten met verenigingen en het praktisch haalbaar maken van de samenwerking. De stad voorziet zelfs fietstaxi’s om verplaatsingen te vergemakkelijken, wat de druk op de reguliere opvang moet verlagen.

    Dit schooljaar geldt als een overgangsperiode, aangezien de BOA-hervorming volledig nieuw is. Het is de bedoeling dat de netwerken en activiteiten geleidelijk groeien. Vorig jaar waren er al proefprojecten op meer dan tien scholen, waarbij onder meer middelbare scholieren als animator meewerkten. Gent werkt ook aan een digitale tool waar gezinnen alle activiteiten, zowel tijdens het schooljaar als de vakanties, kunnen raadplegen. Daarnaast breidt de stad de ‘Brede School’-werking uit van 48 naar 73 scholen, met eigen middelen, wat gelijkaardig is aan de doelstellingen van BOA.

    Stijgende Kosten En Onzekerheid

    De hervorming kan echter niet overal op bijval rekenen. De prijzen voor buitenschoolse opvang in Gent zijn aangepast, wat voor sommige ouders betekent dat ze fors meer moeten betalen. Een groep tegenstanders in Gent verzamelt handtekeningen om dit thema op de gemeenteraad te brengen. Wij zien hier een duidelijk signaal dat de financiële impact voor gezinnen een belangrijk aandachtspunt blijft.

    Ook de vakbonden uiten hun zorgen over de statuten van de medewerkers en de kwaliteit van de opvang. Door de hervorming heerst er onzekerheid over de taken van het personeel en dreigt een deel van de ondersteuning weg te vallen. Het is afwachten wat het effect op het terrein zal zijn, maar de onrust over de gevolgen voor zowel ouders als personeel is zeker en vast voelbaar.

  • Blockchain Programma Opent Deuren Voor Filippijnse Ontwikkelaars Ondanks Onderwijsuitdagingen

    Blockchain Programma Opent Deuren Voor Filippijnse Ontwikkelaars Ondanks Onderwijsuitdagingen

    De recente lancering van een blockchain-ontwikkelingsprogramma in de Filippijnen biedt veelbelovende kansen voor jonge ontwikkelaars in een afgelegen provincie. Dit initiatief geeft hen de kans om blockchaincode te leren en echte projecten op de blockchain te realiseren. Studenten uit Puerto Princesa, de hoofdstad van Palawan – een uitgestrekte, dunbevolkte eilandprovincie in het westen van de Filippijnen – hebben wekenlang gewerkt met Move, een open-source smart contracttaal die oorspronkelijk is ontwikkeld voor Meta’s Diem-project en nu is aangepast door voormalige ontwikkelaars die verder zijn gegaan met Sui en Aptos.

    Dit programma, bekend als het Sui Builder Program, biedt een resultaatgerichte en vaardigheidsgerichte leerweg. Het staat in schril contrast met de toenemende ongelijkheid in de Filippijnse samenleving, waar vele jongeren hun toevlucht zoeken in economische oplossingen die hen uit de armoede kunnen halen. Deelnemers ervaren dat deze mogelijkheid hun denkwijze verandert. “We moeten groter dromen,” aldus Nicholo dela Rosa, een derdejaars student computerwetenschappen, tijdens de YGG Play Summit in Manila. Hij en zijn team, The Scouts, wisten een hackathon te winnen met hun innovatieve on-chain applicatie Campfire, die het mogelijk maakt om certificaten en gemeenschapsactiva te digitaliseren en gebruikers beloningen te geven voor hun deelname aan evenementen.

    Eenvoudige Toegang met Potentieel

    Move biedt een sterke uitgangspositie voor nieuwe ontwikkelaars, vooral in gebieden ver van de grote technologische centra. James Wing, verantwoordelijk voor gaming-partnerschappen bij Mysten Labs, benadrukt dat deze programmeertaal “objectgeoriënteerde modellen” mogelijk maakt, wat een meer natuurlijke architectuur biedt om te leren en te bouwen voor real-world toepassingen. Dit maakt het programma niet alleen toegankelijk, maar ook aantrekkelijk voor aankomende ontwikkelaars die de juiste vaardigheden willen aanleren.

    De Filippijnse overheid draagt bij aan het succes van deze initiatieven, onder meer via haar agentschap voor informatie- en communicatietechnologie, dat trainingscentra heeft opgezet en zorgt voor toegang tot internet en computerlabs. Yield Guild Games speelt een cruciale rol bij het ontwerpen van het curriculum en het bieden van mentorschap, wat de studenten verbindt met actuele carrièremogelijkheden via Metaversity, haar onderwijsarm.

    Met 127 studenten die aan het programma deelnemen, ondervond het initiatief echter grote tegenslag toen twee aaneengeschakelde tyfoons de afsluitende weken van de opleiding verstoorden, waardoor slechts 50 studenten het programma met succes konden afronden. Desondanks is de leergierigheid onder de studenten onmiskenbaar. Bianca Cruz van Metaversity merkte op dat, hoewel de omgeving in Palawan rustig en ontspannen is, de studenten vol enthousiasme zijn om te leren en zich te ontwikkelen in deze innovatieve sector.

