Tag: Europese Unie

  • Franse Obligatie Ziet Renteverschil Met Duitsland Naar Hoogste Punt Sinds 2017 Stijgen

    Franse Obligatie Ziet Renteverschil Met Duitsland Naar Hoogste Punt Sinds 2017 Stijgen

    De politieke onzekerheid in Frankrijk, na de aankondiging van vervroegde verkiezingen, jaagt de kosten om te lenen flink de hoogte in.

    De rente op Franse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar is vrijdag 14 juni fors gestegen. Hierdoor is het verschil met de Duitse tienjarige obligaties, die traditioneel als veilige haven gelden, opgelopen tot 0,79 procentpunt. Dat is het hoogste niveau sinds de eurocrisis van 2017, toen de politieke spanningen rond de Franse presidentsverkiezingen de markten eveneens in hun greep hielden.

    De aanleiding voor de huidige onrust is de verrassende aankondiging van de Franse president Emmanuel Macron om vervroegde parlementsverkiezingen uit te schrijven. Dit besluit volgde op de nederlaag van zijn partij bij de Europese verkiezingen. De financiële markten reageren hierop met bezorgdheid over de toekomstige stabiliteit van de Franse overheidsfinanciën en de koers van het beleid.

    Grotere Premie Voor Franse Staatsleningen

    Beleggers eisen nu een hogere risicopremie voor het aanhouden van Franse staatsschuld, wat zich vertaalt in een hogere rente. Waar de Franse tienjaarsrente begin juni nog rond de 3,1 procent schommelde, ligt deze nu ruim boven de 3,3 procent. De Duitse rente bleef ondertussen stabieler, waardoor de kloof groter werd. Wij zien vooral dat de markt het risico op een Franse regering met een extreemrechtse meerderheid in het parlement inprijst, wat mogelijk zou leiden tot een losser fiscaal beleid en hogere staatsschuld.

    De volatiliteit op de Franse obligatiemarkt heeft ook gevolgen voor bankaandelen. De aandelen van grote Franse banken zoals Société Générale en BNP Paribas kwamen onder druk te staan, met dalingen van respectievelijk 14,5 procent en 12 procent op de beurs van Parijs deze week. Dit toont aan dat beleggers de bredere economische impact van politieke onzekerheid ernstig nemen. De Franse banken houden zelf een aanzienlijk deel van de Franse staatsobligaties aan, wat hun balansen kwetsbaar maakt bij een dalende koers van die obligaties.

    Impact Op Europese Stabiliteit

    De recente ontwikkelingen in Frankrijk herinneren de markten aan de financiële spanningen die Europa in het verleden kende. Hoewel de economische situatie in de eurozone vandaag anders is dan tijdens de hoogtepunten van de eurocrisis, blijft het renteverschil een belangrijke indicator voor de marktperceptie van risico binnen de EU. Een aanhoudende verbreding van dit verschil kan de stabiliteit van de hele eurozone onder druk zetten, aangezien Frankrijk de op één na grootste economie van het blok is. We volgen dit verder op, want een verslechterende financiële situatie in een belangrijke lidstaat heeft onvermijdelijk gevolgen voor alle Europese landen.

  • EU-Vergunning Ontbreekt Voor Voorspellingsmarkten Zoals Polymarket, Zegt ESMA

    EU-Vergunning Ontbreekt Voor Voorspellingsmarkten Zoals Polymarket, Zegt ESMA

    De Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA) heeft zich kritisch uitgelaten over de aanwezigheid van grote voorspellingsmarkten zoals Polymarket en Kalshi op de Europese markt. Volgens de toezichthouder hebben deze platformen niet de vereiste vergunningen, wat leidt tot zorgen over de handhaving van regelgeving en consumentenbescherming. Tegelijkertijd waarschuwt ESMA voor een mogelijke ‘AI-bubbel’ en de impact daarvan op de cryptomarkt.

    De Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA) heeft donderdag benadrukt dat grote voorspellingsmarkten, waaronder Polymarket en Kalshi, de nodige autorisaties missen om hun diensten aan Europese gebruikers aan te bieden. In een risicorapport stelt de toezichthouder dat de marketing en verkoop van ‘event contracts’ in de EU doorgaans een Europese vergunning vereist, waarover de grootste platforms momenteel niet beschikken.

    Voorspellingsmarkten laten gebruikers wedden op de uitkomst van toekomstige gebeurtenissen, variërend van verkiezingen en sport tot cryptokoersen en economische cijfers. Contracten betalen doorgaans een vast bedrag uit als een specifieke uitkomst zich voordoet, en niets anders.

    Onzekerheid over naleving van regels

    Hoewel beide platforms handel vanuit sommige EU-landen verbieden, staan ze in andere EU-lidstaten nog wel toe. ESMA uit haar verbazing over deze inconsistentie en vraagt zich af waarom niet alle EU-landen op de lijst van beperkte jurisdicties staan. Wij zien hierin vooral het risico dat gebruikers via VPN’s of andere methodes de geo-restricties omzeilen, waardoor de platformen hun beleid niet effectief kunnen handhaven. Dit kan leiden tot onbedoelde blootstelling van Europese burgers aan ongereguleerde financiële producten.

    Afhankelijk van de specifieke opzet kunnen deze ‘event contracts’ onder verschillende EU-regels vallen. Ze kunnen worden gekwalificeerd als financiële instrumenten onder de Europese effectenwetgeving, als cryptoactiva onder het MiCA-raamwerk (Markets in Crypto-Assets) als ze gebaseerd zijn op gedistribueerde ledger technologie, of zelfs als gokactiviteiten onder nationale wetgeving. Indien ze als financiële instrumenten worden beschouwd, vallen ze onder bestaande maatregelen die de marketing en verkoop van binaire opties aan particuliere beleggers verbieden.

    AI-bubbel en de impact op crypto

    Naast de kwestie van voorspellingsmarkten, waarschuwt ESMA in hetzelfde rapport voor het risico van een ‘AI-bubbel’. Grote technologiebedrijven lenen momenteel aanzienlijk om hun investeringen in artificiële intelligentie te financieren, wat de waarderingen opdrijft. Als deze AI-investeringen de verwachtingen niet waarmaken, of als schuldenproblemen leiden tot een bredere verkoopgolf in de tech-sector, bestaat het gevaar dat grote beleggers risicovollere en meer liquide activa, zoals crypto, van de hand doen om cash vrij te maken.

    Pablo Hernandez, het hoofd van de Bank for International Settlements (BIS), vergeleek de huidige AI-hausse onlangs met de dotcom-bubbel van eind jaren negentig, waarbij ‘allemaal meer kapitaal aantrokken dan de uiteindelijke rendementen konden rechtvaardigen’. De cryptomarkt is volgens ESMA kwetsbaarder voor een dergelijke schok dan in eerdere marktcycli. De toenemende verwevenheid met de traditionele financiële wereld, onder meer door spot Bitcoin ETF’s en institutionele bewaring, maakt digitale activa gevoeliger voor bredere marktcorrecties. Wij twijfelen of de totale cryptomarkt ditmaal zo hard zal corrigeren als tijdens de vorige AI-hype in 2021, gezien de volwassenheid en institutionalisering die sindsdien heeft plaatsgevonden.

