Tag: economie

  • LVMH En Hermès Stijgen Sinds Januari Tegen De Dalende Markt In

    LVMH En Hermès Stijgen Sinds Januari Tegen De Dalende Markt In

    Terwijl de brede aandelenmarkt met krimp te kampen heeft, presteren luxemerken als LVMH en Hermès uitzonderlijk goed. De strategie van schaarste blijkt een effectief wapen tegen economische tegenwind, waardoor deze aandelen een veilige haven vormen voor beleggers.

    Sinds de start van het jaar hebben luxemerken de brede aandelenmarkt achter zich gelaten. Vooral grote namen zoals LVMH en Hermès lieten een sterke groei zien, terwijl de algemene markt kampte met krimp. Dit opvallende verschil toont aan dat schaarste, in plaats van massaproductie, een cruciaal concurrentiewapen is voor deze merken.

    De strategie van het beperken van de beschikbaarheid, oftewel schaarste creëren, zorgt ervoor dat de vraag naar luxeartikelen hoog blijft. Dit stelt de merken in staat om de prijzen te verhogen zonder dat dit ten koste gaat van de verkoopvolumes. Wij zien hier vooral een bewijs dat een sterke merkidentiteit en exclusiviteit een krachtige buffer vormen tegen economische onzekerheid, iets wat veel andere sectoren missen in volatiele tijden.

    Schaarste Als Troef Voor Prijszetting

    Luxehuizen zoals Chanel en Hermès zijn meesters in het beheersen van hun aanbod. Het aantal tassen dat bijvoorbeeld Hermès per jaar produceert, is beperkt, wat de exclusiviteit en de waardedaling op de tweedehandsmarkt tegengaat. Het effect is dat deze producten vaak meer waard worden, zelfs nadat ze gekocht zijn. Hierdoor zijn de aandelen van deze bedrijven minder gevoelig voor inflatie en hogere rentes, wat ze aantrekkelijk maakt voor beleggers die op zoek zijn naar stabiliteit.

    De prijselasticiteit van luxeartikelen is laag: zelfs bij prijsverhogingen blijft de vraag robuust. Dit komt deels doordat de doelgroep, vaak vermogende consumenten, minder direct getroffen wordt door economische schommelingen. Het gaat niet alleen om het product zelf, maar om de status en het gevoel van exclusiviteit dat ermee gepaard gaat. Wij denken dat dit een belangrijke reden is waarom deze bedrijven stelselmatig beter presteren in tijden van economische onrust.

    Groei In Moeilijke Omstandigheden

    Terwijl veel bedrijven hun omzet zien stagneren of dalen, blijven luxebedrijven groeien. LVMH, de grootste speler in de sector met meer dan 75 merken, behaalde een omzet van 86,2 miljard euro in het boekjaar 2023, een stijging van 13 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Hermès rapporteerde een omzet van 13,4 miljard euro, een toename van 16 procent.

    Deze cijfers staan in schril contrast met de prestaties van de bredere markt, waar veel bedrijven moeite hebben om positieve groeicijfers te tonen. De focus op een select publiek en het vermogen om een aura van exclusiviteit te handhaven, maakt luxemerken veerkrachtig. Het is een sector die een eigen economische logica volgt, waar de traditionele regels van vraag en aanbod anders spelen. Wij zien dit als een voortzetting van een trend die al langer zichtbaar is, maar die in de huidige marktcontext extra opvalt.

  • 2,0 Procent Britse Inflatie Bereikt Exact De Doelstelling Van Centrale Bank

    2,0 Procent Britse Inflatie Bereikt Exact De Doelstelling Van Centrale Bank

    De inflatie in het Verenigd Koninkrijk is in mei opnieuw gestegen, en bereikt daarmee de langverwachte doelstelling van de Bank of England. Dit kan de weg vrijmaken voor een renteverlaging.

    De Britse inflatie heeft in mei 2024 de doelstelling van de Bank of England bereikt. De consumentenprijzen stegen met 2,0 procent op jaarbasis, zo blijkt uit cijfers van het Office for National Statistics (ONS). Dit is een daling ten opzichte van de 2,3 procent in april en betekent dat de inflatie nu precies op het streefcijfer van de centrale bank ligt. Economen hadden een lichte daling verwacht, maar niet zo precies op de doelstelling.

    De laatste keer dat de inflatie in het Verenigd Koninkrijk rond de 2,0 procent schommelde, was in de zomer van 2021, net voor de grote prijsstijgingen begonnen. De daling van de inflatie is vooral te danken aan lagere energieprijzen, met name die van elektriciteit en gas, en ook voedselprijzen stegen minder hard dan voorheen. Diensteninflatie blijft echter een hardnekkiger probleem en kwam uit op 5,7 procent, wat nog steeds een forse stijging is, al was ook dit lager dan de 5,9 procent in april. Wij zien hierin vooral de spanning tussen een afkoelende goederenmarkt en een nog steeds relatief krappe arbeidsmarkt, wat de loonkosten en daarmee de prijzen van diensten hoog houdt.

    Rentebeleid Onder Druk

    De Bank of England staat nu voor een moeilijke beslissing. Met de inflatie op het streefdoel groeit de druk om de beleidsrente, die momenteel op een hoogte van 5,25 procent staat, te verlagen. De centrale bank heeft echter herhaaldelijk aangegeven dat ze pas zal overgaan tot een renteverlaging wanneer ze er zeker van is dat de inflatie duurzaam naar het streefcijfer terugkeert. De hardnekkige diensteninflatie kan hierbij nog roet in het eten gooien. Wij twijfelen of de Bank of England al volgende maand de rente zal verlagen, gezien de aanhoudende druk op de lonen en de dienstenprijzen.

    Wat Dit Betekent Voor De Economie

    Een lagere inflatie is goed nieuws voor de koopkracht van Britse huishoudens. Consumenten hebben meer te besteden wanneer prijzen minder snel stijgen, wat de economie een impuls kan geven. Voor de vastgoedmarkt zou een eventuele renteverlaging ook verlichting kunnen brengen, aangezien hypotheekrentes dan waarschijnlijk zullen dalen. De Britse economie heeft de afgelopen jaren te kampen gehad met hoge inflatie en een trage groei. Dit nieuws kan een eerste stap zijn richting een stabieler economisch klimaat, al blijft de weg naar volledig herstel lang en vol onzekerheden.

  • Na Een Maand Daling Stijgt De Italiaanse Inflatie Weer Naar 0,9 Procent

    Na Een Maand Daling Stijgt De Italiaanse Inflatie Weer Naar 0,9 Procent

    De consumentenprijzen in Italië zijn in april opnieuw de hoogte ingegaan, wat druk zet op de Europese Centrale Bank. De stijging van de energieprijzen speelt hierbij een belangrijke rol, net als de hogere prijzen voor diensten.

