Categorie: Block #9

  • 2,0 Procent Stijging Voor Eurozone Export In April, Import Blijft Dalen

    2,0 Procent Stijging Voor Eurozone Export In April, Import Blijft Dalen

    De uitvoer van goederen uit de negentien landen van de eurozone steeg in april naar 241,1 miljard euro, wat een lichte groei markeert na een eerdere daling. Tegelijkertijd zette de import de dalende trend voort, wat de handelsbalans gunstig beïnvloedt.

    De export van goederen uit de eurozone heeft in april 2024 een stijging van 2,0 procent gekend ten opzichte van de voorgaande maand. Dit brengt de totale waarde van de uitgevoerde goederen op 241,1 miljard euro, zo blijkt uit recente cijfers van Eurostat. Deze groei volgt op een daling in maart, wat een signaal kan zijn van een wisselend economisch herstel.

    Tegelijkertijd zette de import van goederen uit de eurozone de dalende lijn voort, met een daling van 1,5 procent in april vergeleken met maart. De totale invoer kwam daarmee uit op 220,1 miljard euro. Hierdoor is het handelsoverschot van de eurozone aanzienlijk toegenomen. Waar de eurozone in april 2023 nog een tekort van 1,3 miljard euro noteerde, is er nu een overschot van 21,1 miljard euro. Dit verschil van meer dan 22 miljard euro in één jaar tijd is opvallend en wijst op een verbeterde concurrentiepositie of een afnemende binnenlandse vraag.

    Handelsbalans Eurozone Verbetert Sterk

    Over de eerste vier maanden van 2024 bedroeg de totale export 962,5 miljard euro, een daling van 2,9 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De import daalde nog sterker, met 10,2 procent naar 883,6 miljard euro. Het handelsoverschot over deze vier maanden komt daarmee op 78,9 miljard euro, een forse verbetering ten opzichte van het tekort van 44,7 miljard euro in de eerste vier maanden van 2023.

    Wij zien vooral dat deze cijfers een dubbel gevoel oproepen. Enerzijds is het positief dat de eurozone een groeiend handelsoverschot genereert, wat bijdraagt aan de economische stabiliteit van de regio. Anderzijds reflecteert de aanhoudende krimp in de import mogelijk een zwakke binnenlandse vraag, wat de economische groei op de langere termijn kan temperen. Het is de vraag of de export de motor kan zijn voor een breder economisch herstel, of dat de afnemende import een voorbode is van verdere stagnatie.

    Lichte Daling Voor De Bredere EU

    Voor de bredere Europese Unie (EU27) lag het beeld in april 2024 vergelijkbaar. De export bedroeg 216,2 miljard euro, een lichte stijging van 1,7 procent ten opzichte van maart. De import daalde met 0,8 procent naar 208,6 miljard euro. Dit resulteerde in een handelsoverschot van 7,6 miljard euro voor de EU in april, een verbetering ten opzichte van het tekort van 8,8 miljard euro in april 2023.

    Over de eerste vier maanden van het jaar daalde de EU-export met 3,7 procent naar 862,6 miljard euro en de import met 10,7 procent naar 839,2 miljard euro. Dit leverde een handelsoverschot op van 23,4 miljard euro, in schril contrast met het tekort van 50,2 miljard euro in dezelfde periode vorig jaar. Deze cijfers suggereren dat de EU als geheel, net als de eurozone, haar handelsbalans significant heeft verbeterd, maar de onderliggende dynamiek van exportgroei versus importkrimp blijft een aandachtspunt.

  • Na Prinsjesdag Plannen Gaat Doorsnee Huishouden Toch Minder Achteruit In Koopkracht

    Na Prinsjesdag Plannen Gaat Doorsnee Huishouden Toch Minder Achteruit In Koopkracht

    Het Centraal Planbureau (CPB) heeft zijn eerdere prognose voor de koopkracht van Nederlandse gezinnen aanzienlijk verbeterd na de aankondigingen op Prinsjesdag. Vooral de laagste inkomens en gepensioneerden zien een lichte vooruitgang.

    Eerder dit jaar, in augustus, ging het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) nog uit van een koopkrachtdaling van 0,3 procent voor een doorsnee huishouden in 2025. Na de recente aankondigingen op Prinsjesdag, de presentatie van de Rijksbegroting, is deze prognose bijgesteld. Het CPB verwacht nu dat een gemiddeld huishouden er volgend jaar ‘slechts’ 0,1 procent op achteruitgaat.

    Deze lichte verbetering is het directe gevolg van de maatregelen die de Nederlandse regering heeft voorgesteld. Vooral huishoudens met de laagste inkomens en gepensioneerden zien een positiever beeld. Volgens het CPB gaan de laagste inkomens er 0,2 procent op vooruit, terwijl gepensioneerden zelfs een plus van 0,3 procent mogen verwachten. Dit komt doordat pensioenfondsen er goed voorstaan en de pensioenen kunnen verhogen, en werkenden een grotere korting krijgen op hun inkomstenbelasting.

    Gerichte Steun Aan Kwetsbaren

    CPB-directeur Pieter Hasekamp benadrukt dat het kabinet ‘iets doet om voor bepaalde groepen de koopkracht iets op te krikken’. De focus ligt duidelijk op gerichte steun aan huishoudens met een lager inkomen en op het stimuleren van verduurzaming. Zo komt er opnieuw een Tijdelijk Noodfonds Energie voor mensen met een laag inkomen en hoge energierekening, en zijn er subsidies voor energiebesparende maatregelen en de aankoop van een tweedehands elektrische auto.

    Deze aanpak is een gedeeltelijke tegemoetkoming aan de oproep van het CPB in augustus om te focussen op kwetsbare groepen en tegelijkertijd de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele energie te verminderen. Wij zien hierin een poging om de sociale ongelijkheid, die vaak toeneemt in tijden van economische onzekerheid, enigszins te verzachten. De verandering van 0,3 naar 0,1 procent achteruitgang lijkt misschien klein, maar voor veel gezinnen kan dit verschil maken in een begroting die toch al onder druk staat.

    Nibud Maakt Zich Zorgen Over De Langere Termijn

    Ondanks de bijgestelde cijfers blijft er onzekerheid. Het CPB wijst op het minderheidskabinet, wat betekent dat veel van de Prinsjesdagmaatregelen nog politieke steun moeten krijgen. Ook de geopolitieke situatie, met name rond Iran, kan een grote invloed hebben op brandstof- en energieprijzen, wat met name huishoudens met lage tot middeninkomens hard zal treffen.

    Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is kritischer. Zij benadrukken dat de koopkracht vooral achteruitgaat door belastingverhogingen van het kabinet, met name de inkomstenbelasting. Zonder deze plannen zouden mensen er gemiddeld een ruime procent op vooruitgaan, stelt het Nibud. Bovendien zijn sommige bezuinigingsmaatregelen uitgesteld tot 2028, wat het Nibud zorgen baart over een mogelijke ‘klap’ op langere termijn. Zij roepen het kabinet op om kwetsbare groepen ook op de lange termijn te ontzien, zeker gezien de huidige situatie waarin veel huishoudens met lage inkomens en extra zorgkosten hun minimale uitgaven al niet kunnen betalen.

    Economische Groei Blijft Stabiel

    De Prinsjesdagmaatregelen hebben volgens het CPB nauwelijks invloed op de economische groei. Net als in augustus gaat het Planbureau uit van een economische groei van 1,2 procent voor volgend jaar. Het begrotingstekort wordt geraamd op 2,2 procent en de staatsschuld op 46,7 procent van het bruto binnenlands product. Dit toont aan dat, hoewel er gerichte ingrepen zijn om de koopkracht te stutten, de bredere economische vooruitzichten stabiel blijven, zij het met aanzienlijke onzekerheden.

