Het Centraal Planbureau (CPB) heeft zijn eerdere prognose voor de koopkracht van Nederlandse gezinnen aanzienlijk verbeterd na de aankondigingen op Prinsjesdag. Vooral de laagste inkomens en gepensioneerden zien een lichte vooruitgang.
Eerder dit jaar, in augustus, ging het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) nog uit van een koopkrachtdaling van 0,3 procent voor een doorsnee huishouden in 2025. Na de recente aankondigingen op Prinsjesdag, de presentatie van de Rijksbegroting, is deze prognose bijgesteld. Het CPB verwacht nu dat een gemiddeld huishouden er volgend jaar ‘slechts’ 0,1 procent op achteruitgaat.
Deze lichte verbetering is het directe gevolg van de maatregelen die de Nederlandse regering heeft voorgesteld. Vooral huishoudens met de laagste inkomens en gepensioneerden zien een positiever beeld. Volgens het CPB gaan de laagste inkomens er 0,2 procent op vooruit, terwijl gepensioneerden zelfs een plus van 0,3 procent mogen verwachten. Dit komt doordat pensioenfondsen er goed voorstaan en de pensioenen kunnen verhogen, en werkenden een grotere korting krijgen op hun inkomstenbelasting.
Gerichte Steun Aan Kwetsbaren
CPB-directeur Pieter Hasekamp benadrukt dat het kabinet ‘iets doet om voor bepaalde groepen de koopkracht iets op te krikken’. De focus ligt duidelijk op gerichte steun aan huishoudens met een lager inkomen en op het stimuleren van verduurzaming. Zo komt er opnieuw een Tijdelijk Noodfonds Energie voor mensen met een laag inkomen en hoge energierekening, en zijn er subsidies voor energiebesparende maatregelen en de aankoop van een tweedehands elektrische auto.
Deze aanpak is een gedeeltelijke tegemoetkoming aan de oproep van het CPB in augustus om te focussen op kwetsbare groepen en tegelijkertijd de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele energie te verminderen. Wij zien hierin een poging om de sociale ongelijkheid, die vaak toeneemt in tijden van economische onzekerheid, enigszins te verzachten. De verandering van 0,3 naar 0,1 procent achteruitgang lijkt misschien klein, maar voor veel gezinnen kan dit verschil maken in een begroting die toch al onder druk staat.
Nibud Maakt Zich Zorgen Over De Langere Termijn
Ondanks de bijgestelde cijfers blijft er onzekerheid. Het CPB wijst op het minderheidskabinet, wat betekent dat veel van de Prinsjesdagmaatregelen nog politieke steun moeten krijgen. Ook de geopolitieke situatie, met name rond Iran, kan een grote invloed hebben op brandstof- en energieprijzen, wat met name huishoudens met lage tot middeninkomens hard zal treffen.
Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is kritischer. Zij benadrukken dat de koopkracht vooral achteruitgaat door belastingverhogingen van het kabinet, met name de inkomstenbelasting. Zonder deze plannen zouden mensen er gemiddeld een ruime procent op vooruitgaan, stelt het Nibud. Bovendien zijn sommige bezuinigingsmaatregelen uitgesteld tot 2028, wat het Nibud zorgen baart over een mogelijke ‘klap’ op langere termijn. Zij roepen het kabinet op om kwetsbare groepen ook op de lange termijn te ontzien, zeker gezien de huidige situatie waarin veel huishoudens met lage inkomens en extra zorgkosten hun minimale uitgaven al niet kunnen betalen.
Economische Groei Blijft Stabiel
De Prinsjesdagmaatregelen hebben volgens het CPB nauwelijks invloed op de economische groei. Net als in augustus gaat het Planbureau uit van een economische groei van 1,2 procent voor volgend jaar. Het begrotingstekort wordt geraamd op 2,2 procent en de staatsschuld op 46,7 procent van het bruto binnenlands product. Dit toont aan dat, hoewel er gerichte ingrepen zijn om de koopkracht te stutten, de bredere economische vooruitzichten stabiel blijven, zij het met aanzienlijke onzekerheden.

Een reactie achterlaten