    De bezorgdheid van ESMA komt op een moment dat de cryptomarkt een wisselvallige periode doormaakt. Bitcoin verloor in de eerste helft van 2026 35 procent van zijn waarde, terwijl kleinere cryptomunten tot 61 procent daalden. Amerikaanse spot Bitcoin ETF’s zagen meer dan 5,5 miljard euro uitstromen, en spot Ether fondsen verloren bijna 2 miljard euro. Een sell-off in de tech-sector zou deze trend verder kunnen versterken.

  • Grote Financiële Spelers Vragen EU Om Cap Van Tokenisatiepilot Te Verhogen Naar 1,5 Biljoen Euro

    Grote Financiële Spelers Vragen EU Om Cap Van Tokenisatiepilot Te Verhogen Naar 1,5 Biljoen Euro

    De Europese Unie wil de limiet voor getokeniseerde effectenplatforms op 100 miljard euro houden, maar de sector vreest dat dit de innovatie belemmert. Bestaande projecten overschrijden die grens nu al.

    De Europese Unie stelde een limiet van 100 miljard euro voor de marktwaarde van getokeniseerde effecten die via een proefregime verhandeld mogen worden. Nu vragen grote spelers uit de financiële en cryptowereld, waaronder beursgigant Nasdaq en Boerse Stuttgart, om die limiet te schrappen of op zijn minst te verhogen naar 1,5 biljoen euro. Zij vrezen dat de huidige grens de groei en innovatie in de tokenisatiemarkt belemmert.

    De oproep komt van een brede coalitie, waaronder de Franse digitale activa-vereniging Adan, de Crypto Council for Innovation en het European Ethereum Institute, die hun bezorgdheid uitten in een brief aan de Europese Raad en het Europees Parlement. De voorgestelde limiet van 100 miljard euro, een verhoging van de huidige 6 miljard euro, is volgens hen nog steeds te laag. Wij zien hierin een duidelijk signaal dat de sector ambitieuzer is dan de regulatoren in Brussel, zeker gezien de snelle ontwikkelingen.

    Bestaande Projecten Overtreffen Huidige Limiet

    De bezorgdheid is niet ongegrond. De groeperingen wijzen erop dat sommige bestaande Europese projecten voor getokeniseerde activa nu al een omvang van 350 miljard euro hebben en verdere groei plannen. Dit cijfer, hoewel zonder specifieke projectnamen genoemd, maakt duidelijk dat de voorgestelde grens van 100 miljard euro de realiteit van de markt niet volgt. De coalitie benadrukt dat het hier gaat om de totale marktwaarde van de effecten die een platform ondersteunt, niet om het handelsvolume. Dit betekent dat zelfs bij een relatief laag handelsvolume de limiet snel bereikt kan worden.

    De Europese Commissie stelde eerder voor het kader van de DLT-pilotregeling uit te breiden na wat zij een ‘bescheiden’ deelname noemde. Het doel van deze pilot is om het verhandelen en afwikkelen van getokeniseerde aandelen, obligaties en beleggingsfondsen te testen met vrijstellingen van bepaalde bestaande financiële regels. De vraag is nu of de EU de feedback van de sector ter harte zal nemen om de pilotregeling effectief te maken.

    Gelijke Kansen Voor Nieuwe Spelers

    Een ander punt van kritiek is de mogelijkheid van gedifferentieerde limieten, waarbij traditionele centrale effectenbewaarinstellingen (CSD’s) aanzienlijk meer capaciteit zouden krijgen dan nieuwe blockchain-marktoperatoren. De coalitie betoogt dat dit nieuwe aanbieders zou benadelen en de concurrentie zou verstoren. Zij vergelijken dit met een dominante Amerikaanse afwikkelingsplatform dat aandelen en andere activa kan tokeniseren zonder volumelimieten.

    Mocht de EU toch vasthouden aan een limiet, dan vraagt de coalitie dat de Commissie de mogelijkheid krijgt om deze grens te verhogen naarmate de markten groeien, zonder een vooraf bepaalde maximum die toekomstige verhogingen beperkt. Dit zou de broodnodige flexibiliteit bieden om in te spelen op de evoluerende tokenisatiemarkt en ervoor zorgen dat Europa niet achterop raakt bij andere regio’s die volop inzetten op deze innovatie.

  • Nieuwe Regels Verplichten Airbnb Tot Meer Gegevensdeling, Besluit De Europese Commissie

    Nieuwe Regels Verplichten Airbnb Tot Meer Gegevensdeling, Besluit De Europese Commissie

    De nieuwe Europese regels moeten een einde maken aan de wildgroei van vakantieverhuur in steden en helpen bij de aanpak van woningtekorten, met ingang van 2026.

    Waarom grijpt de Europese Commissie in op de markt van toeristische verhuur? De Commissie heeft een akkoord bereikt over nieuwe regels die platforms zoals Airbnb verplichten om meer gegevens te delen met lokale overheden. Deze maatregel is bedoeld om de groeiende problemen met woningtekorten en de leefbaarheid in Europese steden aan te pakken, en moet vanaf 2026 ingaan.

    De snelle opkomst van platforms voor kortetermijnverhuur heeft in veel steden geleid tot een daling van het aanbod aan huurwoningen voor vaste bewoners en een stijging van de huurprijzen. Lokale overheden klaagden al langer over een gebrek aan inzicht in wie wat verhuurt en hoe vaak, waardoor handhaving moeilijk was. Deze nieuwe wetgeving, die de naam ‘data sharing regulation’ draagt, moet daar verandering in brengen. Het akkoord kwam tot stand na onderhandelingen tussen het Europees Parlement, de Europese Raad en de Commissie.

    Meer Transparantie Voor Lokale Overheden

    Concreet zullen verhuurplatforms zoals Airbnb, Booking.com, Vrbo en Expedia straks maandelijks of per kwartaal gedetailleerde informatie moeten doorgeven aan een nationaal digitaal loket. Het gaat dan om gegevens zoals het adres van de accommodatie, de identiteit van de verhuurder, het aantal overnachtingen en het aantal gasten. Lokale overheden kunnen deze data vervolgens gebruiken om te controleren of verhuurders zich aan de lokale regels houden, zoals maximale verhuurperiodes of vergunningsplicht.

    Wij zien vooral dat dit een belangrijke stap is in de richting van meer controle en evenwicht in de toeristische sector, die de afgelopen jaren exponentieel is gegroeid. De platforms krijgen zo meer verantwoordelijkheid opgelegd, terwijl lokale besturen de nodige instrumenten in handen krijgen om de balans tussen toerisme en leefbaarheid beter te bewaken. Een betere gegevensstroom kan bijvoorbeeld helpen om te zien hoeveel woningen permanent aan toeristen worden verhuurd in plaats van aan vaste bewoners, en zo gerichter beleid te voeren.

