Categorie: Block #9

  • Prominente Economen Waarschuwen Fed Voor ‘Ernstige Fout’ Met Renteverhoging

    Prominente Economen Waarschuwen Fed Voor ‘Ernstige Fout’ Met Renteverhoging

    Terwijl de markt een rentestijging van de Amerikaanse centrale bank verwacht, vrezen vooraanstaande economen dat zo’n besluit de economie kwetsbaarder maakt en zelfs een recessie kan uitlokken.

    De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve (Fed), staat mogelijk op het punt een ‘ernstige beleidsfout’ te maken door de rente te verhogen. Dat waarschuwen prominente economen, onder wie Mark Zandi van Moody’s Analytics. De vrees leeft dat een rentestijging de economie dieper in een recessie kan duwen, terwijl de financiële markten een verhoging van de rente deze week voor negentig procent incalculeren.

    De Fed heeft als taak om de werkgelegenheid stabiel te houden en de inflatie onder controle te krijgen. Hoewel een renteverhoging gericht is op het afkoelen van de inflatie, zou dit volgens de critici een scherpe daling van de economische activiteit kunnen veroorzaken. Dat zou bedrijven ertoe aanzetten om werknemers te ontslaan, wat uiteindelijk tot een recessie kan leiden. Wij zien vooral het risico van een ‘zelfversterkende negatieve cyclus’ als de economische groei te snel afgeremd wordt.

    Economie Kwetsbaarder Dan Gedacht

    Carl Tannenbaum, hoofdeconoom bij Northern Trust, benadrukt dat de economie kwetsbaarder is dan algemeen wordt aangenomen. Hoewel de economische activiteit veerkrachtig bleef ondanks externe schokken, zoals de oorlog in Oekraïne en importheffingen, wijst hij op de lagere inkomensgroepen die hun spaargeld aanspreken om de stijgende inflatie op te vangen. Het vasthouden van de rentetarieven zou de Fed extra tijd geven om mogelijke ‘scheuren in het fundament’ van de economische expansie te beoordelen.

    De verwachting van een renteverhoging is de afgelopen weken toegenomen door stijgende dieselprijzen, hernieuwde spanningen in het Midden-Oosten en een hoger dan verwacht inflatierapport. Fed-voorzitter Kevin Warsh heeft eerder al aangegeven te zullen optreden als de inflatie verder verslechtert.

    Tegenstrijdige Signalen

    Niet alle economen zijn echter overtuigd van de noodzaak van een renteverhoging. Steve Englander, hoofd G10 FX Research, vindt een verhoging voorbarig gezien de tegenstrijdige signalen in de inflatiecijfers. Hij stelt dat de Fed beter op de handen zou blijven zitten totdat deze signalen duidelijker zijn. Een renteverhoging nu, om die vervolgens binnen enkele maanden terug te drainen, zou het imago van Warsh als ‘onvaste stuurman’ schaden.

    Ook Michael Strain van het American Enterprise Institute denkt dat de markt de Fed verkeerd inschat. Hij gelooft dat het zwaartepunt binnen de Fed nog steeds ligt bij het ongewijzigd laten van de rentetarieven. Zonder de effecten van hogere energieprijzen en importheffingen, zou de onderliggende inflatie dichter bij de 2,5 procent liggen, slechts een fractie boven de 2 procent-doelstelling van de Fed. Wij twijfelen of de beleidsmakers de delicate balans tussen inflatiebestrijding en economische groei perfect kunnen bewaren in deze turbulente tijden.

    Wat Nu?

    De Fed-functionarissen komen deze dinsdag en woensdag bijeen achter gesloten deuren om te beslissen over de rentetarieven. De beslissing wordt woensdag om 20.00 uur (Belgische tijd) bekendgemaakt, gevolgd door een persconferentie van Warsh om 20.30 uur. Hoewel de kans op een renteverhoging groot is, houdt Oxford Economics nog steeds rekening met een status quo. De komende dagen zullen uitwijzen of de Fed luistert naar de waarschuwingen van de economen, of de marktverwachtingen volgt. Wat ons betreft, is de onzekerheid nog niet weg, ongeacht de beslissing.

  • McDonald’s België Boekt Recordomzet Van 740 Miljoen Euro, Het Bedrijf Opent Dit Jaar Tien Nieuwe Restaurants

    McDonald’s België Boekt Recordomzet Van 740 Miljoen Euro, Het Bedrijf Opent Dit Jaar Tien Nieuwe Restaurants

    De fastfoodketen kende een sterke groei in 2023, met een omzetstijging van 15 procent. Dit succes wordt toegeschreven aan de focus op digitalisering en het investeren in medewerkers, terwijl de keten zijn expansie in België voortzet.

    McDonald’s België heeft in 2023 een recordomzet van 740 miljoen euro behaald, wat neerkomt op een stijging van 15 procent vergeleken met het voorgaande jaar. Deze groei overtreft de 12 procent groei die het bedrijf in 2022 reeds noteerde en bevestigt de aanhoudende opmars van de fastfoodgigant in ons land. De keten is van plan om dit jaar nog eens tien nieuwe restaurants te openen, wat het totale aantal vestigingen op 125 zal brengen.

    Volgens Raffaele Daloiso, de managing director van McDonald’s België, heeft de focus op digitalisering en het investeren in medewerkers bijgedragen aan dit succes. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de digitalisering van zijn restaurants, met onder meer digitale bestelzuilen en een mobiele app. Deze strategie lijkt zijn vruchten af te werpen en zorgt voor een efficiëntere bedrijfsvoering en een betere klantervaring. Wij zien hierin een slimme aanpak om zowel de service te verbeteren als de operationele kosten te beheersen in een sector die van oudsher afhankelijk is van schaalgrootte en snelle doorstroming.

    Groei In Moeilijke Tijden

    De recordomzet komt op een moment dat veel bedrijven te maken hebben met stijgende kosten en uitdagende marktomstandigheden. Desondanks slaagt McDonald’s erin om zijn groeipad te handhaven en zelfs te versnellen. De groei komt zowel van een toename in het aantal klanten als van een hogere gemiddelde besteding per klant. Dat lezen wij als een teken dat de prijszetting van McDonald’s, ondanks de inflatie, competitief is gebleven voor een breed publiek.

    Een belangrijke pijler onder de groei is ook het personeelsbeleid. McDonald’s staat bekend als een belangrijke werkgever voor jongeren en Daloiso benadrukt de rol van het bedrijf als ‘leerschool’. Met 9.500 medewerkers en plannen om nog eens 500 mensen aan te werven dit jaar, draagt de keten significant bij aan de Belgische arbeidsmarkt. Wij twijfelen er niet aan dat de focus op interne opleiding en doorgroeimogelijkheden helpt om personeel aan te trekken en te behouden, wat cruciaal is in de huidige krappe arbeidsmarkt.

