Tag: vlaanderen

  • 179 Miljoen Euro Aan Subsidies Voor Zonneparken Schrapt Vlaanderen

    179 Miljoen Euro Aan Subsidies Voor Zonneparken Schrapt Vlaanderen

    Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere stopt de subsidies voor grote groene energieprojecten wanneer de stroomprijzen onder nul duiken. Dit kan gevolgen hebben voor de rendabiliteit van nieuwe investeringen in hernieuwbare energie.

    Waarom stopt de Vlaamse regering met het subsidiëren van grote zonneparken en windmolens? Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere (Vooruit) schrapt 179 miljoen euro aan groenestroomcertificaten. De projecten die het betreft, zullen geen steun meer krijgen op momenten dat de stroomprijzen negatief zijn. Dit betekent dat bij een overaanbod aan groene stroom de subsidiekraan dichtgaat, wat een stevige impact kan hebben op de rendabiliteit van nieuwe duurzame energieprojecten in de regio.

    De maatregel komt er omdat de prijzen voor elektriciteit steeds vaker onder nul duiken. Dat gebeurt wanneer er veel aanbod is van hernieuwbare energie, maar de vraag onvoldoende is om die stroom af te nemen. In zulke situaties betalen energieproducenten zelfs om hun stroom op het net te dumpen. De subsidies waren net bedoeld om de productie van groene stroom te stimuleren, maar in periodes van negatieve prijzen drukken ze de kosten voor de producent niet, ze vergoeden zelfs een overproductie die niemand wil.

    Nieuwe Realiteit Voor Groene Energie

    Deze beslissing past in een bredere trend waarbij overheden kritischer kijken naar de subsidiëring van hernieuwbare energie. De technologieën zijn een stuk volwassener geworden en de kostprijs voor de bouw van zonneparken en windmolens is de voorbije jaren sterk gedaald. Dat maakt dat een continue subsidiestroom, ongeacht de marktomstandigheden, minder noodzakelijk is dan pakweg tien jaar geleden. Wij zien vooral dat de Vlaamse regering zo probeert om de balans tussen vraag en aanbod beter te sturen, en tegelijkertijd de belastingbetaler te ontlasten van onnodige kosten.

    De schrapping van de subsidies is specifiek gericht op de ‘groenestroomcertificaten’, een systeem waarbij producenten van groene energie een financiële tegemoetkoming krijgen per geproduceerde megawattuur. Dit mechanisme was cruciaal om investeringen in hernieuwbare energie op gang te trekken. Nu de markt volwassener is, moet het beleid mee evolueren. Het is een signaal dat toekomstige investeringen in zonne- en windenergie in Vlaanderen meer op eigen benen moeten staan, of op zijn minst een slimmere strategie moeten hebben om met periodes van overaanbod om te gaan, zoals energieopslag.

    Wat Dit Betekent Voor De Sector

    Voor projectontwikkelaars en investeerders in grote zonneparken en windmolens betekent dit een aanpassing van hun businessmodel. De onzekerheid over de inkomsten tijdens periodes van negatieve stroomprijzen zal meegenomen moeten worden in hun rendementsberekeningen. Dit kan leiden tot een vertraging van nieuwe projecten, of tot een focus op innovaties zoals batterijopslag, die kunnen helpen om stroom op te slaan wanneer de prijzen laag zijn en te verkopen wanneer ze weer stijgen. De maatregel treft vooral de grotere installaties die nog afhankelijk zijn van deze certificaten, kleinere projecten en particuliere installaties vallen buiten deze specifieke aanpassing. De vraag is nu hoe de sector zich zal aanpassen aan deze nieuwe realiteit zonder de ambitieuze klimaatdoelstellingen uit het oog te verliezen.

  • Vlaanderen Keurt Stikstofakkoord Goed, Boeren Moeten Nalatigheid Regering Betalen

    Vlaanderen Keurt Stikstofakkoord Goed, Boeren Moeten Nalatigheid Regering Betalen

    Na jaren van onzekerheid heeft de Vlaamse regering een nieuw stikstofakkoord bereikt. Dit akkoord, dat tot 2030 loopt, moet de landbouwsector, en vooral de varkens- en pluimveehouderij, helpen om de stikstofuitstoot drastisch te verminderen. De rekening voor de nalatigheid van de overheid dreigt echter bij de boeren te landen.

    Jarenlang hing de toekomst van de Vlaamse landbouwbedrijven, en dan vooral de intensieve veeteelt, aan een zijden draadje door de stikstofproblematiek. Wat tot nu toe vaak leidde tot vertragingen bij vergunningsaanvragen en juridische strijd, moet nu plaatsmaken voor een definitieve oplossing. De Vlaamse regering heeft eindelijk een stikstofakkoord goedgekeurd dat een duidelijk kader biedt voor de periode tot 2030, met als voornaamste doel de stikstofuitstoot drastisch te reduceren.

    Het nieuwe akkoord richt zich op een reductie van de stikstofuitstoot met 50 procent tegen 2030, een ambitieus doel dat grote gevolgen heeft voor de sector. Vooral de varkens- en pluimveehouderij staan voor ingrijpende veranderingen. Bedrijven die de grootste uitstoot veroorzaken, vallen onder de strengste regels. Voor 120 ‘rode’ bedrijven, waarvan 109 varkensbedrijven, betekent dit een verplichte stopzetting tegen 2025. Zij ontvangen hiervoor wel een vergoeding die 130 tot 150 procent van de bedrijfswaarde bedraagt.

    Wij zien hier vooral een lastenverschuiving. Hoewel de overheid met vergoedingen over de brug komt, is het de landbouwsector die de prijs betaalt voor een probleem dat in de loop der decennia is ontstaan door een gebrek aan duidelijke regelgeving en handhaving. De sector heeft jarenlang geïnvesteerd in het vertrouwen dat uitbreiding mogelijk was, en moet nu op korte termijn ingrijpende beslissingen nemen. Dat lezen wij als een overheid die haar verantwoordelijkheid deels afschuift op de ondernemer. De kostprijs van de maatregelen wordt geraamd op meer dan 3 miljard euro, wat een aanzienlijke investering is, maar tegelijk de omvang van het probleem illustreert.

    Welke Onzekerheden Blijven?