    Nieuw Registratiesysteem Voor Verhuurders

    Naast de gegevensdeling moeten lidstaten ook een registratiesysteem opzetten voor verhuurders. Verhuurders krijgen dan een uniek registratienummer dat zij bij elke advertentie op een platform moeten vermelden. Dit nummer maakt het voor overheden eenvoudiger om te zien wie er verhuurt en of de verhuurder over de juiste vergunningen beschikt. Platforms zullen verplicht worden om te controleren of dit nummer correct is en of de informatie overeenkomt met de nationale registers. Verhuurders die zich niet registreren, riskeren boetes.

    De wetgeving voorziet ook in sancties voor platforms die de regels overtreden. Zo kunnen zij boetes krijgen die kunnen oplopen tot 4 procent van hun wereldwijde omzet. Dit is een aanzienlijk bedrag dat de platforms moet motiveren om de regels strikt na te leven. Deze Europese aanpak is een reactie op de versnippering van regels die er momenteel is; veel steden en landen hadden al eigen regels, maar een uniforme aanpak ontbrak nog. Het is nu afwachten hoe snel de lidstaten de nieuwe regels zullen implementeren en hoe effectief ze zullen blijken in de praktijk.

  • Trump Wil Importtarief Van 10 Procent Op Canada, Ottawa Zoekt Handelsbanden Met Europa

    Trump Wil Importtarief Van 10 Procent Op Canada, Ottawa Zoekt Handelsbanden Met Europa

    De Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump wil een invoerheffing van 10 procent op alle Canadese goederen. Canada reageert door de dialoog met de Europese Unie te intensiveren, wat de trans-Atlantische handelsstromen kan verschuiven.

    De retoriek van Donald Trump, de Republikeinse presidentskandidaat in de Verenigde Staten, krijgt concrete gevolgen voor de internationale handel. Trump dreigt ermee een tarief van 10 procent op alle Canadese goederen in te voeren als hij opnieuw president wordt. Dit agressieve handelsbeleid zet Canada ertoe aan om de handelsrelaties met de Europese Unie te verstevigen, zo meldt Nu.nl.

    De Canadese regering, onder leiding van premier Justin Trudeau, heeft de dialoog met Brussel al geïntensiveerd. Canada en de EU werken immers al samen onder de paraplu van het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA), een vrijhandelsakkoord dat in 2017 van kracht werd. Een hernieuwde focus op dit akkoord kan de Canadese economie een broodnodige buffer bieden tegen potentiële Amerikaanse handelssancties.

    Trump’s ‘Amerika Eerst’-beleid

    Het voorstel van Trump om een algemeen tarief van 10 procent in te voeren, en zelfs 60 procent op Chinese goederen, past in zijn ‘Amerika Eerst’-strategie. Dit beleid, gekenmerkt door protectionistische maatregelen, was ook tijdens zijn vorige ambtstermijn een belangrijke pijler. Destijds leidde het tot de heronderhandeling van de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA), die werd vervangen door het USMCA-akkoord. Wij zien vooral dat Trumps dreigementen een directe invloed hebben op de handelsstrategieën van landen als Canada, die zich genoodzaakt zien om hun exportmarkten te diversifiëren om minder afhankelijk te zijn van de grillen van de Amerikaanse politiek.

    Voor Canada, dat ongeveer driekwart van zijn export naar de Verenigde Staten stuurt, is de potentiële impact van deze tarieven aanzienlijk. Een heffing van 10 procent zou de kosten voor Canadese bedrijven drastisch verhogen en hun concurrentiepositie op de Amerikaanse markt ernstig schaden. Dat kan leiden tot lagere winstmarges en mogelijk zelfs tot een daling van de exportvolumes naar hun belangrijkste handelspartner.

    Strategische Verschuiving Naar Europa

    De reactie van Canada toont aan dat landen zich voorbereiden op een mogelijke terugkeer van Trumps protectionisme. Door de banden met de EU aan te halen, probeert Ottawa zijn economische kwetsbaarheid te verminderen. CETA, dat de meeste douanerechten tussen Canada en de EU afschaft, zou hierbij een cruciale rol kunnen spelen door Canadese producten een preferentiële toegang tot de Europese markt te garanderen.

    Deze strategische verschuiving zou ook voor de Europese Unie interessant kunnen zijn. Een sterkere handelsrelatie met Canada kan de EU helpen om haar eigen toeleveringsketens te diversifiëren en de afhankelijkheid van andere grote economieën te verminderen. Het is afwachten of de dreigementen van Trump daadwerkelijk in beleid worden omgezet en hoe de wereldwijde handelsstromen zich dan zullen aanpassen.

  • Gent Krijgt 7 Miljoen Euro Subsidie Voor Klimaatbeleid Met Satellietbeelden

    Gent Krijgt 7 Miljoen Euro Subsidie Voor Klimaatbeleid Met Satellietbeelden

    De stad Gent krijgt via het Orbit2ZERO-project een aanzienlijk bedrag om met geavanceerde technologie hitte-eilanden, luchtvervuiling en onbenutte ruimte voor groene energie op te sporen.

    De Europese Unie heeft de stad Gent en haar partners Amsterdam, Athene en Bordeaux een subsidie van 7 miljoen euro toegekend. Dit bedrag is bestemd voor het project Orbit2ZERO, dat satellietbeelden en artificiële intelligentie (AI) zal inzetten om het lokale klimaatbeleid te verfijnen. Met deze financiering kunnen de steden gerichter actie ondernemen tegen klimaatverandering, door data op basis van ruimtelijke observaties te analyseren.

    Het project Orbit2ZERO werd begin dit jaar ingediend en de toekenning van de subsidie markeert een nieuwe fase. Gent wil onder meer onbenutte daken identificeren die geschikt zijn voor zonnepanelen, en plekken opsporen waar groendaken of warmtepompen kunnen bijdragen aan duurzamere energie. De stad werft hiervoor een projectmedewerker aan die de komende drie jaar de implementatie zal begeleiden.

    De technologie moet ook helpen bij het in kaart brengen van probleemgebieden. Satellietbeelden kunnen bijvoorbeeld locaties aanwijzen waar luchtvervuiling zich ophoopt, of waar het stedelijk hitte-eilandeffect het sterkst is. Door verharding en een gebrek aan groen, maar ook door een toenemend aantal warmtepompen, kunnen temperaturen op bepaalde plekken in de stad flink oplopen. Dit project moet een scherper beeld geven van zowel de kansen als de knelpunten in de stad.

    Data als Basis voor Lokale Actie

    Schepen Filip Watteeuw (Groen) benadrukt het belang van actuele gegevens: “We zien scherper waar er kansen liggen én waar er problemen ontstaan. We kunnen het klimaat- en energiebeleid baseren op actuele gegevens.” Deze aanpak stelt Gent in staat om beleidsbeslissingen niet langer op algemene schattingen, maar op concrete, locatiegebonden data te baseren.

