Tag: overheid

  • Belgische Ziekenfondsen Schrappen Meer Uitkeringen Langdurig Zieken Na Controles

    Belgische Ziekenfondsen Schrappen Meer Uitkeringen Langdurig Zieken Na Controles

    De kentering is ingezet: ziekenfondsen controleren vaker en intensiever, waardoor een groeiend aantal langdurig zieken hun uitkering verliest. Dit komt door extra investeringen in personeel.

    In België verliezen steeds meer langdurig zieken hun uitkering na een controle door de adviserende arts van hun ziekenfonds. De cijfers, die eerder door De Morgen werden gepubliceerd en bevestigd zijn door de drie grootste ziekenfondsen, tonen een duidelijke verschuiving. Bij Solidaris verloren vorig jaar 13.179 mensen hun uitkering, een toename van 42 procent ten opzichte van 2023. Het christelijke ziekenfonds zag in 2025 een nog grotere stijging van 75,6 procent, met 7.437 geschrapte uitkeringen vergeleken met 2023.

    Ook bij de Onafhankelijke ziekenfondsen is er een significante toename. Zij rapporteerden een stijging van 58 procent in het aantal geschrapte uitkeringen wanneer het eerste semester van dit jaar wordt vergeleken met dezelfde periode in 2024. Deze cijfers wijzen op een trend waarbij de ziekenfondsen actiever optreden in het beoordelen van de arbeidsongeschiktheid.

    Meer Personeel, Meer Controles

    Paul Callewaert van Solidaris bevestigt dat er een kentering is ingezet. Volgens hem heeft dit vooral te maken met het feit dat adviserende artsen en ondersteunend medisch personeel de mensen veel meer zien en meer informatie hebben om hen te begeleiden naar een terugkeer naar de arbeidsmarkt. De mogelijkheid om meer te controleren en te begeleiden komt voort uit extra investeringen van de overheid in personeel. Waar Solidaris in Vlaanderen voorheen 40 inzetbare personeelsleden had, zijn dat er nu 120. Dit maakt het mogelijk om mensen intensiever op te volgen, wat voorheen niet kon.

    Callewaert is gematigd positief over de ontwikkelingen. Hij stelt dat hoewel ze tevreden zijn, er nog geen sprake is van euforie en dat de trend zich over de hele lijn moet bevestigen. De focus ligt op het begeleiden van mensen terug naar werk, eerder dan op besparingen. Wij zien hierin een verschuiving van een passieve uitkeringsverstrekking naar een actievere re-integratieaanpak, wat op papier een positieve ontwikkeling is voor zowel de begroting als de maatschappij.

    Politieke Gevoeligheid

    De kwestie van langdurig zieken en hun uitkeringen is politiek gevoelig. Eerder kreeg N-VA-voorzitter Valerie Van Peel kritiek toen ze voorstelde om extra te besparen op langdurig zieken om de begroting op orde te krijgen. CM-voorzitter Luc Van Gorp reageerde toen fel en noemde het voorstel “pertinent onwaar, immoreel”.

    De huidige cijfers tonen echter aan dat er wel degelijk een effect is op het aantal uitkeringen, zij het door een verandering in aanpak en investering in begeleiding, in plaats van een directe besparingsmaatregel. Wij zouden hierbij willen opmerken dat de toegenomen controles en het verlies van uitkeringen voor de betrokkenen ingrijpende gevolgen kunnen hebben, zelfs als de intentie is om hen te re-integreren. De vraag blijft hoe effectief deze begeleiding is en of iedereen die zijn uitkering verliest ook daadwerkelijk de stap terug naar werk kan zetten. Dit is een ontwikkeling die Block #9 nauwlettend zal blijven volgen.

  • Voormalig Provinciehuis Gent Zakt Naar 11 Miljoen Euro Instelprijs

    Voormalig Provinciehuis Gent Zakt Naar 11 Miljoen Euro Instelprijs

    Het iconische gebouw in de Gouvernementstraat, dat in 2023 nog 17,5 miljoen euro moest opbrengen, is nu een stuk betaalbaarder. De provincie hoopt zo eindelijk een koper te vinden voor het beschermde pand.

    Het voormalige provinciehuis van Oost-Vlaanderen in Gent staat opnieuw in de etalage, en dat aan een aanzienlijk lagere prijs. Geïnteresseerden kunnen nu een bod uitbrengen vanaf 11 miljoen euro. Dat is een flinke korting vergeleken met de vorige verkooppoging in 2023, toen de instelprijs nog 17,5 miljoen euro bedroeg. Die poging draaide toen op een sisser uit, want er kwam geen enkel bod binnen.

    De provincie, die twee derde van het gebouw bezit (de Regie der Gebouwen de rest), heeft de prijs duidelijk bijgesteld om de interesse aan te wakkeren. Gedeputeerde Dagmar Beernaert (Vooruit) gaf eerder al aan dat de initiële prijs te hoog was om kopers aan te trekken. De recentste verlaging van 13,5 miljoen euro naar 11 miljoen euro toont aan dat de provincie vastberaden is om het pand van de hand te doen, nu het provinciebestuur verhuisd is naar de gerenoveerde Leopoldskazerne.

    Beschermd en toch Flexibel

    Het gebouw, dat dateert uit 1955 en een voorbeeld is van modern classicisme, is beschermd. Dat betekent dat er niet zomaar veranderingen aangebracht kunnen worden, wat de zoektocht naar een koper bemoeilijkte. Er was lange tijd onduidelijkheid over de mogelijkheid om er een hotel in te vestigen. De stad Gent heeft intussen echter bevestigd dat een hotelfunctie wel degelijk mogelijk is, zij het in combinatie met bijvoorbeeld kantoren en woningen. Die duidelijkheid kan de verkoop nu bespoedigen.

    Met 3.000 vierkante meter bebouwde oppervlakte, inclusief een raadzaal, vergaderzalen, een binnentuin, garage en conciërgewoning, biedt het pand heel wat potentieel. Het heeft wel een opknapbeurt nodig, wat de EPC-waarde X al aangeeft. Wij zien vooral dat de lagere prijs en de duidelijkheid over de mogelijke bestemmingen de drempel voor potentiële kopers verlagen. De provincie heeft nog tot september 2027 de tijd om biedingen te ontvangen, wat een ruim tijdskader biedt voor een weloverwogen beslissing.