    De Italiaanse inflatie, gemeten aan de hand van de geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP), is in april 2024 toegenomen tot 0,9 procent op jaarbasis. Dat is een stijging ten opzichte van de 0,8 procent die in maart werd genoteerd. Deze opleving komt na een periode van afkoeling in de Italiaanse prijzen, en zal zeker en vast de aandacht trekken van de Europese Centrale Bank (ECB) in aanloop naar haar volgende rentebesluit.

    De toename wordt voornamelijk gedreven door hogere energieprijzen en een stijging van de kosten voor diensten. Vooral de prijzen van niet-gereguleerde energie, zoals benzine en diesel, zijn harder gestegen dan in de voorgaande maand. Deze ontwikkeling wijst erop dat de inflatiedruk breder is dan enkel volatiele voedselprijzen.

    Energie en Diensten Drijven De Prijsstijging

    Terwijl de voedselprijzen in april hun daling leken voort te zetten, is de core-inflatie – die geen rekening houdt met de volatiele prijzen van energie en onbewerkte voedingsmiddelen – ook gestegen. Van 2,3 procent in maart klom deze naar 2,4 procent in april. Dit cijfer is belangrijk omdat het een beter beeld geeft van de onderliggende prijsdruk in de economie, los van tijdelijke schommelingen.

    Wij zien vooral dat deze cijfers de ECB voor een dilemma plaatsen. De algemene verwachting in de markten is dat de ECB de rente in juni zal verlagen, maar een aanhoudende inflatie in grote economieën zoals Italië zou die plannen kunnen doorkruisen. Het is de vraag of de ECB zich zal laten leiden door de vertraging in de totale inflatie of zich meer zal richten op de hardnekkige stijging van de core-inflatie en dienstenprijzen.

    Wat Dit Betekent Voor De ECB

    De Italiaanse inflatiecijfers zijn een belangrijke graadmeter voor de eurozone als geheel, aangezien Italië een van de grootste economieën van de muntunie is. Als de inflatie daar, gedreven door energie en diensten, weer de kop opsteekt, kan dit de inflatiedoelstelling van 2 procent voor de gehele eurozone bemoeilijken.

    De komende maanden zullen cruciaal zijn om te zien of deze stijging een eenmalige uitschieter is of het begin van een bredere trend. De ECB zal ongetwijfeld nauwlettend de ontwikkelingen in de diverse lidstaten in de gaten houden. Wij twijfelen of een renteverlaging in juni nog wel zo zeker is als eerder gedacht, zeker als andere eurozone-landen vergelijkbare stijgingen laten zien. Het is een delicate evenwichtsoefening voor de centrale bankiers.

  • Stijging Van 0,8 Procent Opent Beurs Brussel, Solvay En Galapagos Leiden

    Stijging Van 0,8 Procent Opent Beurs Brussel, Solvay En Galapagos Leiden

    De Belgische beursindex, de BEL 20, opent vandaag stevig in het groen. Vooral enkele grote namen trekken de kar, na een periode van lichte dalingen.

    De Brusselse beurs heeft de handelsdag van dinsdag 23 april met een duidelijk positieve noot ingezet. De BEL 20-index, de graadmeter voor de Belgische aandelenmarkt, steeg bij opening met 0,8 procent. Dit volgt op een licht negatieve trend van de afgelopen dagen, waarbij de index op maandag nog 0,4 procent moest inleveren.

    Vooral enkele zwaargewichten binnen de index lieten een sterke prestatie zien. Het chemiebedrijf Solvay en het biotechbedrijf Galapagos waren de grootste stijgers, met winsten van respectievelijk 1,7 en 1,8 procent. Ook Ageas, de verzekeraar, droeg bij aan de opwaartse beweging met een stijging van 1,5 procent. Deze vroege koerswinsten zijn opvallend, gezien de voorzichtige start van de bredere Europese markten.

    Beleggerskijker Richt Zich Op Cijfers

    De algemene positieve stemming op de Brusselse beurs lijkt een reactie op de stabilisatie van de Amerikaanse en Aziatische markten, die de dag eerder al licht hoger sloten. Wij zien vooral dat beleggers hun blik richten op de komende kwartaalcijfers. Deze week en volgende week publiceren tal van bedrijven hun resultaten, en de verwachtingen zijn voorzichtig optimistisch.

    De resultaten van bedrijven als Solvay en Galapagos zullen de komende weken extra onder de loep worden genomen. Solvay, dat recent nog een splitsing heeft doorgevoerd in twee afzonderlijke entiteiten, is een belangrijk ijkpunt voor de chemische sector. Galapagos kampt al langer met uitdagingen in zijn pijplijn, waardoor elke positieve ontwikkeling de koers snel kan beïnvloeden. De stijging van 1,8 procent voor Galapagos, na een periode van aanhoudende druk, lezen wij als een teken dat de markt de recente ontwikkelingen positiever inschat.

    Wat Dit Betekent Voor De BEL 20

    De BEL 20 heeft de afgelopen maand een licht dalende trend gekend, met een verlies van ongeveer 2,5 procent sinds eind maart. De huidige opleving kan een welkome adempauze betekenen voor beleggers. De index volgt daarmee de bredere Europese trend, waar de Euro Stoxx 50 ook een bescheiden winst van 0,3 procent liet optekenen.

    Of deze stijging aanhoudt, zal afhangen van de bedrijfscijfers en de macro-economische berichten die de komende dagen verschijnen. De markt blijft gevoelig voor signalen over inflatie en rentetarieven, zeker nu de Europese Centrale Bank haar rentebeleid mogelijk gaat bijsturen. Wij twijfelen of de huidige winsten duurzaam zijn zonder stevige fundamenten uit de bedrijfscijfers.

  • Na Nieuwe Plannen Wil Europa Tegen 2040 De CO2-Uitstoot Met 90 Procent Verminderen

    Na Nieuwe Plannen Wil Europa Tegen 2040 De CO2-Uitstoot Met 90 Procent Verminderen

    De Europese Commissie zet een nieuwe ambitieuze deadline voor de klimaatdoelstellingen, wat diepgaande gevolgen heeft voor sectoren als energie en landbouw.

    De Europese Commissie heeft vandaag een nieuw tussentijds klimaatdoel voorgesteld: tegen 2040 moet de netto CO2-uitstoot binnen de Europese Unie met 90 procent verminderd zijn ten opzichte van 1990. Dit voorstel, dat volgt op de eerder vastgestelde 55 procent reductie tegen 2030, schetst een pad naar klimaatneutraliteit tegen 2050.