    De 7 miljoen euro aan Europese middelen is een aanzienlijke injectie voor de deelnemende steden. Gent krijgt hiermee de mogelijkheid om een vooraanstaande rol te spelen in de ontwikkeling van slimme, datagedreven klimaatstrategieën. Wij zien vooral dat de samenwerking met andere Europese steden, zoals Amsterdam, Athene en Bordeaux, een schaalvoordeel biedt. Kennis en methoden die in één stad worden ontwikkeld, kunnen zo efficiënter worden toegepast in andere stedelijke omgevingen.

    Innovatie voor Bedrijven En Start-ups

    Het Orbit2ZERO-project opent ook deuren voor de lokale economie. De inzet van geavanceerde technologieën en de behoefte aan specifieke oplossingen creëren kansen voor innovatie bij bedrijven en start-ups. Zij kunnen helpen bij het ontwikkelen van tools en diensten die voortvloeien uit de data-analyse.

    Of dit project echter de grote doorbraak zal zijn voor een écht snelle verduurzaming, dat zal de komende jaren moeten blijken. De implementatie van beleid op basis van deze nieuwe inzichten vraagt immers nog steeds om politieke wil en participatie van burgers en bedrijven. Maar de basis voor een datagedreven aanpak is in elk geval gelegd, wat Gent en haar partners een voorsprong kan geven in de strijd tegen klimaatverandering.

  • Genk Cargo Connect Elektrificeert Havenspoor Tegen 2028 Met 1,4 Miljoen Euro

    Genk Cargo Connect Elektrificeert Havenspoor Tegen 2028 Met 1,4 Miljoen Euro

    De binnenhaven van Genk wordt de eerste in België met een volledig geëlektrificeerde spoorverbinding, wat de regio moet aansluiten op het Europese goederennetwerk.

    Genk Cargo Connect, de operator van de Genkse binnenhaven, investeert 1,4 miljoen euro in de elektrificatie van de spoortoegang naar de haventerminals. Tegen 2028 moet het project voltooid zijn, waarmee Genk de eerste inlandterminal van België wordt die een directe elektrische aansluiting biedt op het Europese spoornet voor goederen. Zestig procent van de investering komt van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

    Deze stap is cruciaal om het goederenvervoer per spoor efficiënter en duurzamer te maken. Nu moeten goederentreinen die de Genkse haven aandoen nog wisselen naar diesellocomotieven in een nabijgelegen goederenstation, wat zowel tijd als geld kost. Het elektrificeren van de ‘last mile’ in Genk maakt een einde aan deze omslachtige procedure.

    Groenere en efficiëntere verbinding

    General manager Heidi Ulburghs van Genk Cargo Connect benadrukt dat veel treinen in Europa, vooral vanuit Oost-Europa en Noord-Italië, al elektrisch rijden. Door een aftakking te maken op de reeds geëlektrificeerde spoorlijn 21C, kunnen deze treinen straks zonder onderbreking de Genkse terminal binnenrijden. Jaarlijks wordt bijvoorbeeld 80.000 ton rijst uit de Noord-Italiaanse regio Novarra per goederentrein naar Genk vervoerd, waarna het via het Albertkanaal naar Olen gaat voor verwerking.

    De elektrificatie sluit de Genkse haven niet alleen naadloos aan op het Europese netwerk, maar draagt ook bij aan de verduurzaming van het transport. Wij zien vooral dat dit project een antwoord biedt op de Europese eisen voor duurzamer transport, wat de concurrentiepositie van de regio versterkt. Strategisch manager Britta Mulleners van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Limburg stelt dat dit de regio aantrekkelijker maakt voor bedrijven.

    Impact op de lokale economie

    De impact van de elektrificatie reikt verder dan enkel de logistieke sector. Genk Cargo Connect fungeert als een multimodaal knooppunt, en de verbeterde spoorverbinding zal de gehele economie van de regio ten goede komen. Het project draagt bij aan het imago van Genk als ‘maakstad’ en ‘logistieke stad’.

    Burgemeester Wim Dries (CD&V) hoopt dat er meer middelen naar Genk en Limburg blijven komen om de lokale economie competitiever te maken. Hij erkent wel dat de groei van zo’n logistieke hub ook veiligheidsuitdagingen met zich meebrengt, zoals het risico op drugssmokkel. De stad heeft daarom eerder dit jaar een integraal drugsplan aangekondigd, en de burgemeester pleit voor extra middelen voor de douane en de versterking van de lokale havenpolitie. Toch benadrukt hij dat de haven in de eerste plaats welvaart en economische ondersteuning brengt voor de regio.

  • 200 Miljoen Euro Aan Braziliaanse Producten Komt Europa Niet Meer Binnen

    200 Miljoen Euro Aan Braziliaanse Producten Komt Europa Niet Meer Binnen

    De Europese Unie heeft besloten vanaf augustus geen dierlijke producten meer te importeren uit Brazilië die met antibiotica zijn behandeld. Deze maatregel raakt een aanzienlijk deel van de Braziliaanse export naar Europa, een impact van bijna 200 miljoen euro op jaarbasis.

    De Europese Unie heeft de import van dierlijke producten uit Brazilië aan banden gelegd. Vanaf 1 augustus 2024 mogen producten die afkomstig zijn van dieren behandeld met antibiotica niet meer de Europese markt op. Dit besluit, dat de Europese Commissie al eerder in februari van dit jaar had genomen, volgt op zorgen over antibioticaresistentie en heeft een aanzienlijke financiële impact: de Braziliaanse vleesindustrie verliest er jaarlijks bijna 200 miljoen euro aan exportinkomsten mee naar Europa.

    De maatregel treft specifiek vlees, zuivel en eieren die afkomstig zijn van dieren die behandeld zijn met antibiotica die cruciaal zijn voor de menselijke geneeskunde, zoals fluoroquinolonen en polymyxinen. De EU wil hiermee voorkomen dat bacteriën resistent worden tegen deze belangrijke medicijnen, een wereldwijde zorg voor de volksgezondheid. Brazilië is een belangrijke leverancier van dierlijke producten aan Europa, en wij zien deze stap dan ook als een duidelijk signaal dat de EU de lat hoger legt voor importeurs.

    Veehouderij Onder De Loep

    De beslissing is niet uit het niets gekomen. Al jarenlang probeert de Europese Unie het gebruik van antibiotica in de veehouderij terug te dringen, zowel binnen de eigen grenzen als bij importpartners. De Europese Commissie had Brazilië in 2021 al gewaarschuwd en een termijn gesteld om de regels aan te passen. Het feit dat dit nu tot een importverbod leidt, suggereert dat de geboden oplossingen vanuit Braziliaanse zijde niet voldoende waren om de Europese zorgen weg te nemen. Wij merken op dat dit de derde keer is dat de EU een dergelijk importverbod instelt tegen een land, na eerdere maatregelen tegen China en Vietnam.