  • Donald Trump Schaft CO2-Limieten Af, De Klimaatdoelen Van Amerika Komen In Gevaar

    Donald Trump Schaft CO2-Limieten Af, De Klimaatdoelen Van Amerika Komen In Gevaar

    De Amerikaanse regering schrapt de federale uitstootnormen voor energiecentrales, een maatregel die de CO2-uitstoot fors kan doen toenemen en internationale klimaatafspraken onder druk zet.

    De Amerikaanse regering heeft besloten om de federale CO2-uitstootlimieten voor energiecentrales af te schaffen. Deze stap, die een ommezwaai betekent in het Amerikaanse klimaatbeleid, kan de uitstoot van broeikasgassen drastisch verhogen, met mogelijk 800 miljoen ton extra CO2 per jaar.

    Deze beslissing veegt de Clean Power Plan van tafel, een initiatief van de vorige regering dat als doel had de CO2-uitstoot van de energiesector met 32 procent te verminderen tegen 2030, ten opzichte van 2005. De nieuwe regels, die de Affordable Clean Energy (ACE) regels vervangen, stellen de staten in staat om zelf te bepalen hoe ze de efficiëntie van hun centrales verbeteren, zonder federale dwang tot uitstootvermindering. Wij zien hier vooral een terugkeer naar een beleid dat focust op economische groei boven milieuregulering, wat voor de Amerikaanse energiesector onmiddellijk voordeel kan opleveren.

    Milieu-organisaties Zien Een Ramp

    Milieu-organisaties reageren woedend op de schrapping. Zij waarschuwen dat dit besluit een ‘milieuramp’ is en een directe bedreiging vormt voor de volksgezondheid, vooral in gebieden rondom kolencentrales. De uitstoot van zwaveldioxide en stikstofoxiden, die leiden tot smog en zure regen, zal naar verwachting toenemen. Wij twijfelen of de staten, zonder federale druk, voldoende ambitie zullen tonen om hun eigen uitstoot significant te verminderen, gezien de economische belangen die vaak botsen met milieudoelstellingen.

    Economische Impuls Versus Klimaatdoelen

    De regering verdedigt de maatregel door te stellen dat dit de ‘oorlog tegen Amerikaanse energie’ beëindigt en de kosten voor consumenten en bedrijven verlaagt. Het Witte Huis claimt dat de nieuwe regels een jaarlijkse economische impuls van 33 miljard dollar (ongeveer 30 miljard euro) zullen opleveren. Deze aanpak staat echter haaks op de internationale klimaatafspraken, zoals het Akkoord van Parijs, waar de Verenigde Staten zich destijds uit terugtrokken. De internationale gemeenschap zal deze stap zeker en vast met argusogen volgen, aangezien de Amerikaanse beslissing een precedent kan scheppen voor andere landen.

    Deze ontwikkeling past in een bredere trend van de Amerikaanse overheid om eerder ingevoerde milieuwetgeving terug te draaien, met als argument het stimuleren van de binnenlandse economie. Het is nu afwachten hoe staten en de industrie op deze nieuwe vrijheid zullen reageren, en wat de uiteindelijke impact zal zijn op zowel het klimaat als de economische dynamiek in het land.

  • Chinese Industrie Productie Stijgt Met 4,6 Procent, Economie Herstelt Zich

    Chinese Industrie Productie Stijgt Met 4,6 Procent, Economie Herstelt Zich

    De industriële productie van China heeft in oktober de verwachtingen overtroffen, een teken dat de economie van het land verder herstelt. Vooral de verkoop van consumentengoederen en investeringen in vaste activa vertonen een sterke groei.

    De Chinese industriële productie heeft in oktober een groei van 4,6 procent op jaarbasis laten zien. Dit cijfer overtreft de analistenverwachtingen, die gemiddeld op 4,4 procent lagen, en ligt ook hoger dan de 4,5 procent groei die in september werd genoteerd. Deze toename duidt op een verdere stabilisering en herstel van de op één na grootste economie ter wereld.

    Naast de industriële productie lieten ook andere belangrijke economische indicatoren positieve ontwikkelingen zien. De detailhandelsverkopen, een belangrijke graadmeter voor de consumentenbestedingen, stegen met 7,6 procent in oktober, na een groei van 5,5 procent in september. Ook de investeringen in vaste activa kenden een lichte toename van 2,9 procent in de eerste tien maanden van dit jaar.

    Groei Boven Verwachting

    De groei van de Chinese industriële productie is de sterkste sinds april van dit jaar en markeert de derde opeenvolgende maand van versnelling. Het feit dat de cijfers de verwachtingen overtreffen, wijst erop dat de stimuleringsmaatregelen van de overheid hun vruchten beginnen af te werpen. Wij zien vooral dat de interne vraag, met name naar consumentengoederen, een belangrijke drijfveer is voor dit herstel.

    De Chinese economie heeft het afgelopen jaar te kampen gehad met uitdagingen zoals een vastgoedcrisis en zwakke wereldwijde vraag. De recente cijfers bieden echter hoop. De groei van 4,6 procent is een solide prestatie, zeker gezien de mondiale economische tegenwind. Ter vergelijking: de industriële productie in de Eurozone kromp in september met 1,1 procent op jaarbasis, wat de relatieve kracht van de Chinese cijfers benadrukt.

    Export En Werkloosheid

    De Chinese export, een andere cruciale pijler van de economie, keerde in oktober onverwacht terug naar groei, met een stijging van 0,5 procent op jaarbasis. Dit is een welkome ommekeer na zes opeenvolgende maanden van dalingen. De stedelijke werkloosheid bleef stabiel op 5,0 procent, wat betekent dat de arbeidsmarkt een zekere mate van veerkracht behoudt.

    Al deze cijfers samen geven een positiever beeld van de Chinese economie dan eerder werd gevreesd. Wij denken dat dit een signaal is dat de bodem van de economische vertraging wellicht bereikt is. De vraag blijft of dit momentum kan worden vastgehouden, zeker nu de vastgoedsector nog steeds met uitdagingen kampt en de mondiale economische vooruitzichten onzeker blijven.

  • Bank Of America Daalt 5,3 Procent, Ondanks Eerder Herstel Investment Banking

    Bank Of America Daalt 5,3 Procent, Ondanks Eerder Herstel Investment Banking

    Beleggers reageren bezorgd op de vooruitzichten van Bank of America, die een daling van de investment banking fees verwacht. Ook andere sectoren tonen opmerkelijke koersbewegingen.

    Beleggers in Amerikaanse bankaandelen kregen vandaag een domper te verwerken. De aandelen van Bank of America daalden met 5,3 procent, nadat CEO Brian Moynihan op de Barclays Global Financial Services Conference bekendmaakte dat de inkomsten uit investment banking voor het derde kwartaal tussen de 1,6 miljard en 1,8 miljard dollar (ongeveer 1,5 miljard en 1,7 miljard euro) zullen liggen. Dat betekent een daling van minstens 10 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Deze waarschuwing staat haaks op het sterke momentum van de bank in de eerste helft van het jaar, toen de investment banking fees in het tweede kwartaal nog 2,1 miljard dollar (ongeveer 1,9 miljard euro) bedroegen.

    Moynihan schreef de verwachte daling toe aan een algemene vertraging in de investment banking markt, die volgens hem zo’n 10 procent lager presteert. Hij voegde eraan toe dat de inkomsten uit sales en trading naar verwachting ongeveer vlak zullen blijven op kwartaalbasis. Wij lezen deze mededeling als een duidelijk signaal dat de hogere rente en de onzekere economische vooruitzichten hun tol eisen van de dealactiviteit en de kapitaalmarkten. Dit is een belangrijke indicator voor de gezondheid van de bredere financiële sector, die zwaar leunt op dit soort activiteiten.