    Deze verregaande reductie vraagt om een radicale transformatie van de Europese economie. Vooral de energie-intensieve industrie, de landbouw en het transport staan voor enorme uitdagingen. De transitie zal de investeringen in hernieuwbare energie versnellen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder afbouwen. Wij zien hierin een duidelijk signaal dat Europa vasthoudt aan zijn groene ambities, ondanks de recente kritiek op de kosten en de impact op het concurrentievermogen van de industrie.

    Industrie En Landbouw Moeten Veranderen

    Om de 90 procent reductie te halen, moeten energiebedrijven hun CO2-uitstoot tegen 2040 met 80 procent terugdringen. De industrie, die nu nog goed is voor een kwart van de totale uitstoot in de EU, moet de koolstofemissies met 85 procent verminderen. Dit betekent dat bedrijven volop moeten inzetten op elektrificatie, energie-efficiëntie en, waar nodig, CO2-afvang en -opslag (CCS).

    Ook de landbouwsector, verantwoordelijk voor ongeveer 11 procent van de EU-uitstoot, krijgt te maken met aangescherpte eisen. Verwacht wordt dat de sector de uitstoot van niet-CO2 broeikasgassen (zoals methaan en lachgas) met 30 procent moet reduceren. Dit kan leiden tot veranderingen in landbouwpraktijken, zoals efficiënter mestbeheer en de overstap naar gewassen met een lagere ecologische voetafdruk. De Europese Commissie erkent de gevoeligheid van dit dossier en benadrukt het belang van een dialoog met de sector.

    Investeringen En Concurrentiekracht

    De Commissie schat dat er jaarlijks 1,5 biljoen euro aan investeringen nodig is om de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2040 te realiseren. Een aanzienlijk deel hiervan zal uit de private sector moeten komen. Hoewel de plannen de Europese industrie dwingen tot innovatie, bestaat de vrees dat dit de concurrentiepositie van Europese bedrijven ten opzichte van China en de Verenigde Staten kan ondermijnen, waar de klimaatregels soms minder streng zijn.

    De komende maanden zal het voorstel worden besproken met de lidstaten en het Europees Parlement. De vraag is of de ambitie standhoudt in het licht van de aankomende Europese verkiezingen en de druk van industrie en landbouw. Dit is een politiek gevoelig thema waar de meningen sterk over verdeeld zijn, wat de onderhandelingen zeker en vast complex zal maken.

  • Goudprijs Reageert Nauwelijks Op Inflatiecijfers, Vertrouwen In Fed Wordt Crucialer

    Goudprijs Reageert Nauwelijks Op Inflatiecijfers, Vertrouwen In Fed Wordt Crucialer

    De traditionele correlatie tussen goud en inflatie lijkt te verschuiven nu de edelmetaalprijs stabiel blijft, zelfs na hogere dan verwachte inflatie. Analisten zien hierin een diepere boodschap over het marktsentiment rond de Amerikaanse centrale bank.

    De goudprijs toonde zich onverwacht veerkrachtig na de publicatie van de Amerikaanse inflatiecijfers vorige week. Hoewel de consumentenprijsindex (CPI) voor augustus een stijging van 0,4 procent liet zien en de jaarlijkse inflatie op 3,4 procent bleef, daalde de goudprijs slechts met 0,34 procent. Dit ondanks dat de kerninflatie, exclusief voedsel en energie, met 0,3 procent meer steeg dan verwacht, wat de kans op een renteverhoging door de Federal Reserve (Fed) opdreef tot boven de 80 procent.

    De algemene consensus is doorgaans dat goud een bescherming biedt tegen inflatie. Wanneer inflatie stijgt, en daarmee de koopkracht van valuta afneemt, zoeken beleggers vaak hun toevlucht in edelmetalen. De recente stabiliteit van goud bij een hogere inflatie dan verwacht, suggereert een verandering in de factoren die de goudprijs bepalen. Wij zien vooral dat het vertrouwen in de Federal Reserve en haar vermogen om inflatie te bestrijden een steeds belangrijkere rol speelt dan de inflatie zelf.

    Fed’s geloofwaardigheid in de weegschaal

    Volgens Naeem Aslam, hoofd beleggingen bij Zaye Capital Markets, weegt goud de geloofwaardigheid van de Fed af tegen de traditionele drijfveren van inflatie en rentetarieven. Dit betekent dat de markt niet alleen kijkt naar de cijfers, maar ook naar de vastberadenheid van de centrale bank om de inflatie te beheersen. Een zwakke reactie van goud op inflatie zou kunnen duiden op een gebrek aan vertrouwen in de Fed om haar monetaire beleid effectief te handhaven.

    Historisch gezien heeft goud vaak geprofiteerd van onzekerheid en angst in de markt. Het feit dat de prijs niet sterk daalt bij een hogere kans op renteverhogingen – wat doorgaans negatief is voor goud omdat het geen rente oplevert – is opvallend. Het suggereert dat beleggers meer waarde hechten aan de stabiliteit die een daadkrachtige Fed kan bieden, zelfs als die stabiliteit gepaard gaat met hogere rentes.

    Wat de obligatiemarkt ons vertelt

    De belangrijkste indicator voor de goudprijs zal volgens Aslam de obligatiemarkt zijn. De reactie van de obligatiemarkt weerspiegelt het geloof van beleggers in de resolutie van de Fed om inflatie te bestrijden. Als beleggers geloven dat de Fed de inflatie onder controle kan houden, kan de aantrekkingskracht van goud als inflatiehedge afnemen. Dit is een subtiele, maar belangrijke verschuiving in de dynamiek van de goudmarkt.

    De Amerikaanse 10-jarige obligatierente staat momenteel op 5,014 procent, terwijl de 2-jarige rente 4,665 procent bedraagt. Deze cijfers tonen aan dat er wel degelijk beweging is in de obligatiemarkt, wat de geloofwaardigheid van de Fed direct beïnvloedt. Wij zullen hier de komende tijd scherp op blijven letten: een sterke obligatiemarkt die vertrouwen uitstraalt in de Fed, zou voor goud een teken kunnen zijn dat zijn rol als inflatiehedge minder dominant wordt, en zijn rol als veilige haven in algemene onzekerheid belangrijker blijft.

  • Schoonmakers Staken Voor Twaalf Procent Meer Loon, Schiphol Merkt Vooralsnog Weinig

    Schoonmakers Staken Voor Twaalf Procent Meer Loon, Schiphol Merkt Vooralsnog Weinig

    Nederlandse schoonmakers voeren voor de tweede dag actie, met een looneis die stevig doorweegt in de sector. Toch blijft de impact op grote knooppunten zoals Schiphol beperkt, wat de vraag oproept naar de effectiviteit van de huidige staking.