    Verdere Uitdagingen in de Onderwijssector

    Echter, terwijl dit programma bijdraagt aan de creatie van werkklare ontwikkelaars en aansluit bij de overheidsdoelstelling om tegen 2028 acht miljoen digitale banen te creëren, weerspiegelt het ook de tekortkomingen van het huidige onderwijssysteem, dat meer gefocust lijkt te zijn op directe inzetbaarheid dan op het ontwikkelen van kerncompetenties. Uit een analyse uit 2018 bleek dat Filipijnse studenten vrijwel onderaan de wereldranglijst staan op het gebied van lezen, wiskunde en wetenschap, waarbij een aanzienlijk aantal leerlingen niet voldoet aan minimale vereisten.

    Hoewel er verbeteringen zichtbaar zijn, blijven de scores laag in vergelijking met andere landen. Een rapport van de OESO uit 2022 bevestigt deze bevindingen en benadrukt aanhoudende hiaten in basisbegrip, numerieke vaardigheden en kritisch denken. Bovendien scoort de Filipijnse onderwijsexpansie historisch gezien laag, met een achtergrond van 3,6% van het BNP voor 2024, wat hieronder ligt bij de 4% die UNESCO aanbeveelt.

    Toch ziet Paolo Lising, student globale ontwikkeling aan Harvard, het enthousiasme bij de studenten als een positief signaal. “Het programma biedt Filipijnse studenten blootstelling aan geavanceerde digitale vaardigheden en toont een inzet voor een toekomstbestendige beroepsbevolking die verder gaat dan traditionele BPO-functies.” Hij wijst er echter op dat “toegang alleen niet voldoende is,” en benadrukt het belang van een sterke basis in onderwijs als een vereiste voor blijvend succes.

    Vraag & Antwoord

    Waarom is het Sui Builder Programma belangrijk voor de Filippijnen?
    Het programma biedt jonge ontwikkelaars in een afgelegen regio toegang tot innovatieve technologieën en vaardigheden die essentieel zijn voor hun toekomstige carrière in de digitale economie.

    Wat kunnen investeerders verwachten van deze initiatieven?
    Investeerders kunnen profiteren van een groeiende pool van goed opgeleide ontwikkelaars die klaar zijn om in de blockchain- en digitale sectoren aan de slag te gaan, wat kansen biedt voor groei in deze markten.

    Waar liggen de tekortkomingen van het huidige onderwijssysteem in de Filippijnen?
    Het systeem focust te veel op directe werkgelegenheid boven diepere educatieve competenties, wat leidt tot een gebrek aan essentiële vaardigheden in de bevolking.

  • Ripple Versterkt Onderwijs: $5 Miljoen Voor AI En Gedecentraliseerde Systemen Aan APAC-Universiteiten

    Ripple Versterkt Onderwijs: $5 Miljoen Voor AI En Gedecentraliseerde Systemen Aan APAC-Universiteiten

    Ripple vergroot zijn inspanningen op het gebied van wereldwijde blockchaineducatie met een nieuwe toewijding van meer dan $5 miljoen in financiering voor universiteiten in de regio Azië-Pacific (APAC), zoals aangekondigd in een verklaring op 10 juni.

    Het crypto-betalingsbedrijf gaf aan dat deze investering zal worden doorverwezen via de University Blockchain Research Initiative (UBRI) van Ripple, gericht op instellingen in Zuid-Korea, Japan, Singapore, Taiwan en Australië.

    Deze financiering maakt deel uit van Ripple’s voortdurende strategie om talent en innovatie te stimuleren in regio’s met een sterke vraag naar digitale financiële diensten.

    Het is opmerkelijk dat Azië-Pacific zich heeft ontwikkeld tot een belangrijk centrum voor fintech, met een hoge concentratie aan neobanken en een toenemend aantal markten met vooruitstrevende regelgeving.

    Volgens Ripple zijn deze factoren, in combinatie met actieve ontwikkelaarsgemeenschappen, bepalend voor de sterke positie van de regio op het gebied van blockchainonderzoek en -adoptie.

    Universiteiten gefinancierd door Ripple

    Ripple heeft zijn samenwerking met Korea University in Zuid-Korea verlengd via een zesjarige overeenkomst ter waarde van $1,1 miljoen.

    In Japan zal de nieuwe financiering zowel Kyoto University als de University of Tokyo ondersteunen. Laatstgenoemde heeft nu meer dan $1,5 miljoen ontvangen van UBRI.

    In Singapore versterkt Ripple zijn steun met meer dan $3 miljoen aan twee vooraanstaande instellingen, waaronder de Nanyang Technological University en de National University of Singapore, om de academische onderzoekslijnen en blockchain-cursussen in de regio uit te breiden.