    Verdere Expansie Op Komst

    De geplande opening van tien nieuwe restaurants in 2024 toont aan dat McDonald’s België nog volop inzet op expansie. Met elke nieuwe vestiging creëert het bedrijf lokale werkgelegenheid en vergroot het zijn marktaandeel in de snelgroeiende fastfoodsector. De keten heeft recentelijk ook een vernieuwd restaurantconcept geïntroduceerd, met een modernere inrichting en meer aandacht voor duurzaamheid. Deze investeringen in zowel nieuwe locaties als de modernisering van bestaande restaurants moeten de groei ook de komende jaren verzekeren.

    Of deze expansie de komende jaren kan blijven leiden tot gelijkaardige omzetstijgingen, zal afhangen van de algemene economische omstandigheden en het consumentenvertrouwen, maar de huidige cijfers geven alvast een sterk signaal. De Belgische fastfoodmarkt blijft competitief, maar McDonald’s lijkt goed gepositioneerd om zijn leidende rol te behouden en verder uit te bouwen.

  • Fietsers Tussen Ham En Beringen Krijgen Twee Kilometer Fietssnelweg Erbij Op 14 September 2026

    Fietsers Tussen Ham En Beringen Krijgen Twee Kilometer Fietssnelweg Erbij Op 14 September 2026

    Fietsers tussen Ham en Beringen hoeven niet langer een omweg te maken rond industrieterrein Ravenshout, wat de route veiliger en sneller maakt. De aanleg kostte ongeveer 2 miljoen euro.

    Tot vandaag moesten fietsers op de fietssnelweg F5, die Hasselt met Antwerpen verbindt, een omweg maken ter hoogte van het industrieterrein Ravenshout. Vanaf 14 september 2026 verandert dat. Een nieuw stuk fietssnelweg van ongeveer twee kilometer lengte opent, waardoor de route voor hen niet alleen veiliger, maar ook een kilometer korter wordt.

    De gedeputeerde voor Mobiliteit, Laura Olaerts (N-VA), benadrukt dat het nieuwe traject vlak langs de bedrijven loopt en volledig afgescheiden is van het auto- en vrachtverkeer. Dit vermindert de afstand voor fietsers van ongeveer drie kilometer naar twee kilometer. Dit project, dat zo’n 2 miljoen euro heeft gekost, is een gezamenlijke inspanning van De Vlaamse Waterweg, het Fietsfonds en de provincie Limburg.

    Win-win Voor Bedrijven

    Voor de bedrijven in de buurt biedt het nieuwe fietspad ook voordelen. Steven Lisens van aannemersbedrijf Baldewijns, dat instond voor de aanleg, spreekt van een win-win situatie. Hun bedrijf gebruikt het jaagpad langs het Albertkanaal voor laden en lossen met zwaar verkeer, wat tot nu toe betekende dat fietsers moesten omrijden. Met het nieuwe fietspad kunnen de werknemers nu directer naar hun werk fietsen en blijft het jaagpad beschikbaar voor bedrijfsactiviteiten.

    Christophe Boucaut van Stanley Black & Decker is eveneens tevreden over het veiligere alternatief voor zijn werknemers. Momenteel fietst zo’n 6 procent van hun personeel naar het werk, maar de hoop is dat dit percentage binnen twee jaar stijgt naar 11 procent. Dit toont aan dat infrastructuurverbeteringen directe impact kunnen hebben op de mobiliteitskeuzes van werknemers en de duurzaamheidsdoelstellingen van bedrijven.

    Duurzame Aanleg

    Bij de aanleg van het fietspad werd ook aandacht besteed aan de milieu-impact. Aannemer Baldewijns gebruikte gerecycleerde materialen voor de fundering. Omdat het bedrijf een recyclagesite vlak bij de werf heeft, konden de bouwmaterialen over een korte afstand worden vervoerd, wat de ecologische voetafdruk van het project beperkte.

    Het project omvat vier delen, waaronder een vier meter brede fietssnelweg in de Lossingstraat en verhoogde, verlichte kruisingen bij Horstendonk en Neusenberg. Twee nieuwe bruggen over de Kleine Beek en een gracht tussen Neusenberg en de Zeventig Zillenweg verbeteren de doorstroming. Bovendien is het fietspad aan de Zeventig Zillenweg verplaatst, zodat fietsers het zware verkeer van het industrieterrein niet meer hoeven te kruisen. Wij zien hierin een voorbeeld van hoe gerichte investeringen in infrastructuur zowel de veiligheid als de efficiëntie voor de gebruiker en de omliggende bedrijven kunnen verhogen, en tegelijkertijd de milieu-impact kunnen minimaliseren. De vraag blijft of dit soort projecten de fiets als volwaardig alternatief voor de auto definitief op de kaart zet.

  • Duitse Benzineprijs Bereikt Nieuw Record, Inflatiezorgen Nemen Toe

    Duitse Benzineprijs Bereikt Nieuw Record, Inflatiezorgen Nemen Toe

    De gemiddelde prijs voor een liter Euro95 is in Duitsland gestegen tot boven 1,97 euro, wat de druk op de Europese Centrale Bank verder opvoert.

    De benzineprijs in Duitsland heeft op dinsdag 23 april een nieuw historisch hoogtepunt bereikt. Een liter Euro95 kostte gemiddeld 1,972 euro, zo blijkt uit cijfers van de Duitse automobielclub ADAC. Dit is de hoogste prijs die ooit is gemeten, nog net iets meer dan de vorige piek van maart 2022, toen de prijs 1,967 euro bedroeg. Dieselprijzen liggen met een gemiddelde van 1,733 euro per liter nog wel onder hun record van 2,326 euro uit de lente van 2022.

    Deze stijging is voornamelijk te wijten aan de hogere olieprijs op de wereldmarkt. De prijs van een vat Brentolie schommelt al weken rond de 90 dollar. De oliemarkt reageert momenteel sterk op de aanhoudende spanningen in het Midden-Oosten, vooral na de recente escalatie tussen Iran en Israël. Wij zien dat elke geopolitieke verstoring direct doorwerkt in de energieprijzen, wat consumenten en bedrijven rechtstreeks in de portemonnee raakt.

    Olieprijs en btw als drijfveren

    De hogere olieprijs is de voornaamste factor die de benzineprijzen opdrijft. Ongeveer de helft van de benzineprijs bestaat uit belastingen, waaronder btw. In Duitsland ligt de btw op brandstof op 19 procent, wat een aanzienlijk deel van de totale prijs vormt. Wij zouden hier niet uitsluiten dat deze hoge belastingdruk de recordprijzen nog extra versterkt, vooral omdat de eerdere prijsdalingen in 2022 deels werden veroorzaakt door tijdelijke belastingverlagingen.

