Tag: VRT NWS

  • Na Vijf Jaar Krijgt De Oude Affligem-Brouwerij Groen Licht Voor Nieuw Leven

    Na Vijf Jaar Krijgt De Oude Affligem-Brouwerij Groen Licht Voor Nieuw Leven

    Projectontwikkelaar DIFF heeft de vergunningen definitief in handen voor het woon- en winkelproject Op-Ale, dat de historische site in Opwijk omvormt tot 61 appartementen, 10 woningen en 6.500 vierkante meter park.

    Wat gebeurt er met een oude brouwerijsite nadat de brouwketels zijn afgevoerd? In Opwijk, waar de voormalige Affligem-brouwerij jarenlang leegstond, is het antwoord nu duidelijk. Projectontwikkelaar DIFF heeft na een traject van vijf jaar alle benodigde vergunningen definitief ontvangen voor de realisatie van het woon- en winkelproject Op-Ale. De verkoop van de in totaal 71 woongelegenheden – 61 appartementen en 10 woningen – start in oktober 2026, zo meldt VRT NWS.

    De site, gelegen op de hoek van de Ringlaan en de Fabrieksstraat, was van 1935 tot 2020 de thuisbasis van Brouwerij De Smedt en later Alken-Maes. Vier jaar geleden kocht DIFF de grond van Alken-Maes, nadat de Affligem-brouwerij was verhuisd naar het Limburgse Alken. Steven Nuis, algemeen directeur van DIFF, benadrukt dat de projectontwikkelaar er bewust voor koos de rijke geschiedenis van de plek niet uit te wissen, maar er een eigentijdse invulling aan te geven. Dit betekent onder meer dat de karakteristieke gevels en hoofdgebouwen bewaard blijven, en zelfs de historische brouwketels een prominente plek krijgen in het publieke deel van de site.

    Wat houdt Project Op-Ale In?

    Op-Ale omvat niet alleen de eerder genoemde woongelegenheden, maar ook negen commerciële ruimtes. Dit zijn zeven handelszaken variërend van 118 tot 208 vierkante meter, en een horecazaak van ruim 380 vierkante meter met terras dat uitkijkt op het park. Daarnaast zal de gemeente Opwijk haar nieuwe administratieve centrum op deze locatie vestigen, wat de site een belangrijke publieke functie geeft. Dit alles is een aanzienlijke investering in de lokale infrastructuur, vergelijkbaar met de groei die we op de cryptomarkt zien. Zo is de marktwaarde van Bitcoin vandaag, 22 september om 03:32, gestegen naar 1,50 biljoen euro, een toename van 11,4 procent over de afgelopen dertig dagen.

    Een opvallend element van het project is de nadruk op groen en duurzaamheid. Meer dan 30 procent van de site, bijna 6.500 vierkante meter, wordt een publiek toegankelijk park. Dit park is ontworpen om regenwater op te vangen en zal voorzien worden van heropende voetwegen en een centraal plein. Alle parkeerplaatsen – in totaal 135 voor wagens en 35 bergingen – worden ondergronds aangelegd, inclusief een afgesloten fietsenstalling. Dit zorgt ervoor dat het centrale park autoluw blijft en de groene zones maximaal benut kunnen worden door de bewoners en bezoekers.

    Een complexe Vergunningsprocedure

    De lange aanloop van vijf jaar voor dit project toont de complexiteit van dergelijke stadsvernieuwingsprojecten in België. Het proces heeft tal van procedures doorlopen, waarbij elk aspect grondig werd getoetst. Dat is een geruststelling voor wie zich afvraagt of alles wel volgens de regels verloopt. Wij zien vooral dat projecten van deze omvang, zeker wanneer ze historische sites betreffen, veel aandacht vragen van alle betrokken partijen: van de projectontwikkelaar tot de lokale overheid en omwonenden. De focus op het behoud van erfgoed, gecombineerd met moderne en duurzame oplossingen, is hierbij een sleutel tot succes.

    De herbestemming van de oude Affligem-brouwerij tot Op-Ale is een voorbeeld van hoe industrieel erfgoed een nieuw leven kan krijgen. Het project transformeert een voormalige productiesite naar een levendige plek met woningen, commerciële activiteiten en een groene ontmoetingsruimte. De combinatie van respect voor het verleden en een vooruitstrevende visie op stadsontwikkeling moet van Op-Ale een belangrijke aanwinst maken voor de gemeente Opwijk. Het is een project dat niet alleen nieuwe infrastructuur creëert, maar ook de lokale identiteit versterkt en een nieuwe dynamiek in het centrum brengt.

  • Belgische Marine Dreigt Samenwerking Met Nederland Te Verbreken Voor Italiaanse Fregatten

    Belgische Marine Dreigt Samenwerking Met Nederland Te Verbreken Voor Italiaanse Fregatten

    De Belgische marine heeft een interne evaluatie afgerond die het Italiaanse FREMM EVO-fregat aanwijst als de meest geschikte kandidaat voor de broodnodige vervanging van haar verouderde gevechtsschepen. Deze beslissing brengt de jarenlange samenwerking met Nederland over de aankoop van nieuwe fregatten ernstig in gevaar, een project dat sinds 2018 wordt geplaagd door aanzienlijke vertragingen en sterk oplopende kosten.

    Tot voor kort was de afspraak dat België en Nederland gezamenlijk vier, later zes, fregatten zouden aankopen, met Nederland als voortrekker. De levering was oorspronkelijk voorzien tegen 2027, maar een definitief ontwerp ontbreekt nog steeds. De kosten per schip zijn intussen bijna verdubbeld, van 600 miljoen euro naar 1 miljard euro, wat het totale budget van 3,2 miljard euro dat België heeft voorzien, flink onder druk zet.

    Wij zien vooral de urgentie voor België als drijvende kracht achter deze koerswijziging. De Belgische vloot is dringend aan vernieuwing toe, met schepen die binnen enkele jaren onbruikbaar worden. De onzekerheid over de Nederlandse leveringstermijnen en de stijgende prijzen maken dat de Italiaanse optie, met een belofte van levering tegen 2030, aanzienlijk aantrekkelijker wordt. Dat Portugal eveneens de FREMM EVO bestelde, zorgt bovendien voor schaalvoordelen die de kostprijs kunnen drukken.

    Waarom Italië de voorkeur geniet

    Minister van Defensie Theo Francken startte midden juli 2026 een nieuwe marktbevraging op om alternatieven te onderzoeken. Uit de vijf antwoorden op deze bevraging, waaronder voorstellen uit Frankrijk en Spanje, springt het Italiaanse FREMM EVO-fregat eruit. De Italiaanse scheepsbouwer Fincantieri zou tegen 2030 al drie performante fregatten kunnen leveren. Dit is cruciaal, aangezien het stopzetten van de marineactiviteiten door verouderde schepen de opleiding van jonge rekruten in gevaar brengt.