    Wat Dit Betekent Voor De Stad

    De verkoop van zo’n prominent gebouw in het hart van Gent heeft niet alleen financiële, maar ook stedelijke implicaties. Een succesvolle herbestemming kan de buurt nieuw leven inblazen en bijdragen aan de dynamiek van de stad. De tijdelijke invulling die het gebouw momenteel heeft, toont aan dat er vraag is naar ruimte, maar een definitieve bestemming is cruciaal voor de toekomst van dit stukje Gents erfgoed. Wij twijfelen of de prijs nog verder zal zakken, gezien de recente aanpassingen en de duidelijkheid over de bestemmingen, maar de markt zal uiteindelijk beslissen.

  • Belgische Staat Pakt Vanaf 1 September 2026 Slapende Tegoeden Onder 250 Euro Definitief Af

    Belgische Staat Pakt Vanaf 1 September 2026 Slapende Tegoeden Onder 250 Euro Definitief Af

    Wie nog geld heeft staan op een bankrekening die al vijf jaar ongebruikt is, moet snel zijn. Kleine bedragen gaan naar de staatskas, een gevolg van strengere regels rond slapende tegoeden.

    Vanaf 1 september 2026 verdwijnen alle bedragen onder de 250 euro op ‘slapende’ bankrekeningen in België definitief in de staatskas. Dit is het directe gevolg van nieuwe, strengere regels die de regering-De Wever heeft ingevoerd. Wie vandaag geen actie onderneemt, verliest het geld aan de overheid.

    Een bankrekening wordt als slapend beschouwd wanneer er vijf jaar lang geen contact is geweest met de bank en er in die periode geen transacties zijn uitgevoerd. Veel mensen zijn zich hier niet van bewust, maar een simpele login op de bankapp of een kleine overschrijving volstaat om de rekening weer actief te maken.

    Verjaringstermijn Verkort

    De aanpassing van de regels is significant. Voorheen bleef geld op slapende rekeningen dertig jaar lang beschikbaar voor de rechtmatige eigenaar. Deze termijn is nu drastisch teruggebracht naar vijf jaar. Na deze periode wordt het geld doorgestort naar de staatskas. Voor de kleinere bedragen onder de 250 euro is de verandering nog radicaler: de verjaringstermijn vervalt volledig, wat betekent dat deze tegoeden per direct worden overgeheveld.

    Deze maatregel zal de Belgische staatskas een aanzienlijk bedrag opleveren. In 2025 hoopte de regering al een half miljard euro op te halen via slapende rekeningen. Met de versnelde inname van kleine bedragen, die vaak over het hoofd worden gezien, zal dit bedrag verder aandikken. Het is een duidelijk signaal dat de overheid de touwtjes strakker aantrekt wat betreft ongebruikte financiële middelen.

    Hoe Je Geld Terugkrijgt

    Wil je controleren of je nog slapende tegoeden hebt? De eenvoudigste manier is via MyMinfin, het online portaal van de FOD Financiën. Je logt in op je persoonlijke account, navigeert naar ‘Mijn betalingen’ en kiest vervolgens ‘Mijn slapende tegoeden raadplegen’. Als er effectief een slapende rekening opduikt, kan je via datzelfde platform meteen een teruggave aanvragen.

    Wij zien dit als een belangrijke wake-upcall voor iedereen die meerdere bankrekeningen heeft of in het verleden van bank is gewisseld. Een snelle controle kan voorkomen dat je ongemerkt geld kwijtraakt aan de overheid. Het toont ook aan dat financiële administratie, hoe klein de bedragen soms ook lijken, altijd de moeite waard is.

  • België En Nederland Twisten Over Fregattenproject Van 1,5 Miljard Euro

    België En Nederland Twisten Over Fregattenproject Van 1,5 Miljard Euro

    De gezamenlijke aankoop van nieuwe fregatten door België en Nederland, een project van 1,5 miljard euro, is uitgedraaid op een conflict. Nederland wordt verweten het ontwerp onnodig complex te hebben gemaakt, wat leidt tot vertragingen en oplopende kosten.

    De gezamenlijke aankoop van nieuwe fregatten voor de Belgische en Nederlandse marine, een project dat oorspronkelijk 1,5 miljard euro kost, is uitgedraaid op een flinke ruzie. Nederland krijgt het verwijt het ontwerp van de schepen onnodig ingewikkeld te hebben gemaakt, wat leidt tot vertragingen en oplopende kosten. De samenwerking, die ooit als een toonbeeld van Europese defensiesamenwerking gold, staat onder druk.

    Het gaat om vier fregatten: twee voor België en twee voor Nederland. De schepen moeten de verouderde M-fregatten vervangen, waarvan de eerste al in 2027 uit dienst wordt genomen. De Belgische marine heeft de aankoop van de twee schepen al goedgekeurd, maar de onenigheid over het ontwerp en de uitvoering zorgt voor hoofdbrekens aan beide kanten van de grens. De complexiteit van het project wordt verder vergroot door de betrokkenheid van maar liefst veertig verschillende contracten, wat de coördinatie bemoeilijkt.

    Duitsland En De Kosten

    Een van de pijnpunten is de beslissing van Nederland om de fregatten te voorzien van een nieuw type radar van de Duitse leverancier Hensoldt. Deze radar, die nog in ontwikkeling is, zou de schepen geavanceerder maken. België had echter ingezet op een beproefd radarsysteem van Thales, een Nederlands-Franse fabrikant. De keuze voor de Duitse radar betekent dat het hele ontwerp van de schepen moest worden aangepast, wat extra tijd en geld kost. Wij zien hier vooral een risico: het integreren van nieuwe, nog niet volledig geteste technologie in een complex defensieproject kan leiden tot onvoorziene problemen en verdere vertragingen.

    De totale kosten van het project zijn al opgelopen van de oorspronkelijke 1,5 miljard euro naar 2 miljard euro, een stijging van een derde. Dat is een aanzienlijk bedrag voor beide landen, zeker gezien de budgettaire druk op defensie-uitgaven. De vertragingen zijn ook niet min: de levering van het eerste schip, oorspronkelijk gepland voor 2027, wordt nu pas in 2029 verwacht. Dit betekent dat de Belgische marine langer moet wachten op de broodnodige vervanging van haar vloot, wat de operationele capaciteit kan beïnvloeden.

    Wat Nu?

    De Belgische regering heeft haar ongenoegen al meermaals geuit. Minister van Defensie Ludivine Dedonder heeft de Nederlandse minister van Defensie Kajsa Ollongren aangesproken op de vertragingen en de extra kosten. Het is duidelijk dat de relatie tussen de defensieministeries onder druk staat. De vraag is nu hoe beide landen verdergaan met dit project. Wij denken dat er snel duidelijkheid moet komen over de aanpak en de verantwoordelijkheden, anders dreigt het project nog verder te ontsporen.