    Talamore Mining Schiet Omhoog Door Boorresultaten

    Terwijl de financiële reuzen worstelen, kende de Canadese mijnbouwsector een opmerkelijke dag. Het aandeel Talamore Mining Corp. steeg met 6,7 procent tot 9,88 Canadese dollar (ongeveer 6,75 euro). Deze stijging volgt op een reeks positieve bedrijfsontwikkelingen, waaronder de lopende boorcampagne van 40.000 meter in de Supremo Extension-zone van het Coffee Gold Project in Canada’s Yukon Territory.

    De resultaten van dertig boorgaten, die op 8 september werden vrijgegeven, toonden afzettingen die aanzienlijk boven de gemiddelde kwaliteit van het project liggen. Dit versterkt de verwachting dat ‘inferred ounces’ met hoge kwaliteit zullen worden omgezet naar de ‘indicated’ categorie, in aanloop naar een haalbaarheidsstudie. Bovendien ontving Talamore op 31 augustus de Primary Resource Road Permit, waardoor de aanleg van de Northern Access Route in Coffee Gold voltooid kan worden. Dit vermindert het risico voor een toekomstige investeringsbeslissing aanzienlijk. Alle vijf analisten die het aandeel volgen, adviseren een ‘koop’ en zien een gemiddeld koersdoel van 14,20 Canadese dollar (ongeveer 9,70 euro) voor de komende twaalf maanden. De recente aankoop van Talamore-aandelen door Agnico Eagle Mines in juli geeft het verhaal extra institutionele geloofwaardigheid, wat zeker en vast bijdraagt aan het optimisme rond dit aandeel.

    Abbott Laboratories Lost Juridische Kwestie Op

    Ook in de farmaceutische sector was er beweging. Het aandeel Abbott Laboratories steeg met 1,2 procent na een schikking van 385 miljoen dollar (ongeveer 355 miljoen euro) met het Amerikaanse ministerie van Justitie. De schikking betreft aantijgingen van de False Claims Act in verband met poedermelk voor zuigelingen, geproduceerd in de faciliteiten in Sturgis, Michigan, en Casa Grande, Arizona, tussen 2018 en 2022. Van het bedrag gaat ongeveer 348,7 miljoen dollar (ongeveer 322 miljoen euro) naar de federale overheid en 36,3 miljoen dollar (ongeveer 33,5 miljoen euro) naar bepaalde staten voor Medicaid-gerelateerde claims.

    Een cruciaal detail is dat de schikking geen bevinding van schuld of aansprakelijkheid van Abbott inhoudt, wat door beleggers werd geïnterpreteerd als een propere oplossing van een langdurige juridische kwestie. Deze afwikkeling neemt een belangrijke juridische onzekerheid weg die de koers van het aandeel al langer drukte. Dit betekent voor Abbott dat de balans vrijer is van potentiële toekomstige claims, wat de weg effent voor een duidelijkere focus op de kernactiviteiten en toekomstige groei. De opluchting hierover was duidelijk merkbaar in de koersbeweging, die inging tegen de licht dalende trend op de bredere Amerikaanse aandelenmarkten.

    Interfor Profiteert Van Optimisme In Houtsector

    In Canada veerde ook de houtsector op. Het aandeel Interfor steeg met 7,5 procent tot 15,13 Canadese dollar (ongeveer 10,35 euro), dicht bij het 52-weekse hoogtepunt van 15,28 Canadese dollar (ongeveer 10,46 euro). Deze stijging werd aangewakkerd door positieve Canadese economische cijfers, met name sterke banencijfers, en een verbeterd sentiment rond het handelsdispuut tussen Canada en de VS. De vergeldingsheffingen van Canada, die op 8 september van kracht werden, lijken beleggers ertoe aan te zetten om de risico’s en kansen van Canadese houtproducenten opnieuw te beoordelen.

    Interfor, een van de meest cyclisch gevoelige pure-play houtproducenten op de TSX, laat vaak sterke reacties zien op verschuivingen in het handels- of macro-economische sentiment. De technische positie speelde ook een rol: na een scherpe daling van meer dan 10 procent in twee weken, was het aandeel oververkocht en bevond het zich in de buurt van belangrijke steunniveaus tussen 13,37 en 13,96 Canadese dollar. De combinatie van een technisch oververkocht aandeel, een positieve Canadese macro-economische verrassing en evoluerende handelsdynamiek zorgde voor een krachtige rally. Wij zien hierin een potentiële trendbreuk, hoewel de onderliggende uitdagingen, zoals hoge invoerrechten voor naaldhout en onzekerheid op de woningmarkt, onverminderd aanwezig blijven.

    Cybersecurity Wint Aan Belang Door AI-Zorgen

    Tot slot was er ook goed nieuws voor Okta, een cybersecurityspecialist. Het aandeel steeg met maar liefst 11,8 procent. De aanleiding hiervoor waren de oproepen van prominente figuren in de technologiesector, waaronder Anthropic CEO Dario Amodei en SpaceX CEO Elon Musk, om de ontwikkeling van artificiële intelligentie (AI) te vertragen. Zij uiten hun bezorgdheid over de risico’s van AI, zoals het verliezen van controle over systemen, misbruik voor cyberaanvallen en bioterrorisme, en ernstige economische verstoringen.

    De bezorgdheid over AI heeft de aandacht gericht op cybersecurity, wat de adoptie van tools om bedrijfssystemen te beveiligen versnelt. Okta’s cloudgebaseerde platform beheert gebruikersaanmeldingen en biedt meervoudige authenticatie, wat essentieel is om te garanderen dat alleen geautoriseerde gebruikers toegang hebben tot systemen. Dit verhoogde bewustzijn van potentiële AI-gerelateerde cyberdreigingen betekent voor bedrijven zoals Okta een toenemende vraag naar hun diensten. Hoewel het aandeel met 42 keer de verwachte winst voor volgend jaar niet goedkoop is, lijkt de markt de groeiende behoefte aan robuuste identiteitsverificatie en beveiliging, zeker in het licht van de snelle AI-ontwikkelingen, te waarderen.

  • Sociale Media Moeten Ouders Om Toestemming Vragen Voor Gebruik Door Jongeren Onder Vijftien Jaar

    Sociale Media Moeten Ouders Om Toestemming Vragen Voor Gebruik Door Jongeren Onder Vijftien Jaar

    De Commissie stelt een ‘Kids Act’ voor, waarbij platforms die niet voldoen boetes riskeren tot 6 procent van hun wereldwijde jaaromzet.

    De Europese Commissie plant deze week nieuwe wetgeving om kinderen en jongeren beter te beschermen tegen de gevaren van sociale media. Volgens uitgelekte plannen, die deze week officieel voorgesteld worden, zullen kinderen onder de 15 jaar slechts beperkte toegang krijgen tot sociale media. Platformen die de regels overtreden, riskeren een boete die kan oplopen tot 6 procent van hun jaarlijkse wereldwijde omzet.

    De zogenaamde ‘Kids Act’ geldt niet enkel voor sociale media, maar ook voor videoplatformen, bepaalde online games en AI-chatbots. Het voorstel introduceert verschillende niveaus van beperkingen. Kinderen tot 13 jaar zouden een account kunnen openen dat volledig door de ouders wordt gecontroleerd. Voor jongeren tussen 13 en 15 jaar zou er beperkt ouderlijk toezicht zijn en zou het onmogelijk zijn om contact te leggen met vreemden. Pas vanaf 15 jaar zouden jongeren een eigen, volwaardig account kunnen aanmaken, maar wel binnen een online omgeving die aan specifieke criteria voldoet.