    De FREMM EVO, met een tonnage van circa 6.700 ton, is het grootste van de drie weerhouden kandidaten en biedt als enige twee hangars, wat zorgt voor aanzienlijk groeipotentieel. Het schip legt de focus op onderzeebootbestrijding, een belangrijke voorwaarde gezien de dreiging van Russische onderzeeërs in de Noordzee. Ook de goede politieke banden tussen de Belgische premier De Wever en de Italiaanse premier Meloni, die de aankoop al bespraken, lijken het Italiaanse dossier te begunstigen.

    De alternatieven en de Nederlandse impasse

    De Franse FDI-fregat (Frégate de Défense et d’Intervention) van NAVAL Group is met 4.500 ton kleiner, maar scoort goed op capaciteiten. Echter, de levertermijn voor de FDI is onzeker door een reeds volle orderboek voor Frankrijk, Griekenland en Zweden. Bovendien is de samenwerking met de Franse defensie-industrie niet altijd even vlot, wat in het verleden al tot frictie leidde.

    Het Spaanse F110-fregat van Navantia, met 6.100 ton, richt zich sterk op luchtafweer maar presteert zwakker in onderzeebootbestrijding. Een groot nadeel is ook dat er nog geen enkel nieuw F110-schip volledig operationeel is, waardoor er geen ‘proven track record’ is.

    De samenwerking met Nederland, waarvoor België al meer dan 100 miljoen euro investeerde in sensoren die nu in opslag liggen, staat op losse schroeven. Een hoge regeringsbron stelt de vraag hoe België ‘beleefd van het miljardencontract afraakt’. Nederland riskeert ‘de drama-queen uit te hangen’, aldus een marinebron, en zal mogelijk proberen een ander type fregat, de Sigma-klasse, aan te bieden. Dit zou echter resulteren in een vloot met twee verschillende scheepstypes, wat als een wanhoopspoging wordt gezien.

    Wat betekent dit nu?

    De Belgische marine staat voor een cruciale keuze die de defensiecapaciteit voor de komende decennia zal bepalen. De voorkeur voor de Italiaanse FREMM EVO-fregatten weerspiegelt een pragmatische aanpak, gedreven door de noodzaak om snel te handelen en binnen budget te blijven, na jaren van stagnatie in het Nederlandse project. Het succes van deze switch hangt af van de politieke afwikkeling met Nederland en de uiteindelijke contractonderhandelingen met Fincantieri.

  • Smartphone Maakt Gesprekken Oppervlakkiger, Seksleven Lijdt Onder Aandacht Tekort

    Smartphone Maakt Gesprekken Oppervlakkiger, Seksleven Lijdt Onder Aandacht Tekort

    Volgens klinisch seksuoloog Chloé De Bie eist de smartphone te veel aandacht op, wat de kwaliteit van relaties en intimiteit schaadt, zelfs als het toestel enkel op tafel ligt.

    Een smartphone op tafel, zelfs ongebruikt, maakt gesprekken al oppervlakkiger, zegt klinisch seksuoloog en relatietherapeut Chloé De Bie. Ze ziet in haar praktijk een duidelijke toename van klachten over partners die te veel op hun telefoon zitten, een fenomeen dat zelfs een eigen term kreeg: ‘phubbing’. Het gaat erom dat de aandacht, die normaal naar de partner zou gaan, wordt opgeslokt door het toestel.

    De Bie merkt op dat de kans op intimiteit en seks aanzienlijk daalt wanneer een partner constant naar TikTok-filmpjes kijkt. Smartphones fungeren als ‘sfeerbeheerverbrekers’, omdat ze de continue afleiding bieden die voor de digitale revolutie nog onbestaand was. Waar mensen vroeger ’s avonds meer tijd met elkaar doorbrachten, is er nu altijd wel een melding of een app die de aandacht opeist. Dit staat de verbinding tussen partners in de weg, wat cruciaal is voor intimiteit.

    Minder Seks door Digitale Afleiding

    Sinds de opkomst van de smartphone ziet De Bie een daling van ons seksleven. Hoewel ze waarschuwt voor te snelle oorzaak-gevolgtrekkingen, is de correlatie duidelijk: als je geen tijd en aandacht in je relatie steekt, zal er ook geen intimiteit ontstaan. De smartphone kan bovendien een vluchtmiddel zijn; minder relatietevredenheid kan leiden tot meer smartphonegebruik, en vice versa. Dit creëert een vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken is.

    Dit gebrek aan focus op de partner staat in schril contrast met de manier waarop beleggers hun aandacht verdelen over activa. Zo noteren Bitcoin (BTC) en Ethereum (ETH) beide een stijging van meer dan 4 procent in de laatste 24 uur, met een maandelijkse winst van respectievelijk 17,1 procent en 16,4 procent op 19 september om 07:00. De cryptomarkt toont hier dat een gezamenlijke focus op groei kan leiden tot significante resultaten, iets wat in relaties door digitale afleiding soms ontbreekt.

    Wat Kunnen Koppels Doen?

    De Bie raadt af om de smartphone volledig te verbieden, zeker als dit door één partner wordt opgelegd. De focus moet liggen op het opnieuw creëren van positieve verbindingen zonder het toestel. Denk aan samen uitgaan zonder de telefoon boven te halen, of afspraken maken zoals vijftien minuten scrollen voor het slapengaan, gevolgd door quality time. Het doel is dat de realiteit leuker wordt dan de digitale wereld, waardoor de smartphone automatisch een minder prominente plaats in de relatie krijgt.

    Zelfs de slaapkamer hoeft geen smartphonevrije zone te zijn, zolang het toestel maar niet de overhand neemt. Het gaat om bewustzijn en afspraken. Want zoals De Bie het stelt: “Alle tijd die je op je smartphone doorbrengt, gaat niet naar je partner. Als je het niet warm houdt, wordt het koud.”

  • Acteur Matthias Schoenaerts Riskeert 12 Maanden Celstraf En Boete Van 13.600 Euro

    Acteur Matthias Schoenaerts Riskeert 12 Maanden Celstraf En Boete Van 13.600 Euro

    De politierechtbank in Beringen behandelt meerdere dossiers tegen de acteur, die ondertussen wel geslaagd is voor zijn rijexamen.