    Professor Yang Liu van de Nanyang Technological University gaf aan:

    “Met onze huidige subsidie ontwikkelen we een autonoom AI-agentennetwerk op de XRP Ledger om een transparant, modulair, toegankelijk en samenwerkend AI-platform te creëren dat blockchaintechnologie benut. Wij geloven dat deze innovatie cruciaal zal zijn voor de toekomst van AI.”

    Taiwan voegt zich bij het UBRI-netwerk van Ripple via een nieuwe samenwerking met de National Kaohsiung University of Science and Technology. Deze samenwerking zal zich richten op de tokenisatie van reële activa, waarbij aankomend onderzoek technische kaders en regelgevende implicaties zal verkennen.

    Daarnaast zullen andere studies onderzoeken hoe de XRP Ledger interageert met Ethereum en Solana, evenals de versnelling van institutionele acceptatie door verbeterde on/off-ramp-infrastructuren.

    In Australië versterkt Ripple de banden met de Australian National University en lanceert het een nieuwe samenwerking met Victoria University.

    De gecombineerde financiering van $1,3 miljoen zal juridisch en beleidsonderzoek naar blockchain, digitale betalingen en gedecentraliseerde systemen ondersteunen. Tevens zal het facultaire studies over platforms zoals Evernode financieren.

    Vraag & Antwoord

    Hoe beïnvloedt Ripple’s investering in onderwijs de adoptie van blockchaintechnologie?
    Ripple’s investeringen in onderwijs bevorderen de ontwikkeling van kennis en vaardigheden op het gebied van blockchain, wat cruciaal is voor de bredere acceptatie van deze technologie in de financiële sector.

    Wat zijn de implicaties van de samenwerking met Taiwanese universiteiten?
    De samenwerking met Taiwanese instellingen richt zich op tokenisatie van activa, wat een belangrijke stap is in het verkennen van nieuwe financiële modellen en het verbeteren van de efficiëntie binnen de sector.

    Op welke manier kan de XRP Ledger concurrentie aangaan met andere blockchain-netwerken?
    Door het optimaliseren van zijn infrastructuur en interoperabiliteit met netwerken zoals Ethereum en Solana, kan de XRP Ledger profiteren van snellere transacties en lagere kosten, wat zijn aantrekkingskracht vergroot voor institutionele adopters.

  • Ripple Investeert 25 Miljoen Dollar In De Toekomst Van Amerikaans Onderwijs

    Ripple Investeert 25 Miljoen Dollar In De Toekomst Van Amerikaans Onderwijs

    Ripple, een grote speler in de cryptowereld, heeft aangekondigd $25 miljoen te doneren aan twee prominente Amerikaanse onderwijsinitiatieven: DonorsChoose en Teach For America. Middenin de lopende Teacher Appreciation Week zet het bedrijf hiermee stevig in op ondersteuning van onderwijs in de VS.

    Waarom deze onderwijsdonatie?

    De miljoeneninvestering van Ripple wordt gedeeltelijk voldaan in hun eigen stablecoin, RLUSD, waarvan $10 miljoen in conventioneel geld – beter bekend als fiat. De exacte verdeling tussen deze twee betaalwijzen blijft nog enigszins een mysterie. Ripple’s senior vice president, Eric van Miltenburg, benadrukt hoe deze actie de potentie van stablecoins illustreert om tastbare veranderingen teweeg te brengen, beginnend in het klaslokaal. Daarbij verlegt Ripple deze keer de focus van blockchain-educatie naar algemene verbeteringen binnen het Amerikaanse openbare schoolsysteem, hoewel toekomstige projecten rond financiële geletterdheid op de planning staan.

    Verrassend genoeg werd de donatie ook besproken op het populaire TV-programma ‘Good Morning America’ en genoemd door voormalig NFL-icoon Eli Manning, waardoor de actie ook buiten de crypto-gemeenschap aandacht kreeg. Dit komt Ripple gelegen, aangezien onlangs de rechtszaak met de Amerikaanse SEC lijkt te verdwijnen en er optimisme heerst rondom de goedkeuring van een XRP ETF. Eerder richtte Ripple al $50.000 aan RLUSD voor de bestrijding van bosbranden in Californië. De huidige $25 miljoen markeert echter een significante stap omhoog en duidt op een uitbreidende PR-strategie van Ripple, zeker in licht van nieuwe regelgeving rond stablecoins.

    Deze gulheid is misschien wel een strategische zet, maar laten we het niet ronduit cynisch noemen – iedere bijdrage aan onderwijs is een investering in de toekomst.

    Vraag & Antwoord

    Wie ontvangen deze donatie van Ripple?
    De organisaties DonorsChoose en Teach For America zijn de gelukkige ontvangers van Ripple’s donatie.

    Wat is de splitsing van de donatie tussen RLUSD en fiatgeld?
    Er is $10 miljoen in fiatgeld aangekondigd, maar de precieze verdeling samen met RLUSD blijft nog iets onduidelijk.

    Waarom is deze donatie belangrijk buiten de crypto-wereld?
    De betrokkenheid van televisieprogramma ‘Good Morning America’ en Eli Manning zorgt voor erkenning van Ripple’s inzet buiten de crypto-gemeenschap.