    Dit is een gevoelig punt voor Brazilië, dat vorig jaar voor 5,6 miljard euro aan landbouwproducten exporteerde naar de EU. Hoewel het verbod zich richt op een deel van de totale export, is een bedrag van 200 miljoen euro zeker geen te verwaarlozen post. Het toont aan hoe serieus de EU de kwestie van antibioticaresistentie neemt, en hoe dit kan leiden tot concrete handelsbarrières wanneer landen niet voldoen aan de gestelde normen.

    Wat Dit Betekent Voor De Handel

    De Braziliaanse exporteurs, verenigd in de ABPA (Braziliaanse Vereniging van Dierlijke Producten), hebben laten weten dat ze het betreuren dat er geen compromis is bereikt. Ze wijzen erop dat de getroffen producten voldoen aan de internationale normen van de Codex Alimentarius, een referentie binnen de Wereldhandelsorganisatie. Echter, de EU hanteert strengere normen als het gaat om antibioticaresistentie, mede gestuurd door een sterk maatschappelijk en politiek draagvlak binnen Europa.

    Voor de Europese consument betekent dit in de eerste plaats een garantie dat geïmporteerd vlees, zuivel en eieren aan hoge standaarden voldoen. Het kan op termijn ook leiden tot een verschuiving in de handelsstromen, waarbij Brazilië mogelijk naar andere markten moet uitwijken voor de producten die niet meer naar Europa mogen. Wij volgen deze ontwikkeling verder op, vooral hoe dit de bredere discussie over duurzaamheid en voedselveiligheid in de internationale handel zal beïnvloeden.

  • Chinese Webwinkels Verdubbelen Bulkzendingen Door Europese Pakjestaks

    Chinese Webwinkels Verdubbelen Bulkzendingen Door Europese Pakjestaks

    Online retailers uit China passen hun logistiek aan om de recente Europese importheffingen te omzeilen. Het aantal grote pakjes, die minder belast worden, steeg significant.

    Europese regelgeving die kleine pakjes uit China duurder maakt, heeft Chinese webwinkels als Shein, Alibaba en Temu aangezet tot een verandering in hun verzendstrategie. Zij versturen nu dubbel zoveel bulkzendingen, zo blijkt uit recente cijfers. Deze aanpassing stelt hen in staat de impact van de vorig jaar ingevoerde pakjestaks te verzachten.

    De Europese Unie besloot in juli 2021 de btw-vrijstelling voor zendingen met een waarde onder de 22 euro af te schaffen. Dit had als doel oneerlijke concurrentie met Europese webwinkels tegen te gaan en meer belastinginkomsten te genereren. Hoewel de maatregel bedoeld was om de stroom van goedkope, onbelaste pakjes te verminderen, zien we vooral een verschuiving in de manier waarop deze zendingen de Europese consument bereiken.

    Zendingen Bundelen

    Vóór de wetswijziging maakte bulkvervoer, waarbij meerdere pakketten in één grote zending worden gecombineerd, ongeveer 15 procent uit van alle zendingen vanuit Chinese webshops. Na de invoering van de pakjestaks is dit aandeel gestegen naar 30 procent, een verdubbeling. Wij zien hierin een duidelijke reactie op de nieuwe kostenstructuur: door kleinere bestellingen te bundelen tot grotere pakketten, kunnen retailers efficiënter omgaan met douanekosten en administratieve lasten. Dat lezen wij als een poging om de meerkosten zo laag mogelijk te houden voor de consument, of voor zichzelf.

    De Belgische regering, die de nieuwe EU-regels mee heeft ingevoerd, toont zich desondanks tevreden met de ontwikkeling. Het oorspronkelijke doel van de belasting, het creëren van een gelijk speelveld, lijkt deels te worden bereikt. Waar kleine, individuele pakketjes voorheen ongezien door de mazen van de btw-wetgeving glipten, worden nu meer zendingen correct aangegeven en belast. Dit leidt tot een hogere opbrengst voor de schatkist, zelfs als de Chinese retailers hun logistiek aanpassen.

    Groei Blijft Aanhouden

    Ondanks de extra kosten en de aanpassingen in de verzendmethoden, blijft de groei van Chinese webwinkels in Europa onverminderd groot. De aantrekkingskracht van lage prijzen en een breed assortiment blijft consumenten ertoe bewegen om bij platforms als Temu en Shein te bestellen. Dit toont aan dat de prijselasticiteit van de vraag naar deze producten hoog is, maar ook dat de efficiëntie van de Chinese logistiek en de aanpassingsbereidheid van de bedrijven groot zijn. Wij twijfelen er niet aan dat deze bedrijven verder zullen zoeken naar manieren om competitief te blijven in de Europese markt.

    Voor Europese consumenten betekent dit dat hun pakjes van Chinese webwinkels mogelijk via een iets langere of andere weg aankomen, maar de uiteindelijke prijzen lijken vooralsnog relatief stabiel te blijven. De strijd om de online klant, met of zonder pakjestaks, blijft onverminderd doorgaan.

  • Nederlandse Planbureaus Zien Nauwelijks Daling Energiekosten Door Nieuwe EU-Klimaatregels

    Nederlandse Planbureaus Zien Nauwelijks Daling Energiekosten Door Nieuwe EU-Klimaatregels

    De Europese Unie wil de industrie ontlasten door de regels voor CO2-uitstoot te versoepelen, maar een gezamenlijk rapport van het CPB en PBL toont aan dat de impact op energiekosten minimaal is. Wel verwachten de planbureaus een aanzienlijke toename van de CO2-uitstoot.

    De Europese Commissie stelde in juli een versoepeling voor van de klimaatregels om de concurrentiepositie van Europese bedrijven te verbeteren. De belangrijkste aanpassing betreft het systeem van CO2-rechten, waarbij bedrijven langer de tijd en meer hulp krijgen om hun uitstoot te verminderen. Klimaatcommissaris Wopke Hoekstra wil onder meer het tempo verlagen waarmee het aantal beschikbare emissierechten naar nul wordt teruggebracht. Dit moet de prijzen voor die rechten doen dalen, en zo de energiekosten voor de industrie drukken.

    Echter, een gezamenlijk rapport van het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) laat een ander beeld zien. Volgens hun berekeningen zullen de prijzen van de CO2-rechten inderdaad met ruim een tiende dalen dankzij Hoekstra’s plannen. Dit vertaalt zich echter in een minimale besparing voor bedrijven: slechts 2 euro per megawattuur gas. Een druppel op een hete plaat, als je weet dat de marktprijs voor diezelfde hoeveelheid gas momenteel ruim 70 euro bedraagt. Dit lezen wij als een signaal dat de voorgestelde maatregelen de kern van het energieprobleem niet aanpakken, aangezien de impact op de totale energiefactuur van bedrijven te verwaarlozen is.