    Hoewel dit akkoord op papier een doorbraak lijkt, blijven er belangrijke vragen onbeantwoord. Een cruciale onzekerheid is de implementatie van de nieuwe technieken voor luchtwassers, die de uitstoot van stallen moeten verminderen. Deze technologieën zijn nog volop in ontwikkeling en de effectiviteit ervan in de praktijk moet nog bewezen worden. Wij twijfelen of de opgelegde termijnen haalbaar zijn als de technologie niet snel genoeg op punt staat.

    Daarnaast is er de discussie over de vergoedingen voor de bedrijven die moeten sluiten. De hoogte van de vergoedingen, hoewel ruim, is wellicht niet voldoende om alle gemaakte investeringen en de opgebouwde levenswerken volledig te dekken. Dit kan leiden tot verdere juridische procedures en vertragingen, wat de onzekerheid voor de betrokken boeren alleen maar vergroot. De sector wacht met argusogen af of het akkoord de rust zal brengen die zo hard nodig is, of dat het nieuwe conflicten zal aanwakkeren.

    Gevolgen Voor De Voedselproductie

    De impact van het stikstofakkoord strekt zich verder uit dan de individuele bedrijven. Een aanzienlijke reductie in de varkens- en pluimveehouderij in Vlaanderen zal onvermijdelijk gevolgen hebben voor de lokale voedselproductie en de toeleveringsketens. Dit kan leiden tot een grotere afhankelijkheid van import, wat dan weer vragen oproept over voedselveiligheid en duurzaamheid. Het is een complex evenwicht tussen ecologische doelstellingen en de economische realiteit van de landbouwsector.

    De komende jaren zullen uitwijzen of de Vlaamse regering met dit akkoord de juiste balans heeft gevonden, of dat de landbouwsector in een nog diepere crisis belandt. De open vraag blijft hoe de consument de gevolgen zal voelen van deze beleidskeuzes, bijvoorbeeld in de prijs van vlees of de beschikbaarheid van lokaal geproduceerde voedingsmiddelen.

  • Twee Vrouwen Gaan Van Vrijheid Naar Enkelband Na Diefstal Van 187 Euro Parfum

    Twee Vrouwen Gaan Van Vrijheid Naar Enkelband Na Diefstal Van 187 Euro Parfum

    Een onderzoeksrechter in Leuven heeft twee vrouwen uit Sint-Truiden laten aanhouden voor diefstallen in winkels aan het Gouden Kruispunt in Tielt-Winge, nadat ze op heterdaad werden betrapt. Ze staan nu onder elektronisch toezicht.

    De onderzoeksrechter in Leuven heeft twee vrouwen van 52 en 46 jaar oud, afkomstig uit Sint-Truiden, laten aanhouden. Ze worden verdacht van meerdere winkeldiefstallen in het commerciële centrum Gouden Kruispunt in Tielt-Winge. De vrouwen, die eerder al bekend waren bij winkelpersoneel, staan sinds 8 september onder elektronisch toezicht met een enkelband.

    De arrestaties volgden op een incident op zondag 6 september. Medewerkers van een cosmeticawinkel merkten de vrouwen op en hielden hen in de gaten. Eén van de verdachten probeerde de winkel te verlaten zonder te betalen voor zeven parfums, met een totale waarde van 187 euro. Toen ze werd aangesproken, probeerde ze te vluchten.

    Nieuwe Goederen In Auto Gevonden

    De ter plaatse gekomen politie trof nabij de auto van de verdachten ook een derde, mannelijke verdachte aan. Bij controle van het voertuig kwamen verschillende nieuwe cosmeticaproducten, kleding en schoenen aan het licht. Eén van de vrouwen gaf spontaan toe dat ze eerder die dag al spullen had gestolen uit vier andere winkels op het Gouden Kruispunt.

    Hoewel alle drie de verdachten aanvankelijk werden opgepakt en overgebracht naar het politiecommissariaat, mocht de mannelijke verdachte na zijn verhoor beschikken. Hij dient wel beschikbaar te blijven voor het verdere onderzoek. De twee vrouwen werden op dinsdag 8 september voorgeleid en aangehouden onder elektronisch toezicht. Wij zien hierin een duidelijke boodschap dat de autoriteiten winkeldiefstal serieus nemen, zeker wanneer er een patroon van herhaalde feiten lijkt te zijn.

    Toekomst Voor De Vrouwen

    De raadkamer zal zich op vrijdag 11 september buigen over hun verdere hechtenis. Het elektronisch toezicht betekent dat ze gebonden zijn aan strikte regels en bewegingsvrijheid, in afwachting van een definitief oordeel. Dit soort zaken toont aan dat georganiseerde winkeldiefstal een blijvend probleem is voor handelaars, en dat alert winkelpersoneel vaak de eerste en belangrijkste schakel is in de keten van opsporing. De totale waarde van de ontvreemde goederen lag vermoedelijk een stuk hoger dan de 187 euro aan parfums, gezien de vondsten in de auto.

  • Sinds Augustus Daalt Nederlands Goederenvervoer Via Binnenvaart Met Bijna Negentien Procent

    Sinds Augustus Daalt Nederlands Goederenvervoer Via Binnenvaart Met Bijna Negentien Procent

    De aanhoudende droogte en historisch lage waterpeilen op de Rijn dwongen schepen om minder vracht te laden, met het laagste vervoerde gewicht in augustus in vijftien jaar als gevolg.

    Het goederenvervoer via de Nederlandse binnenvaart is in augustus van dit jaar fors gedaald. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) rapporteert een afname van bijna 19 procent ten opzichte van augustus vorig jaar. In totaal werd er 21,8 miljoen ton aan goederen vervoerd, wat het laagste gewicht vertegenwoordigt voor een maand augustus in de afgelopen vijftien jaar.

    Deze significante daling is een direct gevolg van de aanhoudende droogte. De lage waterstanden, met name op de Rijn waar het waterpeil bij Lobith historisch laag stond, zorgden ervoor dat schepen minder diep konden varen. Hierdoor konden ze niet volledig beladen worden. Waar een schip normaal zo’n 1.500 ton vervoert, lag het gemiddelde in augustus op 1.299 ton. Dit is een herhaling van eerdere droogtejaren zoals 2018 en 2022, wat de kwetsbaarheid van deze transportroute pijnlijk duidelijk maakt.