    Dit voorstel gaat verder dan eerdere aanbevelingen. Vorig jaar pleitte de Belgische Hoge Gezondheidsraad, op vraag van minister Frank Vandenbroucke, nog voor een leeftijdsbeperking van 13 jaar. Het Europees initiatief om de limiet op 15 jaar te leggen, toont aan dat de beleidsmakers de noodzaak tot actie steeds urgenter achten. Wij zien hierin een duidelijke verschuiving in de aanpak: van zelfregulering naar een proactieve, bindende wetgeving met significante financiële consequenties voor techbedrijven.

    Vlaamse Politicus Pleit Voor ItsMe-Verificatie

    Vooruit-voorzitter Conner Rousseau reageert positief op de plannen en vindt het dringend tijd voor actie. Hij stelt dat België niet hoeft te wachten op de EU en wijst op de mogelijkheid om leeftijdsverificatie via de overheidstoepassing ItsMe te handhaven. “We kunnen dat toch niet door Meta zelf laten doen”, aldus Rousseau, die Meta’s algoritmes vergelijkt met gokmachines vanwege hun verslavende karakter.

    De kritiek op de verslavende aard van sociale media is niet nieuw, en de vergelijking met gokken onderstreept de groeiende bezorgdheid over de psychologische impact op jonge gebruikers. Het voorstel van Rousseau om ItsMe in te zetten, is een concrete suggestie die de discussie over technische handhaving van leeftijdsgrenzen concreter maakt. Het verlegt de verantwoordelijkheid van de platforms zelf naar een onafhankelijke, door de overheid erkende tool.

    Kritiek En Vrije Meningsuiting

    Niet iedereen is even enthousiast over de voorgestelde beperkingen. Mariek Vanden Abeele, professor digitale cultuur aan de UGent, toont zich een koele minnaar van het idee. Ze benadrukt dat jongeren recht hebben op informatie en vrije meningsuiting, en dat sociale media een belangrijk onderdeel vormen van hun cultuur en nieuwsinname.

    Vanden Abeele stelt vragen bij de proportionaliteit en effectiviteit van het beleid en maakt zich zorgen over de privacy. Zij pleit er vooral voor om de techbedrijven zelf harder aan te pakken, in plaats van de toegang voor jongeren te beperken. Het debat hierover toont aan dat de zoektocht naar de juiste balans tussen bescherming, privacy en digitale vrijheid een complexe blijft, waarbij wij ons afvragen of het Europese voorstel de kern van het probleem – de algoritmes en verdienmodellen van de platforms – voldoende adresseert.

  • Federal Reserve Ziet Rente Stijgen Naar 5,50 Procent, Analisten Zijn Daar Nog Rustig Onder

    Federal Reserve Ziet Rente Stijgen Naar 5,50 Procent, Analisten Zijn Daar Nog Rustig Onder

    Beleggers zijn gefixeerd op de aanstaande beslissing van de Federal Reserve over de rente. Hoewel een verhoging van 25 basispunten waarschijnlijk lijkt, waarschuwen analisten dat de ‘weg’ van toekomstige verhogingen belangrijker is dan de eenmalige actie.

    De financiële markten houden de Federal Reserve nauwlettend in het oog, nu het Amerikaanse stelsel van centrale banken zich klaarmaakt voor een mogelijke renteverhoging. De markt schat de kans op een verhoging van 25 basispunten, ofwel 0,25 procentpunt, op woensdag in op een aanzienlijke 88 procent. Toch is het de vraag of deze stap de beursrally direct zal ontsporen.

    Analisten benadrukken dat één enkele renteverhoging zelden een einde maakt aan een stierenmarkt. In maart 1997 bijvoorbeeld, verhoogde de Fed de rente met 25 basispunten, waarna de S&P 500-index aanvankelijk met ongeveer 3 procent daalde. Tegen het einde van dat jaar was de index echter met meer dan 30 procent gestegen. De bredere historische gegevens tonen aan dat in 81 procent van de 21 eerdere verkrappingscycli van de Fed, de S&P 500 twaalf maanden na de eerste verhoging hoger stond, met een gemiddelde winst van 6,7 procent.

    De situatie van vandaag is anders dan de snelle en agressieve renteverhogingen van 2022, toen de Fed de rente in ongeveer 18 maanden met het equivalent van 21 kwartpuntverhogingen deed stijgen. De federal funds rate ligt momenteel al tussen 3,5 en 3,75 procent, wat betekent dat de markten al ruimschoots de tijd hebben gehad om zich aan hogere financieringskosten aan te passen. Een nieuwe kleine verhoging zou dan ook geen vergelijkbare schok teweegbrengen als destijds.

    Wat de Fed-beslissing betekent voor je portefeuille

    De cruciale vraag is niet óf de Fed de rente verhoogt, maar eerder of dit een eenmalige aanpassing is of het begin van een nieuwe, aanhoudende verkrappingscyclus. Dit onderscheid creëert zeer verschillende beleggingsomgevingen. Als de Fed de rente één keer verhoogt en vervolgens pauzeert, dan suggereert de geschiedenis dat de aandelenmarkt dit kan absorberen.

    Wij zien vooral dat beleggers momenteel vooral letten op de signalen die duiden op de toekomstige koers van de Fed. Zo is de rente op tweejarige Amerikaanse staatsobligaties een goede indicator voor de toekomstige Fed-politiek. Deze prijst momenteel nog twee tot drie verhogingen in het komende jaar in, wat aangeeft dat de markt voorbereid is op verdere stappen, maar niet op een schok zoals in 2022.

    Inflatie en bedrijfswinsten blijven cruciaal

    Ook inflatiecijfers blijven een belangrijke factor. Hoewel één ‘hete’ CPI-rapport de volatiliteit kan verhogen, zou een reeks opeenvolgende maanden met versnellende inflatie veel zorgwekkender zijn. Recentere cijfers, zoals de kern-CPI die het laagste punt bereikte sinds maart 2021, suggereren dat de inflatiedruk mogelijk afneemt. Dit geeft de Fed meer ademruimte.

    Verder kijken wij naar de bedrijfswinsten. Die tonen aan hoeveel verkrapping de markt kan verdragen. Het laatste kwartaal liet een geaggregeerde winstgroei van meer dan 50 procent zien voor de S&P 500, met sterke prestaties in tien van de elf sectoren. Dit biedt een aanzienlijke buffer tegen hogere rentes. Mochten de bedrijfswinsten echter beginnen te verslechteren, dan wordt de situatie voor de beurs een stuk fragieler, zeker als de olieprijs boven de 100 euro per vat blijft.

    Kortom, de markt kan een eenmalige renteverhoging verwerken, maar de echte uitdaging begint als de Fed de komende maanden besluit om de rente herhaaldelijk te verhogen.

  • Europa Verhoogt Indiaas Staalimportquotum Met 10 Procent, CO2-Heffing Blijft Van Kracht

    Europa Verhoogt Indiaas Staalimportquotum Met 10 Procent, CO2-Heffing Blijft Van Kracht

    India en de Europese Unie hebben een akkoord bereikt over hogere staalimportquota voor 2024, wat de beschikbaarheid van staal op de Europese markt vergroot, hoewel importeurs nog steeds rekening moeten houden met de nieuwe CO2-grensheffing.

    Wat betekent het voor Europese bedrijven die staal importeren dat India meer staal mag leveren aan de Europese Unie? Concreet kunnen importeurs in 2024 meer staal uit India importeren dan de eerder overeengekomen hoeveelheid. Dit akkoord komt er ondanks de introductie van een CO2-heffing aan de grens, de zogenaamde Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), die vanaf volgend jaar definitief van kracht wordt in de EU.