    De openbare aanklager heeft vandaag een celstraf van minstens twaalf maanden geëist tegen acteur Matthias Schoenaerts. Daarnaast riskeert hij een boete van minimaal 13.600 euro en een rijverbod van twintig maanden. De eis volgt op herhaaldelijk rijden zonder geldig rijbewijs en het weigeren van adem- en speekseltesten in de voorbije jaren. Het vonnis wordt in november verwacht.

    De zaak draait om verschillende incidenten. Zo reed Schoenaerts in april 2024 op een motorfiets in Pelt, terwijl hij al in september 2021 een rijverbod had gekregen. In december 2025 was hij hiervoor bij verstek al veroordeeld tot zes maanden cel, een boete van 4.000 euro en een rijverbod van één jaar. De acteur moest herstelexamens afleggen, iets wat hij lange tijd niet deed. De politierechter in Beringen boog zich vandaag ook over feiten van oktober en november 2025, waarbij Schoenaerts opnieuw zonder rijbewijs in het verkeer kwam en testen weigerde.

    Keerpunten in het dossier

    Tijdens een eerdere zitting in januari had Schoenaerts beloofd zijn theoretisch en praktisch rijexamen opnieuw af te leggen. Die belofte kwam hij op de valreep na: afgelopen vrijdag, 11 september, slaagde hij voor beide proeven. Wij zien hierin een poging van de acteur om de rechter te tonen dat hij tot inkeer is gekomen, al komt het wel erg laat in het proces.

    Naast de verkeersovertredingen gedroeg de acteur zich in het najaar van 2025 ook weerspannig tegenover de politie van zone Noord-Limburg. Voor die feiten is hij een bemiddelingstraject gestart, dat momenteel nog loopt. De combinatie van deze feiten maakt de eis van de openbare aanklager, vooral de hoogte van de boete die meer dan drie keer hoger is dan de vorige straf, zeker en vast aannemelijk gezien de herhaling van de feiten.

    Vervolg in november

    De rechter zal zich nu buigen over de argumenten en de bewijslast. De uitspraak in november zal duidelijk maken in hoeverre het geslaagde rijexamen en het lopende bemiddelingstraject de strafmaat zullen beïnvloeden. Wij zijn benieuwd of dit dossier, na de eerdere verstekveroordeling, een definitief einde krijgt of dat Schoenaerts nog beroep aantekent.

  • Nivea-Topman Warnery Waarschuwt Voor Europese Regels, De Cosmeticasector Kan Haar Voorsprong Verliezen

    Nivea-Topman Warnery Waarschuwt Voor Europese Regels, De Cosmeticasector Kan Haar Voorsprong Verliezen

    De CEO van Beiersdorf, het moederbedrijf van Nivea, vreest dat de Europese cosmetica-industrie dezelfde weg opgaat als de auto-industrie door een overdaad aan regulering.

    De Europese cosmetica-industrie dreigt haar vooraanstaande positie op de wereldmarkt te verliezen. Dat zegt Vincent Warnery, de topman van Beiersdorf, het concern achter merken als Nivea en Eucerin. Hij waarschuwt dat de strenge Europese regelgeving een zware last legt op bedrijven, terwijl concurrenten uit landen als de Verenigde Staten, China en Zuid-Korea veel minder beperkingen kennen.

    Warnery stelt dat de Europese cosmeticasector de “volgende auto-industrie” dreigt te worden, een sector die de afgelopen jaren fors heeft moeten inboeten aan winst en marktaandeel, onder meer door regelgeving en hoge kosten. Zo kondigde Volkswagen vorige week nog aan dat het tegen 2030 maar liefst 100.000 banen wil schrappen. Dat is voor de cosmeticareus van Nivea een schrikbeeld. Wij zien hier vooral een pleidooi voor minder regels, ingegeven door de groeiende concurrentiedruk vanuit Azië en Noord-Amerika.

    Minder Regels Elders

    Volgens de topman van Beiersdorf zijn de huidverzorgingsproducten uit Europa al onderworpen aan de strengste kwaliteitsnormen. Toch worden bedrijven gedwongen om bepaalde ingrediënten uit hun formules te verwijderen, zelfs als deze bij normaal gebruik geen risico vormen. Dit brengt grote uitdagingen met zich mee voor de productontwikkeling en innovatie.

    Een ander punt van frustratie is de herziene Europese richtlijn voor stedelijk afvalwater. Die richtlijn wil fabrikanten financieel verantwoordelijk maken voor de zuivering van afvalwater. Warnery argumenteert dat bedrijven als Beiersdorf hierdoor aanzienlijke bedragen zouden moeten betalen, hoewel hun bijdrage aan de totale watervervuiling relatief klein is. Deze extra kosten kunnen de concurrentiepositie van Europese bedrijven verder onder druk zetten tegenover spelers die dergelijke lasten niet dragen.

    Beiersdorf Boekte Recent Omzetdaling

    Onder Warnery’s leiding kende Beiersdorf, dat hij sinds mei 2021 aanstuurt, aanvankelijk een sterke groei. Recente kwartaalcijfers lieten echter een omzetdaling zien, vooral door zwakkere prestaties van het vlaggenschip Nivea. Dit toont aan dat de druk op de Europese cosmetica-industrie al voelbaar is en dat de waarschuwingen van Warnery niet zomaar uit de lucht gegrepen zijn. Het is een sector die wereldwijd een geschatte waarde heeft van ruim 250 miljard euro, waar Europese spelers traditioneel een groot deel van uitmaken.

    De oproep van Warnery is duidelijk: Europa moet de balans vinden tussen regulering en het behoud van het concurrentievermogen van zijn industrieën. De vraag is of beleidsmakers hier gehoor aan geven, of dat de cosmeticasector inderdaad de weg inslaat die de auto-industrie al eerder bewandelde.

  • Belgische Gevangenissen Zien Overbevolking Stijgen, Aantal Grondslapers Verdubbelt

    Belgische Gevangenissen Zien Overbevolking Stijgen, Aantal Grondslapers Verdubbelt

    De Raad van Europa uit opnieuw scherpe kritiek op de overbevolking in Belgische gevangenissen, waar de situatie sinds 2017 aanzienlijk verslechterde. Vooral de behandeling van geïnterneerden baart zorgen.

    Belgische gedetineerden worden geconfronteerd met een aanhoudende en verslechterende overbevolking in gevangenissen. Sinds 2017 is het aantal grondslapers in Belgische gevangenissen verdubbeld en de totale overbevolking met 4 procent toegenomen, zo blijkt uit een nieuw, vernietigend rapport van de Raad van Europa. Dit heeft ernstige gevolgen voor zowel de gevangenen als de bredere werking van het strafrechtssysteem.