    Wij zien vooral dat deze situatie de operationele kosten voor binnenvaartbedrijven stevig onder druk zet. Minder lading per schip betekent meer vaarbewegingen om dezelfde hoeveelheid goederen te transporteren, wat resulteert in hogere brandstofkosten en personeelsuitgaven. Dit kan zich uiteindelijk vertalen in hogere prijzen voor de eindconsument of lagere marges voor de bedrijven die afhankelijk zijn van dit type vervoer, een sluipend effect op de bredere economie.

    Verschillen Per Handelsroute

    De impact van de droogte was niet overal gelijk. Het transport tussen Nederland en Duitsland werd het zwaarst getroffen, met een daling van bijna 40 procent. Deze route is sterk afhankelijk van de Rijn. Ook van en naar Frankrijk was er een aanzienlijke afname; de aanvoer van vracht daalde daar zelfs met 72,5 procent.

    Opvallend is dat het vervoer van en naar België juist toenam. Volgens CBS-onderzoeker Marjolijn Jaarsma komt dit voornamelijk door een stijging in het transport van natte bulkgoederen, zoals aardolie en aardolieproducten. Zij koppelt dit aan de oorlog in Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz, die leiden tot een noodzaak voor flexibeler beheer van bestaande voorraden en meer uitwisseling om tekorten op te vangen.

    Economische Gevolgen

    De verminderde capaciteit van de binnenvaart zet druk op logistieke ketens. Bedrijven moeten uitwijken naar andere, vaak duurdere, transportmethoden zoals wegtransport, wat niet alleen meer kosten met zich meebrengt, maar ook een grotere ecologische voetafdruk heeft. De binnenvaart is immers een relatief duurzame manier om grote volumes te verplaatsen. De structurele aard van deze droogteperiodes doet ons afvragen in hoeverre de infrastructuur en het beleid hierop zijn voorbereid.

    De verschuiving van goederenstromen richting België toont aan hoe snel de markt kan reageren op verstoringen. Wij denken dat dit voor bepaalde sectoren de noodzaak benadrukt om alternatieve aanvoerroutes te overwegen of de eigen voorraadbeheer te herzien, om zo minder kwetsbaar te zijn voor weersafhankelijke transportbeperkingen. Dit roept de vraag op of we in de toekomst vaker dergelijke verschuivingen zullen zien.

  • Vier Vlaamse Ondernemers Lanceren Nieuw AI-Syndicuskantoor Sebas Na Ophalen 5 Miljoen Euro

    Vier Vlaamse Ondernemers Lanceren Nieuw AI-Syndicuskantoor Sebas Na Ophalen 5 Miljoen Euro

    Na de verkoop van hun blindenapp Oko, stappen drie ondernemers samen met een ervaren syndicus in de vastgoedsector. Ze willen de klassieke syndicus vervangen door een model dat draait op artificiële intelligentie, gesteund door een recente kapitaalronde.

    De Belgische vastgoedsector ziet een nieuwe speler opduiken die de gevestigde orde uitdaagt. Vier Vlaamse ondernemers, onder wie de drijvende krachten achter de succesvolle blindenapp Oko, lanceren Sebas, een volledig nieuw syndicuskantoor. Het team haalde daarvoor al 5 miljoen euro kapitaal op, wat hen de middelen geeft om hun AI-gedreven aanpak te ontwikkelen en uit te rollen.

    Het initiatief komt van drie ondernemers die hun vorige bedrijf, Oko, vorig jaar verkochten aan een Amerikaanse investeringsgroep. Zij slaan nu de handen in elkaar met Sebastiaan Murre, een ervaren syndicus. Samen willen ze de traditionele aanpak, die vaak als traag en reactief wordt ervaren, moderniseren. De frustratie over de efficiëntie in de sector was de drijfveer om het heft in eigen handen te nemen. De sector wordt volgens hen ‘rijp voor disruptie’ geacht.

    AI moet de administratie stroomlijnen

    Sebas wil artificiële intelligentie inzetten om de dagelijkse taken van een syndicus grondig te automatiseren. De AI zal bijvoorbeeld ingezet worden voor het verwerken van facturen, het opstellen van verslagen en het beantwoorden van veelgestelde vragen van bewoners. Dit moet de tijd die nu verloren gaat aan administratie, drastisch terugdringen.

    Wij zien vooral dat dit model de ruimte creëert voor syndici om zich te focussen op taken met hogere toegevoegde waarde, zoals proactief beheer en complexe probleemoplossing, in plaats van te verzanden in papierwerk. De menselijke syndicus verdwijnt niet, maar wordt meer een strategische partner en minder een administratieve duizendpoot. Het is een trend die we in meerdere sectoren zien opduiken, waarbij AI de repetitieve taken overneemt.

    Groeiplannen en de uitdagingen

    Met de opgehaalde 5 miljoen euro wil Sebas snel schaalvergroting realiseren. Het bedrijf heeft de ambitie om een aanzienlijk deel van de Belgische markt te veroveren, al zijn concrete doelstellingen nog niet bekendgemaakt. De kapitaalinjectie zal gebruikt worden voor de verdere ontwikkeling van het AI-platform en de aanwerving van gespecialiseerd personeel.

    De uitdaging voor Sebas zal liggen in het overtuigen van appartementseigenaars en Verenigingen van Eigenaars (VME’s) om de overstap te maken naar een volledig digitaal en AI-ondersteund model. Hoewel efficiëntie een belangrijk argument is, hechten veel Vlamingen ook waarde aan persoonlijk contact en een vertrouwde aanpak. Het wordt interessant om te zien hoe Sebas die balans vindt tussen technologische vooruitgang en de menselijke factor in een sector die vaak draait op vertrouwen en relaties.

  • Vlaamse Scholieren Scoren Slechter In Lezen En Wiskunde, De Wereldtop Raakt Uit Zicht

    Vlaamse Scholieren Scoren Slechter In Lezen En Wiskunde, De Wereldtop Raakt Uit Zicht

    Het nieuwste PISA-rapport van de OESO toont een zorgwekkende daling in de basisvaardigheden van 15-jarigen in Vlaanderen, met bijna een derde dat het basisniveau voor lezen mist.