    De situatie toont de complexiteit van internationale defensiesamenwerking, vooral wanneer nationale belangen en technologische keuzes botsen. Het is een delicate evenwichtsoefening om de beste technologie te kiezen tegen een aanvaardbare prijs en binnen een realistische termijn. De komende maanden zullen cruciaal zijn om te zien of België en Nederland de plooien kunnen gladstrijken en dit belangrijke project alsnog tot een goed einde kunnen brengen.

  • Nederland Betaalt 17 Miljard Euro Extra Rente Door Wereldwijde Onrust

    Nederland Betaalt 17 Miljard Euro Extra Rente Door Wereldwijde Onrust

    De Nederlandse staatsschuld wordt de komende jaren aanzienlijk duurder, met een extra rentelast van 17 miljard euro tot 2035. Dit komt door de gestegen rentes op de internationale kapitaalmarkten en geopolitieke turbulentie.

    De Nederlandse overheid ziet haar rentelasten de komende jaren fors oplopen. Volgens een berekening van RaboResearch, uitgevoerd na vragen van de NOS, zal Nederland tussen 2026 en 2035 maar liefst 17 miljard euro extra aan rente moeten ophoesten. Deze meerkost is een direct gevolg van de wereldwijde onrust en de daaruit voortvloeiende hogere rentes op de internationale kapitaalmarkten.

    Hoewel Nederland nog steeds als een veilige investering wordt beschouwd door grote geldschieters, ontsnapt het land niet aan de algemene rentestijging. Wat dit betekent voor de begroting is duidelijk: miljarden euro’s die anders naar zorg, onderwijs of infrastructuur konden gaan, vloeien nu weg naar rentelasten. Het ministerie van Financiën verwacht zelf al dat de rentelasten in 2031 zullen stijgen naar ongeveer 16 miljard euro per jaar. De Rabobank-economen schatten dat de jaarlijkse rentelasten in 2035 zelfs bijna 30 miljard euro zullen bedragen, wat neerkomt op ongeveer 1,8 procent van het bruto binnenlands product.

    Oorzaak van de Stijging

    De stijgende rentes zijn te wijten aan verschillende factoren. Enerzijds is er de geopolitieke turbulentie, die de angst aanwakkert over de terugbetalingscapaciteit van landen. Anderzijds speelt de vrees voor aanhoudende hoge inflatie een belangrijke rol; dit stuwt de rentepercentages eveneens omhoog. Volgens Rabobank-economen is de rente voor Nederland de afgelopen maanden met 20 tot 60 basispunten gestegen, afhankelijk van de looptijd van het schuldpapier.

    Een concreet voorbeeld: op een tienjarige Nederlandse staatsobligatie vragen de financiële markten momenteel zo’n 3,3 procent rente. Vijf jaar geleden was dit nog maar 0,2 procent. Ook andere Europese landen zien hun rentes oplopen; Duitsland betaalt meer dan 3 procent en Frankrijk zelfs meer dan 4 procent op vergelijkbare leningen. Het Verenigd Koninkrijk spant de kroon met meer dan 5 procent.

    Sneeuwbaleffect Dreigt

    Een kleine rentestijging heeft voor een land als Nederland, dat vele miljarden leent, grote gevolgen. Rabobank-econoom Hugo Erken wijst erop dat de rentelasten sowieso al zouden zijn opgelopen, omdat de komende jaren veel staatsobligaties aflopen die tegen zeer lage rentes zijn uitgegeven. Het Agentschap van het ministerie van Financiën laat zien dat de komende zes jaar voor bijna 150 miljard euro aan staatsobligaties met een rente van minder dan 1 procent zullen vervallen. Deze moeten dan tegen de huidige, veel hogere rentes opnieuw gefinancierd worden.

    Hoewel Nederland met een schuldquote van 44 procent (vorig jaar) relatief goed presteert in vergelijking met andere landen – de Europese grens ligt op 60 procent – waarschuwen het Centraal Planbureau en de Europese Commissie dat Nederland op lange termijn niet meer aan de Europese normen zal voldoen. De schuldquote zal naar verwachting in 2034 weer boven de 50 procent uitkomen. Rabobank-econoom Frank van Es spreekt van een ‘haasje-over-effect’: lenen om rente te betalen. Dat is een scenario dat wij liever niet zien, want het beperkt de beleidsruimte aanzienlijk. De kans op zo’n sneeuwbaleffect is door de hogere kapitaalmarktrentes toegenomen, en dat is iets om nauwlettend in de gaten te houden.

  • Deloitte Schikt Voor 21,5 Miljoen Dollar Om Diversiteitsbeleid

    Deloitte Schikt Voor 21,5 Miljoen Dollar Om Diversiteitsbeleid

    De Amerikaanse overheid onderzocht het diversiteitsbeleid van de consultancyreus. Deloitte betaalt nu een aanzienlijk bedrag om de zaak te regelen, een stap die eerder dit jaar ook al door IBM werd gezet.

    De Amerikaanse tak van Deloitte, de grootste audit- en consultancygroep ter wereld, heeft een schikking getroffen met de Amerikaanse overheid. Het bedrijf betaalt 21,5 miljoen dollar, wat neerkomt op ongeveer 20 miljoen euro, om een gerechtelijk onderzoek naar haar diversiteitsbeleid af te sluiten. Dit nieuws volgt op een eerdere, gelijkaardige situatie waarbij technologiegigant IBM eveneens miljoenen neertelde om een dergelijk onderzoek te vermijden.

    De schikking benadrukt de groeiende aandacht van de Amerikaanse overheid voor de manier waarop grote bedrijven omgaan met diversiteit en inclusie op de werkvloer. Voor Deloitte betekent dit een aanzienlijke financiële aderlating, maar het voorkomt verdere juridische procedures en de mogelijke reputatieschade die daarmee gepaard gaat. Wij zien dit als een duidelijk signaal dat de druk op bedrijven om hun diversiteitsbeleid op orde te hebben, toeneemt.

    Groeiende Focus Op Diversiteit

    De focus op diversiteit en gelijke kansen is de laatste jaren sterk toegenomen, zowel in de maatschappij als bij toezichthouders. Overheden en organisaties verwachten dat bedrijven niet alleen mooie woorden hebben over diversiteit, maar ook concrete stappen zetten om een inclusieve werkomgeving te creëren. Wanneer dit niet het geval blijkt te zijn, kunnen er zware sancties volgen, zoals de schikking van Deloitte nu aantoont.