    De Europese Commissie heeft de importquota voor Indiaas staal voor het lopende jaar verhoogd. Dit betekent dat er minder importtarieven betaald hoeven te worden voor de extra volumes. De Indiase staalsector is hier al langer voor aan het lobbyen. Voor 2024 mag India bijna 1 miljoen ton staal meer exporteren naar Europa dan de eerdere beperking van 4,6 miljoen ton. Deze verhoging reageert op de vraag van Indiase staalproducenten, die de Europese markt als cruciaal zien voor hun export.

    De verhoging van de importquota valt samen met de geleidelijke invoering van de CBAM, die als doel heeft om ‘koolstoflekkage’ tegen te gaan. Dit mechanisme dwingt importeurs om certificaten te kopen die de CO2-uitstoot van hun ingevoerde goederen dekken, vergelijkbaar met wat Europese producenten al betalen via het emissiehandelssysteem. Voor de Europese staalindustrie betekent dit een extra laag van complexiteit, aangezien ze enerzijds meer buitenlands staal zien binnenkomen, maar anderzijds ook te maken krijgen met de milieu-eisen die gelden voor alle import.

    Wat betekent dit voor de staalmarkt?

    De afspraken betekenen een dubbelzinnige situatie voor de Europese staalmarkt. Enerzijds zorgt de verhoging van de quota voor meer aanbod en mogelijk lagere prijzen, wat gunstig kan zijn voor afnemers. Anderzijds moeten importeurs zich voorbereiden op de financiële gevolgen van de CBAM. Wij zien vooral dat dit de druk op Europese staalproducenten vergroot. Zij moeten concurreren met een grotere importstroom, terwijl ze zelf ook investeren in schonere productiemethoden om aan de strenge Europese milieunormen te voldoen.

    De CBAM-heffing, die in 2026 volledig van kracht wordt, zal naar verwachting een significante invloed hebben op de kostenstructuur van staalimport. Hoewel de quota nu verhoogd zijn, blijft het principe staan dat de CO2-uitstoot van geïmporteerd staal in rekening wordt gebracht. Dit kan op termijn leiden tot een verschuiving in de globale staalhandel, waarbij landen met lagere CO2-uitstootvoetafdrukken een concurrentievoordeel krijgen. Het is een delicate evenwichtsoefening voor de EU, die zowel haar klimaatdoelen wil bereiken als de markt stabiel wil houden.

    Indiase sector onder druk

    De Indiase staalindustrie, die voor een belangrijk deel afhankelijk is van export naar Europa, staat hiermee voor een uitdaging. Hoewel ze meer mogen leveren, zullen ze op termijn hun productieprocessen moeten verduurzamen om de extra kosten van de CO2-heffing te beperken. Analisten van Block #9 verwachten dat dit akkoord een voorbode is van verdere onderhandelingen. India stelt immers dat de CBAM oneerlijk is en mogelijk zelfs in strijd met de regels van de Wereldhandelsorganisatie. Wij volgen dit verder op, want de druk op de Indiase sector is groot om te investeren in groenere technologieën.

  • De Franse Inflatie Stijgt Tegen De Verwachting In Naar 2,7 Procent

    De Franse Inflatie Stijgt Tegen De Verwachting In Naar 2,7 Procent

    De consumentenprijzen in Frankrijk zijn in mei hoger uitgevallen dan gedacht, wat de hoop op snelle renteverlagingen van de Europese Centrale Bank tempert.

    De Franse inflatie is in mei onverwacht gestegen. Waar economen een stabilisatie op 2,4 procent hadden voorspeld, klokte de consumentenprijsindex (CPI) af op 2,7 procent op jaarbasis. Deze stijging volgt op een eerdere verhoging van 2,2 procent in april, wat de inflatoire druk in de eurozone opnieuw onder de aandacht brengt.

    Deze hogere inflatie is vooral te wijten aan een versnelling van de energieprijzen en de kosten voor diensten. Energie werd in mei 5,7 procent duurder, na een stijging van 3,8 procent in april. Ook de prijzen voor diensten namen toe, van 3,0 procent in april naar 3,2 procent in mei. De prijsstijgingen voor voedsel en industriële goederen vertraagden wel, wat de totale stijging enigszins afremde maar niet voldoende om de verwachtingen te matigen.

    ECB Kijkt Nauwlettend Toe

    De onverwachte versnelling van de Franse inflatie komt op een gevoelig moment voor de Europese Centrale Bank (ECB). Wij zien vooral dat deze cijfers de argumenten van de ‘haviken’ binnen de ECB versterken, die pleiten voor een voorzichtiger beleid ten aanzien van renteverlagingen. De ECB heeft al aangegeven dat zij data-afhankelijk zal zijn bij haar beslissingen, en deze Franse cijfers maken een snelle reeks van renteverlagingen onwaarschijnlijker.

    Eerder deze week zagen we ook al dat de Spaanse inflatie onverwacht steeg. Gecombineerd met de Franse cijfers wijst dit erop dat de strijd tegen de inflatie in de eurozone nog niet gestreden is. Wij zouden hier niet te snel conclusies trekken over de volgende stappen van de ECB, maar de markten zullen zeker hun verwachtingen voor de toekomstige renteverlagingen moeten bijstellen.

    Wat Betekent Dit Voor De Eurozone?

    De inflatiecijfers uit twee van de grootste economieën van de eurozone zetten druk op de algemene inflatie voor de hele muntunie. De totale inflatie voor de eurozone kwam in april uit op 2,4 procent, en de verwachting was dat dit niveau in mei gehandhaafd zou blijven. Nu Frankrijk en Spanje hogere inflatie melden, is het goed mogelijk dat het totale cijfer voor de eurozone ook hoger uitvalt dan de consensus.

    Een hogere inflatie in de eurozone zou kunnen betekenen dat de ECB haar monetaire beleid strakker moet houden, wat een impact kan hebben op de economische groei en de financieringskosten voor bedrijven en consumenten. Het is een delicate evenwichtsoefening voor de centrale bank, die zowel prijsstabiliteit als economische stabiliteit nastreeft.

  • Dollarindex Klimt 0,28 Procent Naar Hoogste Peil In Anderhalve Week

    Dollarindex Klimt 0,28 Procent Naar Hoogste Peil In Anderhalve Week

    De Amerikaanse dollarindex bereikte maandag het hoogste punt in anderhalve week, gedreven door een daling van de aandelenmarkten en een stijgende olieprijs die de inflatieverwachtingen aanwakkeren. Ook de euro en Japanse yen kregen het moeilijk.

    Maandag kleurde rood op de aandelenmarkten, wat de Amerikaanse dollarindex (DXY00) een flinke boost gaf. De index klom naar het hoogste niveau in anderhalve week en sloot de dag af met een stijging van 0,28 procent. Deze beweging, die de vraag naar liquiditeit voor de dollar aanwakkert, kwam op een moment dat de prijs van West Texas Intermediate (WTI) ruwe olie een hoogtepunt in 3,75 maanden bereikte, wat de inflatieverwachtingen deed toenemen. Zo’n stijging van de olieprijzen kan de Federal Reserve (Fed) ertoe aanzetten haar monetaire beleid te verkrappen.

    De markten houden er al sterk rekening mee dat de Fed tijdens de vergadering van dinsdag en woensdag de rente met 25 basispunten zal verhogen. Maar niet alleen de dollar boekte terrein. Ook de euro (EUR/USD) daalde maandag naar een dieptepunt in een maand, met een verlies van 0,36 procent. De afhankelijkheid van de eurozone van geïmporteerde olie maakt de regio kwetsbaar voor stijgende olieprijzen, wat een negatieve factor is voor de economie.