    Bijna dertig procent van de 15-jarige scholieren in Vlaanderen beheerst het basisniveau van leesvaardigheid niet langer. Dat blijkt uit het recent gepubliceerde PISA-onderzoek van de OESO, dat wereldwijd de kennis en vaardigheden van leerlingen meet. Het rapport, gebaseerd op de prestaties van bijna 4.000 Vlaamse leerlingen, wijst ook op een afname van toppresteerders en een groeiende groep zwakke leerlingen in zowel wiskunde als wetenschappen.

    De resultaten tonen aan dat 29,4 procent van de Vlaamse 15-jarigen het basisniveau voor lezen niet haalt. Voor wiskunde ligt dit percentage op 25,6 procent en voor wetenschappen op 22,6 procent. Deze cijfers zijn opvallend hoog, zeker als we bedenken dat het basisniveau essentieel wordt geacht om volwaardig te kunnen functioneren in de maatschappij, zoals het begrijpen van de hoofdgedachte in een tekst of het omzetten van eenheden in wiskunde.

    Wij zien vooral een trendbreuk met het verleden. Waar Vlaanderen vroeger tot de wereldtop behoorde, daalt onze score gestaag. In 2003 noemde nog één op de drie Vlaamse scholieren zich een wiskundetopper; vandaag is dat nog slechts één op de negen. Voor wetenschappen en lezen is de groep uitblinkers zelfs nog kleiner, met respectievelijk 8,2 en 5,6 procent. Hoewel Vlaanderen nog steeds boven het Europese gemiddelde scoort voor alle drie de onderdelen, is de kloof met de absolute wereldtop duidelijk groter geworden.

    Beroepsonderwijs En Sociaal-Economische Status Vertonen Zorgen

    De problematiek is het meest acuut in het beroepsonderwijs, waar driekwart van de leerlingen het essentiële basisniveau voor leesvaardigheid niet bereikt. Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir noemt dit ‘beschamend’, niet alleen voor de kenniseconomie, maar ook voor het persoonlijk geluk en de gezondheid van de leerlingen.

    Een andere opvallende vaststelling is de aanhoudende kloof tussen leerlingen met verschillende sociaal-economische achtergronden. Eén op de drie leerlingen uit kwetsbare milieus behoort tot de laagpresteerders, tegenover één op de tien bij de groep met een hoge sociaal-economische status. Dit toont aan dat de sociale ongelijkheid zich sterk vertaalt in onderwijsprestaties, een contrast met landen zoals Estland waar deze kloof aanzienlijk kleiner is bij vergelijkbare hoge gemiddelde scores.

    Gebrek Aan Nieuwsgierigheid En De Rol Van De Coronacrisis

    Het onderzoek belicht ook gedragsfactoren: Vlaamse leerlingen blijken minder nieuwsgierig en tonen minder doorzettingsvermogen dan het OESO-gemiddelde. Ook ervaren ze minder ondersteuning vanuit de familie voor schoolwerk. Een mogelijke verklaring voor de scherpe daling sinds 2018 is de coronacrisis, die volgens de OESO een negatieve impact heeft gehad op de onderwijsresultaten.

    Ondanks de dalende trend is er een lichtpuntje: Vlaamse leerlingen scoren goed in het oplossen van problemen in een digitale omgeving. Hier staan we internationaal op een gedeelde elfde plaats, enkel voorafgegaan door Estland binnen Europa. Dit toont aan dat er wel degelijk sterktes zijn in het Vlaamse onderwijs, hoewel de basisvaardigheden dringend aandacht vragen voor een sterke en inclusieve samenleving.

  • Genk Cargo Connect Elektrificeert Havenspoor Tegen 2028 Met 1,4 Miljoen Euro

    Genk Cargo Connect Elektrificeert Havenspoor Tegen 2028 Met 1,4 Miljoen Euro

    De binnenhaven van Genk wordt de eerste in België met een volledig geëlektrificeerde spoorverbinding, wat de regio moet aansluiten op het Europese goederennetwerk.

    Genk Cargo Connect, de operator van de Genkse binnenhaven, investeert 1,4 miljoen euro in de elektrificatie van de spoortoegang naar de haventerminals. Tegen 2028 moet het project voltooid zijn, waarmee Genk de eerste inlandterminal van België wordt die een directe elektrische aansluiting biedt op het Europese spoornet voor goederen. Zestig procent van de investering komt van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

    Deze stap is cruciaal om het goederenvervoer per spoor efficiënter en duurzamer te maken. Nu moeten goederentreinen die de Genkse haven aandoen nog wisselen naar diesellocomotieven in een nabijgelegen goederenstation, wat zowel tijd als geld kost. Het elektrificeren van de ‘last mile’ in Genk maakt een einde aan deze omslachtige procedure.

    Groenere en efficiëntere verbinding

    General manager Heidi Ulburghs van Genk Cargo Connect benadrukt dat veel treinen in Europa, vooral vanuit Oost-Europa en Noord-Italië, al elektrisch rijden. Door een aftakking te maken op de reeds geëlektrificeerde spoorlijn 21C, kunnen deze treinen straks zonder onderbreking de Genkse terminal binnenrijden. Jaarlijks wordt bijvoorbeeld 80.000 ton rijst uit de Noord-Italiaanse regio Novarra per goederentrein naar Genk vervoerd, waarna het via het Albertkanaal naar Olen gaat voor verwerking.

    De elektrificatie sluit de Genkse haven niet alleen naadloos aan op het Europese netwerk, maar draagt ook bij aan de verduurzaming van het transport. Wij zien vooral dat dit project een antwoord biedt op de Europese eisen voor duurzamer transport, wat de concurrentiepositie van de regio versterkt. Strategisch manager Britta Mulleners van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Limburg stelt dat dit de regio aantrekkelijker maakt voor bedrijven.

    Impact op de lokale economie

    De impact van de elektrificatie reikt verder dan enkel de logistieke sector. Genk Cargo Connect fungeert als een multimodaal knooppunt, en de verbeterde spoorverbinding zal de gehele economie van de regio ten goede komen. Het project draagt bij aan het imago van Genk als ‘maakstad’ en ‘logistieke stad’.