    Forse Toename CO2-uitstoot Verwacht

    De geringe kostendaling staat in schril contrast met de verwachte impact op het klimaat. Het CPB en PBL waarschuwen dat Hoekstra’s voorstellen de CO2-uitstoot in de EU de komende 25 jaar fors zullen doen toenemen. Het rapport raamt een netto toename van de uitstoot die meer dan elf keer de jaarlijkse uitstoot van Nederland bedraagt. Dit cijfer is gebaseerd op een ruwe doorrekening van de maatregelen die direct invloed hebben op de prijs van de emissierechten. Andere plannen van Hoekstra, zoals extra steun voor verduurzaming, zijn hierin niet meegenomen omdat ze de prijs van de rechten niet wezenlijk veranderen.

    Deze bevindingen suggereren dat de Europese Unie een moeilijke afweging maakt tussen economische concurrentiekracht en klimaatambities. Wij zien vooral dat het versoepelen van klimaatregels een dure manier is om een klein verschil te maken op het vlak van energiekosten, met grote ecologische gevolgen. De milieuorganisaties reageerden dan ook fel op de plannen van Hoekstra in juli, en bestempelden ze als een onaanvaardbare afzwakking van de klimaatdoelen. Ook binnen het bedrijfsleven waren de reacties verdeeld; sommigen zagen het als een stap in de goede richting, terwijl de Europese koepel voor de chemische industrie (Cefic) stelde dat de plannen tekortschieten om de oplopende CO2-kosten aan te pakken.

    Effectievere Oplossingen Liggen elders

    CPB-onderzoeker Herman Vollebergh benadrukt dat de plannen de energiekosten wel drukken, maar te weinig om de meeste bedrijven echt te helpen. De daling valt bovendien in het niet bij de gestegen olie- en gasprijzen, mede door geopolitieke spanningen. Om energie goedkoper te maken, zouden andere middelen effectiever zijn. Vollebergh noemt specifiek het verlagen van de energiebelasting, vooral op stroom, als een maatregel die bedrijven meer zou helpen. Dit toont aan dat er wellicht efficiëntere wegen zijn om de industriële energiekosten te beheersen zonder de klimaatdoelstellingen significant te compromitteren.

    De plannen van Hoekstra zullen naar verwachting nog flink onderhandeld worden in Brussel. Gezien de verdeeldheid onder de lidstaten en de kritiek die er nu al is, lijkt het onwaarschijnlijk dat de voorstellen in hun huidige vorm de eindstreep halen. Sommige landen overwegen zelfs om het hele systeem van CO2-rechten te schrappen of te pauzeren, wat de complexiteit van de situatie nog verder onderstreept.

  • EU Versoepelt Klimaatregels, Maar Industriële Uitstoot Stijgt Onverwacht Fors

    EU Versoepelt Klimaatregels, Maar Industriële Uitstoot Stijgt Onverwacht Fors

    De Europese Unie heeft een van haar belangrijkste klimaatmaatregelen versoepeld, in de hoop de industrie beter te wapenen tegen internationale concurrentie. Het tegendeel lijkt echter te gebeuren. Nieuwe cijfers tonen aan dat de uitstoot door zware industrieën in 2023 met 7 procent is gestegen, ondanks de versoepeling die net de druk moest verlichten. Dat betekent concreet dat de industrie meer broeikasgassen de lucht in stuurde.

    Deze stijging, die het Europees Milieuagentschap (EEA) deze week publiceerde, staat haaks op de verwachtingen. De versoepeling van het emissiehandelssysteem (ETS) moest de kosten voor bedrijven drukken en zo hun concurrentiekracht vergroten. In plaats daarvan zien we dat de uitstoot in sectoren zoals cement, staal en chemie significant toenam. Dat werpt toch vragen op over de effectiviteit van de beleidsaanpassing.

    Vrije rechten blijken dure rekening

    De versoepeling van het ETS-systeem houdt in dat bedrijven minder hoeven te betalen voor de uitstoot van broeikasgassen. Ze krijgen hiervoor gratis emissierechten toegekend. Het idee is dat dit een financieel voordeel oplevert voor bedrijven die gevoelig zijn voor ‘carbon leakage’, het risico dat productie naar landen buiten de EU verhuist met minder strenge klimaatregels. Denk dan aan de cement-, staal- en kunstmestsector. In 2023 kregen deze sectoren 70 procent van de emissierechten gratis, terwijl andere sectoren een groot deel moesten aankopen. Dit had de concurrentiepositie moeten verbeteren, maar de uitstoot stijgt. Wij zien hier vooral een signaal dat het systeem, althans op korte termijn, niet de gewenste prikkel geeft om te verduurzamen, maar eerder de ruimte creëert voor meer uitstoot.

    Concreet steeg de uitstoot in de cementindustrie met 11 procent, in de chemische sector met 8 procent en in de staalproductie met 6 procent. Zelfs in de luchtvaart, die ook onder het ETS valt, nam de uitstoot toe met 8 procent. Dit staat in schril contrast met de energiesector, waar de uitstoot vorig jaar met 15 procent daalde. Die daling komt deels door een toegenomen gebruik van hernieuwbare energiebronnen en minder steenkool.

    Duurzame transitie in gevaar?

    De toegenomen uitstoot in de zware industrie baart zorgen, zeker gezien de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de EU. De Unie wil tegen 2030 de uitstoot met 55 procent verminderen ten opzichte van 1990. Als de industrie, die een aanzienlijk deel van de totale uitstoot voor haar rekening neemt, haar uitstoot blijft verhogen, wordt het bijzonder lastig om die doelstellingen te halen. Dit wijst erop dat de balans tussen economische concurrentiekracht en klimaatambities nog moeilijk te vinden is.

    De Europese Commissie werkt intussen aan een herziening van het ETS-systeem, met als doel de gratis emissierechten geleidelijk af te bouwen en te vervangen door een koolstofgrensheffing (CBAM). Die heffing moet ervoor zorgen dat importproducten uit landen met minder strenge klimaatregels niet goedkoper zijn. Het is afwachten of deze aanpassing de industrie wel de juiste richting op stuurt, en of de uitstoot dan eindelijk zal dalen.

  • Belgen Pendelen Gemiddeld 61 Minuten Per Dag, Een Europees Record

    Belgen Pendelen Gemiddeld 61 Minuten Per Dag, Een Europees Record

    De dagelijkse reis van en naar het werk in België duurt voor het eerst gemiddeld langer dan een uur, waarbij een aanzienlijk deel van de pendelaars zelfs meer dan twee uur onderweg is. Dit patroon steekt schril af tegenover de Europese cijfers.

    Voor het eerst spenderen Belgen meer dan een uur per dag aan hun woon-werkverkeer. Uit een internationale studie van HR-dienstverlener SD Worx blijkt dat de gemiddelde pendeltijd in België is opgelopen tot 61 minuten per dag. Dit plaatst ons land ruimschoots boven het Europees gemiddelde van 48 minuten, wat de Belgische pendelaar de onbetwiste Europese kampioen maakt.