    Schoonmakers in Nederland zijn voor de tweede dag op rij in staking. Hun belangrijkste eis is een loonsverhoging van 12 procent, een bedrag dat de inflatie moet compenseren en de koopkracht moet herstellen. Opmerkelijk is dat grote knooppunten zoals luchthaven Schiphol en de grootste treinstations in het land vooralsnog weinig hinder lijken te ondervinden van de acties, zo meldt NU.nl.

    De staking, georganiseerd door vakbond FNV, komt er nadat de onderhandelingen over een nieuwe cao met de werkgevers vastliepen. De werkgevers, verenigd in de Schoonmaakbranche, boden een loonsverhoging van ruim 7 procent over achttien maanden aan, een voorstel dat de vakbond als onvoldoende van tafel veegde. FNV eist niet alleen een hogere loonsverhoging, maar ook een automatische prijscompensatie voor de toekomst, zodat lonen voortaan meestijgen met de inflatie.

    Lichte hinder op enkele plekken

    Hoewel de landelijke impact op grote infrastructuur beperkt lijkt, zijn er op specifieke locaties wel degelijk gevolgen. Sommige ziekenhuizen en bedrijfskantoren voelen de afwezigheid van het schoonmaakpersoneel. De FNV benadrukt dat de stakingen vooral gericht zijn op het uitoefenen van druk, en dat de acties de komende tijd kunnen worden uitgebreid als de werkgevers niet tegemoetkomen aan de eisen. Wij zien dit als een tactische zet om de druk op te voeren zonder direct het hele land plat te leggen, wat de steun van het publiek ten goede zou moeten komen.

    Een sector onder druk

    De schoonmaaksector, met zo’n 150.000 werknemers, is een belangrijke pijler van de Nederlandse economie, al blijft ze vaak onzichtbaar. De looneis van 12 procent ligt bovenaan de bandbreedte van wat we de afgelopen maanden in andere sectoren zagen, waar vakbonden vaak rond de 10 procent stijging afdwongen. Dit toont aan dat de schoonmakers, vaak laagbetaald en essentieel voor de hygiëne en het functioneren van publieke ruimtes, nu een groter deel van de economische koek opeisen. Het verschil tussen de vraag van de werknemers en het aanbod van de werkgevers is met bijna 5 procentpunten aanzienlijk, wat een snelle oplossing onwaarschijnlijk maakt.

    De komende dagen zal blijken of de werkgevers hun standpunt herzien, of dat de acties verder escaleren. Voor nu blijft de situatie een patstelling, waarbij de schoonmakers hopen op een doorbraak en de werkgevers de financiële impact van een hogere loonsverhoging afwegen.

  • Federal Reserve Negeert Alle Verwachtingen En Verhoogt De Rente Naar Vier Procent

    Federal Reserve Negeert Alle Verwachtingen En Verhoogt De Rente Naar Vier Procent

    De Amerikaanse centrale bank heeft de rente opgetrokken, terwijl bitcoin voorafgaand aan de aankondiging al zo’n 3 procent daalde. De verwachtingen voor verdere verhogingen dit jaar zijn hooggespannen.

    De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, heeft zopas de rente verhoogd met 25 basispunten. Dit brengt de federal funds target range op 3,75 tot 4 procent. Vlak voor de aankondiging zakte de waarde van bitcoin (BTC) met bijna 3 procent naar een koers van ongeveer 75.800 dollar.

    Deze renteverhoging was grotendeels ingeprijsd door de financiële markten, zo blijkt uit de FedWatch tool van CME. Ook grote investeringsbanken verwachtten een dergelijke stap. Bovendien anticiperen bijna alle grote banken op Wall Street op minstens één extra renteverhoging voor het einde van het jaar.

    Marktverwachtingen Creëren Uitdaging Voor Fed-voorzitter

    De agressieve marktverwachtingen creëren een complexe situatie voor Kevin Warsh, de voorzitter van de Federal Reserve. Volgens Robin Brooks, een senior fellow bij het Brookings Institution, is het voor Warsh een moeilijke opgave om een boodschap te brengen die strookt met de vele renteverhogingen die de markt al heeft ingeprijsd.

    Wij zien hier vooral dat de geloofwaardigheid van de Fed, zeker wat betreft hun strijd tegen de inflatie, onder druk staat. Als Warsh een minder havikachtige boodschap brengt dan verwacht, kan dit leiden tot een verzwakking van de dollar en een stijging van de langetermijnrente op Amerikaanse staatsobligaties. Dat zou dan weer de zorgen over inflatie en staatsschuld aanwakkeren. Die dollarverzwakking kan dan net weer gunstig zijn voor activa zoals bitcoin en goud, na een initiële verkoopgolf.

    Stijgende Rente En De Gevolgen Voor Bitcoin

    Stijgende rentes zijn traditioneel geen goed nieuws voor activa die zelf geen rendement opleveren, zoals bitcoin. Het is echter belangrijk om te kijken naar de onderliggende oorzaak van de rentestijging. Als de rente stijgt door inflatiezorgen in plaats van door een rooskleurige economische vooruitblik, kan dit een andere dynamiek teweegbrengen. Een scenario-analyse van JPMorgan, gedeeld door Barchart, suggereert dat beleggers zouden kunnen concluderen dat het monetaire beleid van de Fed te soepel blijft als er geen expliciete ‘hawkish’ vooruitzichten worden gegeven. Dit zou kunnen leiden tot de verwachting van agressievere renteverhogingen in de toekomst, misschien zelfs stappen van 50 basispunten, wat de rente verder omhoog stuwt.

    De tienjarige Amerikaanse staatsrente schommelt momenteel rond de 5 procent, een stijging van ongeveer 80 basispunten dit jaar. Een aanzienlijk deel van die stijging komt door toenemende zorgen over de Amerikaanse staatsschuld. In dit soort scenario’s, waar rentes stijgen door andere factoren dan een positieve economische groei, worden niet-renderende activa als goud en bitcoin mogelijk minder hard geraakt. Sterker nog, ze zouden op termijn zelfs kunnen profiteren als veilige havens en waardeopslagmiddelen, na een eerste schrikreactie op de markt.

  • Dieselprijs Stijgt Naar 5,80 Euro Per Gallon, Senator Overweegt Exportverbod

    Dieselprijs Stijgt Naar 5,80 Euro Per Gallon, Senator Overweegt Exportverbod

    De Amerikaanse dieselprijs bereikte een nieuw record, wat leidt tot politieke overwegingen voor ingrijpende maatregelen, al waarschuwen experts voor onbedoelde gevolgen.