    Het Europees Comité inzake de Voorkoming van Foltering (CPT), onderdeel van de Raad van Europa, bezocht in mei vijf Belgische gevangenissen en twee Forensische Psychiatrische Centra (FPC). Hun bevindingen tonen aan dat de omstandigheden sinds hun vorige bezoek in 2017 aanzienlijk zijn verslechterd. De overbevolking zet niet alleen spanningen op tussen gedetineerden onderling, maar ook tussen gevangenen en het personeel, inclusief politieagenten die ter ondersteuning worden ingezet. Wij zien vooral dat de druk op het systeem zo hoog is dat zelfs basisrechten in het gedrang komen, wat ernstige vragen oproept over de effectiviteit van de huidige aanpak.

    Basisdienstverlening Komt Onder Druk

    Door de aanhoudende overbevolking kunnen Belgische gevangenissen de wettelijk vastgelegde minimumdienstverlening vaak niet garanderen. Dit is vooral problematisch tijdens stakingsdagen, wanneer toegang tot geïndividualiseerde gezondheidszorg en psychosociale diensten niet altijd verzekerd is. Er is een duidelijk tekort aan activiteiten en werk voor gedetineerden, wat de re-integratie na vrijlating bemoeilijkt. Een opvallend cijfer is dat de gevangenispopulatie in Gent en Turnhout voor respectievelijk 40 en 38 procent uit geïnterneerden bestaat, een bijzonder kwetsbare groep die gespecialiseerde zorg nodig heeft die gevangenissen vaak niet kunnen bieden.

    Personeel Niet Voorbereid Op Geïnterneerden

    Het CPT wijst ook op een structureel probleem met geïnterneerden, mensen met een psychische aandoening die een misdrijf pleegden en in principe niet in een gewone gevangenis thuishoren. Velen van hen vinden geen plaats in gespecialiseerde centra. Volgens het Comité ontbreekt bij cipiers de meest basale opleiding om met deze groep om te gaan, waardoor sommige geïnterneerden aan hun lot worden overgelaten. Dit contrasteert scherp met de zorgstandaarden die in gespecialiseerde instellingen gelden en toont aan dat de huidige gevangenisinfrastructuur en personeelsopleiding ontoereikend zijn voor deze complexe doelgroep.

    Naar aanleiding van het rapport heeft België wel al laten weten maatregelen te nemen. Zo zijn er nieuwe FPC’s in aanbouw en staat een uitbreiding van het elektronisch toezicht op de planning. Het gevangenispersoneel zelf deelt de bezorgdheden van het rapport en is zondagavond een vijfdaagse staking gestart, als reactie op de overbevolking, personeelstekorten en problemen met infrastructuur en veiligheid. Dit onderstreept de urgentie van de situatie en de noodzaak voor duurzame oplossingen, die verder gaan dan ad-hoc maatregelen.

  • Hacker Robbe Van Roey Neemt Computers Over Via Game Meccha Chameleon

    Hacker Robbe Van Roey Neemt Computers Over Via Game Meccha Chameleon

    Een Limburgse ethische hacker ontdekte een kritieke kwetsbaarheid in het populaire spel Meccha Chameleon. Hij toonde aan hoe kwaadaardige code in audiobestanden kon worden verstopt om zo de volledige controle over de computers van andere spelers te krijgen. Het probleem is intussen opgelost.

    De ethische hacker Robbe Van Roey uit Tessenderlo heeft een ernstig beveiligingslek blootgelegd in de game Meccha Chameleon. Deze kwetsbaarheid stelde hem in staat om de computers van andere spelers volledig over te nemen door schadelijke code te verbergen in ogenschijnlijk onschuldige audiobestanden. Het probleem in het spel, dat in amper één week tijd meer dan 5 miljoen keer gedownload werd, is inmiddels verholpen.

    Van Roey, die als ethisch hacker werkt bij Aikido Security, legde uit dat hij via een gemanipuleerd geluidsbestand een uitvoerbare code op de systemen van spelers kon plaatsen. Die code gaf hem toegang tot alles op de computer, inclusief bestanden, webcam en microfoon. De kwetsbaarheid zat in de mogelijkheid voor spelers om zelfgemaakte levels, zogenaamde ‘maps’, te uploaden naar het Steam-platform, waar andere spelers ze konden downloaden.

    Onervaren Ontwikkelaars

    De game Meccha Chameleon is op 9 juni 2026 gelanceerd en was meteen een succes. De ontwikkelaars, twee Japanners, hadden volgens Van Roey echter weinig ervaring met het beveiligen van videogames. “Ze zijn zo gefocust op het zorgen dat het spel werkt en niet op zorgen dat het veilig is. Dat is een heel andere mindset,” aldus Van Roey. Dit gebrek aan securitykennis bij ontwikkelaars vergroot het risico op gevaarlijke programmeerfouten, een patroon dat Block #9 al vaker heeft waargenomen in de snel evoluerende digitale sector.

    Van Roey gebruikte artificiële intelligentie om snel grote delen van de code van de game te doorzoeken, waardoor hij zich kon concentreren op de meest veelbelovende sectoren. Zo stootte hij op het lek dat hij later rapporteerde aan de Japanse ontwikkelaars. Het feit dat hij AI inzette om een dergelijk complex probleem te vinden, toont aan hoe technologie steeds vaker wordt ingezet in de strijd tussen hackers en beveiligingsexperts.

    Druk Tot Downloaden

    Een belangrijke factor die het lek extra gevaarlijk maakte, was de ingebouwde druk in de game om continu nieuwe content te downloaden. Om verder te spelen, moesten spelers een volgende map downloaden via een pop-upvenster, wat de drempel om potentieel schadelijke bestanden binnen te halen verlaagde. Van Roey contacteerde de Japanse ontwikkelaars en voorzag hen van een gedetailleerd rapport over de kwetsbaarheid. Een bedankje of een financiële tegemoetkoming bleef echter uit, zo merkte hij op met een kwinkslag. De onzichtbare strijd voor digitale veiligheid is vaak een ondankbare, maar noodzakelijke taak.

  • Belgische Banken Verhogen Rentetarieven Na Meer Dan Één Miljard Euro Voor Staatsbon

    Belgische Banken Verhogen Rentetarieven Na Meer Dan Één Miljard Euro Voor Staatsbon

    Wat gebeurt er als de Belgische staat een alternatief aanbiedt voor de klassieke spaarrekening? Binnen amper vijf dagen tijd is er al meer dan 1 miljard euro ingeschreven op de nieuwe staatsbons. Dat blijkt uit een tussentijdse balans van het Federaal Agentschap van de Schuld. Deze snelle instroom dwingt de Belgische banken om hun rentes op termijnrekeningen op te krikken, met MeDirect die nu een nettorente van 2,24 procent aanbiedt op een éénjarige termijnrekening.