    In maart 2022 had de Duitse overheid nog een tijdelijke accijnsverlaging ingevoerd om de consument te ontlasten, wat de prijzen toen enigszins temperde. Nu deze maatregelen zijn uitgefaseerd, voelen consumenten de volle impact van de gestegen grondstofkosten en belastingen. Dit betekent dat de Duitse automobilist momenteel meer betaalt voor brandstof dan ooit tevoren, een trend die we ook in andere Europese landen zien, zij het in mindere mate.

    Impact op de inflatie

    De aanhoudende stijging van de brandstofprijzen wakkert de inflatiezorgen in de eurozone opnieuw aan. Brandstof is een belangrijke component in de berekening van de consumentenprijsindex en hogere prijzen aan de pomp vertalen zich vaak in hogere transportkosten voor goederen en diensten. Dit kan de verwachte rentedalingen door de Europese Centrale Bank (ECB) bemoeilijken of vertragen. Wij houden het erop dat de ECB de inflatie nauwlettend in de gaten zal houden, zeker nu de energiemarkt zo volatiel blijft.

    De situatie in Duitsland is representatief voor de bredere Europese markt, waar de afhankelijkheid van importolie en geopolitieke factoren de prijzen bepalen. Wat dit betekent voor de gemiddelde Europese consument, is dat de koopkracht verder onder druk kan komen te staan als deze trend zich voortzet. De vraag blijft of de olieprijzen zich stabiliseren of dat we verder moeten rekenen op een stijgende lijn in de komende maanden.

  • Vakbond FNV Eist 5,5 Procent Loonstijging Plus 80 Euro Per Maand

    Vakbond FNV Eist 5,5 Procent Loonstijging Plus 80 Euro Per Maand

    De Nederlandse vakbond FNV heeft haar looneisen voor de komende cao-onderhandelingen bekendgemaakt. Naast een procentuele verhoging pleit de bond voor een vast bedrag om de koopkracht van lagere inkomens te versterken.

    De Nederlandse vakbond FNV vraagt voor 2024 een loonsverhoging van 5,5 procent. Dat percentage omvat ook een automatische prijscompensatie voor de inflatie. Daarbovenop eist de grootste vakbond van Nederland een vaste verhoging van 80 euro per maand voor iedereen. Deze eis is traditioneel, aangezien de FNV deze aankondiging doet net voor Prinsjesdag.

    De FNV onderbouwt de forse eis met de aanhoudend hoge inflatie, een stijgende arbeidsproductiviteit, de sterke winsten van bedrijven en een krappe arbeidsmarkt. Volgens de bond, die 1 miljoen leden vertegenwoordigt, is een significante loonstijging noodzakelijk om de koopkracht van werknemers te herstellen en te versterken. Dit ligt in lijn met de trend van de afgelopen jaren, waarbij vakbonden steevast eisen boven de verwachte prijsstijgingen.

    CNV Vraagt Ook Hogere Lonen

    De FNV is niet de enige die aan de alarmbel trekt. Eerder deze week maakte de christelijke vakbond CNV al bekend in te zetten op een loonsverhoging tussen 3 en 5,5 procent, aangevuld met een hogere reiskostenvergoeding. De eis van de FNV met de vaste 80 euro extra per maand, is echter bedoeld om vooral de laagste inkomens een grotere relatieve vooruitgang te bieden, gezien de procentuele verhoging hen minder zou opleveren.

    Naast de looneisen pleit de FNV ook voor meer inspraak van werknemers over de implementatie van artificiële intelligentie (AI) op de werkvloer. De bond vreest dat AI de werkdruk zal verhogen en als excuus zal dienen voor reorganisaties, tenzij ‘mens voor machine’ gaat. Er moet geïnvesteerd worden in de ‘AI-geletterdheid’ van werknemers via scholing, vindt de FNV.

    Stakingen Onderstrepen De Druk

    De looneisen komen op een moment dat de FNV ook aankondigde dat schoonmakers deze week zullen staken, onder meer op Schiphol. Zij protesteren tegen een cao die is afgesloten door vakbond CNV en werkgeversorganisatie Schoonmakend Nederland. Dit toont aan dat de druk vanuit de vakbeweging toeneemt om betere arbeidsvoorwaarden af te dwingen.

    De vakbond roept het kabinet bovendien op om geplande bezuinigingen op de sociale zekerheid van tafel te vegen. Hoewel uit gelekte Prinsjesdagstukken blijkt dat de snellere verhoging van de AOW-leeftijd is geschrapt en de verlaging van het maximum dagloon voor de WIA-uitkering niet doorgaat, wordt de bezuiniging op de WW wel uitgesteld tot 2029. De FNV wenst hierin een steviger engagement.

  • 10 Miljard Euro Tekort Zet Belgische Regering Aan Tot Btw-Verhoging En Belasting Non-Profit

    10 Miljard Euro Tekort Zet Belgische Regering Aan Tot Btw-Verhoging En Belasting Non-Profit

    Om een begrotingstekort van 10 miljard euro te dichten, liggen bij de Belgische regering voorstellen op tafel om de btw op te trekken en de vennootschapsbelasting voor de non-profitsector te hervormen. Deze maatregelen stuiten op weerstand binnen de coalitie.

    De Belgische regering is gestart met de begrotingsonderhandelingen en zoekt naar manieren om een gat van 10 miljard euro te dichten. Een van de opvallendste voorstellen is een hervorming van de vennootschapsbelasting voor de non-profitsector. Dit betekent dat organisaties zoals vakbonden, vzw’s, sportclubs en ziekenfondsen mogelijk op een gelijkaardige manier belast zullen worden als commerciële bedrijven. Momenteel genieten veel van deze entiteiten een fiscaal gunstig regime.

    Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) zou dit idee voorstellen, waarbij er wel een drempel van 25.000 euro zou gelden alvorens belastingen verschuldigd zijn. Een alternatief is om enkel winsten te belasten die non-profitorganisaties boeken in directe concurrentie met de markt, zoals de verzekeringen die ziekenfondsen aanbieden. Wij zien vooral dat dit voorstel een fundamentele verschuiving zou betekenen in hoe de overheid naar de non-profitsector kijkt, van een primair maatschappelijke rol naar een meer bedrijfseconomische benadering waar winstgevendheid een rol speelt.

    Btw-Verhoging En Kosten Zorg

    Een andere, potentieel snelle manier om miljarden euro’s op te halen, is een verhoging van de btw. Denk hierbij aan het optrekken van het hoogste tarief van 21 procent naar 22 procent, of het gelijktrekken van de lagere tarieven van 6 en 12 procent naar een nieuw tussentarief van 9 procent. N-VA Europarlementslid Johan Van Overtveldt verklaarde in VRT NWS dat dit de ‘minst schadelijke’ manier is om inkomsten te genereren, al is de N-VA zelf geen voorstander van belastingverhogingen.