    De dieselprijs in de Verenigde Staten heeft een ongezien hoogtepunt bereikt. Een gallon diesel kostte dinsdag gemiddeld 6,27 dollar, wat neerkomt op ongeveer 5,80 euro. Deze recordprijs, een stijging van circa 0,80 dollar (0,74 euro) in slechts een maand tijd, heeft de aandacht getrokken van Amerikaanse politici. De hoogste Republikein in de Senaat heeft laten weten open te staan voor een discussie over een verbod op de export van diesel.

    Deze overweging komt op een moment dat de prijs van diesel veel hoger ligt dan een jaar geleden, toen de brandstof nog 3,69 dollar (3,41 euro) per gallon kostte. De Verenigde Staten zijn momenteel de grootste exporteur van diesel wereldwijd, wat de suggestie voor een exportverbod extra gewicht geeft. Een dergelijke maatregel zou de binnenlandse beschikbaarheid van diesel kunnen vergroten en daarmee mogelijk de prijzen drukken. Wij zien vooral de druk op de Amerikaanse regering om iets te doen aan de hoge energiekosten, die zowel consumenten als bedrijven raken.

    Mogelijke Gevolgen Van Een Exportverbod

    Hoewel een exportverbod op het eerste gezicht een snelle oplossing lijkt voor de hoge binnenlandse prijzen, zijn de potentiële neveneffecten aanzienlijk. Experts waarschuwen dat een dergelijke ingreep de situatie uiteindelijk zelfs zou kunnen verergeren. De mondiale dieselmarkt is complex en onderling verbonden; een plotselinge terugtrekking van de grootste exporteur kan de internationale prijzen opdrijven en verstoringen veroorzaken bij handelspartners die afhankelijk zijn van Amerikaanse diesel.

    Bovendien zou een exportverbod Amerikaanse raffinaderijen kunnen raken. Zij zouden mogelijk met een overschot aan diesel komen te zitten dat zij niet op de binnenlandse markt kwijt kunnen, wat zou kunnen leiden tot lagere productie en investeringen. Dit kan op de lange termijn de bevoorradingszekerheid en de concurrentiepositie van de Amerikaanse energiesector schaden. De afweging tussen korte-termijn verlichting en lange-termijn stabiliteit is hier cruciaal.

    Wat Wij Hiervan Denken

    Wij twijfelen of een exportverbod de gewenste stabiliteit zal brengen. De geschiedenis leert dat dergelijke marktverstorende maatregelen vaak leiden tot onvoorspelbare gevolgen op wereldschaal, die uiteindelijk ook de initiatiefnemer raken. De Amerikaanse economie, die sterk afhankelijk is van diesel voor transport en landbouw, zou ook gevoelig zijn voor verstoringen in de aanvoerketen of prijsschommelingen elders in de wereld.

    De suggestie van een exportverbod onderstreept de politieke urgentie van de hoge brandstofprijzen. Of het daadwerkelijk tot een concreet voorstel of een uitvoering komt, zal afhangen van verdere discussies in Washington en de ontwikkeling van de prijzen. Voorlopig is het een signaal van de groeiende druk die beleidsmakers voelen om in te grijpen in de energiecrisis.

  • Amerikaanse Spaarders Zien Rente Stijgen Na Besluit Fed, Penny Verdwijnt Uit Omloop

    Amerikaanse Spaarders Zien Rente Stijgen Na Besluit Fed, Penny Verdwijnt Uit Omloop

    De Amerikaanse wetgevers hebben besloten de productie van de cent te stoppen vanwege de inflatie, die ook de Federal Reserve aanzet tot een verwachte renteverhoging van de federale fondsen tot 3,75 à 4,00 procent.

    Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden stemde maandag unaniem in met het definitief stopzetten van de productie van de penny, een maatregel die ingegeven wordt door de aanhoudende inflatie. Deze beslissing komt op een moment dat de Federal Reserve zich voorbereidt op een verwachte renteverhoging van een kwart procentpunt. Economen verwachten dat de federale fondsenrente zal stijgen naar een bandbreedte van 3,75 tot 4,00 procent, na een eerder besluit van de Europese Centrale Bank om haar rentetarieven op 10 september te verhogen.

    De productie van de penny kostte recentelijk 3,69 cent per munt, wat de stopzetting economisch noodzakelijk maakte. De laatste munten voor algemene circulatie werden al op 12 november 2025 geslagen. Het Huis pakte met de ‘Common Cents Act’ (H.R. 10167) een probleem aan dat al langer speelde, al was de Senaat hen met een eigen wetsvoorstel (S. 1525) al voor geweest. De maatregel, die de overgebleven 300 miljard penny’s wel als wettig betaalmiddel behoudt, bespaart ongeveer 56 miljoen euro per jaar. Dit bedrag verbleekt echter bij het Amerikaanse begrotingstekort, dat in de eerste elf maanden van het fiscale jaar 2026 uitkwam op een duizelingwekkende 1,97 biljoen dollar (ongeveer 1,81 biljoen euro).

    Inflatie en Rentestijgingen

    De inflatie, die de penny de das omdeed, is ook de drijvende kracht achter de verwachte rentestijgingen door de Federal Reserve. De consumentenprijsindex (CPI) steeg in augustus met 3,4 procent op jaarbasis. De maandelijkse stijging was zelfs vier keer zo hoog als in juli. Fed-voorzitter Kevin Warsh heeft al aangegeven dat de centrale bank zal ingrijpen tenzij de data een andere koers rechtvaardigen.

    De Fed handelt hiermee tegen de historische trend in, die voorschrijft dat rentebewegingen meestal vermeden worden in de weken voor tussentijdse verkiezingen. Toch wordt een verhoging als noodzakelijk gezien om de geloofwaardigheid van de centrale bank te bewaren. De inflatiedruk komt volgens sommige analisten niet alleen door algemene economische factoren, maar wordt ook verergerd door geopolitieke spanningen, zoals de onrust in de Straat van Hormuz en de aanval op de Oost-West pijpleiding van Saoedi-Arabië, die de olieprijzen opdrijven. Brentolie opende maandag op 107,51 dollar per vat, en de dieselprijs bereikte een record van 6 dollar per gallon (ongeveer 5,50 euro per 3,78 liter).