    Het is niet de eerste keer dat een groot bedrijf in de Verenigde Staten onder de loep wordt genomen voor zijn personeelsbeleid. De zaak van IBM eerder dit jaar, waarbij ook miljoenen werden betaald, toont aan dat dit een trend is die zich doorzet. Wij houden het erop dat dit soort onderzoeken en schikkingen in de toekomst vaker zullen voorkomen, zeker bij bedrijven die een voorbeeldfunctie vervullen in de economie.

    Wat Betekent Dit Voor Bedrijven?

    De schikking van Deloitte kan gezien worden als een waarschuwing voor andere grote ondernemingen. Het toont aan dat de Amerikaanse overheid bereid is om stevig in te grijpen wanneer er twijfels bestaan over de naleving van diversiteitsrichtlijnen. Bedrijven doen er goed aan hun eigen beleid kritisch te evalueren en waar nodig aan te passen.

    Druk: De druk op bedrijven om een aantoonbaar en effectief diversiteitsbeleid te voeren, neemt verder toe. Dit gaat verder dan enkel het vermijden van boetes; het raakt ook aan de reputatie en het vermogen om talent aan te trekken en te behouden.

    Kosten: Het niet voldoen aan de verwachtingen kan leiden tot aanzienlijke financiële kosten, zoals de 21,5 miljoen dollar die Deloitte nu betaalt. Dat is een bedrag dat je liever investeert in innovatie of groei, dan in het afkopen van een onderzoek.

    Wij twijfelen of dit soort schikkingen op zichzelf voldoende zijn om grote veranderingen teweeg te brengen, maar ze dragen zeker bij aan een groter bewustzijn en de noodzaak tot actie. Het is een signaal dat de lat hoger ligt voor bedrijven die beweren diversiteit hoog in het vaandel te dragen.

  • België Overweegt Een Internet Op Chinese Leest, Met Centrale Controle Over Identiteiten

    België Overweegt Een Internet Op Chinese Leest, Met Centrale Controle Over Identiteiten

    De Belgische overheid onderzoekt de mogelijkheid om een systeem in te voeren waarbij online identiteiten en transacties centraal worden beheerd. Dat zou een fundamentele verschuiving betekenen in hoe we het internet gebruiken, en roept vragen op over digitale vrijheid en privacy.

    De Belgische overheid buigt zich over de invoering van een digitaal identiteits- en transactiesysteem dat sterk doet denken aan de Chinese aanpak. Het idee is om een centrale controle te creëren over wie je bent op het internet en wat je daar doet. Dit zou een fundamentele verandering teweegbrengen in de manier waarop burgers en bedrijven online opereren, en wij zien hierin een potentieel gevaar voor de digitale vrijheid.

    Concreet gaat het om een voorstel van de Belgische Federale Overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken, dat in een interne nota werd besproken. Het plan omvat de ontwikkeling van een ‘digitale portefeuille’ die niet alleen je identiteit, maar ook je transacties en zelfs je ‘reputatie’ zou kunnen beheren. Dit roept meteen de vraag op wie die reputatie dan bepaalt en hoe transparant dat proces is.

    Centrale Controle En Digitale Identiteit

    De kern van het voorstel is de centralisatie van digitale identiteiten. In plaats van verschillende accounts en inloggegevens voor diverse diensten, zou één overheidssysteem bepalen wie je bent en wat je mag. Wij lezen dit als een poging om meer grip te krijgen op het digitale verkeer, maar het risico op misbruik van zo’n machtige tool is niet te onderschatten. De nota spreekt over een ‘virtuele identiteitskaart’ die gekoppeld zou zijn aan een ‘digitale kluis’ voor al je gegevens.

    Een dergelijk systeem zou de overheid een ongekende controle geven over het online leven van haar burgers. Niet alleen zou men kunnen zien welke diensten je gebruikt, maar ook met wie je communiceert en welke transacties je uitvoert. Dit staat haaks op de principes van een open en vrij internet, waar privacy en anonimiteit – tot op zekere hoogte – gewaarborgd zijn. Wij twijfelen of een dergelijke verregaande controle strookt met de Europese waarden van gegevensbescherming en burgerlijke vrijheden.

    Wat Betekent Dit Voor Jou?

    Als dit plan werkelijkheid wordt, zou je online leven drastisch veranderen. Je zou afhankelijk worden van één centraal systeem voor toegang tot digitale diensten, van bankieren tot sociale media. De overheid zou in theorie de mogelijkheid krijgen om je toegang tot bepaalde diensten te ontzeggen of je online gedrag te monitoren op een manier die nu ondenkbaar is. Op papier klinkt een vereenvoudigde digitale identiteit misschien efficiënt, maar de implicaties voor je privacy en autonomie zijn aanzienlijk.

    Het is belangrijk te benadrukken dat dit nog een voorstel is en dat er veel politieke en maatschappelijke discussie nodig zal zijn voordat zoiets concreet wordt. Maar de gedachte alleen al dat een Benelux-land overweegt om de digitale infrastructuur op zo’n manier te hertekenen, is opmerkelijk. Wij volgen dit dossier dan ook met argusogen, want de keuze voor een dergelijk systeem zou verstrekkende gevolgen hebben voor de toekomst van het internet in Europa.

  • Japan Start Met Blockchain Voor Afwikkeling Aandelenhandel, Details Verwacht In 2027

    Japan Start Met Blockchain Voor Afwikkeling Aandelenhandel, Details Verwacht In 2027

    De Japanse overheid en financiële instellingen slaan de handen in elkaar om de efficiëntie van de aandelenmarkt te verbeteren met blockchaintechnologie. De eerste concrete stappen worden begin 2027 verwacht.

    Japan zet een belangrijke stap richting de integratie van blockchaintechnologie in zijn traditionele financiële markten. Het land, bekend om zijn vooruitstrevende houding ten opzichte van digitale innovatie, start begin 2027 met de ontwikkeling van een blockchain-gebaseerd systeem voor de afwikkeling van aandelenhandel. Dit meldt de Japanse zakenkrant Nikkei, die door The Block wordt geciteerd.

    Het initiatief komt van de Japanse overheid, die samenwerkt met diverse financiële instellingen. Het doel is om de huidige, vaak trage en complexe processen voor de afwikkeling van aandelen te stroomlijnen. Door blockchain te gebruiken, hopen de betrokken partijen de efficiëntie te verhogen en de kosten te verlagen, wat uiteindelijk ten goede moet komen aan zowel beleggers als de bredere economie.