    De Franstalige liberalen van MR, met voorzitter Georges-Louis Bouchez voorop, verzetten zich hier fel tegen en noemen extra belastingen ‘het stomste wat je kunt doen’ voor economische groei. Wij twijfelen of een brede btw-verhoging politiek haalbaar is, gezien eerdere pogingen in de cultuursector en bij afhaalmaaltijden door de Raad van State als ‘juridisch onhoudbaar’ werden bestempeld. Dit toont aan hoe gevoelig fiscale aanpassingen liggen, zelfs wanneer ze economisch onderbouwd zijn.

    Ook de gezondheidszorg ligt onder de loep. Voorstellen om de groeinorm van het zorgbudget te beperken, of het remgeld bij de huisarts te verdubbelen, zijn onderdeel van de discussie. Dit zou betekenen dat patiënten, en zeker degenen met een verhoogde tegemoetkoming, een aanzienlijk groter deel van de kosten zelf moeten dragen. Tevens wordt er gekeken naar het activeren van langdurig zieken en het strenger controleren van de inkomensdrempels voor sociale tegemoetkomingen. Al deze maatregelen, hoewel gericht op besparing, raken direct aan de financiële situatie van miljoenen Belgen.

    Vermogensbelasting En Besparing Overheid

    Aan de linkerzijde van het politieke spectrum dringen Les Engagés en Vooruit aan op een belasting op vermogen. Les Engagés wil 0,3 procent heffen op het roerend vermogen van de ‘5 procent rijkste Belgen’, waarbij ze beginnen vanaf 500.000 euro, woningen niet meegerekend. Vooruit mikt op mensen met een financieel vermogen van meer dan een miljoen euro. Bij CD&V is men hier minder enthousiast over en geeft men de voorkeur aan een versterking van de bestaande effectentaks. De N-VA en MR zijn de grootste tegenstanders van dergelijke vermogensbelastingen.

    Daarnaast is er sprake van een strengere aanpak van managementvennootschappen, om te voorkomen dat hoge inkomens via deze constructies aan de personenbelasting ontsnappen. De MR pleit dan weer voor besparingen op de overheid zelf, door te snijden in ambtenarij en politieke functies, en pleit zelfs voor het stopzetten van ontwikkelingshulp. Deze veelheid aan voorstellen en de tegenstellingen daartussen maken dat de onderhandelingen over het sluitstuk van de begroting nog een lange weg te gaan hebben.

  • Acteur Matthias Schoenaerts Riskeert 12 Maanden Celstraf En Boete Van 13.600 Euro

    Acteur Matthias Schoenaerts Riskeert 12 Maanden Celstraf En Boete Van 13.600 Euro

    De politierechtbank in Beringen behandelt meerdere dossiers tegen de acteur, die ondertussen wel geslaagd is voor zijn rijexamen.

    De openbare aanklager heeft vandaag een celstraf van minstens twaalf maanden geëist tegen acteur Matthias Schoenaerts. Daarnaast riskeert hij een boete van minimaal 13.600 euro en een rijverbod van twintig maanden. De eis volgt op herhaaldelijk rijden zonder geldig rijbewijs en het weigeren van adem- en speekseltesten in de voorbije jaren. Het vonnis wordt in november verwacht.

    De zaak draait om verschillende incidenten. Zo reed Schoenaerts in april 2024 op een motorfiets in Pelt, terwijl hij al in september 2021 een rijverbod had gekregen. In december 2025 was hij hiervoor bij verstek al veroordeeld tot zes maanden cel, een boete van 4.000 euro en een rijverbod van één jaar. De acteur moest herstelexamens afleggen, iets wat hij lange tijd niet deed. De politierechter in Beringen boog zich vandaag ook over feiten van oktober en november 2025, waarbij Schoenaerts opnieuw zonder rijbewijs in het verkeer kwam en testen weigerde.

    Keerpunten in het dossier

    Tijdens een eerdere zitting in januari had Schoenaerts beloofd zijn theoretisch en praktisch rijexamen opnieuw af te leggen. Die belofte kwam hij op de valreep na: afgelopen vrijdag, 11 september, slaagde hij voor beide proeven. Wij zien hierin een poging van de acteur om de rechter te tonen dat hij tot inkeer is gekomen, al komt het wel erg laat in het proces.

    Naast de verkeersovertredingen gedroeg de acteur zich in het najaar van 2025 ook weerspannig tegenover de politie van zone Noord-Limburg. Voor die feiten is hij een bemiddelingstraject gestart, dat momenteel nog loopt. De combinatie van deze feiten maakt de eis van de openbare aanklager, vooral de hoogte van de boete die meer dan drie keer hoger is dan de vorige straf, zeker en vast aannemelijk gezien de herhaling van de feiten.

    Vervolg in november

    De rechter zal zich nu buigen over de argumenten en de bewijslast. De uitspraak in november zal duidelijk maken in hoeverre het geslaagde rijexamen en het lopende bemiddelingstraject de strafmaat zullen beïnvloeden. Wij zijn benieuwd of dit dossier, na de eerdere verstekveroordeling, een definitief einde krijgt of dat Schoenaerts nog beroep aantekent.

  • Inwoners Peking Moeten Drones Wegdoen Voor 15 November, Boetes Lopen Op Tot 600 Euro

    Inwoners Peking Moeten Drones Wegdoen Voor 15 November, Boetes Lopen Op Tot 600 Euro

    De Chinese hoofdstad voert het strengste droneverbod ter wereld in, waardoor zelfs het thuis bewaren van een toestel strafbaar wordt. Dit terwijl China’s drone-economie floreert.

    Wat moeten de 22 miljoen inwoners van Peking doen als ze een drone bezitten? Ze hebben nog tot 15 november van dit jaar de tijd om hun toestel uit de stad te krijgen, want vanaf die datum geldt er een algemeen verbod. Het verbod omvat niet alleen het vliegen met drones, maar ook het bezit, de opslag, het vervoer en het binnenbrengen van drones en hun onderdelen, zoals motoren en batterijen. Wie na de deadline nog een drone in huis heeft, riskeert een boete tussen 500 en 5.000 yuan, wat neerkomt op ongeveer 60 tot 600 euro.

    Deze drastische maatregel volgt op een recent incident eind juni, waarbij een klein sportvliegtuig tegen de hoogste wolkenkrabber van Peking vloog. Hoewel het geen drone was, legde het incident bloot hoe kwetsbaar het luchtruim boven de zwaarbewaakte hoofdstad is. Het toonde aan dat een toestel ongehinderd kon binnenvliegen in een wijk waar onder meer het regeringscomplex Zhongnanhai en het Tiananmenplein liggen. Wij zien hierin vooral de Chinese overheid die de controle wil maximaliseren, zeker rond gevoelige politieke centra.