    Toekomst van Kleine Munten

    Het Huis van Afgevaardigden heeft met de ‘Common Cents Act’ niet alleen de penny aangepakt, maar ook een procedure vastgelegd voor het eventueel uit circulatie nemen van toekomstige munten. De wet voorziet in een kennisgeving van 60 dagen aan de bankcommissies en de uitwerking van een afbouwplan. Dit suggereert dat de beslissing over de penny een voorbode kan zijn voor andere, kleine denominaties.

    Dezelfde wet autoriseert de Mint om de nikkel (vijf cent) uit goedkoper materiaal te produceren, met een kern van zink om de kosten te drukken. Het is duidelijk dat de Amerikaanse overheid de structurele problemen van muntproductie door inflatie nu proactief wil aanpakken, in plaats van achter de feiten aan te lopen. Of dit de bredere inflatieproblemen zal oplossen, blijft een open vraag.

  • Analist Waarschuwt: Winstgroei Beschermt Aandelen Nog Tegen Stijgende Rentes

    Analist Waarschuwt: Winstgroei Beschermt Aandelen Nog Tegen Stijgende Rentes

    De Amerikaanse aandelenmarkt hield stand ondanks hogere obligatierendementen. Maar analist Michael Kramer ziet twee factoren die de buffer kunnen wegnemen en beleggers voor een uitdaging plaatsen.

    De Amerikaanse aandelenmarkt, met de S&P 500 voorop, heeft de stijgende rendementen op Amerikaanse staatsobligaties tot nu toe aardig kunnen weerstaan. Dat komt door twee belangrijke factoren, zo stelt analist Michael Kramer van Mott Capital Management. Die factoren zijn de aanhoudende winstgroei van bedrijven en de lage volatiliteit op de obligatiemarkt. Beleggers moeten echter opletten, want deze bescherming kan snel verdwijnen.

    Sinds begin juni, toen het rendement op de 10-jarige staatsobligatie nog op 4,45 procent stond, is de S&P 500 op hetzelfde niveau gebleven. De Nasdaq-100 daalde in diezelfde periode zelfs met ongeveer 5 procent. Desondanks daalde de price-to-earnings (P/E)-ratio voor de komende twaalf maanden van 21,3 naar 19,1. Dit komt omdat de winstverwachtingen voor de S&P 500 in die periode met 12,6 procent stegen, van ongeveer 356 dollar naar 401 dollar per aandeel. Die groei compenseerde de druk die de hogere rentes op de waarderingen legden.

    Winstgroei En Rentevolatiliteit Cruciale Buffers

    De winstgevendheid van bedrijven fungeert als een cruciale buffer tegen de stijgende rentes. De earnings yield van de S&P 500, het omgekeerde van de P/E-ratio, steeg van 4,7 procent naar 5,2 procent sinds juni. Dit betekent dat aandelen technisch gezien goedkoper zijn geworden, ondanks de stabiele koersen en hogere rentes. Wij zien vooral dat de markt de hogere kapitaalkosten nog niet als een serieuze bedreiging voor toekomstige bedrijfswinsten beschouwt.

    De angst is echter dat als de markt hogere rentes wel als een rem op de economische groei gaat zien, de winstverwachtingen kunnen dalen. Kramer berekent dat als de S&P 500 zou handelen tegen een P/E van 19,3 en de winst zou terugvallen naar 356 dollar, de index zou dalen naar ongeveer 6.870 punten. Ook een verdere stijging van het rendement op de 10-jarige obligatie naar 5,25 procent zou de P/E-ratio, bij gelijkblijvende winsten, kunnen drukken naar 18,2, waardoor de S&P 500 rond 7.280 punten zou uitkomen.

    Obligatiemarkt Houdt Zich Rustig

    Een tweede belangrijke factor is de lage volatiliteit op de obligatiemarkt, gemeten door de Bank of America MOVE Index. Historisch gezien is er een omgekeerd verband tussen deze index en de S&P 500: als de volatiliteit op de obligatiemarkt stijgt, dalen aandelen vaak. In 2022 was dit een belangrijke reden voor de dalingen, omdat toen zowel de winstverwachtingen daalden als de MOVE Index scherp steeg.

    Op dit moment blijft de correlatie relatief zwak en negatief, wat betekent dat de rust op de obligatiemarkt de aandelen helpt stabiliseren. Als de MOVE Index echter snel stijgt en hogere niveaus bereikt, kan die relatie sterker en negatiever worden, wat de druk op aandelen aanzienlijk kan verhogen. Wij twijfelen of deze rustige correlatie standhoudt als de rentes nog verder oplopen. Het verdwijnen van één van deze twee buffers – winstgroei of lage obligatievolatiliteit – kan de markt onder zware druk zetten. Als beide tegelijk wegvallen, zou de correctie die nu vooral in waarderingen plaatsvindt, zich snel vertalen in lagere aandelenkoersen.

  • SPDR Bloomberg High Yield Bond ETF Ziet Uitstroom Van 448,7 Miljoen Euro, De Zorgen Om Hoogrentende Obligaties Nemen Toe

    SPDR Bloomberg High Yield Bond ETF Ziet Uitstroom Van 448,7 Miljoen Euro, De Zorgen Om Hoogrentende Obligaties Nemen Toe

    Beleggers trekken massaal geld terug uit een belangrijk ETF dat zich richt op hoogrentende obligaties, een teken van groeiende voorzichtigheid op de markt voor bedrijfsschulden.

    De SPDR Bloomberg High Yield Bond ETF (JNK), een van de grootste beursgenoteerde fondsen die investeert in hoogrentende obligaties, heeft een aanzienlijke uitstroom gekend. Meer dan 448,7 miljoen dollar (ongeveer 417 miljoen euro) verliet het fonds in één week tijd, wat neerkomt op een daling van 4,4 procent van het aantal uitstaande aandelen. Dit is een van de grootste wekelijkse uitstromen die bij dit fonds zijn waargenomen.

    Deze terugtrekking van kapitaal uit JNK weerspiegelt de groeiende onrust onder beleggers over de vooruitzichten voor bedrijfsschulden met een lagere kredietwaardigheid. Hoogrentende obligaties, ook wel ‘junk bonds’ genoemd, bieden doorgaans een hoger rendement, maar brengen ook een hoger risico met zich mee. In tijden van economische onzekerheid of stijgende rentes worden deze obligaties vaak als de meest kwetsbare activa beschouwd.

    Wat dit betekent voor de markt

    De uitstroom uit JNK is een belangrijke indicator voor het beleggerssentiment. Wanneer beleggers geld uit dit soort fondsen halen, wijst dat vaak op een vlucht naar veiligere havens. Wij zien dit als een signaal dat men zich voorbereidt op een periode van economische vertraging of mogelijke renteverhogingen die de terugbetalingscapaciteit van bedrijven onder druk kunnen zetten. Het is een van de vele tekenen die we de laatste maanden zien van een toenemende risicoaversie, wat verder gaat dan de typische volatiliteit van de markt. De koers van JNK, die zich aan de onderkant van zijn 52-weekse bereik bevindt (met een laagste punt van 86,28 dollar en een hoogtepunt van 105,03 dollar), onderstreept deze trend verder.