    Efficiëntie En Kostenbesparing

    De huidige systemen voor de afwikkeling van aandelen zijn vaak gebaseerd op technologieën die decennia oud zijn. Dit leidt tot vertragingen, hogere operationele kosten en een grotere kans op fouten. Een blockchain-gebaseerd systeem kan hier een oplossing bieden door transacties sneller en transparanter te verwerken. Wij zien vooral de potentie in de zogenaamde settlement time, de tijd die nodig is om een transactie definitief af te ronden. Die kan drastisch worden verkort, wat de liquiditeit in de markt ten goede komt.

    Snellere afwikkeling: Transacties kunnen vrijwel direct worden afgehandeld, in plaats van de gebruikelijke twee werkdagen (T+2). Dit vermindert het risico voor alle betrokken partijen.

    Lagere kosten: De automatisering via smart contracts en het elimineren van tussenpersonen kunnen de operationele kosten aanzienlijk verlagen.

    Verhoogde transparantie: Een gedeeld, onveranderlijk grootboek zorgt voor een helder overzicht van alle transacties, wat fraude kan tegengaan en het vertrouwen kan vergroten.

    Japan Als Pionier

    Japan heeft al langer een reputatie als een land dat openstaat voor nieuwe financiële technologieën. Zo was het een van de eerste landen die een wettelijk kader creëerde voor cryptocurrencies. Dit nieuwe project past in die lijn. De details van het blockchain-systeem worden zoals gezegd begin 2027 verwacht, wat ons doet vermoeden dat er achter de schermen al intensief wordt gewerkt aan de conceptuele fase. Het is een ambitieus project, en we zijn benieuwd hoe de implementatie zal verlopen en welke specifieke technologieën men zal kiezen.

    Het is zeker en vast een ontwikkeling die we nauwlettend zullen volgen, want als een grote economie als Japan succesvol de aandelenhandel op blockchain zet, kan dat een precedent scheppen voor andere landen. Het toont aan dat blockchain niet enkel voor crypto is, maar ook een serieuze rol kan spelen in de modernisering van de traditionele financiële infrastructuur.

  • Brussels Gewest Sluit Kredietlijn Van 250 Miljoen Euro Af Met Spaanse Bank BBVA

    Brussels Gewest Sluit Kredietlijn Van 250 Miljoen Euro Af Met Spaanse Bank BBVA

    Om de liquiditeit te garanderen en de financiële slagkracht te vergroten, heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een nieuwe kredietlijn afgesloten. De Spaanse bank BBVA stelt hiervoor 250 miljoen euro ter beschikking.

    Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een nieuwe financiële overeenkomst gesloten. Het gaat om een kredietlijn van 250 miljoen euro die de Spaanse bank BBVA zal verstrekken. Deze stap moet de liquiditeit van het Gewest verzekeren en de financiële flexibiliteit vergroten, vooral in tijden van economische onzekerheid.

    De kredietlijn, die op 20 juni 2024 werd goedgekeurd, is bedoeld als een voorzorgsmaatregel. Het Gewest kan de middelen opnemen wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld om onverwachte uitgaven te dekken of om de kasstroom te beheren. Wij zien dit als een verstandige zet om de financiële stabiliteit te waarborgen, zonder dat er direct beroep op de middelen hoeft te worden gedaan.

    Financiële Voorzichtigheid

    De beslissing om een dergelijke kredietlijn af te sluiten, past in een bredere strategie van financiële voorzichtigheid. Overheden, zowel op nationaal als regionaal niveau, staan voor de uitdaging om hun begrotingen in evenwicht te houden en tegelijkertijd te investeren in essentiële diensten en infrastructuur. Een kredietlijn biedt hierbij een buffer tegen onvoorziene omstandigheden, zoals schommelingen in belastinginkomsten of onverwachte projectkosten.

    Het aantrekken van een buitenlandse bank als BBVA voor deze faciliteit toont aan dat het Brussels Gewest openstaat voor internationale financiële partnerschappen. Dit kan ook duiden op een competitieve aanbestedingsprocedure, waarbij de beste voorwaarden werden gezocht. Wij denken dat dit de geloofwaardigheid van het Gewest op de kapitaalmarkten ten goede komt.

    Impact Op De Begroting

    Hoewel de kredietlijn van 250 miljoen euro een aanzienlijk bedrag is, betekent dit niet dat het Gewest dit geld direct zal uitgeven. Het is een reserve die kan worden aangesproken. De kosten van een dergelijke faciliteit bestaan doorgaans uit een beschikbaarstellingsprovisie, die betaald wordt ongeacht of het geld wordt opgenomen, en rente op het opgenomen bedrag.

    Voor de Brusselse burger betekent dit in eerste instantie weinig direct merkbaars. Indirect draagt het bij aan de financiële gezondheid van het Gewest, wat op termijn kan leiden tot meer stabiliteit en betere publieke diensten. Het is een teken dat de financiële huishouding van het Gewest serieus wordt genomen, en dat er proactief wordt gehandeld om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden. We volgen verder op hoe deze kredietlijn eventueel wordt benut en wat de impact daarvan zal zijn op de begroting van het Brussels Gewest.

  • Bitcoin Schiet Naar 80.000 Dollar, Hoogste Koers Sinds Midden Mei

    Bitcoin Schiet Naar 80.000 Dollar, Hoogste Koers Sinds Midden Mei

    De cryptomunt bitcoin heeft dinsdag een opmerkelijke stijging doorgemaakt, waarbij de waarde voor het eerst in maanden de grens van 80.000 dollar doorbrak. Dit gebeurde tegen de achtergrond van ingrijpen door de Amerikaanse overheid op de obligatiemarkt.

    De bitcoinprijs heeft dinsdag een stevige sprong gemaakt, waarbij de cryptomunt voor het eerst sinds midden mei weer boven de 80.000 dollar uitkwam. Dat komt neer op ongeveer 73.500 euro. Deze stijging, die al sinds vorige week woensdag ingezet werd, valt samen met een belangrijke ontwikkeling in de Verenigde Staten: de Amerikaanse overheid greep in op de obligatiemarkt.

    De ingreep van de overheid, die gericht was op het stabiliseren van de financiële markten, lijkt een indirect effect te hebben gehad op de cryptomarkt. Wanneer traditionele financiële markten tekenen van onzekerheid vertonen of wanneer centrale banken en overheden ingrijpen, zoeken beleggers soms alternatieven. Bitcoin wordt door sommigen gezien als zo’n alternatief, een ‘veilige haven’ of een hedge tegen inflatie en monetaire beleidsbeslissingen.