    ECB en BOJ Wegen Af

    Toch kreeg de euro wat rugwind door havikachtige commentaren van ECB-bestuurslid Isabel Schnabel en ECB-bestuursraadlid Peter Kazimir. Zij waarschuwden voor verdere renteverhogingen als de inflatie blijft verslechteren. De tienjarige Duitse Bund-rente steeg zelfs naar een 17-jarig hoogtepunt van 3,56 procent, wat de renteverschillen ten gunste van de euro vergroot. De markten schatten de kans op een renteverhoging van 25 basispunten door de ECB op 29 oktober in op 69 procent.

    De Japanse yen (USD/JPY) verloor maandag 0,36 procent ten opzichte van de dollar. Naast de sterkere dollar droeg een neerwaartse herziening van de Japanse industriële productie voor juli, van een eerder gemelde stijging van 0,1 procent naar een daling van 0,2 procent, bij aan de druk. De Japanse economie, die voor meer dan 90 procent afhankelijk is van energie-import, is eveneens gevoelig voor de stijgende olieprijzen. De Japanse regering is een voorstander van een renteverhoging om de yen te ondersteunen en inflatiedruk als gevolg van een zwakke yen te voorkomen, met een kans van 97 procent op een verhoging deze week.

    Edelmetalen Onder Druk

    De stijgende dollar en de verwachting van renteverhogingen door centrale banken legden ook druk op edelmetalen. De prijs van december COMEX goud daalde maandag met 1,29 procent, ofwel 57 dollar, terwijl december COMEX zilver 1,61 procent verloor, ofwel 1,05 dollar. Beide metalen bereikten daarmee een dieptepunt in vijf weken. De havikachtige standpunten van de ECB-functionarissen en de verwachte renteverhoging van de Fed zijn bearish factoren voor goud en zilver.

    Deze neerwaartse trend staat in contrast met recente ontwikkelingen waarbij de beleggingen in goud-ETF’s naar een 6,25-maands hoogtepunt klommen en die in zilver-ETF’s een 5,5-maands hoogtepunt bereikten. Ook de aanhoudende vraag van centrale banken, met name de Chinese PBOC die in augustus haar goudreserves voor de tweeëntwintigste opeenvolgende maand verhoogde met 650.000 troy ounces naar 76,73 miljoen troy ounces, biedt doorgaans steun. Wij zien vooral dat de macro-economische verschuivingen, met name de renteverwachtingen en de sterkte van de dollar, momenteel een zwaardere weegfactor hebben dan de onderliggende vraag.

  • Vier Aandelen Zakken Onder Hun 200-Daags Voortschrijdend Gemiddelde, Met GFI Als Grootste Daler

    Vier Aandelen Zakken Onder Hun 200-Daags Voortschrijdend Gemiddelde, Met GFI Als Grootste Daler

    RPC, Inc., Carpenter Technology Corp., Gold Fields Ltd. en Hecla Mining Co. hebben recentelijk een belangrijke technische grens doorbroken, wat voor beleggers een signaal kan zijn van toenemende neerwaartse druk.

    Vier beursgenoteerde bedrijven hebben de afgelopen periode een opvallende technische grens doorbroken. De aandelen van RPC, Inc. (RES), Carpenter Technology Corp. (CRS), Gold Fields Ltd. (GFI) en Hecla Mining Co (HL) zijn onder hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde gezakt, een signaal dat door technische analisten vaak als negatief wordt beschouwd.

    Op maandag 14 september 2026 zakte het aandeel RPC, Inc. (RES) onder de grens van 6,32 dollar, wat resulteerde in een daling van ongeveer 5,3 procent op die dag. De koers sloot af op 6,11 dollar. Voor Gold Fields Ltd. (GFI) was de daling nog scherper: op dinsdag 18 januari 2022 dook het aandeel onder zijn 200-daags gemiddelde van 9,79 dollar en sloot de dag af met een verlies van ongeveer 7 procent op 9,78 dollar. Hecla Mining Co (HL) volgde dit patroon op maandag 14 september 2026, toen de koers van 19,11 dollar doorbroken werd, met een daling van 3,8 procent tot gevolg, eindigend op 18,98 dollar. Carpenter Technology Corp. (CRS) zag zijn aandeel op donderdag 9 juni 2022 onder de 34,02 dollar zakken, met een verlies van 1,3 procent tot 34,15 dollar.

    Wat Betekent Een Daling Onder Het Gemiddelde?

    Het 200-daags voortschrijdend gemiddelde is een veelgebruikte indicator in de technische analyse. Het vertegenwoordigt de gemiddelde slotkoers van een aandeel over de laatste 200 handelsdagen en wordt vaak gezien als een belangrijke grens voor de langetermijntrend van een aandeel. Een doorbraak onder dit gemiddelde suggereert voor veel analisten dat de neerwaartse druk toeneemt of dat een opwaartse trend aan het keren is. Het kan ook een psychologische drempel zijn voor beleggers, wat verdere verkoopdruk kan veroorzaken.

    De reactie van de markt op deze doorbraken varieert sterk. Terwijl GFI een forse 7 procent verloor op de dag van de doorbraak, was het verlies voor CRS beperkter met 1,3 procent. Dit toont aan dat, hoewel de indicator belangrijk is, de specifieke context van het bedrijf en de bredere marktomstandigheden evenzeer meewegen. Wij zien dat de timing van deze dalingen, verspreid over verschillende jaren, aangeeft dat het geen gecoördineerde marktbeweging is, maar eerder individuele bedrijfsspecifieke ontwikkelingen of sectorale trends die een rol spelen. Zo behoort RPC, Inc. tot de energiesector, terwijl Gold Fields en Hecla Mining deel uitmaken van de metaal- en mijnbouwsector.

    Sectoren Onder Druk

    De energie- en metaalsectoren, waartoe de genoemde bedrijven behoren, zijn vaak gevoelig voor schommelingen in de grondstofprijzen en de wereldwijde economische groei. Voor RPC, Inc., een dienstverlener aan de olie- en gasindustrie, kan een dalende koers onder het 200-daags gemiddelde wijzen op zorgen over toekomstige olie- en gasprijzen of de investeringsbereidheid in de sector. De koers van het aandeel van RPC, Inc. schommelt bovendien sterk; de huidige koers van 6,11 dollar ligt slechts 30 procent boven het 52-weekse dieptepunt van 4,175 dollar, maar ook 25 procent onder het 52-weekse hoogtepunt van 8,16 dollar. Dit maakt het aandeel volatieler dan een gemiddeld beursaandeel.

    Voor mijnbouwbedrijven zoals Gold Fields Ltd. en Hecla Mining Co. is de goud- en zilverprijs cruciaal. Een dalende trend in hun aandelenkoersen kan duiden op een voorzichtige houding van beleggers ten aanzien van edelmetalen of de algemene mijnbouwsector. Zo lag de 52-weekse bandbreedte van Gold Fields Ltd. tussen 7,75 dollar en 12,525 dollar, terwijl die van Hecla Mining Co. tussen 10,38 dollar en 34,17 dollar lag. De huidige koersen van beide bedrijven bevinden zich aan de onderkant van deze bandbreedte, wat de kwetsbaarheid van deze aandelen benadrukt.

    Beleggers Opletten Voor Verdere Dalingen

    Voor beleggers die geïnteresseerd zijn in deze specifieke aandelen, adviseren wij waakzaamheid. Hoewel een doorbraak onder het 200-daags gemiddelde geen garantie is voor verdere dalingen, is het wel een belangrijk signaal. Wij zouden hier niet direct instappen zonder een duidelijke aanwijzing van stabilisatie of een omkeer in de trend. De volatiliteit en de sectorale gevoeligheid van deze aandelen vragen om een grondige analyse van zowel technische indicatoren als fundamentele factoren. Een herstel boven het 200-daags gemiddelde zou een eerste teken van verbetering kunnen zijn, maar zolang dat uitblijft, blijft de druk op deze aandelen waarschijnlijk aanwezig. Beleggers zouden ook de algehele macro-economische omstandigheden, zoals inflatie en rentetarieven, in de gaten moeten houden, aangezien deze een aanzienlijke impact kunnen hebben op de prestaties van grondstofgerelateerde bedrijven.