    Twee maanden de tijd

    De stad geeft de inwoners twee maanden de tijd om hun drones te elimineren. Ze kunnen de toestellen laten terugkopen door erkende bedrijven, met een subsidie van 30 procent tot eind oktober en 15 procent daarna. Een alternatief is het gratis per post versturen naar familie buiten Peking of het inleveren voor schroot, wat ongeveer 24 euro oplevert. Dit is een aanzienlijk bedrag voor een toestel dat mogelijk honderden euro’s waard is. Analisten merken op dat dit de prijzen op tweedehandssites al doet kelderen, wat de impact op de hobbyisten benadrukt.

    De maatregel is opmerkelijk, aangezien China wereldwijd de grootste producent is van drones en deze technologie ziet als een speerpunt van zijn economie. De Chinese burgerluchtvaartdienst raamt de ‘lage-hoogte-economie’ – denk aan pakjesbezorging per drone en vliegende taxi’s – dit jaar op 1.500 miljard yuan (bijna 200 miljard euro) en verwacht een verdubbeling tegen 2035. Het succesvolle bedrijf DJI, dat meer dan 70 procent van de consumentendrones wereldwijd levert, heeft zijn producten in Peking al uit de winkels gehaald. Elders in China, zoals in Shanghai en Shenzhen, versoepelen steden hun droneregels juist, wat de tegenstrijdigheid van Peking’s besluit des te groter maakt.

    Uitzonderingen op het verbod

    Hoewel het verbod breed is, zijn er uitzonderingen. Politie, hulpdiensten, universiteiten, onderzoekscentra, dronefabrikanten en landbouwers kunnen na een veiligheidscontrole nog steeds een vergunning krijgen. Voor modelbouwers komt er een afgelegen vliegterrein aan de rand van de stad, ver weg van overheidsgebouwen. Voor toeristen en buitenlandse journalisten is de boodschap duidelijk: laat je drone thuis. Bagagecontroles op stations en luchthavens zullen strenger zijn om de naleving van het verbod te garanderen.

    Chinese commentatoren wijzen op het gebruik van commerciële drones als wapens in conflicten zoals in Oekraïne en het Midden-Oosten, vaak van Chinese makelij. De logica in Peking lijkt verschoven van het achteraf opsporen naar het preventief wegnemen van de bron. Dit is een trend die wij vaker zien bij autoritaire regimes, waar veiligheid zwaarder weegt dan economische opportuniteiten. Wij vragen ons af of deze strenge aanpak in de hoofdstad de bredere ontwikkeling van de Chinese drone-industrie zal beïnvloeden, of dat het een geïsoleerde maatregel blijft.

  • Winkeldieven Betalen Vanaf Vandaag 242 Euro Schadevergoeding, De Preventieve Werking Moet Blijven

    Winkeldieven Betalen Vanaf Vandaag 242 Euro Schadevergoeding, De Preventieve Werking Moet Blijven

    Het grootste incassobedrijf SODA verhoogt de schadevergoeding voor betrapte winkeldieven van 181 euro naar 242 euro, de eerste aanpassing in veertien jaar tijd. Winkeliers hopen zo diefstallen af te schrikken en de afhandeling efficiënter te maken, maar de juridische houdbaarheid van het bedrag roept vragen op.

    Wie vanaf vandaag op heterdaad betrapt wordt op winkeldiefstal, kan een stuk duurder uit zijn. Het grootste incassobedrijf in Nederland, de Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA), verhoogt de forfaitaire schadevergoeding van 181 euro naar 242 euro. Het is de eerste keer in veertien jaar dat dit bedrag, dat winkeliers kunnen eisen van dieven, wordt aangepast.

    Volgens SODA is de verhoging noodzakelijk om het bedrag weer in verhouding te brengen met de werkelijke kosten en om de preventieve werking te behouden. Winkeliers, waaronder grote supermarktketens, schakelen SODA in om de schade te innen. Deze schade bestaat doorgaans uit de tijd die het personeel kwijt is aan de afhandeling van de diefstal, zoals het invullen van formulieren en het eventueel wachten op de politie.

    Efficiëntie Boven Aangifte

    De branchevereniging InRetail, die de winkeliers vertegenwoordigt, staat positief tegenover de verhoging. Zij zien het als een extra instrument om criminaliteit in te dammen. Een schadeclaim van meer dan 200 euro voelt een jonge dief “goed in de portemonnee”, aldus een woordvoerder van InRetail. Deze aanpak moet dieven afschrikken en de winkelier ontlasten. Kruidvat is een van de winkels die gebruikmaakt van SODA’s diensten en kiest er in ruil voor de schadevergoeding vaak voor om geen aangifte te doen bij de politie. Dit bespaart tijd, omdat de politie niet altijd direct ter plaatse kan komen.

    Deze efficiëntie leidt echter wel tot een dilemma. Wanneer er geen aangifte wordt gedaan, volgt er immers geen strafrechtelijke vervolging. InRetail moedigt winkeliers dan ook aan om aangifte te blijven doen, zodat de statistieken de werkelijke situatie blijven tonen. Wij zien hier vooral een afweging tussen directe financiële compensatie en het algemeen belang van criminaliteitsbestrijding. Het is een keuze die winkeliers moeten maken tussen een snelle afhandeling van de schade, die hun kaspositie direct ten goede komt, en het bijdragen aan een completer beeld van de winkeldiefstalcijfers.

    Juridisch Draagvlak Onder Druk

    De juridische houdbaarheid van het nieuwe, hogere schadebedrag staat onder druk. De 181 euro werd in 2012 vastgesteld op basis van een gemiddelde van twee uur afhandeltijd per diefstal. Echter, dankzij de diensten van incassobureaus zoals SODA, zijn winkeliers vaak al in een kwartier klaar met een zaak. Rechters hebben in het verleden al bedragen verlaagd wanneer winkeliers niet konden bewijzen dat ze daadwerkelijk zoveel tijd kwijt waren.

    Wij twijfelen of dit hogere bedrag standhoudt voor de civiele rechter, nu de afhandelingstijd voor winkeliers significant is gedaald. Het is afwachten hoe rechters zullen omgaan met de nieuwe situatie. SODA en de winkeliers zijn voor de inning van de schadevergoeding overigens sterk afhankelijk van de medewerking van de winkeldieven zelf. Dieven die niet meewerken of van wie de identiteit onbekend blijft, kunnen een langere en kostbaardere juridische procedure veroorzaken. De realiteit is dat de meeste claims worden betaald door dieven die er belang bij hebben om de zaak snel op te lossen.

  • Vanaf 2027 Betaalt Een Gemiddeld Huishouden 89 Euro Meer Voor Het Nederlandse Stroomnet

    Vanaf 2027 Betaalt Een Gemiddeld Huishouden 89 Euro Meer Voor Het Nederlandse Stroomnet

    De kosten voor het onderhoud en beheer van het stroom- en gasnet in Nederland zullen volgend jaar flink toenemen, vooral door de enorme investeringen in de energietransitie.