    Wat De Stijging Betekent

    Een koers van 80.000 dollar is niet alleen een psychologisch belangrijke grens, het markeert ook een herstel naar niveaus die we al even niet meer zagen. Sinds midden mei was de bitcoinprijs niet meer zo hoog geweest. Dit toont aan dat de munt, ondanks de volatiliteit, een veerkrachtige asset blijft die snel kan reageren op macro-economische signalen.

    Wij zien vooral dat de markt blijft zoeken naar richting. De beweging van bitcoin is vaak een barometer voor het bredere sentiment onder beleggers, zeker als het gaat om risicovolle activa. Een stijging als deze kan nieuwe interesse wekken bij zowel particuliere als institutionele beleggers, die de cryptomarkt nauwlettend in de gaten houden.

    Toekomstperspectief

    Hoewel de recente stijging indrukwekkend is, blijft de cryptomarkt onvoorspelbaar. Wij zouden hier niet te snel conclusies trekken over een blijvende trend. De invloed van overheidsingrijpen op obligatiemarkten is complex en kan op termijn verschillende effecten hebben. Het is belangrijk om te onthouden dat de bitcoinprijs gevoelig is voor een breed scala aan factoren, van regelgeving en technologische ontwikkelingen tot het algemene economische klimaat.

    Voor nu is het vooral een teken dat bitcoin zijn rol als een dynamische en responsieve assetklasse blijft vervullen. We volgen dit verder op, want de komende weken zullen uitwijzen of dit een kortstondige piek is, of het begin van een bredere opwaartse beweging.

  • Belgische Defensie Start Vrijwillig Dienstjaar, Duitsland Zag Kwart Afhaken

    Belgische Defensie Start Vrijwillig Dienstjaar, Duitsland Zag Kwart Afhaken

    Vanaf morgen beginnen de eerste vijftig jongeren aan een vrijwillig militair dienstjaar in België. Het initiatief moet het personeelstekort bij Defensie helpen oplossen, maar ervaringen in landen als Duitsland tonen aan dat een aanzienlijk deel van de vrijwilligers voortijdig stopt.

    Morgen begint een nieuwe fase voor de Belgische Defensie: de eerste vijftig jongeren starten aan hun vrijwillig militair dienstjaar. Zij maken deel uit van een groep van vijfhonderd jongeren tussen achttien en vijfentwintig jaar die de komende weken bij de marine, luchtmacht en landmacht zullen instromen. Het is een nieuw concept in België, bedoeld om het chronische personeelstekort bij het leger aan te pakken.

    Defensie hoopt dat een deel van deze vrijwilligers na hun jaaropleiding kiest voor een langere loopbaan als beroepsmilitair of als reservist. De ambitie is om tegen tweeduizendvijfendertig maar liefst twaalfduizendachthonderd reservisten te hebben, bijna drie keer zoveel als vandaag. Voor dit eerste jaar ontving Defensie maar liefst drieduizendtweehonderdachtenveertig inschrijvingen, wat wijst op een brede interesse.

    Duitse Ervaring Leert Dat Uitval Groot Is

    België is niet het enige land dat experimenteert met dergelijke vrijwillige systemen. Duitsland heeft al sinds tweeduizendelf een vrijwillige militaire dienst, ingevoerd na de opschorting van de verplichte legerdienst. De belangstelling was aanvankelijk groot, met ongeveer twintigduizend jongeren die tussen juli tweeduizendelf en begin tweeduizenddertien aan minstens zes maanden dienst begonnen. Een kwart van hen haakte echter al binnen zes maanden af.

    Dit probleem blijft tot op vandaag zichtbaar: ongeveer een kwart van de Duitse vrijwilligers beëindigt zijn dienst voortijdig. Wie wel de volledige dienst uitdoet, stroomt vaker door naar een langere militaire loopbaan. Dit percentage is zelfs toegenomen, van ongeveer tweeduizendvijftig jongeren in tweeduizendtwintig naar tweeduizendachthonderdvijftig in tweeduizendvierentwintig. Ongeveer een derde van degenen die hun vrijwillige dienst volledig afmaken, kiest uiteindelijk voor een verdere loopbaan bij Defensie.

    Toch heeft Duitsland zijn personeelstekort hiermee niet opgelost. Ook na het vrijwillig dienstjaar blijft de uitval hoog: een kwart van de nieuw aangetreden militairen verlaat de Bundeswehr al binnen zes maanden. De voornaamste redenen zijn de afstand tot de kazerne en onvervulde verwachtingen over de carrière bij Defensie.

    Kosten En Doorstroom Cruciaal

    De ervaringen in Zweden en Noorwegen, waar een selectieve dienstplicht bestaat, tonen aan dat de doorstroom naar een militaire loopbaan daar lager ligt dan in Duitsland. In Zweden, waar de dienstplicht in tweeduizendzeventien opnieuw werd ingevoerd, stroomt ongeveer twintig procent van de dienstplichtigen door. Dit is opvallend lager dan de zestig procent die tussen tweeduizendtien en tweeduizendzeventien, toen Zweden volledig op vrijwilligers draaide, doorstroomde.

    Voor België zal de komende jaren moeten blijken of het vrijwillige karakter van het systeem een voordeel is. Wie bewust kiest voor een militair jaar, is mogelijk gemotiveerder om nadien te blijven. Defensie betaalt de deelnemers ongeveer tweeduizend euro netto per maand. Voor vijfhonderd deelnemers betekent dit op jaarbasis ongeveer twaalf miljoen euro aan nettolonen, nog zonder de werkgeverslasten en de kosten voor opleiding, uitrusting en huisvesting. Concrete cijfers over de totale kostprijs zijn er nog niet, maar wij zien vooral dat de uiteindelijke kostprijs per doorgestroomde militair sterk zal afhangen van het aantal jongeren dat na hun dienstjaar bij Defensie blijft. Dat maakt de doorstroom tot de belangrijkste maatstaf voor het succes van dit initiatief.

  • Elon Musk’s DOGE Stopt Na Vier Jaar, Maar De Gevolgen Voor Sociale Zekerheid Blijven Voelbaar

    Elon Musk’s DOGE Stopt Na Vier Jaar, Maar De Gevolgen Voor Sociale Zekerheid Blijven Voelbaar

    Het Department of Government Efficiency, een initiatief van Elon Musk, heeft zijn werkzaamheden beëindigd. Toch blijven de ingrijpende personeelsreducties en de focus op technologie bij de Amerikaanse Social Security Administration, die door DOGE werden gestimuleerd, de dienstverlening bepalen.

    Het Department of Government Efficiency (DOGE), een initiatief van Elon Musk dat de Amerikaanse overheid efficiënter moest maken, is op 4 juli 2026 officieel gestopt. Hoewel de afdeling zelf niet meer bestaat, blijven de hervormingen die het doorvoerde bij de Social Security Administration (SSA) een belangrijke rol spelen. Deze veranderingen omvatten vooral een aanzienlijke personeelsreductie en een sterke focus op technologische oplossingen.