  • Europese Commissie Wil Minimumleeftijd Van 13 Naar 15 Jaar Voor Sociale Media

    Europese Commissie Wil Minimumleeftijd Van 13 Naar 15 Jaar Voor Sociale Media

    Uit gelekte documenten blijkt dat de Europese Commissie donderdag een voorstel zal lanceren om het gebruik van sociale media voor jongeren onder de vijftien te beperken en verslavende app-designs aan te pakken.

    De Europese Commissie plant de invoering van een minimumleeftijd van vijftien jaar voor het gebruik van sociale media, wat een aanzienlijke verandering betekent ten opzichte van de huidige leeftijdsgrens van dertien jaar die veel platforms hanteren. Dit blijkt uit documenten die De Tijd kon inkijken en die normaal donderdag officieel worden voorgesteld als onderdeel van de zogenaamde ‘Kids Act’. Het voorstel wil ook het verslavende ontwerp van apps aan banden leggen, een punt van groeiende bezorgdheid bij beleidsmakers.

    De plannen omvatten een reeks maatregelen die gericht zijn op het beschermen van minderjarigen online. Naast de leeftijdsgrens wil de Commissie dat platforms geen gepersonaliseerde advertenties meer tonen aan jongeren onder de achttien jaar. Wij zien dit als een directe poging om de inkomstenmodellen van grote techbedrijven te beïnvloeden, die sterk leunen op data van jonge gebruikers. Ook functies zoals autoplay, pushmeldingen en ‘eindeloze scroll’-mechanismen zouden aan banden worden gelegd, tenzij een platform kan aantonen dat deze in het ‘beste belang van het kind’ zijn.

    Strenge Regels Voor Techgiganten

    De nieuwe wetgeving legt de verantwoordelijkheid bij de sociale mediabedrijven. Zij zouden moeten bewijzen dat hun producten veilig zijn voor minderjarigen, en niet andersom. Dit is een belangrijke verschuiving van de bestaande regelgeving, die vaak meer focust op de verantwoordelijkheid van ouders. De Europese Commissie wil hiermee een uniform kader creëren voor alle lidstaten, een aanpak die we ook zagen bij de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) of de Digital Services Act (DSA).

    Platforms die de regels overtreden, riskeren aanzienlijke boetes. Hoewel de exacte bedragen nog niet bekend zijn, verwachten wij dat deze in lijn zullen liggen met de hoge sancties die al mogelijk zijn onder andere Europese wetten, zoals tot 6 procent van de wereldwijde jaaromzet voor overtredingen van de DSA. Dat kan voor techreuzen als Meta, TikTok en Google neerkomen op miljarden euro’s.

    Wat Betekent Dit Voor De Sector?

    De voorgestelde Kids Act zou een grote impact hebben op de bedrijfsvoering en het verdienmodel van sociale mediaplatforms. Het verbod op gerichte reclame voor minderjarigen zal de advertentie-inkomsten drastisch verminderen voor een segment dat vaak zeer betrokken is bij online content. De eis om verslavende ontwerpelementen aan te passen, kan leiden tot dure herontwikkelingen en mogelijk een afname van de engagementcijfers, die cruciaal zijn voor de waardering van deze bedrijven. Wij twijfelen of de techbedrijven dit zonder slag of stoot zullen accepteren, gezien de financiële belangen die ermee gemoeid zijn.

    Het is nog afwachten hoe de definitieve versie van het voorstel eruit zal zien en welke discussies dit in de Europese Raad en het Parlement zal oproepen. Maar de richting is duidelijk: Europa wil de controle over de digitale jeugd terugpakken en de macht van de techgiganten inperken. De vraag is nu hoe snel en hoe rigoureus dit alles wordt doorgevoerd.

  • China Ziet Detailhandel Verkopen Met 3,7 Procent Stijgen, Minder Dan Verwacht

    China Ziet Detailhandel Verkopen Met 3,7 Procent Stijgen, Minder Dan Verwacht

    De Chinese detailhandelsverkopen zijn in mei minder hard gegroeid dan analisten voorspelden. Dit toont aan dat de consumentenbestedingen in de op één na grootste economie ter wereld traag op gang komen.

    De Chinese detailhandelsverkopen zijn in mei met 3,7 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Dit cijfer ligt onder de verwachtingen van economen, die rekenden op een groei van 5,0 procent. Ook is het een vertraging ten opzichte van de 2,3 procent stijging die in april werd genoteerd. De industriële productie daarentegen liet wel een sterke groei zien van 5,6 procent in mei, al was dit eveneens lager dan de prognose van 6,2 procent.

    De zwakkere consumentenbestedingen in China zijn al langer een zorg voor de economische beleidsmakers. Na de pandemie had men gehoopt op een krachtig herstel van de binnenlandse vraag, maar dat blijft vooralsnog uit. Dit komt deels door het aanhoudende gewicht van de vastgoedcrisis en de onzekerheid op de arbeidsmarkt, die het vertrouwen van de Chinese consument ondermijnen. Wij zien hier vooral een weerspiegeling van een voorzichtig sentiment, waarbij huishoudens geneigd zijn te sparen in plaats van uit te geven.

    Chinese Economie Vecht Tegen Structurele Problemen

    De Chinese economie probeert al geruime tijd een evenwicht te vinden na een periode van snelle, exportgedreven groei. De focus verschuift naar binnenlandse consumptie en hoogwaardige industrie, maar de transitie verloopt stroef. Het groeicijfer van 3,7 procent voor de detailhandel, hoewel nog steeds een stijging, geeft aan dat de stimulering van de consumentenbestedingen nog niet het gewenste effect heeft. Dit is een structureel probleem dat dieper gaat dan enkel conjunctuur.

    De vastgoedsector blijft een van de grootste knelpunten. Huizenprijzen dalen en veel vastgoedontwikkelaars kampen met enorme schulden. Dit heeft een direct effect op het vermogen van huishoudens en hun bereidheid om geld uit te geven. Wij denken dat de Chinese overheid met meer gerichte maatregelen moet komen om het vertrouwen van de bevolking te herstellen, zeker als ze de groei duurzaam willen maken. Dit gaat verder dan enkel monetair beleid.

    Industriële Productie Blijft Sterk Presteren

    In tegenstelling tot de consumentenbestedingen, blijft de Chinese industriële productie, vooral in de exportgerichte sectoren, een robuust beeld vertonen. Denk hierbij aan de productie van elektrische voertuigen en hernieuwbare energie. Deze sectoren profiteren van overheidssteun en een sterke internationale vraag. De groei van 5,6 procent in mei is dan ook een lichtpuntje, al blijft het eveneens onder de verwachtingen van analisten.

    Deze tweedeling – een zwakke binnenlandse consumptie versus een redelijk sterke industriële output – is kenmerkend voor de huidige Chinese economie. Het toont aan dat de verschuiving naar een door consumptie gedreven groeimodel nog een lange weg te gaan heeft. De beleidsmakers in Beijing staan voor de uitdaging om deze onbalans aan te pakken, wat een complexe taak zal blijken. De komende maanden zullen uitwijzen of de recente stimuleringsmaatregelen, zoals het opkopen van onverkochte woningen, voldoende zijn om het tij te keren.