    De éénjarige staatsbon, met een brutosrente van 2,75 procent en een nettorente van 1,93 procent na 30 procent roerende voorheffing, blijkt bijzonder populair. Ter vergelijking: bij de vorige uitgifte in juni lag het nettorendement voor een gelijkaardige staatsbon nog op 1,75 procent. Het succes van deze staatsbon volgt op de recordinschrijvingen van 2023, toen een eenmalig verlaagde roerende voorheffing het nettorendement tot 2,81 procent stuwde. De minimale inleg voor de huidige staatsbon bedraagt 100 euro en inschrijven kan nog tot en met 3 september.

    Banken Reageren Met Hogere Rentevoeten

    De snelle inschrijvingen op de staatsbon hebben de Belgische banken wakker geschud. Waar ze in 2023 nog terughoudend waren om de stijgende rentes van de Europese Centrale Bank (ECB) door te rekenen aan spaarders, reageren ze nu alerter. Michaël Van Droogenbroeck, financieel journalist bij VRT NWS, merkt op dat de banken vorig jaar geschrokken waren van de grote geldstromen die van spaarrekeningen naar staatsbons verhuisden. Die geschiedenis speelt nu mee in hun snelle reactie.

    Sinds maandag 24 augustus zagen we een reeks renteverhogingen op termijnrekeningen. Beobank trok bijvoorbeeld de nettorente op een éénjarige termijnrekening op van 1,68 naar 2,10 procent. Bij Argenta steeg die van 1,47 procent naar 1,61 procent. Voor termijnrekeningen met een looptijd van één jaar biedt MeDirect met 2,24 procent nu de hoogste nettorente, gevolgd door Beobank met 2,10 procent. VDK bank en Europabank bieden 1,96 procent, wat nog steeds net boven de nettorente van de éénjarige staatsbon ligt.

    Spaarboekjes Blijven Achter

    Terwijl termijnrekeningen meer competitief worden, blijven de rentes op de klassieke spaarrekeningen bij de grootbanken ver achter. Belfius en KBC bieden op hun standaardspaarrekeningen bijvoorbeeld een rente van 0,6 procent. Dit staat in schril contrast met de 1,93 procent van de staatsbon of de 2,24 procent van de beste termijnrekeningen. Het grote voordeel van een spaarrekening is natuurlijk de onmiddellijke beschikbaarheid van het geld, iets wat bij een staatsbon of termijnrekening niet het geval is.

    Ondanks de hogere rentes op alternatieven, waarschuwt Van Droogenbroeck voor koopkrachtverlies. Met een verwachte inflatie van rond de 5 procent in het komende jaar, blijft zelfs een nettorendement van bijna 2 procent op een staatsbon of termijnrekening onder de inflatie. Dat betekent dat je op het einde van de rit minder kunt kopen dan een jaar eerder, ook al is je kapitaal nominaal gestegen. Dit onderstreept het voortdurende dilemma voor spaarders die op zoek zijn naar een evenwicht tussen veiligheid en rendement.

  • Belgen Pendelen Gemiddeld 61 Minuten Per Dag, Een Europees Record

    Belgen Pendelen Gemiddeld 61 Minuten Per Dag, Een Europees Record

    De dagelijkse reis van en naar het werk in België duurt voor het eerst gemiddeld langer dan een uur, waarbij een aanzienlijk deel van de pendelaars zelfs meer dan twee uur onderweg is. Dit patroon steekt schril af tegenover de Europese cijfers.

    Voor het eerst spenderen Belgen meer dan een uur per dag aan hun woon-werkverkeer. Uit een internationale studie van HR-dienstverlener SD Worx blijkt dat de gemiddelde pendeltijd in België is opgelopen tot 61 minuten per dag. Dit plaatst ons land ruimschoots boven het Europees gemiddelde van 48 minuten, wat de Belgische pendelaar de onbetwiste Europese kampioen maakt.

    De cijfers zijn opvallend, zeker als je bedenkt dat 13 procent van de Belgische werknemers dagelijks twee uur of meer onderweg is, soms zelfs meer dan 120 kilometer. Dat is een veel groter aandeel dan het internationale gemiddelde van 8 procent. Dit gegeven verklaart voor een deel waarom de totale gemiddelde pendeltijd zo hoog ligt. Mobiliteitsexpert Hajo Beeckman van VRT NWS wijst erop dat de verspreide woonlocaties in combinatie met de concentratie van werkgelegenheid in economische centra zoals de havens van Gent en Antwerpen, en de kenniscentra in Brussel, hier een grote rol in spelen.

    Historische Groei Van De Pendelcultuur

    De Belgische pendelcultuur is diep historisch geworteld. Al in de negentiende eeuw werd er bewust op ingezet om arbeiders in de steden te laten werken, terwijl ze op het platteland bleven wonen. Dit was mede ingegeven door politieke overwegingen, om te voorkomen dat het socialisme te sterk zou worden door massale verstedelijking. De aanleg van snelwegen en spoorwegen ondersteunde deze ontwikkeling. Dit historische aspect verklaart mogelijk waarom een aanzienlijk deel van de Belgen lange reistijden als een normaal onderdeel van de werkdag beschouwt; 34 procent van de Belgische werknemers geeft aan dat woon-werkverkeer hen significante werktijd kost, wat nauwelijks afwijkt van het gemiddelde van 32 procent in de onderzochte landen.

    Opmerkelijk is dat de bereidheid om te verhuizen voor werk in België lager ligt dan in buurlanden. Dit heeft te maken met de hoge woningbezitsgraad: zo’n 70 procent van de Vlamingen is eigenaar van een woning, een percentage dat elders in Europa beduidend lager is. In landen als Italië of Frankrijk verhuizen mensen dan ook sneller voor een job, mede omdat daar vaker gehuurd wordt.

    Openbaar Vervoer Schiet Tekort

    Hoewel het treinnet in België als redelijk betrouwbaar wordt beschouwd in vergelijking met Duitsland, blijkt het voor veel pendelaars geen volwaardig alternatief voor de wagen. Slechts drie op de tien Belgen woont in een centrumstad met goede treinverbindingen. Voor wie op het platteland woont, zijn overstappen vaak onvermijdelijk, waardoor de tijdwinst van de trein snel verloren gaat. De SD Worx-studie bevestigt dit beeld: slechts 25 procent van de vrouwen en 28 procent van de mannen vindt het openbaar vervoer handig, betrouwbaar en gemakkelijk bereikbaar, wat onder het Europees gemiddelde van 36 procent ligt.