    DOGE werd in 2025 gelanceerd en had als doel de federale overheid te stroomlijnen. Dit leidde tot het vertrek van meer dan 260.000 federale werknemers in dat jaar, door een combinatie van ontslagen, vervroegde pensioenen en een aanwervingsstop. Bij de SSA alleen al zijn sinds de terugkeer van Donald Trump als president bijna 8.000 werknemers vertrokken. Hierdoor begon de SSA 2026 met ongeveer 50.000 medewerkers, de kleinste personeelsbezetting in decennia, terwijl het agentschap ongeveer 75 miljoen begunstigden bedient.

    Technologie als redding?

    De SSA zet nu vol in op technologie om de gaten die de personeelsreducties hebben geslagen, op te vullen. Het agentschap heeft een strategisch plan voor de fiscale jaren 2026 tot en met 2030 gepresenteerd, waarin ’transformatieve’ doelen worden beschreven. De nadruk ligt op snellere en betrouwbaardere dienstverlening, gedreven door technologie en automatisering. Deze aanpak bouwt voort op de veranderingen die DOGE onder Musk bij het agentschap heeft gestimuleerd.

    Volgens de SSA werpt deze moderniseringsslag al vruchten af. Het agentschap meldde dat de wachttijden in de lokale kantoren in fiscaal 2025 met 23 procent daalden ten opzichte van 2024. Ook de achterstand in de behandeling van initiële invaliditeitsclaims nam met 25 procent af. De American Federation of Government Employees (AFGE), de vakbond die SSA-werknemers vertegenwoordigt, is echter kritisch. Zij stellen dat het agentschap al lange tijd onderbemand is en roepen het Congres op om ongeveer 3 miljard euro (ongeveer 3,2 miljard dollar) extra financiering te voorzien en uiteindelijk 20.000 extra werknemers aan te werven.

    Financiële druk blijft

    Naast de personele uitdagingen staat het Social Security-programma ook onder zware financiële druk. Het rapport van de Board of Trustees uit 2026 voorspelt dat het Old-Age and Survivors Insurance (OASI) Trust Fund, dat pensioen- en nabestaandenuitkeringen betaalt, zijn reserves in het vierde kwartaal van 2032 zal uitputten. Dit is een kwartaal eerder dan vorig jaar werd voorspeld. Na deze uitputting zouden de loonbelastingen nog steeds binnenkomen, wat voldoende inkomsten zou genereren om aanvankelijk ongeveer 78 procent van de geplande OASI-uitkeringen te dekken, zonder ingrijpen van het Congres.

    Dit betekent dat Social Security op twee fronten tegelijk opereert: het probeert miljoenen Amerikanen te bedienen met minder personeel en meer technologie, terwijl het pensioenprogramma zelf afstevent op een financieringsdeadline die actie van het Congres vereist. Wij zien vooral dat de druk op de individuele Amerikaan om zelf voor zijn pensioen te zorgen, toeneemt. De toekomst van het programma en de mate waarin het kan blijven voldoen aan de behoeften van de bevolking, hangt af van beslissingen die in Washington genomen moeten worden.

  • Amerika Versnelt Overstap Naar Winterbenzine Om Prijzen Te Drukkken

    Amerika Versnelt Overstap Naar Winterbenzine Om Prijzen Te Drukkken

    De Amerikaanse regering grijpt in op de brandstofmarkt door de introductie van winterbenzine te vervroegen, een maatregel die de prijzen aan de pomp moet verlagen.

    De Amerikaanse regering heeft een opmerkelijke stap gezet om de brandstofprijzen voor haar burgers te verlichten. Ze heeft besloten om de overgang naar winterbenzine te vervroegen. Deze maatregel, die normaal pas in oktober ingaat, moet ervoor zorgen dat de prijzen aan de pomp sneller dalen. Het is een reactie op de stijgende olieprijzen en de inflatiedruk die de Amerikaanse economie al langer parten speelt.

    Winterbenzine is een type brandstof dat minder vluchtig is dan zomerbenzine en daardoor goedkoper te produceren. Het gebruik ervan is in de Verenigde Staten strikt gereguleerd om luchtvervuiling tegen te gaan, vooral in de warmere maanden. Door de vervroegde introductie van deze goedkopere variant hoopt Washington de kosten voor consumenten te drukken, net nu de inflatie in het land opnieuw aan het oplopen is. De olieprijzen zijn de laatste weken gestegen, met een vat Brent-olie dat onlangs de grens van negentig dollar doorbrak. Dit vertaalt zich direct in hogere prijzen aan de pomp, wat de koopkracht van gezinnen onder druk zet.

    Waarom Nu Deze Maatregel?

    De timing van deze beslissing is niet toevallig. Met de Amerikaanse presidentsverkiezingen in aantocht is de regering zeer gevoelig voor de economische zorgen van de bevolking. Hoge brandstofprijzen zijn een zichtbare en directe indicator van inflatie, die vaak een belangrijke rol speelt in de publieke opinie. Een daling van de prijzen aan de pomp kan dan ook politiek gunstig uitpakken. Wij zien dit als een poging om de economische druk op de huishoudens te verlichten en tegelijkertijd een positief signaal af te geven over de aanpak van de inflatie.

    De maatregel heeft echter ook een keerzijde. Door de introductie van winterbenzine te vervroegen, kan er een tijdelijk tekort ontstaan aan zomerbenzine. Dit kan in sommige regio’s leiden tot tijdelijke prijsstijgingen of leveringsproblemen, al is de verwachting dat dit effect beperkt zal blijven. De overheid hoopt dat de bredere impact van lagere productiekosten voor winterbenzine uiteindelijk zal overheersen en de gemiddelde prijs zal doen dalen. Het is een delicate balans tussen het beheersen van de inflatie en het garanderen van een stabiele brandstofvoorziening.

    Impact Op De Energiemarkt

    De beslissing van de VS kan ook bredere implicaties hebben voor de wereldwijde energiemarkt. Hoewel het een binnenlandse maatregel is, kan een daling van de Amerikaanse vraag naar duurdere zomerbenzine de olieprijzen op termijn beïnvloeden. Wij twijfelen of dit een langdurig effect zal hebben op de algemene trend van stijgende olieprijzen, gezien de geopolitieke spanningen en de productieverlagingen door landen als Saoedi-Arabië en Rusland. Die landen hebben hun productiebeperkingen onlangs verlengd tot het einde van het jaar, wat de aanbodzijde onder druk houdt.