    Burgemeester Wim Dries (CD&V) hoopt dat er meer middelen naar Genk en Limburg blijven komen om de lokale economie competitiever te maken. Hij erkent wel dat de groei van zo’n logistieke hub ook veiligheidsuitdagingen met zich meebrengt, zoals het risico op drugssmokkel. De stad heeft daarom eerder dit jaar een integraal drugsplan aangekondigd, en de burgemeester pleit voor extra middelen voor de douane en de versterking van de lokale havenpolitie. Toch benadrukt hij dat de haven in de eerste plaats welvaart en economische ondersteuning brengt voor de regio.

  • Deze Zomer Ontving Antwerpen Recordaantal Dagtoeristen, Riviercruises Verdubbelen Door Droogte

    Deze Zomer Ontving Antwerpen Recordaantal Dagtoeristen, Riviercruises Verdubbelen Door Droogte

    Antwerpen heeft in de maanden juni, juli en augustus een ongezien aantal dagtoeristen verwelkomd. De stad zag het aantal bezoekers met 6 procent toenemen tot bijna drie miljoen, en het aantal riviercruises verdubbelde door de lage waterstand op Europese rivieren.

    De Antwerpse binnenstad bruiste deze zomer als nooit tevoren. Met 2,96 miljoen dagtoeristen registreerde de stad een absoluut record, een stijging van 6 procent ten opzichte van de vorige zomer. Vooral bezoekers uit Frankrijk, Nederland en Spanje vonden vaker de weg naar de Scheldestad. Tegelijkertijd deed een onverwachte factor de Antwerpse haven extra draaien: de aanhoudende droogte op de Rijn en de Donau zorgde ervoor dat dubbel zoveel riviercruises noodgedwongen uitweken naar Antwerpen.

    De groei van het toerisme is breed gedragen. Zowel Belgische bezoekers (+5,2 procent) als buitenlandse bezoekers (+5,7 procent) droegen bij aan het record. Nederland blijft met een stijging van 16,7 procent het belangrijkste herkomstland. Opvallender is de forse toename van Franse toeristen, met een groei van 41,7 procent, waardoor Frankrijk weer in de top drie staat. Schepen voor Toerisme Koen Kennis (N-VA) ziet in deze cijfers het bewijs dat Antwerpen niet alleen aantrekkelijk is voor dagjesmensen, maar ook steeds meer overnachtingsgasten trekt. Dit is een trend die wij in meerdere Europese steden zien: het klassieke dagtoerisme verschuift steeds meer naar meerdaagse bezoeken, wat de lokale economie doorgaans meer oplevert.

    Cruises Wijken Uit

    Een opvallend element in het toeristische plaatje van Antwerpen deze zomer is de toename van riviercruises. Door de lage waterstand op de Rijn en de Donau weken maar liefst 370 riviercruises uit naar de Antwerpse haven, met bijna 53.600 passagiers aan boord. Dat is een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Dit toont aan hoe klimaatverandering, in dit geval droogte, een directe impact kan hebben op toeristische stromen en de economie van steden die normaal gezien niet op de primaire route liggen van dergelijke schepen. De vraag die dan overblijft, is of Antwerpen deze onverwachte toename kan omzetten in een blijvende aantrekkingskracht voor de cruisemarkt, mochten de waterstanden in traditionele gebieden zich herstellen.

    Hotels En Attracties Boomen

    • Bezetting: De gemiddelde bezettingsgraad van Antwerpse hotels klokte af op 75,3 procent, 1,1 procent hoger dan een jaar eerder. De twee Tomorrowland-weekends in juli dreven de bezetting zelfs op naar bijna 93 procent.
    • Prijzen: De gemiddelde kamerprijs steeg naar 123,70 euro, met een piek van 133,04 euro in juli, mede dankzij de grote evenementen.
    • Attracties: Ook de monumentale kerken zagen een toename van 11,2 procent in bezoekers, met de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal als absolute trekpleister. Meer dan 380.000 mensen bezochten in totaal de Antwerpse attracties.

    Hoewel de Antwerp City Pass een daling van 18 procent kende in verkoop (1.614 exemplaren), waren 77 procent daarvan meerdaagse passen. Dit bevestigt het beeld van een stad die toeristen aanzet tot een langer verblijf. De zomer mag dan voorbij zijn, de stad hoopt de lijn door te trekken met evenementen zoals Open Monumentendag en de Antwerp Marathon. Wij volgen verder op of deze piek een eenmalige uitschieter was of het begin van een structurele groei voor Antwerpen als toeristische bestemming, zeker gezien de onvoorspelbaarheid van de klimaatfactoren die dit jaar zo’n grote rol speelden.

  • Vlaamse Internaten Krijgen Steeds Meer Zorgvragen, Terwijl Hun Opdracht Onderwijs Is

    Vlaamse Internaten Krijgen Steeds Meer Zorgvragen, Terwijl Hun Opdracht Onderwijs Is

    Internaten in Mechelen, Turnhout en Hoogstraten merken dat ze vaker worden benaderd voor de opvang van kinderen met complexe zorgnoden, een taak die eigenlijk bij de jeugdzorg ligt.

    Vlaamse internaten, traditioneel gericht op onderwijsbegeleiding, zien een opvallende verschuiving in het profiel van hun leerlingen. Directeurs in Mechelen, Turnhout en Hoogstraten krijgen steeds meer vragen om kinderen op te vangen die eigenlijk in de reguliere jeugdzorg thuishoren, maar daar geen plek vinden. Dit blijkt uit een rondvraag van VRT NWS.

    De druk vanuit de welzijnssector en jeugdrechtbanken neemt toe, zo ervaren de internaten. Rik Boutsen, directeur van internaat Mirho in Hoogstraten, benadrukt dat ze niet altijd kunnen helpen. Patrick Meeusen van het Heilig Graf in Turnhout stelt dat internaten er eigenlijk niet voor dienen om al deze vragen vanuit welzijn en jeugdzorg op te vangen.

    Meer Nood Aan Omkadering

    De internaten zien jaar na jaar meer inschrijvingen. Bij BimSem in Mechelen steeg het aantal internen van ongeveer 80 naar 130 in zes jaar tijd. Ook het Heilig Graf in Turnhout telt meer leerlingen dan tien jaar geleden. Deze groei is deels te danken aan de populariteit van sport- en creatieve richtingen, en de zichtbaarheid op sociale media.