    Waar huishoudens tot nu toe de kosten voor het stroomnet gestaag zagen stijgen, komt daar in 2027 een aanzienlijke versnelling in. De Nederlandse toezichthouder ACM heeft een prognose vrijgegeven waaruit blijkt dat de gemiddelde huishoudens volgend jaar 89 euro meer kwijt zullen zijn aan hun energienet dan dit jaar. Dat is een stijging van bijna 20 procent, wat nog bovenop de verwachte hogere kosten voor gas en elektriciteit zelf komt.

    Deze forse toename weerspiegelt de gigantische investeringen die Nederlandse netbeheerders, zoals Liander en Stedin, moeten doen. Nederland wil immers meer huizen bouwen en minder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, wat betekent dat er extra kabels en transformatorstations nodig zijn voor nieuwe wijken en windparken op zee. Volgens de ACM zijn deze investeringen noodzakelijk, en worden ze via de transporttarieven doorberekend aan zowel huishoudens als bedrijven.

    Investeringen Schieten Omhoog

    De kosten voor de verbouwing van het stroomnet nemen de komende jaren alleen maar toe. In 2023 investeerden de netbeheerders nog iets meer dan 6 miljard euro in het stroomnet. Dit jaar wordt verwacht dat dit bedrag al verdubbeld is, en tegen 2028 zou het zelfs boven de 16 miljard euro per jaar kunnen uitkomen. Dat is een stijging van ruim 160 procent ten opzichte van de investeringen van vorig jaar, wat de schaal van de uitdaging duidelijk maakt.

    Toch verwachten de netbeheerders zelf dat de jaarlijkse stijging na 2027 zal afvlakken tot 5 à 7 procent per jaar. De uitzonderlijk hoge stijging voor volgend jaar komt deels doordat eerdere netuitbreidingen duurder uitvielen dan verwacht. Bovendien hanteert de ACM een nieuwe rekenmethode die netbeheerders sneller vergoedt en hen beter in staat stelt in te spelen op onzekere kosten. Wij zien hierin een poging om de netbeheerders financieel gezond te houden, wat essentieel is voor de broodnodige energietransitie, al komt de rekening wel direct bij de consument terecht.

    Flexibele Tarieven Op Komst

    Niet alle netbeheerders verhogen hun tarieven even sterk. Liander, een van de grootste spelers, verhoogt de kosten met 23 procent, terwijl kleinere partijen zoals Coteq hun tarieven gelijk houden of zelfs licht verlagen. Dit verschil kan te maken hebben met de lokale infrastructuur en de specifieke investeringsbehoeften in hun verzorgingsgebieden.

    Om de pieken op het stroomnet te verminderen en verdere investeringen te beperken, willen de netbeheerders vanaf 2029 werken met een flexibeler tariefsysteem. Dit betekent dat het dan uitmaakt op welk moment van de dag je stroom verbruikt, vergelijkbaar met dal- en piekuren voor stroomlevering. Zo hoopt men de vraag beter te spreiden en de druk op het net te verlichten, wat op termijn de kostenstijging mogelijk kan temperen. Het is een delicate balans tussen noodzakelijke investeringen en de betaalbaarheid voor de burger, een vraagstuk dat uiteindelijk bij de politiek lijkt te landen.

  • Kmo’s Krijgen Hulp Bij Softwarekoppelingen, Brusselse Start-up Haalt 10,5 Miljoen Euro Op

    Kmo’s Krijgen Hulp Bij Softwarekoppelingen, Brusselse Start-up Haalt 10,5 Miljoen Euro Op

    De Belgische start-up Chift heeft een kapitaalronde van 10,5 miljoen euro succesvol afgesloten. Het bedrijf biedt een platform dat de integratie van bedrijfssoftware voor kleine en middelgrote ondernemingen moet vereenvoudigen.

    Kleine en middelgrote ondernemingen die worstelen met de integratie van hun diverse softwarepakketten, kunnen opgelucht ademhalen. De Brusselse start-up Chift heeft recent 10,5 miljoen euro opgehaald in een investeringsronde. Dit kapitaal is bedoeld om hun platform verder te ontwikkelen, dat functioneert als een ‘stekkerdoos voor software’ en zo de complexiteit van digitale processen bij kmo’s moet verminderen.

    De financiering, die de onderneming nu in handen heeft, zal Chift in staat stellen om meer koppelingen te bouwen. Denk hierbij aan verbindingen tussen boekhoudprogramma’s, e-commerce platforms en andere bedrijfssoftware. Wij zien vooral dat dit een antwoord is op de groeiende fragmentatie in het softwarelandschap, waar bedrijven vaak tientallen verschillende tools gebruiken die niet naadloos samenwerken. De investering moet de schaalvergroting en internationale expansie versnellen.

    Vereenvoudiging Voor Bedrijven

    Het concept van Chift draait om het creëren van een universele interface. In plaats van individuele, vaak kostbare en tijdrovende integraties tussen elk softwarepakket, biedt Chift één centrale hub. Een kmo kan via het platform bijvoorbeeld zijn webshop direct koppelen aan het boekhoudsysteem, zonder complexe IT-projecten op te zetten. Dit kan de efficiëntie voor veel bedrijven aanzienlijk verbeteren en de foutgevoeligheid verminderen.

    De vraag naar dergelijke oplossingen is groot. Veel kmo’s hebben de digitale transformatie ingezet, maar lopen vast op de operationele uitvoering. Wij twijfelen er dan ook niet aan dat de markt voor vereenvoudigde software-integratie de komende jaren alleen maar zal groeien. Chift speelt hiermee in op een duidelijke behoefte: software moet werken voor de gebruiker, niet andersom.

    Investeringen In Groei En Expansie

    Met de opgehaalde 10,5 miljoen euro zal Chift niet alleen de technische infrastructuur uitbreiden, maar ook het team versterken en de marketinginspanningen opvoeren. Het doel is om meer bedrijven te bereiken en het aanbod van beschikbare koppelingen te verbreden. Dit moet leiden tot een grotere adoptie van hun platform, zowel in België als daarbuiten.

    De succesvolle financieringsronde onderstreept het vertrouwen van investeerders in het potentieel van Chift. Het is een signaal dat men gelooft in de noodzaak van een gestroomlijnder softwarelandschap voor kmo’s. De komende maanden zal blijken hoe snel Chift dit kapitaal kan omzetten in concrete resultaten en een groter marktaandeel.

  • ECB Verhoogt Rente Naar 2,5 Procent, Kans Op Nieuwe Rentestap Klimt Naar 49 Procent

    ECB Verhoogt Rente Naar 2,5 Procent, Kans Op Nieuwe Rentestap Klimt Naar 49 Procent

    De financiële markten houden rekening met een bijna 50-50 kans dat de Europese Centrale Bank de rentetarieven volgende maand opnieuw optrekt, na een als ‘hawkish’ ervaren verklaring.