    Voor de Amerikaanse consument is dit nieuws in elk geval een welkome adempauze. Of het volstaat om de inflatie duurzaam te temmen en de koopkracht te herstellen, zal de komende maanden moeten blijken. De energiemarkt blijft immers een complex geheel van vraag, aanbod en geopolitieke factoren die moeilijk te voorspellen zijn.

  • Belgische Langetermijnrente Boven 3,8 Procent: Begroting Onder Druk

    Belgische Langetermijnrente Boven 3,8 Procent: Begroting Onder Druk

    De oplopende langetermijnrente in België, nu boven 3,8 procent, zet de begrotingsonderhandelingen van de regering-De Wever onder zware druk. Economen waarschuwen voor een rentesneeuwbal als er niet snel wordt ingegrepen.

    De Belgische langetermijnrente is op 19 augustus 2026 gestegen tot boven 3,8 procent. Dat is het hoogste niveau sinds 2012 en maakt het lenen van nieuw geld voor de overheid steeds duurder. Deze stijging duwt België verder richting de gevarenzone, zo waarschuwen economen Willem Sas en Selien De Schryder. De regering-De Wever staat voor de uitdaging om dit najaar 10 miljard euro te vinden om de begroting op koers te houden.

    Hier bij Block #9 kijken we er zo naar: de stijgende rente is een signaal dat de financiële markten kritischer kijken naar de houdbaarheid van de Belgische overheidsfinanciën. Hoewel er nog geen reden tot paniek is, zoals professor publieke economie Willem Sas (UHasselt, KU Leuven) aangeeft, is dit zeker een waarschuwing die de politiek niet kan negeren.

    Oorzaken en Gevolgen van de Rentestijging

    De hogere rente is geen puur Belgisch fenomeen; ook in andere landen zoals de Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk zien we een stijging van de rentes op staatsobligaties. Volgens Sas zijn er meerdere oorzaken. De oorlog in het Midden-Oosten wakkert inflatieverwachtingen aan, terwijl ook de enorme investeringen in artificiële intelligentie veel kapitaal aantrekken. Dit verhoogt de concurrentie voor overheden die geld willen lenen. Daarnaast kijken beleggers, zo stelt professor Selien De Schryder (UGent), nadrukkelijker naar overheidsschulden en begrotingstekorten dan enkele jaren geleden.

    De impact op de Belgische begroting is niet onmiddellijk catastrofaal, omdat de overheid zich voor lange periodes financiert. Veel uitstaande schuld dateert nog uit de periode van zeer lage rentes. Dit voordeel slinkt echter snel. Oude leningen moeten geleidelijk worden vervangen door nieuwe schulden tegen hogere tarieven. Sas merkt op dat dit proces nu begint en dat de impact op de begroting met vertraging, maar onvermijdelijk, zal komen.

    Het Risico van een Rentesneeuwbal

    De grootste bezorgdheid van de economen ligt niet in de huidige rentelast, maar in wat er de komende jaren kan gebeuren als de Belgische financiën niet verbeteren. De Schryder wijst op het risico van een zogenoemde rentesneeuwbal. Dit ontstaat wanneer de rente op de staatsschuld langere tijd hoger is dan de economische groei. In zo’n scenario wordt de schuld moeilijk beheersbaar, omdat een steeds groter deel van de begroting naar rentebetalingen gaat, wat de ruimte voor andere uitgaven beperkt.

    Sas benadrukt dat België nog niet in zo’n scenario zit, maar er wel bij aanschurkt. Als financiële markten beginnen te twijfelen aan de houdbaarheid van de Belgische financiën, kan dit effect zichzelf versterken, waarbij beleggers steeds hogere rentes eisen. De regering-De Wever wil dit najaar 10 miljard euro vinden. De Schryder stelt dat de afgesproken inspanning ‘vrij licht’ is om de begroting structureel op orde te krijgen. Sas vindt het signaal van een akkoord en politieke stabiliteit belangrijker dan het precieze bedrag, omdat financiële markten negatief reageren op politieke instabiliteit.

    De kern van het probleem, zo stelt De Schryder, zijn de aanhoudende begrotingstekorten. Politici moeten beseffen dat ze het schip nog kunnen keren, en dat ze dit liefst zelf doen, voordat de financiële markten hen dwingen. De budgettaire uitdagingen zullen ook na deze begrotingsronde aanhouden, met hogere pensioenuitgaven, investeringen in defensie en de kosten van de klimaattransitie. Er is geen enkele maatregel die dit probleem in één keer oplost; een combinatie van meer economische groei, efficiëntere overheidsuitgaven en structurele hervormingen is noodzakelijk. De uitdaging is vooral om hiervoor een politieke meerderheid te vinden.

  • Adyen Wordt De Nieuwe Betalingspartner Van De Britse Overheid

    Adyen Wordt De Nieuwe Betalingspartner Van De Britse Overheid

    De Britse overheid heeft besloten om met betalingsverwerker Adyen in zee te gaan voor de verwerking van online transacties via het betaalplatform GOV.UK Pay, dat gebruikt wordt door overheidsdiensten. Hiermee neemt het in Amsterdam gevestigde fintechbedrijf de plek in van concurrent Stripe als belangrijkste betalingsprovider van het platform.

    Adyen wint aanbesteding van Britse overheid

    Adyen heeft deze opdracht in de wacht gesleept via een aanbestedingsproces dat werd georganiseerd door de Government Digital Service, de digitale afdeling van de Britse overheid. Via GOV.UK Pay worden betalingen verwerkt voor ongeveer duizend publieke organisaties, waaronder gemeenten, politie en verschillende defensieonderdelen.

    Met deze opdracht speelt Adyen een belangrijke rol in de Britse publieke sector. In de afgelopen tien jaar zijn meer dan 135 miljoen betalingen verwerkt door aangesloten overheidsinstanties, met een totale waarde van meer dan 9 miljard Britse pond. Een gedeelte van de transacties zal echter nog steeds worden afgehandeld door betaaldienstverlener Worldpay.

    Volgens de Britse overheid zal deze samenwerking bijdragen aan verdere modernisering van de betaalinfrastructuur. Nieuwe betaalmethoden kunnen worden toegevoegd dankzij de technologie van Adyen, waaronder directe betalingen vanaf bankrekeningen.

    De overstap naar het vernieuwde platform zal geleidelijk aan gebeuren, zodat zowel burgers als overheidsorganisaties zonder onderbrekingen gebruik kunnen blijven maken van de online betaaldiensten.