    De studie toont ook duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen zijn gemiddeld langer onderweg (65 minuten) dan vrouwen (56 minuten). Ook pendelt 23 procent van de mannen meer dan 100 kilometer per dag, tegenover 12 procent van de vrouwen. Vrouwen wonen dus dichter bij hun werk en hebben een lagere acceptabele pendeltijd (47 minuten versus 67 minuten voor mannen). Wij zien hierin een aanwijzing dat de keuze voor een job en woonplaats voor vrouwen vaker wordt bepaald door de nabijheid van werk en de noodzaak om werk en privé in evenwicht te houden. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met de zorg voor kinderen of andere gezinsverantwoordelijkheden.

  • Verenigde Staten Krijgen Meer Greep Op Venezolaanse Olie, Maar China Blijft Koploper In Strategische Voorraden

    Verenigde Staten Krijgen Meer Greep Op Venezolaanse Olie, Maar China Blijft Koploper In Strategische Voorraden

    Een nieuwe deal tussen de VS en Venezuela geeft Amerikaanse bedrijven controle over een aanzienlijk deel van de Venezolaanse oliereserves. Dat verstevigt de Amerikaanse bevoorradingszekerheid op lange termijn, al blijft China met voorsprong de grootste strategische olievoorraad ter wereld hebben.

    De Verenigde Staten hebben recent een deal gesloten met Venezuela die Amerikaanse bedrijven meer zeggenschap geeft over grote delen van de Venezolaanse olie-industrie. Het gaat om velden die naar schatting 65 miljard vaten olie bevatten, wat neerkomt op zo’n veertig procent meer dan de totale bewezen oliereserves van de VS zelf. Deze stap is een poging van Washington om de eigen bevoorradingszekerheid te versterken en tegelijkertijd de invloed van China in de regio te verminderen.

    Hoewel de deal de VS toegang geeft tot een van de grootste oliereserves ter wereld, betekent dit niet dat de olie direct beschikbaar is. De 65 miljard vaten zitten nog in de Venezolaanse bodem en zijn geen strategische voorraad die meteen kan worden aangesproken. Amerikaanse bedrijven zullen de leiding krijgen over de productie, investeringen en de verkoop van deze olie, maar Venezuela blijft eigenaar van de grondstof.

    China’s Enorme Strategische Voorsprong

    Wanneer we kijken naar de daadwerkelijk opgepompte en opgeslagen olie, oftewel de strategische reserves, dan ligt China nog steeds mijlenver voor op de Verenigde Staten. Peking heeft de afgelopen jaren massaal geïnvesteerd in opslagfaciliteiten, zowel ondergronds als bovengronds. Volgens schattingen van de Amerikaanse Energie Informatie Administratie (EIA) uit december 2025 beschikt China over een strategische olievoorraad van maar liefst 1,4 miljard vaten. De Amerikaanse voorraad is met 413 miljoen vaten ruim drie keer kleiner.

    De EIA merkt op dat ze voor China zowel overheids- als commerciële voorraden meerekent, omdat die laatste in de praktijk deels als strategische reserve functioneren. De VS heeft ook zo’n 400 miljoen vaten commerciële olie, maar die worden door de EIA niet als strategisch beschouwd. Als de Amerikaanse regering de Chinese voorraad wil evenaren, zal ze net als China fors moeten investeren in nieuwe opslagcapaciteit, aangezien de huidige Strategic Petroleum Reserve (SPR) een maximale capaciteit heeft van 714 miljoen vaten.

    Hoge Investeringen Nodig Voor Venezolaanse Olie

    De Venezolaanse olievelden bevatten voornamelijk extra zware, ruwe olie die niet zomaar uit de grond te pompen is. Om deze stroperige grondstof vloeibaar te maken en te verwerken, zijn zware chemische oplosmiddelen en gespecialiseerde fabrieken nodig. Jaren van wanbeheer, onderinvestering en sancties hebben de Venezolaanse olie-industrie echter sterk verwaarloosd. De infrastructuur is verouderd en de productiecapaciteit is drastisch afgenomen.

    Daarom zullen Amerikaanse bedrijven naar verwachting meer dan 100 miljard dollar (ongeveer 92 miljard euro) moeten investeren om de industrie weer op te bouwen. Dit is een proces van lange adem dat jaren zal duren. Hoewel de deal op lange termijn de Amerikaanse brandstofprijzen kan beïnvloeden, zal het effect op korte termijn beperkt zijn. Voor Venezuela betekent de deal wel een kans om de olie-industrie te herstellen en honderden miljarden dollars aan toekomstige belastinginkomsten te genereren, zij het ten koste van een deel van de controle over de productie.

    Deze ontwikkeling kan ook de geopolitieke kaarten herschikken. China, dat de voorbije jaren sterk aanwezig was in Venezuela, zal het moeilijker krijgen om zijn positie te behouden. Tegelijkertijd kan een hogere Venezolaanse olieproductie de wereldwijde afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten verminderen, wat de onderhandelingsmacht van OPEC en de Golfstaten op termijn zou kunnen verkleinen. Voor Europa kan dit op termijn leiden tot een groter aanbod op de wereldmarkt, waardoor ons continent minder kwetsbaar wordt voor verstoringen in het Midden-Oosten, al zal dit effect pas over jaren merkbaar zijn.

  • Amerikaanse Rechtbank Verklaart Bekentenissen Van Gefolterde  9/11-Meesterbrein Ongeldig

    Amerikaanse Rechtbank Verklaart Bekentenissen Van Gefolterde 9/11-Meesterbrein Ongeldig

    De militaire rechtbank oordeelt dat de bekentenissen van Khalid Sheikh Mohammed, die 183 keer werd gefolterd, niet uit vrije wil zijn afgelegd, wat de zaak rond de aanslagen van 11 september 2001 complexer maakt.

    Een militaire rechtbank in de Verenigde Staten heeft de bekentenissen van Khalid Sheikh Mohammed, die door velen wordt gezien als het ‘meesterbrein’ achter de aanslagen van 11 september 2001, ongeldig verklaard. Dat melden Amerikaanse media. De rechtbank stelt dat de verklaringen van Mohammed, die in de gevangenis van Guantanamo Bay liefst 183 keer werd gefolterd, niet uit vrije wil zijn afgelegd.

    De advocaten van Sheikh Mohammed hadden al langer aangedrongen op het ongeldig verklaren van de bekentenissen, precies omdat deze onder dwang tot stand kwamen. De rechtbank heeft nu hun verzoek ingewilligd, zo bericht The New York Times. De aanklager slaagde er niet in om onweerlegbaar bewijs te leveren dat de verdachte zijn verklaringen vrijwillig heeft afgelegd.