    Toch is er een keerzijde. De directeurs merken dat de internen meer zorgvragen hebben en meer omkadering nodig hebben dan vroeger. Hoewel scholen ondersteuning krijgen van CLB’s, stoppen die diensten om zestien uur. Dan nemen de internaten het over. Het gaat hierbij niet alleen om ‘klassieke’ zorgvragen zoals ADD of ADHD, maar om complexere situaties.

    Balans In Leefgroepen Onder Druk

    De vragen komen vaak van jeugdrechtbanken, CLB’s of alleenstaande ouders die het niet meer aankunnen. Soms gaat het zelfs om crisisopvang bij alarmerende thuissituaties. Dit is een grote uitdaging, aangezien onderwijsinternaten in het weekend vaak gesloten zijn en geen psychologen in dienst hebben. Rik Boutsen van Mirho Hoogstraten geeft aan dat zijn elf voltijdse equivalenten (FTE’s) geen één-op-één begeleiding kunnen bieden aan 135 kinderen, wat ten koste zou gaan van studiebegeleiding en andere taken.

    Internaten kunnen in tegenstelling tot scholen wel zelf kiezen wie ze inschrijven. Patrick Meeusen van het Heilig Graf kiest ervoor om niet meer dan tien procent van de plaatsen vrij te houden voor zorgvragen vanuit welzijn. Hij benadrukt dat het personeel niet altijd is opgeleid voor deze specifieke zorg en dat het impact heeft op andere kinderen en hun ouders die bewust voor het internaat kiezen. Dick De Backer van BimSem in Mechelen stelt dat het cruciaal is om een goede balans te bewaren in de leefgroepen; een evenwichtige groep kan meer zorgvragen opvangen.

    De internaten proberen wel nauwer samen te werken met de welzijnssector, zoals BimSem met zorgpartner Emmaüs, om kinderen met noden sneller op te sporen en beter te ondersteunen. Maar de kern blijft: internaten zijn onderwijsinstellingen, geen jeugdzorg. De toenemende druk legt een zware hypotheek op hun primaire opdracht en de beschikbare middelen.

  • Gent Voorziet Vanaf September Ondersteuners Voor Buitenschoolse Activiteiten In 27 Buurten

    Gent Voorziet Vanaf September Ondersteuners Voor Buitenschoolse Activiteiten In 27 Buurten

    Vanaf september 2026 krijgen 70 Gentse scholen 1,8 miljoen euro van Vlaanderen om buitenschoolse opvang en activiteiten te coördineren, een hervorming die echter ook kritiek oogst.

    De stad Gent zet vanaf 1 september ondersteuners in om scholen te helpen bij het organiseren van buitenschoolse activiteiten. Deze ondersteuners zullen in 27 buurten actief zijn en moeten de samenwerking tussen scholen en lokale sportclubs, muziekopleidingen en andere organisaties vergemakkelijken. Deze stap maakt deel uit van een bredere Vlaamse hervorming van de buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA).

    Vlaanderen trekt voor dit project 1,8 miljoen euro uit, specifiek voor 70 Gentse scholen. Het doel is niet alleen opvang te bieden, maar ook een ruimer aanbod aan sportieve en culturele activiteiten na schooltijd te creëren. Hoewel sommige scholen dit al deden, wordt het nu de algemene aanpak, conform het nieuwe BOA-decreet.

    Nieuwe Aanpak En Kritiek

    De scholen krijgen de vrijheid om het toegekende budget zelf te besteden. Dat kan gaan van de aankoop van spelmateriaal tot het vergoeden van begeleiders of het ondersteunen van kwetsbare gezinnen. De aangeworven BOA-ondersteuners in Gent moeten de scholen helpen bij het leggen van contacten met verenigingen en het praktisch haalbaar maken van de samenwerking. De stad voorziet zelfs fietstaxi’s om verplaatsingen te vergemakkelijken, wat de druk op de reguliere opvang moet verlagen.

    Dit schooljaar geldt als een overgangsperiode, aangezien de BOA-hervorming volledig nieuw is. Het is de bedoeling dat de netwerken en activiteiten geleidelijk groeien. Vorig jaar waren er al proefprojecten op meer dan tien scholen, waarbij onder meer middelbare scholieren als animator meewerkten. Gent werkt ook aan een digitale tool waar gezinnen alle activiteiten, zowel tijdens het schooljaar als de vakanties, kunnen raadplegen. Daarnaast breidt de stad de ‘Brede School’-werking uit van 48 naar 73 scholen, met eigen middelen, wat gelijkaardig is aan de doelstellingen van BOA.

    Stijgende Kosten En Onzekerheid

    De hervorming kan echter niet overal op bijval rekenen. De prijzen voor buitenschoolse opvang in Gent zijn aangepast, wat voor sommige ouders betekent dat ze fors meer moeten betalen. Een groep tegenstanders in Gent verzamelt handtekeningen om dit thema op de gemeenteraad te brengen. Wij zien hier een duidelijk signaal dat de financiële impact voor gezinnen een belangrijk aandachtspunt blijft.

    Ook de vakbonden uiten hun zorgen over de statuten van de medewerkers en de kwaliteit van de opvang. Door de hervorming heerst er onzekerheid over de taken van het personeel en dreigt een deel van de ondersteuning weg te vallen. Het is afwachten wat het effect op het terrein zal zijn, maar de onrust over de gevolgen voor zowel ouders als personeel is zeker en vast voelbaar.

  • Hasselt Telt 492 Camera’s En Is Vlaamse Koploper In Cameratoezicht, Burgers Maken Zich Zorgen

    Hasselt Telt 492 Camera’s En Is Vlaamse Koploper In Cameratoezicht, Burgers Maken Zich Zorgen

    De Limburgse stad Hasselt heeft met 6,15 camera’s per duizend inwoners de hoogste cameradichtheid van Vlaanderen. Hoewel de politie de effectiviteit benadrukt, blijkt uit onderzoek dat inwoners zich zorgen maken over hun privacy.

    Hasselt heeft zich ontpopt tot de ‘surveillancehoofdstad’ van Vlaanderen. Met 492 actieve bewakingscamera’s in het straatbeeld telt de stad maar liefst 6,15 camera’s per duizend inwoners. Ter vergelijking: in Antwerpen, een veel grotere stad, gaat het om 2,26 camera’s per duizend inwoners, of ongeveer 1.200 camera’s op een bevolking van 530.000 mensen.