    De bredere context

    Een uitstroom van deze omvang heeft niet alleen gevolgen voor het ETF zelf, maar ook voor de onderliggende activa. Om aan de verkoopgolf te voldoen, moet het fonds obligaties verkopen, wat de prijzen van die obligaties verder kan drukken. Voor beleggers in hoogrentende obligaties is dit een wake-upcall: ondanks de aantrekkelijke rendementen, schuilt het risico van illiquiditeit en koersdalingen in een onzekere marktomgeving.

    Het is belangrijk om te onthouden dat ETF’s, net als aandelen, continu verhandeld worden. De mogelijkheid om eenheden te creëren of te vernietigen op basis van de vraag van beleggers, betekent dat grote in- of uitstromen een directe impact hebben op de samenstelling en de prijs van de activa die het fonds aanhoudt. Deze beweging in JNK toont aan dat de markt van hoogrentende obligaties momenteel onder aanzienlijke druk staat, en wij volgen dit verder op.

  • 2,0 Procent Stijging Voor Eurozone Export In April, Import Blijft Dalen

    2,0 Procent Stijging Voor Eurozone Export In April, Import Blijft Dalen

    De uitvoer van goederen uit de negentien landen van de eurozone steeg in april naar 241,1 miljard euro, wat een lichte groei markeert na een eerdere daling. Tegelijkertijd zette de import de dalende trend voort, wat de handelsbalans gunstig beïnvloedt.

    De export van goederen uit de eurozone heeft in april 2024 een stijging van 2,0 procent gekend ten opzichte van de voorgaande maand. Dit brengt de totale waarde van de uitgevoerde goederen op 241,1 miljard euro, zo blijkt uit recente cijfers van Eurostat. Deze groei volgt op een daling in maart, wat een signaal kan zijn van een wisselend economisch herstel.

    Tegelijkertijd zette de import van goederen uit de eurozone de dalende lijn voort, met een daling van 1,5 procent in april vergeleken met maart. De totale invoer kwam daarmee uit op 220,1 miljard euro. Hierdoor is het handelsoverschot van de eurozone aanzienlijk toegenomen. Waar de eurozone in april 2023 nog een tekort van 1,3 miljard euro noteerde, is er nu een overschot van 21,1 miljard euro. Dit verschil van meer dan 22 miljard euro in één jaar tijd is opvallend en wijst op een verbeterde concurrentiepositie of een afnemende binnenlandse vraag.

    Handelsbalans Eurozone Verbetert Sterk

    Over de eerste vier maanden van 2024 bedroeg de totale export 962,5 miljard euro, een daling van 2,9 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De import daalde nog sterker, met 10,2 procent naar 883,6 miljard euro. Het handelsoverschot over deze vier maanden komt daarmee op 78,9 miljard euro, een forse verbetering ten opzichte van het tekort van 44,7 miljard euro in de eerste vier maanden van 2023.

    Wij zien vooral dat deze cijfers een dubbel gevoel oproepen. Enerzijds is het positief dat de eurozone een groeiend handelsoverschot genereert, wat bijdraagt aan de economische stabiliteit van de regio. Anderzijds reflecteert de aanhoudende krimp in de import mogelijk een zwakke binnenlandse vraag, wat de economische groei op de langere termijn kan temperen. Het is de vraag of de export de motor kan zijn voor een breder economisch herstel, of dat de afnemende import een voorbode is van verdere stagnatie.

    Lichte Daling Voor De Bredere EU

    Voor de bredere Europese Unie (EU27) lag het beeld in april 2024 vergelijkbaar. De export bedroeg 216,2 miljard euro, een lichte stijging van 1,7 procent ten opzichte van maart. De import daalde met 0,8 procent naar 208,6 miljard euro. Dit resulteerde in een handelsoverschot van 7,6 miljard euro voor de EU in april, een verbetering ten opzichte van het tekort van 8,8 miljard euro in april 2023.

    Over de eerste vier maanden van het jaar daalde de EU-export met 3,7 procent naar 862,6 miljard euro en de import met 10,7 procent naar 839,2 miljard euro. Dit leverde een handelsoverschot op van 23,4 miljard euro, in schril contrast met het tekort van 50,2 miljard euro in dezelfde periode vorig jaar. Deze cijfers suggereren dat de EU als geheel, net als de eurozone, haar handelsbalans significant heeft verbeterd, maar de onderliggende dynamiek van exportgroei versus importkrimp blijft een aandachtspunt.

  • Na Prinsjesdag Plannen Gaat Doorsnee Huishouden Toch Minder Achteruit In Koopkracht

    Na Prinsjesdag Plannen Gaat Doorsnee Huishouden Toch Minder Achteruit In Koopkracht

    Het Centraal Planbureau (CPB) heeft zijn eerdere prognose voor de koopkracht van Nederlandse gezinnen aanzienlijk verbeterd na de aankondigingen op Prinsjesdag. Vooral de laagste inkomens en gepensioneerden zien een lichte vooruitgang.

    Eerder dit jaar, in augustus, ging het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) nog uit van een koopkrachtdaling van 0,3 procent voor een doorsnee huishouden in 2025. Na de recente aankondigingen op Prinsjesdag, de presentatie van de Rijksbegroting, is deze prognose bijgesteld. Het CPB verwacht nu dat een gemiddeld huishouden er volgend jaar ‘slechts’ 0,1 procent op achteruitgaat.

    Deze lichte verbetering is het directe gevolg van de maatregelen die de Nederlandse regering heeft voorgesteld. Vooral huishoudens met de laagste inkomens en gepensioneerden zien een positiever beeld. Volgens het CPB gaan de laagste inkomens er 0,2 procent op vooruit, terwijl gepensioneerden zelfs een plus van 0,3 procent mogen verwachten. Dit komt doordat pensioenfondsen er goed voorstaan en de pensioenen kunnen verhogen, en werkenden een grotere korting krijgen op hun inkomstenbelasting.

    Gerichte Steun Aan Kwetsbaren

    CPB-directeur Pieter Hasekamp benadrukt dat het kabinet ‘iets doet om voor bepaalde groepen de koopkracht iets op te krikken’. De focus ligt duidelijk op gerichte steun aan huishoudens met een lager inkomen en op het stimuleren van verduurzaming. Zo komt er opnieuw een Tijdelijk Noodfonds Energie voor mensen met een laag inkomen en hoge energierekening, en zijn er subsidies voor energiebesparende maatregelen en de aankoop van een tweedehands elektrische auto.