  • 30 Miljard Dollar Schikking Met Visa En Mastercard Vangt Wind Van Amerikaanse Handelaars

    30 Miljard Dollar Schikking Met Visa En Mastercard Vangt Wind Van Amerikaanse Handelaars

    Een coalitie van handelaarsorganisaties in de Verenigde Staten verzoekt een federale rechter om een voorgestelde schikking van ongeveer 27,8 miljard euro af te wijzen. Zij stellen dat de deal de hoge kosten voor creditcardtransacties niet fundamenteel aanpakt.

    De strijd om de hoge transactiekosten van creditcards bereikt een nieuw hoogtepunt in de Verenigde Staten. Een brede coalitie van handelaars, waaronder de National Retail Federation, heeft een federale rechter in New York officieel verzocht om een schikkingsovereenkomst van 30 miljard dollar (ongeveer 27,8 miljard euro) tussen Visa, Mastercard en enkele handelaars te verwerpen. Volgens de tegenstanders is de deal onvoldoende om de structurele problemen rond de zogenaamde ‘interchange fees’ aan te pakken.

    Deze commissies, die handelaars betalen aan de banken die creditcards uitgeven, vormen al jaren een doorn in het oog van de retailsector. De handelaars beweren dat de tarieven buitensporig zijn en consumenten uiteindelijk de rekening betalen via hogere prijzen. De voorgestelde schikking, die in maart werd aangekondigd, beoogt deze kosten voor vijf jaar te verlagen met minstens 0,04 procentpunt en de gemiddelde jaarlijkse tarieven voor een periode van vijf jaar niet boven het niveau van 2023 uit te laten komen. Daarnaast zouden handelaars meer flexibiliteit krijgen in hoe ze Visa- en Mastercard-transacties verwerken.

    Wij zien vooral dat deze reactie van de handelaars de diepgewortelde frustratie met het huidige betalingssysteem onderstreept. De schikking, hoe omvangrijk ook, lijkt voor de tegenstanders eerder een pleister op een gapende wonde dan een duurzame oplossing. De kritiek richt zich met name op het tijdelijke karakter van de voorgestelde tariefverlagingen en het ontbreken van structurele hervormingen die de concurrentie zouden moeten stimuleren. De Amerikaanse wetgeving, de Dodd-Frank Act, heeft in 2010 al getracht de pinpascommissies te reguleren, maar dat heeft niet geleid tot een algemene daling van de creditcardkosten.

    Geen Permanente Oplossing

    De handelaarsorganisaties benadrukken dat de afspraken van de schikking, die pas over een paar jaar volledig van kracht worden, de tarieven slechts tijdelijk bevriezen of licht verlagen. Zodra de periode van vijf jaar is afgelopen, staat het de creditcardmaatschappijen vrij om de tarieven weer te verhogen. “Deze schikking biedt geen permanente oplossing voor de buitensporige en anticompetitieve interbancaire kosten,” stelt de National Retail Federation in haar verklaring aan de rechter. De groep is van mening dat de schikking de rechtbank geen zeggenschap geeft over de tarieven, wat essentieel is voor een blijvende verandering.

    Grotere Gevolgen Voor Handelaars

    De interchange fees zijn in de Verenigde Staten historisch gezien hoger dan in andere regio’s, zoals Europa, waar regulering de tarieven aan banden heeft gelegd. In 2023 betaalden Amerikaanse handelaars naar schatting 100 miljard dollar (ongeveer 92,7 miljard euro) aan deze kosten, een stijging van 13,7 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit maakt de zaak van cruciaal belang voor de winstgevendheid van vele bedrijven, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen die minder onderhandelingsmacht hebben. De rechter zal nu moeten beslissen of de schikking voldoende recht doet aan de belangen van alle handelaars, of dat een langere juridische strijd noodzakelijk is om tot een meer fundamentele aanpassing van het systeem te komen.

  • Luchtverkeer Charleroi Loopt Een Bijna Maand Lang Risico Door Nachtelijke Staking

    Luchtverkeer Charleroi Loopt Een Bijna Maand Lang Risico Door Nachtelijke Staking

    De onderhandelingen tussen Skeyes en de vakbonden over de vergoedingen voor nachtwerk zijn mislukt, wat vanaf woensdagavond 18 september leidt tot stakingen door luchtverkeersleiders. Passagiers van en naar Charleroi zien hun vluchten tot 10 oktober ernstig bedreigd.

    Waar luchtverkeersleiders in Charleroi tot voor kort nog probeerden via verzoeningspogingen tot een akkoord te komen, leggen zij nu het werk neer. Vanaf woensdagavond 18 september 2026 starten de luchtverkeersleiders van Skeyes in Charleroi met een reeks nachtelijke stakingen. Deze acties, die tussen 22.00 uur en 08.00 uur plaatsvinden, kunnen aanhouden tot 10 oktober.

    De aanleiding voor de staking is het afspringen van de onderhandelingen over nachtpremies. Volgens vakbondsman Lennert Mervilde (VSOA) vragen de verkeersleiders eenzelfde nachtvergoeding als in andere Skeyes-units. De directie van Skeyes meldt dat de eis neerkomt op een verhoging van de nachtpremie tot 160 procent van het huidige niveau, die volgens hen al ruim 1.000 euro per shift bedraagt. Zij vinden deze vraag onredelijk, mede omdat de luchthaven ’s nachts gesloten is. De vakbond stelt echter dat er ’s nachts wel degelijk vliegverkeer is, met name door vliegtuigen van Ryanair die er gestationeerd zijn en laat aankomen.

    Wat de digitale torens teweegbrengen

    De sociale onrust, met verschillende onaangekondigde stakingen eerder dit jaar, draait om de transitie naar ‘digitale torens’. Dit concept houdt in dat luchtverkeer vanuit een centraal controlecentrum wordt geregeld, waarbij luchtverkeersleiders op grote 360-gradenschermen werken. Voor Charleroi betekent dit dat de controle van het vliegverkeer uiteindelijk verhuist naar een digitaal controlecentrum in Namen. Deze verhuis is al jaren een bron van onenigheid en onvrede, en de huidige cao-onderhandelingen over begeleidende maatregelen zijn hierdoor vastgelopen.

    Wij lezen de staking als een escalatie van een al langer slepend conflict, waarbij de introductie van nieuwe technologieën tot fundamentele discussies leidt over arbeidsvoorwaarden. Het is een klassiek patroon waarbij modernisering op weerstand stuit wanneer de menselijke factor onvoldoende wordt meegenomen in de plannen. Wij denken dat de discussie over nachtpremies slechts een symptoom is van een dieperliggende onvrede over de impact van deze technologische verschuiving op de werkomstandigheden en de erkenning van het personeel.

    Mogelijke Impact op Reizigers

    De directie van Skeyes waarschuwt dat een werkonderbreking van tien uur per nacht, gedurende bijna een maand, aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de werking van de luchthaven van Charleroi, de betrokken luchtvaartmaatschappijen en hun passagiers. Ook voor de vele andere bedrijven en werknemers die afhankelijk zijn van de luchthavenactiviteit, kan de impact groot zijn. De luchthaven van Charleroi is de tweede grootste van België en verwerkt jaarlijks miljoenen passagiers, voornamelijk via prijsvechters zoals Ryanair.

    De acties van de luchtverkeersleiders vinden plaats in een cruciale periode voor de luchtvaart, met veel reizigers die na de zomer nog nazomervakanties boeken of zakelijke reizen plannen. Hoewel de vakbond hoopt dat de impact beperkt blijft, zal een staking gedurende 24 nachten onvermijdelijk leiden tot vertragingen en annuleringen. We volgen dit verder op, maar het lijkt zeker en vast dat reizigers die via Charleroi vliegen, de komende weken extra alert moeten zijn op hun vluchtstatus.