    Marteling en Rechten

    Khalid Sheikh Mohammed zit al sinds tweeduizendzes vast in Guantanamo Bay, een zwaar beveiligde gevangenis van het Amerikaanse leger op Cuba. Hier werd hij onder meer onderworpen aan waterboarding, een marteltechniek die in tweeduizendveertien werd onthuld in een rapport van de Senaat. Daarnaast zou de FBI opzettelijk zijn rechten hebben genegeerd, zoals zijn recht op juridische bijstand en zijn recht om te zwijgen.

    Wij zien hier vooral een poging van de rechtbank om de juridische procedure rond de aanslagen van 9/11 op een eerlijke manier te laten verlopen, ondanks de controversiële methoden die in het verleden zijn gebruikt. Het is een erkenning dat bewijs dat onder marteling is verkregen, niet kan dienen als basis voor een veroordeling, ongeacht de ernst van de misdaden.

    Toekomst van de Zaak

    Sheikh Mohammed moet in juni tweeduizachtentwintig samen met drie medebeschuldigden terechtstaan voor zijn vermeende rol in de aanslagen op de WTC-torens in New York en het Pentagon in tweeduizendéén. Bij die aanslagen kwamen bijna drieduizend mensen om het leven. De beslissing van de rechtbank om de bekentenissen ongeldig te verklaren, zal ongetwijfeld een grote impact hebben op de verdere voortgang van deze langlopende en emotioneel beladen zaak.

    Het is nog afwachten hoe de aanklagers nu verder zullen gaan zonder deze cruciale bekentenissen. De zaak, die al meer dan twee decennia aansleept, blijft hiermee een complex juridisch en ethisch vraagstuk voor de Verenigde Staten.

  • Vlaamse Internaten Krijgen Steeds Meer Zorgvragen, Terwijl Hun Opdracht Onderwijs Is

    Vlaamse Internaten Krijgen Steeds Meer Zorgvragen, Terwijl Hun Opdracht Onderwijs Is

    Internaten in Mechelen, Turnhout en Hoogstraten merken dat ze vaker worden benaderd voor de opvang van kinderen met complexe zorgnoden, een taak die eigenlijk bij de jeugdzorg ligt.

    Vlaamse internaten, traditioneel gericht op onderwijsbegeleiding, zien een opvallende verschuiving in het profiel van hun leerlingen. Directeurs in Mechelen, Turnhout en Hoogstraten krijgen steeds meer vragen om kinderen op te vangen die eigenlijk in de reguliere jeugdzorg thuishoren, maar daar geen plek vinden. Dit blijkt uit een rondvraag van VRT NWS.

    De druk vanuit de welzijnssector en jeugdrechtbanken neemt toe, zo ervaren de internaten. Rik Boutsen, directeur van internaat Mirho in Hoogstraten, benadrukt dat ze niet altijd kunnen helpen. Patrick Meeusen van het Heilig Graf in Turnhout stelt dat internaten er eigenlijk niet voor dienen om al deze vragen vanuit welzijn en jeugdzorg op te vangen.

    Meer Nood Aan Omkadering

    De internaten zien jaar na jaar meer inschrijvingen. Bij BimSem in Mechelen steeg het aantal internen van ongeveer 80 naar 130 in zes jaar tijd. Ook het Heilig Graf in Turnhout telt meer leerlingen dan tien jaar geleden. Deze groei is deels te danken aan de populariteit van sport- en creatieve richtingen, en de zichtbaarheid op sociale media.

    Toch is er een keerzijde. De directeurs merken dat de internen meer zorgvragen hebben en meer omkadering nodig hebben dan vroeger. Hoewel scholen ondersteuning krijgen van CLB’s, stoppen die diensten om zestien uur. Dan nemen de internaten het over. Het gaat hierbij niet alleen om ‘klassieke’ zorgvragen zoals ADD of ADHD, maar om complexere situaties.

    Balans In Leefgroepen Onder Druk

    De vragen komen vaak van jeugdrechtbanken, CLB’s of alleenstaande ouders die het niet meer aankunnen. Soms gaat het zelfs om crisisopvang bij alarmerende thuissituaties. Dit is een grote uitdaging, aangezien onderwijsinternaten in het weekend vaak gesloten zijn en geen psychologen in dienst hebben. Rik Boutsen van Mirho Hoogstraten geeft aan dat zijn elf voltijdse equivalenten (FTE’s) geen één-op-één begeleiding kunnen bieden aan 135 kinderen, wat ten koste zou gaan van studiebegeleiding en andere taken.

    Internaten kunnen in tegenstelling tot scholen wel zelf kiezen wie ze inschrijven. Patrick Meeusen van het Heilig Graf kiest ervoor om niet meer dan tien procent van de plaatsen vrij te houden voor zorgvragen vanuit welzijn. Hij benadrukt dat het personeel niet altijd is opgeleid voor deze specifieke zorg en dat het impact heeft op andere kinderen en hun ouders die bewust voor het internaat kiezen. Dick De Backer van BimSem in Mechelen stelt dat het cruciaal is om een goede balans te bewaren in de leefgroepen; een evenwichtige groep kan meer zorgvragen opvangen.

    De internaten proberen wel nauwer samen te werken met de welzijnssector, zoals BimSem met zorgpartner Emmaüs, om kinderen met noden sneller op te sporen en beter te ondersteunen. Maar de kern blijft: internaten zijn onderwijsinstellingen, geen jeugdzorg. De toenemende druk legt een zware hypotheek op hun primaire opdracht en de beschikbare middelen.

  • Amazon Koopt Massaal Boeken Op Om AI Te Trainen, En Vernietigt Ze Daarna

    Amazon Koopt Massaal Boeken Op Om AI Te Trainen, En Vernietigt Ze Daarna

    Een onderzoek van het onafhankelijke medium 404 Media toont aan dat Amazon fysieke boeken verzamelt, de ruggen ervan snijdt en ze scant voor AI-training, waarna de boeken vernietigd worden.

    Het Amerikaanse techbedrijf Amazon koopt op grote schaal fysieke boeken op om zijn artificiële intelligentie (AI)-systemen te trainen. Dat blijkt uit een onderzoek van het onafhankelijke nieuwsmedium 404 Media, dat op 20 augustus 2026 werd gepubliceerd. De praktijk kwam aan het licht nadat onderzoekers een trackingapparaat hadden verstopt in een lading boeken die door Amazon werd besteld.