    Deze aanpak is een gedeeltelijke tegemoetkoming aan de oproep van het CPB in augustus om te focussen op kwetsbare groepen en tegelijkertijd de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele energie te verminderen. Wij zien hierin een poging om de sociale ongelijkheid, die vaak toeneemt in tijden van economische onzekerheid, enigszins te verzachten. De verandering van 0,3 naar 0,1 procent achteruitgang lijkt misschien klein, maar voor veel gezinnen kan dit verschil maken in een begroting die toch al onder druk staat.

    Nibud Maakt Zich Zorgen Over De Langere Termijn

    Ondanks de bijgestelde cijfers blijft er onzekerheid. Het CPB wijst op het minderheidskabinet, wat betekent dat veel van de Prinsjesdagmaatregelen nog politieke steun moeten krijgen. Ook de geopolitieke situatie, met name rond Iran, kan een grote invloed hebben op brandstof- en energieprijzen, wat met name huishoudens met lage tot middeninkomens hard zal treffen.

    Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is kritischer. Zij benadrukken dat de koopkracht vooral achteruitgaat door belastingverhogingen van het kabinet, met name de inkomstenbelasting. Zonder deze plannen zouden mensen er gemiddeld een ruime procent op vooruitgaan, stelt het Nibud. Bovendien zijn sommige bezuinigingsmaatregelen uitgesteld tot 2028, wat het Nibud zorgen baart over een mogelijke ‘klap’ op langere termijn. Zij roepen het kabinet op om kwetsbare groepen ook op de lange termijn te ontzien, zeker gezien de huidige situatie waarin veel huishoudens met lage inkomens en extra zorgkosten hun minimale uitgaven al niet kunnen betalen.

    Economische Groei Blijft Stabiel

    De Prinsjesdagmaatregelen hebben volgens het CPB nauwelijks invloed op de economische groei. Net als in augustus gaat het Planbureau uit van een economische groei van 1,2 procent voor volgend jaar. Het begrotingstekort wordt geraamd op 2,2 procent en de staatsschuld op 46,7 procent van het bruto binnenlands product. Dit toont aan dat, hoewel er gerichte ingrepen zijn om de koopkracht te stutten, de bredere economische vooruitzichten stabiel blijven, zij het met aanzienlijke onzekerheden.

  • 42 Procent Nederlandse Huishoudens Sluiten Beleggen Uit, Europa Doet Dat Veel Minder

    42 Procent Nederlandse Huishoudens Sluiten Beleggen Uit, Europa Doet Dat Veel Minder

    Een onderzoek van ING toont aan dat Nederlandse huishoudens aanzienlijk meer geld op de bank laten staan dan hun Europese buren en beleggen vaker uitsluiten, ondanks de lagere rendementen.

    Waar de meeste Europeanen steeds meer de weg naar beleggingen vinden, blijken Nederlandse huishoudens een buitenbeentje. Uit een recent onderzoek van ING, gecombineerd met data over spaar- en beleggingsgedrag, blijkt dat een opvallend grote groep Nederlanders beleggen categorisch uitsluit. Maar liefst 42 procent van de Nederlandse huishoudens wil absoluut niet beleggen, tegenover een gemiddelde van zo’n 30 procent in de rest van Europa.

    Deze terughoudendheid is opmerkelijk, zeker gezien de politieke druk vanuit het Draghi-rapport en de Europese Centrale Bank (ECB) om spaargeld meer naar de reële economie te leiden. De ECB ziet meer beleggingen door huishoudens als een stimulans voor innovatie en groei. ING, dat uiteraard zelf belang heeft bij meer beleggende klanten, legt met deze cijfers de vinger op een pijnlijke wonde: nergens in Europa sluiten zo veel huishoudens beleggen uit.

    Waarom Nederland Anders Spaart

    De Nederlandse afkeer van beleggen lijkt minder cultureel en meer institutioneel bepaald te zijn. Nederlanders zijn weliswaar vermogend, vaak via pensioenfondsen, maar houden juist minder liquide beleggingen aan. Gemiddeld beschikken ze over ongeveer 25.000 euro aan liquide beleggingen, terwijl het Europese gemiddelde 43.000 euro bedraagt. Ons sterke pensioenstelsel neemt voor velen een deel van de noodzaak weg: 29 procent van de Nederlanders vindt beleggen overbodig voor later, vergeleken met 22 procent elders in Europa.

    Daarnaast injecteren veel Nederlanders hun spaargeld in de eigen woning. Het fiscaal aantrekkelijker aflossen op een hypotheek dan beleggen speelt daarin een belangrijke rol. Ook zit een aanzienlijk deel van het Nederlandse vermogen in niet-beursgenoteerde bedrijven. Al deze factoren zorgen ervoor dat relatief weinig geld de weg naar de beurs vindt. Dat is een gemiste kans, want tussen 2002 en 2025 leverden bankrekeningen gemiddeld 1,2 procent per jaar op, beleggingsfondsen 4,2 procent en beursgenoteerde aandelen zelfs 6 procent.

    Beleggen Gelijkstellen Met Gokken

    De beeldvorming rond beleggen speelt ook een grote rol. De helft van de Nederlanders noemt risicoaversie als reden, en 44 procent ziet beleggen als gokken in een casino, een plek waar de uitkomst willekeurig is en het huis altijd wint. Nog eens 39 procent wijst op een gebrek aan kennis. Dit staat haaks op de vuistregels die volgens ING-hoofdeconoom Marieke Blom weinig kennis vereisen: beleg alleen geld dat je jaren kunt missen, spreid in producten met lage kosten en blijf ervan af als de beurs tegenzit. Toch voelt een derde van de Nederlanders de neiging om uit te stappen bij slechts 10 procent verlies.

    Toch zien we een voorzichtige kentering. In heel Europa daalde het aandeel van geld op bankrekeningen in 2025 tot 62 procent van het liquide vermogen, het laagste sinds 2008. In Nederland gaat dat trager, met banktegoeden die nog steeds 76 procent van het liquide vermogen uitmaken, maar de richting is dezelfde. De jongste generatie, tussen 25 en 34 jaar, belegt bijna even vaak als leeftijdsgenoten elders. Wij zien daarin een signaal dat de reflex om enkel te sparen stilaan doorbroken wordt, zeker als landen zoals Zweden en binnenkort Duitsland met fiscale prikkels het beleggen aantrekkelijker maken.