Na een marathononderhandeling heeft de Vlaamse regering een begrotingsakkoord bereikt dat ingrijpende wijzigingen met zich meebrengt voor de burger, met als doel een evenwichtige financiële huishouding in 2028 en 2029.
De Vlaamse regering heeft na een bewogen onderhandelingsronde een begrotingsakkoord bereikt. Een van de meest opvallende aanpassingen is de verhoging van de registratierechten bij de aankoop van een eerste en eigen woning, die van twee naar drie procent stijgen. Ook de prijs van dienstencheques gaat omhoog, van 10 naar 12 euro voor de eerste 175 cheques, en zelfs naar 13 euro daarboven.
Deze maatregelen, die werden voorgesteld door minister-president Matthias Diependaele (N-VA), zijn erop gericht de Vlaamse begroting voor het eerst sinds 2019 weer in evenwicht te krijgen. De regering wil voorkomen dat schulden worden doorgeschoven naar volgende generaties, een oefening die volgens Diependaele door de veranderende economische omstandigheden noodzakelijk is. Het akkoord voorziet ook in aanpassingen aan het Groeipakket en besparingen op diverse subsidies.
Vastgoed duurder, kinderbijslag korter
De verhoging van de registratierechten raakt een breed publiek. Waar kopers van een gemiddelde Vlaamse woning van 395.000 euro vandaag 7.900 euro aan registratierechten betalen, zal dit straks 11.850 euro zijn. Dit betekent een meerkost van 3.950 euro. Voor een gemiddeld appartement komt de extra kost op 2.880 euro. Opmerkelijk is dat er geen uitzonderingen meer lijken te zijn voor goedkopere woningen, wat een brede impact heeft.
Ook het Groeipakket, de officiële benaming voor de kinderbijslag, ondergaat wijzigingen. De maximale duurtijd wordt ingekort van 25 naar 23 jaar, onder voorwaarde dat kinderen na hun achttiende nog studeren. De uitbetaling tot één jaar na het afstuderen verdwijnt. Bovendien zal de geboortepremie van 1.310 euro, die voorheen voor elk kind werd uitgekeerd, enkel nog bij de geboorte van het eerste kind worden toegekend.
Dienstencheques en subsidies
De prijsverhoging van dienstencheques is de tweede in korte tijd, na een eerdere stijging van 9 naar 10 euro vorig jaar. Voor een gemiddeld Vlaams gezin dat ongeveer 200 dienstencheques per jaar gebruikt, stijgt de jaarlijkse kost van 2.000 euro naar 2.425 euro. Dit omvat 175 cheques aan 12 euro en 25 cheques aan 13 euro. De werkelijke kosten van een uur huishoudelijke hulp liggen rond de 30 euro, en het systeem kost de Vlaamse schatkist jaarlijks 1,7 miljard euro.
Naast deze concrete maatregelen wordt er ook fors gesnoeid in subsidies. Zo wordt de kmo-portefeuille, een mechanisme voor bedrijven om opleidingen aan te kopen, volledig geschrapt. Er wordt ook bespaard op de werking van de overheid zelf, onder meer door de geplande verlaging van de erfbelasting uit te stellen en te halveren. Lokale besturen moeten eveneens een bijdrage leveren, met een geraamde besparing van 240 miljoen euro in 2029 via een lagere indexering van het Gemeentefonds.
Wat betekent dit nu?
Deze begrotingsmaatregelen, hoewel noodzakelijk geacht voor een evenwichtige begroting, raken de Vlaamse burger direct in de portemonnee. Het vastgoed wordt duurder voor starters en doorstromers, gezinnen met meerdere kinderen ontvangen minder bij de geboorte, en huishoudelijke hulp wordt minder toegankelijk. De focus ligt duidelijk op het snijden in uitgaven en verhogen van inkomsten, wat wij als een harde realiteit zien in de zoektocht naar een houdbare overheidsfinanciën. Wij houden het erop dat de impact op de koopkracht van de burger aanzienlijk zal zijn, wat in een bredere economische context van inflatie en onzekerheid extra gevoelig ligt.

Een reactie achterlaten