    Deze hoge cameradichtheid is een bewuste keuze, zo stelt burgemeester Steven Vandeput (N-VA). Hij ziet het cameraschild als een essentieel onderdeel van het veiligheidsbeleid, zeker gezien het bruisende stadsleven met veel evenementen, studenten en toeristen. De stadsmonitor toont aan dat Hasselaars een hoog veiligheidsgevoel rapporteren, wat de burgemeester als bevestiging ziet van het beleid.

    Burgers Vullen Zelf De Verhalen In

    Ondanks de officiële standpunten, zorgt de overmacht aan camera’s voor onrust bij de bevolking. Uit onderzoek van KU Leuven-studente Benthe Peeters blijkt dat inwoners vaak niet goed weten waarvoor al die camera’s precies dienen. Omdat de overheid beperkt communiceert over de werking, vullen burgers zelf de leemtes in met eigen verhalen en vermoedens. Peeters organiseerde ‘data walks’ waarbij inwoners hun ideeën deelden. Die gingen van een ‘dikke man met mayonaisevlekken op zijn hemd’ die live meekijkt, tot de overtuiging dat nummerplaatcamera’s (ANPR) enkel dienen als verdienmodel voor de stadskas.

    Bart Reekmans, cameramanager bij de recherche van politiezone Limburg Regio Hoofdstad (LRH), probeert deze ‘Big Brother’-vrees te ontkrachten. Hij benadrukt dat het met duizend camera’s in de hele zone onmogelijk is om alles live te volgen. De werking van de camera’s is voor 99 procent retroactief, wat betekent dat beelden pas bekeken worden na een incident. Bovendien worden beelden na dertig dagen automatisch gewist, tenzij ze nodig zijn als bewijs in een lopend onderzoek. Gezichtsherkenning in de publieke ruimte is verboden en technisch niet aanwezig; het systeem herkent hooguit objecten.

    Camera Als Objectieve Getuige

    Reekmans spreekt ook resoluut tegen dat de camera’s enkel een placebo-effect zouden hebben. Sinds de installatie is de ophelderingsgraad in dossiers met bruikbare beelden gestegen van 7 naar maar liefst 70 procent. De camera fungeert als een objectieve getuige die niet liegt, wat cruciaal is voor waarheidsvinding. Dankzij de beelden kan de politie sneller verdachten identificeren en het traject van daders reconstrueren.

    Om de privacy van burgers te waarborgen, hanteren zowel politie als stad strikte protocollen. Alles wat iemands privésfeer kan schenden, zoals een achtertuin of terras, wordt automatisch geblurd door de software. Elke raadpleging van camerabeelden wordt intern gelogd met een stamnummer en een specifieke reden, waardoor ‘zomaar’ meekijken onmogelijk is. Burgers hebben bovendien inzagerecht en kunnen contact opnemen met de beheerder van een camera als ze vragen hebben over wat er precies gefilmd wordt. Het is zelfs mogelijk om als burger een mobicamera aan te vragen bij aanhoudende overlast, wat aantoont dat het cameraschild ook dient voor de leefbaarheid van de buurt.

  • De Gemeente Geel Blijft Tien Euro Extra Aanrekenen Op GAS-Boetes

    De Gemeente Geel Blijft Tien Euro Extra Aanrekenen Op GAS-Boetes

    De discussie tussen de stad Geel en Vlaams minister Hilde Crevits over de wettelijkheid van een administratieve toeslag op GAS-boetes laait opnieuw op. Geel houdt voet bij stuk en blijft de extra kosten aanrekenen.

    Wie in Geel een GAS-boete krijgt voor te snel rijden, betaalt daar bovenop nog steeds een administratieve toeslag van tien euro. Dat blijkt uit de klacht van een inwoonster van Tessenderlo-Ham, die naast een boete van 58 euro ook de extra kosten moest ophoesten. Deze praktijk staat haaks op het standpunt van Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Hilde Crevits (CD&V), die eerder al stelde dat er geen wettelijke basis is voor zulke toeslagen.

    De minister tikte lokale besturen hierover al eerder op de vingers, waarna onder meer de stad Mechelen de extra kost schrapte. Geel weigert echter te volgen. Schepen voor Mobiliteit Kris Vangeel (CD&V) stelt dat de juridische diensten van de stad voldoende argumenten zien om het standpunt van Vlaanderen te betwisten. Wij zien vooral dat dit een juridisch kluwen is waar de burger de dupe van wordt, en dat is jammer.

    Geen Wettelijke Basis, Maar Ook Geen Dwingend Optreden

    Minister Crevits herhaalt haar standpunt met klem: “Wie te snel rijdt, moet uiteraard zijn boete betalen. Daar bestaat geen discussie over. Maar lokale besturen kunnen niet zomaar boven op een GAS 5-boete een bijkomende administratieve toeslag aanrekenen. Daarvoor bestaat vandaag geen wettelijke basis.” De boetebedragen zijn wettelijk vastgelegd en kunnen volgens haar niet via een lokale toeslag worden verhoogd.

    Het probleem is echter dat de minister op dit moment niet dwingend kan optreden tegen besturen die de toeslag toch aanrekenen. Haar kabinet bevestigt dat het toezicht van de minister niet bindend is in deze kwestie. De burger die de toeslag betwist, moet dit zelf doen via de procedure die op de boetebrief staat. Dat is een omweg die weinigen zullen nemen, en dat weten de gemeenten ook.

    Geel Betwist Juridische Grondslag

    De stad Geel blijft ervan overtuigd dat de administratieve toeslagen en aanmaningskosten bij wanbetaling niet per definitie onwettig zijn. Ze menen dat de discussie over beide types kosten ten onrechte op één hoop wordt gegooid, terwijl ze volgens Geel een verschillende juridische grondslag hebben. De stad verwijst naar eerdere rechterlijke uitspraken die volgens hen niet oordelen dat zulke kosten onwettig zijn, maar hoogstens kritiek uiten op de manier waarop sommige gemeenten die kosten hebben ingevorderd.

