Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere stopt de subsidies voor grote groene energieprojecten wanneer de stroomprijzen onder nul duiken. Dit kan gevolgen hebben voor de rendabiliteit van nieuwe investeringen in hernieuwbare energie.
Waarom stopt de Vlaamse regering met het subsidiëren van grote zonneparken en windmolens? Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere (Vooruit) schrapt 179 miljoen euro aan groenestroomcertificaten. De projecten die het betreft, zullen geen steun meer krijgen op momenten dat de stroomprijzen negatief zijn. Dit betekent dat bij een overaanbod aan groene stroom de subsidiekraan dichtgaat, wat een stevige impact kan hebben op de rendabiliteit van nieuwe duurzame energieprojecten in de regio.
De maatregel komt er omdat de prijzen voor elektriciteit steeds vaker onder nul duiken. Dat gebeurt wanneer er veel aanbod is van hernieuwbare energie, maar de vraag onvoldoende is om die stroom af te nemen. In zulke situaties betalen energieproducenten zelfs om hun stroom op het net te dumpen. De subsidies waren net bedoeld om de productie van groene stroom te stimuleren, maar in periodes van negatieve prijzen drukken ze de kosten voor de producent niet, ze vergoeden zelfs een overproductie die niemand wil.
Nieuwe Realiteit Voor Groene Energie
Deze beslissing past in een bredere trend waarbij overheden kritischer kijken naar de subsidiëring van hernieuwbare energie. De technologieën zijn een stuk volwassener geworden en de kostprijs voor de bouw van zonneparken en windmolens is de voorbije jaren sterk gedaald. Dat maakt dat een continue subsidiestroom, ongeacht de marktomstandigheden, minder noodzakelijk is dan pakweg tien jaar geleden. Wij zien vooral dat de Vlaamse regering zo probeert om de balans tussen vraag en aanbod beter te sturen, en tegelijkertijd de belastingbetaler te ontlasten van onnodige kosten.
De schrapping van de subsidies is specifiek gericht op de ‘groenestroomcertificaten’, een systeem waarbij producenten van groene energie een financiële tegemoetkoming krijgen per geproduceerde megawattuur. Dit mechanisme was cruciaal om investeringen in hernieuwbare energie op gang te trekken. Nu de markt volwassener is, moet het beleid mee evolueren. Het is een signaal dat toekomstige investeringen in zonne- en windenergie in Vlaanderen meer op eigen benen moeten staan, of op zijn minst een slimmere strategie moeten hebben om met periodes van overaanbod om te gaan, zoals energieopslag.
Wat Dit Betekent Voor De Sector
Voor projectontwikkelaars en investeerders in grote zonneparken en windmolens betekent dit een aanpassing van hun businessmodel. De onzekerheid over de inkomsten tijdens periodes van negatieve stroomprijzen zal meegenomen moeten worden in hun rendementsberekeningen. Dit kan leiden tot een vertraging van nieuwe projecten, of tot een focus op innovaties zoals batterijopslag, die kunnen helpen om stroom op te slaan wanneer de prijzen laag zijn en te verkopen wanneer ze weer stijgen. De maatregel treft vooral de grotere installaties die nog afhankelijk zijn van deze certificaten, kleinere projecten en particuliere installaties vallen buiten deze specifieke aanpassing. De vraag is nu hoe de sector zich zal aanpassen aan deze nieuwe realiteit zonder de ambitieuze klimaatdoelstellingen uit het oog te verliezen.