    De financiële markten zien de kans op een verdere renteverhoging door de Europese Centrale Bank (ECB) in oktober oplopen tot 49 procent. Dat volgt op de recente beslissing van de ECB om de rente met een kwart punt te verhogen, waardoor de depositorente nu op 2,5 procent staat. Die verhoging was verwacht, maar de begeleidende communicatie van de centrale bank wordt door de markten als verrassend streng (‘hawkish’) geïnterpreteerd.

    De ECB heeft donderdag de rente op kwartpunt verhoogd, een stap die door de meeste analisten al was ingecalculeerd. De markten reageerden echter op de verklaringen van de ECB, die de inflatieverwachtingen voor 2027 en 2028 heeft opgeschroefd. Dit wordt onder meer toegeschreven aan de aanhoudende spanningen in het Midden-Oosten, die de brandstofprijzen opdrijven, en de onverwacht veerkrachtige economie van de eurozone. Wij zien vooral dat de ECB een dubbele boodschap uitzendt: enerzijds de onzekerheid benadrukken, anderzijds de deur voor verdere verhogingen op een kier laten.

    Wat Betekent Dit Voor De Rentemarkten?

    Als de ECB in oktober inderdaad de rente verder zou verhogen, is er zelfs een kans van 89 procent dat er tegen 17 december nog een verhoging volgt. De depositorente zou dan mogelijk 3 procent bedragen tegen de kerstperiode, zo blijkt uit data van LSEG. Dit scenario beïnvloedt direct de rentes op spaarrekeningen, maar ook de kosten van leningen voor zowel consumenten als bedrijven.

    De onzekerheid die ECB-voorzitter Christine Lagarde benadrukte in haar persconferentie, blijft een belangrijke factor. Zij gaf aan dat de omstandigheden snel kunnen veranderen en dat de centrale bank de volgende stap niet precies kan voorspellen. Dat is een klassieke boodschap die de markten tegelijk geruststelt en onrustig maakt. De rentes op staatsobligaties reageerden al: de 2-jarige Duitse bund steeg 9 basispunten, terwijl de Britse en Amerikaanse tegenhangers met respectievelijk 10 en 8 basispunten omhoog gingen.

    Nuchtere Blik Op De Toekomst

    De ECB blijft een koorddanser tussen inflatiebestrijding en het voorkomen van een economische recessie. Hoewel de inflatieverwachtingen zijn bijgesteld, is de economische groei in de eurozone veerkrachtiger dan eerder gedacht. Deze combinatie maakt het voor de ECB een complexe afweging. Een hogere rente betekent doorgaans hogere spaarrentes, wat gunstig is voor spaarders, maar ook duurdere hypotheken en bedrijfsleningen.

    Wij twijfelen of de markten hier niet te snel op de vooruitlopende boodschap van de ECB reageren. Lagarde’s nadruk op onzekerheid kan ook als een waarschuwing worden gelezen dat de ECB niet blindelings zal doorgaan met verhogen als de economische omstandigheden verslechteren. Het is afwachten of de data voor de volgende vergadering de ‘hawkish’ toon van de ECB zullen bevestigen, of juist verzachten.

  • Amerikaanse Beleggers Zien Rentepauze Federal Reserve, Nieuwe Projecties Komen Eraan

    Amerikaanse Beleggers Zien Rentepauze Federal Reserve, Nieuwe Projecties Komen Eraan

    Na tien opeenvolgende renteverhogingen hield de Federal Reserve in juni al de rentetarieven stabiel. De markten verwachten nu een nieuwe pauze, wat de koersen positief kan beïnvloeden.

    Amerikaanse beleggers waren de voorbije anderhalf jaar getuige van de meest agressieve renteverhogingscyclus in decennia. Sinds maart 2022 heeft de Federal Reserve (Fed) de rente in tien stappen verhoogd met in totaal 525 basispunten. Dat is een stijging van bijna nul naar het huidige bereik van 5,25 tot 5,50 procent. Deze week ligt dat scenario, dat de markten onder druk zette, eindelijk achter ons: analisten verwachten unaniem dat de centrale bank de rente opnieuw ongewijzigd zal laten.

    De rentebesluiten van de Fed hebben een directe invloed op de financieringskosten voor bedrijven en consumenten, en daarmee op de bredere economie. Hogere rentes maken lenen duurder, wat de vraag afremt en zo de inflatie moet beteugelen. Het besluit van de Fed om de rente in juni al ongemoeid te laten, was een eerste teken van een mogelijke beleidswijziging. De verwachting is dat voorzitter Jerome Powell en zijn team de komende vergadering van 19 en 20 september zullen gebruiken om de economische projecties te herzien.

    Fed Moet Balans Vinden Tussen Inflatie En Groei

    De grote vraag blijft hoelang de Fed de rente op dit niveau zal handhaven. Het is een delicate evenwichtsoefening. Enerzijds moet de inflatie, die nog steeds boven de doelstelling van 2 procent ligt, verder worden teruggedrongen. Anderzijds wil de Fed de economische groei niet te hard afremmen, wat zou kunnen leiden tot een recessie. Deze aanpak wordt vaak de ‘Warsh-test’ genoemd, een verwijzing naar voormalig Fed-bestuurder Kevin Warsh, die pleitte voor een strikt en voorspelbaar beleid om de financiële markten stabiliteit te bieden.

    Wij zien vooral dat de arbeidsmarkt in de VS nog altijd veerkracht toont, wat de Fed enige ademruimte geeft om de rente langer hoog te houden. De werkloosheid blijft laag en de lonen stijgen, wat de consumptie stimuleert maar ook inflatiedruk kan aanwakkeren. Wij twijfelen of de inflatie op de middellange termijn voldoende is beteugeld om substantiële renteverlagingen te rechtvaardigen, tenzij de economie plotseling sterk afzwakt.

    Nieuwe Economische Projecties Bepalen Koers

    De komende persconferentie van voorzitter Powell, die volgt op het rentebesluit, zal cruciaal zijn. De markt zal vooral letten op de ‘dot plot’, een grafiek waarin de Fed-bestuurders anoniem hun verwachtingen voor de toekomstige rentetarieven weergeven. Deze grafiek geeft een indicatie van hoeveel renteverhogingen – of verlagingen – de Fed de komende maanden of jaren nog plant. Een verschuiving in deze projecties kan de financiële markten flink in beweging brengen.

    Daarnaast worden de nieuwe economische projecties vrijgegeven, met voorspellingen voor de inflatie, werkloosheid en economische groei. Deze cijfers bieden de markten een dieper inzicht in hoe de Fed de economische situatie inschat en welke beleidsmaatregelen hierbij passen. Het is zeker en vast een week waarin de blik van de financiële wereld op Washington gericht zal zijn. Of er nog een renteverhoging volgt dit jaar, of dat de rente stabiel blijft tot begin volgend jaar, blijft een open vraag.