    De cijfers zijn opvallend, zeker als je bedenkt dat 13 procent van de Belgische werknemers dagelijks twee uur of meer onderweg is, soms zelfs meer dan 120 kilometer. Dat is een veel groter aandeel dan het internationale gemiddelde van 8 procent. Dit gegeven verklaart voor een deel waarom de totale gemiddelde pendeltijd zo hoog ligt. Mobiliteitsexpert Hajo Beeckman van VRT NWS wijst erop dat de verspreide woonlocaties in combinatie met de concentratie van werkgelegenheid in economische centra zoals de havens van Gent en Antwerpen, en de kenniscentra in Brussel, hier een grote rol in spelen.

    Historische Groei Van De Pendelcultuur

    De Belgische pendelcultuur is diep historisch geworteld. Al in de negentiende eeuw werd er bewust op ingezet om arbeiders in de steden te laten werken, terwijl ze op het platteland bleven wonen. Dit was mede ingegeven door politieke overwegingen, om te voorkomen dat het socialisme te sterk zou worden door massale verstedelijking. De aanleg van snelwegen en spoorwegen ondersteunde deze ontwikkeling. Dit historische aspect verklaart mogelijk waarom een aanzienlijk deel van de Belgen lange reistijden als een normaal onderdeel van de werkdag beschouwt; 34 procent van de Belgische werknemers geeft aan dat woon-werkverkeer hen significante werktijd kost, wat nauwelijks afwijkt van het gemiddelde van 32 procent in de onderzochte landen.

    Opmerkelijk is dat de bereidheid om te verhuizen voor werk in België lager ligt dan in buurlanden. Dit heeft te maken met de hoge woningbezitsgraad: zo’n 70 procent van de Vlamingen is eigenaar van een woning, een percentage dat elders in Europa beduidend lager is. In landen als Italië of Frankrijk verhuizen mensen dan ook sneller voor een job, mede omdat daar vaker gehuurd wordt.

    Openbaar Vervoer Schiet Tekort

    Hoewel het treinnet in België als redelijk betrouwbaar wordt beschouwd in vergelijking met Duitsland, blijkt het voor veel pendelaars geen volwaardig alternatief voor de wagen. Slechts drie op de tien Belgen woont in een centrumstad met goede treinverbindingen. Voor wie op het platteland woont, zijn overstappen vaak onvermijdelijk, waardoor de tijdwinst van de trein snel verloren gaat. De SD Worx-studie bevestigt dit beeld: slechts 25 procent van de vrouwen en 28 procent van de mannen vindt het openbaar vervoer handig, betrouwbaar en gemakkelijk bereikbaar, wat onder het Europees gemiddelde van 36 procent ligt.

    De studie toont ook duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen zijn gemiddeld langer onderweg (65 minuten) dan vrouwen (56 minuten). Ook pendelt 23 procent van de mannen meer dan 100 kilometer per dag, tegenover 12 procent van de vrouwen. Vrouwen wonen dus dichter bij hun werk en hebben een lagere acceptabele pendeltijd (47 minuten versus 67 minuten voor mannen). Wij zien hierin een aanwijzing dat de keuze voor een job en woonplaats voor vrouwen vaker wordt bepaald door de nabijheid van werk en de noodzaak om werk en privé in evenwicht te houden. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met de zorg voor kinderen of andere gezinsverantwoordelijkheden.

  • Russen Zien Visumregels Aangescherpt Nadat Europa Terrorisme Linkt Aan Toeristenvisa

    Russen Zien Visumregels Aangescherpt Nadat Europa Terrorisme Linkt Aan Toeristenvisa

    De Europese Unie zet de deur op een kier voor een restrictiever visumbeleid voor Russische burgers. Waar landen als Italië eerder soepeler waren, groeit nu de steun voor striktere regels, vooral na een incident in Duitsland.

    Waar het beleid van de Europese Unie voor Russische staatsburgers voorheen nog ruimte bood via toeristenvisa, wil de EU nu snel strengere regels invoeren. Dat komt vooral door de groeiende bezorgdheid dat deze visa misbruikt worden voor sabotageacties op Europees grondgebied. Kaja Kallas, de hoge vertegenwoordiger voor het buitenlandse beleid van de EU, merkt op dat er brede steun is onder de lidstaten voor een verbod op visa voor Russische ex-militairen en huurlingen, en voor aangescherpte beperkingen voor Russische toeristenvisa.

    De aanleiding voor de versnelde plannen is de mislukte droneaanval op een Oekraïens vrachtvliegtuig begin augustus op de luchthaven van Leipzig/Halle in Duitsland. Duitse media melden dat één van de twee verdachten, een Wit-Rus met een Russisch paspoort, de Schengenzone binnendrong via een Italiaans toeristenvisum. Dit visum zou eind april door een Italiaans consulaat in Minsk zijn afgegeven. Wij zien dit vooral als een concrete aanwijzing die de discussie over visumregels in een stroomversnelling brengt, waar die eerder nog stokte.

    Zuid-Europese landen waren kritischer

    Strengere visumregels voor Russen lagen al langer op tafel in de EU, maar stuitte tot nu toe op weerstand. Vooral de Baltische staten drongen aan op een verbod, maar landen als Frankrijk, Spanje, Italië en Griekenland waren minder enthousiast. Dit had een duidelijke economische reden: het toerisme vanuit Rusland levert daar veel inkomsten op. In 2025 nam het aantal Russische toeristenvisa in de Schengenzone met 8 procent toe, vergeleken met het jaar daarvoor. Meer dan 477.000 Russen kregen toen een toeristenvisum, voornamelijk voor Frankrijk, Italië en Spanje. Dat is een aanzienlijk aantal dat de economische belangen van deze landen onderstreept.

    De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antonio Tajani, heeft inmiddels aangegeven de zaak te zullen onderzoeken. Dit toont aan dat de ernst van de situatie nu ook bij de voorheen meer terughoudende landen doordringt. De discussie draait niet langer alleen om inkomsten versus isolatie, maar ook om veiligheid.

    Spanning tussen gastvrijheid en isolatie

    De ‘gastvrijheid’ die Kallas aanhaalt, staat in schril contrast met de bredere Europese retoriek om Rusland en het Kremlin zoveel mogelijk te isoleren. Spanje verdedigde eerder zijn aanpak met het argument dat het maximale druk wil zetten op de Russische overheid, maar de banden met de Russische civiele samenleving wil onderhouden. Dit is een delicate balans, die nu onder druk komt te staan. Het is nu afwachten of de zuiderse landen zich laten overtuigen en de ‘brede steun’ die Kallas nu ziet, snel zal leiden tot daadwerkelijk strengere visumregels. Wij twijfelen of de economische belangen zomaar opzijgeschoven zullen worden, al zal de veiligheidsfactor nu zwaarder wegen.