    Deze patstelling toont aan dat er nog veel onduidelijkheid is over de bevoegdheden en de interpretatie van de wetgeving rond GAS-boetes. Het is een situatie die voor de burger, die gewoon de regels probeert te volgen, voor verwarring zorgt. Wij volgen dit dossier verder op, want het is zeker en vast een precedent voor andere gemeenten.

  • Notariële Schenkingen Nemen Toe, Met Name In Vlaanderen

    Notariële Schenkingen Nemen Toe, Met Name In Vlaanderen

    Wanneer men een schenking doet, kunnen verschillende methoden worden toegepast, afhankelijk van het soort goed dat wordt geschonken. De regels verschillen voor roerende en onroerende goederen.

    Als u onroerend goed wilt schenken, zoals vastgoed, moet u altijd een notaris inschakelen om een akte op te maken. Het is niet mogelijk om vastgoed te schenken via een hand- of bankgift. In alle gevallen moet u schenkbelasting betalen, waarvan het tarief varieert afhankelijk van de waarde van het vastgoed en de relatie tussen de schenker en de ontvanger.

    Schenking van roerende goederen

    Voor roerende goederen, zoals geld en beleggingen, is het opmaken van een akte niet altijd noodzakelijk. Volgens notaris Bart van Opstal, woordvoerder van Notaris.be, hangt dit af van de situatie. U kunt bijvoorbeeld een geldbedrag schenken via een hand- of bankgift zonder schenkbelasting te betalen. Echter, u moet nog wel vijf jaar in leven blijven om erfbelasting te vermijden. Voor 2025 was deze “verdachte periode” in Vlaanderen slechts drie jaar.

    De verlenging van de verdachte periode tot vijf jaar heeft ongetwijfeld meer mensen ertoe aangezet hun schenking te registreren en schenkbelasting te betalen. In Vlaanderen is de schenkbelasting voor roerende goederen een vlak tarief van 3 procent voor directe familieleden en partners, en 7 procent voor anderen. U kunt de registratie zelf uitvoeren, maar veel mensen kiezen ervoor om dit via hun notaris te doen.

    Schenkingen via een notariële akte

    Een roerend goed schenken via een notariële akte wordt aanbevolen wanneer er een groot risico op discussie is, bijvoorbeeld als u een van uw kinderen wilt bevoordelen of bepaalde voorwaarden aan de schenking wilt verbinden.

    In 2021 vonden 53.236 schenkingen plaats via een notariële akte, waarvan 70 procent in Vlaanderen. Het totale aantal schenkingen is moeilijk te bepalen, aangezien er alleen gegevens beschikbaar zijn over geregistreerde schenkingen. Uit recente gegevens blijkt dat er in Vlaanderen in 2021 93.679 geregistreerde schenkingen waren, met een totale waarde van meer dan 25 miljard euro.

  • Dynamische Elektriciteitscontracten: Een Groeiende, Maar Niche Markt In Vlaanderen

    Dynamische Elektriciteitscontracten: Een Groeiende, Maar Niche Markt In Vlaanderen

    Hoewel het aantal dynamische elektriciteitscontracten in Vlaanderen aanzienlijk toeneemt, blijft het totaal aantal gezinnen dat voor zo’n contract kiest relatief beperkt. Uit gegevens van de Vlaamse Nutsregulator blijkt dat eind november slechts 0,81 procent van de gezinnen, ofwel net iets meer dan 20.000 huishoudens, een dynamisch contract had afgesloten. In een dergelijk contract wordt de prijs van de elektriciteit per uur berekend op basis van de prijzen op de energiemarkten.

    Standaard energiecontracten blijven populair

    Het merendeel van de Vlaamse gezinnen (73 procent) kiest nog steeds voor een variabel contract, terwijl 26 procent een vast contract heeft afgesloten. Ondernemingen laten vergelijkbare cijfers zien. Echter, het aantal huishoudens met een dynamisch contract groeit gestaag. Een jaar geleden ging het nog om ongeveer 10.000 huishoudens.

    Dynamische contracten: niet voor iedereen

    Dynamische contracten zijn niet voor elke consument geschikt. Volgens een rapport van de federale energieregulator CREG is de gemiddelde consument nog niet klaar voor dynamische contracten. Dergelijke contracten vereisen dat consumenten regelmatig de uurtarieven raadplegen en hun verbruik plannen. Bij negatieve prijzen kunnen consumenten bijvoorbeeld geconfronteerd worden met kosten voor de injectie van niet-gebruikte stroom op het net. Het is daarom belangrijk dat consumenten zich bewust zijn van het risico op negatieve prijzen.

    Volgens de CREG zijn dynamische contracten een slimme keuze voor degenen die de technologie begrijpen en bewust met hun verbruik omgaan. Voor de gemiddelde consument zijn deze contracten echter te complex en te vroeg geïntroduceerd.

    Aardgascontracten

    Bij aardgascontracten kiest ruim 72 procent van de gezinnen voor een variabel contract en iets meer dan 27 procent voor een vast contract. Dynamische aardgascontracten met een variabele prijs per uur bestaan in Vlaanderen nog niet. Bij ondernemingen ligt het percentage vaste aardgascontracten iets hoger, namelijk op 31 procent.

  • Contributie Solidaris Vlaanderen Neemt Toe Tot 9,05 Euro Per Maand In 2026

    Contributie Solidaris Vlaanderen Neemt Toe Tot 9,05 Euro Per Maand In 2026

    Leden van het socialistische ziekenfonds Solidaris zullen in 2026 een contributie van 9,05 euro per maand, ofwel 108,60 euro per jaar, moeten betalen. Voor degenen die in aanmerking komen voor een verhoogde tegemoetkoming, zal dit bedrag 8,70 euro per maand zijn, ofwel 104,40 euro op jaarbasis.

    Vergelijking met de huidige lidmaatschapsbijdrage

    Ter vergelijking, dit jaar bedroegen de lidmaatschapskosten voor reguliere leden nog 8,65 euro per maand, ofwel 103,80 euro per jaar. Voor leden die recht hebben op verhoogde terugbetaling van medische kosten, was dit bedrag 8,30 euro per maand, ofwel 99,60 euro per jaar.

    Doel van de contributie

    De ziekenfondsen gebruiken de lidmaatschapsbijdrage om diverse extra voordelen te financieren.