  • Omzetgroei Eén Op Drie Sectoren Remt Af Door Chinese Concurrentie, Volgens ING

    Omzetgroei Eén Op Drie Sectoren Remt Af Door Chinese Concurrentie, Volgens ING

    De impact van Chinese bedrijven op de Nederlandse industrie wordt steeds groter, zo concludeert ING uit nieuwe cijfers. Vooral in de chemie, auto-industrie en machinebouw ondervinden Nederlandse ondernemingen de gevolgen van de opkomst van Chinese spelers.

    De snelle opkomst van Chinese concurrenten heeft vorig jaar de omzetgroei van een derde van de Nederlandse industriële sectoren afgeremd. Dat blijkt uit recent onderzoek van ING, dat de toenemende invloed van Chinese bedrijven op de Europese markt analyseerde. De concurrentiedruk is het sterkst voelbaar in sectoren zoals de chemie, de auto-industrie en de machinebouw.

    De analyse van ING toont aan dat in de auto-industrie, bijvoorbeeld, de omzetgroei van Nederlandse bedrijven met bijna 10 procentpunt is afgeremd door Chinese concurrentie. Dit is een aanzienlijke verschuiving, want een jaar eerder, in 2022, was die invloed nog beperkter en betrof het slechts één op de vijf sectoren.

    Groeiende Invloed Op Productie

    De Chinese invloed beperkt zich niet enkel tot de verkoopcijfers. China heeft wereldwijd een dominantie opgebouwd in de productie van bepaalde grondstoffen en halffabricaten, zoals de zeldzame aardmetalen die cruciaal zijn voor hightechproducten. Wij zien vooral dat dit een strategische kwetsbaarheid creëert voor Europese landen, waaronder Nederland, die afhankelijk zijn van deze importen. Als de aanvoer stokt, kunnen hele productielijnen stilvallen. China weet hiermee een stevige positie op te bouwen in toeleveringsketens.

    De groeiende concurrentie komt zowel van Chinese bedrijven die rechtstreeks Nederlandse bedrijven beconcurreren, als van ondernemingen die hun producten goedkoper op de wereldmarkt aanbieden. Dit dwingt Nederlandse producenten om ofwel hun eigen prijzen te verlagen, ofwel hun aanbod te differentiëren om de concurrentiestrijd aan te gaan.

    Mogelijke Reacties Van Europa

    De Europese Unie heeft de concurrentiedruk vanuit China al langer in het vizier. Er lopen momenteel onderzoeken naar mogelijke staatssteun voor Chinese fabrikanten van elektrische auto’s en windturbines. Wij denken dat dit een voorbode is van strengere maatregelen, zoals importtarieven, die de EU zou kunnen overwegen om de eigen industrie te beschermen. Een dergelijke escalatie zou echter ook tot tegenmaatregelen van China kunnen leiden, wat de internationale handelsbetrekkingen verder op scherp zou zetten.

    De situatie vraagt om een zorgvuldige afweging tussen het beschermen van de eigen economie en het vermijden van een handelsoorlog. Wat dit concreet betekent voor de Europese afzetmarkten en de prijzen van producten, valt nog te bezien. Het is nog onduidelijk hoe snel en in welke mate de EU daadwerkelijk zal ingrijpen en welke impact dat heeft op de Nederlandse industrie.

  • Nivea-Topman Warnery Waarschuwt Voor Europese Regels, De Cosmeticasector Kan Haar Voorsprong Verliezen

    Nivea-Topman Warnery Waarschuwt Voor Europese Regels, De Cosmeticasector Kan Haar Voorsprong Verliezen

    De CEO van Beiersdorf, het moederbedrijf van Nivea, vreest dat de Europese cosmetica-industrie dezelfde weg opgaat als de auto-industrie door een overdaad aan regulering.

    De Europese cosmetica-industrie dreigt haar vooraanstaande positie op de wereldmarkt te verliezen. Dat zegt Vincent Warnery, de topman van Beiersdorf, het concern achter merken als Nivea en Eucerin. Hij waarschuwt dat de strenge Europese regelgeving een zware last legt op bedrijven, terwijl concurrenten uit landen als de Verenigde Staten, China en Zuid-Korea veel minder beperkingen kennen.

    Warnery stelt dat de Europese cosmeticasector de “volgende auto-industrie” dreigt te worden, een sector die de afgelopen jaren fors heeft moeten inboeten aan winst en marktaandeel, onder meer door regelgeving en hoge kosten. Zo kondigde Volkswagen vorige week nog aan dat het tegen 2030 maar liefst 100.000 banen wil schrappen. Dat is voor de cosmeticareus van Nivea een schrikbeeld. Wij zien hier vooral een pleidooi voor minder regels, ingegeven door de groeiende concurrentiedruk vanuit Azië en Noord-Amerika.

    Minder Regels Elders

    Volgens de topman van Beiersdorf zijn de huidverzorgingsproducten uit Europa al onderworpen aan de strengste kwaliteitsnormen. Toch worden bedrijven gedwongen om bepaalde ingrediënten uit hun formules te verwijderen, zelfs als deze bij normaal gebruik geen risico vormen. Dit brengt grote uitdagingen met zich mee voor de productontwikkeling en innovatie.

    Een ander punt van frustratie is de herziene Europese richtlijn voor stedelijk afvalwater. Die richtlijn wil fabrikanten financieel verantwoordelijk maken voor de zuivering van afvalwater. Warnery argumenteert dat bedrijven als Beiersdorf hierdoor aanzienlijke bedragen zouden moeten betalen, hoewel hun bijdrage aan de totale watervervuiling relatief klein is. Deze extra kosten kunnen de concurrentiepositie van Europese bedrijven verder onder druk zetten tegenover spelers die dergelijke lasten niet dragen.

    Beiersdorf Boekte Recent Omzetdaling

    Onder Warnery’s leiding kende Beiersdorf, dat hij sinds mei 2021 aanstuurt, aanvankelijk een sterke groei. Recente kwartaalcijfers lieten echter een omzetdaling zien, vooral door zwakkere prestaties van het vlaggenschip Nivea. Dit toont aan dat de druk op de Europese cosmetica-industrie al voelbaar is en dat de waarschuwingen van Warnery niet zomaar uit de lucht gegrepen zijn. Het is een sector die wereldwijd een geschatte waarde heeft van ruim 250 miljard euro, waar Europese spelers traditioneel een groot deel van uitmaken.

    De oproep van Warnery is duidelijk: Europa moet de balans vinden tussen regulering en het behoud van het concurrentievermogen van zijn industrieën. De vraag is of beleidsmakers hier gehoor aan geven, of dat de cosmeticasector inderdaad de weg inslaat die de auto-industrie al eerder bewandelde.