  • België Zakt Naar Zesde Plaats Van Europese Bierproducenten Nu Alcoholvrij Bier Meetelt

    België Zakt Naar Zesde Plaats Van Europese Bierproducenten Nu Alcoholvrij Bier Meetelt

    Eurostat, het statistisch bureau van de EU, paste zijn meetmethode aan, waardoor België een positie verloor in de rangschikking van bierproducerende landen.

    De Belgische brouwsector is dit jaar buiten de top vijf van grootste bierproducerende landen in de Europese Unie gevallen. Dit komt doordat Eurostat, het statistisch bureau van de EU, voor het eerst de productie van alcoholvrij bier meerekende in zijn rangschikking voor 2025. België leverde echter geen cijfers aan voor deze categorie, waardoor het land door Frankrijk werd gepasseerd en nu op de zesde plaats staat.

    De top vier, die al jarenlang stabiel is, blijft ongewijzigd. Duitsland behoudt zijn leidende positie met een productie van 7,4 miljard liter bier, wat neerkomt op ruim een vijfde van de totale Europese bierproductie. Spanje staat op de tweede plek, gevolgd door Polen en Nederland. De totale bierproductie binnen de EU bedroeg vorig jaar 34 miljard liter, maar kende in de meeste landen een dalende trend.

    Spanje Ziet Productie Stevige Stijgen

    Waar de meeste landen een daling in hun bierproductie zagen, valt Spanje op met een stijging van bijna een kwart sinds 2024. Dat is opmerkelijk, gezien de algemene krimp in de Europese biersector. De toename in Spanje is het resultaat van een groeiende populariteit van bier, zowel bij de lokale bevolking als bij de bijna honderd miljoen toeristen die het land in 2025 bezochten. Brouwers spelen hier slim op in door bier te positioneren als een verfrissend alternatief voor wijn, perfect voor het mediterrane klimaat.

    De positie van Duitsland als grootste producent is te verklaren door zijn omvangrijke bevolking en hoge bierconsumptie per hoofd van de bevolking. Duitsland telt bovendien meer dan duizend brouwerijen. Ook de aanwezigheid van grote, internationaal opererende brouwers zoals AB InBev, Heineken en Carlsberg speelt een rol bij de hoge productiecijfers in landen als Nederland en Polen, die veel exporteren.

    Alcoholvrij Bier In De Lift

    De beslissing van Eurostat om alcoholvrij bier mee te tellen, weerspiegelt een bredere trend. In Duitsland bijvoorbeeld, steeg de productie van alcoholvrij bier in 2025 met 6,6 procent ten opzichte van 2024, terwijl de productie van alcoholhoudend bier met 5,8 procent daalde. Dit duidt op een verschuiving in consumentenvoorkeuren en een groeiend aanbod van alcoholvrije alternatieven.

    Voor België, de bakermat van wereldspeler AB InBev en thuisbasis van talloze andere brouwerijen met een groeiend alcoholvrij assortiment, biedt dit een duidelijk signaal. Als de Belgische autoriteiten volgend jaar wel de cijfers voor alcoholvrij bier aanleveren aan Eurostat, is de kans groot dat het land zijn plek in de top vijf van Europese bierproducenten kan heroveren. Wij houden het erop dat deze nieuwe methodologie de sector dwingt tot meer transparantie over de volledige productportefeuille.

  • Nederland Ziet Fors Minder Chinese Pakketjes Na Invoering Heffing Van 3 Euro

    Nederland Ziet Fors Minder Chinese Pakketjes Na Invoering Heffing Van 3 Euro

    De Nederlandse Douane rapporteert een aanzienlijke daling van het aantal kleine pakketten uit China sinds de EU-brede invoering van een vaste heffing van 3 euro. Webwinkels passen hun strategie aan en kiezen vaker voor bulkinvoer via Europese magazijnen.

    Sinds de Europese Unie op 1 juli een vaste heffing van 3 euro invoerde op kleine pakketjes van buiten de EU, is het aantal zendingen uit China naar Nederland fors gedaald. De Nederlandse Douane stelt vast dat in juli en augustus het aantal kleine pakketten met maar liefst 46 procent lager lag dan het gemiddelde van de zes maanden daarvoor. Deze maatregel, die als doel heeft de controle op ingevoerde goederen te verbeteren, lijkt nu al een merkbaar effect te hebben op de logistieke ketens.

    De heffing van 3 euro geldt voor alle pakketjes met een waarde van 150 euro of minder, waarvoor voorheen een vrijstelling gold. Voor zendingen met een hogere waarde moesten al invoerrechten betaald worden. De Nederlandse overheid heeft in de eerste maand na de invoering van deze heffing al zo’n 35 miljoen euro extra aan invoerrechten geïnd, wat de financiële impact van de nieuwe regel onderstreept. Wij zien hierin een duidelijk signaal dat de maatregel zowel het gedrag van consumenten als van webwinkels beïnvloedt.

    Webwinkels Kiezen Voor Bulkinvoer

    De Douane merkt op dat webwinkels hun werkwijze aanpassen aan de nieuwe regelgeving. Steeds meer bedrijven lijken te kiezen voor bulkinvoer van producten uit China. Dit betekent dat ze grote hoeveelheden goederen in één keer naar de EU verschepen en deze vervolgens opslaan in magazijnen binnen Europa. Vanuit deze Europese opslagplaatsen worden de producten dan naar de consument verzonden. Deze trend wordt niet alleen in Nederland waargenomen, maar ook in omliggende landen zoals België en Frankrijk.

    Nanette van Schelven, directeur-generaal van Douane Nederland, is tevreden met deze ontwikkeling. Zij benadrukt dat minder losse pakketjes rechtstreeks naar de consument de controle op de veiligheid van producten vergemakkelijkt. Een container vol met teenslippers die gevaarlijke stoffen bevatten, is immers makkelijker van de markt te halen dan talloze individuele pakketjes. Dit toont aan dat de maatregel niet alleen een financiële impact heeft, maar ook bijdraagt aan een betere handhaving van productveiligheid binnen de EU.

    Impact Op Europese Logistiek

    De verschuiving naar bulkinvoer kan op termijn ook gevolgen hebben voor de logistieke sector binnen Europa. De vraag naar opslagruimte en distributiecentra in de EU zou kunnen toenemen, wat weer nieuwe investeringen en werkgelegenheid met zich mee kan brengen. Tegelijkertijd kan de druk op de pakketbezorgers voor internationale zendingen afnemen, terwijl de binnenlandse distributie juist toeneemt. Wij volgen dit verder op, want de veranderingen in de toeleveringsketens kunnen significant zijn.

    Het is nog vroeg om definitieve conclusies te trekken over de lange termijn effecten, maar de eerste cijfers wijzen op een duidelijke aanpassing in het gedrag van zowel verzenders als ontvangers. De heffing van 3 euro, die op het eerste gezicht klein lijkt, heeft in korte tijd al een aanzienlijke impact gehad op de stroom van goederen uit China naar Europa.