De Amerikaanse aandelenmarkten sloten donderdag lager, met de S&P 500 en de Dow Jones Industrials die hun diepste stand in vijf weken bereikten. De angst voor aanhoudende inflatie door stijgende olieprijzen en de mogelijkheid van verdere renteverhogingen drukten zwaar op het beleggerssentiment.
De Amerikaanse aandelenbeurzen sloten donderdag 10 september 2026 lager, waarbij de S&P 500-index met 0,58 procent daalde en de Dow Jones Industrial Average 0,60 procent verloor. De Nasdaq 100 kende de grootste daling van de drie hoofdindices, met een verlies van 1,08 procent. Alle drie de indices zakten hiermee naar hun laagste niveau in vijf weken.
De belangrijkste aanleiding voor deze daling was de sterke stijging van de olieprijzen. De prijs voor een vat WTI-olie schoot donderdag met meer dan 6 procent omhoog naar het hoogste niveau in 3,5 maand. Deze piek volgt op toenemende geopolitieke spanningen, waarbij Iran aangaf bereid te zijn tot een intensere oorlog. Dit wakkert de vrees aan dat de inflatie langer hoog zal blijven, wat de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, zou kunnen aanzetten tot verdere renteverhogingen.
Wij zien vooral dat de markt gevoelig blijft voor inflatie-indicatoren en de reactie van centrale banken daarop. Hoewel de Europese Centrale Bank de depositofaciliteit al met 25 basispunten verhoogde naar 2,50 procent, houden de markten in de Verenigde Staten rekening met een kans van 75 procent op een gelijkaardige renteverhoging van 25 basispunten tijdens de volgende vergadering van het Federal Open Market Committee (FOMC) op 15 en 16 september. De hogere olieprijzen versterken dit scenario, wat dan weer leidt tot verhoogde obligatierentes wereldwijd. De 10-jarige Britse Gilt-rente bereikte donderdag een hoogtepunt van 5,38 procent, een niveau dat sinds negentien jaar niet meer is gezien, terwijl de Duitse Bund-rente met 3,51 procent de hoogste stand in zeventien jaar aantikte.
T-obligaties en bedrijfscijfers
De Amerikaanse 10-jarige T-obligatierente steeg donderdag ook, naar een hoogtepunt van 4,96 procent, het hoogste niveau in 2,75 jaar. Deze stijging werd verder gevoed door de publicatie van de Amerikaanse producentenprijsindex (PPI) voor augustus, die met 5,4 procent op jaarbasis sterker uitviel dan de verwachte 5,3 procent. Dit wijst op aanhoudende prijsdruk in de economie. Tegelijkertijd bleven de wekelijkse aanvragen voor een werkloosheidsuitkering laag, wat duidt op een sterke arbeidsmarkt en de Fed meer ruimte geeft voor een restrictiever beleid.
De dalende trend op de aandelenmarkt trof verschillende sectoren. Techbedrijven en chipproducenten kregen klappen, met bedrijven als CoreWeave, Intel en Lam Research die meer dan 5 procent verloren. Ook huizenbouwers en toeleveranciers zagen hun aandelen dalen, onder meer Lennar en KB Home, als gevolg van de stijgende hypotheekrentes die de vraag naar woningen dreigen te drukken. Het aantal verkochte bestaande woningen in de VS daalde in augustus al met 2,0 procent tot 3,98 miljoen, het laagste punt in veertien maanden.
Handelsoorlog en Apple’s iPhone Duo
Naast de inflatiezorgen speelt ook de escalerende handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en Canada een rol. Canada heeft tarieven van 15 tot 50 procent ingesteld op honderden Amerikaanse goederen, als vergelding voor eerdere Amerikaanse maatregelen. De VS heeft daarop gereageerd met nieuwe importbeperkingen en tarieven op Canadese producten, wat het marktsentiment verder onder druk zet.
Tegen de stroom in was er een opvallende stijger: Apple zag zijn aandeel met meer dan 3 procent toenemen. Dit gebeurde nadat analisten positief reageerden op de aankondiging van de nieuwe iPhone Duo, de eerste opvouwbare telefoon van het bedrijf. Dit toont aan dat innovatie, zelfs in een onzeker marktklimaat, beleggers kan blijven boeien.

Een reactie achterlaten