    De journalisten van 404 Media werden in juli 2026 benaderd door een boekhandelaar die een bestelling van ongeveer duizend boeken had ontvangen via Biblio, een online marktplaats voor boeken. De boekhandelaar stemde ermee in om een Apple AirTag in één van de boeken te plaatsen. Zo konden de onderzoekers de reis van het boek volgen, die eindigde in een magazijn van Amazon in Las Vegas, Verenigde Staten.

    Boeken vernietigd na scanning

    Medewerkers van Amazon in dat magazijn bevestigden aan 404 Media dat zij enorme hoeveelheden gedrukte boeken ontvangen. Deze boeken worden vervolgens ontdaan van hun ruggen om ze sneller te kunnen scannen. Het gedrukte boek wordt tijdens dit proces vernietigd, zo klinkt het.

    AI-bedrijven zijn wereldwijd constant op zoek naar trainingsmateriaal voor hun AI-modellen. Fysieke boeken zijn waardevol als trainingsdata, omdat veel van de tekst die ze bevatten niet eenvoudig online te vinden is. Bovendien, als een boek vóór 2022 is gedrukt, is het zeker dat de inhoud zonder de hulp van AI tot stand is gekomen, wat de data extra betrouwbaar maakt voor het trainen van modellen.

    Eerdere gevallen en Amazons reactie

    Dit is niet de eerste keer dat dergelijke praktijken aan het licht komen. Eerder dit jaar werd al duidelijk dat AI-bedrijf Anthropic, bekend van chatbot Claude, massaal boeken aankocht via tweedehandsboekhandelaars voor het trainen van zijn AI-modellen. Ook VRT NWS meldde eerder dat de Canadese tweedehandsboekhandelaar Zoom Books grote hoeveelheden Europese boeken wil kopen, al is er geen hard bewijs dat deze specifiek voor AI-training bedoeld zijn.

    VRT NWS heeft Amazon om een reactie gevraagd over deze bevindingen. Een woordvoerder van Amazon stelde: “Amazon koopt boeken via commerciële kanalen om de producten en diensten die onze klanten gebruiken te ontwikkelen en te verbeteren.” Een direct antwoord op de vraag of boeken tijdens dit proces vernietigd worden, bleef uit. Biblio, de online marktplaats, heeft niet gereageerd op vragen van 404 Media.

    Hier bij Block #9 kijken we er zo naar: deze onthulling werpt een nieuw licht op de vaak verborgen methoden die grote techbedrijven gebruiken om hun AI-modellen te voeden. Het toont aan hoe waardevol niet-gedigitaliseerde informatie is in het huidige AI-tijdperk, en welke offers daarvoor gebracht worden. We volgen dit zeker en vast verder op, want de ethische en juridische implicaties van het vernietigen van boeken voor AI-training zijn aanzienlijk.

  • YouTuber ISAE Betaalt Jongeren Tot 10.000 Euro Voor Vernederende Challenges

    YouTuber ISAE Betaalt Jongeren Tot 10.000 Euro Voor Vernederende Challenges

    De Nederlandse YouTuber ISAE, Yasser Ghermaoui, biedt minderjarigen aanzienlijke geldbedragen voor het uitvoeren van controversiële opdrachten in zijn livestreams. Experts uiten hun bezorgdheid over de ethische en juridische implicaties hiervan.

    De Nederlandse YouTuber Yasser Ghermaoui, beter bekend als ISAE, ligt onder vuur. Hij betaalt jongeren, soms amper 13 of 14 jaar oud, tot wel 10.000 euro om vernederende of potentieel gevaarlijke opdrachten uit te voeren tijdens zijn livestreams. Denk aan het afscheren van wenkbrauwen, het drinken van afwasmiddel of urine, of zelfs plassen in hun eigen kamer. Ook Belgische jongeren nemen deel aan deze ‘challenges’.

    Mensenrechtenprofessor Sofie Royer van de VUB noemt de praktijken een ‘grijze zone’ en vindt dat het ‘absoluut verkeerd’ aanvoelt. Volgens haar is het de vraag of minderjarigen op die leeftijd wel écht toestemming kunnen geven voor zulke vernederende situaties die bovendien gefilmd en online verspreid worden. Het misdrijf van ‘vernederende behandeling’ ligt hierbij het meest voor de hand, zo stelt Royer. Daarnaast wijst ze op de strenge Belgische regels rond persoonsgegevens: kinderen jonger dan 13 jaar mogen niet gefilmd en online geplaatst worden zonder toestemming van hun ouders.

    Ethische Bezwaren En Platformrichtlijnen

    Karen Linten, experte bij Mediawijs, benadrukt dat de communityrichtlijnen van platforms zoals YouTube en TikTok duidelijk verbieden om gevaarlijke inhoud te promoten. Volgens haar worden deze richtlijnen in dit geval zeker geschonden. Content creators hebben een verantwoordelijkheid om ethisch om te gaan met hun doelpubliek, zeker wanneer dit voornamelijk uit jongeren bestaat die de consequenties van hun daden minder goed kunnen inschatten.

    De aanwezigheid van geld als drijfveer maakt de situatie nog complexer. Het kan jongeren triggeren om sneller in te stemmen met opdrachten, waardoor de mentale ruimte om na te denken over mogelijke gevolgen verdwijnt. Linten moedigt ouders aan om het gesprek met hun kinderen aan te gaan over online gedrag en de risico’s. Het rapporteren van dergelijke content aan de platforms is ook een optie, wat kan leiden tot verwijdering.

    Wat Wij Ervan Vinden: Een Verantwoordelijkheid Die Verder Gaat

    Hier bij Block #9 kijken we er zo naar: dit soort situaties toont aan dat de verantwoordelijkheid van online platforms en content creators veel verder reikt dan enkel het aanbieden van een kanaal. Wanneer er geld in het spel is en minderjarigen betrokken zijn, moeten er duidelijke grenzen zijn. Het argument van ISAE dat ‘mensen erom vragen’ of dat ‘vroeger erger was’, houdt geen steek wanneer de veiligheid en het welzijn van jonge deelnemers op het spel staan. De wetgeving en platformrichtlijnen zijn er niet voor niets, en de ethische plicht om kwetsbare groepen te beschermen zou altijd voorrang moeten krijgen op kijkcijfers of inkomsten.

    In een reactie aan VRT NWS beweert ISAE dat hij ‘alleen maar geld verliest’ met zulke streams en dat ‘mensen er constant naar vragen’. Hij stelt dat de ‘scavenger hunts vroeger erger waren’ en dat hij nu ‘niets ergs of gevaarlijks doet’. Hij vindt het vreemd dat de media er nu pas over schrijven. Wij volgen dit dossier verder op, want de discussie over de verantwoordelijkheid van online figuren en de bescherming van minderjarigen is zeker en vast nog niet ten einde.